Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:5075

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-09-2018
Datum publicatie
13-12-2018
Zaaknummer
18/720011-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in de woning van een kennis een hennepkwekerij gebouwd en ingericht, waarbij de elektriciteit illegaal werd afgetapt. Hij teelde daar in ieder geval twee keer ongeveer 250 hennepplanten. Verdachte deed dit puur om geld voor zichzelf te verdienen. De rechtbank legt verdachte een taakstraf op in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720011-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 september 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 september 2018.

Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. Jepkema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 19 juni 2017,

althans op 19 juni 2017, te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, in elk

geval in het arrondissement Noord-Nederland, meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt

en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad, in een pand gelegen aan of bij de [straatnaam]

, aldaar, (telkens)

- ( in totaal) (ongeveer) 241 hennepplanten, althans (telkens) een groot aantal

hennepplanten en/of delen daarvan en/of

- een hoeveelheid van (in totaal)(ongeveer) 6037 gram hennep,

in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal

bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet

behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van

die wet,

zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) voormeld telen en/of

bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of

verstrekken en/of vervoeren heeft/hebben gepleegd in de uitoefening van een

beroep of bedrijf;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 19 juni 2017, te

Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, in elk geval in het arrondissement

Noord-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, (in/uit een pand gelegen aan of bij de [straatnaam], aldaar,) (een)

hoeveelhe(i)d(en) elektrische energie, althans enig goed, dat geheel of ten

dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij], heeft weggenomen met

het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektrische energie

onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking en/of inklimming.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het ten laste gelegde gevorderd.

De bewijsmiddelen

De rechtbank volstaat ten aanzien van de bewezen verklaarde feiten met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 19 juni 2017, opgenomen op pagina 1612 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017040913 d.d. 5 november 2017, inhoudende de verklaring van verdachte, afgelegd op 19 juni 2017;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 20 juni 2017, opgenomen op pagina 1620 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van verdachte, afgelegd op 20 juni 2017;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 4 november 2017, opgenomen op pagina 1559 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant];

4. een formulier aangifte, gedateerd 27 juni 2017, opgemaakt door [medewerker] namens [benadeelde partij], opgenomen op pagina 1567 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2017 tot en met 19 juni 2017, te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, meermalen telkens opzettelijk heeft geteeld in een pand gelegen aan of bij de [straatnaam], aldaar, telkens ongeveer 241 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in de periode van 1 januari 2017 tot en met 19 juni 2017, te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, in/uit een pand gelegen aan of bij de [straatnaam] aldaar, hoeveelheden elektrische energie, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte die weg te nemen elektrische energie onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel, meermalen gepleegd.

2. Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en diefstal, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand, met een proeftijd van 3 jaren, alsmede een taakstraf van 240 uren.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de woning van een kennis een hennepkwekerij gebouwd en ingericht waarbij de elektriciteit illegaal werd afgetapt. Verdachte heeft in ieder geval twee keer ongeveer 250 hennepplanten in die ruimte geteeld. Hij deed dit puur om geld voor zichzelf te verdienen en heeft zich, zo lijkt het, niet bekommerd om de nadelige gevolgen en de schade die konden ontstaan voor die kennis, voor de eigenaar van de woning en voor het elektriciteitsbedrijf. Dit nog naast de nadelige gevolgen van dit type criminaliteit voor de hele maatschappij.

De eis van de officier van justitie sluit aan bij de straffen die over het algemeen voor dit soort feiten wordt opgelegd. De rechtbank beschikt niet over een reclasseringsrapport of iets dergelijks die een ander licht op de persoon van verdachte kan werpen en de rechtbank ziet ook overigens geen redenen om af te wijken van de geëiste straf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, voor de duur van 120 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.C. Koelman, voorzitter, mr. Th.A. Wiersma en mr. K. Bunk, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2018.

Mr. Bunk is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.