Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:4989

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27-11-2018
Datum publicatie
10-12-2018
Zaaknummer
18/750045-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 27 november 2018 een verdachte veroordeeld voor een woninginbraak en opzetheling. Verdachte heeft daarmee inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de aangever dan wel door de helingshandelingen andermans diefstal bevorderd. Tevens heeft hij de aangevers schade berokkend.

De officier van justitie had een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden geëist. Omdat de rechtbank tot een beperktere bewezenverklaring komt, is aan verdachte, die geregistreerd staat als veelpleger, een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden opgelegd. De vordering van de benadeelde partij is wegens het ontbreken van een onderbouwing, niet ontvankelijk verklaard.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/750045-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 november 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in de PI Leeuwarden te Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 november 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P.M. van der Spek.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. primair

hij in of omstreeks het tijdvak gevormd door 3 en 4 juni 2018, te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, een (notebook/laptop) Mac Macbook Air (zilverkleurig) en/of een

(notebook/laptop) Mac Macbook Pro (zilverkleurig) en/of een headset (Jbl) en/of een (zilverkleurige) spaarpot (inhoud ongeveer 300 of 450 euro) en/of autosleutels van een Audi ( [kenteken] ) en/of autosleutels van een BMW ( [kenteken] ) en/of een IPhone 4 (kleur wit) en/of een IPhone 5s (kleur zwart) en/of een extern geheugen (Samsung) en/of een (Nomad) rugtas (donkerblauw), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen, in/uit een woning (perceel [straatnaam] , aldaar), met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 3 juni 2018 tot en met 12 juni 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, (een) goed(eren) te weten een (notebook/laptop) Mac Macbook Air (zilverkleurig) en/of een (notebook/laptop) Mac Macbook Pro (zilverkleurig)

en/of een headset (Jbl) en/of een IPhone 5s (kleur zwart) en/of een extern geheugen (Samsung) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2. primair

hij op of omstreeks 24 april 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, een (goudkleurige) telefoon (Samsung S6) en/of een beurs (inhoudende Russisch geld), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander of anderen toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] en/of zijn vriendin, heeft weggenomen, in/uit een woning (perceel [straatnaam] , aldaar), met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming;

subsidiair

hij op of omstreeks 24 april 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, een goed te weten een (Samsung S6)telefoon (goudkleurig) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof;

3. primair

hij op of omstreeks 2 april 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, 46 tablets (merk Prowise) met een blauwe hoes, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de [benadeelde partij 1] , heeft weggenomen, in/uit een schoolgebouw (perceel [straatnaam] , aldaar), met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak en/of inklimming;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 2 april 2018 tot en met 7 april 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, een goed te weten een tablet (merk Prowise) met een (blauwe) hoes heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4. primair

hij op of omstreeks 13 maart 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, 8 laptops (merk HP, kleur zwart), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 2] , heeft weggenomen, in/uit een schoolgebouw (perceel [straatnaam] , aldaar), met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode 13 maart 2018 tot en met 8 juni 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, (een) goed(eren) te weten één of meer laptop(s) (merk HP, kleur zwart) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1. primair, 2. primair, 3. primair en 4. primair ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1. primair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt .

Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde heling heeft de raadsman het volgende aangevoerd. De vraag is of verdachte wist dat de goederen die bij hem zijn aangetroffen, van diefstal afkomstig waren. Verdachte had alvorens de telefoons te kopen, op stopheling.nl gekeken en dat leverde geen resultaten op. De verklaring van verdachte dat hij 's nachts de telefoons van een junk heeft gekocht, houdt niet in dat de telefoons van diefstal afkomstig waren nu een telefoon vaak een ruilmiddel in de drugsscene is. Derhalve dient ook voor het onder 1. subsidiair ten laste gelegde feit vrijspraak te volgen.

Ten aanzien van de feiten 2. primair, 2. subsidiair, 3. primair, 3. subsidiair, 4. primair en 4. subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1.

Op grond van de bewijsmiddelen gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden. Uit het dossier blijkt dat in de nacht van 3 juni 2018 op 4 juni 2018 in de woning van [slachtoffer 1] aan de [straatnaam] te Leeuwarden is ingebroken. Bij deze inbraak worden onder meer een zwarte IPhone 5s, een witte IPhone 4, 2 Macbooks en een hoeveelheid geld weggenomen.

Op 4 juni 2018 om 07:05:19 uur wordt de gestolen IPhone 5s in gebruik genomen door het nummer [telefoonnummer] . Dit betreft één van de onder verdachte in beslag genomen simkaarten. Op 6 juni 2018 wordt een andere simkaart, gekoppeld aan het nummer [telefoonnummer] , in voornoemde telefoon geplaatst. Ook deze simkaart is van verdachte.

Bij de doorzoeking in de woning waar verdachte verblijft, worden een JBL koptelefoon, een Samsung extern geheugen en een IPhone 5 aangetroffen. Aangever [slachtoffer 1] herkent deze goederen als de zijne.

Op 4 juni 2018 worden twee Macbooks, een 13 en een 15 inch, bij [bedrijf 1] te koop aangeboden door een zeer donkere, kale man die goed algemeen beschaafd Nederlands spreekt. Omdat de laders bij de Macbooks ontbreken en de man verklaart dat hij de laders kwijt is, vertrouwt de medewerker van [bedrijf 1] het niet en stuurt hij de man weg. Bij een fotoconfrontatie constateert verbalisant dat deze getuige bij het zien van foto 6 zijn hoofd richting het beeldscherm beweegt, zijn wenkbrauwen omhoog trekt en dat zijn ogen groter worden. De getuige geeft daarna aan dat hij twijfelt bij de man op foto 6. De confrontatieleider deelt verbalisant na afloop van de fotoconfrontatie mee dat verdachte op foto 6 stond.

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte op 4 juni 2018 omstreeks 15.30 uur in zijn woning was. Verdachte droeg in een nektas een geldbedrag van ongeveer € 250,00. Hij had drie telefoons, waaronder een zwarte IPhone van de 5- of 7-serie. Verdachte gebruikte deze IPhone als zijn eigen telefoon en probeerde deze via Marktplaats te verkopen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij onder andere de in beslag genomen Iphone 5s op een avond in de periode van 4 tot en met 7 juni 2018 van een junk heeft gekocht. Deze verder niet onderbouwde verklaring laat zich niet rijmen met de omstandigheid dat reeds vroeg in de ochtend van 4 juni 2018, namelijk om 7.05 uur, een simkaart van verdachte in deze telefoon is geactiveerd.

Gelet op het bovenstaande en de volstrekt niet onderbouwde verklaring van verdachte is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van deze goederen. De rechtbank acht het onder feit 1. primair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 13 november 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Op 7 juni 2018 had ik bij mijn aanhouding twee telefoons bij me. Eén van deze telefoons was een IPhone 5. In die telefoon heb ik op 4 juni 2018 om 07.05 uur een simkaart gedaan. Ook op 5 juni heb ik een simkaart in die telefoon gedaan. De andere telefoon heb ik vanaf 5 juni 2018 gebruikt.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2018, opgenomen op pagina 58 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018200295 d.d. 2 augustus 2018, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik doe aangifte van het wegnemen van enig goed, dat geheel of ten dele aan mij en/of een ander toebehoort, uit mijn woning, waarbij de dader zich, tijdens de voor de nachtrust bestemde tijd, de toegang tot de plaats van dit misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak/verbreking.
Op zondag 3 juni 2018 te 22:30 uur was ik thuis. De woning was deugdelijk afgesloten en er stond er een klein uitzetraampje open aan de zijkant van de woning. Op maandag 4 juni 2018 te 06:30 uur zag ik dat er in de woning was ingebroken. Ik zag dat er twee laptops van het merk Mac en een koptelefoon zijn weggenomen uit de keuken. Deze lagen bovenop de koelkast. Ik zag dat er twee autosleutels zijn weggenomen van onze Audi en BMW. Ik zag dat er uit de kast, welke in de woonkamer stond, een spaarpot is weggenomen met een inhoud van 300 euro.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juni 2018, opgenomen op pagina 78 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op maandag 4 juni 2018 te 07:50 uur werd aangifte van inbraak in een woning gedaan door: [slachtoffer 1] .
Aangever had op beide Imac's de app "find my iPhone" geïnstalleerd. Hij heeft na de diefstal de app "find my iPhone" aangezet. Op maandag 4 juni 2018 omstreeks 14:15 uur kreeg hij de melding dat een van zijn Imac's op de hoek van de [straatnaam] met de [straatnaam] was. Dit bleek een eenmalig signaal te zijn geweest. Het politiepersoneel bezig met genoemde inbraak vermoedde dat de IMac ergens was open geklapt om kort te bekijken. Aangezien er op de [straatnaam] meerdere "pandjeshuizen" waren, kon het zijn dat de verdachte had geprobeerd de Imac's te verkopen bij een van deze "pandjeshuizen". De politiemensen bezig met de inbraak gingen naar de winkel [bedrijf 1] , [straatnaam] te Leeuwarden, vlakbij de kruising van die weg met de [straatnaam] . Daar spraken zij met medewerker [getuige 2] .

Hij vertelde dat er die dag om 14:15 uur een persoon was geweest die hem 2 Imac's te koop had aangeboden. Er zaten geen laders bij. Genoemde [getuige 2] had kort een van de laptops geopend. [getuige 2] had er geen goed gevoel bij en heeft de onbekende persoon weg gestuurd.
Op dinsdag 5 juni 2018 ontving ik een email bericht van aangever [slachtoffer 1] . In de bijlage zitten 2 foto's van de serienummers van de gestolen Macbooks.

En de lijst met gestolen dingen is de volgende: 1 macbook Air 13 ", 1 macbook Pro 15", IPhone 4 wit, IPhone 5s zwart, ongeveer 450,- in een spaarpot in de vorm van een schaapje zilverkleurig, koptelefoon JBL, autosleutel Audi A3, autosleutel BMW 5.

Aangever stuurde de serienummers van de gestolen Macbooks ook via een email bericht. De nummers betreffen Model MacBook Air 13 inch, versie: macOS 10.13.4 Serienummer: [nummer] , Model: MacBook Pro 15 inch, versie: macOS 10.13.4, serienummer: [nummer] .

Aangever stuurde op 6 juni 2018 de imeinummers van de genoemde gestolen iPhone: IPhone 4 [nummer] IPhone 5 [nummer] .

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 4 juni 2018, opgenomen op pagina 62 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

Op maandag 4 juni 2018 was ik werkzaam in de winkel genaamd [bedrijf 1] , gevestigd aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Genoemde winkel ver- en inkoopt nieuwe en gebruikte (draagbare) computers. Omstreeks 14:15 uur kwam er een manspersoon de winkel binnen. Ik hoorde de man zeggen dat hij wat te koop voor mij had. Ik zat dat de man uit zijn rugzak 2 Mac Books haalde. Ik zag dat dit ging om een kleine en een grote MacBook, een 13 en een 15 inch. Ik klapte één van de Mac Books open om deze beter te bekijken. Ik vroeg aan de man waar de laders waren. Ik hoorde de man zeggen dat hij de laders kwijt was. Ik vertrouwde het niet en kreeg geen goed gevoel. Zodoende heb ik de man ook vrij vlot weggestuurd.
Ik kan deze man als volgt omschrijven; mannelijk, zeer donkere huidskleur, mogelijk Afrikaanse afkomst, ongeveer 30 jaar oud, lenig en slank uiterlijk, kaal hoofd, donkere kleding aan, donkere broek, zwart jasje, zwarte rugzak. De man sprak goed algemeen beschaafd Nederlands

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 12 juni 2018, opgenomen op pagina 64 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

Zondag 3 juni op maandag 4 juni 2018 was ik bij [naam 1] , omdat [naam 1] die maandag een afspraak had met de bewindvoerder. Die maandagmiddag omstreeks 14.00 à 14.15 uur was ik nog steeds bij [naam 1] .

Ik trof [verdachte] en twee jongens rond een uur of half 4 aan bij mij thuis. Ze deden een beetje paranoïde. Ik hoorde later dat hij een paar honderd had binnen gehaald. Dit was de dinsdag en woensdag voordat hij gearresteerd was. Iemand was in mijn woning en die vroeg aan [verdachte] of hij 1000 euro binnen gehaald. Ik hoorde toen [verdachte] zei in straattaal "Nee barkies" dat betekend een paar honderd euro. Ik heb 50-jes bij hem gezien. Hij had dat in zijn nektas.

V: Wat is een nektas?
O: Getuige wijst naar schouder en wijst schuin over zijn bovenlichaam.
V: Hoeveel 50-jes waren het?
A: 2 à 300 euro.

V: Hoeveel mobiele telefoons heeft hij?
A: 3 volgens mij. Hij had laatst ook een IPhone. Maandag 4 juni en totdat hij gearresteerd werd had hij een zwarte IPhone.
V: Hoe weet jij dat het een IPhone is?
A: Omdat een IPhone een knop aan de onderkant heeft. En op de achterkant zit een Apple logo. Volgens mij was het de 7 serie of het was een 5.
V: Wat heeft hij met die telefoon gedaan?
A: Hij gebruikte het als zijn eigen telefoon. Volgens mij probeerde hij het ook te verkopen op marktplaats.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juni 2018, opgenomen op pagina 84 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Onder BVH nummer 2018099756 zijn een tweetal telefoons en USB sticks in beslag genomen. Deze heb ik nader onderzocht met de volgende bevindingen:
Goed 003: Ik zag dat het hier gaat om een Samsung telefoon voorzien van imeinummer [nummer] en dat er een simkaart in zat met het IMSI nummer [nummer] . Ik zag aan de gegevens dat deze telefoon in gebruik was sinds 05 juni 2018. Het is mij niet duidelijk geworden of dit de start is geweest van het gebruik van deze telefoon of dat deze telefoon toen na bijvoorbeeld het terugzetten naar de fabrieksinstellingen weer in gebruik is genomen door de eigenaar. Ik zag dat er een emailadres geregistreerd was op deze telefoon: [verdachte] @gmail.com. Uit de opgeslagen gebruikersgegevens kan ik afleiden dat deze telefoon in gebruik was van verdachte [verdachte] . Dit kan ik onder andere afleiden aan het twitteraccount: [verdachte] , google+ account: [verdachte] , WhatsApp, [verdachte] en DIGID: [verdachte] . Ik zag dat er meerdere e-mails op dit emailadres waren binnengekomen. Tussen de opgeslagen afbeeldingen zag ik dat er een paar foto's waren gemaakt met dit toestel. Ik zag dat de eerste opgeslagen foto, gemaakt met deze telefoon, genomen was op 5 juni 2018 omstreeks 09:24 uur. Ik zag dat het hier een foto betreft van [verdachte] danwel zijn tweelingbroer [naam 2] . Ik zag dat er op 05 juni 2018, omstreeks 10:24 uur, een foto was gemaakt met dit toestel. Ik zag op de foto dat het hier ging om de achterzijde van een iPhone mobiele telefoon. Ik herken deze telefoon als de tweede telefoon welke onder hem is in beslag genomen was. Op de foto zag ik dat het imeinummer gedeeltelijk zichtbaar was. Dit kwam ook overeen met het imeinummer wat op deze telefoon staat.
Goed 004: Ik zag dat het hier gaat om een iPhone telefoon voorzien van imeinummer [nummer] en dat er een simkaart in zat met het IMSI nummer [nummer] . Ik zag aan de gegevens dat deze telefoon in gebruik was sinds 04 juni 2018 08:13 uur. Ik zag aan de tijdsaanduiding op het scherm van de telefoon dat deze niet de juiste tijd aangaf. Ik zag dat er negen (9) uren achter loopt tussen de tijd op de telefoon in vergelijking met de werkelijke tijd. Het imeinummer van deze telefoon staat geregistreerd als een gestolen telefoon weggenomen bij een woninginbraak aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Deze inbraak heeft plaatsgevonden in de nacht van 3 op 4 juni 2018. Ik zag dat er een emailadres op deze telefoon was geïnstalleerd te weten: [emailadres] @gmail.com. Ik zag in de ontvangen email berichten dat er verschillende namen werden gebruikt in de aanhef naar dit emailadres. Ik zag onder andere dat er zowel met dit emailadres een account is bij marktplaats.nl en bij speurders.nl. Verder zag ik dat er was ingelogd op Facebook.com. Ik zag dat het hier om hetzelfde account gaat als op de andere telefoon welke verdachte [verdachte] bij zich had. Tevens kon ik de gesprekken via Facebook Messenger lezen. Deze gesprekken kwamen overeen met de gesprekken die ik eerder had gelezen bij Goed 003.
Hierna ben ik doorgegaan met het onderzoek naar de bij de doorzoeking van de woning aan de Oosterkade 36 te Leeuwarden. Hierbij zijn verschillende goederen in beslag genomen onder BVH nummer 2018139942.
Goed 002: Ik zag dat het hier gaat om een harde schijf. Ik zag bij de opgeslagen foto's een foto van de voorkant van [benadeelde partij 3] . Het was mij bekend dat de aangever van de woninginbraak de eigenaar is van deze winkel. Ik heb een tweetal foto's gemaakt en een van een man welke meerdere malen op de foto's voorbij kwam samen met een vrouw.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juni 2018, opgenomen op pagina 153 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Bij verdachte [verdachte] waren na zijn aanhouding voor een openstaande veroordeling en de doorzoeking van de woning waar hij in verbleef een aantal goederen aangetroffen en in beslag genomen. Bij een nader onderzoek zijn er meerdere goederen door mij aan aangever [slachtoffer 1] getoond. Ik toonde de aangever de volgende goederen: JBL koptelefoon Samsung extern geheugen, iPhone 5. Ik hoorde van de aangever dat hij de goederen welke ik hem toonde herkende als zijn eigendom.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal tonen selectie bij fotobewijsconfrontatie d.d. 5 juli 2018, opgenomen op pagina 183 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Ik observeerde de getuige terwijl hij naar de selectie keek. Ik nam daarbij het volgende waar: iedere keer dat er een foto op het beeldscherm verscheen, behalve bij foto nummer zes, zag ik dat de getuige steeds met zijn hoofd nee schudde en ik hoorde dat hij telkens " nee " zei. Nadat foto zes ongeveer twee seconden op het beeldscherm was verschenen, zag ik dat de getuige met zijn hoofd een beetje richting het beeldscherm bewoog. Ik zag dat hij zijn wenkbrauwen omhoog trok en dat zijn ogen hierbij groter werden. Ik hoorde de getuige hierna zeggen: "Ik twijfel, ik wil hem straks nog een keer zien." Na afloop van de confrontatie deelde de confrontatieleider mij mee, dat in de getoonde selectie de foto van de verdachte [verdachte] op plaats 6 stond.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2018, opgenomen op pagina 291 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Ik zag hier per zaak in de historische gegevens van [verdachte] het volgende: ·Zaak 1, aangifte [straatnaam] te Leeuwarden:

De telefoon met daarin een simkaart welke is gekoppeld aan [telefoonnummer] , was 04 juni 2018 om 05:19:46 in gebruik voor een gesprek. Hierbij werd gebruik gemaakt van een netwerkmast welke staat aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Deze mast staan in de nabijheid van de [straatnaam] . Ik zag tevens dat er rond dit tijdstip meerdere malen contact was met een netwerkpaal aan de [straatnaam] en ook aan de [straatnaam]. Ik zag ook dat er op 04 juni 2018 om 07:05:19 uur een van de gestolen mobiele telefoons, iPhone 5s, in gebruik werd genomen door het nummer [telefoonnummer] . Dit is een van de simkaarten welke onder [verdachte] in beslag is genomen. Op 06 juni 2018 om 09:52:26 uur komt er een ander simkaartje in deze gestolen iPhone. Dit kaartje in gekoppeld aan het mobiele nummer [telefoonnummer] . Dit is het tweede simkaartje dat onder verdachte [verdachte] in beslag is genomen en zat ten tijde van de aanhouding nog in het gestolen toestel.

Ten aanzien van feit 2.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte de betreffende telefoon heeft gestolen, zodat verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 2. primair ten laste gelegde feit.

De rechtbank past ten aanzien van het onder 2. subsidiair ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe die voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 13 november 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik heb de goudkleurige Samsung in de nacht van een junk gekocht. Ik betaalde er tussen de € 40,00 en € 50,00 voor. Ik heb hem daarna verkocht.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 24 april 2018, opgenomen op pagina 187 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

Ik doe aangifte van diefstal door middel van inbraak, gepleegd op 24 april 2018 te Leeuwarden, [straatnaam] . Ik heb aan niemand de toestemming gegeven om op welke wijze dan ook mijn woning te betreden en goederen weg te nemen. Op 23 april 2018 omstreeks 22.30 uur ging ik naar boven om te gaan slapen. Op 24 april 2018 omstreeks 03.00 uur heb ik de metalen schuttingdeur gehoord. Ik ben niet wezen kijken. Op 24 april 2018 omstreeks 04.00 uur kwam ik beneden in de woonkamer. Ik zag dat de tuindeuren openstonden. Ik zag dat de telefoon van mijn vriendin weg was. Deze zat in haar tas die op de eetkamerstoel stond. Het betrof een Samsung S6, goudkleurig. Het nummer was [telefoonnummer] . Het imeinummer heb ik zo niet beschikbaar, het doosje ligt in Wit-Rusland. Mijn vriendin is Russisch. Ook is een beurs weg, waar ongeveer aan 10,- euro Russisch geld zat. Waarschijnlijk is men door een bovenraampje aan de voorzijde binnen gekomen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 26 mei 2018, opgenomen op pagina 199 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 3] :

Ik ben de eigenaar van Telecomzaak genaamd [benadeelde partij 4] , gevestigd aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Ik doe namens het bedrijf aangifte van heling. Er is mij naar nu blijkt een gestolen telefoon aangeboden. Op 24 april 2018 werd mij een mobiele telefoon van het merk Samsung type S6, goudkleurig aangeboden. Ik heb de man die mij deze telefoon aanbood gevraagd hem te ontgrendelen. Ik zag dat de telefoon aan stond en dat hij de telefoon kon ontgrendelen. Dat is voor mij namelijk al de eerste check of het een telefoon van de eigenaar zelf is of niet. Hierna heb ik een prijs afgesproken waarvoor ik hem in zou kopen. Dit was voor het bedrag 85,00 euro. Hiermee ging de aanbieder akkoord. Ik kreeg zijn ID kaart en heb waar de verkoper bij was zijn gegevens genoteerd in het opkopers register. Bij het invoeren heb ik ook het imeinummer van de telefoon ingevoerd: [nummer] . Ik kreeg geen melding dat deze telefoon als gestolen stond geregistreerd. Hierop heb ik de gegevens van verkoper ingevoerd aan de hand van de door hem gegeven ID kaart. Ik zag dat de verkoper was [verdachte] .
Tevens geeft u aan dat er een typefout is gemaakt in het opkopers register met het imeinummer en dat de eerste [nummer] moet komen te vervallen.

De rechtbank overweegt dat uit bovenstaande bewijsmiddelen volgt dat verdachte op 24 april 2018 in het bezit was van een op diezelfde dag bij een inbraak weggenomen telefoon. Verdachte heeft verklaard dat hij de telefoon ergens in de nacht van een junk had gekocht voor ongeveer € 45,00. Verdachte heeft de naam van de junk niet willen noemen en heeft aangegeven dat hij vaker 's nachts goederen voor een zacht prijsje koopt.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de telefoon willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze telefoon door misdrijf was verkregen, nu verdachte naar zijn zeggen midden in de nacht de telefoon voor een zacht prijsje heeft gekocht. Het onder 2. subsidiair ten laste gelegde feit kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van feit 3.

De rechtbank stelt op grond van het procesdossier en de behandeling ter zitting het volgende vast.

Uit het dossier blijkt dat in de periode tussen 29 maart 2018 en 2 april 2018 in de [benadeelde partij 1] in Leeuwarden 46 tablets van het merk Prowise, type ML31 1004 worden gestolen. Iedere tablet zat in een opvallende blauwe rubberen hoes. Op 7 april 2018 verklaart [getuige 4] dat hij een dag eerder een tablet van [verdachte] heeft gekocht. [verdachte] is een kale donkere jongen, die goed Nederlands spreekt. De prijs van de tablet was € 200,00. [verdachte] leverde de tablet in een plastic tas en om de tablet heen zat een hoes.

Verdachte heeft tijdens de terechtzitting ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3. primair en subsidiair ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat de betrokkenheid van verdachte bij de vermogensdelicten dusdanig onduidelijk is gebleven, dat niet met voldoende zekerheid kan worden gezegd dat sprake is geweest van diefstal dan wel opzet- of schuldheling, nu een concreet verband tussen verdachte en de gestolen tablets ontbreekt. Hoewel aangever de serienummers van de gestolen tablets heeft doorgegeven, ontbreekt een omschrijving van de door [getuige 4] gekochte tablet. De rechtbank spreekt verdachte derhalve vrij van zowel het onder 3. primair als subsidiair ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van feit 4.

De rechtbank stelt op grond van het procesdossier en de behandeling ter zitting het volgende vast.

Uit het dossier blijkt dat op 13 maart 2018 is ingebroken in de [benadeelde partij 2] . Bij deze inbraak zijn acht laptops van het merk HP X63 weggenomen. De getuige [getuige 5] heeft op 8 juni 2018 verklaard dat hij begin mei 2018 een donkerkleurige HP laptop van [verdachte] heeft gekocht. [verdachte] heeft een donkere huidskleur. [verdachte] had een aantal laptops. [getuige 5] heeft € 130,00 voor de laptop betaald. De getuige [getuige 6] heeft op 20 maart 2018 verklaard dat hij op verzoek van iemand op 14 maart 2018 een laptop heeft ingeleverd bij [bedrijf 2] . Een paar dagen later kwam die persoon weer bij hem met een andere laptop. De laptops waren beide zwart van kleur en volgens deze getuige van het merk HP.

Op 21 maart 2018 verklaart deze getuige [getuige 6] dat [verdachte] de laptops heeft gestolen. De getuige weet niet waar en wanneer de laptops zijn gestolen. Hij heeft twee laptops gezien. Hij weet verder niet hoe de inbraak is gepleegd, waar de laptops lagen en waar de rest van de laptops is gebleven. Verdachte heeft tijdens de terechtzitting ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4. primair en subsidiair ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat de betrokkenheid van verdachte bij de vermogensdelicten dusdanig onduidelijk is gebleven, dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van diefstal dan wel opzet- of schuldheling, nu enig verband tussen verdachte en de gestolen laptops ontbreekt.

Hoewel aangever de serienummers van de gestolen laptops heeft doorgegeven, ontbreekt een omschrijving van de door [getuige 5] gekochte laptop. De enkele verklaring van de getuige [getuige 6] voor wat betreft het daderschap van verdachte acht de rechtbank onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De rechtbank spreekt verdachte derhalve vrij van zowel het onder 4. primair als subsidiair ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair en 2. subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

hij in het tijdvak gevormd door 3 en 4 juni 2018, te Leeuwarden, een notebook/laptop Mac Macbook Air (zilverkleurig) en een notebook/laptop Mac Macbook Pro (zilverkleurig) en een headset (Jbl) en een zilverkleurige spaarpot, inhoud ongeveer 300 of 450 euro en

autosleutels van een Audi [kenteken] en autosleutels van een BMW [kenteken] en een IPhone 4, kleur wit en een IPhone 5s, kleur zwart en een extern geheugen Samsung en een Nomad rugtas (donkerblauw), toebehorende aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen uit een woning (perceel [straatnaam] , aldaar), met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft door middel van inklimming;

2. subsidiair

hij op 24 april 2018 te Leeuwarden, een Samsung S6 telefoon (goudkleurig) heeft verworven en, terwijl hij ten tijde van de verwerving van dit goed wist dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

2. subsidiair Opzetheling.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. primair, 2. primair, 3. primair en 4. primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair gepleit voor vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman bepleit een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en reclasseringstoezicht op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf gelijk is aan het voorarrest.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak en opzetheling. Verdachte heeft daarmee inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de aangever dan wel door de helingshandelingen andermans diefstal bevorderd. Tevens heeft hij aangevers schade berokkend.

Verder is verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, meermalen onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Verdachte wordt aangemerkt als veelpleger.

De rechtbank heeft voorts gelet op het reclasseringsrapport d.d. 29 augustus 2018. De reclassering kan geen relatie leggen tussen het tenlastegelegde en de problemen op de diverse leefgebieden. Verdachte komt zijn afspraken niet na en het komt niet tot (blijvende) gedragsverandering. Het ontbreekt verdachte aan zelfinzicht, probleembesef en een ondersteunend sociaal netwerk om tot gedragsverandering te komen. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen, nu de reclassering geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen.

Gelet op de ernst van de feiten, bezien in samenhang met de strafrechtelijke documentatie van verdachte, acht de rechtbank ter beveiliging van de maatschappij een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Gelet op het feit dat de rechtbank tot een beperktere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van kortere duur dan door de officier van justitie is gevorderd, opleggen. Een strafafdoening als bepleit door de raadsman doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst en omvang van de feiten en gaat voorbij aan het inmiddels forse strafblad van verdachte.

Alles overziende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden passend en geboden.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.276,20 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard nu de vordering niet is onderbouwd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering van de raadsman af te wijzen, nu de vordering niet is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, in verband met het ontbreken van een onderbouwing.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 57, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2. primair, 3. primair, 3. subsidiair, 4. primair en 4. subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1. primair en 2. subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.C. Koelman, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. G.W.G. Wijnands, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 november 2018.