Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:495

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-02-2018
Datum publicatie
15-02-2018
Zaaknummer
18/930283-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Rechtbank spreekt verdachte vrij nu de verklaring van aangever onvoldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.930283-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 februari 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 01 februari 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.G. ten Have, advocaat te Winschoten.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. C.V. van Overbeeke.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 06 januari 2016 te Assen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, een en ander hierin bestaande dat verdachte

- die [slachtoffer] (meermalen) bij een arm en/of een schouder en/of de keel/hals heeft gepakt en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) heeft tegengehouden toen deze het pand waarin hij en verdachte zich bevonden, wilde verlaten en/of

- die [slachtoffer] door dat pand heeft achtervolgd en/of - (onverwachts) de penis van die [slachtoffer] (over diens kleding heen) heeft vastgepakt en/of daarin heeft geknepen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, op grond van de op de terechtzitting opgegeven bewijsconstructie, geconcludeerd dat het ten laste gelegde kan worden bewezen. Naar het standpunt van de officier van justitie wordt de verklaring van aangever voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Verdachte ontkent hetgeen hem wordt verweten en de verklaring van aangever wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Het Whatsapp bericht kan de verklaring van aangever onvoldoende ondersteunen omdat niet duidelijk is in welke context dat bericht moet worden gezien. Het bericht kan dan ook niet gerelateerd worden aan de verweten ontuchtige handelingen.

Oordeel van de rechtbank

In het dossier bevindt zich de verklaring van aangever dat verdachte hem in zijn kruis heeft vastgepakt en daarin heeft geknepen en dat verdachte hem bij de armen en keel heeft vastgepakt.

Verdachte heeft de hem verweten handelingen ten stelligste ontkend en heeft verklaard dat hij aangever op niet aldus heeft aangeraakt.

Voorts bevindt zich in het dossier een door aangever verstuurd Whatsapp bericht met onder andere de tekst: “waarom zit je aan me, hoe zo”. Dit bericht is verstuurd nadat de gestelde ontuchtige handelingen zouden hebben plaatsgevonden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het Whatsapp bericht onvoldoende steun bieden aan de verklaring van aangever omdat niet zonder enige twijfel kan worden gezegd dat bedoelde tekst betrekking heeft op de verweten ontuchtige handelingen.

Ook de uitgewerkte 112-gesprekken kunnen de aangifte niet ondersteunen nu daaruit geen relatie met de vermeende ontuchtige handelingen naar voren komt.

Nu de verklaring van aangever onvoldoende steun vindt in andere wettige bewijsmiddelen, acht de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Depping, voorzitter, mr. H.H.A. Fransen en mr. E.C.M. Wolfert, rechters, bijgestaan door D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 februari 2018.