Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:470

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-01-2018
Datum publicatie
13-02-2018
Zaaknummer
18/730031-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich, als inkoper van softdrugs voor een coffeeshop, op 8 december 2015 schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van in totaal 29.281 gram hennep en/of hasjiesj. De rechtbank acht schuldigverklaring zonder oplegging van straf (art. 9a Sr.) niet aan de orde, aangezien verdachte heeft verklaard dat hij deze hennep deels doneerde aan derden en dit handelen op geen enkele manier is te scharen onder het gedoogbeleid van de coffeeshop. Aan verdachte is een taakstraf van 80 uren opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Opiumwet 3
Opiumwet 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

Parketnummer: 18/730031-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 januari 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,

wonende [straatnaam] [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 december 2017 en 2 januari 2018.

Verdachte is op (de inhoudelijke terechtzitting van) 12 december 2017 verschenen, bijgestaan door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting van 12 december 2017 vertegenwoordigd door mr. H. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 08 december 2015 te [pleegplaats] , gemeente Menameradiel, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3183 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en/of ongeveer 29263 gram (onder andere bestaande uit henneptoppen en vermalen hennep), in elk geval een grote hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, gelet op het op 8 december 2015 aantreffen van hoeveelheden hasjiesj en hennep in het door verdachte gehuurde deel van de loods aan [straatnaam] te [pleegplaats] en de bekennende verklaring van verdachte. Ten aanzien van de hoeveelheden hasjiesj en hennep heeft de officier van justitie zich geconformeerd aan het standpunt van de verdediging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van een bewezenverklaring van het ten laste gelegde, met uitzondering van de ten laste gelegde hoeveelheden hasjiesj en hennep. Er is bij de berekening van de aangetroffen hoeveelheden ten onrechte geen rekening gehouden met het verpakkingsmateriaal, waardoor sprake is van netto hoeveelheden van 3.063 gram hasjiesj en 26.218 gram hennep.

Het oordeel van de rechtbank 1

Op 8 december 2015 is de loods op de locatie [straatnaam] te [pleegplaats] doorzocht. In deze loods is een afgetimmerde ruimte (verder: kantoor) met een deur en ramen aangetroffen. In dit afgesloten kantoor is, onder meer in een kluis, een hoeveelheid hennep en hasjiesj aangetroffen2 en in beslag genomen3.

Verdachte heeft verklaard dat hij het kantoor huurde en dat alles wat daar is aangetroffen aan hem toebehoort, waaronder de henneptoppen, hennepgruis, hasj en joints. Hij leverde voornoemde softdrugs aan een coffeeshop.4

Ter terechtzitting heeft verdachte voornoemde verklaring bevestigd en tevens verklaard dat bij het door de politie geverbaliseerde gewicht van de aangetroffen hennep en hasjiesj ten onrechte geen rekening is gehouden met het gewicht van het verpakkingsmateriaal. Een gripzakje mag immers in een coffeeshop niet meer dan 5 gram hennep dan wel hasjiesj bevatten. Een boodschappentas weegt 100 gram, een sealbag weegt 87 gram, een klein gripzakje voor 1 of 2 gram hennep/hasjiesj weegt 1 gram en een groot gripzakje voor 5 gram hennep/hasjiesj weegt 2 gram.5

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat de politie bij het wegen van de aangetroffen hennep en hasjiesj ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het gewicht van de verpakkingsmaterialen. Voorts blijkt uit het dossier dat een joint 0,3 gram hennep bevat en dat hennepmix 1/3e hennep bevat en 2/3e tabak.6

Uitgaande van voornoemde bewijsmiddelen en verweren komt de rechtbank tot de onderstaande berekening van de hoeveelheid aangetroffen hennep en hasjiesj.

Totaal aangetroffen is 26.218 gram hennep, te weten:

- 1426 joints (à 0,3 gram hennep) = 427,8 gram

- hennep in gripzakjes (totaal) = 1.854 gram

* 287 gripzakjes à 1 gram hennep

* 216 gripzakjes à 2 gram hennep

* 227 gripzakjes à 5 gram hennep

- henneptoppen = 1.055 gram

* 1.355 hennep minus 3 tassen à 100 gram

- hennepmix = 920,66 gram

* 1/3e deel hennep van een totaal van 2762 gram

- emmers met vermalen hennep = 198 gram

- gesealde zakken = 21.763 gram

* 23.503 gram hennep minus 20 sealbags à 87 gram

Totaal aangetroffen is 3.063 gram hasjiesj, te weten:

- hasjiesj in gripzakjes (totaal) = 193 gram

* 62 gripzakjes à 1 gram hasjiesj

* 28 gripzakjes à 2 gram hasjiesj

* 15 gripzakjes à 5 gram hasjiesj

- blokken/repen = 2.870 gram

De rechtbank is gelet op voorgaande bewijsmiddelen en overwegingen van oordeel dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals hierna blijkt onder het kopje ‘bewezenverklaring’.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 8 december 2015 te [pleegplaats] , gemeente Menameradiel, opzettelijk aanwezig heeft gehad 3.063 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en 26.218 gram (onder andere bestaande uit henneptoppen en vermalen hennep) hennep, zijnde hasjiesj en hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en derhalve geen straf of maatregel op te leggen. Het aanwezig hebben van de aangetroffen hoeveelheid softdrugs en de waarde daarvan ziet immers op de bevoorrading van een coffeeshop. Verdachte regelde de bevoorrading van een coffeeshop. De voorraad van een coffeeshop is gedoogd, terwijl de bevoorrading niet onder ditzelfde gedoogbeleid valt. De bevoorrading is echter onontbeerlijk voor de exploitatie van een coffeeshop, waardoor dit toch geschaard dient te worden onder het gedoogbeleid.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De verdachte heeft zich op 8 december 2015 schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van in totaal 29.281 gram hennep en/of hasjiesj. Uit het dossier blijkt dat verdachte de inkoper van softdrugs is voor de coffeeshop [naam bedrijf] , waarvan zijn vriendin de eigenaresse is. In de ruimte waar de softdrugs is aangetroffen, is ook verpakkingsmateriaal aangetroffen met de naam van de coffeeshop [naam bedrijf] . Verdachte heeft verklaard dat hij als enige belast was met de inkoop van softdrugs ten behoeve van de coffeeshop [naam bedrijf] .

Verdachte heeft ter terechtzitting ook verklaard dat de gesealde zakken met hennep van in totaal 21.763 gram niet bedoeld waren voor de verkoop via de coffeeshop [naam bedrijf] , aangezien deze een te laag gehalte werkzame stof (THC) bevatten. Deze hennep doneerde hij onder meer aan een organisatie voor het produceren van wietolie.

Gelet op voorgaande uitleg van verdachte, welke niet door de officier van justitie is betwist, is de rechtbank van oordeel dat niet gesteld kan worden dat de gehele aangetroffen hoeveelheid hennep en/of hasjiesj zag op de voorraad ten behoeve van de coffeeshop [naam bedrijf] . Het verspreiden van hennep aan derden, ook al betreft dit hennep met een laag gehalte werkzame stof (THC), is strafbaar en is op geen enkele manier te scharen onder het gedoogbeleid van de coffeeshop [naam bedrijf] . De rechtbank acht derhalve toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet aan de orde.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte echter wel rekening met het feit dat ongeveer 75% van de aangetroffen hennep niet bestemd was voor verkoop vanwege het lage gehalte aan werkzame stof (THC).

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder is veroordeeld wegens soortgelijke strafbare feiten.

Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 80 uren passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.


Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, voor de duur van 80 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Post, voorzitter, mr. M.B. de Wit en mr. C. Krijger, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 januari 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2015203624, doorgenummerd 1 tot en met 1924, gesloten op 26 september 2016.

2 Pagina’s 440, 443 en 444.

3 Pagina’s 217 tot en met 224.

4 Pagina’s 1800 en 1801.

5 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 december 2017.

6 Pagina 493.