Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:4696

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-11-2018
Datum publicatie
21-11-2018
Zaaknummer
18/930124-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens meerdere diefstallen (uit woningen) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930124-18

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 02/820111-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 november 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd te PI Leeuwarden, Holstmeerweg 7.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 november 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Koops, advocaat te Assen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A. van 't Oever-Grootkarzijn.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging met betrekking tot het onder 2 primair ten laste gelegde, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 juli 2018 te Amersfoort, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, in/uit een woning aan de [straatnaam] heeft weggenomen:

- een schoudertas en/of

- drie, althans een OV Chipkaart(en) en/of

- een oplader en (muziek)oordopjes en/of

- een (Decathlon) zonnebril en/of

- een paar handschoenen en/of

- twee, althans een portemonnee(s),

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2018 tot en met 30 juli 2018 te Amsterdam en/of elders in Nederland, een of meer goed(eren) te weten drie, althans een OV Chipkaart(en) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2018 tot en met 28 juli 2018 te Havelte, gemeente Westerveld, in/uit een woning aan de [straatnaam] ,

- een Playstation 4 en/of

- een (Davision) televisie en/of

- een (Dell) laptop en/of

- een of meerdere sleutel(s),

in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of valse sleutel, door met de (kort) daarvoor gestolen sleutel, zonder toestemming van de rechthebbende, de woning binnen te gaan;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2018 tot en met 28 juli 2018 te Havelte, gemeente Westerveld, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen, een personenauto (Toyota Aygo), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2018 tot en met en 30 juli 2018 te Amsterdam en/of elders in Nederland, een goed te weten een personenauto (Toyota Aygo) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij op of omstreeks 28 juli 2018 te Balloo, gemeente Aa en Hunze, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, in/uit een woning aan de [straatnaam] heeft weggenomen:

- een (Acer Aspire) notebook en/of

- een (Apple) iPad en/of

- een portemonnee,

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2018 tot en met 30 juli 2018 te Amsterdam en/of elders in Nederland, een goed te weten een portemonnee heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

hij op of omstreeks 21 juli 2018 te Bovensmilde, gemeente Midden-Drenthe, in/uit een garage en/of een woning aan/nabij de [straatnaam] een of meer fietsen, een pakje sigaretten, een laptop, een sleutel en/of een paar Nike schoenen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 11] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2018 tot en met 30 juli 2018 te Amsterdam en/of elders in Nederland, een goed te weten een paar Nike schoenen heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof;

5.

hij op of omstreeks 21 juli 2018 te Assen in/uit een woning aan/nabij de Zwin een laptop, een OV-chipkaart en/of of meer foto’s met daarop een of meer vrouwen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2018 tot en met 30 juli 2018 te Amsterdam en/of elders in Nederland, een goed te weten en of meer foto’s met daarop een of meer vrouwen en/of een OV-chipkaart heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 primair, 3 primair, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verdachte ontkent het hem ten laste gelegde en er is - in tegenstelling tot hetgeen onder 2 primair is ten laste gelegd - onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden waaruit blijkt dat verdachte op de plaats van inbraak is geweest ten tijde van de ten laste gelegde woninginbraken. Dit maakt dat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 subsidiair ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 primair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een veroordeling te komen. Niet valt uit te sluiten dat de woninginbraken zijn gepleegd door een ander/anderen dan verdachte, zodat ook niet valt uit te sluiten dat verdachte rondreed in een door een ander/anderen gestolen auto met daarin door een ander/anderen gestolen goederen.

De raadsman heeft zich voor wat betreft het onder 3 subsidiair ten laste gelegde en het 5 subsidiair ten laste gelegde, voor wat betreft de aangetroffen ov chipkaart, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen1 uit van het volgende.

aanhouding verdachte

Verdachte is op 30 juli 2018 aangehouden nadat hij als bestuurder werd aangetroffen in een Toyota Aygo voorzien van kenteken [kenteken]. Deze auto blijkt tussen 27 juli 2018 en 28 juli 2018 te zijn gestolen (feit 2).2 In de auto en in de fouillering van verdachte zijn goederen aangetroffen die te linken zijn aan verschillende diefstallen uit woningen, te weten:

- drie OV-chipkaarten op naam van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] ,3 gestolen op 12 juli 2018 uit een woning aan de [straatnaam] te Amersfoort (feit 1);

- een portemonnee met diverse passen op naam van [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10]4, gestolen op 28 juli 2018 uit een woning aan de [straatnaam] te Balloo (feit 3);

- een paar Nike schoenen, maart 42 kleur blauw met witte rand,5 gestolen op 21 juli 2018 (feit 4);

- een OV-chipkaart op naam van [slachtoffer 6]6 en foto’s,7 gestolen op 21 juli 2018 uit een woning aan de [straatnaam] te Assen (feit 5).

Naast de hierboven genoemde goederen zijn bij de onder 1, 3, 4 en 5 ten laste gelegde diefstallen uit de woningen tevens weggenomen, met betrekking tot feit 1; een schoudertas, een oplader, (muziek)oordopjes), een (Decathlon) zonnebril, een paar handschoenen en twee portemonnees,8 met betrekking tot feit 3; een (Acer Aspire) notebook en een (Apple) iPad,9 met betrekking tot feit 4; fietsen, een pakje sigaretten, een laptop en een sleutel10 en met betrekking tot feit 5; een laptop.11

Naast aangifte van de gestolen Toyota Aygo is door aangever [slachtoffer 4] (feit 2) ook aangifte gedaan van diefstal uit zijn woning aan de [straatnaam] te Havelte, gepleegd tussen 27 en 28 juli 2018, waarbij zijn weggenomen een Playstation 4, een (Davision) televisie, een (Dell) laptop en sleutels.12

steunbewijs

Door verbalisant [verbalisant 1] is gerelateerd dat een bij de diefstal uit de woning te Amersfoort gestolen OV-chipkaart (die in de fouillering van verdachte is aangetroffen), op naam van [slachtoffer 2] , ná de diefstal, maar op dezelfde dag, nog is gebruikt op het station Amersfoort Centraal. Op opgevraagde beelden is te zien dat - op het moment van gebruik - een man door de toegangspoortjes liep. Deze man had een normaal postuur, licht getinte huidskleur, zwart kort haar en was tussen de 20 en 30 jaar oud.13 De rechtbank is van oordeel dat verdachte voldoet aan deze omschrijving. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij een aantal OV-chipkaarten (die naar eigen zeggen in de gestolen Toyota Aygo lagen) zich heeft toegeëigend.14 Dit alles maakt dat verdachte op de pleegdatum geplaatst kan worden in de nabije omgeving van de pleegplaats van feit 1.

Door verbalisant [verbalisant 2] is gerelateerd dat er camerabeelden zijn uitgekeken die zijn gemaakt door een camera van [bedrijf] te Havelte, gelegen nabij de woning van aangever [slachtoffer 4] . Op de camerabeelden is op 27 juli 2018 rond 21:48 uur een manspersoon te zien.15 Van de camerabeelden is een screenshot gemaakt en als bijlage gevoegd in het dossier.16 De rechtbank is door eigen waarneming ter zitting van oordeel dat verdachte sterke overeenkomsten vertoond met de manspersoon die op de beelden te zien is. Deze conclusie vindt steun in het gegeven dat er in de gestolen Toyota Aygo een rugzak is aangetroffen met daarin een korte broek, bruin van kleur, en een blauwpaars Adistar T-shirt.17 Verdachte heeft verklaard dat deze rugzak van hem is.18 Naar het oordeel van de rechtbank toont deze kleding sterke overeenkomsten met de kleding die de manspersoon droeg die te zien is op bovengenoemde camerabeelden van [bedrijf] .

Daarnaast is er met de gestolen OV-chipkaart op naam van [slachtoffer 2] (die in de fouillering van verdachte is aangetroffen), op 27 juli 2018 om 21:44 uur uitgecheckt bij de bushalte Havelte, Havelterbrug.19 Deze bushalte ligt op loopafstand van [bedrijf] .

Dit alles maakt dat verdachte, in de pleegperiode, geplaatst kan worden in de nabije omgeving van de plaats delict van feit 2.

Als laatste is steunbewijs te vinden in het gegeven dat verdachte - naar eigen zeggen - vóór de aanhouding gedurende drie weken verbleef in het noorden,20 terwijl de feiten 2, 3, 4 én 5 in die periode zijn gepleegd in plaatsen gelegen in de provincie Drenthe (naar algemeen spraakgebruik behoort Drenthe tot ‘het noorden’).

modus operandi

Uit de aangiftes21 blijkt dat de modus operandi in alle zaken op een specifiek punt overeenkomsten vertoond. De modus operandi is in die zin bijzonder dat er bij geen van de dieftallen uit de woningen sprake is geweest van braakschade. Kennelijk worden de goederen in alle gevallen door middel van insluiping verworven. De rechtbank acht deze modus operandi zodanig specifiek dat deze als bewijs kan worden gebruikt voor alle tenlastegelegde feiten. Bovendien werden de feiten gepleegd in een relatief kort tijdsbestek.

alternatief scenario verdachte

Verdachte ontkent zijn betrokkenheid bij de diefstallen uit de woningen en de diefstal van de Toyota Aygo en heeft bij de politie en tijdens de terechtzitting verklaard dat hij in de periode voor zijn aanhouding in het noorden verbleef en met kennissen mee kon rijden naar Amsterdam. In Amsterdam zou verdachte de auto hebben geleend van deze kennissen. Verdachte stelt dat hij niet wist dat de auto en de goederen in de auto van diefstal afkomstig waren, maar heeft enkele van deze goederen zich wel toegeëigend. Naar eigen zeggen met toestemming van deze kennissen.22

De rechtbank hecht geen geloof aan deze verklaring, aangezien deze op geen enkele wijze is onderbouwd en (daardoor) niet verifieerbaar is, terwijl van verdachte, onder de gegeven omstandigheden dat hij is aangetroffen in een gestolen auto met daarin goederen die zijn weggenomen in verschillende woningen, mag worden verlangd dat hij daarover duidelijkheid verschaft. Verdachte is hiertoe meermalen in de gelegenheid gesteld (ook ter terechtzitting) maar is desondanks blijven zwijgen over de identiteit van de vermeende kennissen. Nu verdachte geen aannemelijke, de redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft willen geven voor het bij hem aantreffen van de gestolen goederen, zal de rechtbank dit in de overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal betrekken.

Uit het door de rechtbank gebruikte bewijs vloeit voort dat de ten laste gelegde diefstallen uit woningen in een relatief kort tijdsbestek hebben plaatsgevonden, waarbij in alle gevallen dezelfde modus operandi (het insluipen in woningen zonder braakschade achter te laten) is toegepast. Daarnaast zijn in de (gestolen) auto die verdachte bestuurde ten tijde van zijn aanhouding, of wel in zijn fouillering, gestolen goederen gevonden die te linken zijn aan de ten laste gelegde diefstallen (uit woningen). In combinatie met het steunbewijs en de omstandigheid dat hij geen aannemelijke en ontzenuwende verklaring heeft willen geven voor het bij hem aantreffen van de gestolen goederen, levert dit voor alle feiten voldoende wettig en overtuigend bewijs op dat verdachte zich, naast de diefstal van de auto, ten laste gelegd onder feit 2, heeft schuldig gemaakt aan de diefstallen uit woningen zoals bij alle feiten primair is ten laste gelegd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde onder 1, 2, 3, 4 en 5, wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. primair.

hij op 12 juli 2018 te Amersfoort, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een woning aan de [straatnaam] heeft weggenomen:

- een schoudertas en

- drie OV Chipkaarten en

- een oplader en (muziek)oordopjes en

- een (Decathlon) zonnebril en

- een paar handschoenen en

- twee portemonnees,

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;

2 primair.

hij in de periode van 27 juli 2018 tot en met 28 juli 2018 te Havelte, gemeente Westerveld, uit een woning aan de [straatnaam] ,

- een Playstation 4 en

- een (Davision) televisie en

- een (Dell) laptop en

- sleutels,

die aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door met de (kort) daarvoor gestolen sleutel, zonder toestemming van de rechthebbende, de woning binnen te gaan

en

hij in de periode van 27 juli 2018 tot en met 28 juli 2018 te Havelte, gemeente Westerveld, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een personenauto (Toyota Aygo), toebehorende aan [slachtoffer 4] ;

3 primair.

hij op 28 juli 2018 te Balloo, gemeente Aa en Hunze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een woning aan de [straatnaam] heeft weggenomen:

- een (Acer Aspire) notebook en

- een (Apple) iPad en

- een portemonnee,

toebehorende aan [slachtoffer 5] ;

4 primair.

hij op 21 juli 2018 te Bovensmilde, gemeente Midden-Drenthe, uit een garage en een woning aan de [straatnaam] , fietsen, een pakje sigaretten, een laptop, een sleutel en een paar Nike schoenen, die/dat toebehoorde aan [slachtoffer 11] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

5 primair.

hij op 21 juli 2018 te Assen uit een woning aan de Zwin een laptop, een OV-chipkaart en foto’s met daarop een of meer vrouwen, die/dat toebehoorde aan [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair. Diefstal;

2 primair. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels

en,

diefstal;

3 primair. Diefstal;

4 primair. Diefstal;

5 primair. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 subsidiair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden. De officier van justitie acht het niet aangewezen om een (deels) voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden op te leggen omdat verdachte aan in het verleden opgelegde voorwaarden onvoldoende heeft meegewerkt.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit om, in lijn met de richtlijnen die van toepassing zijn op de bewezenverklaarde feiten, over te gaan tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van maximaal 14 weken. Omdat verdachte langer in voorlopige hechtenis zit dan deze tijd, verzoekt de raadsman om verdachte onmiddellijk in vrijheid te stellen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een relatief kort tijdsbestek meerdere malen schuldig gemaakt aan diefstallen (uit woningen). Dergelijke feiten zorgen niet alleen maatschappelijk voor gevoelens van onrust en onveiligheid, maar zijn ook zeer beangstigend voor (met name) de bewoners van betreffende woningen. Verdachte heeft zich hier niet door laten weerhouden en zijn zucht naar buit voorop laten staan. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan, met name omdat een aantal van de diefstallen plaatsvonden op momenten dat bewoners aanwezig waren in de woning, een plek waar zij zich veilig zouden moeten voelen.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat de oplegging van een forse onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening miskend zou worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden, acht de rechtbank niet aanwezig.

De rechtbank zal een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. Dit komt met name omdat de officier van justitie bij het bepalen van haar eis grotendeels uit is gegaan van heling van een beperkt aantal goederen, terwijl de rechtbank bij alle feiten komt tot een bewezenverklaring van diefstal van een aanzienlijk grotere hoeveelheid goederen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van insluiping in een woning - in geval van veelvuldige recidive - een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. In dit geval heeft de rechtbank daarbij in het bijzonder meegewogen dat verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 2 oktober 2018, in het verleden veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten en ten tijde van het ten laste gelegde liep in een proeftijd van een eerdere veroordeling.

Alles afwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 3] tot een bedrag van € 1.411,- ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 80,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
3. [slachtoffer 10] tot een bedrag van € 141,12 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

4. [slachtoffer 11] tot een bedrag van € 600,- ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie, heeft zich op het standpunt gesteld dat alle benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering omdat verdachte met betrekking tot de feiten waar de vorderingen op zien, van het primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken en er geen causaal verband bestaat tussen het subsidiair ten laste gelegde en de opgevoerde schadeposten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich - in lijn met de bepleite vrijspraak met betrekking tot het onder 1 primair ten laste gelegde - op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] dienen te worden afgewezen, omdat het gevorderde deels al vergoed is en omdat er voor het overige geen causaal verband bestaat tussen het subsidiair ten laste gelegde en de opgevoerde schadeposten.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] heeft de raadsman zich - in lijn met de bepleite vrijspraak met betrekking tot het onder 3 primair en 4 primair ten laste gelegde - primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard en subsidiair dat de vorderingen dienen te worden afgewezen wegens een gebrek aan onderbouwing.

Oordeel van de rechtbank

Hoewel naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] schade hebben geleden die het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair, 3 primair en 4 primair bewezen verklaarde, beschikt de rechtbank over onvoldoende informatie om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partijen de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de vorderingen daarom niet ontvankelijk verklaren. De vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 8 november 2017, gewezen door de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Middelburg, is verdachte veroordeeld tot - voor zover hier van belang - een gevangenisstraf voor de duur 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 4 jaren. De proeftijd is ingegaan op 23 november 2017.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 16 oktober 2018 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf, waarvan na gedeeltelijke tenuitvoerlegging d.d. 29 augustus 2018, nog 2 maanden gevangenisstraf resteert.

De hiervoor bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.

De raadsman heeft primair betoogd om de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te verlengen en subsidiair betoogd om een taakstraf te gelasten in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te geven.

Nu veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van het resterende gedeelte van de hem bij voornoemd vonnis van 8 november 2017 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14g, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde onder 1, 2, 3, 4 en 5, bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van 18/930124-18, feiten 1, 3 en 4:

Bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] in hun vordering niet-ontvankelijk zijn en dat zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Bepaalt dat verdachte en de benadeelde partijen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] , ieder hun eigen kosten dragen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 02/820111-17:

Gelast de tenuitvoerlegging van het resterende gedeelte van de gevangenisstraf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg d.d. 8 november 2017, te weten: 2 (twee) maanden gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. van Capelle, voorzitter, mr. H.H.A. Fransen, en mr. J.N.M. Blom, rechters, bijgestaan door mr. A.A. de Haan-Geertsema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 november 2018.

Mr. J.N.M. Blom is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer in de voetnoten wordt verwezen naar processen-verbaal, zijn dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, opgenomen in het dossier van Politie Noord-Nederland, met nummer PL0100-2018241960, opgemaakt d.d. 14 september 2018, waarbij steeds wordt verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 De aangifte van [slachtoffer 4] , p. 67.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 96.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 96.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 137.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 96.

7 De aangifte van [slachtoffer 6] , p. 149.

8 De aangifte van [slachtoffer 3] , p. 51 t/m 53.

9 De aangifte van [slachtoffer 5] , p. 124, 125

10 De aangifte van [slachtoffer 11] , p. 133.

11 De aangifte van [slachtoffer 6] , p. 148, 149.

12 De aangifte van [slachtoffer 4] , p. 68.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 60.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 82.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 102; proces-verbaal van bevindingen, p. 105.

16 Bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen, p. 103.

17 Proces-verbaal diverse goederen, p. 96.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 171.

19 Bijlage bij de aangifte van [slachtoffer 3] , p. 55.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 171.

21 De aangifte van [slachtoffer 3] , p. 48 e.v.; de aangifte van [slachtoffer 4] , p. 66 e.v.; de aangifte van [slachtoffer 5] , p. 121 e.v.; de aangifte van [slachtoffer 11] , p. 131 e.v., de aangifte van [slachtoffer 6] , p. 148 e.v.

22 De verklaring van verdachte ter terechtzitting op 1 november 2018.