Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:4693

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-11-2018
Datum publicatie
20-11-2018
Zaaknummer
18/109923-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens het meermalen seksueel binnendringen van een 13-jarig meisje door een 26-jarige man. Maximale taakstraf opgelegd, rekening houdend met de omstandigheid dat de minderjarige hevig verliefd op verdachte was en regelmatig het initiatief tot seks nam. Ook houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte wist dat wat hij deed in strijd met de wet is; door zijn gedrag voort te zetten heeft verdachte zijn eigen lustgevoelens geplaatst boven de bescherming van een minderjarige. Daarnaast, om de ernst van de gedraging te benadrukken en het mogelijk te maken om bijzondere voorwaarden op te leggen wordt ook een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 245
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-1000
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/109923-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 november 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] aan [straatnaam] ,

hierna: verdachte.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 november 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.R.M. Schaap, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. van den Burg.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 5 juni 2017, op diverse data, te [pleegplaats] , in de gemeente [pleegplaats] , (meermalen) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2003, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die (telkens) bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen

van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het (telkens):

- brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer] en/of

- likken aan de vagina van die [slachtoffer]

en/of

- tongzoenen met die [slachtoffer] .

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Primair heeft zij daartoe aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer] vaag en niet gedetailleerd en om die reden niet betrouwbaar is. Verdachte ontkent seksuele handelingen met [slachtoffer] te hebben verricht. Uit de gesprekken die hij via Facebook Messenger heeft gevoerd met [slachtoffer] blijkt dat er vooral door [slachtoffer] veel voorstellen worden gedaan om af te spreken en seksuele handelingen te verrichten. Uit de gesprekken volgt niet dat de beschreven seksuele handelingen ook daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. De verklaring van verdachte mag ten slotte niet voor het bewijs worden gebruikt, nu deze onder ongeoorloofde druk bij een kwetsbare verdachte tot stand is gekomen. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de handelingen niet ontuchtig zijn. Verdachte en [slachtoffer] onderhielden een affectieve relatie waarbij ondanks het leeftijdsverschil sprake was van gelijkwaardigheid. De gelijkwaardigheid blijkt ook uit de geestesvermogens van verdachte, die functioneert op een lagere leeftijd dan zijn kalenderleeftijd. Bovendien kwam het initiatief om met elkaar af te spreken van [slachtoffer] .

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 5 november 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik heb de chatgesprekken gevoerd waarvan de transcripties zich in het politiedossier bevinden.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 8 juni 2017, opgenomen op pagina 8 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017145570 d.d. 17 januari 2018, inhoudende als verklaring van [getuige] :

Ik doe aangifte van een seksuele relatie tussen [verdachte] en mijn 13-jarige dochter [slachtoffer] .

Op 5 juni 2017 om 21.30 uur was [slachtoffer] niet op haar slaapkamer. Ik had het vermoeden dat ze bij [verdachte] was. Ik heb [verdachte] via messenger een bericht gestuurd en heb gezegd dat als [slachtoffer] bij hem was, dat ze naar huis moest komen. Hij reageerde daarop dat ze naar huis zou komen. Ik heb hem toen ook verboden om nog contact te hebben met [slachtoffer] . Die nacht hadden we contact opgenomen met de huisarts. Dat kwam omdat [slachtoffer] die nacht meerdere keren, zelfs trots, vertelde dat ze al een jaar een seksuele relatie had met [verdachte] .

Ik had hem wel eerder aangesproken, dat was drie kwart jaar geleden

Een jaar terug ongeveer zijn we in het vrijwilligerscircuit terecht gekomen. Wij organiseren een koffieochtend, daar kwam [verdachte] , zijn moeder, zijn zus en haar kind ook. [slachtoffer] hielp wel op deze ochtenden. Op die manier leerde [slachtoffer] [verdachte] kennen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 21 augustus 2017, opgenomen op pagina 20 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :

Ik heb [verdachte] leren kennen tijdens de koffieochtenden in de jeugdsoos. Die begonnen ongeveer een maand nadat wij in [pleegplaats] zijn komen wonen. In het begin gingen we een rondje lopen samen. Ongeveer drie maanden nadat wij in [pleegplaats] zijn komen wonen hebben wij voor het eerst gezoend. We waren aan het tongen. De volgende keer wilde hij ook seks hebben. We hadden dan normale seks: dan moet ik op mijn rug liggen en dan gaat hij er bovenop liggen. Hij doet zijn piemel dan in mijn vagina. Het is meer dan tien keer gebeurd dat [verdachte] zijn piemel in mijn vagina deed. Ik weet dit, omdat het wel drie keer in de week was of zo. De laatste keer dat het gebeurde was afgelopen maandag.

Ook heb ik mijn mond om zijn piemel gedaan. Dan pijp ik hem. Het pijpen is ook drie keer per week gebeurd. De eerste keer was ongeveer een half jaar geleden.

We hadden allebei bedacht dat we er niets over mochten zeggen, omdat het van onze ouders niet mocht.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juni 2017, opgenomen op pagina 99 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Tijdens het telefoongesprek op 6 juni 2017 met [slachtoffer] bleek verbalisant het

volgende:

* [slachtoffer] vertelde dat zij gisteravond, maandag 5 juni 2017, voor de laatste keer seks had

gehad met [verdachte] ;

* [slachtoffer] gaf aan dat zij sinds ongeveer een jaar een relatie had met [verdachte] ;

* [slachtoffer] vertelde dat zij en [verdachte] wel meer dan 10x seks hadden gehad;

* [slachtoffer] vertelde dat zij [verdachte] had gepijpt, maar dat dat gisteravond niet was gebeurd;

* Met seks bedoelt [slachtoffer] dat de piemel van [verdachte] in haar vagina gaat;

* Seksuele handelingen die, volgens [slachtoffer] , tijdens de relatie plaatsvonden waren seks en

pijpen en verder geen andere seksuele handelingen.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juli 2017, opgenomen op pagina 115 van voornoemd dossier en de daarbij behorende bijlage, opgenomen op pagina 187 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de chatgesprekken tussen verdachte en [slachtoffer] :

(ve = chat van verdachte aan [slachtoffer] ; [slachtoffer] = chat van [slachtoffer] aan verdachte)

[slachtoffer] 1 mei 2017 NOU heb zown app die alles aan geeft wanneer ongesteld en alles alleen hoor vandaag voor laatste dag ongesteld te zijn geeft die aan alleen dat klopt nii nu kan het nii zo zijn dat je klaar gekomen was en vervolgens weer op me gaan liggen ofso dat daar iets mis in gegaan is?

ve: 1 mei 2017 nee ja want ben niet in jou klaar gekomen en toen ik klaar was gekomen op onderbroek kleden we ons ja weer gelijk aan j

ve: 7 mei 2017 ja echt wel maar ja nu zitten we ook met de buik van jou hoe doen we dat want wil alles mee maken het liefst maar moet ook de opleiding doen voor mijn geld

[slachtoffer] 9 mei 2017 Ehh weet serieus nie wat k met deze zwangerschap aan moet op het moment ook omdat jij een opleiding gaat doen zeg effe eerlijk je mening nuu

[slachtoffer] 9 mei 2017 Kan het wel weg laten halen maar wil wel dat je der zeker van bent

ve: 9 mei 2017 ja doe maar mop en als ik klar ben met de opleiding gaan we er 2 maken mop

[slachtoffer] 9 mei 2017 okee schat ik ga een afspraak maken bij de abortuskliniek

[slachtoffer] 9 mei 2017 Schat ik heb nagedacht over abortus en veel gelezen en ben der wel uit nu uhmm hebben het nu al zo vaak geprobeerd en nu is het gewoon gelukt en het is beter dat we het kind houde

[slachtoffer] 10 mei 2017 Nu misschien maar effe alleen het veilig doen tot dat jij klaar bent met je opleiding miss is dat effe slimmer schat

ve: 10 mei 2017 ja denk ik ook mop

[slachtoffer] 10 mei 2017 kunnen het zaterdag doen

ve: 10 mei 2017 oké wil je diep en zacht of beetje er in en zacht genomen worden

[slachtoffer] 10 mei 2017 uhmm diep en uhmm hard

[slachtoffer] 14 mei 2017 Heel eerlijk we waren ook niet heel slim bezig met seks is echt fk kut om op het verkeerde moment zwanger te zijn effe

ve: 14 mei 2017 ja

ve: 17 mei 2017, 22:16 uur oké mop jij mag pijpen en zoo mop maar als ik klaar kom gaa je dan door mop

[slachtoffer] 17 mei 2017, 22:17 uur Jaah

[slachtoffer] 17 mei 2017, 22:18 uur Moet effe snel andere shirt aan doen en schoene dan ga ik wel lope

ve: 17 mei 2017, 22:19 uur oké mop wil wel is zien als je dat durf mij klaar laten kommen in je mond en dan nog door gaan dikke vete blift

[slachtoffer] 17 mei 2017, 22:19 uur Je ziet het zo wel

ve: 17 mei 2017, 23:50 uur en nog betrapt

[slachtoffer] 17 mei 2017, 23:50 uur Neeeh ze slape

ve: 17 mei 2017, 23:51 uur had je nog door kunnen gaan met slikken

ve: 17 mei 2017, 23:51 uur vond best lekker hoe je deed mop

[slachtoffer] 10 mei 2017 Dan zijn we zeker weer aan het tongen en dan ga je zeker weer vingeren zeker grappig dan krijg je wel seks hoor schat

ve: 11 mei 2017 ja mied maar als ze naar me moeder gaat ben ik wel de lul

ve: 11 mei 2017 aan gifte en zoo dan zit ik in de bak

[slachtoffer] 29 april 2017 Nah ja dat met [naam] Ben der nog boos om op haar dus als ik der tegen kom heeft ze een prob uhmm ben niet meer boos op je alleen wil wel dat je [naam] niet meer spreekt of ziet of iets dergelijks voor de rest ik wil nu wel serieus dat onze

relatie nu gewoon openbaar word en moeten morgen effe samen zijn moet effe wat doen bij jou deal?

ve: 29 april 2017 doe mij best

[slachtoffer] 7 mei 2017 Ohhh je ziet [naam] dan ook nii meer

ve: 7 mei 2017 klopt

ve: 7 mei 2017 en als het naar de oplijding open baar gooien dan heb ik

nooit meer last ja van haat

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

In de eerste plaats ligt ter beoordeling voor of de ten laste gelegde handelingen hebben plaats gehad. De rechtbank heeft geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] . Van vage of door de politie gestuurde verklaringen is naar haar oordeel geen sprake.

Daartoe overweegt de rechtbank dat [slachtoffer] uitgebreid is in haar beschrijving van hetgeen zich tussen verdachte en haar heeft afgespeeld. Zij heeft de verrichte seksuele handelingen nader beschreven. Ze beschrijft het penis-in-vaginacontact, pijpen en tongzoenen. Deze verklaringen komen overeen met hetgeen zij de politie daags na de melding van haar moeder telefonisch heeft verteld. Zo al sprake was van moeizame communicatie van [slachtoffer] tijdens het politieverhoor, zoals de raadsvrouw heeft betoogd, wijt de rechtbank die veeleer aan de jeugdige leeftijd van [slachtoffer] .

De feiten en omstandigheden waarover [slachtoffer] verklaart vinden naar het oordeel van de rechtbank voldoende steun in ander bewijsmateriaal, te weten de inhoud van de chatgesprekken, waarvan verdachte heeft verklaard dat hij die gevoerd heeft. De rechtbank volgt verdachte niet in zijn standpunt ter terechtzitting dat de chatgesprekken slechts fantasiegesprekken waren met iemand die hij nooit heeft ontmoet. Niet alleen staat dit haaks op het betoog van de verdediging dat uit de gesprekken volgt dat verdachte en [slachtoffer] een affectieve relatie onderhielden; ook knopen de chatgesprekken die verdachte met [slachtoffer] heeft gevoerd aan bij concrete gebeurtenissen en ontmoetingen. Zij maken afspraken om elkaar fysiek te treffen (er worden concrete tijdstippen genoemd, waarbij [slachtoffer] aangeeft dat zij "nu gaat lopen"), bespreken wat zij zullen gaan doen en chatten over seksuele handelingen die zij met en bij elkaar hebben verricht. Zo wordt in het gesprek van 1 mei 2017 gesproken over het seksuele contact waaruit de door [slachtoffer] gestelde zwangerschap zou zijn ontstaan. Dat dit, zoals verdachte aanvoert, een fantasiegesprek is over een gebeurtenis die nooit heeft plaatsgevonden acht de rechtbank - mede in het licht van het vervolg van de gesprekken waarin verdachte en [slachtoffer] concreet hebben besproken hoe zij met de vermeende zwangerschap van [slachtoffer] omgaan - volstrekt ongeloofwaardig. Of [slachtoffer] daadwerkelijk zwanger is geweest of dit alleen maar zegt acht de rechtbank in dit verband niet relevant. Waar het om gaat is dat verdachte in dit gesprek zelf verwijst naar een concrete gebeurtenis waarbij ook volgens hem sprake is geweest van seksueel contact met [slachtoffer] .

Of de (gedeeltelijk) bekennende verklaring van verdachte onder ongeoorloofde druk tot stand is gekomen en of daarbij vormen zijn verzuimd kan buiten bespreking blijven nu de rechtbank deze verklaring niet voor het bewijs bezigt.

De rechtbank neemt dus als uitgangspunt dat de handelingen zoals die uit de verklaring van [slachtoffer] blijken en die door de chats worden ondersteund zich hebben voorgedaan. Uit de verklaringen van [slachtoffer] en haar moeder leidt de rechtbank af dat de pleegperiode is gestart op 1 oktober 2016 en is geëindigd op 5 juni 2017.

Vervolgens ligt de vraag voor of de bewezenverklaarde handelingen ontuchtige handelingen zijn in de zin van artikel 245 Sr.

Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. In de relatie tussen verdachte en [slachtoffer] is geen sprake van gelijkwaardigheid. Het grote leeftijdsverschil van 12 jaar is daarvoor een belangrijke indicatie. Verdachte was ten tijde van het feit een 25-jarige jongeman die zelfstandig in het leven staat. Ten tijde van de pleegperiode woonde hij op zichzelf, zou een opleiding volgen en ontving een inkomen in de vorm van een Wajong- en een DUO-uitkering; hij kon zich met grote mate van zelfstandigheid handhaven in de maatschappij. De geestelijke ontwikkeling van verdachte staat daaraan niet in de weg. Sterker, uit de chats (bijvoorbeeld die van 11 mei 2017) blijkt dat verdachte wist dat wat hij deed ongeoorloofd was, en toch heeft hij zijn gedrag voortgezet. Ook heeft hij zijn omgang met [slachtoffer] verborgen gehouden voor zijn partner met wie hij thans verloofd is, zoals blijkt uit de chats van 29 april en 7 mei 2017. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte bedachtzaam en berekenend, en daarmee op een volwassen manier te werk is gegaan.

Tegenover de persoon van verdachte staat een destijds 13-jarig meisje, dat bij haar moeder woont en naar de middelbare school gaat. De rechtbank leidt uit het dossier geen omstandigheden af waaruit blijkt dat [slachtoffer] op een volwassener niveau functioneert dan haar kalenderleeftijd doet vermoeden.

Uit de chats is het de rechtbank gebleken dat niet alleen verdachte, maar ook [slachtoffer] initiatieven heeft getoond om (seks-)afspraken met verdachte te maken. Gelet op de beschermingsnorm van artikel 245 Sr kan deze omstandigheid zich in dit geval niet tegen [slachtoffer] keren.

Het handelen van verdachte is ontuchtig. Het ten laste gelegde is daarmee wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 5 juni 2017, op diverse data, te [pleegplaats] , in de gemeente [pleegplaats] , meermalen met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2003, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die telkens bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het telkens:

- brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en de mond van die [slachtoffer]

en

- tongzoenen met die [slachtoffer] .

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ervoor gepleit om bij bewezenverklaring geen straf of maatregel op te leggen. Het initiatief om af te spreken kwam vooral van [slachtoffer] . Verdachte heeft [slachtoffer] niet gedwongen tot de ten laste gelegde handelingen. Verdachte heeft bovendien een ontwikkelingsachterstand. Hij heeft geen justitiële documentatie, en verdachte heeft een nacht in verzekering doorgebracht.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een dertienjarig meisje. Daarbij is sprake geweest van seksueel binnendringen. Verdachte was ten tijde van het delict 26 jaar oud. De rechtbank rekent hem aan dat hij de lichamelijke integriteit van het meisje heeft geschonden.

De rechtbank houdt rekening met het feit dat volgens het meisje zelf sprake was van een affectieve relatie, alsmede de omstandigheid dat zij veelvuldig contact zocht met verdachte en daarbij seksuele voorstellen deed. Verdachte wist echter dat zijn handelen ontoelaatbaar was.

Desondanks heeft verdachte zijn gedragingen voortgezet en heeft op die manier zijn eigen lustgevoelens geplaatst boven de bescherming van een minderjarige. Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Deze onverantwoordelijke houding heeft verdachte met zijn ontkennende proceshouding voortgezet. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

De rechtbank houdt aan de andere kant bij de strafoplegging uitdrukkelijk rekening met de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte. Uit het Pro Justitia-rapport van 25 oktober 2018 blijkt dat verdachte is gediagnosticeerd met ADHD, autisme en een verstandelijke beperking. Er is bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling, die forse beperkingen met zich brengt met betrekking tot het intellectueel functioneren en het adequaat kunnen inschatten van sociale situaties. Gezien de ernst van de beperkingen dient er vanuit te worden gegaan dat de gebrekkige ontwikkeling in enige mate heeft doorgewerkt in het ten laste gelegde. Het handelen kan in verminderde mate aan verdachte worden toegerekend. Geadviseerd wordt om betrokkene bij een bewezenverklaring bij een (deels) voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarde op te leggen om mee te werken aan een ambulante behandeling gericht op het leren omgaan met relaties en intimiteit, het beter leren beheersen van zijn impulsen en het aanleren van betere oplossingsvaardigheden.

De rechtbank neemt deze conclusies over en maakt deze tot de hare.

Gelet op de ernst van het feit en de persoon van verdachte acht de rechtbank een maximale taakstraf van 240 uren passend en geboden. Om de ernst van het feit te benadrukken en het stellen van bijzondere voorwaarden mogelijk te maken ziet de rechtbank aanleiding om daarnaast een forse (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een mobiele telefoon (merk: Samsung) moet worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.168,44 ter vergoeding van materiële schade en € 20.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan. Ook heeft de benadeelde partij gevorderd om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de officier van justitie

Van de gevorderde materiële schade kan een deel, reiskosten groot € 26,05, worden toegewezen. Van het overige kan niet op eenvoudige wijze worden vastgesteld dat die schade direct gerelateerd kan worden aan het ten laste gelegde. De benadeelde partij dient voor dit deel niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partij dient voor de gevorderde immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk te worden verklaard. Er kan niet op eenvoudige wijze worden vastgesteld welk deel van de geleden schade direct gerelateerd kan worden aan het ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

Primair dient de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Subsidiair dient de vordering van de benadeelde partij te worden afgewezen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade tot een bedrag van € 26,05 voldoende aannemelijk is geworden. Dit bedrag zal worden toegewezen. De overige materiële schade kan niet op eenvoudige wijze worden vastgesteld. Het betreft reiskosten die de ouders hebben moeten maken naar verschillende instellingen waarin [slachtoffer] is opgenomen. Voor dit deel zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. Gelet op hetgeen hierna zal worden overwogen is niet eenvoudig vast te stellen in hoeverre deze schade het gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Voor wat betreft de gestelde immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is van oordeel dat met het door verdachte gepleegde feit een dusdanig ernstige inbreuk is gemaakt op het zelfbeschikkingsrecht en de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] dat dit in zichzelf als een aantasting van de persoon moet worden beschouwd en reeds daarom smartengeld kan worden toegewezen. Namens [slachtoffer] wordt een bedrag van

€ 20.000,00 gevorderd, waarbij wordt uiteengezet welke gevolgen het feit voor haar heeft gehad. Uit deze onderbouwing blijkt dat er, ook voor het delict, bij [slachtoffer] sprake was van trauma's en problematiek binnen het gezin. De rechtbank is van oordeel dat niet eenvoudig is vast te stellen welk deel van de schade is toe te rekenen aan het door verdachte gepleegde feit. Zij zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2016. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij ten aanzien van het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk is.

De rechtbank acht voorts oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36f, 57 en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf, een gedeelte, groot 238 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich uiterlijk op 3 december 2018 meldt bij Reclassering Nederland, Leonard Springerlaan 21 te Groningen.

2. dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van een ambulante forensische polikliniek, door de reclassering aan te wijzen en voor zolang als dat de reclassering dit nodig acht, op de tijden en plaatsen als door of namens die kliniek aan te geven, teneinde een behandeling te volgen die gericht is op het leren omgaan met relaties en intimiteit, in een combinatie van verbale therapie en psychomotore therapie.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Beveelt dat voor het geval veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van vier maanden zal worden toegepast.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven telefoon (merk Samsung).

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.526,05 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2016.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te betalen een bedrag van € 2.526,05, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 50 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 26,05 aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. M.B.W. Venema en mr. A.G.D. Overmars, rechters, bijgestaan door mr. E.W. Jeuring, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 november 2018.
Mr. Overmars is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.