Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:4651

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24-07-2018
Datum publicatie
16-11-2018
Zaaknummer
6609301 \ CV EXPL 18-415
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontvangsttheorie: artikel 3:37 lid 3 BW.

Tussen partijen is een service overeenkomst incasso gesloten.

Gedaagde stelt de overeenkomst per e-mail te hebben opgezegd.

Eiseres heeft betwist de e-mail, waarbij de opzegging zou zijn gedaan, te hebben ontvangen.

De enkele stelling dat de e-mail is verzonden is onvoldoende, omdat de wet vereist dat deze ook daadwerkelijk door de andere partij moet zijn ontvangen.

Gesteld noch gebleken is dat de e-mail, waarbij de overeenkomst zou zijn opgezegd, door eiseres is ontvangen.

Volgt toewijzing van de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2019/19
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 6609301 \ CV EXPL 18-415

vonnis van de kantonrechter van 24 juli 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Invorderingsbedrijf B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eisende partij,

gemachtigde: Moneyfirst,

tegen

[gedaagde] ,

gevestigd te [woonplaats] , [adres] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: dhr. [K].

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

1.2

de dagvaarding van 12 januari 2018 met producties;

1.3

de conclusie van antwoord met producties;

1.4

de conclusie van repliek met producties;

1.5

de conclusie van dupliek met producties;

1.6

de akte uitlating producties van eiseres.

2 De vaststaande feiten

2.1

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.2

Tussen partijen is 3 augustus 2016 een service overeenkomst incasso gesloten, waarbij gedaagde tegen betaling van een jaarbijdrage en tegen de overeengekomen voorwaarden en tarieven incassozaken aan eiseres uit handen kan geven, die eiseres alsdan buitengerechtelijk zal behandelen tegen de overeengekomen voorwaarden en tarieven.

Op de overeenkomst zijn van toepassing de door eiseres gehanteerde productvoorwaarden en algemene voorwaarden.

artikel 4 en 4.1 van de algemene voorwaarden luidt: "

4. Duur overeenkomst:

4.1

Het Invorderingsbedrijf biedt samenwerking op basis van een losse opdracht of op basis van een abonnement. Tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen, wordt een abonnement initieel aangegaan voor een periode van twaalf maanden met stilzwijgende verlenging voor telkens dezelfde periode, tenzij één van de partijen drie maanden voor het verstrijken van enige periode schriftelijk - en aangetekend - heeft . Bij geen tijdige opzegging wordt de overeenkomst voor een gelijke periode voortgezet, onder de dan geldende voorwaarden en tarieven."

2.3

Bij factuur met nummer 12718493 van 4 augustus 2016 is aan gedaagde een bedrag ad € 211,75, inclusief BTW in rekening gebracht, ter zake: "Service overeenkomst incasso Premium 01-08-2016 t/m 31-07-2017."

Gedaagde heeft deze factuur voldaan.

2.4

Bij factuur met nummer 12727116 van 1 augustus 2017, met vervaldatum 15 augustus 2017, is aan gedaagde een bedrag ad € 211,75, inclusief BTW in rekening gebracht, ter zake: "Service overeenkomst Incasso Premium 01-08-17 t/m 31-07-18".

Gedaagde heeft deze factuur, ondanks ingebrekestelling en sommatie, onbetaald gelaten.

3 De vordering en het verweer

3.1

Eiseres vordert om gedaagde bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen om aan eiseres te betalen een bedrag ad € 333,61, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 12 januari 2018 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten, waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde van eiseres en de noodzakelijke verschotten, zulks met bepaling dat gedaagde over het bedrag van deze proceskosten de wettelijke rente ex art. 6:119 BW verschuldigd zal zijn vanaf de vijftiende dag na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening, alsmede met veroordeling van gedaagde in de nakosten met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis zijn betaald, gedaagde daarover de wettelijke rente ex art. 6: 119 BW verschuldigd al zijn tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2

Eiseres heeft daartoe gesteld dat tussen partijen op 3 augustus 2016 een service overeenkomst incasso is gesloten, waarbij gedaagde tegen betaling van een jaarbijdrage en tegen de overeengekomen voorwaarden en tarieven incassozaken aan eiseres uit handen kan geven, die eiseres alsdan buitengerechtelijk zal behandelen tegen de overeengekomen voorwaarden en tarieven. De factuur betreffende de periode 1 augustus 2016 tot en met 31 juli 2017 ad € 211,75 is door gedaagde voldaan.

Omdat er geen opzegging van gedaagde werd ontvangen is aan gedaagde bij factuur met nr. 12727116 d.d. 31 juli 2017 ad € 211,75 het abonnementsgeld over de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2018 in rekening gebracht. Gedaagde stelt dat de overeenkomst zou zijn opgezegd per e-mail van 7 maart 2017, maar eiseres betwist stellig dat deze e-mail door haar is ontvangen.

3.3

Gedaagde heeft verweer gevoerd.

Hij heeft daartoe aangevoerd - zakelijk weergegeven en voor zover voor de beoordeling van belang - dat hij inderdaad met eiseres de door haar aangegeven overeenkomst is aangegaan in 2016 en dat hij het eerste jaar ook netjes heeft betaald.

Gedaagde voert aan dat hij de overeenkomst bij e-mail van 7 maart 2017 heeft opgezegd.

Van de opzegging heeft hij geen bevestiging ontvangen en gedaagde heeft daarna niets meer van eiseres vernomen tot de ontvangst van de factuur in augustus 2017, waarbij het abonnementsgeld over de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2018 ad € 211,75, inclusief BTW, in rekening werd gebracht.

Gedaagde meent dat hij het abonnementsgeld over het tweede jaar niet verschuldigd is, omdat hij de overeenkomst tijdig per e-mail heeft opgezegd.

Gedaagde heeft vraagtekens bij de ontkenning van de ontvangst van de e-mail van 7 maart 2017 door eiseres.

Naar het oordeel van gedaagde klopt de factuur ook niet, omdat hij twee maal de maand augustus 2017 moet betalen.

Eiseres liet weten dat het abonnement alleen per aangetekende brief kon worden beëindigd en verwees daartoe naar de algemene voorwaarden. De overeenkomst is tijdig opgezegd, zodat zij niets meer aan eiseres verschuldigd is

4 De beoordeling

4.1

Aan de hand van de beschikbare gedingstukken stelt de kantonrechter vast dat gedaagde niet heeft betwist dat zij een overeenkomst met eiseres heeft gesloten en dat zij op grond daarvan abonnementsgelden verschuldigd is geworden. Gedaagde heeft immers niet betwist de overeenkomst te hebben ingevuld en in een pdf-bestand aan eiseres te hebben gezonden. (zie e-mail d.d. 4 augustus 2016, productie 2 bij dagvaarding).

Hierna is door eiseres de factuur met nummer 12718493 van 4 augustus ten bedrage van € 211,75, inclusief BTW aan gedaagde toegezonden, ter zake: "Service overeenkomst incasso Premium 01-08-2016 t/m 31-07-2017."

Gedaagde heeft deze factuur vervolgens voldaan.

4.2

Gedaagde voert aan dat zij de overeenkomst tijdig heeft opgezegd per e-mail van 7 maart 2017, zodat zij niet gehouden is tot betaling van de factuur van 1 augustus 2017 ad € 211,75, met betrekking tot de Service overeenkomst Incasso Premium over de periode 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2018. Gedaagde heeft daarbij nog aangegeven dat hij nimmer een bevestiging heeft gekregen en nadien niets meer van eiseres heeft vernomen.

4.3

Eiseres heeft uitdrukkelijk betwist de e-mail van 7 maart 2017, waarbij gedaagde de overeenkomst zou hebben opgezegd, heeft ontvangen.

4.4

De kantonrechter overweegt dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring pas werking heeft als die de betreffende persoon heeft bereikt, de ontvangsttheorie (zie art. 3:37 lid 3 BW).

Wat betreft e-mailverkeer is nodig en voldoende dat het betreffende bericht in de "in-box" van de geadresseerde is gekomen. Verzending alleen is onvoldoende. Uit niets blijkt dat de e-mail van 7 maart 2017 door eiseres in haar "in-box" is ontvangen. Nu het op de weg ligt van gedaagde om zijn stelling - dat hij de overeenkomst per e-mail van 7 maart 2017 heeft opgezegd - te bewijzen, en gedaagde daarvan geen (begin van) bewijs heeft geleverd of bewijs heeft aangeboden, gaat de kantonrechter er van uit dat gedaagde de overeenkomst niet heeft opgezegd.

4.5

Gedaagde zal dan ook worden veroordeeld tot betaling van het abonnementsgeld over de periode 1 augustus 2017 tot en met juli 2018 ad € 211,75, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke handelsrente, waartegen geen afzonderlijk verweer is gevoerd.

4.6

Het verweer dat gedaagde twee keer voor de maand augustus heeft moeten betalen wordt verworpen. Nu er blijkens de beschikbare gedingstukken sprake is van een jaarbijdrage, waarbij de periode jaarlijks loopt van 1 augustus tot en met 31 juli, kan van een dubbele betaling van de maand augustus immers geen sprake zijn.

4.7

De eisende partij heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot ten hoogste het bedrag van de wettelijke staffel, zoals vermeld in artikel 2 van het Besluit Vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, in casu € 40,00.

De gevorderde BTW over de incassokosten zal worden afgewezen nu niet is gesteld of gebleken dat eisende partij niet BTW-plichtig is.

4.8

De gevorderde bureaukosten/interne invorderingskosten ad € 40,00 komen niet voor toewijzing in aanmerking, omdat deze worden geacht te zijn begrepen in de gevorderde en toegewezen (buitengerechtelijke) incassokosten.

4.9

Gedaagde dient als de in het ongelijk te stellen partij ook te worden veroordeeld in de kosten van het geding, waaronder een bedrag ad € 120,00 wegens salaris van de gemachtigde van eiseres, welk bedrag is gebaseerd op 2 punten van het toepasselijk liquidatietarief, met bepaling dat gedaagde over het bedrag van de proceskosten de wettelijke rente ex art. 6:119 BW verschuldigd zal zijn vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der voldoening.

4.10

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna in het dictum is vermeld.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 276,81 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 211,75 vanaf 12 januari 2018 tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van eiseres begroot op € 85,21 aan dagvaardingskosten, € 119,00 aan vast recht en € 120,00 aan salaris gemachtigde, met bepaling dat gedaagde over het bedrag van de proceskosten de wettelijke rente ex art. 6:119 BW verschuldigd zal zijn vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der voldoening;

veroordeelt gedaagde, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na betekening volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 30,00 (een half punt van het toepasselijk liquidatietarief, met een maximum van € 100,00) aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. C.J.R. de Locht en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2018.

typ/conc: 473bl

coll: