Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:4568

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-11-2018
Datum publicatie
12-11-2018
Zaaknummer
18/830042-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens ontucht, vervaardigen en voorhanden hebben van kinderpornografisch materiaal en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar, zodat naast een gevangenisstraf ook een TBS-maatregel wordt opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 240b
Wetboek van Strafrecht 247
Wetboek van Strafrecht 248d
Wetboek van Strafrecht 282
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830042-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 12 november 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd te Zwolle, Zwolle PPC.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

29 oktober 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F. Kappelhof, advocaat te Delfzijl. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Klooster.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

A.

hij op of omstreeks 3 maart 2018, te Haren Gn, in de gemeente Haren, een persoon, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2008) van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft verdachte:

- die [slachtoffer 1] vanuit de auto aangesproken en/of gevraagd om dichterbij te komen en/of is hij die [slachtoffer 1] achterna gereden en/of

- die [slachtoffer 1] gevraagd om in de auto te stappen terwijl hij, verdachte, zich ten overstaan van die [slachtoffer 1] aan het aftrekken was, althans met zijn geslachtsdeel aan het spelen was;

B.

hij op of omstreeks 3 maart 2018 te Haren Gn, in de gemeente Haren, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2008) van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen een of meer ontuchtige handelingen, te weten het tonen van de ontblote borsten, te plegen, door tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij een warmtecheck wilde doen om te zien of het hart van die [slachtoffer 1] wel warm genoeg was en/of door gebruik te maken van zijn overwicht gezien het leeftijdsverschil tussen die [slachtoffer 1] en hem, verdachte;

C.

hij op of omstreeks 3 maart 2018, te Haren Gn, in de gemeente Haren, een afbeelding, te weten een filmpje met zijn mobiele telefoon, heeft vervaardigd, terwijl op die afbeelding (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar was/waren, waarbij een persoon, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2008), die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, immers heeft hij verdachte de blote borsten van die [slachtoffer 1] gefilmd;

2.

A.

hij op of omstreeks 22 september 2017, te Haren Gn, in de gemeente Haren, (een) perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 2010) en/of [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2010), van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft verdachte die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] vanuit de auto aangesproken en/of gevraagd om in een gaatje te kijken, terwijl hij verdachte zich ten overstaan van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft afgetrokken;

B.

hij op of omstreeks 22 september 2017 te Haren Gn, in de gemeente Haren, met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2010), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte die [slachtoffer 3] vastgepakt en/of richting zijn, verdachtes, kruis geduwd;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 22 september 2017 te Haren Gn, in de gemeente Haren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2010), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen te plegen, immers heeft hij, verdachte die [slachtoffer 3] vastgepakt en/of richting zijn, verdachtes, kruis geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 17 oktober 2017, te Haren Gn, in de gemeente Haren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (een) afbeelding te vervaardigen, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar was/waren, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, immers heeft hij aan [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum] 2009) en [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum] 2009) gevraagd of hij, verdachte, sexy foto's van hun mag maken;

4.

A.

hij op of omstreeks 7 februari 2018 te Haren Gn, in de gemeente Haren, opzettelijk [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum] 2008) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer 6] in een door hem, verdachte, bestuurde auto te trekken en/of te zetten en/of (vervolgens) die [slachtoffer 6] gedurende enige tijd van haar vrijheid heeft beroofd;

B.

hij op of omstreeks 7 februari 2018 te Haren Gn, in de gemeente Haren, met [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum] 2008), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte de buik van die [slachtoffer 6] betast en/of zijn hand in de broek van die [slachtoffer 6] gestoken;

5.

hij op of omstreeks 3 maart 2018, te Sappemeer, (althans) in het arrondissement Noord Nederland,

een (aantal) afbeelding(en), te weten (digitale) foto- en/of filmbestanden, op een tweetal gegevensdragers, te weten een telefoon, merk Samsung SM-G935F Galaxy S7 Edge (10 afbeeldingen) en/of een harde schijf (merk Seagate met goednummer [nummer] ) van een desktop, merk Asus (29 afbeeldingen), heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) een of meer seksuele gedragingen zichtbaar was/waren, waarbij (telkens) een of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken welke voornoemde seksuele gedraging(en) –zakelijk weergegeven- bestonden uit:

- het met de penis oraal en/of vaginaal en/of penetreren van het lichaam van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(Bestandsnamen: [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ) en/of

- het met de penis en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en/of

- het met de penis en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en/of

- het met de vinger/hand en/of een voorwerp betasten van eigen geslachtsdelen door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

(Bestandsnamen [bestandsnaam] ) en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, waarbij door de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) en/of de onnatuurlijke houding nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht werden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking had(den) en/of strekte(n) tot seksuele prikkeling

(Bestandsnamen [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ) en/of

- het ejaculeren en/of zichtbaar maken van sperma op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(Bestandsnamen: [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ).

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 3 ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er te weinig concrete en verifieerbare gegevens beschikbaar zijn om te kunnen bepalen of verdachte degene is geweest die heeft geprobeerd naaktfoto's van de meisjes te maken.

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1A, 1B, 1C, 2A, 2B primair, 4A, 4B en 5 ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 en 3 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte heeft ontkend bij deze feiten betrokken te zijn geweest. Ten aanzien van feit 2 komt daar bij dat de beschrijving die [slachtoffer 3] heeft gegeven van de dader, afwijkt van de persoon van verdachte. Het zou volgens [slachtoffer 3] gaan om een oudere, kale man met een baard of een zwart sikje. Vooral de geschatte leeftijd, tussen 40 en 70/80 jaar, de kaalheid en een zwarte sik zijn kenmerken die absoluut niet passen bij verdachte. Ook de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] voor wat betreft de beschrijving van de kleding wijken heel erg af. Ten aanzien van de bewijskracht van de verklaringen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] moet terughoudendheid worden betracht, gezien de leeftijd van de meisjes.

Dat de telefoon van verdachte op 22 september 2017 een mast in Haren heeft aangestraald, zegt volgens de raadsman niet zo veel omdat verdachte door Haren reed als hij - ongeveer vijf keer per week - naar de sportschool ging. Bovendien is het stralingsgebied van de telefoonmasten zeer ruim. De kans dat verdachte elders was is veel groter dan de kans dat verdachte op de plaats delict was. Om feiten die een vergelijkbare modus operandi hebben aan verdachte te linken, is een stap te ver.

De raadsman heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het onder 1A, 1B, 1C, 4A, 4B en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ten aanzien van het onder 1A ten laste gelegde heeft de raadsman gesteld dat uit het proces-verbaal niet kan worden afgeleid dat verdachte [slachtoffer 1] heeft gevraagd om in de auto te stappen.

Oordeel van de rechtbank

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Evenals de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank het onder 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij dat er naast de aangifte onvoldoende ondersteunend bewijs is dat wijst op de betrokkenheid van verdachte bij dit feit.

ten aanzien van het onder 1A, 1B, 1C, 4A, 4B en 5 ten laste gelegde

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1A, 1B, 1C, 4A, 4B en 5 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.


Deze opgave luidt als volgt:

ten aanzien van het onder 1A, 1B en 1C ten laste gelegde

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 oktober 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster

d.d. 4 maart 2018, opgenomen op pagina 203 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland in onderzoek NNRBC18100/ZWAARDVIS d.d. 7 juni 2018, inhoudende de verklaring van [getuige 1] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 maart 2018, opgenomen op pagina 216 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] ;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 maart 2018, opgenomen op pagina 239 e.v., inhoudende het relaas van verbalisant.

Dat verdachte [slachtoffer 1] heeft gevraagd om in de auto te stappen, acht de rechtbank bewezen op grond van de verklaring van [slachtoffer 1] . Op pagina 223 van het dossier heeft zij verklaard: "Hij vroeg ook steeds: "Wil je niet instappen want het is te koud."". Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

ten aanzien van feit 4

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 oktober 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 19 februari 2018 met bijlagen, opgenomen op pagina 502 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 2] .

ten aanzien van feit 5

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 oktober 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2018, opgenomen op pagina 709 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisanten;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2018, opgenomen op pagina 742 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 22 oktober 2018, los gevoegd bij voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant.

ten aanzien van feiten 2A en 2B

Anders dan de verdediging acht de rechtbank het onder 2A en 2B ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 september 2017, opgenomen op pagina 306 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 3] :

Ik doe aangifte namens mijn dochter [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2010. Gisteren (de rechtbank begrijpt: 22 september 2017) was [slachtoffer 3] aan het spelen bij [slachtoffer 2] in Haren. [slachtoffer 2] vertelde: "Er stond daar een kleine witte auto en toen ging het portier open." Toen hoorden ze iemand zeggen: "Kom eens kijken ik heb hier een gaatje." [slachtoffer 2] vertelde dat ze daar naar toe zijn gegaan om te kijken en dat ze toen de man zagen en zijn blote piemel. [slachtoffer 2] zei tegen [slachtoffer 3] : " [slachtoffer 3] kom, [slachtoffer 3] kom!" Maar [slachtoffer 3] kwam niet. [slachtoffer 3] vertelde hetzelfde begin. Dat er een auto stond en dat er iemand vroeg om te komen kijken. Ze is naar de auto gelopen. Toen ze dichterbij kwam zag ze een man achter het stuur zitten. Ze zag de blote piemel van die man en toen ze dat zag wilde ze weg. Maar de man had [slachtoffer 3] toen al om haar schouders vast gepakt. [slachtoffer 3] vertelde dat de man haar vast hield en dat hij haar toen naar zich toe trok. [slachtoffer 3] vertelde dat het een kleine witte auto was. Ik zag dat [slachtoffer 2] de tranen in haar ogen had staan. [slachtoffer 3] was heel stil en bleek.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 7 november 2017, opgenomen op pagina 433 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 4] :

Mijn dochter [slachtoffer 2] is geboren op [geboortedatum] 2017. Wij wonen in Haren. Ik kwam op 22 september 2017 rond 17:30 uur thuis. [slachtoffer 3] was komen spelen. [slachtoffer 2] begon met het verhaal over een witte auto met daarin een man. Deze man liet zijn piemel zien. Ik vroeg aan [slachtoffer 3] of dat daadwerkelijke gebeurd was. [slachtoffer 3] zei toen van: "Ja". [slachtoffer 2] was keihard aan het huilen en aan het snikken. Zij was helemaal overstuur.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen

d.d. 23 september 2017, opgenomen op pagina 314 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

[slachtoffer 3] verklaarde in haar free recall dat zij samen met haar vriendinnetje [slachtoffer 2] aan het spelen was. Dat er toen een man in een kleine witte auto de steeg in kwam. De man had zijn autodeur opengedaan en had tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] geroepen dat ze even moesten komen kijken. Dat hij een klein gaatje had, wat ze even moesten zien. [slachtoffer 3] zag dat de man een blote piemel had. De man pakte [slachtoffer 3] om haar schouder vast en trok haar de auto binnen. [slachtoffer 3] bleef met haar gezicht op ongeveer 20 cm afstand van de piemel.

Na het eerste verhaal van [slachtoffer 3] heb ik nog een aantal vragen gesteld, welke hieronder worden weergegeven.

V: Vraag verbalisant

A: Antwoord getuige

V: Nou vertelde je dat jij op zo'n afstand van die meneer zijn piemel kwam met jouw hoofd. Je deed het voor.

A: Ja, zo ( [slachtoffer 3] beeldt uit dat ze op zo'n 20 cm afstand van de piemel terecht is gekomen)

V: Heb je de piemel dan ook aangeraakt?

A: Nee, maar wel bijna met mijn hand want hij trok mijn hand ook zo naar zijn piemel.

V: En waar had hij jou dan precies vast?

A: Met één hand zo achter over mijn rug, aan de bovenkant van mijn rug (wijst boven rug en linker schouder aan) en de andere hand dus over mijn hand. (wijst linker hand aan). En hij had zijn broek nog aan, maar zijn piemel stak eruit. De piemel was lang en je zag een soort van randje aan de bovenkant. De piemel wees naar voren. En hij deed ook steeds zijn velletje zo heen en weer, die meneer. Gewoon met zijn hand. Hij houdt hem dan gewoon vast en deed een soort van knijpen en trekken aan het velletje.

V: Waar in de auto zit de meneer als hij jullie roept?

A: Hij zit achter het stuur.

Na het gesprek met [slachtoffer 3] heb ik, verbalisant, ook kort met [slachtoffer 2] gesproken. Zij verklaarde in haar free recall dat zij samen met haar vriendinnetje [slachtoffer 3] aan het spelen was. Dat er toen een meneer met een klein wit autootje het straatje in kwam rijden. Toen deed de meneer zijn deur open en zei: "Ik heb hier een gaatje, kan je even kijken?" Dat de meneer toen met zijn piemel ging spelen en dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dat moesten zien.

Na het eerste verhaal van [slachtoffer 2] heb ik nog een aantal vragen gesteld, welke hieronder worden weergegeven.

V: Vraag verbalisant

A: Antwoord getuige

V: En als die meneer dan roept: "Kom even kijken ik heb hier een gaatje" wat doen jullie dan?

A: Toen ging [slachtoffer 3] even kijken en toen dacht ik 'wat is er dan?' Toen ging ik ook even kijken en toen trok ik snel mijn hoofd weg en deed ik zo. (doet handen voor haar ogen) en toen ging ik snel naar huis fietsen.

V: Wat zag je dan precies?

A: Een piemel. Hij was een beetje lang. En hij was hem omhoog aan het houden.

V: En hoe kwam het dan dat jij die piemel kon zien?

A: Omdat hij hem uit zijn ritsje had. En toen deed hij een beetje zo (doet haar hand een beetje omhoog en naar beneden).

V: Wat was hij dan precies aan het doen?

A: Ja een beetje zo, alsof hij op een tennisbal of basketbal zat te duwen, zo slaan (beweegt haar hand een beetje omhoog en naar beneden).

V: Met wat raakte hij zijn piemel aan?

A: Met zijn vingers.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2017, opgenomen op pagina 326 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op 23 september 2017 heb ik telefonisch contact gezocht met getuige [getuige 5] . Zij vertelde mij het volgende: Gisteren zaten [slachtoffer 2] en haar vriendinnetje [slachtoffer 3] in de speeltuin. [slachtoffer 2] kwam hard aangefietst. Ze zei: "Er is iets ergs gebeurd. We kwamen een man tegen en we moesten naar zijn piemel kijken." Ik heb de kinderen gevraagd wat er nu was gebeurd.

Ze hadden het over een wit autootje. [slachtoffer 3] vertelde dat hij haar had vastgepakt. [slachtoffer 2] was helemaal ontdaan en was aan het huilen. Het was rond 17.00 uur.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 mei 2018 met bijlagen, opgenomen op pagina 471 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op 3 maart 2018 werd verdachte [verdachte] aangehouden. Hij was tijdens zijn aanhouding in het bezit van een mobiel telefoontoestel. Vermeld toestel werd voor nader onderzoek in beslag genomen en de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van de verdachte zijn gevorderd. De historische verkeersgegevens over de periode van 9 september 2017 tot en met 3 maart 2018 werden verkregen en geanalyseerd. Ik heb vervolgens gekeken waar het telefoontoestel van de verdachte zich bevond tijdens de incidenten waar de verdachte van wordt verdacht.

Incident 22 september 2017 tussen 16:45 en 17:30 uur pleegplaats [straatnaam] te Haren:

Ik zag dat vermelde telefoon op 22 september 2018 verbinding maakte met de mast Felland te Haren tussen 15:33 en 17:03 uur.

De positie van vermelde masten en de richting van waar de telefoon zich ten opzichte van de mast heeft bevonden zijn weergegeven op een plattegrond welke als bijlage C bij dit proces-verbaal is gevoegd.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte

d.d. 4 maart 2018, opgenomen op pagina 139 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik rijd in een witte VW polo. De telefoon die gisteren in beslag is genomen, is van mij.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht op grond van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich ten overstaan van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft afgetrokken en dat hij [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en haar handen en hoofd richting zijn kruis heeft geduwd. Beide meisjes hebben ten aanzien van deze feiten een consistente en gedetailleerde verklaring afgelegd zodat de rechtbank de verklaringen van de meisjes betrouwbaar acht. Dat de beschrijving die zij van de dader hebben gegeven, niet geheel past bij verdachte, wijt de rechtbank aan de leeftijd van de meisjes en doet daar niet aan af. Daar komt bij dat uit onderzoek aan de telefoon van verdachte is gebleken dat de telefoon rond het tijdstip van het incident op

22 september 2017 verbinding maakte met de mast Felland te Haren. Op een bij het betreffende proces-verbaal gevoegde plattegrond is te zien dat Felland dichtbij de plek ligt waar de feiten zijn gepleegd. Dat verdachte, zoals door de raadsman is gesteld, in Haren was omdat hij onderweg zou zijn naar de sportschool in Groningen acht de rechtbank niet aannemelijk. De bewezenverklaarde feiten onder 1, 2 en 4 zijn gepleegd in woonwijken in Haren en niet op een doorgaande weg van het woonadres van verdachte naar zijn [sportschool] in Groningen.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat de wijze waarop het onderhavige feit en de hiervoor genoemde feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt en dat er derhalve sprake is van een vergelijkbare modus operandi. Die bewezenverklaarde feiten zijn namelijk alle gepleegd in woonwijken in Haren waarbij een witte auto betrokken was. Bovendien maakte verdachte contact met deze jonge meisjes door hen vanuit zijn auto vragen te stellen van dezelfde strekking (onder andere de weg vragen, pinautomaat), hen zo naar zich toe te laten komen, en de meisjes aan de praat houdt

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1A, 1B, 1C, 2A, 2B primair, 4A, 4B en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

A.

hij op 3 maart 2018 te Haren Gn [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2008) van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft verdachte:

- die [slachtoffer 1] vanuit de auto aangesproken en gevraagd om dichterbij te komen en is hij die [slachtoffer 1] achterna gereden en

- die [slachtoffer 1] gevraagd om in de auto te stappen

terwijl hij, verdachte, zich ten overstaan van die [slachtoffer 1] aan het aftrekken was;

B.

hij op 3 maart 2018 te Haren Gn door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2008) van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen een ontuchtige handeling, te weten het tonen van de ontblote borsten, te plegen, door tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij een warmtecheck wilde doen om te zien of het hart van die [slachtoffer 1] wel warm genoeg was en door gebruik te maken van zijn overwicht gezien het leeftijdsverschil tussen die [slachtoffer 1] en hem, verdachte;

C.

hij op 3 maart 2018 te Haren Gn een afbeelding, te weten een filmpje, met zijn mobiele telefoon heeft vervaardigd, terwijl op die afbeelding een seksuele gedraging zichtbaar was, waarbij een persoon, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2008), die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, was betrokken, immers heeft hij, verdachte, de blote borsten van die [slachtoffer 1] gefilmd;

2.

A.

hij op 22 september 2017 te Haren Gn [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 2010) en [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2010), van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft verdachte die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] vanuit de auto aangesproken en gevraagd om in een gaatje te kijken, terwijl hij, verdachte, zich ten overstaan van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft afgetrokken;

B. primair

hij op 22 september 2017 te Haren Gn met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2010), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 3] vastgepakt en richting zijn, verdachtes, kruis geduwd;

4.

A.

hij op 7 februari 2018 te Haren Gn opzettelijk [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum] 2008) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd, door die [slachtoffer 6] in een door hem, verdachte, bestuurde auto te trekken en te zetten en vervolgens die [slachtoffer 6] gedurende enige tijd van haar vrijheid heeft beroofd;

B.

hij op 7 februari 2018 te Haren Gn met [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum] 2008), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, de buik van die [slachtoffer 6] betast en zijn hand in de broek van die [slachtoffer 6] gestoken;

5.

hij op 3 maart 2018 in het arrondissement Noord Nederland afbeeldingen, te weten digitale foto- en filmbestanden, op een tweetal gegevensdragers, te weten een telefoon, merk Samsung SM-G935F Galaxy S7 Edge (10 afbeeldingen) en een harde schijf (merk Seagate met goednummer [nummer] ) van een desktop, merk Asus (29 afbeeldingen), in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen een of meer seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens een of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, waren betrokken of schijnbaar waren betrokken welke voornoemde seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit:

- het met de penis oraal en/of vaginaal en/of penetreren van het lichaam van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(Bestandsnamen: [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ) en/of

- het met de penis en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en/of

- het met de penis en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en/of

- het met de vinger/hand en/of een voorwerp betasten van eigen geslachtsdelen door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

(Bestandsnamen [bestandsnaam] ) en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, waarbij door de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) en/of de onnatuurlijke houding nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht werden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking had(den) en/of strekte(n) tot seksuele prikkeling

(Bestandsnamen [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ) en/of

- het ejaculeren en/of zichtbaar maken van sperma op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

- het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(Bestandsnamen: [bestandsnaam] ; [bestandsnaam] ).

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1A. met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen;

1B. door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen;

1C. een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen;

2A. met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen, meermalen gepleegd;

2B. primair met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

4A. opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;

4B. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

5. een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1A, 1B, 1C, 2A, 2B primair, 4A, 4B en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar met aftrek van voorarrest en terbeschikkingstelling met voorwaarden zoals door de reclassering geformuleerd, alsmede met een gebiedsverbod voor Haren en de gemeente Eemsmond. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan verbonden een lange proeftijd en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest, vanaf 3 maart 2018 tot 6 december 2018, de dag dat verdachte in een kliniek kan worden opgenomen. De raadsman heeft gesteld dat de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden niet in verhouding staat tot de gepleegde feiten. Bovendien moet rekening worden gehouden met de persoon van verdachte, een jonge man met nog een toekomst voor zich. Hij zal behandeld moeten worden gedurende een langere periode. Omdat er geen reden is om te twijfelen aan zijn wil om mee te werken, moet worden gekozen voor de minst bezwarende wijze, ook met het oog op de toekomst van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan het laten zien van zijn geslachtsdeel aan meerdere, nog zeer jonge kinderen. Hij heeft jonge kinderen naar zich laten kijken, terwijl hij zichzelf bevredigde. Ook heeft verdachte een jong kind van haar vrijheid beroofd en onzedelijk betast. Door zijn handelen heeft de verdachte angstgevoelens bij zijn jonge slachtoffers veroorzaakt en in één geval ook een inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit. Uit de ter zitting voorgedragen schriftelijke slachtofferverklaringen blijkt dat het handelen van verdachte een enorme impact heeft gehad op de jonge slachtoffers en hun ouders en dat de gevolgen hiervan nog dagelijks merkbaar zijn. Verdachte heeft bij dit alles niet stilgestaan en heeft enkel zijn eigen behoefte vooropgesteld. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno. Bij de vervaardiging van kinderpornografisch materiaal worden kinderen seksueel misbruikt. Dergelijk misbruik heeft in het algemeen zeer nadelige en langdurige psychische, emotionele en lichamelijke gevolgen voor de betrokken kinderen, omdat zij hierdoor ernstig kunnen worden geschaad in hun verdere ontwikkeling. Met zijn handelen heeft verdachte er toe bijgedragen dat deze verwerpelijke praktijken in stand worden gehouden en worden bevorderd.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder is veroordeeld voor een zedendelict.

De rechtbank heeft kennis genomen van het psychiatrisch onderzoek van drs. E.L.G. Heinsman-Carlier, psychiater, van 21 juli 2018 en het psychologisch onderzoek van F. de Reeper, gz-psycholoog, van 30 juni 2018.

Uit het rapport van de psychiater blijkt dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de zin van een lichte verstandelijke beperking, kenmerken van een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis en een stoornis gerelateerd aan anabole steroïden. Volgens de psychiater is sprake van een hoog risico op recidive, het aanhoudend overvraagd worden in zijn bestaande woonsituatie en problemen op meerdere leefgebieden, reden waarom wordt geadviseerd te starten met een klinische behandeling waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkelingsachterstanden van verdachte op cognitief, sociaal-emotioneel vlak. Behandeling als bijzondere voorwaarde in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf wordt door de psychiater niet overwogen. De psychiater adviseert de oplegging van een maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden.

Uit het rapport van de psycholoog blijkt dat verdachte een verstandelijke ontwikkelingsstoornis heeft (zwakbegaafdheid), ADHD, een sociale angststoornis, een stoornis in het gebruik van een ander (of onbekend middel) en van een seksuele disfunctie door een middel. Vanwege de ernst van het feit, het feit dat rekening gehouden dient te worden met een parafiele ontwikkeling bij verdachte, de ernstige problematiek, de verwachting dat een langdurig traject van behandeling noodzakelijk zal zijn en gelet op de hoge recidive kans adviseert de psycholoog TBS met voorwaarden op te leggen. Daarbij wordt een opname in een klinische setting geadviseerd, die gespecialiseerd is in het omgaan met mensen met een verstandelijke beperking, ADHD, verslaving en zeden.

Zowel de psycholoog als de psychiater adviseren om verdachte de feiten in verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank verenigt zich met de diagnostische conclusies van de deskundigen, gelet op de onderbouwing daarvan, en maakt die tot de hare. De rechtbank is op grond daarvan van oordeel dat het hiervoor bewezenverklaarde aan verdachte kan worden toegerekend, zij het in verminderde mate.

In haar advies van 17 oktober 2018 schat de reclassering het recidiverisico in als hoog. Volgens de reclassering is bij betrokkene sprake van complexe problematiek. Volgens de reclassering is moeilijk in te schatten maar zeker niet uit te sluiten dat verdachte over zal gaan tot een hands-on delict. De kans op onttrekking aan de voorwaarden wordt geschat als matig. Gezien de hiervoor beschreven problematiek prefereert volgens de reclassering de TBS met voorwaarden boven het opleggen van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel. De reclassering adviseert derhalve TBS met voorwaarden op te leggen met als voorwaarden de opname in een zorginstelling, gevolgd door een ambulante behandeling en een traject begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een drugs-, anabolen- en alcoholverbod en voorwaarden ten aanzien van het vermijden van contact met minderjarigen en kinderporno. De reclassering adviseert ten slotte de dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden omdat de kans op een misdrijf met schade voor personen groot is.

Gelet op de ernst van de feiten en de hiervoor aangenomen recidivekans, is de rechtbank van oordeel dat in beginsel een deels gevangenisstraf van langere duur passend en geboden is. Echter, de rechtbank is met de deskundigen en de reclassering van oordeel dat verdachte een behandeling dient te ondergaan en daarna hulp en begeleiding nodig heeft ter voorkoming van recidive. Een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden biedt onvoldoende waarborgen om de behandeling en begeleiding van verdachte veilig te stellen en de maatschappij tegen verdachte te beschermen. Naar het oordeel van de rechtbank dient derhalve naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, de maatregel van terbeschikkingstelling onder voorwaarden te worden opgelegd. In de door de raadsman aangevoerde omstandigheden dat een behandeling langere tijd in beslag zal nemen en verdachte jong is, ziet de rechtbank geen aanleiding hiervan af te zien.

Aan de eisen die de wet stelt aan het opleggen van een terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden is naar het oordeel van de rechtbank voldaan. Blijkens de hiervoor al genoemde psychiatrische en psychologische rapportage bestond bij verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. De door verdachte begane feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Het gaat bovendien om misdrijven gericht tegen en gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Verder eist de algemene veiligheid van personen de oplegging van die maatregel.

De rechtbank zal derhalve aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling opleggen en aan het gedrag van verdachte de voorwaarden stellen, zoals de reclassering heeft geadviseerd in haar rapport van 17 oktober 2018. De door de reclassering voorgestelde voorwaarde met betrekking tot het contact met minderjarigen zal de rechtbank wijzigen in die zin dat verdachte de aanwijzingen van de reclassering dient op te volgen ten aanzien van het contact met kinderen en internetgebruik. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan verdachte een of meer gebiedsverboden op te leggen zoals door de officier van justitie is voorgesteld aangezien deze naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende in tijd en omvang beperkt zijn.

Naast de TBS-maatregel met voorwaarden zal de rechtbank verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor het aantal hierna te noemen dagen, vanaf de dag van de inverzekeringstelling tot de dag waarop klinische opname als hierna omschreven in de voorwaarden bij de terbeschikkingstelling begint, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank wijkt daarmee af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank van oordeel is dat deze straf in dit geval, nu ook de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden opgelegd, en verdachte voor langere tijd klinisch zal worden opgenomen, voldoende recht doet aan de ernst van de feiten.

De rechtbank zal ten slotte bepalen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is. De rechtbank houdt er namelijk op basis van de hiervoor genoemde rapportages, ernstig rekening mee dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een mobiele telefoon en een computer, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu het onder 1C en 5 bewezenverklaarde met behulp van deze voorwerpen is begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 96,30 ter vergoeding van materiële schade en € 650,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bereid is de door de benadeelde partij gevorderde schade te vergoeden.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 maart 2018.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 37a, 38, 38a, 57, 240b, 247 en 248d en 282 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1A, 1B, 1C, 2A, 2B primair, 4A, 4B en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 279 dagen.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:

1. de veroordeelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;

2. de veroordeelde verleent, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;

3. de veroordeelde meldt zich op afspraken bij Reclassering Nederland, Leonard Springerlaan 21 te Groningen, waarbij de reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;

4. de veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

5. de veroordeelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is;

6. de veroordeelde werkt mee aan huisbezoeken;

7. de veroordeelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

8. de veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

9. de veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht;

10. de veroordeelde werkt mee aan een time-out in een Forensische Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere door de reclassering aan te wijzen instelling, als de reclassering dat nodig acht; deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar;

11. de veroordeelde gaat niet naar het buitenland of naar de Nederlandse Antillen, zonder toestemming van het openbaar ministerie;

12. de veroordeelde laat zich opnemen bij Trajectum FPK De Beuken of een soortgelijke instelling zolang de reclassering dit nodig vindt en zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft, waarbij het innemen van medicijnen onderdeel kan zijn van de behandeling; als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiesteling en plaatsing;

13. totdat plaatsing in FPK De Beuken mogelijk is, laat de veroordeelde zich op 6 december 2018 opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing en zolang als de reclassering nodig acht, waarbij de veroordeelde zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft, waarbij het innemen van medicijnen onderdeel kan zijn van de behandeling; als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de veroordeelde mee aan de indicatiesteling en plaatsing;

14. de veroordeelde laat zich na de klinische behandeling behandelen door een forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang als de reclassering nodig acht, en houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft, waarbij het innemen van medicijnen onderdeel kan zijn van de behandeling;

15. de veroordeelde verblijft, als de reclassering dit nodig acht, na de klinische opname in een door de reclassering te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, zolang als de reclassering nodig acht, en zal zich houden aan de huisregels en het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;

16. de veroordeelde gebruikt geen drugs of anabolen en werkt mee aan controle op dit verbod, waarbij de reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd; mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en bloedonderzoek;

17. de veroordeelde gebruikt geen alcohol en werkt mee aan controle op dit verbod, waarbij de reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd; mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek, bloedonderzoek en ademonderzoek (blaastest);

18. de veroordeelde volgt de aanwijzingen van de reclassering op met betrekking tot het contact met minderjarigen;

19. de veroordeelde onthoudt zich op welke wijze dan ook van het seksueel getint communiceren met minderjarigen, gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen of gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarige wordt gecommuniceerd; de veroordeelde bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen; het toezicht op deze voorwaarde kan onder andere bestaan uit controles van computers en ander apparatuur en de veroordeelde werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek.

Draagt de reclassering op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 6 december 2018.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

- 1 mobiele telefoon, Samsung, kleur goud;

- 1 computer, Asus.

Ten aanzien van 18/830042-18, feit 1:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 746,30 (zegge: zevenhonderdzesenveertig euro en dertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2018.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 746,30 (zegge: zevenhonderdzesenveertig euro en dertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 14 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 96,30 aan materiële schade en € 650,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Eelsing, voorzitter, mr. H.J. Schuth en mr. M.S. van den Berg, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 november 2018.

Mr. Eelsing is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.