Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:4433

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-11-2018
Datum publicatie
02-11-2018
Zaaknummer
18/720327-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Verdachte heeft het slachtoffer via de berichtendienst WhatsApp een reeks van bedreigende uitlatingen gestuurd en bedreigende spraakberichten met betrekking tot het slachtoffer gestuurd aan een vriend van het slachtoffer,

van welke spraakberichten het slachtoffer kennis heeft genomen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 285
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720327-18

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/830068-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 1 november 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Flevoland, Huis van Bewaring Almere Binnen te Almere.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

18 oktober 2018.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. E. van der Meer, advocaat te Groningen, die heeft verklaard uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Lübbers.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 september 2018 tot en met

13 september 2018 te Franeker, gemeente Waadhoeke, en/of gemeente Leeuwarden, (telkens) [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk

a. die [slachtoffer] via WhatsApp berichten dreigend de woorden toegevoegd:

- " Kan je dood all zijn. We hebben oorlog", en/of

- " Alles gaat kapot. Dus bereidt je voor het ergste en ik ook",

en/of

b. [getuige] middels spraakberichten dreigend de woorden toegevoegd:

- " op graf van mijn moeder ik ga hem helemaal kapot steken en ik ga voor hem vastzitten. We gaan kijken wie zijn moeder gaat huilen. Ik heb geen moeder die gaat huilen. Ik neuk hem kapot. Zometeen gaat hij begrijpen of ik een echte gangster ben", en/of

- " Ik ben er zelfs voor betaald, Ik ben er zelfs voor betaald, ja. Dan gaat hij begrijpen met wat voor man hij te maken heeft. Hij gaat een levenservaring krijgen. Zeg maar dat hij ook een hard ding in zijn hand heeft. Hij gaat vandaag wat meemaken wat ernstig fataal wordt.", en/of

- " Je weet hé, ik heb twee russen bij me. Je gaat weten, het is afgelopen, alles is betaald man, en moet je ook weten.", van welke spraakberichten [slachtoffer] kennis heeft genomen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder a. ten laste gelegde, omdat de woorden die daar staan wellicht beangstigend en bedreigend zijn, maar geen bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht opleveren. De raadsman is van oordeel dat het onder b. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d.

13 september 2018, opgenomen op pagina 22 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2018242439 d.d. 21 september 2018, inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:

Ik doe aangifte van bedreiging tussen 9 september 2018 en 13 september 2018 door [verdachte]. Hij bedreigt mij met de dood.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever d.d.

18 september 2018, opgenomen op pagina 24 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:
[verdachte] stuurde mij op 11 september 2018 via WhatsApp de volgende berichten: "Kan je dood all zijn", "We hebben oorlog", "Alles gaat kapot" en "Dus bereidt je voor het ergste en ik ook".1 Ook heb ik kennis genomen van spraakberichten, waarin [verdachte] uit dat hij me aan het mes zal rijgen. Ik denk dat [verdachte] mij gaat vermoorden.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.

20 september 2018, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant]:

Ik heb de spraakberichten beluisterd die aangever [slachtoffer] doorgestuurd heeft gekregen van [getuige] en heb het volgende gehoord:

- " Op graf van mijn moeder ik ga hem helemaal kapot steken en ik ga voor hem vastzitten. We gaan kijken wie zijn moeder gaat huilen. Ik heb geen moeder die gaat huilen. Ik neuk hem kapot. Zometeen gaat hij begrijpen of ik een echte gangster ben";

- " Ik ben er zelfs voor betaald, ik ben er zelfs voor betaald, ja. Dan gaat hij begrijpen met wat voor man hij te maken heeft. Hij gaat een levenservaring krijgen. Zeg maar dat hij ook een hard ding in zijn hand heeft. Hij gaat vandaag wat meemaken wat ernstig fataal wordt";

- " Je weet hé, ik heb twee russen bij me. Je gaat weten, het is afgelopen, alles is betaald man, en moet je ook weten".

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.

19 september 2018, opgenomen op pagina 43 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik heb [slachtoffer] bedreigende berichten geappt door de telefoon.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.

20 september 2018, opgenomen op pagina 52 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Het klopt dat ik uit boosheid een aantal spraakberichten heb gestuurd naar [getuige], met betrekking tot [slachtoffer]. Dit was voor 13 september 2018.

Ten aanzien van het betoog van de raadsman dat het onder a. ten laste gelegde niet kan worden bewezen, overweegt de rechtbank het volgende.

Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd, ook zou worden gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat ook door de onder a. ten laste gelegde WhatsAppberichten, waarin wordt verwezen naar de dood van aangever en aangever erop wordt gewezen zich voor te bereiden op het ergste, gelet op de context van de vele WhatsApp berichten in zijn geheel bezien, bij aangever in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat verdachte hem daadwerkelijk iets aan zou doen en dat hij het leven zou verliezen. Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen acht de rechtbank dan ook beide onderdelen van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op tijdstippen in de periode van 9 september 2018 tot en met 13 september 2018 te Franeker en/of gemeente Leeuwarden, telkens [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte telkens opzettelijk

a. die [slachtoffer] via WhatsApp berichten dreigend de woorden toegevoegd:

- " Kan je dood all zijn. We hebben oorlog", en

- " Alles gaat kapot. Dus bereidt je voor het ergste en ik ook",

en

b. [getuige] middels spraakberichten dreigend de woorden toegevoegd:

- " op graf van mijn moeder ik ga hem helemaal kapot steken en ik ga voor hem vastzitten. We gaan kijken wie zijn moeder gaat huilen. Ik heb geen moeder die gaat huilen. Ik neuk hem kapot. Zometeen gaat hij begrijpen of ik een echte gangster ben", en

- " Ik ben er zelfs voor betaald, Ik ben er zelfs voor betaald, ja. Dan gaat hij begrijpen met wat voor man hij te maken heeft. Hij gaat een levenservaring krijgen. Zeg maar dat hij ook een hard ding in zijn hand heeft. Hij gaat vandaag wat meemaken wat ernstig fataal wordt.", en

- " Je weet hé, ik heb twee russen bij me. Je gaat weten, het is afgelopen, alles is betaald man, en moet je ook weten.", van welke spraakberichten [slachtoffer] kennis heeft genomen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd de eis van de officier van justitie fors te vinden en heeft gepleit voor het opleggen van een taakstraf, danwel een lagere gevangenisstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een periode van enkele dagen meerdere malen schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Verdachte heeft het slachtoffer via de berichtendienst WhatsApp een reeks van bedreigende uitlatingen gestuurd en bedreigende spraakberichten met betrekking tot het slachtoffer gestuurd aan een vriend van het slachtoffer, van welke spraakberichten het slachtoffer kennis heeft genomen. Verdachtes handelen heeft voor veel angst en onrust bij het slachtoffer gezorgd en de rechtbank acht dit handelen dan ook volstrekt onacceptabel.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbare feit en voor dit feit nog in een proeftijd liep. Dit laatste heeft verdachte er blijkbaar niet van weerhouden opnieuw iemand te bedreigen met een misdrijf tegen het leven gericht.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf voor de duur van één maand passend en geboden. De rechtbank is van oordeel dat een taakstraf of een lagere gevangenisstraf, zoals bepleit door de raadsman, geen recht doet aan de ernst van het door verdachte gepleegde misdrijf.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 14 juli 2017, gewezen door de meervoudige strafkamer in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van 230 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. De proeftijd is ingegaan op 29 juli 2017.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 9 oktober 2018 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

Standpunt van de officier van justitie

De officier heeft ter zitting haar vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf aangepast, in die zin dat zij gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf vordert, te weten gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen. Voor het resterende deel van de voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf zouden dan de bijzondere voorwaarden, zoals opgelegd bij vonnis van 14 juli 2017, van toepassing blijven.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven zich te kunnen vinden in het voorstel van de officier van justitie.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat het hiervoor bewezen verklaarde feit door verdachte is begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.

Nu veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, ligt de vordering van de officier van justitie in beginsel voor toewijzing gereed. Nu de rechtbank het evenwel van belang acht dat veroordeelde onder toezicht van de reclassering blijft staan en het hulpverleningstraject voortzet, zal de rechtbank de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelasten van de bij voornoemd vonnis van 14 juli 2017 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, en wel voor de duur van 30 dagen, zoals gevorderd door de officier van justitie.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel gold ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/830068-17:

Gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer in de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen d.d. 14 juli 2017, en wel voor een deel groot 30 dagen gevangenisstraf.

Beveelt dat de vrijheidsbeneming ondergaan uit hoofde van artikel 14fa van het Wetboek van Strafrecht, geheel in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Haisma, voorzitter, mr. K. Bunk en mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 november 2018.

Mr. Haisma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Uitdraai WhatsApp chat met [naam] in bijlage bij dit proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 32 t/m 42 van voornoemd dossier.