Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:4298

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-10-2018
Datum publicatie
24-10-2018
Zaaknummer
18/830433-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Noordelijke Fraudekamer (NFK). Onderzoek Chryseis. Telefonische acquisitiefraude. Vrijspraak voor het primaire medeplegen van oplichting. De rechtbank veroordeelt verdachte voor medeplichtigheid aan oplichting tot een taakstraf van 120 uur.

Verdachte heeft eenmalig een uit oplichting verkregen geldbedrag gepind en dit geldbedrag vervolgens overgedragen aan de hoofdverdachte.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830433-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 oktober 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],

wonende te [straatnaam], [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

14 september 2018 en 8 oktober 2018.

Verdachte is ter terechtzitting van 14 september 2018 verschenen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 november 2015, althans in of omstreeks november 2015,

te Groningen en/of Goirle en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door liet aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels een persoon, genaamd [slachtoffer], heeft bewogen tot de

afgifte van (in totaal) 12.000 euro (aangifte A-002, p. 2712),

in elk geval tot afgifte van geld,

hebbende verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n) , althans

alleen, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-informatie omtrent het/een te benaderen bedrijf/bedrijven en/of

organisatie(s) gezocht via internet, en/of

- naar genoemde persoon gebeld, die bij een/dat bedrijf en/of organisatie was

betrokken, en/of (vervolgens)

(telefonisch) jegens die persoon

- zich gepresenteerd onder een valse naam, te weten [naam 1] of [naam 2],

althans een valse naam, en/of

- zich voorgedaan als bonafide medewerker van een deurwaarderskantoor,

althans als bonafide schuldeiser/schuldinner,

en/of

tegen die persoon gezegd

- dat er een (opeisbare) schuld zou zijn ontstaan vanwege een vermelding in

een bedrijvengids of telefoongids, althans dat er een schuld zou zijn die

direct betaald moest worden, en/of

- dat er beslag gelegd was of zou worden gelegd of dat een

bankrekening van (liet bedrijf of de organisatie van) die persoon zou zijn of

worden geblokkeerd en/of gedreigd met (verdere) executie van die beslaglegging

of blokkering indien er niet direct zou worden betaald, en/of

- dat er eerst direct een of meermalen een (groot) bedrag moest worden

overgemaakt (bij wij ze van borg) en/of dat na controle of aftrek van de schuld

het restant (direct) zou worden teruggeboekt,

en/of (daarbij)

-die persoon (ook) betalingsinstructies gegeven om (meermalen) via een

spoedoverboeking of betaalopdracht onmiddellijk geld over te maken naar een

of meer door verdachte opgegeven bankrekeningnummer(s) , en/of

-(zonodig) die persoon opdracht gegeven om die betaling(en) direct met de bank

alsnog te regelen terwijl verdachte dan telefonisch verbonden wenste te

blijven en/of wilde blijven meeluisteren,

en/of

- ( aldus) die persoon gedreigd met of gewezen op (de mogelijkheid van) een

onmiddellijke beslaglegging of blokkering van bankrekening(en) en/of verdere

executie van een beslaglegging of handhaving van de blokkering als er niet

direct betaald zou worden, en/of (anderszins) onder tijdsdruk gezet, en/of

-bij die persoon de indruk en/of vrees gewekt dat er (daardoor) een financieel

probleem zou zijn of zou kunnen ontstaan en/of (reputatie)schade zou kunnen

ontstaan voor het betrokken bedrijf of de betrokken organisatie, en/of

-die persoon geen of onvoldoende gelegenheid gegeven om de juistheid van de

claim(s) en/of bewering(en) van verdachte en/of de juistheid van (de directe

opeisbaarheid of het verhaal van) de schuld(en) van die persoon of dat bedrijf

of die Organisatie te kunnen controleren, en/of

-tegen die persoon gezegd dat na betaling conform de instructies van verdachte

een beslaglegging of rekeningblokkering zou worden opgeheven of voorkomen of

een rechtszaak zou kunnen worden voorkomen, en/of

-(aldus) die persoon telefonisch op indringende en/of dwingende en/of

misleidende wijze overvallen en/of overrompeld/overbluft,

waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n)

(pv bevindingen m.b.t. aangiften Chryseis, p. 1516 e.v.;

relaaspv onderzoek Chryseis, p. 1485 e.v.;

pv bevindingen m.b.t. criminele organisatie, p. 1454 e.v.;

p.3862-3866;)

(cluster oplichtingstelefoonnummer 31612228050)

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte] op of omstreeks 11 november 2015, althans in of omstreeks

november 2015, te Groningen en/of Goirle en/of elders in Nederland, tezamen en

in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels een persoon, genaamd [slachtoffer], heeft bewogen tot de

afgifte van (in totaal) 12.000 euro (aangifte A-002, p. 2712),

in elk geval tot afgifte van geld,

hebbende die [medeverdachte] tezamen en in vereniging met ander(en), althans alleen, met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-informatie omtrent het/een te benaderen bedrijf/bedrijven en/of

organisatie(s) gezocht via internet, en/of

- naar genoemde persoon gebeld, die bij een/dat bedrijf en/of organisatie was

betrokken, en/of (vervolgens)

(telefonisch) jegens die persoon

- zich gepresenteerd onder een valse naam, te weten [naam 1] of [naam 2],

althans een valse naam, en/of

- zich voorgedaan als bonafide medewerker van een deurwaarderskantoor,

althans als bonafide schuldeiser/schuldinner,

en/of

tegen die persoon gezegd

- dat er een (opeisbare) schuld zou zijn ontstaan vanwege een vermelding in

een bedrijvengids of telefoongids, althans dat er een schuld zou zijn die

direct betaald moest worden, en/of

- dat er beslag gelegd was of zou worden gelegd of dat een

bankrekening van (het bedrijf of de organisatie van) die persoon zou zijn of

worden geblokkeerd en/of gedreigd met (verdere) executie van die beslaglegging

of blokkering indien er niet direct zou worden betaald, en/of

- dat er eerst direct een of meermalen een (groot) bedrag moest worden

overgemaakt (bij wijze van borg) en/of dat na controle of aftrek van de schuld

het restant (direct) zou worden teruggeboekt,

en/of (daarbij)

-die persoon (ook) betalingsinstructies gegeven om (meermalen) via een

spoedoverboeking of betaalopdracht onmiddellijk geld over te maken naar een

of meer door die [medeverdachte] opgegeven bankrekeningnummer(s), en/of

-(zonodig) die persoon opdracht gegeven om die betaling(en) direct met de bank

alsnog te regelen terwijl die [medeverdachte] dan telefonisch verbonden wenste te

blijven en/of wilde blijven meeluisteren,

en/of

- ( aldus) die persoon gedreigd met of gewezen op (de mogelijkheid van) een

onmiddellijke beslaglegging of blokkering van bankrekening(en) en/of verdere

executie van een beslaglegging of handhaving van de blokkering als er niet

direct betaald zou worden, en/of (anderszins) onder tijdsdruk gezet, en/of

-bij die persoon de indruk en/of vrees gewekt dat er (daardoor) een financieel

probleem zou zijn of zou kunnen ontstaan en/of (reputatie)schade zou kunnen

ontstaan voor het betrokken bedrijf of de betrokken organisatie, en/of

-die persoon geen of onvoldoende gelegenheid gegeven om de juistheid van de

claim(s) en/of bewering(en) van die [medeverdachte] en/of de juistheid van (de directe

opeisbaarheid of het verhaal van) de schuld(en) van die persoon of dat bedrijf

of die Organisatie te kunnen controleren, en/of

-tegen die persoon gezegd dat na betaling conform de instructies van die

[medeverdachte] een beslaglegging of rekeningblokkering zou worden opgeheven of

voorkomen of een rechtszaak zou kunnen worden voorkomen, en/of

-(aldus) die persoon telefonisch op indringende en/of dwingende en/of

misleidende wijze overvallen en/of overrompeld/overbluft,

waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n),

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk

behulpzaam is geweest door opzettelijk

die [medeverdachte] en/of ander(en) te assisteren

- bij het bereid vinden van (een) houder(s) van bankrekeninghouder(s) om

een/die bankrekening aan een ander ter beschikking te stellen, en/of

- bij het vinden en/of doorgeven en/of gebruiken van een of meer naam/namen

en/of/met bijbehorende bankrekeningnummer(s) en/of bijbehorende bankpas(sen)

en/of bijbehorende pincode(s) en/of bijbehorende gegevens om te kunnen

internetbankieren met betrekking tot die bankrekeningnummer(s), en/of

- bij het (snel) (kunnen) opnemen en/of wegsluizen van op die

bankrekeningnummer(s) door die persoon gestort geld, en/of

- ( aldus) faciliterend of als tussenpersoon ten behoeve van die [medeverdachte] en/of

ander(en) op te treden;

(pv bevindingen m.b.t. aangiften Chryseis, p. 1516 e.v.;

relaaspv onderzoek Chryseis, p. 1485 e.v.;

pv bevindingen m.b.t. criminele organisatie, p. 1454 e.v.;)

(cluster oplichtingstelefoonnummer 31612228 050)

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 11 november 2015, althans in de periode van

16 oktober 2015 tot 1 januari 2016, te Groningen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(van) een voorwerp, te weten 1900 euro, in elk geval (meermalen) een

hoeveelheid geld,

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet,

althans gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp

geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig

misdrijf.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het primair ten laste gelegde, medeplegen van oplichting, gevorderd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte wist dat hoofdverdachte [medeverdachte] met oplichting bezig was. De bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] ziet hierop dat verdachte [medeverdachte] in de gelegenheid heeft gesteld de met oplichting verkregen geldbedragen weg te sluizen.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verklaard dat hij slechts één keer geld, waarvan hij wist dat het geen legaal geld was, heeft gepind en heeft afgegeven aan [medeverdachte].

Oordeel van de rechtbank

Inleiding

Deze zaak is een onderdeel van het resultaat van het onderzoek Chryseis, een onderzoek naar grootschalige acquisitiefraude gepleegd binnen heel Nederland. Aanleiding voor dit onderzoek waren de onderzoeken Archird en Eudora, waarbij laatstgenoemde ook was gericht op acquisitiefraude en waarin verdachte [medeverdachte], de hoofdverdachte in het onderzoek Chryseis, in beeld kwam bij de politie. Het onderzoek heeft zich vervolgens gericht op de activiteiten van deze hoofdverdachte op het gebied van acquisitiefraude.

Het dossier bevat meer dan vijftig aangiftes uit het hele land (en een aangifte uit België) van (pogingen tot) oplichting. Aangevers verklaren dat zij zijn gebeld door een man die hen onder valse voorwendselen heeft bewogen tot het overboeken van geld via internetbankieren. Uit de aangiftes blijkt dat de man in veel gevallen een soortgelijke werkwijze hanteerde en aan de aangevers een vergelijkbaar verhaal vertelde. Hij nam daarbij een valse naam en hoedanigheid aan om het vertrouwen van de aangevers te winnen. Veel aangevers hebben op instructie van de man tijdens de telefoongesprekken duizenden euro’s overgeboekt. In enkele gevallen wist de bank te voorkomen dat het geld in handen van de dader(s) belandde, maar in de meeste gevallen werden de geldbedragen direct na de overboeking bij een pinautomaat gepind.

Binnen het onderzoek zijn meerdere personen als verdachte aangemerkt. Volgens het politieonderzoek hebben zij – in meer of mindere mate – met elkaar samengewerkt en daarbij een rol vervuld als oplichter, opdrachtgever, tussenpersoon of katvanger in die zin dat zij hun bankrekening en/of bankpas met pincode ter beschikking hebben gesteld. Verdachte [verdachte] wordt ervan verdacht dat hij bij één oplichting in de hoedanigheid van tussenpersoon bankrekeningen, bankpassen en bijbehorende pincodes van andere personen heeft geregeld, de op deze bankrekeningen gestorte van oplichting afkomstige geldbedragen heeft gepind en dit geld vervolgens heeft afgeleverd bij de hoofdverdachte [medeverdachte].

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde, medeplegen van oplichting, niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde, medeplichtigheid aan oplichting, wel wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De rechtbank heeft bij vonnis van heden verdachte [medeverdachte] veroordeeld voor (onder meer) oplichting van aangever [slachtoffer] en daarbij bewezenverklaard dat [slachtoffer] op

11 november 2015 door [medeverdachte] door gebruikmaking van een valse naam, een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels is bewogen tot de afgifte van in totaal 12.000 euro. Blijkens de aangifte van [slachtoffer] heeft [slachtoffer] vier keer 3.000 euro overgemaakt naar verschillende bankrekeningen.1

Verdachte heeft ter terechtzitting op 14 september 2018 bekend dat hij één keer geld heeft gepind en heeft overgedragen aan [medeverdachte], terwijl hij wist dat dit geen legaal geld betrof.2

Daarnaast blijkt uit tapgesprekken op 11 november 2015 dat verdachte telefonisch contact had met [medeverdachte] over de oplichting die plaatsvond en over het ophalen van geld. Verdachte heeft tijdens die gesprekken onder meer tegen [medeverdachte] gezegd dat hij die man of vrouw aan de lijn moest houden. [medeverdachte] heeft op enig moment tegen verdachte gezegd: “ik heb daar drie naartoe gestuurd, ga meteen en regel dat”, waarna verdachte heeft gezegd: “Is goed, oké”3, terwijl [slachtoffer] 3.000 euro heeft overgemaakt.

De rechtbank acht op basis van het voorgaande bewezen dat verdachte van een bankrekening waarop door de aangever 3.000 euro is gestort geld heeft gepind en dat hij vervolgens dit geld heeft overgedragen aan [medeverdachte]. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte het volledige bedrag van de bankrekening heeft gepind, nu uit de stukken niet is gebleken dat de bank een deel van de gestorte 3.000 euro heeft kunnen terughalen, hetgeen betekent dat het gehele bedrag van de bankrekening moet zijn gehaald.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zodanig bewust en nauw heeft samengewerkt met [medeverdachte] dat dit moet worden aangemerkt als medeplegen van oplichting, maar is van oordeel dat het handelen van verdachte moet worden gekwalificeerd als medeplichtigheid. Verdachte heeft de oplichting van [slachtoffer] immers mogelijk en gemakkelijk gemaakt door [medeverdachte] hulp te bieden. Daarbij heeft verdachte zowel bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer] zou worden opgelicht als bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij daarbij behulpzaam zou zijn. Aldus is voldaan aan het voor medeplichtigheid vereiste dubbele opzet. De rechtbank acht de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan oplichting dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

[medeverdachte] op of omstreeks 11 november 2015 in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels een persoon, genaamd [slachtoffer], heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) 12.000 euro in elk geval tot afgifte van geld, hebbende die [medeverdachte], met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-informatie omtrent het/een te benaderen bedrijf/bedrijven en/of organisatie(s) gezocht via internet, en/of

- naar genoemde persoon gebeld, die bij een/dat bedrijf en/of organisatie was betrokken, en/of (vervolgens) (telefonisch) jegens die persoon

- zich gepresenteerd onder een valse naam, te weten [naam 1] of [naam 2],

althans een valse naam, en/of

- zich voorgedaan als bonafide medewerker van een deurwaarderskantoor, althans als bonafide schuldeiser/schuldinner, en/of

tegen die persoon gezegd dat er een (opeisbare) schuld zou zijn ontstaan vanwege een vermelding in een bedrijvengids of telefoongids, althans dat er een schuld zou zijn die

direct betaald moest worden, en/of

- dat er beslag gelegd was of zou worden gelegd of dat een bankrekening van (het bedrijf of de organisatie van) die persoon zou zijn of worden geblokkeerd en/of gedreigd met (verdere) executie van die beslaglegging of blokkering indien er niet direct zou worden betaald, en/of

- dat er eerst direct een of meermalen een (groot) bedrag moest worden overgemaakt (bij wijze van borg) en/of dat na controle of aftrek van de schuld het restant (direct) zou worden teruggeboekt, en/of (daarbij)

-die persoon (ook) betalingsinstructies gegeven om (meermalen) via een spoedoverboeking of betaalopdracht onmiddellijk geld over te maken naar een of meer door die [medeverdachte] opgegeven bankrekeningnummer(s), en/of

-(zo nodig) die persoon opdracht gegeven om die betaling(en) direct met de bank alsnog te regelen terwijl die [medeverdachte] dan telefonisch verbonden wenste te blijven en/of wilde blijven meeluisteren,

en/of

- ( aldus) die persoon gedreigd met of gewezen op (de mogelijkheid van) een onmiddellijke beslaglegging of blokkering van bankrekening(en) en/of verdere executie van een beslaglegging of handhaving van de blokkering als er niet direct betaald zou worden, en/of (anderszins) onder tijdsdruk gezet, en/of

-bij die persoon de indruk en/of vrees gewekt dat er (daardoor) een financieel probleem zou zijn of zou kunnen ontstaan en/of (reputatie)schade zou kunnen ontstaan voor het betrokken bedrijf of de betrokken organisatie, en/of

-die persoon geen of onvoldoende gelegenheid gegeven om de juistheid van de claim(s) en/of bewering(en) van die [medeverdachte] en/of de juistheid van (de directe opeisbaarheid of het verhaal van) de schuld(en) van die persoon of dat bedrijf of die Organisatie te kunnen controleren, en/of

-tegen die persoon gezegd dat na betaling conform de instructies van die [medeverdachte] een beslaglegging of rekeningblokkering zou worden opgeheven of voorkomen of een rechtszaak zou kunnen worden voorkomen, en/of

-(aldus) die persoon telefonisch op indringende en/of dwingende en/of misleidende wijze overvallen en/of overrompeld/overbluft,

waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n),

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk die [medeverdachte] te assisteren

- bij het (snel) opnemen en wegsluizen van op de bankrekeningnummer door de bankrekeninghouder gestort geld, en

- aldus faciliterend of als tussenpersoon ten behoeve van die [medeverdachte] op te treden.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

subsidiair: medeplichtigheid aan oplichting.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 130 uren, te vervangen door

65 dagen hechtenis indien de werkstraf niet (naar behoren) wordt uitgevoerd, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verzocht een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist, aangezien verdachte zes dagen per week werkt en onregelmatige werktijden heeft.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het standpunt van de verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan oplichting. Verdachte heeft eenmalig een uit oplichting verkregen geldbedrag gepind en dit geldbedrag vervolgens overgedragen aan de hoofdverdachte. Door oplichting wordt het vertrouwen dat de maatschappij in het economisch verkeer mag stellen in ernstige mate geschaad. Verdachte heeft daaraan bijgedragen en hij heeft geen rekening gehouden met de schadelijke gevolgen voor de persoon die is opgelicht. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

In strafverminderende zin heeft de rechtbank rekening gehouden met het tijdsverloop van de strafprocedure.

Alles overwegende acht de rechtbank een werkstraf van na te noemen duur passend en geboden.

Benadeelde partij

[benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 9.000,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe te wijzen.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij niet toe te wijzen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het voor hem een groot bedrag is en dat hij niets van het uit oplichting afkomstige geld heeft ontvangen.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden. Deze schade is (deels) het gevolg van de onrechtmatige gedragingen van verdachte, zonder wiens gedragingen de schade niet zou zijn ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat een bedrag van 3.000 euro, een rechtstreeks gevolg is van het subsidiair bewezen verklaarde. Dit betreft het bedrag ten aanzien waarvan verdachte hulp heeft verleend door dit te pinnen en over te dragen. De vordering zal daarom tot een bedrag van 3.000 euro worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 november 2015. Het overige deel van de vordering zal worden afgewezen.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door een of meer medeverdachten is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f, 48, 49 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 120 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Ten aanzien van 18/830433-16, subsidiair:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 3.000,- (zegge: drieduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

11 november 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 3.000,- (zegge: drieduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 november 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 40 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 3.000,- aan materiële schade en € 0,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. H.H.A. Fransen en

mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door mr. M.T. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2018.

Mrs. H.H.A. Fransen en M.T. Bos zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 A-002, aangifte [slachtoffer], pagina 2712.

2 Verklaring verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 14 september 2018.

3 AH-024, bevindingen m.b.t. camerabeelden, logrolgegevens, transactiegegevens, tapgesprekken, pagina 863.