Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:4196

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-10-2018
Datum publicatie
19-10-2018
Zaaknummer
18/830440-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Noordelijke Fraudekamer (NFK). Onderzoek Chryseis. Telefonische acquisitiefraude. De rechtbank veroordeelt verdachte voor medeplichtigheid aan oplichting tot een taakstraf van 120 uren. 

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan oplichting. Verdachte heeft iemand benaderd om een bedrijf op te richten, teneinde het bankrekeningnummer van dit bedrijf te verkrijgen. Vervolgens heeft verdachte daadwerkelijk dit bankrekeningnummer verkregen en doorgegeven aan de hoofdverdachte, die een persoon door oplichting heeft bewogen op de verkregen bankrekening geld te storten.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830440-16

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 oktober 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] ,

thans uit andere hoofde gedetineerd te PI Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 september 2018, 4 oktober 2018 en 8 oktober 2018.

Verdachte is op 4 oktober 2018 verschenen, bijgestaan door mr. M.S. Scheffers, advocaat te Hoogezand.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 december 2015, althans in december 2015, te Groningen

en/of Renkum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels een persoon, genaamd [slachtoffer 1] , heeft bewogen tot de afgifte

van (in totaal) 15.000 euro (aangifte A-008, p. 2766),

in elk geval tot afgifte van geld,

hebbende verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans

alleen, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

(telefonisch) jegens die persoon

- zich voorgedaan als bonafide medewerker van een deurwaarderskantoor,

althans als bonafide schuldeiser/schuldinner,

en/of

tegen die persoon gezegd

- dat er een (opeisbare) schuld zou zijn ontstaan vanwege een vermelding in

een bedrijvengids of telefoongids, althans dat er een schuld zou zijn die

direct betaald moest worden, en/of

- dat er beslag gelegd was of zou worden gelegd of dat een

bankrekening van (het bedrijf of de organisatie van) die persoon zou zijn of

worden geblokkeerd en/of gedreigd met (verdere) executie van die beslaglegging

of blokkering indien er niet direct zou worden betaald, en/of

- dat er eerst direct een of meermalen een (groot) bedrag moest worden

overgemaakt (bij wijze van borg) en/of dat na controle of aftrek van de schuld

het restant (direct) zou worden teruggeboekt,

en/of (daarbij)

-die persoon (ook) betalingsinstructies gegeven om (meermalen) via een

spoedoverboeking of betaalopdracht onmiddellijk geld over te maken naar een

of meer door verdachte opgegeven bankrekeningnummer(s),

terwijl verdachte dan telefonisch verbonden wenste te blijven en/of wilde

blijven meeluisteren,

en/of

- ( aldus) die persoon gedreigd met of gewezen op (de mogelijkheid van) een

onmiddellijke beslaglegging of blokkering van bankrekening(en) en/of verdere

executie van een beslaglegging of handhaving van de blokkering als er niet

direct betaald zou worden, en/of (anderszins) onder tijdsdruk gezet, en/of

bij die persoon de indruk en/of vrees gewekt dat er (daardoor) een

financieel probleem zou zijn of zou kunnen ontstaan en/of (reputatie)schade

zou kunnen ontstaan voor het betrokken bedrijf of de betrokken organisatie,

en/of

- die persoon geen of onvoldoende gelegenheid gegeven om de juistheid van de

opeisbaarheid of het verhaal van) de schuld(en) van die persoon of dat bedrijf

of die organisatie te kunnen controleren en/of (ook) gezegd dat verdachte die

persoon eerder al per e-mail de nodige stukken zou hebben gestuurd,

en/of

- tegen die persoon gezegd dat na betaling conform de instructies van

verdachte een beslaglegging of rekeningblokkering zou worden opgeheven of

voorkomen of een rechtszaak zou kunnen worden voorkomen,

en/of

- ( aldus) die persoon telefonisch op indringende en/of dwingende en/of

misleidende wijze overvallen en/of overrompeld/overbluft,

waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] op of omstreeks 21 december 2015, althans in december 2015, te

Groningen en/of Renkum en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels een persoon, genaamd [slachtoffer 1] , heeft bewogen tot de afgifte

van (in totaal) 15.000 euro (aangifte A-008, p. 2766)

in elk geval tot afgifte van geld,

hebbende die [medeverdachte 1] tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans

alleen, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

(telefonisch) jegens die persoon

- zich voorgedaan als bonafide medewerker van een deurwaarderskantoor,

althans als bonafide schuldeiser/schuldinner,

en/of

tegen die persoon gezegd

- dat er een (opeisbare) schuld zou zijn ontstaan vanwege een vermelding in

een bedrijvengids of telefoongids, althans dat er een schuld zou zijn die

direct betaald moest worden, en/of

- dat er beslag gelegd was of zou worden gelegd of dat een

bankrekening van (het bedrijf of de organisatie van) die persoon zou zijn of

worden geblokkeerd en/of gedreigd met (verdere) executie van die beslaglegging

of blokkering indien er niet direct zou worden betaald, en/of

- dat er eerst direct een of meermalen een (groot) bedrag moest worden

overgemaakt (bij wij ze van borg) en/of dat na controle of aftrek van de schuld

het restant (direct) zou worden teruggeboekt,

en/of (daarbij)

-die persoon (ook) betalingsinstructies gegeven om (meermalen) via een

spoedoverboeking of betaalopdracht onmiddellijk geld over te maken naar een

of meer door [medeverdachte 1] opgegeven bankrekeningnummer(s),

terwijl die [medeverdachte 1] dan telefonisch verbonden wenste te blijven en/of wilde

blijven meeluisteren,

en/of

- ( aldus) die persoon gedreigd niet of gewezen op (de mogelijkheid van) een

onmiddellijke beslaglegging of blokkering van bankrekening(en) en/of verdere

executie van een beslaglegging of handhaving van de blokkering als er niet

direct betaald zou worden, en/of (anderszins) onder tijdsdruk gezet, en/of

- bij die persoon de indruk en/of vrees gewekt dat er (daardoor) een

financieel probleem zou zijn of zou kunnen ontstaan en/of (reputatie)schade

zou kunnen ontstaan voor het betrokken bedrijf of de betrokken organisatie,

en/of

- die persoon geen of onvoldoende gelegenheid gegeven om de juistheid van de

claim(s) en/of bewering(en) van die [medeverdachte 1] en/of de juistheid van (de directe

opeisbaarheid of het verhaal van) de schuld(en) van die persoon of dat bedrijf

of die organisatie te kunnen controleren en/of (ook) gezegd dat die

[medeverdachte 1] die persoon eerder al per e-mail de nodige stukken zou hebben gestuurd,

en/of

- tegen die persoon gezegd dat na betaling conform de instructies van die

[medeverdachte 1] een beslaglegging of rekeningblokkering zou worden opgeheven of

voorkomen of een rechtszaak zou kunnen worden voorkomen,

en/of

- ( aldus) die persoon telefonisch op indringende en/of dwingende en/of

misleidende wijze overvallen en/of overrompeld/overbluft,

waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n)

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk

behulpzaam is geweest door opzettelijk

die [medeverdachte 1] en/of ander(en) te assisteren

- bij het vinden en/of doorgeven en/of gebruiken van een of meer naam/namen

en/of/met bijbehorende bankrekeningnummer(s) en/of bijbehorende bankpas(sen)

en/of bijbehorende pincode(s) en/of bijbehorende gegevens om te kunnen

internetbankieren met betrekking tot die bankrekeningnummer(s), en/of

- bij het (snel) (kunnen) opnemen en/of wegsluizen van op die

bankrekeningnummer(s) door die persoon gestort geld, en/of

- ( aldus) faciliterend of als tussenpersoon ten behoeve van die [medeverdachte 1] en/of

ander(en) op te treden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 21 december 2015, te Groningen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(van) een voorwerp, te weten 2400 euro, in elk geval een hoeveelheid geld,

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet,

althans gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp

geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig

misdrijf;

2.

hij op of omstreeks 23 december 2015, althans in december 2015, te Groningen

en/of Zaamslag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels een persoon, genaamd [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , heeft bewogen tot

de afgifte van (in totaal) 27.110 euro (aangifte A-039, p. 3279,3311),

in elk geval tot afgifte van geld,

hebbende verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans

alleen, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-informatie omtrent het/de te benaderen bedrijf en/of organisatie gezocht via

internet, en/of

- naar genoemde persoon gebeld, die bij een/dat bedrijf en/of Organisatie was

betrokken, en/of (vervolgens)

(telefonisch) jegens die persoon

- zich voorgedaan als bonafide medewerker van een gerechtshof of

deurwaarderskantoor, althans als bonafide schuldeiser/schuldinner,

en/of

tegen die persoon gezegd

- dat er een (opeisbare) schuld zou zijn ontstaan vanwege een vermelding in

een bedrijvengids of telefoongids, althans dat er een schuld zou zijn die

direct betaald moest worden, en/of

- dat er beslag gelegd was of zou worden gelegd of dat een

bankrekening van (het bedrijf of de organisatie van) die persoon zou zijn of

worden geblokkeerd en/of gedreigd met (verdere) executie van die beslaglegging

of blokkering indien er niet direct zou worden betaald, en/of

- dat er eerst direct een of meermalen een (groot) bedrag moest worden

overgemaakt (bij wijze van borg) en/of dat na controle of aftrek van de schuld

het restant (direct) zou worden teruggeboekt,

en/of (daarbij)

-die persoon (ook) betalingsinstructies gegeven om (meermalen) via een

spoedoverboeking of betaalopdracht onmiddellijk geld over te maken naar een

of meer door verdachte opgegeven bankrekeningnummer(s)

terwijl verdachte dan telefonisch verbonden wenste te blijven en/of wilde

blijven meeluisteren,

en/of

- ( aldus) die persoon gedreigd met of gewezen op (de mogelijkheid van) een

onmiddellijke beslaglegging of blokkering van bankrekening(en) en/of verdere

executie van een beslaglegging of handhaving van de blokkering als er niet

direct betaald zou worden, en/of (anderszins) onder tijdsdruk gezet, en/of

- bij die persoon de indruk en/of vrees gewekt dat er (daardoor) een

financieel probleem zou zijn of zou kunnen ontstaan en/of (reputatie)schade

zou kunnen ontstaan voor het betrokken bedrijf of de betrokken organisatie,

en/of

- die persoon geen of onvoldoende gelegenheid gegeven om de juistheid van de

claim(s) en/of bewering(en) van verdachte en/of de juistheid van (de directe

opeisbaarheid of het verhaal van) de schuld(en) van die persoon of dat bedrijf

of die organisatie te kunnen controleren, en/of

- tegen die persoon gezegd dat na betaling conform de instructies van

verdachte een beslaglegging of rekeningblokkering zou worden opgeheven of

voorkomen of een rechtszaak zou kunnen worden voorkomen, en/of

- ( aldus) die persoon telefonisch op indringende en/of dwingende en/of

misleidende wijze overvallen en/of overrompeld/overbluft,

waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n)

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] op of omstreeks 23 december 2015, althans in december 2015, te

Groningen en/of Zaamslag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels een persoon/personen, genaamd [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , heeft

bewogen tot de afgifte van (in totaal) 27.110 euro (aangifte A-039,

p. 3279,3311), in elk geval tot afgifte van geld,

hebbende die [medeverdachte 1] tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans

alleen, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-informatie omtrent het/de te benaderen bedrijf en/of organisatie gezocht via

internet, en/of

- naar genoemde persoon/personen gebeld, die bij een/dat bedrijf en/of

organisatie was betrokken, en/of (vervolgens)

(telefonisch) jegens die persoon/personen

- zich voorgedaan als bonafide medewerker van een gerechtshof of

deurwaarderskantoor, althans als bonafide schuldeiser/schuldinner,

en/of

tegen die persoon/personen gezegd

- dat er een (opeisbare) schuld zou zijn ontstaan vanwege een vermelding in

een bedrijvengids of telefoongids, althans dat er een schuld zou zijn die

direct betaald moest worden, en/of

- dat er beslag gelegd was of zou worden gelegd of dat een

bankrekening van (het bedrijf of de organisatie van) die persoon/personen zou

zijn of worden geblokkeerd en/of gedreigd met (verdere) executie van die

beslaglegging of blokkering indien er niet direct zou worden betaald, en/of

- dat er eerst direct een of meermalen een (groot) bedrag moest worden

overgemaakt (bij wijze van borg) en/of dat na controle of aftrek van de schuld

het restant (direct) zou worden teruggeboekt,

en/of (daarbij)

-die persoon/personen (ook) betalingsinstructies gegeven om (meermalen) via

een spoedoverboeking of betaalopdracht onmiddellijk geld over te maken naar een

of meer door [medeverdachte 1] opgegeven bankrekeningnummer(s),

terwijl die [medeverdachte 1] dan telefonisch verbonden wenste te blijven en/of wilde

blijven meeluisteren,

en/of

- ( aldus) die persoon/personen gedreigd met of gewezen op (de mogelijkheid

van) een onmiddellijke beslaglegging of blokkering van bankrekening(en) en/of

verdere executie van een beslaglegging of handhaving van de blokkering als er

niet direct betaald zou worden, en/of (anderszins) onder tijdsdruk gezet,

en/of

- bij die persoon/personen de indruk en/of vrees gewekt dat er (daardoor) een

financieel probleem zou zijn of zou kunnen ontstaan en/of t reputatie) schade

zou kunnen ontstaan voor het betrokken bedrijf of de betrokken organisatie,

en/of

- die persoon/personen geen of onvoldoende gelegenheid gegeven om de juistheid

van de claim(s) en/of bewering(en) van verdachte en/of de juistheid van (de

directe opeisbaarheid of het verhaal van) de schuld(en) van die

persoon/personen of dat bedrijf of die organisatie te kunnen controleren, en/of

- tegen die persoon/personen gezegd dat na betaling conform de instructies van

die [medeverdachte 1] een beslaglegging of rekeningblokkering zou worden opgeheven of

voorkomen of een rechtszaak zou kunnen worden voorkomen, en/of

- ( aldus) die persoon/personen telefonisch op indringende en/of dwingende

en/of misleidende wijze overvallen en/of overrompeld/overbluft,

waardoor die persoon/personen (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n)

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk

behulpzaam is geweest door opzettelijk

die [medeverdachte 1] en/of ander(en) te assisteren

- bij het vinden en/of doorgeven en/of gebruiken van een of meer naam/namen

en/of/met bijbehorende bankrekeningnummer(s) en/of bijbehorende bankpas (sen)

en/of bijbehorende pincode(s) en/of bijbehorende gegevens om te kunnen

internetbankieren met betrekking tot die bankrekeningnummer(s), en/of

- bij het (snel) (kunnen) opnemen en/of wegsluizen van op die

bankrekeningnummer(s) door die persoon gestort geld, en/of

- ( aldus) faciliterend of als tussenpersoon ten behoeve van die [medeverdachte 1] en/of

ander(en) op te treden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 23 december 2015, althans in december 2015,

te Groningen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

(van) een voorwerp, te weten (in totaal) 12.500 euro, in elk geval een

hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of

omgezet, althans gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp

geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig

misdrijf.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, gelet op de rol van verdachte, vrijspraak voor het onder 1 primair en het onder 2 primair ten laste gelegde en veroordeling voor het onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair ten laste gelegde gevorderd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte logistiek behulpzaam is geweest bij de verkrijging en verwerking van de uit oplichting afkomstige geldstromen in die zin dat hij heeft bemiddeld bij het ronselen van bankpassen, katvangers heeft geregeld, en het van oplichting afkomstig geld heeft opgehaald en heeft afgeleverd aan oplichter [medeverdachte 1] . Daarbij heeft hij aangevoerd dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op zowel de medeplichtigheid als het gronddelict, zijnde de oplichtingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 1 en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde, medeplegen van twee oplichtingen en medeplichtigheid aan twee oplichtingen, heeft hij betoogd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor enige betrokkenheid van verdachte. Hij heeft aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] tegenstrijdig zijn en daarom niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Ook heeft hij betoogd dat het voor medeplichtigheid vereiste dubbele opzet – zowel op de medeplichtigheid als op het gronddelict oplichting – ontbreekt, ook in voorwaardelijke vorm. Daartoe heeft de raadsman verwezen naar een uitspraak van de Hoge Raad van 18 februari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:385) en de bijbehorende conclusie van A-G Spronken (ECLI:NL:PHR:2013:2469). Ten aanzien van het onder 1 en 2 meer subsidiair ten laste gelegde witwassen heeft hij betoogd dat er geen bewijs is dat verdachte het door aangever [slachtoffer 2] overgeboekte geld voorhanden heeft gehad en dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte het door aangever [slachtoffer 1] overgeboekte geld voorhanden heeft gehad, gelet op de tegenstrijdigheid van de verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] .

Oordeel van de rechtbank

Inleiding

Deze zaak is een onderdeel van het resultaat van het onderzoek Chryseis, een onderzoek naar grootschalige acquisitiefraude gepleegd binnen heel Nederland. Aanleiding voor dit onderzoek waren de onderzoeken Archird en Eudora, waarbij laatstgenoemde ook was gericht op acquisitiefraude en waarin verdachte [medeverdachte 1] , de hoofdverdachte in het onderzoek Chryseis, in beeld kwam bij de politie. Het onderzoek heeft zich vervolgens gericht op de activiteiten van deze hoofdverdachte op het gebied van acquisitiefraude.

Het dossier bevat meer dan vijftig aangiftes uit het hele land (en een aangifte uit België) van (pogingen tot) oplichting. Aangevers verklaren dat zij zijn gebeld door een man die hen onder valse voorwendselen heeft bewogen tot het overboeken van geld via internetbankieren. Uit de aangiftes blijkt dat de man in veel gevallen een soortgelijke werkwijze hanteerde en aan de aangevers een vergelijkbaar verhaal vertelde. Hij nam daarbij een valse naam en hoedanigheid aan om het vertrouwen van de aangevers te winnen. Veel aangevers hebben op instructie van de man tijdens de telefoongesprekken duizenden euro’s overgeboekt. In enkele gevallen wist de bank te voorkomen dat het geld in handen van de dader(s) belandde, maar in de meeste gevallen werden de geldbedragen direct na de overboeking bij een pinautomaat gepind.

Binnen het onderzoek zijn meerdere personen als verdachte aangemerkt. Volgens het politieonderzoek hebben zij – in meer of mindere mate – met elkaar samengewerkt en daarbij een rol vervuld als oplichter, opdrachtgever, tussenpersoon of katvanger in die zin dat zij hun bankrekening en/of bankpas met pincode ter beschikking hebben gesteld. Verdachte [verdachte] wordt ervan verdacht dat hij bij twee oplichtingen in de hoedanigheid van tussenpersoon bankrekeningnummers, bankpassen en bijbehorende pincodes van andere personen heeft geregeld en het criminele gestorte geld heeft opgehaald en afgeleverd aan de hoofdverdachte.

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank acht al het onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarom hiervan vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De rechtbank heeft bij vonnis van heden verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] veroordeeld voor (onder meer) het medeplegen van oplichting van aangever [slachtoffer 1] . De rechtbank heeft bewezenverklaard dat [slachtoffer 1] op 21 december 2015 door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] door middel van een valse naam, een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels is bewogen tot de afgifte van 15.000 euro. Aangever [slachtoffer 1] heeft op 21 december 2015 vier keer een bedrag naar drie verschillende betaalrekeningen overgemaakt.1

De rechtbank heeft bij vonnis van heden verdachte [medeverdachte 2] veroordeeld wegens witwassen van geld dat uit misdrijf, te weten de oplichting van [slachtoffer 1] , afkomstig is. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat het [medeverdachte 2] is geweest die de op 21 december 2015 bij geldautomaten in Winschoten en Groningen het door aangever [slachtoffer 1] gestorte geld heeft gepind, dan wel heeft ontvangen van [medeverdachte 3] . De rechtbank is bij dit oordeel uitgegaan van de juistheid van de verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] . De rechtbank acht, gelet op de overeenstemmende verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] en gelet op de camerabeelden van de pintransactie waarop [medeverdachte 2] door meerdere personen, waaronder ook door zichzelf, is herkend, de verklaring van [medeverdachte 2] dat niet hij, maar [medeverdachte 3] geld zou hebben gepind en dat geld vervolgens aan verdachte zou hebben overhandigd, niet geloofwaardig. Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat verdachte door de verbalisanten bij het bekijken van de beelden van de pintransacties niet wordt herkend als één van de personen die geld opneemt. Ook de verklaring van [medeverdachte 2] dat hij de bankpas niet van [medeverdachte 5] heeft gekregen, maar dat [medeverdachte 5] in de Shisha Lounge in Hoogezand is uitgelegd dat er geld op zijn rekening zou worden gestort en dat [medeverdachte 5] dan geld moest opnemen, waarna [medeverdachte 5] dit daadwerkelijk heeft gedaan, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Het dossier biedt geen enkele ondersteuning voor deze verklaring van [medeverdachte 2] , terwijl [medeverdachte 5] deze stellig ontkent.

De rechtbank acht, gezien het voorgaande, de verklaring van [medeverdachte 2] onvoldoende betrouwbaar om in deze zaak voor het bewijs te kunnen gebruiken. Het dossier biedt naast deze onbruikbare verklaring onvoldoende bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de oplichting van aangever [slachtoffer 1] . Het enkele feit dat in telefoongesprekken die op 21 december 2015 tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hebben plaatsgevonden de namen “ [bijnaam 1] ” en “ [bijnaam 2] ” worden genoemd is daarvoor onvoldoende. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde. Nu de rechtbank op basis van het dossier evenmin kan vaststellen dat verdachte het door [slachtoffer 1] gestorte geld voorhanden heeft gehad of daar anderszins de beschikkingsmacht over heeft gehad, zal de rechtbank verdachte ook van het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde witwassen vrijspreken.

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank acht het onder 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarom hiervan vrijspreken. De rechtbank acht het onder 2 subsidiair wel bewezen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Aangever [slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan van oplichting gepleegd op 23 december 2015. In zijn aangifte heeft hij verklaard dat hij tweemaal 13.555 euro heeft overgemaakt op bankrekening NL93 INGB 0007 0611 10 ten name van Miro Administratie.2

Uit onderzoek is gebleken dat genoemde bankrekening op naam staat van [medeverdachte 6] h/o [bedrijfsnaam 1] Administratiekantoor.3 [bedrijfsnaam 2] is als verdachte gehoord. Daarbij heeft zij verklaard dat zij sinds 6 november 2015 eigenaar is van het bedrijf [bedrijfsnaam 1] en dat de genoemde bankrekening de zakelijke rekening van dit bedrijf is. Zij heeft verteld dat een man, genaamd [bijnaam 1] , haar heeft aangeboden haar te helpen bij het starten van haar onderneming. Hij heeft haar daarbij verteld dat hij dossiers had van failliete incassobureaus. Deze dossiers zou hij haar kunnen bezorgen, zodat zij met haar bedrijf de vorderingen zou kunnen gaan innen. Op verzoek van [bijnaam 1] heeft [bedrijfsnaam 2] aan hem haar zakelijke rekening en de KvK-gegevens verstrekt. Na de afgifte van deze gegevens heeft zij meermalen aan deze [bijnaam 1] om de papieren gevraagd. Hij heeft telkens gezegd dat zij deze morgen zou krijgen. Vervolgens heeft zij niets meer van [bijnaam 1] vernomen. Tijdens haar verhoor heeft [bedrijfsnaam 2] verdachte op een foto herkend als de door haar bedoelde [bijnaam 1] en heeft zij tevens verklaard dat de bankpas en de papieren door [bijnaam 1] niet aan haar zijn teruggegeven.4

Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij [bedrijfsnaam 2] kent, maar heeft ontkend dat hij haar zou hebben aangeboden te helpen bij het starten van een onderneming. Ook heeft verdachte ontkend dat hij van [bedrijfsnaam 2] de bankgegevens en bankpas van [bedrijfsnaam 1] verstrekt heeft gekregen. Wel heeft hij erkend dat hij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] goed kent.

De rechtbank is van oordeel dat [bedrijfsnaam 2] bij de politie een gedetailleerde en daarmee geloofwaardige verklaring heeft afgelegd. Een verklaring bovendien waarin zij zichzelf strafrechtelijk heeft belast. Om die reden hecht de rechtbank meer geloof aan haar verklaring dan aan de ontkennende verklaring van verdachte. De rechtbank zal dan ook de verklaring van [bedrijfsnaam 2] bij haar beoordeling als uitgangspunt nemen.

De rechtbank heeft bij vonnis van heden bewezen geacht dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] , de personen zijn geweest die [slachtoffer 2] hebben opgelicht en aldus hebben bewogen geldbedragen over te maken op de bankrekening van [bedrijfsnaam 2] . Ten tijde van het overmaken van deze bedragen was de bankrekening bij verdachte bekend en was hij in het bezit van de bankpas. Niet is gebleken dat er andere activiteiten zijn verricht met het opgerichte bedrijf en/of de bankrekening van [bedrijfsnaam 2] dan dat aangever [slachtoffer 2] op de bankrekening geldbedragen heeft gestort. Naar het oordeel van de rechtbank kan het gelet op deze gang van zaken niet anders zijn, dan dat verdachte met de door hem aangeboden hulp bij het starten van een onderneming welbewust en planmatig [bedrijfsnaam 2] heeft misbruikt door haar onder valse voorwendselen een bedrijf te laten oprichten teneinde op deze wijze een bankrekeningnummer te verwerven, waarop door oplichting verkregen gelden konden worden gestort en dat hij dit bankrekeningnummer vervolgens direct of indirect aan [medeverdachte 1] heeft doorgegeven. Naar het oordeel van de rechtbank is er, anders dan in de door de verdediging aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad en conclusie van A-G Spronken, sprake van meer dan het enkel beschikbaar stellen van een bankrekening, pinpas en pincode zonder te weten wat daar vervolgens mee zal gaan gebeuren. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan de oplichting door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] van [slachtoffer 2] door aan [medeverdachte 1] de van [bedrijfsnaam 2] verkregen bankrekening te leveren.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 2 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

2.

[medeverdachte 1] op of omstreeks 23 december 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam, een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels een persoon/personen, genaamd [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , heeft

bewogen tot de afgifte van (in totaal) 27.110 euro, hebbende die [medeverdachte 1] tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-informatie omtrent het/de te benaderen bedrijf en/of organisatie gezocht via

internet, en/of

- naar genoemde persoon/personen gebeld, die bij een/dat bedrijf en/of organisatie was betrokken, en/of (vervolgens) (telefonisch) jegens die persoon/personen

- zich voorgedaan als bonafide medewerker van een gerechtshof of deurwaarderskantoor, althans als bonafide schuldeiser/schuldinner,

en/of

tegen die persoon/personen gezegd

- dat er een (opeisbare) schuld zou zijn ontstaan vanwege een vermelding in een bedrijvengids of telefoongids, althans dat er een schuld zou zijn die direct betaald moest worden, en/of

- dat er beslag gelegd was of zou worden gelegd of dat een bankrekening van (het bedrijf of de organisatie van) die persoon/personen zou zijn of worden geblokkeerd en/of gedreigd met (verdere) executie van die beslaglegging of blokkering indien er niet direct zou worden betaald, en/of

- dat er eerst direct een of meermalen een (groot) bedrag moest worden overgemaakt (bij wijze van borg) en/of dat na controle of aftrek van de schuld het restant (direct) zou worden teruggeboekt,

en/of (daarbij)

-die persoon/personen (ook) betalingsinstructies gegeven om (meermalen) via een spoedoverboeking of betaalopdracht onmiddellijk geld over te maken naar een of meer door [medeverdachte 1] opgegeven bankrekeningnummer(s), terwijl die [medeverdachte 1] dan telefonisch verbonden wenste te blijven en/of wilde blijven meeluisteren,

en/of

- ( aldus) die persoon/personen gedreigd met of gewezen op (de mogelijkheid

van) een onmiddellijke beslaglegging of blokkering van bankrekening(en) en/of

verdere executie van een beslaglegging of handhaving van de blokkering als er

niet direct betaald zou worden, en/of (anderszins) onder tijdsdruk gezet,

en/of

- bij die persoon/personen de indruk en/of vrees gewekt dat er (daardoor) een financieel probleem zou zijn of zou kunnen ontstaan en/of t reputatie) schade zou kunnen ontstaan voor het betrokken bedrijf of de betrokken organisatie,

en/of

- die persoon/personen geen of onvoldoende gelegenheid gegeven om de juistheid van de claim(s) en/of bewering(en) van verdachte en/of de juistheid van (de directe opeisbaarheid of het verhaal van) de schuld(en) van die persoon/personen of dat bedrijf of die organisatie te kunnen controleren, en/of

- tegen die persoon/personen gezegd dat na betaling conform de instructies van die [medeverdachte 1] een beslaglegging of rekeningblokkering zou worden opgeheven of voorkomen of een rechtszaak zou kunnen worden voorkomen, en/of

- ( aldus) die persoon/personen telefonisch op indringende en/of dwingende en/of misleidende wijze overvallen en/of overrompeld/overbluft, waardoor die persoon werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n)

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk die [medeverdachte 1] en/of ander(en) te assisteren

- bij het vinden en doorgeven en gebruiken van een naam met bijbehorende bankrekeningnummer en

- aldus faciliterend als tussenpersoon ten behoeve van die [medeverdachte 1] en/of een ander op te treden.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

2 subsidiair: medeplichtigheid aan oplichting.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 130 uur, te vervangen door 65 dagen hechtenis, indien de werkstraf niet (naar behoren) wordt uitgevoerd, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan oplichting. Verdachte heeft iemand benaderd om een bedrijf op te richten, teneinde het bankrekeningnummer van dit bedrijf te verkrijgen. Vervolgens heeft verdachte daadwerkelijk dit bankrekeningnummer verkregen en doorgegeven aan de hoofdverdachte, die een persoon door oplichting heeft bewogen op de verkregen bankrekening geld te storten.

Door oplichting wordt het vertrouwen dat de maatschappij in het economisch verkeer mag stellen in ernstige mate geschaad. Verdachte heeft daaraan bijgedragen en hij heeft geen rekening gehouden met de schadelijke gevolgen voor de persoon die is opgelicht. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

In strafverminderende zin heeft de rechtbank rekening gehouden met het tijdsverloop van de strafprocedure. Met name gelet op dit tijdsverloop zal de rechtbank volstaan met het opleggen van een werkstraf van na te noemen duur.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1] (feit 1, primair en subsidiair), tot een bedrag van € 15.000,- ter vergoeding van materiële schade en € 150,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

2. [benadeelde partij] (feit 2, primair en subsidiair), tot een bedrag van € 27.110,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen, aangezien er onvoldoende rechtstreeks causaal verband is tussen de geleden schade en hetgeen waarvoor de officier van justitie veroordeling vordert.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen af te wijzen.

Oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank acht het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] overweegt de rechtbank het volgende. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde. De schade is het gevolg van de onrechtmatige gedragingen van (in ieder geval) drie personen, te weten verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] , terwijl voor elk van die gedragingen geldt dat de schade zonder die gedraging niet zou zijn ingetreden. De rechtbank is derhalve, anders dan door de officier van justitie is gesteld, van oordeel dat ieder van die personen jegens de benadeelde aansprakelijk is voor de gehele schade. De rechtbank zal daarom de vordering toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 december 2015.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door een of meer medeverdachten is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank zal deze maatregel hoofdelijk opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f, 48, 49 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 en onder 2 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 120 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Ten aanzien van 18/830440-16, feit 1 primair en subsidiair:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van 18/830440-16, feit 2 subsidiair:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 27.110,- (zegge: zevenentwintigduizend honderdtien euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

23 december 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] , te betalen een bedrag van € 27.110,- (zegge: zevenentwintigduizend honderdtien euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 170 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 27.110,- aan materiële schade en € 0,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. H.H.A. Fransen en

mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door mr. M.T. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2018.

Mrs. H.H.A. Fransen en M.T. Bos zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 A-008, aangifte [slachtoffer 1] , pagina 2766-2768.

2 A-039, aangifte [slachtoffer 2] , pagina 3279-3280.

3 Bericht van de ING Bank, pagina 3307.

4 V-011, verhoor verdachte [bedrijfsnaam 2] , pagina 3700-3703.