Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:4117

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-10-2018
Datum publicatie
16-10-2018
Zaaknummer
18/930244-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen schennis plegen en het zich toegang verschaffen, het in bezit hebben en verspreiden van kinderporno. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en een proeftijd van 3 jaar met daaraan verbonden algemene en bijzondere voorwaarden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 239
Wetboek van Strafrecht 240b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930244-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 oktober 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],

wonende te [straatnaam], [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

2 oktober 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. van der Burg.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 1 april 2017 tot en met 20 september 2017 te Assen en/of elders in

Nederland, (telkens) [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 2006 en/of [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum] 2008, van wie hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zij de leeftijd

van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, en die (telkens) (een) aan zijn

zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige(n) waren/was, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele

handelingen, een en ander (telkens) hierin bestaande dat verdachte

- zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] zich heeft afgetrokken, en/of met zijn penis heeft gespeeld en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] naar zich toe heeft gewenkt en/of oogcontact heeft gemaakt met die [slachtoffer 1] en/of naar die [slachtoffer 1] heeft geknipoogd en/of

- zijn penis aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft getoond;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 1 april 2017 tot en met 20 september 2017 te Assen en/of elders in

Nederland, (telkens) de eerbaarheid heeft geschonden op een niet openbare plaats, te

weten in de door verdachte bewoonde woning en/of in de tuin van die woning,

(telkens) terwijl een of meer anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], daarbij haars ondanks tegenwoordig was/waren, (telkens) door die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] zijn penis te tonen.

2.

hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2016 tot en met 24 september 2017,

te Assen en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een

of meer afbeeldingen, te weten (digitale) fotobestanden en/of (digitale)

filmbestanden op een tweetal gegevensdragers, of een of meer gegevensdragers, bevattende een of meer afbeeldingen, heeft verspreid en/of

aangeboden en/of

in bezit heeft gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) een of meer seksuele gedragingen zichtbaar

was/waren, waarbij (telkens) een of meer personen die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) -zakelijk

weergegeven- bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een

(andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet had bereikt en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen, de billen en/of de borsten

van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen, de billen en/of

de borsten van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaren nog niet had bereikt en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed

en/of opgemaakt was en/of poseerde in een omgeving en/of met een of meer

voorwerpen en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij

haar/zijn leeftijd paste en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van haar/zijn kleding ontdeed en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze persoon en/of

de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht werden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking had(den) en/of

strekte(n) tot seksuele prikkeling en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding(en) (telkens) (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking had(den) en/of strekte(n) tot seksuele prikkeling van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte een gewoonte heeft gemaakt.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 primair ten laste gelegde.

Zij heeft daartoe aangevoerd dat onvoldoende wettig bewijs voorhanden is voor het seksueel corrumperen van de minderjarige(n) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) in de vorm van wervend gedrag, te weten het knipogen, wenken en/of het maken van oogcontact.

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 subsidiair ten laste gelegde, het meermalen schennis plegen, en het onder 2 ten laste gelegde, het zich toegang verschaffen tot, het in bezit hebben en verspreiden van kinderpornografisch materiaal.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat voor beide feiten opzet nodig is. Het bewijs daarvoor - ook in voorwaardelijke zin - is niet aanwezig. Verdachte ontkent met klem dat hij zich in aanwezigheid van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dan wel zichtbaar voor hen heeft afgetrokken of zijn penis heeft laten zien. Verdachte heeft de gewoonte om, als het erg warm is, zijn kruis wat te "luchten", omdat het anders allemaal plakkerig is. Daarin zit geen seksuele lading verstopt. De raadsman heeft verder aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer 1] een onvoldoende betrouwbare basis voor vormt voor het bewijs tegen verdachte dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gecorrumpeerd dan wel schennis heeft gepleegd. Bovendien wordt de verklaring van [slachtoffer 1] niet ondersteund door ander bewijs.

De raadsman heeft voorts betoogd dat het onder 2 ten laste gelegde wel wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt daartoe dat op grond van het verhandelde ter terechtzitting en de inhoud van het strafdossier niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele gedragingen. Om het bestanddeel “bewegen tot” in de delictsomschrijving te kunnen bewijzen is het noodzakelijk dat vast komt te staan dat verdachte actieve handelingen heeft verricht welke erop gericht zijn een minderjarige persoon getuige te doen zijn van zijn seksuele gedragingen. De enkele verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte tijdens de seksuele gedragingen ook oogcontact maakte en haar naar zich toe zou hebben gewenkt, is - zonder enig steunbewijs - onvoldoende om tot een wettig en overtuigend bewijs te kunnen komen van seksueel corrumperen.

De rechtbank acht het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wel wettig en overtuigend bewezen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Volgens het tweede lid van artikel 342 Sv - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige.

Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. In het geheel van bewijsmiddelen moeten twee verschillende bronnen kunnen worden onderscheiden waarvan redengevende bewijsmiddelen afkomstig zijn. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval (vgl. Hoge Raad 13 juli 2010, LJN BM2452).

[slachtoffer 1] is, naar aanleiding van een informatief gesprek zeden en de aangifte van haar moeder van seksueel misbruik door verdachte, door de politie gehoord. [slachtoffer 1] heeft tijdens dit verhoor uitgebreid en gedetailleerd verklaard over hetgeen zij heeft gezien, de seksuele handelingen die verdachte in haar zicht heeft gepleegd en de plekken waar dit gebeurde. De verklaringen hierover van [slachtoffer 1] zijn in de kern genomen consistent. Concrete en objectieve aanwijzingen die afdoen aan de geloofwaardigheid van haar verklaringen, heeft de rechtbank niet gevonden in het dossier en evenmin in het verhandelde ter terechtzitting. De enkele omstandigheid dat veel van wat [slachtoffer 1] beschrijft mogelijk niet steeds een apart incident is, maar eerder een onderdeel van één en hetzelfde moment en dat er op onderdelen sprake is van aannames, tast de betrouwbaarheid van die verklaringen met betrekking tot de kern van de zaak niet wezenlijk aan.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 1] in voldoende mate steun vindt in ander bewijsmateriaal en overweegt daartoe het volgende.

In het dossier bevindt zich een aangifte van de moeder van [slachtoffer 1], waarin zij niet alleen omschrijft wat [slachtoffer 1] haar heeft verteld, maar ook wat haar jongste dochter [slachtoffer 2] heeft waargenomen. Deze aangifte sluit voor wat betreft het relaas van [slachtoffer 2] aan bij de situaties die [slachtoffer 1] heeft beschreven in haar studioverhoor.

De verklaring van [slachtoffer 1] vindt voorts bevestiging in hetgeen verdachte bij de politie en ter zitting heeft verklaard. Zo geeft hij aan dat hij zijn penis heeft gelucht op momenten dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in zijn woning/tuin aanwezig waren en op plekken die [slachtoffer 1] beschrijft tijdens het studioverhoor.

Het hiervoor overwogene brengt de rechtbank tot de slotsom dat de belastende verklaring van [slachtoffer 1] in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen zodat aan het bewijsminimumvoorschrift van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan.

Voor zover de raadsman heeft betoogd dat bij verdachte het (voorwaardelijk) opzet op het plegen van schennis ontbreekt, is de rechtbank van oordeel dat uit de inhoud van het strafdossier en hetgeen ter terechtzitting is verhandeld het (voorwaardelijk) opzet van verdachte op schennis van de eerbaarheid kan worden afgeleid. De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte met het ontbloten van zijn geslachtsdeel op momenten waarop [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in zijn woning/tuin aanwezig waren en op onafgesloten locaties die voor een ieder toegankelijk waren, de aanmerkelijke kans dat een of beide minderjarige(n) zijn ontblote penis zou(den) opmerken op de koop toe heeft genomen. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 september 2017, opgenomen op pagina 14 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017245000 d.d. 16 maart 2018, inhoudende als verklaring van aangeefster [naam 1]:

A: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] spelen regelmatig bij hun vriendinnetje [naam 2] thuis in Assen.

Zij vertelden in juni 2017 dat de vader van [naam 2] met zijn handen in zijn broek zat.

[slachtoffer 1] vertelde dat [verdachte] zijn broek op zijn knieën had en zich stond af te trekken.

Ik heb [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] apart van elkaar de vraag gesteld wat hij dan deed. [slachtoffer 2] zei: "Dan doet hij zo en dan zo".

0: Aangeefster maakt met haar hand een trekkende beweging en doet daarna haar beide hadden bij elkaar alsof ze deze heel hard tegen elkaar aanwrijft waarbij ze wat ruimte laat tussen haar handen.

A: Ook [slachtoffer 1] zei precies hetzelfde wat [slachtoffer 2] had gedaan en deed ook precies dezelfde beweging voor. Dus eerst trekken en dan wrijven.

Op 3 september 2017 waren de meiden daar weer thuis. [slachtoffer 1] had de kamer in gekeken en zag dat [verdachte] zijn piemel over zijn broek had hangen, er aan het trekken was.

[slachtoffer 1] vertelde mij dat ze op 4 september 2017 had gezien dat [verdachte] in de keuken zijn broek naar beneden had gedaan. [slachtoffer 1] zei: "We zagen zijn piemel". Daarna was [verdachte] naar de boekenkast gelopen en daarna naar nog een andere plek in huis waar hij hetzelfde had gedaan. Ze zei: "Hij deed het weer, hij had er ook een lapje omgenaaid".

Ook zei ze: "Volgens mij heeft hij geen onderbroek aan" en "Mam, ik weet wel dat het niet kan maar het leek wel dat zijn piemel groter werd".

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal Samenvatting studioverhoor d.d. 23 september 2017, opgenomen op pagina 24 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1], zijnde een samenvatting van het op 23 september 2017 gehouden studioverhoor met [slachtoffer 1]:

A: Die vader gaat als ik er ben met mijn zusje [slachtoffer 2] met zijn piemel spelen. In het begin toen het gebeurde ging hij in de garage staan en dan deed hij het. Ook een keer toen we een spelletje gingen doen en toen zag ik alleen zijn piemel en niet zijn hoofd.

Naast de deur naar buiten staat een kast. Daar staat hij dan achter met zijn broek op zijn enkels. Hij doet het sowieso al vier maanden.

V:Met z'n piemel spelen, wat doet hij dan?

A:Hij trekt hem naar voren en dan doet ie dit, wat wrijven.

O:Getuige doet aftrekkende beweging voor.

A:Hij zit met twee handen aan zijn piemel. Vijf seconden ofzo en dan gaat hij wegkijken en dan stopt hij.

A:Hij stond een keer in de bijkeuken/hal en toen zag ik alleen zijn piemel en dat lapje. Ik zag niet zijn lijf maar alleen zijn piemel en zijn handen en dan trok hij eraan. Hij heeft vaak een joggingbroek aan. Die zat op zijn knieën of enkels. Hij draaide daarna heel snel om en deed z'n broek weer omhoog en deed alsof er niks aan de hand is. Ook wel dat hij zijn piemel door zijn rits naar buiten haalt.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 26 september 2017, opgenomen op pagina 274 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

A: Ik sta er wel eens te luchten. Ik doe mijn broek wat naar beneden en haal hem dan los, want het plakt dan wat en laat ik het luchten. Als je daar staat zou je dat wel kunnen zien. Met mijn hand pak ik mijn piemel vast, omdat die wat plakt. Een paar keer per dag, want mijn piemel plakt. Ik ben bang dat ze mij kennelijk heeft zien luchten.

De rechtbank volstaat ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2018;

2. een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 24 september 2017, opgenomen op pag. 340 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017245000 d.d. 16 maart 2018;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2018, opgenomen op pag. 190 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2];

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen

kinderporno-onderzoek d.d. 14 maart 2018 (met bijlagen), opgenomen op pag. 237 e.v. van voornoemd dossier van Politie Noord-Nederland, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2].

De rechtbank stelt vast dat er over een periode van 14 maanden in meer of minder mate sprake is geweest van het downloaden en verspreiden van kinderporno.

Hoewel de rechtbank, gelet op het ontbreken van de door verdachte gehanteerde USB-stick en het opschonen van de computer door verdachte, niet kan vaststellen wat de precieze omvang is geweest van het bezit en het door verdachte verspreide materiaal, is de rechtbank op basis van de bewezenverklaarde periode van oordeel dat sprake is geweest een gewoonte maken van het zich toegang verschaffen tot, het in bezit hebben en verspreiden van kinderpornografisch materiaal.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 subsidiair en het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

verdachte op verschillende tijdstippen in de periode van 1 juni 2017 tot en met 20 september 2017 te Assen, telkens de eerbaarheid heeft geschonden op een niet openbare plaats, te

weten in de door verdachte bewoonde woning, telkens terwijl een of meer anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], daarbij haars/huns ondanks tegenwoordig was/waren, telkens door die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] zijn penis te tonen.

2.

hij in de periode van 28 juli 2016 tot en met 24 september 2017, te Assen, meermalen, telkens een of meer afbeeldingen, te weten digitale fotobestanden en/of digitale filmbestanden op een tweetal gegevensdragers, heeft verspreid en/of aangeboden en/of in bezit heeft gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen een of meer seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens een of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen, de billen en/of de borsten

van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen, de billen en/of de borsten van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed

en/of opgemaakt was en/of poseerde in een omgeving en/of met een of meer

voorwerpen en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij

haar/zijn leeftijd paste en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van haar/zijn kleding ontdeed en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht werden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking had(den) en/of strekte(n) tot seksuele prikkeling

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

waarbij de afbeeldingen telkens aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hadden en/of strekten tot seksuele prikkeling

van welke misdrijven verdachte een gewoonte heeft gemaakt.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, terwijl een ander daarbij zijns ondanks tegenwoordig is, meermalen gepleegd;

2. een afbeelding of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en daaraan gekoppeld de algemene en bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij de bepaling van de straf rekening te houden met het feit dat onderhavige procedure reeds veel impact heeft gehad op verdachte en zijn gezin en dat verdachte als gevolg daarvan zijn baan bij de politie is kwijtgeraakt. De raadsman heeft gepleit voor het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Mocht de rechtbank oordelen dat niet kan worden ontkomen aan een onvoorwaardelijk strafdeel, dan heeft de raadsman gepleit het onvoorwaardelijke deel op te leggen in de vorm van een beperkte werkstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen schennis plegen. Hij heeft in zijn woning meerdere malen zijn geslachtsdeel getoond aan twee minderjarige vriendinnetjes van zijn dochter, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (destijds 11 en 9 jaar). Het is een feit van algemene bekendheid dat het voor minderjarigen een zeer nare ervaring kan zijn wanneer zij met een dergelijk handelen worden geconfronteerd, hetgeen ook blijkt uit met name de verklaringen van [slachtoffer 1] in deze zaak. Daarnaast wordt dergelijk gedrag in het algemeen als grensoverschrijdend en aanstootgevend beschouwd.

Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het zich toegang verschaffen tot, het in bezit hebben van en het verspreiden van kinderporno, hetgeen bijzonder verwerpelijk is omdat bij de vervaardiging hiervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd.

Door het verzamelen en met name het verspreiden van kinderpornografisch materiaal heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van kinderporno. Het is daarbij een feit van algemene bekendheid, dat kinderen die slachtoffer worden van deze praktijken zodanige psychische schade kunnen oplopen dat zij vele jaren later daarvan de schadelijke gevolgen nog ondervinden. Verdachte was ten tijde van het plegen van het strafbare feit bovendien politieambtenaar. Verdachte wist als politieambtenaar welke gruwelijke wereld achter kinderporno schuilgaat en hoe beschadigend het is voor de slachtoffers. Politieambtenaren hebben daarnaast, gelet op hun taak en functie, een bijzondere plaats in de samenleving. Zij hebben een voorbeeldfunctie en om die reden wordt van hen volledige integriteit en onkreukbaarheid verwacht. Door zijn handelen heeft verdachte het vertrouwen beschaamd van enerzijds zijn collega’s bij de politie, anderzijds dat van de maatschappij, die erop moet kunnen vertrouwen dat politieambtenaren zich niet inlaten met zaken als deze.

Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte ter terechtzitting weliswaar zijn spijt heeft betuigd over hetgeen hij heeft gedaan, maar daarbij de indruk wekt dat hij vooral spijt heeft vanwege de gevolgen die de gepleegde strafbare feiten voor hemzelf hebben meegebracht.

Gelet op de ernst van de feiten en de functie van verdachte ten tijde van het begaan van de feiten acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur zonder meer op zijn plaats. Voor enig vergelijk heeft de rechtbank gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Als uitgangspunt voor het verspreiden van kinderporno wordt een gevangenisstraf voor de duur van een jaar gehanteerd. Ook voor het maken van een gewoonte van het bezit en/of verspreiden van kinderporno geldt als uitgangspunt een jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 22 augustus 2018, niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 27 september 2018, waarin wordt geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De reclassering acht tevens oplegging van reclasseringstoezicht en bijzondere voorwaarden in de zin van een meldplicht, een ambulante behandelverplichting, een alcoholverbod en vergoeding van eventueel geleden schade geïndiceerd.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd dat verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een proeftijd van 3 jaar passend en geboden. Aan het voorwaardelijke deel zullen algemene en bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, met het beoogde doel verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft onttrekking aan het verkeer gevorderd van de onder verdachte in beslag genomen computer (Kl: ZWART, ACER-ASPIRE M7721) en diensttelefoon

(Kl: ZWART, SAMSUNG), zoals vermeld onder 1 en 4 op de beslaglijst d.d. 13 september 2018. De overige op de beslaglijst vermelde voorwerpen kunnen aan verdachte worden teruggegeven.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte zich niet verzet tegen onttrekking aan het verkeer van de op de beslaglijst onder 1 en 4 vermelde voorwerpen. De raadsman heeft verzocht de overige op de beslaglijst vermelde voorwerpen aan verdachte terug te geven.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst d.d. 13 september 2018 onder 1 en 4 vermelde voorwerpen, te weten een computer (Kl: ZWART, ACER-ASPIRE M7721) en diensttelefoon (Kl: ZWART, SAMSUNG), onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien op grond van het onderzoek ter terechtzitting is vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan, welke feit met behulp van deze voorwerpen is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van de overige op de beslaglijst d.d. 13 september 2018 vermelde voorwerpen, te weten:

- 1.00 STK Harddisk Kl:ZILVER, PHILIPS SPE 3051CC/00 INCLUSIEF USB-KABEL;

- 1.00 STK Harddisk Kl:ZWART, WD FASCINATION WD-ELEMENT;

- 1.00 STK Harddisk Kl:GEEL, KINGSTON TRAVELER/ 4-GB (LIJKT OP ARCEERSTIFT);

- 1.00 STK Harddisk Kl:BLAUW, KINGSTON 4-GIG;

- 1.00 STK Harddisk Kl:BLAUW, ACTION (MET RINGETJE);

- 1.00 STK Harddisk Kl:BLAUW, (MERKLOOS) BLAUW STICK VIES EN KLEVERIG;

- 1.00 STK Harddisk Kl:GROEN, PHILIPS 8 GIG;

- 1.00 STK Harddisk Kl:ZILVER, MICRO SD USB.2.0 MET ZWARTE DOP;

- 1.00 STK Harddisk LEXAR PRO MAGICGATE 256 MB (MEMORYSTICK);

- 1.00 STK Harddisk SANDISK COMP. FLASH 128 MB;

- 1.00 STK Harddisk SANDISK CP-FLASH 1-GIG;

- 1.00 STK Harddisk Kl:BLAUW SD KAART 2GB WITTE STICKER S453;

- 1.00 STK Harddisk SANDISK MICRO MICRO SD KAART 4 GB;

- 1.00 STK Harddisk SANDISK MICRO SD KAART 8-GIG;

- 1.00 STR Harddisk MICRO SD KAART 2-GIG;

- 1.00 STR Harddisk SONY MEM.ST.PRO GEHEURGENKAART 256 MB IN PLASTIC HOESJE;

- 1.00 STK Adapter VERBATIM SD ADAPTER TBV MICROGEHEUGENKAARTEN.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 57, 239 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen 14 dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak telefonisch meldt bij Reclassering Nederland (Leonard Springerlaan 21 te Groningen) via het

algemene telefoonnummer 088-8041100;

2. dat de veroordeelde zich laat behandelen voor de bij hem vastgestelde problematiek bij de AFPN of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

3. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urinecontroles, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de volgende op de beslaglijst vermelde voorwerp, te weten:

- Computer (acer-aspire M7721, kl: zwart) en

- diensttelefoon (samsung, kl: zwart).

Gelast de teruggave aan verdachte van de volgende op de beslaglijst d.d. 13 september 2018 vermelde voorwerpen, te weten:

- 1.00 STK Harddisk Kl:ZILVER, PHILIPS SPE 3051CC/00 INCLUSIEF USB-KABEL;

- 1.00 STK Harddisk Kl:ZWART, WD FASCINATION WD-ELEMENT;

- 1.00 STK Harddisk Kl:GEEL, KINGSTON TRAVELER/ 4-GB (LIJKT OP ARCEERSTIFT);

- 1.00 STK Harddisk Kl:BLAUW, KINGSTON 4-GIG;

- 1.00 STK Harddisk Kl:BLAUW, ACTION (MET RINGETJE);

- 1.00 STK Harddisk Kl:BLAUW, (MERKLOOS) BLAUW STICK VIES EN KLEVERIG;

- 1.00 STK Harddisk Kl:GROEN, PHILIPS 8 GIG;

- 1.00 STK Harddisk Kl:ZILVER, MICRO SD USB.2.0 MET ZWARTE DOP;

- 1.00 STK Harddisk LEXAR PRO MAGICGATE 256 MB (MEMORYSTICK);

- 1.00 STK Harddisk SANDISK COMP. FLASH 128 MB;

- 1.00 STK Harddisk SANDISK CP-FLASH 1-GIG;

- 1.00 STK Harddisk Kl:BLAUW SD KAART 2GB WITTE STICKER S453;

- 1.00 STK Harddisk SANDISK MICRO MICRO SD KAART 4 GB;

- 1.00 STK Harddisk SANDISK MICRO SD KAART 8-GIG;

- 1.00 STR Harddisk MICRO SD KAART 2-GIG;

- 1.00 STR Harddisk SONY MEM.ST.PRO GEHEURGENKAART 256 MB IN PLASTIC HOESJE;

- 1.00 STK Adapter VERBATIM SD ADAPTER TBV MICROGEHEUGENKAARTEN.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Zwarts, voorzitter, mr. R. Depping en mr. C. Brouwer, rechters, bijgestaan door mr. H. Wachtmeester-Koning, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 oktober 2018.

Mr. C. Brouwer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.