Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3947

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
09-10-2018
Datum publicatie
10-10-2018
Zaaknummer
18/730037-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich met een ander schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, waarbij een iPhone en een iPad zijn weggenomen, waarbij met geweld een woning is binnengedrongen en jegens de aangevers geweld is gebruikt. Gelet op de toepassing van het adolescentenstrafrecht en de persoonlijkheid van verdachte is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte geen langere detentie opgelegd dient te worden dan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Wel zal de rechtbank, gelet op de ernst van het feit, aan verdachte de, voor jeugdigen geldende, maximale werkstraf opleggen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77c
Wetboek van Strafrecht 77i
Wetboek van Strafrecht 77m
Wetboek van Strafrecht 77n
Wetboek van Strafrecht 77x
Wetboek van Strafrecht 77y
Wetboek van Strafrecht 77z
Wetboek van Strafrecht 77aa
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730037-18

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 9 oktober 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats],

wonende te [straatnaam], [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 september 2018.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.W. Kuper, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M.C. van Woudenberg.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 februari 2018 te Oosterwolde, in elk geval in de gemeente Ooststellingwerf, in en/of bij een woning gelegen aan of bij de [straatnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een iPhone en/of een iPad (van het merk Apple), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en/of inklimming en/of een valse sleutel (te weten een (metalen) staaf/buis), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn mederdader(s), althans alleen,

- een of meer ruit(en) van de voordeur van die woning (toebehorende aan [slachtoffer 3]) aan de [straatnaam] heeft vernield (met een (metalen) staaf/buis/veer van een vrachtauto) en/of (vervolgens)

- door of via die (deels) vernielde deur, zich (wederrechtelijk) de toegang tot die woning aan de [straatnaam] heeft verschaft en/of (vervolgens) (zulks terwijl die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] de toegangsdeur tot de woonkamer van die woning gesloten trachtten te houden)

- zich de toegang tot de woonkamer van die woning heeft verschaft door met kracht te duwen tegen de toegangsdeur van de woonkamer van die woning en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 2] (met kracht) tegen het lichaam heeft geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] heeft besprongen en/of

- die [slachtoffer 2] in een nekklem heeft genomen en/of (vervolgens) gehouden, althans (met kracht) met een arm om de nek/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) vastgehouden, waardoor het voor die [slachtoffer 2] nagenoeg niet mogelijk was adem te halen en/of

- die [slachtoffer 2] in een nekklem, althans met een arm om diens nek/hals, heeft meegevoerd/meegenomen (tot buiten die woning) en/of

- dreigend een (metalen) staaf/buis/veer van een vrachtauto boven zijn hoofd heeft gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] met een/die (metalen) staaf/buis/veer van een vrachtauto tegen de (boven)benen heeft geslagen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "Geef je telefoon of ik sla.", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] nogmaals met een/die (metalen) staaf/buis/veer van een vrachtauto tegen de (boven)benen heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "Waar is je telefoon?", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- zijn mededader de woorden heeft toegevoegd: "[medeverdachte], maak hem dood, maak hem dood, maak hem dood.", althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] bij een door haar gedragen t-shirt en/of haar lichaam heeft vastgepakt en haar vervolgens over een of meerdere in die woning aanwezige stoel(en) heeft gegooid;

althans, indien terzake het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen

dat hij op 15 februari 2018 te Oosterwolde, in elk geval in de gemeente Ooststellingwerf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een voordeur met (glazen) ruiten (van perceel [straatnaam] te Oosterwolde) en een auto (te weten een Opel Corsa met kenteken [kenteken], in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), te weten aan [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 3] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

en/of

dat hij op 15 februari 2018 te Oosterwolde, in elk geval in de gemeente Ooststellingwerf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft mishandeld door

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen het lichaam te duwen en/of;

- die [slachtoffer 2] te bespringen en/of;

- die [slachtoffer 2] in een nekklem te nemen en/of vervolgens in de nekklem te houden, althans (met kracht) [slachtoffer 2] met een arm om de nek/hals te pakken waardoor het voor die [slachtoffer 2] nagenoeg niet mogelijk was adem te halen en/of;

- die [slachtoffer 1] met een metalen staaf/buis/veer van een vrachtauto tegen haar (boven)benen te slaan en/of;

- die [slachtoffer 1] bij een door haar gedragen t-shirt en/of haar lichaam vast te pakken en haar vervolgens over een of meerdere in die woning aanwezige stoelen te gooien, waardoor die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] letsel hebben bekomen en/of pijn hebben ondervonden;

en/of

dat hij op 15 februari 2018 te Oosterwolde, in elk geval in de gemeente Ooststellingwerf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een iPhone en een iPad (van het merk Apple), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het primair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft veroordeling voor het subsidiair ten laste gelegde gevorderd. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het vernielen van de voordeur en het gepleegde geweld kunnen niet worden gezien als handelingen die zijn gepleegd met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken. Toen de verdachten bij de woning aankwamen, zijn de plannen gewijzigd. Het ging niet meer om het ophalen van de telefoon, verdachte [verdachte] was boos en verdachte [medeverdachte] is daarin meegegaan. Vervolgens hebben verdachten vernielingen en mishandelingen gepleegd, en zijn er goederen uit de woning meegenomen. De verklaringen van beide aangevers zijn betrouwbaar en de aangiften komen overeen met het tijdsverloop en hetgeen op de camerabeelden te zien is. Ten aanzien van de weggenomen iPad is er sprake van een impulsieve actie van verdachte [verdachte] geweest. Voor de diefstal van de iPad vordert de officier van justitie daarom vrijspraak ten aanzien van medeverdachte [medeverdachte].

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, alsmede van de subsidiair ten laste gelegde diefstal. Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde vernieling en mishandeling heeft de raadsvrouw aangevoerd dat een bewezenverklaring kan volgen. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte en de medeverdachte samen naar de woning zijn gegaan. Verdachte zag bij aankomst de auto van aangever [slachtoffer 2] op de oprit staan en werd woest. Hij vernielde het glas van de voordeur en is vervolgens de woning binnengegaan. Hij gaf aangeefster [slachtoffer 1] één tik met de veer die hij uit de auto had meegenomen. In de woning heeft verdachte vervolgens de iPhone en de iPad gepakt. Wat er zich tussen de medeverdachte en aangever [slachtoffer 2] heeft afgespeeld heeft verdachte niet meegekregen. Het dossier geeft geen aanknopingspunten om aan te nemen dat het uitgeoefende geweld ten dienste stond van de diefstal. Om die reden moet vrijspraak voor het primair ten laste gelegde volgen. Ook de subsidiair ten laste gelegde diefstal kan niet wettig en overtuigend bewezen worden. Voor diefstal is oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vereist, hetgeen ontbreekt in onderhavige zaak. De iPhone en iPad zijn volgens verdachte zijn eigendom. In de beleving van verdachte is en blijft degene die betaalt eigenaar. Om die reden kan er geen sprake zijn van enig oogmerk. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de door aangevers gegeven omschrijving van het voorval niet mogelijk is in de korte tijdspanne van 45 seconden, die af te leiden is uit de videobeelden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 25 september 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Op 15 februari 2018 stapte ik uit de auto, [medeverdachte] stond al bij de deur en ik opende de achterdeur van de auto en pakte de veer. Ik had die veer vast en dacht dat ik, als ze niet open zouden doen, toch naar binnen kon. Ik was van plan als ze niet open zou doen om het in te slaan. Ik heb met een metalen veer van een vrachtauto zowel het boven als beneden raam van de voordeur van de woning aan de [straatnaam] te Oosterwolde kapot geslagen. Door het onderste raam ben ik de woning binnengeklommen. In de woning heb ik de iPhone uit de handen van [slachtoffer 1] gepakt. Met de veer heb ik haar een tik gegeven op haar bovenbeen. [medeverdachte] en [slachtoffer 2] stonden in de hal en hadden een arm om elkaar heen en gingen naar buiten. Ik ben naar boven gegaan en heb de iPad gepakt.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 februari 2018, opgenomen op pagina 33 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2018039419 d.d. 21 maart 2018, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1], mede namens [slachtoffer 3]:

Op 15 februari 2018 was ik met [slachtoffer 2] in perceel [straatnaam] te Oosterwolde Fr in de gemeente Ooststellingwerf. Ik pas op deze woning van [slachtoffer 3]. Ik zag dat [verdachte] een metalen staaf of buis in zijn handen vasthield. Met deze metalen pijp was hij de ramen van de voordeur aan het vernielen. [medeverdachte] pakte mijn vriend [slachtoffer 2]. [verdachte] en [medeverdachte] gingen achter [slachtoffer 2] de woonkamer in en drukten hem in de hoek bij het woonkamer raam. Ik trok [verdachte] daar weg en duwde hem de keuken in. Hier wilde ik ook met mijn Iphone 8 bellen met 112. [verdachte] pakte vervolgens mijn mobiele telefoon, die mijn eigendom was af en eigende deze zich toe. Ondertussen zag ik [medeverdachte] achter [slachtoffer 2] naar buiten gaan. Even later zag ik [verdachte] terugkomen met mijn Ipad in zijn handen. Deze heeft hij boven uit mijn slaapkamer weggenomen en zich toegeëigend. Ik heb de aankoopbonnen en gegevens in de woning van mijn ouders liggen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 21 februari 2018, opgenomen op pagina 38 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

V: Wat is de herkomst van de Iphone 8 plus?

A: Bij de Mediamarkt in Leeuwarden. Wij hadden die samen opgehaald en [verdachte] heeft die cash betaald. Hij is van mij, dit is een simlock vrije telefoon, want ik heb die als cadeautje van [verdachte] gekregen. De i-pad is van mij, die heb ik een keer van mijn vader gekregen. Dat is minstens al 5 jaar geleden geweest. [verdachte] en [medeverdachte] zijn binnen gekomen. [slachtoffer 2] ik probeerden nog de tussendeur van de woonkamer en de hal dicht te houden, maar dat lukte niet. [medeverdachte] is direct naar [slachtoffer 2] gegaan en [verdachte] rende achter [medeverdachte] aan richting [slachtoffer 2]. Omdat zij de deur aan het inslaan waren, rende ik naar de telefoon om 112 te bellen, maar toen zag ik dat [medeverdachte] naar [slachtoffer 2] ging en ik zag dat [verdachte] met een metalen staaf in zijn hand naar [slachtoffer 2] liep. Ik zag [medeverdachte] [slachtoffer 2] met een arm in zijn keel drukken en met zijn andere hand hem tegen de muur aan drukken. Ik zag dat [verdachte] de staaf in zijn hand boven zijn hoofd hield. Ik ben toen naar [verdachte] gegaan om hem bij [slachtoffer 2] weg te krijgen. In de keuken kreeg ik van [verdachte] met de staaf een paar klappen op mijn bovenbenen. [verdachte] pakte mijn telefoon uit mijn hand. Daarbij schreeuwde hij dat ik mijn telefoon moest geven en ik hoorde hem ook schreeuwen dat [slachtoffer 2] dood moest. Op dat moment wilde ik de telefoon niet loslaten en toen sloeg hij mij met de staaf nogmaals op mijn bovenbenen. Toen liet ik mijn telefoon los. [medeverdachte] kwam naar mij toe en schreeuwde: "Waar is je telefoon!". Daarna pakte hij mij bij mijn t-shirt en gooide mij over de stoelen die in de woonkamer stonden.

V: Ben jij ook bedreigd door [verdachte]?

A: Hij zei: "Geef je telefoon of ik sla."

V: Heb jij ook een bedreiging gehoord van [verdachte] in de richting van [slachtoffer 2]?

A: Ja, ik hoorde [verdachte] duidelijk schreeuwen: "[medeverdachte], maak hem dood, maak hem dood, maak hem dood!"

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 februari 2018, opgenomen op pagina 59 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2]:

Ik ben vanavond naar [slachtoffer 1] gegaan aan de [straatnaam] in Oosterwolde. Ik zag dat er twee jongens uit de auto stapten en in de richting van de woning liepen. Ik herkende één van de jongens als [verdachte]. Ik hoorde vervolgens allemaal glasgerinkel bij de voordeur. Ik zag dat het onderste ruit van de voordeur volledig vernield was. Ik zag dat beide jongens welke uit de Mercedes waren gestapt het bovenste ruit van de voordeur met geweld aan het vernielen waren. Ik zag dat [verdachte], een donkere metalen buis in zijn hand had en hiermee de ruit aan het inslaan was. De andere jongen stond naast [verdachte] tijdens het vernielen van het ruit. Ik hoorde van mijn vriendin dat dit een vriend en werknemer van [verdachte] was, [medeverdachte]. Ik ben vervolgens samen met mijn vriendin terug naar de woonkamer gelopen en heb de deur tussen de woonkamer en de hal dicht gedaan. Om zo proberen te voorkomen dat de jongens de woning verder inkwamen. Het lukte mij niet om de deur dicht te houden. [verdachte] en [medeverdachte] kwamen met veel geweld de woonkamer binnen. Ik zag dat [verdachte] achter mijn vriendin aanging en dat de andere jongen, [medeverdachte], boven op mij sprong. Ik werd door [medeverdachte] bij mijn keel gegrepen door middel van een nekklem. Hij had zijn hele arm om mijn nek heen en ik voelde dat hij spanning op zijn arm zette om mij stevig vast te houden. Ik kreeg bijna geen adem meer. Op het moment dat ik in de nekklem werd vastgehouden door [medeverdachte] hoorde ik [verdachte] naar mij roepen: "Maak hem dood!! Maak hem dood!!" Ik zag dat één van de jongens in ieder geval de iPad van mijn vriendin meenam. De iPad had een roze hoes, hieraan herkende ik dat het de iPad was van mijn vriendin.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 22 februari 2018, opgenomen op pagina 148 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

V: Hoe ben je nou precies naar binnen gegaan bij de woning van [slachtoffer 1]?

A: We kwamen daar en [medeverdachte] trapte tegen de deur. Ik heb de ramen in getikt. Ik ging via het onderste ruit naar binnen. [medeverdachte] kwam via de voordeur naar binnen. Hij opende de deur via het kapotte ruit.

A: Toen we binnen kwamen zijn we door de hal naar de woonkamer gedaan. Ik opende de deur naar de woonkamer toe. Ik voelde dat de deur moeizaam open ging dus volgens mij probeerde [slachtoffer 2] de deur tegen te houden. Uiteindelijk zijn we toch in de woonkamer gekomen. Ik zag dat [slachtoffer 2] en [medeverdachte] elkaar vast hielden. Ik zag dat [medeverdachte] [slachtoffer 2] vast hield en hem naar buiten duwde. Ik ben vervolgens naar boven gegaan. Ik heb daar een tablet weggepakt.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 21 februari 2018, opgenomen op pagina 156 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte]:

A: Ik heb via het kapotte raam de klink vast gepakt en de deur geopend. Ik zag dat [slachtoffer 2] terug wilde gaan naar [verdachte] en [slachtoffer 1]. Ik wilde dat voorkomen en heb hem vervolgens om zijn nek beet gepakt en heb hem zo naar buiten getrokken.

A: Ik had zijn hoofd vast onder mijn arm. Zijn hoofd zat als het ware aan de zijkant voor mijn borst.

V: Wie had die I-phone in gebruik?

A: [slachtoffer 1]. Maar [verdachte] wilde die terug omdat hij die had betaald.

V: Wat was de bedoeling om naar [slachtoffer 1] toe te gaan?

A: [verdachte] wilde de I-phone ophalen. [verdachte] had de hele middag al contact proberen te krijgen met [slachtoffer 1] maar ze had hem geblokkeerd. [verdachte] was er toen klaar mee en wilde de telefoon meenemen.

Bewijsoverwegingen rechtbank

Anders dan de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen.

De rechtbank hecht geloof aan de verklaringen van beide aangevers. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aangiftes betrouwbaar en geloofwaardig.

Daarnaast is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat het mogelijk is dat alle bewezenverklaarde handelingen zich in een kort tijdsbestek hebben afgespeeld. De camerabeelden tonen hetgeen zich in een tijdsbestek van circa 45 seconden bij de voordeur van de woning heeft afgespeeld. Daarbij zijn verdachten niet continu in beeld, omdat zij zich in de woning bevinden. Het binnentreden van de woning is met het nodige geweld en snelheid uitgevoerd, en bovendien zijn er door verdachte gerichte acties uitgevoerd om de iPhone en iPad in zijn bezit te krijgen. Daarnaast zijn bepaalde door aangevers beschreven handelingen (het inslaan van de ruiten, het wegvoeren van aangever [slachtoffer 2]) in overeenstemming met hetgeen op de camerabeelden te zien is. De conclusie is derhalve dat de bewezenverklaarde handelingen in het korte tijdsbestek gebeurd kunnen zijn.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte en de medeverdachte naar de woning waar aangeefster verbleef zijn gegaan met de bedoeling om de iPhone op te halen. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de veer uit zijn auto heeft gepakt en daarmee de ruit heeft ingetikt zodat hij, ook als er niet zou worden opengedaan, bij de woning naar binnen kon gaan. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat het plan van verdachten was om, goedschiks dan wel kwaadschiks, het huis te betreden om de iPhone en iPad weg te nemen. Verdachte en zijn raadsvrouw hebben aangevoerd dat verdachte eigenaar is van deze goederen, althans in ieder geval in de veronderstelling verkeerde dat hij eigenaar was omdat hij de Iphone had betaald en hij om die reden geen oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft gehad.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende. De rechtbank stelt voorop dat zij, gelet op de feitelijke situatie, te weten de verklaring van aangeefster dat de iPhone haar is geschonken, dat zij die iPhone in bezit en in gebruik had en in het bezit is van de kassabon, van oordeel is dat de eigendom van de weggenomen iPhone bij aangeefster berustte. Ten aanzien van de Ipad volgt de rechtbank de verklaring van aangeefster dat zij deze van haar vader heeft gekregen, zodat de eigendom daarvan ook bij haar berustte.

Naar het oordeel van de rechtbank had de verdachte geen enkele rechtmatige reden om te veronderstellen dat de Iphone zijn eigendom was. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte de goederen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen.

Nu verdachten vooraf de bedoeling hadden om de Iphone op te halen, zij met geweld de woning zijn binnengedrongen en er in de woning geweld tegen personen is aangewend alvorens de Iphone en de Ipad zijn weggenomen, is de rechtbank van oordeel dat deze geweldshandelingen in zodanig verband staan met de wegneming dat sprake is van diefstal met geweldpleging. Dit betekent dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 15 februari 2018 te Oosterwolde, in de gemeente Ooststellingwerf, in en bij een woning gelegen aan de [straatnaam], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een iPhone en een iPad van het merk Apple, ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader,

- ruiten van de voordeur van die woning, toebehorende aan [slachtoffer 3], aan de [straatnaam] heeft vernield met een metalen veer van een vrachtauto en vervolgens

- via die deels vernielde deur, zich wederrechtelijk de toegang tot die woning aan de [straatnaam] heeft verschaft en vervolgens, zulks terwijl die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de toegangsdeur tot de woonkamer van die woning gesloten trachtten te houden

- zich de toegang tot de woonkamer van die woning heeft verschaft door met kracht te duwen tegen de toegangsdeur van de woonkamer van die woning en vervolgens

- die [slachtoffer 2] met kracht tegen het lichaam heeft geduwd en

- die [slachtoffer 2] heeft besprongen en

- die [slachtoffer 2] in een nekklem heeft genomen en gehouden, waardoor het voor die [slachtoffer 2] nagenoeg niet mogelijk was adem te halen en

- die [slachtoffer 2] in een nekklem, heeft meegenomen tot buiten die woning en

- dreigend een metalen veer van een vrachtauto boven zijn hoofd heeft gehouden en

- die [slachtoffer 1] met die metalen veer van een vrachtauto tegen de bovenbenen heeft geslagen en

- tegen die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "Geef je telefoon of ik sla", althans woorden van gelijke aard of strekking en

- die [slachtoffer 1] nogmaals met die metalen veer van een vrachtauto tegen de bovenbenen heeft geslagen en

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "Waar is je telefoon?", althans woorden van gelijke aard of strekking, en

- zijn mededader de woorden heeft toegevoegd: "[medeverdachte], maak hem dood, maak hem dood, maak hem dood", althans woorden van gelijke aard of strekking, en

- die [slachtoffer 1] bij een door haar gedragen t-shirt heeft vastgepakt en haar vervolgens over in die woning aanwezige stoelen heeft gegooid.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het adolescentenstrafrecht toe te passen en verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde te veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 11 dagen met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren, met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting en een contactverbod met [slachtoffer 1]. Daarnaast vordert de officier van justitie een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende jeugddetentie. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor toepassing van het adolescentenstrafrecht. Ook heeft zij aangevoerd dat vastgesteld kan worden dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Zij heeft verzocht een jeugddetentie gelijk aan de duur van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht op te leggen. Indien de rechtbank van oordeel is dat ook een voorwaardelijke straf moet volgen, heeft de raadsvrouw bepleit een voorwaardelijke werkstraf op te leggen. Het opleggen van bijzondere voorwaarden is niet nodig, aangezien hulp in een vrijwillig kader reeds aanwezig is. Ten aanzien van de door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte detentieongeschikt is.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met een ander schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, waarbij een iPhone en een iPad zijn weggenomen, waarbij met geweld een woning is binnengedrongen en jegens de aangevers geweld is gebruikt. De rechtbank acht het een ernstig feit, met name omdat het feit heeft plaatsgevonden in de woning waar aangeefster verbleef, hetgeen een plek dient te zijn waar iemand zich veilig zou moeten kunnen voelen.

Voor dergelijke feiten is in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend.

Uit het reclasseringsrapport volgt dat verdachte ADHD, PDD-NOS en een verstandelijke beperking heeft. Toepassing van het adolescentenstrafrecht is volgens de reclassering geïndiceerd. De reclassering acht de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering de aangewezen instelling voor het toezicht. De problematiek van verdachte heeft invloed op zijn denken en handelen. Hij kan de gevolgen van zijn gedrag en handelen moeilijk overzien. Bovendien is hij niet zelfredzaam en afhankelijk van zijn familie. Een pedagogische en outreachende aanpak past bij hem. De reclassering adviseert geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De reclassering adviseert een (on)voorwaardelijke (werk)straf met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een behandelverplichting.

De rechtbank zal in overeenstemming met de rapportage van de reclassering, de vordering van de officier van justitie en het verzoek van de raadsvrouw, ten aanzien van verdachte die ten tijde van het begaan van het bewezen verklaarde feit 22 jaar oud was, het adolescentenstrafrecht toepassen. Daarvoor vindt de rechtbank grond in de persoonlijkheid van de verdachte, zoals deze in de rapportage is omschreven en zoals deze ter terechtzitting is gebleken en in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank heeft daartoe besloten op grond van de waarneming van de rechtbank tijdens het onderzoek ter terechtzitting, alsmede op grond van het reclasseringsrapport.

Gelet op de toepassing van het adolescentenstrafrecht en de persoonlijkheid van verdachte is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte geen langere detentie opgelegd dient te worden dan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Wel zal de rechtbank, gelet op de ernst van het feit, aan verdachte de, voor jeugdigen geldende, maximale werkstraf opleggen.

Om recidive te voorkomen acht de rechtbank daarnaast een deels voorwaardelijke jeugddetentie passend. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf geen bijzondere voorwaarden verbinden. De rechtbank overweegt daartoe dat haar is gebleken dat verdachte op vrijwillige basis voldoende hulp krijgt. Om die reden is hulp binnen een strafvorderlijk kader niet gewenst.

Met betrekking tot een eventueel contactverbod met aangeefster [slachtoffer 1] merkt de rechtbank het volgende op. Het feit heeft geruime tijd geleden plaatsgevonden. Gedurende de schorsing heeft verdachte zich aan de schorsingsvoorwaarden, waaronder een contactverbod met [slachtoffer 1], gehouden. Ter zitting heeft verdachte verklaard geen contact met [slachtoffer 1] meer te willen hebben. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen noodzaak tot een voortdurend contactverbod met [slachtoffer 1].

Alles afwegende, acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 102 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 200 uren, passend en oplegging daarvan geboden.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1], tot een bedrag van € 1.341,77 ter zake van materiële schade en € 525,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van de helft van de gevorderde immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente gevorderd en de toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft gevorderd de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit de gevorderde schade aan de auto niet-ontvankelijk te verklaren. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat de foto's onduidelijk zijn. In de offerte wordt gesproken over de linkerkant van de auto. Gelet op de positionering van de auto is niet duidelijk hoe daar schade is gekomen. De gevorderde reiskosten zijn voor toewijzing vatbaar. Gelet op het feit dat er sprake is van een mededader verzoekt de raadsvrouw deze kosten te matigen tot 50% van het gevorderde bedrag. De immateriële schade dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende duidelijk is dat de gevorderde schade van € 1.269,29 ten aanzien van de auto door rondvliegend glas van het inslaan van de voordeur is veroorzaakt. De rechtbank overweegt dat blijkens de overgelegde offerte er schade links aan de voorzijde van de auto wordt gevorderd. Uit de camerabeelden blijkt evenwel dat de auto met de achterzijde het dichtst bij de voordeur stond en de linkerzijde van de auto zich niet aan de kant van de voordeur van de woning bevond. Nu de rechtbank twijfels heeft of deze gevorderde schade een rechtstreeks gevolg is van het door verdachte begane feit, zal de rechtbank dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank acht de gevorderde reiskosten van € 72,48 voldoende onderbouwd en zal deze toewijzen. Ook de gevorderde immateriële schade van € 525,00 acht de rechtbank voldoende onderbouwd en het bedrag redelijk. Nu verdachte volledig verantwoordelijk is voor de toegebrachte schade, ziet de rechtbank geen aanleiding deze schade, zoals door de officier van justitie is voorgesteld, slechts voor de helft toe te wijzen.

De vordering zal daarom worden toegewezen voor een bedrag van € 597,48 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2018.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.


2. [slachtoffer 2], tot een bedrag van € 99,95 ter vergoeding van materiële schade en € 525,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van de helft van de gevorderde immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente gevorderd en de toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft gevorderd de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair gepleit de materieel gevorderde schade niet-ontvankelijk te verklaren, nu uit het dossier niets blijkt over schade aan de broek. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw het bedrag te matigen. De immateriële schade dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier onvoldoende dat de benadeelde partij de gevorderde materiele schade van € 99,95 heeft geleden. De rechtbank verklaart dit deel van de vordering niet-ontvankelijk. De gevorderde immateriële schade van € 525,00 acht de rechtbank voldoende onderbouwd en het bedrag redelijk. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. Nu verdachte volledig verantwoordelijk is voor de toegebrachte schade, ziet de rechtbank geen aanleiding deze schade, zoals door de officier van justitie is voorgesteld, slechts voor de helft toe te wijzen.

De vordering zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 februari 2018.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 77c, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 102 dagen.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 90 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

en veroordeelt verdachte tot:

een werkstraf voor de duur van 200 uren. De werkstraf moet binnen 12 maanden zijn verricht.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 597,48 (zegge: vijfhonderdzevenennegentig euro en achtenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2018.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 597,48 (zegge: vijfhonderdzevenennegentig euro en achtenveertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 11 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 72,48 aan materiële schade en € 525,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2018.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

[slachtoffer 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 525,00 (zegge: vijfhonderdvijfentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2018.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], te betalen een bedrag van € 525,00 (zegge: vijfhonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 525,00 aan immateriële schade. Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2018.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. H. Schuth en mr. H.G. Punt, rechters, bijgestaan door mr. C.G. Velvis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 oktober 2018.

Mr. Schuth en mr. Punt zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.