Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3760

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-05-2018
Datum publicatie
21-09-2018
Zaaknummer
18/720343-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 1 mei 2018 een verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren met aftrek van het voorarrest, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met een proeftijd van drie jaren, met bijzondere voorwaarden. De vordering van de benadeelde partij is niet ontvankelijk verklaard.

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan dertien vermogensfeiten, waaronder tien bedrijfsinbraken, en het bezit van GHB. Hij heeft hiermee blijk gegeven van een groot gebrek aan respect voor andermans eigendommen en veel schade veroorzaakt. In de periode waarin hij de feiten pleegde was verdachte verslaafd aan speed. De rechtbank zag geen wettelijke basis om de dadelijke uitvoerbaarheid van het vonnis te gelasten, zoals door de officier van justitie was gevorderd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720343-17

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/720343-17

ad informandum gevoegde parketnummers 18/720148-16 en 18/730491-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 1 mei 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 april 2018.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Sipma, advocaat te Drachten.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 18/730491-16

1.

hij in of omstreeks de periode van 9 november 2016 tot en met 12 november 2016

te Buitenpost, in elk geval in de gemeente Achtkarspelen, meermalen, althans

eenmaal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

bedrijfspand (gelegen aan of bij de [straatnaam] ) een of

meerdere goed(eren) heeft weggenomen, te weten

A. (in of omstreeks de periode omvattende de dagen 9 november 2016 en 10

november 2016) een blauwe koffer met inhoud (set om remmen mee los en vast te

zetten) en/of een tas en/of twee flessen koelvloeistof, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of

B. (in of omstreeks de periode omvattende de dagen 10 november 2016 en 11

november 2016), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, een gasfles en/of vier velgen met banden en/of een hoeveelheid

motorolie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader,

waarbij verdachte (en/of zijn mededader) zich (telkens) de toegang tot de

plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of (telkens) die/dat weg te

nemen voornoemde goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 10 november 2016 en 11

november 2016 te Buitenpost, in elk geval in de gemeente Achtkarspelen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand

(gelegen aan of bij de [straatnaam] heeft weggenomen

autogereedschap (van het merk Berner) en/of een ratelsleutel en/of een

hoeveelheid verf en/of een hoeveelheid smeermiddel en/of meerdere

verfspuiten en/of een hoeveelheid boor- en snijolie en/of gereedschap

(remservice en kwast) en/of een hoeveelheid zinkspray, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

voornoemde goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 20 september 2016 en 21

september 2016 te Surhuisterveen, in elk geval in de gemeente Achtkarspelen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand

(gelegen aan of bij de [straatnaam] ) heeft weggenomen een computer (van

het merk HP) en/of een looplamp (van het merk Wurth), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen

voornoemde goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 20 september 2016 tot en met 12 november

2016 te Kootstertille, in elk geval in de gemeente Achtkarspelen, en/of elders

in de provincie Friesland, een of meerdere goed(eren) te weten een computer

(van het merk HP) en/of een looplamp (van het merk Wurth) heeft verworven,

voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving

of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist of redelijkerwijs had

moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij in of omstreeks de periode omvattende de dagen 22 februari 2016 en 23

februari 2016 te Surhuisterveen, in elk geval in de gemeente Achtkarspelen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand van

het bedrijf [benadeelde partij 3] heeft weggenomen een kassalade (met

daarin (ongeveer) 20 euro) en/of geld (ongeveer 62,20 euro) en/of een

lasapparaat (lastrafo) en/of drie, althans meerdere, aggregaten en/of een

radio-/cdspeler, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

het bedrijf [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen voornoemde goederen onder zijn bereik

heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij in of omstreeks de periode van 5 maart 2016 tot en met 7 maart 2016 te

Surhuisterveen, in elk geval in de gemeente Achtkarspelen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand van het bedrijf [benadeelde partij 3]

heeft weggenomen een aanhangwagen en/of een bed en/of een dekbed en/of

een radio en/of een boormachine en/of geld (ongeveer 64 euro) en/of een

hekwerk en/of een electrische motor en/of meerdere transportbanden en/of

een trui en/of sanitair (Cooke Baltic), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan het bedrijf [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Parketnummer 18/720343-17

hij op of omstreeks 3 oktober 2017 te Harkema, in elk geval in de gemeente

Achtkarspelen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 190,42 gram gram, in

elk geval een hoeveelheid van een materiaal, bevattende

4-hydroxybutaanzuur/GammaHydroxyBoterzuur (GHB), zijnde

4-hydroxybutaanzuur/GammaHydroxyBoterzuur (GHB) een middel als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor alle aan verdachte ten laste gelegde feiten onder parketnummer 18/730491-16 en parketnummer 18/720343-17.

Met betrekking tot de zaak onder parketnummer 18/720343-17 heeft de officier van justitie aangevoerd dat het flesje met GHB is aangetroffen in de auto van verdachte, waardoor hij de beschikking had over de GHB. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat de inhoud van het flesje GHB betrof.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat alle onder parketnummer 18/730491-16 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Met betrekking tot de zaak onder parketnummer 18/720343-17 heeft de raadsman primair gesteld dat de politie onrechtmatig heeft gehandeld door te zoeken in de auto van verdachte nu er onvoldoende verdenking was dat verdachte zich had schuldig gemaakt aan overtreding van de Opiumwet.

Het enkele feit dat verdachte in de nachtelijke uren op het betreffende parkeerterrein stond en dat hij antecedenten bleek te hebben ten aanzien van de Opiumwet is onvoldoende om over te gaan tot doorzoeking van de auto. Verder geldt dat de verbalisanten verdachte hebben gevraagd of zij in zijn auto mochten zoeken, maar niet is gebleken dat verdachte daar expliciet toestemming voor heeft gegeven.

Het aantreffen van het flesje bevattende GHB is daarom onrechtmatig geweest en moet uitgesloten worden van het bewijs. De enkele verklaring van verdachte is onvoldoende voor een bewezenverklaring zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.

Verdachte heeft verder verklaard dat hij de GHB pas zag op het moment dat de verbalisanten het uit zijn auto haalden en dat het niet van hem was.

Oordeel van de rechtbank

Beoordeling van het bewijs

Parketnummer 18/730491-16

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 april 2018;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 november 2016, opgenomen op pagina 124 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017053482 d.d. 5 maart 2017, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, d.d. 12 november 2016, opgenomen op pagina 173 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] .

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, d.d. 26 september 2016, opgenomen op pagina 181 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, d.d. 29 februari 2016, opgenomen op pagina 174 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016071620, d.d. 16 april 2016, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4] .

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, d.d. 13 maart 2016, opgenomen op pagina 196 van het onder 5 genoemde dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 5] .

Parketnummer 18/720343-17

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 17 april 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Op 3 oktober 2017 is te Harkema, in de door mij bestuurde auto een flesje GHB aangetroffen.

2. Een kennisgeving van inbeslagneming, d.d. 6 oktober 2017, opgenomen op pagina 1 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2-17261725 d.d. 21 december 2017, inhoudende als verklaring van verbalisant:

Datum : 3 oktober 2017

Beslagene : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Goednummer : PL0100-2017261725-927608

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verdovende middelen d.d. 24 oktober 2017, opgenomen op pagina 31 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisanten:

Goednummer : PL0100-2017261725-927608

SIN : AAJT5420NL

Netto gewicht : 190,42 gram

4. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2017.10.31.164, d.d. 9 november 2017 opgemaakt door ing. A.G.A. Spong, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als zijn/haar verklaring:

Kenmerk : AAJT5420NL

Omschrijving : bevat GHB

De rechtbank overweegt met betrekking tot het verweer van de verdediging zoals hiervoor weergegeven als volgt.

De opsporingsambtenaren, hebben blijkens een door hen opgemaakt proces-verbaal van bevindingen zoals weergegeven op pagina 22 van het proces-verbaal van politie, aan verdachte gevraagd of zij in zijn auto mochten kijken. Verdachte antwoordde daarop: "Dat gaan jullie toch wel doen". Naar het oordeel van de rechtbank mochten deze woorden als toestemming opgevat worden. Temeer nu niet is gebleken dat verdachte protesteerde dan wel verklaarde dat hij bedoeld had géén toestemming te geven, toen verbalisanten vervolgens overgingen tot het zoeken in de auto. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de opsporingsambtenaren rechtmatig hebben gehandeld en het verweer van de raadsman wordt daarmee verworpen.

Voor zover de verdediging heeft betoogd dat verdachte de GHB niet opzettelijk aanwezig heeft gehad, omdat een ander dit in zijn auto heeft achtergelaten, ontbeert dit verweer feitelijke grondslag. Op daartoe strekkende vragen heeft de verdachte geen nadere informatie kunnen verschaffen over de identiteit van deze persoon, noch over de wijze waarop deze persoon dit materiaal zou hebben achtergelaten. De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit materiaal opzettelijk aanwezig heeft gehad, nu dit in zijn auto is aangetroffen en verdachte over de herkomst geen aannemelijk verklaring heeft kunnen afleggen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het in de zaak onder parketnummer 18/730491-16 onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde alsmede het in de zaak met parket nummer 18/720343-17 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Parketnummer 18/730491-16

1.

hij in de periode van 9 november 2016 tot en met 12 november 2016 te Buitenpost, in de gemeente Achtkarspelen, meermalen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de Franklinstraat nummer 22) goederen heeft weggenomen, te weten

A. in de periode omvattende de dagen 9 november 2016 en 10 november 2016) een blauwe koffer met inhoud (set om remmen mee los en vast te zetten) en een tas en twee flessen koelvloeistof toebehorende aan [slachtoffer 1]

en

B. in de periode omvattende de dagen 10 november 2016 en 11 november 2016, tezamen en in vereniging met een ander, een gasfles en vier velgen met banden en een hoeveelheid

motorolie, toebehorende aan [slachtoffer 1] ,

waarbij verdachte (en zijn mededader) zich telkens de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

2.

hij in de periode omvattende de dagen 10 november 2016 en 11 november 2016 te Buitenpost, in de gemeente Achtkarspelen, tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan [straatnaam]) heeft weggenomen autogereedschap van het merk Berner en een ratelsleutel en een hoeveelheid verf en een hoeveelheid smeermiddel en meerdere

verfspuiten en een hoeveelheid boor- en snijolie en gereedschap (remservice en kwast) en een hoeveelheid zinkspray, toebehorende aan [benadeelde partij 1]

, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

3. primair

hij in de periode omvattende de dagen 20 september 2016 en 21 september 2016 te Surhuisterveen, in de gemeente Achtkarspelen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan [straatnaam]) heeft weggenomen een computer (van het merk HP) en een looplamp (van het merk Wurth), toebehorende aan [benadeelde partij 2] ;

4.

hij in de periode omvattende de dagen 22 februari 2016 en 23 februari 2016 te Surhuisterveen, in de gemeente Achtkarspelen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand van het bedrijf [benadeelde partij 3] heeft weggenomen een kassalade met daarin (ongeveer) 20 euro en (ongeveer) 62,20 euro en een lasapparaat (lastrafo) en drie aggregaten en een radio-/cd-speler, toebehorende aan het bedrijf [benadeelde partij 3] ,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

5.

hij in de periode van 5 maart 2016 tot en met 7 maart 2016 te Surhuisterveen, in de gemeente Achtkarspelen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand van het bedrijf [benadeelde partij 3] heeft weggenomen een aanhangwagen en een bed en een dekbed en een radio en een boormachine en (ongeveer) 64 euro en een hekwerk en een elektrische motor en meerdere transportbanden en een trui en sanitair (Cooke Baltic), toebehorende aan het bedrijf [benadeelde partij 3] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

Parketnummer 18/720343-17

hij op 3 oktober 2017 te Harkema, in de gemeente Achtkarspelen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 190,42 gram van een materiaal, bevattende 4hydroxybutaanzuur/GammaHydroxyBoterzuur (GHB), zijnde

4-hydroxybutaanzuur/GammaHydroxyBoterzuur (GHB) een middel als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst I.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Parketnummer 18/730491-16

1. Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

en

Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

2. Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

3. primair Diefstal

4. Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

5. Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Parketnummer 18/720343-17

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het in de zaak onder parketnummer 18/730491-16 onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde alsmede ter zake het in de zaak onder parketnummer 18/720343-17 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren te vervangen door 120 dagen hechtenis alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een strafoplegging conform de eis van de officier van justitie. Verdachte is bereid zich aan bijzondere voorwaarden te houden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte reclasseringsrapportages, d.d. 28 februari 2018 en 16 april 2018, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de door verdachte erkende ad informandum gevoegde feiten, zoals deze op de dagvaarding zijn vermeld en welke hiermee zijn afgedaan.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan dertien vermogensfeiten, waaronder tien bedrijfsinbraken, en het bezit van GHB. Hij heeft hiermee blijk gegeven van een groot gebrek aan respect voor andermans eigendommen en veel schade veroorzaakt.

Positief is dat verdachte ten aanzien van de vermogensfeiten schoon schip heeft gemaakt. In de periode waarin hij de feiten pleegde was verdachte verslaafd aan speed. Uit het over hem opgemaakte reclasseringsrapport komt naar voren dat deze verslaving inmiddels is teruggedrongen. Van belang is nu dat hij een behandelingstraject gaat volgen bij de GGZ, gericht op het verwerken van traumatische gebeurtenissen uit het verleden. Verdachte heeft zich bereid verklaard hieraan mee te werken, wat ook geldt voor het door de reclassering geadviseerde drugs- en alcoholverbod en verplichte ambulante begeleiding.

De rechtbank heeft wel zorg over het feit dat verdachte in februari van dit jaar in beeld is gekomen op verdenking van aanwezigheid van harddrugs en het uitgeven van vals geld. Dit gegeven sterkt de rechtbank in de gedachte dat een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is als stimulans om niet opnieuw in strafbaar gedrag te vervallen.

Op grond van het voorgaande zal de rechtbank verdachte veroordelen tot de maximale taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden. Daarnaast zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden opgelegd. De rechtbank ziet gelet op de aard van de feiten waarvoor verdachte wordt veroordeeld geen wettelijke basis voor de door de officier van justitie gevorderde dadelijke tenuitvoerlegging.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een geldbedrag van € 260,20 en een auto, merk en type Volkswagen Golf met kenteken [kenteken], moeten worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen laptop moet worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar, te weten [slachtoffer 3] , [woonplaats] , [straatnaam] / [benadeelde partij 2] , [vestigingsplaats] , [straatnaam] , nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Benadeelde partij

[benadeelde partij 4] , vertegenwoordigd door [medewerker] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.018,96 ter vergoeding van materiële schade en € 4.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu de gevorderde schade voortvloeit uit een inbraak en daarom niet het rechtstreeks gevolg is van het onder 7 ad informandum en door verdachte erkende feit te weten opzetheling.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard op gronden zoals door de officier van justitie naar voren gebracht.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is de door de benadeelde partij gestelde schade geen rechtstreeks gevolg is van het door verdachte erkende en door de rechtbank bij de strafoplegging meegewogen ad informandum gevoegde feit.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk is.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 47, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/730491-16 onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde alsmede het in de zaak met parketnummer 18/720343-17 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een taakstraf, voor de duur van 240 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

Een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen na onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij Reclassering Nederland, Zoutbranderij 1 te Leeuwarden en zich aldaar zal blijven melden, zo lang en zo frequent als deze reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de forensische polikliniek GGZ Friesland, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, en zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van deze behandeling door of namens de instelling zullen worden gegeven;

3. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd, en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, zal onthouden van het gebruik van alcohol en drugs en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;

4. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Ulco hulpverlening op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven:

1. een geldbedrag van € 260,20

2. een auto, merk Volkswagen type Golf met kenteken [kenteken].

Gelast de teruggave aan [slachtoffer 3], [woonplaats] , [straatnaam] / [benadeelde partij 2] , [vestigingsplaats] , [straatnaam] , van de laptop.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] vertegenwoordigd door [medewerker] niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. A.W. Wassink en mr. Th.A. Wiersma, rechters, bijgestaan door L. Palstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 mei 2018.

Mr. Wassink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.