Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3706

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
18/720172-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks vermogensdelicten, waaronder gekwalificeerde diefstallen, diefstal en opzetheling. De rechtbank overweegt dat verdachte door zijn handelen heeft bijgedragen aan vermogenscriminaliteit en met heling aan de instandhouding daarvan. De rechtbank houdt verdachte verantwoordelijk voor de overlast die de slachtoffers hebben moeten ervaren. Verdachte heeft met de bewezenverklaarde feiten aangetoond geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander. Inbraken veroorzaken in het algemeen gevoelens van angst bij de slachtoffers en veroorzaken gevoelens van onrust in de maatschappij. Als reactie op deze strafbare feiten dient een gevangenisstraf het uitgangspunt te zijn. Gelet op het advies van de reclassering en gericht op het voorkomen van recidive in de toekomst zal de rechtbank aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering. Gelet op de verklaring van verdachte ter terechtzitting is de rechtbank voorts gebleken dat verdachte de schorsingsvoorwaarden heeft overtreden door het eigenmachtig gebruik van dexamfetamine, een middel van lijst I van de Opiumwet. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de schorsing van de voorlopige hechtenis moet worden opgeheven.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720172-18

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/720234-18

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/068557-18

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/036227-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 18 september 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 september 2018.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.G. de Graaf.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd

in de zaak met parketnummer 18/720172-18 dat:

1.

hij in of omstreeks het tijdvak gevormd door 22 en 23 april 2018, in elk geval in of omstreeks de maand april 2018, te Utrecht, (althans) in de gemeente Utrecht, een trekker/maaier (merk Kubota, kleur oranje), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 1] / [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen trekker/maaier onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, immers heeft verdachte met een (thee)lepel die trekker/grasmaaier gestart en vervolgens in een boedelbak, althans op een aanhangwagen, gereden;

2.

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2015 tot en met 22 juni 2015 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een afgesloten terrein heeft weggenomen een aanhanger (merk Saris) met huif (kleur wit), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 2 mei 2018 te Kortehemmen, (althans) in de gemeente Smallingerland,

(een) goed(eren) te weten een aanhanger (merk Saris) met huif (kleur wit) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij in of omstreeks het tijdvak gevormd door 16 en 17 april 2018 te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een afkort-zaagmachine (merk Makita) en/of een aanhanger (merk Fripaan), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 2 mei 2018 te Beetsterzwaag, (althans) in de gemeente Opsterland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een afkort-zaagmachine (merk Makita) en/of een aanhanger (merk Fripaan) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

hij in of omstreeks het tijdvak gevormd door 8 en 9 januari 2018 te Zwolle, (althans) in de gemeente Zwolle, in/uit een afgesloten container een afkortzaag-machine (merk Dewalt) en/of een accu (merk Makita) en/of een haspel (merk EP300) en/of een stofzuiger (merk

Starmix) en/of een accu (merk Keyang) en/of een acculader (merk Keyang) en/of een acculader (merk Makita) en/of een stofafzuiging (merk Makita), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 2 tot en met 4 mei 2018, in elk geval in de maand mei 2018, te Beetsterzwaag, (althans) in de gemeente Opsterland, in elk geval in Nederland,

(een) goed(eren) te weten een afkortzaag-machine (merk Dewalt) en/of een stofafzuiging (merk Makita) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5.

hij in of omstreeks het tijdvak gevormd door 4 en 5 april 2018 te Akkrum, (althans) in de gemeente Heerenveen, in/uit/vanaf een boot, een reddingsvlot (merk Seasave) en/of een kachel met opzetpijp (Heatpot), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 15 mei 2018 te Kortehemmen, (althans) in de gemeente Smallingerland,

(een) goed(eren) te weten een reddingsvlot (merk Seasave) en/of een kachel met opzetpijp (Heatpot) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

in de zaak met parketnummer 18/720234-18 dat:

1.

hij op of omstreeks 25 juni 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden,

twee lijmklemmen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 3] , heeft weggenomen op/van een omheind bouwterrein gelegen aan de [straatnaam] , aldaar, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 25 juni 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om -op of van een omheind bouwterrein gelegen aan de [straatnaam] aldaar- twee lijmklemmen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 3] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van inklimming, zich de toegang tot dat bouwterrein heeft verschaft door of over de omheining van dat terrein en/of vervolgens zoekend rond heeft gekeken -onder meer- in een zich op dat terrein bevindende schuur en/of twee lijmklemmen heeft klaargelegd bij de omheining van dat terrein, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 26 juni 2018 te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op/van een omheind terrein van de [straatnaam] , aldaar, een speelgoed- of klappertjespistool, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 26 juni 2018 te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om op/van een omheind terrein van de [straatnaam] , aldaar, een of meer goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten [benadeelde partij 4] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van

inklimming, zich onder het hek rond dat terrein door de toegang tot dat terrein heeft verschaft en/of vervolgens zoekend rond heeft gekeken en/of vervolgens een of meer goed(eren) van zijn/hun gading heeft uitgezocht en klaar gezet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en in de zaak met parketnummer 18/068557-18 dat:

1.

hij op of omstreeks 6 april 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden,

sleutels van een bedrijfspand, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan het bedrijf [benadeelde partij 5] , althans aan [slachtoffer 5] , heeft weggenomen in/uit een bedrijfspand op (of vanaf) een bedrijfsterrein gelegen aan [straatnaam] aldaar, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 6 april 2018 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (in/uit een bedrijfspand en/of van een bedrijfsterrein aan de [straatnaam] aldaar) geld en/of (een) goed(eren) zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan het bedrijf [benadeelde partij 5] , althans aan [slachtoffer 5] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, over het hekwerk rond dat bedrijfsterrein is geklommen en (vervolgens) in het bedrijfspand en/of in een loods op dat terrein naar geld en/of goed(eren) van zijn gading heeft gezocht en/of sloten van (een) magazijn(en) heeft vernield en/of (vervolgens) goederen van zijn gading heeft klaargezet om mee te nemen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks in de periode van 5 tot en met 6 april 2018 te Beetsterzwaag, (althans) in de gemeente Opsterland, op of vanaf een bedrijfsterrein (gelegen op of aan de [straatnaam], aldaar) (ongeveer 1000 liter) diesel(olie) en/of een brandstofslang met een tankpistool en/of een gasoliepompje (merk Piusi) en/of een brandstoffilter, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan het bedrijf [benadeelde partij 6] , in elk geval aan een ander, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 6 april 2018 te Beetsterzwaag, (althans) in de gemeente Opsterland,

(een) goed(eren) te weten een brandstofslang met een tankpistool en/of een gasoliepompje (merk Piusi) en/of een brandstoffilter heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed

wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 2. primair, 2. subsidiair en 4. primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 onder 1. primair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft veroordeling voor het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 1., 3. primair, 4. subsidiair, 5 primair, het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 onder 1. subsidiair en 2. primair en het in de zaak met parketnummer 18/068557-18 onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde gevorderd. Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/068557-18 onder 1. primair ten laste gelegde heeft de officier van justitie veroordeling gevorderd met uitzondering van de braak, verbreking of inklimming. Ook ten aanzien van het in deze zaak onder 2. primair ten laste gelegde kan enkel de diefstal bewezen worden verklaard, zonder strafverzwarende omstandigheid.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 2. primair, 2. subsidiair en 4. primair en 4. subsidiair ten laste gelegde. De raadsman heeft betoogd dat een veroordeling kan volgen voor het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 1., 3. primair en 5. subsidiair ten laste gelegde, alsmede in het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 onder 2. primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 18/068557-18 onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde. Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 4. subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte op de plek waar de goederen zouden zijn gestolen heeft gewerkt en contact heeft gehouden met die mensen. De verklaring van verdachte dat hij het ene goed niet heeft teruggebracht en het andere goed van iemand van daar heeft gekregen is plausibel en niet ongeloofwaardig. Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 onder 1. subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaringen in het dossier onduidelijk zijn. Het dossier laat te weinig zien dat de lijmklemmen zijn klaargezet en dat de situatie een poging tot diefstal oplevert. Verdachte heeft verklaard dat hij de lijmklemmen in zijn handen heeft gehad en dat hij deze ergens heeft neergelegd. Voor een poging tot diefstal moet meer bewijs zijn dan het enkel binnen handbereik hebben van de lijmklemmen. Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/068557-18 onder 2. primair ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat het ridicuul is dat er wordt gesproken over diefstal van 1000 liter dieselolie. Deze hoeveelheid is niet aangetroffen en verdachte rook ook niet naar diesel. Verdachte heeft zijn tank van 60 liter volgetankt. Er is dus wel diesel gestolen maar geen 1000 liter.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat voor het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 2. primair, 2. subsidiair, 4. primair en het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 onder 1. primair ten laste gelegde onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde

De rechtbank volstaat met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte dit bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 2 mei 2018, opgenomen op pagina 49 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018141386 d.d. 30 juni 2018, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 mei 2018, opgenomen op pagina 53 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verbalisanten;

4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 3 mei 2018, opgenomen op pagina 150 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte.

Ten aanzien van het onder 3. primair ten laste gelegde

De rechtbank volstaat met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte dit bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 april 2018, opgenomen op pagina 114 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018141386 d.d. 30 juni 2018, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] .

Ten aanzien van het onder 4. subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 4 september 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik heb de afzuigunit gekregen en de afkortzaag gekocht.

2. Een schriftelijk bescheid, inhoudende een afschrift van aangifte d.d. 11 januari 2018, opgenomen op pagina 108 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018141386 d.d. 30 juni 2018, inhoudende als aangifte van [benadeelde partij 2] :

Pleegplaats [straatnaam]

[plaats]

NEDERLAND

Type locatie (bijv. erf/tuin/opriBOUWTERREIN

Tijdstip achtergelaten 08-01-2018 16:00

Tijdstip geconstateerd 09-01-2018 06:45

Tussen 08-01-2018 16:00 en 09-01-2018 06:45 is er ingebroken in een van de containers

van [benadeelde partij 2] . Toen een medewerker van [benadeelde partij 2] de containers op 09-01 wilde openen was hiervan een container al los terwijl deze op 08-01 is afgesloten. Uit deze container is het volgende materieel verdwenen:- de walt afkort zaag- stofzuiger+ toebehoren-2x haspel 220 Volt- 2x lader Makita 18 Volt 3x accu- lx lader Keyang + accu-stofafzuiging

2x Makita 18 Volt.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 mei 2018, opgenomen op pagina 78 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Op 3 mei 2018, heb ik verbalisant een onderzoek ingesteld naar de inhoud van de inbeslaggenomen aanhangwagen en de auto van aangehouden verdachte [verdachte] . Uit de aanhangwagen heb ik een stof afzuigsysteem merk Makita DXO1met graveercode [benadeelde partij 2] gehaald en inbeslaggenomen. Op 4 mei 2018, werd er contact opgenomen met [benadeelde partij 2] te Kampen. Aan hen werd een foto getoond van de aangetroffen Makita afzuigsysteem en een foto van een de Walt afkortzaag met graveercode " [benadeelde partij 2] ". Zij herkenden de Makita en de Walt als hun eigendom.

Overweging rechtbank ten aanzien van het onder 4. subsidiair ten laste gelegde

Verdachte heeft verklaard dat hij de afzuigunit heeft gekregen en is vergeten om deze terug te geven. Over de afkortzaag heeft verdachte verklaard dat hij deze heeft gekocht. Gelet op de aangifte van diefstal van beide goederen acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij de afzuigunit had geleend niet geloofwaardig. Er is immers aangifte gedaan van diefstal en niet van verduistering. Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij meer over het verkrijgen van de goederen kan zeggen, maar dat liever niet doet. Wel heeft verdachte verklaard dat hij de goederen niet zelf heeft gestolen. Gelet op de aangifte, het feit dat beide goederen bij verdachte worden aangetroffen en de verklaring van verdachte ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte wist dat de goederen van diefstal afkomstig waren.

Ten aanzien van het onder 5. primair ten laste gelegde

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 april 2018, opgenomen op pagina 120 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018141386 d.d. 30 juni 2018, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] :

De boot ligt in een haven welke gelegen is aan [straatnaam] te Akkrum ter hoogte van perceel 46. Op 4 april 2018 omstreeks 14:00 uur heb ik gezien dat de boot nog onbeschadigd was. Op 5 april 2018 omstreeks 15:00 uur ben ik naar de genoemde boot gegaan. Ik zag dat de wintertent open stond, en dat er een klein scheurtje in de wintertent zat. Ik zag dat er een luik open stond, dit luik zit bij de mast. Ik zag in de kuip een bakko liggen met hieraan het slot. Ik herkende dit slot als onze eigendom. Dit slot zat in de deur welke toegang geeft tot de kajuit. Ik zag dat er veel goederen waren weggenomen. Als bijlage 4 voeg ik toe waarop de genoemde goederen staan welke zijn weggenomen. Het is ons en meerdere buren opgevallen dat er op 4 april 2018 tussen 19:00 en 19:30 een voor ons onbekende auto heeft gestaan op de [straatnaam] . Deze auto stond ongeveer 100 a 125 meter vanaf onze woning. Het betreft een licht blauwe kleur bestelbus.

Bijlage 4:

1. Reddingsvlot Seasave 6 personen.

2. Kachel

3. Opzetpijp Heatpol

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 juni 2018, opgenomen op pagina 96 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op 15 mei 2018, hebben wij verbalisanten een onderzoek ingesteld in de opslagruimte van verdachte [verdachte] , gelegen in een loods aan de [straatnaam] te Kortehemmen. De toegang tot de loods en de opslagruimte van [verdachte] werd verkregen door de eigenaar/ verhuurder van de loods, de heer [slachtoffer 3] .

- In de opslagruimte werd een witte koffer met daarin een 6 persoons reddingsvlot/boot merk Seasava, aangetroffen. Na onderzoek kregen wij de naam en de eigenaar van de boot genaamd de heer [slachtoffer 4] te Akkrum. Na telefonisch contact met [slachtoffer 4] te hebben gehad bleek dat hij op 9 april 2018, aangifte gedaan had van een inbraak op zijn boot datum 4-5 april 2018. Bij de inbraak werden diverse goederen weggenomen waaronder een kachel en een reddingsvlot/ boot.

- In de loods werd een kachel met losse pijp aangetroffen en inbeslaggenomen.

- In de loods werd verder een witte tablet merk Samsung aangetroffen. Na onderzoek in de tablet bleek dat er in de galerij twee foto's van een kachel stonden. Deze kachel komt overeen met de kachel aangetroffen in de loods van verdachte [verdachte] . Bij de foto's van de kachel stond de datum 05/04/2018.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 2 mei 2018, opgenomen op pagina 145 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

V: Van welke vervoermiddelen maak je gebruik?

A: Het gaat om een fiat Scudo, blauw van kleur.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 26 juni 2018, opgenomen op pagina 161 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

V: In jouw loods is een kachel aangetroffen. Ik laat jou een foto van deze kachel zien. Wat kan je over deze kachel zeggen.

A: Ik heb deze foto wel gemaakt.

Overweging rechtbank ten aanzien van het onder 5. primair ten laste gelegde

De rechtbank overweegt dat op de dag van de diefstal door verdachte een foto is gemaakt van de gestolen kachel met de tablet van verdachte. Gelet op het korte tijdsverloop tussen de diefstal en het maken van deze foto, alsmede het feit dat aangever een blauwe bus bij de boot heeft zien staan en verdachte in het bezit is van een dergelijke bus, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van deze goederen.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 1. subsidiair ten laste gelegde

1. De door verdachte op de terechtzitting van 4 september 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Op 25 juni 2018 rond 22.00 uur was ik op het bouwterrein aan de [straatnaam] in Leeuwarden. Ik heb de lijmklemmen in mijn handen gehad en ik heb ze op een gegeven moment ergens neergelegd.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 26 juni 2018, opgenomen op pagina 33 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018163283 d.d. 18 juli 2018, inhoudende als verklaring van [medewerker 1] namens [benadeelde partij 3] :

Op dit moment zijn wij aan het werk op de bouwplaats aan de [straatnaam] in Leeuwarden. Vandaag, 26 juni 2018 kwam u bij mij op het bouwterrein met de vraag of er goederen misten vanaf het terrein. U toonde mij een foto van twee lijmklemmen welke aangetroffen waren naast het bouwterrein. Ik herken de lijmklemmen als die van ons. Deze klemmen zaten op de tuinmuren achter het bouwterrein.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 26 juni 2018, opgenomen op pagina 39 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

Op 25 juni 2018 omstreeks 22:05 uur zat ik thuis. Ik woon aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Voor ons aan de [straatnaam] zijn ze aan het bouwen en is omringd door hekken. Ik zag dat hij via de rechterzijde over het hek was geklommen. Ik zag hem op het bouwterrein lopen. Ik zag dat hij twee lijmklemmen in zijn handen had en dat hij deze voor tegen het hek aan had gelegd. Dit ter hoogte waar hij zijn voertuig had geparkeerd.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 26 juni 2018, opgenomen op pagina 47 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

Op 25 juni 2018, omstreeks 22:15 uur, was ik in mijn woning aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Ik zag dat er een man op het bouwterrein liep. Dit is het bouwterrein tegenover mijn woning. Ik zag dat de politie stopte bij het bouwterrein en uitstapte. Op dat moment zag ik dat de man in de schuur eruit kwam en weg rende, verder het terrein op. Dan bedoel ik de andere kant dan waar de politie auto stond.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 26 juni 2018, opgenomen op pagina 65 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

V: Ben je nog in een schuurtje geweest op het bouwterrein.

A: Ja. Eén schuurdeurtje stond gewoon open. Ik heb er in gekeken. Ik zag een politieauto aankomen en daarom ben ik gevlucht. Ik ben naar achter in een hoek gevlucht van het terrein.

Overweging rechtbank ten aanzien van het onder 1. subsidiair ten laste gelegde

Verdachte erkent dat hij op 26 juni 2018 op het bouwterrein aan de [straatnaam] in Leeuwarden heeft gelopen, alsmede dat hij daar twee lijmklemmen in zijn handen heeft gehad. Hij ontkent echter dat hij heeft gepoogd deze lijmklemmen weg te nemen.

De raadsman heeft aangevoerd dat er voor een poging tot diefstal meer nodig is dan het enkel binnen handbereik hebben van de lijmklemmen.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van het enkel binnen handbereik hebben van de lijmklemmen. Getuigen hebben verdachte op het terrein zien lopen. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte twee lijmklemmen bij het hek, ter hoogte van zijn auto, had gelegd. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte vervolgens verder over het terrein is gaan lopen. Getuige [getuige 2] heeft waargenomen dat een persoon een schuur op het terrein is ingelopen. Wanneer vervolgens de politie bij het terrein komt aanrijden, rent verdachte vanuit de schuur naar de andere kant van het terrein. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij is gevlucht toen hij de politieauto zag aankomen.

De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte de lijmklemmen vlak naast zijn auto heeft neergelegd en vervolgens verder is gaan “struinen”. Omdat vervolgens de politie bij het terrein is aangekomen is verdachte weggerend en heeft hij de diefstal niet kunnen voltooien. Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal van twee lijmklemmen.

Ten aanzien van het onder 2. primair ten laste gelegde

De rechtbank volstaat met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte dit bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 juli 2018, opgenomen op pagina 76 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018163283 d.d. 18 juli 2018, inhoudende de verklaring van [medewerker 2] namens [benadeelde partij 4] .

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/068557-18 ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 1. primair ten laste gelegde

1. De door verdachte op de terechtzitting van 4 september 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Op 6 april 2018 ben in het bedrijfspand van [slachtoffer 5] aan [straatnaam] in Leeuwarden geweest en heb ik daar de sleutels van dat bedrijf gestolen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 april 2018, opgenomen op pagina 37 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018092158 d.d. 16 april 2018, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5] :

Op 6 april 2018 omstreeks 20.00 uur was ik, samen met [naam] , op het terrein van [benadeelde partij 5] om de waakhond los te laten. Dit terrein is mijn eigen privé eigendom en is door hekken afgesloten. Toen [naam] en ik aan kwamen zagen wij een auto op het parkeerterrein staan. Ik zag dat er een identiteitsdocument van [verdachte] in zat. Na een tijdje zag ik dat [naam] samen met een man naar buiten kwam. Ik zag tijdens het in bedwang houden van de man dat alle sleutels van het bedrijfspand uit zijn zak vielen. Ik zag dat drie met slot afgesloten magazijnen waren opgebroken. Ik zag dat twee cilindersloten waren doorgeboord. Ik zag dat één deur met hangslot kennelijk opzettelijk was vernield. Ik zag dat één raam uit een magazijn bij de timmerwerkplaats kennelijk opzettelijk was doorgeslagen. Toen ik op 6 april 2018 tussen 16.00 uur en 17.00 uur het pand had verlaten was er nog niks vernield en heb ik alle ruimten van het bedrijfspand met de sleutels afgesloten.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2018, opgenomen op pagina 47 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verbalisanten:

In overleg met de collega's zijn wij, samen met de eigenaar van het pand een rondje door het pand gegaan. Hierbij viel op dat van bijna alle deuren de cilinders waren uitgeboord dan wel waren afgebroken om de ruimte te kunnen betreden.

Overweging rechtbank ten aanzien van het onder 1. primair ten laste gelegde

Verdachte heeft bekend dat hij de sleutels van het bedrijfspand van [slachtoffer 5] aan [straatnaam] in Leeuwarden heeft gestolen, maar heeft ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het forceren van de deuren en doorboren van de sloten van het pand. Aangever heeft verklaard dat meerdere sloten van het magazijn waren opengebroken en dat er sloten waren doorboord. Ook verbalisanten hebben geconstateerd dat de cilinders van veel deuren waren uitgeboord. Verdachte heeft verklaard dat hij, zoals ook in de aangifte is opgenomen, meerdere goederen in het pand had klaargezet om mee te kunnen nemen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij door een openstaande deur het pand heeft kunnen betreden niet geloofwaardig. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van het feit dat er tussen het verlaten van het pand en het terugkeren van aangever ongeveer drie uren hebben gezeten. Gelet op de verklaring van verdachte dat hij goederen had klaargezet en ook de sleutels had gestolen, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat er voordat verdachte bij het pand is gekomen, een ander is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan de braak. Gelet op het korte tijdsverloop en het feit dat verdachte in het pand is overlopen door aangever en er op de plekken waar verdachte spullen had klaargezet sloten zijn uitgeboord, komt de rechtbank tot het oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van het onder 2. primair ten laste gelegde

De rechtbank volstaat met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte dit bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 april 2018, opgenomen op pagina 102 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018092158 d.d. 16 april 2018, inhoudende de verklaring van [medewerker 3] namens [benadeelde partij 6] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 8 april 2018, opgenomen op pagina 106 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [medewerker 3] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 1., 3. primair, 4. subsidiair, 5. primair, het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 onder 1. subsidiair, 2. primair en het in de zaak met parketnummer 18/068557-18 onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 ten laste gelegde:

1.

hij in het tijdvak gevormd door 22 en 23 april 2018, te Utrecht, in de gemeente Utrecht, een trekker/maaier, merk Kubota, kleur oranje, toebehorende aan [benadeelde partij 1] / [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen trekker/maaier onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, immers heeft verdachte met een theelepel die trekker/grasmaaier gestart en vervolgens in een boedelbak gereden.

3. primair

hij in het tijdvak gevormd door 16 en 17 april 2018 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een afkort-zaagmachine, merk Makita en een aanhanger, merk Fripaan, toebehorende aan [slachtoffer 3] .

4. subsidiair

hij in de periode van 2 tot en met 4 mei 2018, in Nederland, goederen te weten een afkortzaag-machine, merk Dewalt en een stofafzuiging, merk Makita heeft verworven, terwijl hij ten tijde van de verwerving van dit goed wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

5. primair

hij in het tijdvak gevormd door 4 en 5 april 2018 te Akkrum , in de gemeente Heerenveen, uit een boot, een reddingsvlot, merk Seasave en een kachel met opzetpijp, Heatpot, dat toebehoorde aan [slachtoffer 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 ten laste gelegde:

1. subsidiair

hij op 25 juni 2018 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om van een omheind bouwterrein gelegen aan de [straatnaam] twee lijmklemmen, dat toebehoorde aan [benadeelde partij 3] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van inklimming, zich de toegang tot dat bouwterrein heeft verschaft over de omheining van dat terrein en twee lijmklemmen heeft klaargelegd bij de omheining van dat terrein, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. primair

hij op 26 juni 2018 te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, tezamen en in vereniging met een ander, van een omheind terrein van de [straatnaam] , aldaar, een speelgoed- of klappertjespistool, dat toebehoorde aan [benadeelde partij 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van inklimming.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/068557-18 ten laste gelegde:

1. primair

hij op 6 april 2018 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, sleutels van een bedrijfspand, dat toebehoorde aan [slachtoffer 5] , heeft weggenomen uit een bedrijfspand op een bedrijfsterrein gelegen aan [straatnaam] aldaar, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

2. primair

hij in de periode van 5 tot en met 6 april 2018 te Beetsterzwaag, in de gemeente Opsterland, vanaf een bedrijfsterrein gelegen aan de [straatnaam], aldaar dieselolie en een brandstofslang met een tankpistool en een gasoliepompje, merk Piusi en een brandstoffilter, dat toebehoorde aan het bedrijf [benadeelde partij 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

in de zaak met parketnummer 18/720172-18:

1. Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

3. primair Diefstal.

4. subsidiair Opzetheling.

5. primair Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

in de zaak met parketnummer 18/720234-18:

1. subsidiair Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming.

2. primair Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

in de zaak met parketnummer 18/068557-18:

1. primair Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

2. primair Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 1., 3. primair, 4. subsidiair, 5 primair, het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 onder 1. subsidiair en 2. primair en het in de zaak met parketnummer 18/068557-18 onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van drie jaren met daarbij de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit om geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks vermogensdelicten, waaronder gekwalificeerde diefstallen, diefstal en opzetheling. De rechtbank overweegt dat verdachte door zijn handelen heeft bijgedragen aan vermogenscriminaliteit en met heling aan de instandhouding daarvan. De rechtbank houdt verdachte verantwoordelijk voor de overlast die de slachtoffers hebben moeten ervaren. Verdachte heeft met de bewezenverklaarde feiten aangetoond geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander. Inbraken veroorzaken in het algemeen gevoelens van angst bij de slachtoffers en veroorzaken gevoelens van onrust in de maatschappij. Als reactie op deze strafbare feiten dient een gevangenisstraf het uitgangspunt te zijn.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder meerdere keren onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens vermogensdelicten. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte ten tijde van het plegen van de onderhavige feiten in een proeftijd liep van een veroordeling die ziet op soortgelijke feiten. Ook tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis voor de onderhavige feiten heeft verdachte zich opnieuw schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare feiten.

Uit het reclasseringsadvies volgt dat verdachte sinds juli 2018 opnieuw als veelpleger is aangemerkt. Verdachte is bekend met impulsief gedrag, voortkomende uit ADHD-problematiek. Verdachte heeft enkele jaren een stabiele periode gekend waarin geen sprake was van delictgedrag. Door toenemende emotionele problemen, vanwege een relatiebreuk, vluchtte verdachte in harddrugsgebruik waardoor hij zijn werk en inkomsten verloor. Dit is van invloed geweest op het huidige delictgedrag. Verdachte staat inmiddels onder reclasseringstoezicht bij Verslavingszorg Noord Nederland. De kans op recidive wordt ingeschat als hoog-gemiddeld. Wanneer zijn leven stabieler zal worden door middel van werk, inkomsten en abstinentie van drugs, zal dit de kans op recidive terugdringen. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een gedragsinterventie CoVa-training gericht op cognitieve vaardigheden, een ambulante behandeling, het meewerken aan middelencontroles, het meewerken aan het realiseren en behouden van dagbesteding en het meewerken aan het verstrekken van inzage in zijn financiën.

Gelet op het advies van de reclassering en gericht op het voorkomen van recidive in de toekomst zal de rechtbank aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering.

Anders dan de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest geen recht zou doen aan de ernst en de hoeveelheid bewezenverklaarde strafbare feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, namelijk in een proeftijd en een deel bovendien tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank neemt de oriëntatiepunten als uitgangspunt en ziet geen reden daarvan in het voordeel van verdachte af te wijken,

De rechtbank heeft rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, zoals dit op de dagvaarding in de zaak met parketnummer 18/720172-18 is vermeld en welk feit hiermee is afgedaan.

Opheffing schorsing van de voorlopige hechtenis

Een afweging van de belangen van de maatschappij tegenover die van verdachte heeft eerder geleid tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Nu is er sprake van een andere situatie. De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden en verdachte is schuldig bevonden aan meerdere strafbare feiten. Gelet op de verklaring van verdachte ter terechtzitting is de rechtbank voorts gebleken dat verdachte de schorsingsvoorwaarden heeft overtreden door het eigenmachtig gebruik van dexamfetamine, een middel van lijst I van de Opiumwet. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de schorsing van de voorlopige hechtenis moet worden opgeheven.

Inbeslaggenomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen tablet retour naar verdachte gaat en dat de overige inbeslaggenomen goederen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat het inbeslaggenomen knalletjes pistool terug kan naar [benadeelde partij 4]. De inbeslaggenomen aanhanger met huif en computer kunnen terug naar verdachte. Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen goederen, (drie maal een stofzuiger, een inbussleutel, een motor en een boormachine) heeft de raadsman onvoldoende informatie om hierover een standpunt in te nemen.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de Samsung tablet, moet worden teruggegeven aan beslagene nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten

gereedschap, Makita stof afzuigsysteem, Gnr 1004968, moet worden teruggegeven aan het bedrijf [benadeelde partij 2] nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten aanhanger met witte huif, Gnr1004279, moet worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

De rechtbank is van oordeel dat de overige inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

1. Bouwmateriaal, snoer met 4-voudige aansluiting, Gnr 1004975;

2. Gereedschap, meetapparatuur graveercode bokx bouw 3113 al, Gnr 1004969;

3. Gereedschap, 3x stofzuiger, 1x inbussleutel, 1x motor, 1x boormachine, Gnr 1005068;

moeten worden bewaard ten behoeve van de tot nu toe onbekend gebleven rechthebbende(n).

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten wapen, knalletjes pistool (imitatie), Gnr 1023271, moet worden teruggegeven aan [benadeelde partij 4] nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 2. primair en 2. subsidiair ten laste gelegde
1. [slachtoffer 2] , tot een bedrag van € 907,50 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit de vordering van de benadeelde partij af te wijzen in verband met de gevorderde vrijspraak. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de vordering civielrechtelijk een hoop vragen oproept, alsmede dat de schade niet uit de vordering blijkt, omdat niet duidelijk is wat de waarde van de aanhanger was.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/068557-18 onder 1. primair en subsidiair ten laste gelegde
2. [slachtoffer 5] , tot een bedrag van € 13.300,00 ter vergoeding van materiële schade en

€ 50.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de vordering ingewikkeld is. Daarnaast is het de vraag of voldoende vaststaat dat verdachte de gevorderde schade heeft veroorzaakt.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de vordering van de benadeelde partij af te wijzen. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat er geen verband is tussen de schade waarvan vergoeding gevorderd wordt en hetgeen kan worden bewezenverklaard.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de benadeelde partij de gevorderde schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de benadeelde partij schade heeft geleden ten aanzien van de geforceerde sloten. Het hiervoor gevorderde bedrag is echter onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd. De rechtbank overweegt dat het overige gevorderde niet in relatie staat tot het bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 25 mei 2016, gewezen door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. De proeftijd is ingegaan op 9 juni 2016.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 3 augustus 2018 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf. De officier van justitie persisteert bij deze vordering.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de vordering na voorwaardelijke veroordeling om te zetten in een taakstraf.

Oordeel van de rechtbank

De hiervoor bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.

Nu veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de hem bij voornoemd vonnis van 25 mei 2016 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 2. primair, 2. subsidiair, 4. primair en het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 onder 1. primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/720172-18 onder 1., 3. primair, 4. subsidiair, 5. primair, het in de zaak met parketnummer 18/720234-18 onder 1. subsidiair, 2. primair en het in de zaak met parketnummer 18/068557-18 onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij de reclassering van Verslavingszorg Noord Nederland, op het adres Oostergoweg 6 te Leeuwarden en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de reclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde zal deelnemen aan de gedragsinterventie CoVa-training of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen en afspraken zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens de trainer/begeleider van voornoemde instelling zullen worden gegeven;

3. dat de veroordeelde zich onder behandeling zal stellen van de Forensische Polikliniek van VNN of een soortgelijke zorgverlener, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

4. dat de veroordeelde zal meewerken aan middelencontroles van harddrugs om het middelengebruik te beheersen, door middel van ademonderzoek (blaastest), urineonderzoek en bloedonderzoek;

5. dat de veroordeelde zal meewerken aan het realiseren en behouden van dagbesteding;

6. dat de veroordeelde inzage geeft in zijn financiële situatie en indien de reclassering het noodzakelijk acht, mee zal werken aan een financieel traject.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

De rechtbank beveelt de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van heden.

Inbeslaggenomen goederen

Gelast de teruggave aan veroordeelde van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven Samsung tablet, Gnr 1012924.

Gelast de teruggave aan veroordeelde van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven aanhanger met witte huif, Gnr 1004279.

Gelast de teruggave aan het bedrijf [benadeelde partij 2] van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven gereedschap, Makita stof afzuigsysteem, Gnr 1004968.

Gelast de teruggave aan de [benadeelde partij 4] van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven knalletjes pistool (imitatie), Gnr 1023271.

Gelast de bewaring van de navolgende in beslag genomen goederen:

- Snoer met 4-voudige aansluiting, Gnr 1004975;

- Meetapp. graveercode bokx bouw 3113al Gnr 1004969;

- 3 x stofz, 1x inbussl, 1x motor, 1x boormach, Gnr 1005068;

ten behoeve van de rechthebbende.

Benadeelde partijen

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] af.

Bepaalt dat deze benadeelde partij de eigen kosten draagt.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/036227-16:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden d.d. 25 mei 2016, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.A. Wiersma, voorzitter, mr. K. Bunk en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door mr. C.G. Velvis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 september 2018.