Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3687

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
17-09-2018
Zaaknummer
18/730038-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Medeplegen van een straatroof met licht geweld.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730038-18

vorderingen na voorwaardelijke veroordeling parketnummers 18/214120-15 en 18/231564-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 juli 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Leeuwarden, te Leeuwarden, Holstmeerweg 7.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 juni 2018.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.R. Logemann, advocaat te Harlingen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R. van der Heide, officier van justitie.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 juli 2017 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, op of aan de openbare weg de Graaf Adolfstraat, althans een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer]:

-zijn fiets op slot heeft/hebben gezet en de sleutel bij zich heeft/hebben gehouden opdat die [slachtoffer] niet meer weg kon fietsen en/of daarbij heeft/hebben gezegd: "Zo nu kun je niet meer weg" en/of

-woorden heeft/hebben toegevoegd als: "Heb je ook geld, kun je mij 50 euro geven", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

-in diens broekzakken heeft/hebben bevoeld en/of

-heeft/hebben gezegd "pak zijn telefoon" en/of

-heeft/hebben gezegd dat hij op zijn knieën moest gaan zitten en/of

-in diens nek naar beneden heeft/hebben geduwd en/of

-in de bosjes heeft/hebben geduwd en/of

-een vuistslag in het gezicht heeft/hebben gegeven en/of

-(samen) heeft/hebben vastgehouden en/of

-de portemonnee uit diens broekzak heeft/hebben gepakt.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat alle in de tenlastelegging opgenomen gedragingen niet aan verdachte zijn toe te schrijven. Ook is er geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het plegen van een diefstal met geweld. Daarnaast is de aangifte de enige verklaring, terwijl deze op meerdere punten twijfelachtig is. Er is geen beschrijving van de portemonnee in het dossier, er is geen aangifte van diefstal, er is niet geprobeerd te pinnen en er wordt nergens anders in het dossier gesproken over wat zou zijn weggenomen. Er zitten veel mankementen in de aangifte en er is geen ander deugdelijk bewijsmiddel om het bewijs op te baseren.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten, zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 26 juni 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Ik zat op 16 juli 2017 met anderen in een witte auto op de Graaf Adolfstraat in Sneek. Ik heb de indruk dat de persoon die aangever in het dossier omschrijft als Antilliaan op mij slaat. Op enig moment ben ik uit de auto gestapt. Ik ben met een jongeman in gesprek gegaan. We kregen een woordenwisseling. Ik had voorin de auto naast de bestuurder gezeten.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 16 juli 2017, opgenomen op pagina 24 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017186924 d.d. 20 februari 2018, inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:

16 juli 2017 was ik in Sneek geweest. In het meest linker parkeervak van de Graaf Adolfstraat stond een auto. Ik fietste naast deze auto, er zaten mensen in deze auto die tegen ons riepen. In de auto zaten drie mannen. Die achter het stuur heb ik helemaal niet gezien. Er was een Antilliaanse man met rasta haar. En Marokkaans of Turkse man. Die achter het stuur heeft niets gezegd. Ik zag dat die Antilliaanse man uit de auto stapte, ik zag dat hij vlak voor mij ging staan. De Marokkaanse man vroeg aan mij heb je ook geld los, kun je mij vijftig euro geven. Ik hoorde toen dat een van de mannen, ik geloof de Antilliaanse man tegen de andere zei: pak zijn telefoon. De twee mannen stonden eerst samen voor mij heel dicht bij mij. Ik zag en voelde dat de Marokkaanse man in mijn zakken begon te voelen. De Antilliaanse man zei tegen mij dat ik op mijn knieën moest gaan zitten. Tegelijkertijd drukte hij mij achter in mijn nek naar beneden. Daarom ging ik maar met mijn knieen op de grond. Ik was bang dat ze me wat aan zouden doen. Ze zeiden steeds: geef je telefoon nou maar. Ik zag en voelde dat de Marokkaanse man mij vast pakte bij mijn jas ter hoogte van mij jas met 1 hand. Tegelijkertijd gaf hij mij een duw, waardoor ik naar achteren viel in de bosjes. Terwijl ik op wilde staan zag en voelde ik dat de Marokkaanse man mij een klap tegen mijn gezicht gaf. Dit was een vuistslag. Ik zag dat hij dit met zijn rechterhand deed. Dit deed een beetje pijn. Ik zit op kickboksen, dus ik kan wel wat incasseren. Ik had toen wel door dat het hem menens was en dat hij mij echt wilde beroven van mijn telefoon en dat hij mij dus ook geweld aan zou doen wanneer ik niet mee zou werken. Ik was op dat moment erg bang. Eerder had die Antilliaanse man al mijn fiets op slot gezet en de sleutel meegenomen. Ik kon dus niet wegkomen op mijn fiets. Voordat ik door die Marokkaanse man in de bosjes werd geduwd zag en voelde ik dat hij mijn portemonnee uit mijn rechterbroekzak pakte. Ik kon hem niet wegduwen op dat moment omdat ze me met z’n tweeën vasthielden. Daarnaast durfde ik het ook niet goed omdat ze zo dreigend op mij overkwamen. Ik was echt bang dat ze me iets zouden aandoen wanneer ik niet mee zou werken. Die ene sloeg mij ook nog in de bosjes, dus dat gevoel klopte wel dat ze me wat aan wilden doen. De Antilliaanse man had rasta haar. Dit was ongeveer tot op zijn schouders denk ik, niet super lang. Hij was ongeveer net zo lang als mij. Ik ben rond de 1.85. Hij had een normaal postuur. Hij had een blikje Amstelbier in zijn handen. Hij was in het donker gekleed. De Marokkaanse man had donker haar. Ik weet niet wat voor model, het was niet lang. Hij was wat langer dan ik ben, ik denk 1.92 zo ongeveer. Hij had een normaal postuur, hij was slank. Ook in het donker gekleed. Hij had een glas bier in zijn handen, dit glas leek uit de kroeg te komen, het leek een plastic beker. Ik denk dat dit het nog ligt, mogelijk dat het blikje en het glas daar nog ligt.

Verbalisant: Wat zat er in je portemonnee?

Mijn oude en mijn nieuwe bankpas van de Rabobank. Mijn id-kaart en mijn pasje van lifestyle. Ik had geen geld in mijn portemonnee.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 16 juli 2017, opgenomen op pagina 28 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1]:

16 juli 2017 fietste ik met mijn vrienden [getuige 2] en [slachtoffer] naar huis. Ik hoorde op een gegeven moment dat de Antilliaanse man zoiets zei als: ik pak je. Ik ben toen doorgefietst. Ik hoorde dat [slachtoffer] ons riep. Ik zag dat hij nog bij de mannen stond. Ik hoorde [slachtoffer] ineens schreeuwen. Even later zagen wij dat de auto er vandoor ging. Het ging om drie mannen. Twee Marokkaans/Turkse mannen en een Antilliaanse man.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 16 juli 2017, opgenomen op pagina 30 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2]:

Op 16 juli 2017, omstreeks 03.30 uur fietste ik samen met [slachtoffer] en [getuige 1] op de Oppenhuizerweg in Sneek. We fietsten langs een parkeerplaats waar onder andere een witte auto stond geparkeerd. Ik hoorde dat die man bij de auto [slachtoffer] en [getuige 1] aansprak. Ik ben daarop weggefietst en heb pas later weer met [slachtoffer] en [getuige 1] gesproken. Ik hoorde toen dat [slachtoffer] zijn portemonnee door die mannen was afgepakt. De man die naast de bestuurder zat was een man met een donkere huidskleur. De beide andere mannen hadden een licht getint uiterlijk.

Overwegingen rechtbank

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij buiten de auto is geweest, dat hij in de auto op de bijrijdersstoel zat en dat hij met een jongeman, kennelijk aangever, heeft gesproken. Gelet op de verklaring van aangever dat de derde persoon niet uit de auto is geweest, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte één van de personen is geweest die de portemonnee van het slachtoffer heeft gestolen.

De rechtbank overweegt dat de verschillen in de getuigenverklaringen te verklaren zijn door verschillende waarnemingen door de getuigen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verschillen niet zodanig groot dat de verklaringen ongeloofwaardig zijn.

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.

Aangever heeft verklaard dat hij door twee personen, een Antilliaans uitziende en een Turks-Marokkaans uitziende man, is beroofd van zijn portemonnee. Deze personen bevonden zich bij een auto, waar tevens nog een derde persoon aanwezig was op de bestuurdersstoel. De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat de verwarring in het dossier over de rol van de Antilliaanse man en de rol van de Turks-Marokkaanse man, niet maakt dat de verklaringen niet betrouwbaar zijn. Uit de bewijsmiddelen volgt dat er twee personen buiten de auto stonden, waarvan één persoon een Antilliaans uiterlijk had. Gelet op het dossier en de verklaring van verdachte, betreft dit verdachte. Dit wordt versterkt doordat uit het dossier blijkt dat één van de drie mannen in de auto is blijven zitten, hetgeen de bestuurder van de auto betrof, terwijl verdachte heeft verklaard dat hij op de bijrijdersstoel zat. Welke handelingen door welke verdachte zijn verricht, is niet relevant nu uit de aangifte duidelijk volgt dat de ene man om geld vroeg, waarna de ander reageerde met: 'pak zijn telefoon'. Eén van de mannen doorzocht de zakken van aangever, waarna de andere man de aangever op zijn knieën richting de grond duwde. Gelet op de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de rollen van verdachte en zijn medeverdachte inwisselbaar zijn.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 16 juli 2017 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, op of aan de openbare weg de Graaf Adolfstraat, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader die [slachtoffer]:

-zijn fiets op slot hebben gezet en de sleutel bij zich hebben gehouden opdat die [slachtoffer] niet meer weg kon fietsen en daarbij hebben gezegd: "Zo, nu kun je niet meer weg" en

-woorden hebben toegevoegd als: "Heb je ook geld, kun je mij 50 euro geven", althans woorden van gelijke aard of strekking en

-in diens broekzakken hebben bevoeld en

-hebben gezegd "pak zijn telefoon" en

-hebben gezegd dat hij op zijn knieën moest gaan zitten en

-in diens nek naar beneden hebben geduwd en

-in de bosjes hebben geduwd en

-een vuistslag in het gezicht hebben gegeven en

-samen hebben vastgehouden en

-de portemonnee uit diens broekzak hebben gepakt.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling, een alcoholverbod, meewerken aan schuldhulpverlening, meewerken aan middelencontrole en meewerken aan dagbesteding.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair gepleit voor vrijspraak. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heeft de raadsman subsidiair aangevoerd dat de eis van de officier van justitie buitenproportioneel is. Er is geen sprake van ernstig geweld en de indruk bestaat niet dat men daar is geweest om iemand te beroven. Daarnaast zijn de persoonlijke omstandigheden van verdachte van belang. Er is een schriftelijke rapportage van Stay Focused. Als verdachte vrij komt, dan is een vangnet gereed. Verdachte heeft hulp nodig en die hulp is er. Subsidiair bepleit de raadsman daarom een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk, zodat het reclasseringstoezicht toegepast kan worden en verdachte het traject kan oppakken.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, samen met een ander, schuldig gemaakt aan een straatroof met licht geweld waarbij de portemonnee van het slachtoffer werd gestolen. Dit is een brutaal feit, waarmee verdachte gevoelens van angst bij het slachtoffer heeft veroorzaakt. Bovendien veroorzaken dit soort feiten gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij.

De rechtbank acht een gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank houdt daarbij rekening met de landelijke oriëntatiepunten voor een straatroof met licht geweld. Deze oriëntatiepunten houden een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden in. De rechtbank acht het echter noodzakelijk dat verdachte hulp krijgt, gelet op zijn persoonlijke situatie. Hiertoe acht de rechtbank het noodzakelijk dat verdachte een deels voorwaardelijke straf krijgt, zodat verdachte een flinke stok achter de deur heeft.

Uit het rapport van de reclassering blijkt dat verdachte de afgelopen jaren een zwerversbestaan heeft geleid en geen uitkering had. Vlak voor zijn arrestatie heeft hij hulp gekregen van Stay Focused en van hen hulp aangeboden gekregen voor huisvesting, dagbesteding en het aanvragen van een uitkering. De reclassering schat de kans op recidive, indien verdachte zijn leven niet op orde krijgt, hoog in. De reclassering adviseert een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, een alcoholverbod, het meewerken aan schuldhulpverlening, het meewerken aan middelencontroles en het meewerken aan dagbesteding. Ter terechtzitting heeft dhr. [medewerker] van Stay Focused aangegeven dat de gemeente zes maanden lang de huur voor gedetineerden betaalt in de vorm van een lening. De rechtbank is van oordeel dat het voor de toekomst van verdachte belangrijk is dat hij woonruimte heeft. De rechtbank zal hier in de bestraffing dan ook rekening mee houden.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, passend en oplegging daarvan geboden. De proeftijd zal worden bepaald op twee jaren. De tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, komt in mindering op de gevangenisstraf.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 18/214120-15

Bij onherroepelijk vonnis van 18 januari 2016, gewezen door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een taakstraf van 120 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. De proeftijd is ingegaan op 2 februari 2016.

De officier van justitie heeft bij vordering van 13 juni 2018 de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke straf. De raadsman heeft aangevoerd dat er geen bezwaar is tegen tenuitvoerlegging indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt. Het bewezen verklaarde feit is door verdachte begaan gedurende de proeftijd. Nu veroordeelde daardoor de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke taakstraf.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 18/231564-16

Bij onherroepelijk vonnis van 23 februari 2017, gewezen door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een taakstraf van 20 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 9 maart 2017.

De officier van justitie heeft bij vordering van 13 juni 2018 de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke straf. De raadsman heeft aangevoerd dat er geen bezwaar is tegen tenuitvoerlegging indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt. Het bewezen verklaarde feit is door verdachte begaan voor het einde van de proeftijd. Nu veroordeelde daardoor de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke taakstraf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot negen maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen 5 dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie meldt op een dinsdag of donderdag tussen 15.00 uur en 16.00 uur bij Reclassering Nederland, Zoutbranderij 1 te Leeuwarden, waarna de veroordeelde zich blijft melden, zo lang en zo frequent als de reclassering dat nodig acht.

2. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd van twee jaren onder behandeling zal stellen van de Forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die deskundige/zorginstelling aan te geven, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan aanwijzingen en mee zal werken aan diagnostiek, waarbij het innemen van medicijnen onderdeel kan zijn van de behandeling.

3. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd van twee jaren zal onthouden van het gebruik van alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek, urineonderzoek of ademonderzoek.

4. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd van twee jaren, de Reclassering inzicht zal geven in zijn financiën en schulden en zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.

5. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd van twee jaren zal meewerken aan controles ten aanzien van het gebruik van drugs, waarbij de veroordeelde zal meewerken aan ademonderzoek, urineonderzoek en bloedonderzoek.

6. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd van twee jaren, zal meewerken aan dagbesteding.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van de datum waarop de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de opgelegde straf.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling inzake parketnummer 18/214120-15

Gelast de tenuitvoerlegging van de werkstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden d.d. 18 januari 2016, te weten: een taakstraf voor de duur van 40 uren.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling inzake parketnummer 18/231564-16

Gelast de tenuitvoerlegging van de werkstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden d.d. 23 februari 2017, te weten: een taakstraf voor de duur van 20 uren.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. K. Post en mr. W. Geelhoed, rechters, bijgestaan door mr. C.G. Velvis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juli 2018.

Mrs. K. Post en W. Geelhoed zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.