Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:363

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-02-2018
Datum publicatie
05-02-2018
Zaaknummer
18/720262-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer drie maanden schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-partner en moeder van hun dochter. Hij heeft op verschillende manieren en via verschillende mensen contact gezocht met het slachtoffer. Zelfs nadat een contactverbod was opgelegd door de rechtbank heeft verdachte contact met haar gezocht. Daarnaast heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan belaging de compagnon van zijn ex-partner in de kapsalon. Verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging. De rechtbank ziet geen mogelijkheden de door de deskundigen noodzakelijk geachte behandeling van verdachte op een andere wijze doorgang te laten vinden. Daarnaast een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Toewijzing civiele vordering van het slachtoffer, ex-partner, tot een bedrag van € 7.030,08 met schademaatregel.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 285b
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720262-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 1 februari 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in de PI Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 januari 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.J. Wortelboer, advocaat te Alkmaar. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. Jepkema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 7 juli 2017 te Heerenveen, in elk geval in de gemeente

Heerenveen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de

autosleutels van een personenauto (van het merk Peugeot) en/of (vervolgens)

die personenauto (van het merk Peugeot), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte, in het bedrijfspand van een kapperszaak alwaar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] werkzaam waren, opzettelijk

- uit een (meter)kast aldaar alle, althans meerdere, stekkers en/of kabels heeft getrokken, waardoor de telefoon en/of internet en/of het pinapparaat niet meer werkten en/of enkele kabels werden vernield en/of (vervolgens) (nadat die [slachtoffer 2] verdachte herhaaldelijk had gesommeerd het bedrijfspand te verlaten)

- die [slachtoffer 2] heeft achtervolgd naar bovenverdieping van dat bedrijfspand en/of (toen die [slachtoffer 2] de toegangsdeur van die bovenverdieping voor verdachte gesloten hield teneinde verdachte te verhinderen die bovenverdieping te betreden)

- wederrechtelijk die bovenverdieping van het bedrijfspand van die kapperszaak is binnengedrongen, door (met kracht) tegen die deur te duwen en vervolgens die verdieping te betreden en/of (vervolgens, aldaar aangekomen)

- de tas van die [slachtoffer 1] heeft gepakt en toen die [slachtoffer 1] haar tas terug wou pakken, die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het lichaam heeft geduwd en/of

- de inhoud van de tas van die [slachtoffer 1] op de grond heeft gegooid en/of de autosleutels van die personenauto (van het merk Peugeot) heeft gepakt en/of (toen die [slachtoffer 1] die autosleutels terug wou pakken)

- die [slachtoffer 1] (met kracht) tegen het lichaam heeft geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de woorden heeft toegevoegd: "Dit is nog maar het begin. Ik maak je kapot.";

2.

hij in of omstreeks de periode van 28 april 2017 tot en met 12 juli 2017 te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, en/of te Heerenveen, in elk geval in de gemeente Heerenveen, en/of (elders) in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , door in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal, wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk,

met het oogmerk die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen (te weten onder meer dat die [slachtoffer 1] een computer en/of een personenauto aan verdachte zou afgeven en/of dat er zou worden gepraat), niet te doen, te dulden (dat verdachte de kapsalon waar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] werkzaam was/waren stelsmatig telefonisch benaderde en/of bezocht) en/of vrees aan te jagen,

- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Ik ga je kapot maken.", althans woorden van gelijke aard of strekken, en/of

- die [slachtoffer 1] thuis op te zoeken en/of

- bij de woning van die [slachtoffer 1] in de tuin te gaan staan en/of

- bij de woning van die [slachtoffer 1] op een stoep te gaan zitten en/of

- op een ruit van de woning van moeder van die [slachtoffer 1] te slaan, toen die [slachtoffer 1] daar verbleef en/of

- die [slachtoffer 1] via WhatsApp-berichten te benaderen en/of

- die [slachtoffer 1] mailberichten te sturen en/of

- de familie van die [slachtoffer 1] via mailberichten en/of telefonisch en/of WhatsApp-berichten te benaderen en/of

- dreigende berichten op de voicemail van de zus van die [slachtoffer 1] in te spreken, onder meer het bericht: "Zeg maar tegen [slachtoffer 1] dat ik de hele tijd al in de buurt ben.. goed naar buiten kijken.. en dit houd niet op totdat ze stopt met liegen en ik [slachtoffer 3] mag zien." en/of

- het bericht: " [slachtoffer 1] gaat kapot.", althans een dreigend bericht, op de voicemail van de vader van die [slachtoffer 1] in te spreken en/of

- die [slachtoffer 1] telefonisch te benaderen en daarbij die [slachtoffer 1] bedreigende en/of beledigende woorden toe te voegen, te weten onder meer: "Ik sla je naar buiten en dan ga jij maar op straat slapen." en/of "Vuile teringhoer." en/of "Rat" en/of "Dan sla ik je echt de ROT-kanker." en/of "Ik maak je kapot. Ik zorg ervoor dat jij het kind kwijt raakt. Ik sla je

het ziekenhuis in." en/of "Ik maak jou af met de hele fucking familie erbij." en/of "Ik ben nog gevaarlijker dan een moordenaar." en/of "Dit eindigt niet tot ik [slachtoffer 3] heb gezien." en/of op de vraag van die [slachtoffer 1] "Maak je me dood?" het antwoord "JA" heeft gegeven, en/of/althans (een) mededeling(en) van gelijke (be)dreigende en/of beledigende en/of intimiderende en/of dwingende aard of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] via e-mail- en/of Whatsappberichten te beledigen en/of te bedreigen en/of

- die [slachtoffer 1] constant in de gaten te houden en/of

- die [slachtoffer 1] via sociale media te volgen en/of

- die [slachtoffer 1] via e-mail te benaderen, waarbij verdachte een zogenoemde e-mailtracer heeft geplaatst, waardoor verdachte de berichten die [slachtoffer 1] aan andere personen verzond kon volgen en/of

- vrienden van die [slachtoffer 1] via Facebook te benaderen en/of

- via Whatsapp-berichten aan die [slachtoffer 1] mede te delen dat hij nooit zal ophouden met zijn gedrag, althans een mededeling van gelijke aard of strekking en/of

- de kapsalon waar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] werkzaam was/waren telefonisch te benaderen, waaronder via de redial functie van verdachtes mobiele telefoon, waardoor die telefoon van verdachte constant een telefonische verbinding maakte met het telefoonnummer van de kapsalon en/of

- die [slachtoffer 2] telefonisch mede te delen dat hij, verdachte, langs zou komen in de kapsalon en dat hij de kapsalon kapot wilde maken, althans (een) mededeling(en) van gelijke aard of strekking en/of

- berichten op de facebookpagina van de kapsalon waar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] werkzaak was/waren te plaatsen, welke berichten van beledigende en/of kwetsende aard waren, in elk geval niet de strekking hadden tot het doel waarvoor die facebook pagina was ingericht en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] tijdens haar/zijn/hun werk in de kapsalon te bezoeken en/of

- wederrechtelijk in het bedrijfspand van die kapsalon te verblijven en/of

wederrechtelijk de bovenverdieping van die kapsalon binnen te dringen en/of

- een of meerdere kabels in die kapsalon te vernielen;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 28 april 2017 tot en met 12 juli 2017 te [pleegplaats] , in elk geval in de gemeente Súdwest-Fryslân, en/of te Heerenveen, in elk geval in de gemeente Heerenveen, en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

immers heeft verdachte in voornoemde periode die [slachtoffer 1] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "Ik sla je het ziekenhuis in." en/of "Ik maak jou af met de hele fucking familie erbij." en/of "Ik ben nog gevaarlijker dan een moordenaar." en/of "Dit eindigt niet tot ik [slachtoffer 3] heb gezien." en/of "Ik maak je kapot", en/of op de vraag van die [slachtoffer 1] "Maak je me dood?" het antwoord "JA" heeft gegeven, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde. Verdachte was eigenaar van de auto waardoor er geen sprake is geweest van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Daarnaast heeft verdachte de auto op korte afstand van de kapperszaak achtergelaten, zodat ook om die reden er geen sprake is geweest van voormeld oogmerk. Ten slotte ontkent verdachte dat er geweld heeft plaatsgevonden.

Met betrekking tot het onder 2 primair ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is van een stelselmatige opzettelijke inbreuk op de levenssfeer van aangever [slachtoffer 2] , omdat de frequentie van de telefoontjes nergens uit blijkt. Ook ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 1] is er geen sprake geweest van een stelselmatige opzettelijke inbreuk op de levenssfeer, omdat verdachte in alle gevallen contact zocht in verband met zijn dochter. Gelet daarop en vanwege de relatief beperkte frequentie is er geen sprake van een stelselmatige inbreuk op de levenssfeer van [slachtoffer 1] .

Oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde.

Uit het strafdossier en het verhandelde ter zitting kan worden opgemaakt dat verdachte op 7 juli 2017 de kapperszaak, waar [slachtoffer 1] werkzaam was, is binnengekomen. Ondanks dat [slachtoffer 2] verdachte had gesommeerd het pand te verlaten bleef verdachte en heeft hij om te voorkomen dat 112 zou worden gebeld in de meterkast de stekkers eruit getrokken waardoor de telefoon, het internet en het pinapparaat niet meer werkten. Verdachte is vervolgens naar de bovenverdieping gegaan en heeft de autosleutels van [slachtoffer 1] gepakt. Verdachte heeft blijkens de verklaring van [slachtoffer 1] haar een duw gegeven toen zij de sleutels terug wilde pakken. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan haar verklaring te twijfelen. Vervolgens heeft verdachte het pand verlaten en is hij met de auto van [slachtoffer 1] weggegaan.

De verdediging heeft aangevoerd dat de personenauto, een Peugeot, in eigendom van verdachte was waardoor er geen sprake is geweest van oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de personenauto, merk Peugeot, type 307, eigendom was van aangeefster [slachtoffer 1] en dat er daarmee wel sprake is geweest van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Uit de voorhanden zijnde stukken blijkt immers dat de verkoopfactuur en het kenteken van de auto op naam stonden van [slachtoffer 1] . Zij was in het bezit van de auto en de bijbehorende sleutels en gebruikte de auto als de hare. Verdachte heeft blijkens de inhoud van de berichten een andere auto op naam van [slachtoffer 1] voor deze auto ingeruild. Ook als zou komen vast te staan dat verdachte de auto heeft betaald, zoals verdachte heeft gesteld en een onderbouwing voor heeft gegeven, dan zou dat het oordeel van de rechtbank niet anders maken. Dat verdachte de auto op korte afstand van de kapperszaak heeft achtergelaten, staat evenmin aan de bewezenverklaring van voormeld oogmerk in de weg. Door zijn handelen heeft de verdachte als heer en meester over de auto van [slachtoffer 1] beschikt. In een emailbericht van 15 juli 2017 aan [slachtoffer 1] bevestigt verdachte dat hij het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van de auto heeft gehad, waar hij schrijft: “had gehoopt dat de politie me kwam halen na de auto jatten…”. De rechtbank acht aldus het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot het onder 2 primair ten laste gelegde.

De rechtbank stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer (HR 29 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5710; HR 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3095).

De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen het volgende vast.

Aangeefster [slachtoffer 1] en verdachte hebben een relatie gehad en samen een dochter gekregen. De relatie verliep met de nodige problemen en [slachtoffer 1] heeft uiteindelijk de relatie beëindigd. Op 24 april 2017 is verdachte veroordeeld waarbij onder meer een contactverbod met aangeefster [slachtoffer 1] was opgelegd. Hierdoor en door mededelingen van aangeefster moest verdachte weten dat zij geen contact met verdachte wilde. Desondanks heeft verdachte in de periode vanaf 28 april 2017 tot en met 12 juli 2017 onder meer middels Whats appberichten, e-mails en telefonisch contact gezocht met [slachtoffer 1] . Ook heeft hij berichten aan familieleden van [slachtoffer 1] gestuurd om via deze personen berichten aan [slachtoffer 1] door te geven.

De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de uit de bewijsmiddelen voortvloeiende gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer - naar objectieve maatstaven bezien - zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest.

Hierbij verwijst de rechtbank in het bijzonder naar de inhoud van de aangifte van [slachtoffer 1] .

Uit deze verklaring komt naar voren dat de verdachte op indringende en obsessieve wijze heeft geprobeerd met haar in contact te komen ondanks dat zij herhaaldelijk aan de verdachte te kennen heeft gegeven van zijn toenaderingen niet gediend te zijn en de gevolgen die de gedragingen van de verdachte in het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer 1] teweeg hebben gebracht, namelijk dat zij haar werk niet langer kan uitoefenen en haar toevlucht heeft moeten zoeken tot een blijf van mijn lijf-huis.

Dat verdachte stelt dat alle pogingen om in contact te komen met [slachtoffer 1] erop gericht waren om contact met zijn dochter te bewerkstelligen, betwijfelt de rechtbank. Weliswaar verklaart deze behoefte van verdachte ten dele dat hij contact zocht met [slachtoffer 1] , maar de inhoud van de berichten aan [slachtoffer 1] wijzen daarnaast op rancune en wraakzucht in de richting van [slachtoffer 1] en zijn vaak dreigend en beledigend van toon.

De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte zich aan de ten laste gelegde belaging van [slachtoffer 1] schuldig heeft gemaakt.

Ook is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging van aangever [slachtoffer 2] en overweegt hiertoe als volgt. Blijkens de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , maar ook van verdachte zelf, heeft hij binnen een week op meerdere dagen meermalen de kapsalon gebeld en de redial functie gebruikt met als doel iemand te spreken te krijgen. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben hierover verklaard dat verdachte wel dertig, vijftig of honderd keer achtereen belde. Hierdoor was de kapsalon meerdere malen urenlang niet bereikbaar voor klanten en het bracht spanning met zich mee bij aangevers en het personeel van de kapsalon. Uiteindelijk hebben deze gedragingen van verdachte, en zijn bezoek aan de kapsalon op 7 juli 2017 ertoe geleid dat [slachtoffer 1] niet langer werkzaam is in de kapsalon. Hiermee heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank ook stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangever [slachtoffer 2] . Uit zijn aangifte blijkt dat het handelen van verdachte grote invloed heeft gehad op zijn persoonlijk leven en dat [slachtoffer 2] veel spanning en slapeloze nachten heeft ervaren, waarbij de rechtbank ook in aanmerking neemt dat [slachtoffer 2] getuige was van de bedreigende situatie op 7 juli 2017, waarbij de sleutels en de auto van [slachtoffer 1] zijn weggenomen door verdachte.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 18 januari 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende, onder meer:

Ik ben op 28 april 2017 bij de woning van aangeefster geweest. Ik heb daar op het stoepje gezeten.

Het klopt dat ik [slachtoffer 1] heb gebeld en Whatsapp’jes heb gestuurd. Op een goed moment heeft ze een nieuw nummer genomen waardoor ik haar niet meer kon bereiken. Ik kan gezegd hebben dingen als “Ik sla je naar buiten en dan ga jij maar op straat slapen”, “Ik maak je kapot. Ik zorg ervoor dat jij het kind kwijt raakt. Ik sla je het ziekenhuis in.” Ik heb vaak contact gezocht. Eerst rustig en later heb ik scherper ingezet en is de frequentie omhoog gegaan.

Omdat ik geen reactie kreeg heb ik een emailtracer opgezet. Hiermee kan je zien als iemand de mail opent, hoe vaak een mail wordt geopend en doorgestuurd.

Ik heb contact gezocht met [slachtoffer 1] haar vader en zus. Ik heb haar familie benaderd omdat ik haar niet meer kon benaderen. U houdt mij de inhoud van een bericht aan [slachtoffer 1] haar zus voor: “zeg maar tegen [slachtoffer 1] dat ik de hele tijd al in de buurt ben.. goed naar buiten kijken.. en dit houd niet op totdat ze stopt met liegen en ik [slachtoffer 3] mag zien.” Dat heb ik gestuurd. Ik denk wel dat mijn berichten indruk maakten. Het verdient niet de schoonheidsprijs.

Ik heb telefonisch contact gezocht met de kapsalon. Ik heb de redail functie ingezet. Ik wilde iemand spreken.

Ik ben op 7 juli 2017 in de kapsalon van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geweest. Ik heb de stekkers er toen uitgetrokken. Ik wilde mijn computer terug. En ik wilde de auto meenemen. Ik heb de autosleutels gepakt. Het klopt dat ik op 15 juli 2017 een mail aan [slachtoffer 1] gestuurd heb met daarin de opmerking: “had gehoopt dat de politie me kwam halen na de auto jatten…”.

Ik heb foute woorden gebruikt. Ik snap dat het bedreigend over kan komen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 juli 2017, opgenomen op pagina 20 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100 2017244734 d.d. 14 september 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] , onder meer:

Plaats delict: [straatnaam] , [plaats] .

Op 7 juli 2017 omstreeks 15.10 uur kwam mijn ex [verdachte] naar mijn werk waar hij in de deuropening van kapperszaak [bedrijf 1] stond en naar binnen liep. [slachtoffer 2] gebood hem het pand te verlaten. [verdachte] gaf hier geen gehoor aan, hierop gebood [slachtoffer 2] hem nogmaals om het pand te verlaten. [verdachte] gaf hier geen gehoor aan. [slachtoffer 2] wilde 112 bellen maar op dat moment trok [verdachte] de stekkers in de meterkast eruit, hierdoor hadden we in de kapperszaak geen telefoon, internet en pinmogelijkheden. [slachtoffer 2] ging bij de trap staan om duidelijk te maken aan [verdachte] dat hij niet naar boven mocht. [slachtoffer 2] heeft geprobeerd de deur naar de kantine nog tegen te houden zodat [verdachte] niet naar binnen kon. Dit lukte niet waardoor [verdachte] binnen kon komen in de kantine. Ik hoorde hem zeggen: “Ik neem de auto mee deze is van mij”. Hierna pakte [verdachte] mijn tas en ging op zoek naar mijn autosleutels. Ik probeerde de tas terug te pakken van [verdachte] , hierbij heeft hij mij zeker twee keer met veel kracht een duw gegeven. Ik probeerde de autosleutels uit [verdachte] zijn handen te pakken maar kreeg een flinke duw waarna [verdachte] in de richting van de deur van de kantine liep. [slachtoffer 2] probeerde de deur dicht te houden zodat [verdachte] niet weg zou kunnen komen. [verdachte] trok met veel kracht de deur open en ging via de trap naar beneden waar [slachtoffer 2] nog probeerde de sleutels uit [verdachte] zijn hand te pakken, [verdachte] wist de sleutels vast te houden en liep vervolgens naar buiten.

[verdachte] is daarna in mijn auto gestapt en snel weggereden. Het betreft een Peugeot 307, met kenteken [kenteken] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 20 juli 2017, opgenomen op pagina 38 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] , onder meer:

Plaats delict: [straatnaam] , [plaats]

Op vrijdag 7 juli 2017, omstreeks 14.30 uur, was ik aan het werk in onze kapsalon.

[verdachte] liep naar mij toe en wilde een gesprek met mij aan gaan. Ik zei vervolgens tegen hem: "d'r uit". Ik heb toen nogmaals tegen hem gezegd dat hij er uit moest gaan. Ik zag dat [verdachte] naar de meterkast liep en daar alle stekkers van de alle apparatuur uit de stekkerdozen trok. Hierdoor viel ook de telefoon uit. [verdachte] liep vervolgens de kantine binnen. Ik zag dat hij de handtas van [slachtoffer 1] pakte. Ik zag dat hij de autosleutels tussen de spullen weg haalde. Ondertussen was [slachtoffer 1] ook boven gekomen. Ik zag dat zij kwaad op [verdachte] was en probeerde hem tegen te houden. Ik hoorde dat [verdachte] dreigende taal tegen haar uit sprak. Ik weet niet wat hij precies zei, maar het was zoiets als: "Dit is nog maar het begin. Ik maak je kapot" Ik zag [verdachte] toen in de auto van [slachtoffer 1] stappen. Ik heb [verdachte] twee keer gesommeerd om te vertrekken.

Door de overval op onze kapsalon voel ik en mijn medewerkers dagelijks veel onrust en heb ik hierdoor ook slapeloze nachten. Ik heb mij door deze [verdachte] zeer bedreigd gevoeld. Door zijn houding en gedrag.

4. Een schriftelijk stuk, te weten een Inkoop/verkoopfactuur, d.d. 29 september 2015, van [bedrijf 2] , als bijlage gevoegd bij een brief van mr. R. J. Wortelboer, d.d. 31 oktober 2017, inhoudende onder meer:

Als geadresseerde: [slachtoffer 1] , [straatnaam] , [woonplaats] .

Omschrijving: [kenteken] Peugeot 307.

Totaal: 1.600,00.

5. Een schriftelijk stuk, te weten een Tenaamstelling RDW, d.d. 26 september 2015, als bijlage gevoegd bij een brief van mr. R. Spoelstra, d.d. 1 november 2017, inhoudende, onder meer:

Kenteken: [kenteken]

Merk/type: Peugeot 307

Nieuwe eigenaar/houder: [slachtoffer 1] .

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 juli 2017, opgenomen op pagina 33 e.v. van voornoemde dossier, inhoudende als verklaring van verdachte, onder meer:

De Peugeot 307 is in 2015 aangeschaft. De auto is gelijk op naam van [slachtoffer 1] gekomen omdat [slachtoffer 1] de auto dagelijks ging gebruiken voor woon-werkverkeer.

7. Een schriftelijk stuk, te weten een mailbericht van verdachte aan [slachtoffer 1] van 15 juli 2017, opgenomen op pagina 190 van voornoemd dossier, inhoudende onder meer:

“had gehoopt dat de politie me kwam halen na de auto jatten…”.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 juli 2017, opgenomen op pagina 43 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] , onder meer:

Adres: [straatnaam] . Postcode plaats: [plaats] .

Op vrijdag 28 april 2017 omstreeks 17.38 uur is [verdachte] bij mijn woning geweest. Ik zag [verdachte] staan in de tuin van mijn woning. Hij had door de ramen naar binnen gekeken en zag dat zijn kamer was opgeruimd. [verdachte] wilde niet weggaan en ging op het stoepje zitten.

Op dinsdag 6 juni 2017 heb ik de politie gebeld, omdat [verdachte] mij had gebeld. [verdachte] gaf mij aan dat per direct het contactverbod was opgeheven.

Hij belde mij en maakte mij allerlei verwijten. Hij wilde ook contact met mij via de whatsapp en dat ik hem moest deblokkeren. Ik heb hem aangegeven dat ik dit niet wilde. Ik wilde hem evt. wel via de telefoon een update geven over [slachtoffer 3] . Hij werd hier heel boos om, omdat hij wilde dat ik deed wat hij eiste.

[verdachte] had mij meerdere keren gebeld en zei/schreeuwde in een van de gesprekken dat hij nu naar mijn woning zou komen. Dat ik nooit van hem af zou komen al zou het 20 jaar duren. [verdachte] schreeuwde ook dat het voor hem geen probleem was dat er iets zou gaan gebeuren, want als je niets hebt, heb je ook niets te verliezen.

Begin juni 2017 ging [verdachte] ook mijn familie lastig vallen met telefoontjes, app berichten en mail berichten. [verdachte] was altijd zeer kwaad en onredelijk tijdens deze contacten. Mijn zus ( [naam] ) werd ook benaderd via de telefoon en app. Mijn zus nam nooit op. Hij sprak voice mail berichten in. Zij blokkeerde hem wel, maar [verdachte] belt met steeds met andere nummers.

Op maandag 5 juni 2017 was ik met mijn vader in gesprek op mijn mobiele telefoon. Ik werd tegelijk ook gebeld op mijn vaste lijn. Terwijl ik mijn vader nog aan de lijn had nam ik de vaste lijn op. Ik hoorde dat [verdachte] mij opbelde op de vaste lijn. Ik hoorde dat hij zei:" Ik maak je kapot. Ik zorg ervoor dat jij het kind kwijtraakt. Ik sla je het ziekenhuis in".

Op dinsdag 20 juni 2017 omstreeks 19.26 uur belde [verdachte] mij. Dit is één van de vele gesprekken die ik heb opgenomen van [verdachte] .

gesprek 20 juni 2017:

Ik hoor dat hij zei; "kom naar je toe en weet wat jou zal leren hoe je op straat slaapt. Ik sla je naar buiten en dan ga jij maar op straat slapen. Dan weet jij hoe het is om een paar maanden op straat te slapen. Vuile Teringhoer.

Dan sla ik je echt de ROT-kanker.

Op 23 juni 2017 omstreeks 17.30 uur heb ik de politie gebeld.

[verdachte] had mijn zusje meerdere whats app berichten gezonden.

In de dagen hierna ontvangt mijn zusje nog meerdere app berichten van [verdachte] .

Op zaterdag 24 juni 2017 omstreeks 17.00 uur heeft [verdachte] ongeveer 20 keer naar de kapsalon gebeld. Ook heeft hij teksten geplaatst op de Facebook pagina van de kapsalon. Ik heb deze teksten op Facebook verwijderd, maar ze zijn wel zichtbaar geweest voor de klanten van de kapsalon. Deze teksten waren beledigend over mij als persoon en hij schold mij uit voor "Rat". Ik heb screenshots gemaakt van deze berichten.

30 juni 2017 15.40 uur was ik aan het werk in de kapsalon. Toen ik opnam hoorde ik de stem van [verdachte] . Hij zei: "hey kuthoertje, ben je daar? ik zie je dadelijk wel. en ik ben er, geloof me".

Hij heeft op vrijdag 30 juni 2017 meerdere malen gebeld met de kapsalon. Door dat [verdachte] meer dan 100 keer in een uur belde konden klanten geen afspraken maken en werd ik afgeleid van mijn werk. [verdachte] begon rond 11.15 uur en is tot 16.35 uur doorgegaan.

Ik heb hem ook wel van de 100 keer per uur, 90 keer weggedrukt.

Na mijn werkdag kreeg mijn zus [getuige] een whats app bericht met de tekst; "Dit eindigt niet totdat ik [slachtoffer 3] heb gezien zeg dat maar tegen [slachtoffer 1] ". Weet waar ze is zeg dat ik de hele tijd in de buurt ben dit houdt niet op totdat ik [slachtoffer 3] mag zien.

Opmerking verbalisant: Terwijl wij in verhoor zitten, wordt [slachtoffer 1] gebeld door de hulpverleenster van FIER. Zij heeft opgenomen en is op luidspreker gezet. Zij gaf aan dat zij via de reclassering heeft gehoord dat [verdachte] op de hoogte is van alle mailverkeer welke [slachtoffer 1] deelt met de hulpverlening en die wij doorsturen naar elkaar. Hij heeft aangegeven dat hij veel van ICT weet en ook alle gegevens van [slachtoffer 1] heeft betreffende haar computer thuis. Hij heeft zijn mailaccount dusdanig bewerkt dat hij kan zien naar wie [slachtoffer 1] zijn berichten doorstuurt.

Ik ben op dinsdag 11 juli 2017 nog naar mijn werk gegaan.

Dit is precies wat [verdachte] heeft gezegd tegen mij: "Ik ga je kapot maken". Ik ben daarom die dag in de ziektewet gegaan.

Ik was die dinsdag nog niet thuis en ik had alweer een mailbericht van [verdachte] ontvangen.

Hij zag dat op de site bij mijn naam stond dat ik tijdelijk niet aanwezig was. Hij wilde mij laten weten dat hij dit wist. Ik moet steeds over mijn schouder kijken. Hij volgt alles wat ik doe.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 juni 2017, opgenomen op pagina 86 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] , onder meer:

Omdat [verdachte] geen contact meer kan krijgen met [slachtoffer 1] is [verdachte] begonnen met ons lastig te vallen in de kapsalon. Hij stalkt ons in de kapsalon. Dit is begonnen op zaterdagmiddag 24 juni 2017. [verdachte] heeft toen wel dertig keer gebeld naar de kapsalon. Hij gebruikte hiervoor de telefoonnummers 06- [nummer] en 06- [nummer] .

Dinsdag 28 juni 2017 begon hij opnieuw te bellen. Hij belde toen wel vijftig keer. Wij drukten hem elke keer weg. Op woensdag belde hij opnieuw heel vaak. [verdachte] heeft toen ook gedreigd dat hij langs wilde komen, en dat hij de kapsalon kapot wilde maken. [verdachte] is echter niet langs geweest.

Vandaag, 30 juni 2017 was het helemaal erg. Tussen 13.00 uur en 14.30 uur heeft hij wel honderd keer gebeld. Ook vanmorgen had hij al heel vaak gebeld.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 augustus 2017, opgenomen op pagina 66 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] , onder meer:

Ik wil u zeggen dat ik en mijn vrouw niet veel zijn benaderd door [verdachte] , tot ongeveer twee maanden terug. Toen begon hij ons te appen met drie verschillende nummers. Ook heeft hij een voicemail bericht achtergelaten. Dat [verdachte] ons zoveel berichten stuurde vonden wij heel vervelend.

Voice mail van: Vrijdag 21 juli 17.12 uur [getuige] ik heb alle instanties gebeld wat [slachtoffer 1] verteld is niet waar. Ik ben er klaar mee.

Whats app van nummer [nummer] Zeg tegen je zuster, maar ze kan happy fam spelen met haar nieuwe neukerdje en net doen of het niet weg gaat dat doet het niet meer nu niet nooit niet het kleine leugenachtige kreng tel wisselden helpt ook niet meer nu zoiets helpt meer maar die snap je al niets mijn dochter 6 maanden niet zien is het begin voor iedereen vertel haar dat maar. Dat is het begin. Stelletje ratten en iedereen Dus pak die kleine leugenachtige rat Dit houdt niet meer op

Sms berichten van nummer [nummer]

zeg maar tegen [slachtoffer 1] dat ik de hele tijd al in de buurt ben.. goed naar buiten kijken.. en dit houd niet op totdat ze stopt met liegen en ik [slachtoffer 3] mag zien.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 augustus 2017, opgenomen op pagina 73 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] , onder meer:

Hij spreekt heel vaak mijn voicemail in.

Ik weet me nog één voicemail gesprek te herinneren. Ik hoorde hem zeggen: Zeg maar tegen je dochter morgenmiddag ben ik in [pleegplaats] . Zeg maar dat ik net zo lang zal wachten tot ik mijn kind heb gezien. Dan zal ik niet zo vriendelijk zijn als de vorige keer en dan overleef jij dat niet.

Dit was van ongeveer 14 dagen geleden.

Hij heeft gezegd: “ [slachtoffer 1] gaat kapot”.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juli 2017, opgenomen op pagina 211 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant, onder meer:

Meerdere opgenomen telefoongesprekken en filmpjes van [slachtoffer 1] ontvangen welke [verdachte] aan haar heeft verstuurd.

Telefoongesprek 20 juni 2017:

(…) Ik maak jou af met je hele fucking familie. (…)

Telefonisch gesprek tussen [slachtoffer 1] en [verdachte] :

Weet je wel wie ik ben? Ik ben nog gevaarlijker dan een moordenaar. (…)

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 7 juli 2017 te Heerenveen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de autosleutels van een personenauto (van het merk Peugeot) en (vervolgens)

die personenauto (van het merk Peugeot), toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte, in het bedrijfspand van een kapperszaak alwaar die [slachtoffer 1] werkzaam was, opzettelijk

- uit een (meter)kast aldaar alle stekkers en kabels heeft getrokken, waardoor de telefoon en internet en het pinapparaat niet meer werkten en vervolgens nadat die [slachtoffer 2] verdachte herhaaldelijk had gesommeerd het bedrijfspand te verlaten

toen die [slachtoffer 2] de toegangsdeur van die bovenverdieping voor verdachte gesloten hield teneinde verdachte te verhinderen die bovenverdieping te betreden

- wederrechtelijk die bovenverdieping van het bedrijfspand van die kapperszaak is binnengedrongen, door (met kracht) tegen die deur te duwen en vervolgens die verdieping te betreden en vervolgens, aldaar aangekomen

- de tas van die [slachtoffer 1] heeft gepakt en toen die [slachtoffer 1] haar tas terug wou pakken, die [slachtoffer 1] meermalen, met kracht tegen het lichaam heeft geduwd en

- de inhoud van de tas van die [slachtoffer 1] op de grond heeft gegooid en de autosleutels van die personenauto (van het merk Peugeot) heeft gepakt en toen die [slachtoffer 1] die autosleutels terug wou pakken

- die [slachtoffer 1] met kracht tegen het lichaam heeft geduwd en

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "Dit is nog maar het begin. Ik maak je kapot.";

2. primair

hij in de periode van 28 april 2017 tot en met 12 juli 2017 te [pleegplaats] en te Heerenveen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , door in voornoemde periode meermalen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk,

met het oogmerk die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen,

- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Ik ga je kapot maken.", althans woorden van gelijke aard of strekking, en

- die [slachtoffer 1] thuis op te zoeken en

- bij de woning van die [slachtoffer 1] in de tuin te gaan staan en

- bij de woning van die [slachtoffer 1] op een stoep te gaan zitten en

- die [slachtoffer 1] via WhatsApp-berichten te benaderen en

- die [slachtoffer 1] mailberichten te sturen en

- de familie van die [slachtoffer 1] via mailberichten en/of telefonisch en/of WhatsApp-berichten te benaderen en

- dreigende berichten op de voicemail van de zus van die [slachtoffer 1] in te spreken, onder meer het bericht: "Zeg maar tegen [slachtoffer 1] dat ik de hele tijd al in de buurt ben.. goed naar buiten kijken.. en dit houdt niet op totdat ze stopt met liegen en ik [slachtoffer 3] mag zien." en

- het bericht: " [slachtoffer 1] gaat kapot.", althans een dreigend bericht, op de voicemail van de vader van die [slachtoffer 1] in te spreken en

- die [slachtoffer 1] telefonisch te benaderen en daarbij die [slachtoffer 1] bedreigende en beledigende woorden toe te voegen, te weten onder meer: "Ik sla je naar buiten en dan ga jij maar op straat slapen." en "Vuile teringhoer." en "Rat" en "Dan sla ik je echt de ROT-kanker." en "Ik maak je kapot. Ik zorg ervoor dat jij het kind kwijt raakt. Ik sla je

het ziekenhuis in." en/of "Ik maak jou af met de hele fucking familie erbij." en "Ik ben nog gevaarlijker dan een moordenaar."

- die [slachtoffer 1] via e-mail- te beledigen enf te bedreigen en

- die [slachtoffer 1] constant in de gaten te houden en

- die [slachtoffer 1] via sociale media te volgen en

- die [slachtoffer 1] via e-mail te benaderen, waarbij verdachte een zogenoemde e-mailtracer heeft geplaatst, waardoor verdachte de berichten die [slachtoffer 1] aan andere personen verzond kon volgen en

- de kapsalon waar die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werkzaam waren telefonisch te benaderen, waaronder via de redial functie van verdachtes mobiele telefoon, waardoor die telefoon van verdachte constant een telefonische verbinding maakte met het telefoonnummer van de kapsalon en

- die [slachtoffer 2] telefonisch mede te delen dat hij, verdachte, langs zou komen in de kapsalon en dat hij de kapsalon kapot wilde maken en

- berichten op de facebookpagina van de kapsalon waar die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werkzaam waren te plaatsen, welke berichten van beledigende en kwetsende aard waren, in elk geval niet de strekking hadden tot het doel waarvoor die facebook pagina was ingericht en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tijdens hun werk in de kapsalon te bezoeken en

- wederrechtelijk in het bedrijfspand van die kapsalon te verblijven en

wederrechtelijk de bovenverdieping van die kapsalon binnen te dringen en

- een of meerdere kabels in die kapsalon te vernielen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging van geweld tegen

personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en

om de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren.

2 primair. belaging, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Straf-/maatregelmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair gepleit voor vrijspraak van het ten laste gelegde. Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen dan verzoekt de raadsman het advies van de reclassering te volgen en een deels voorwaardelijke straf op te leggen met een behandelverplichting voor de PTSS waaraan verdachte lijdt.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer drie maanden schuldig gemaakt aan belaging van [slachtoffer 1] , zijn ex-partner en moeder van hun dochter. Hij heeft op verschillende manieren en via verschillende mensen contact gezocht met [slachtoffer 1] . Zelfs nadat een contactverbod was opgelegd door de rechtbank heeft verdachte contact met haar gezocht. Verdachte heeft hierdoor in ernstige mate inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] . Door zijn handelen heeft verdachte gevoelens van onrust, angst en onveiligheid bij haar bezorgd hetgeen uit de door [slachtoffer 1] voorgelezen slachtofferverklaring is gebleken. Daarnaast heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan belaging van [slachtoffer 2] , destijds compagnon van [slachtoffer 1] in de kapsalon. Ook hij heeft door het handelen van verdachte spanning en onrust ervaren. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog lange tijd psychische en emotionele gevolgen daarvan kunnen ondervinden. [slachtoffer 1] kan door verdachtes handelen niet langer haar werk uitoefenen en heeft haar toevlucht moeten zoeken tot een blijf-van-mijn-lijf huis. Verdachte treft door zijn handelen ook zijn dochter, voor wie [slachtoffer 1] de zorg heeft. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij met zijn handelen volkomen voorbijgegaan is aan de gevoelens van anderen en slechts oog heeft gehad voor zijn eigen belangen.

Verdachte is onderzocht door een psycholoog, dr. Th.A.M. Deenen, die daarvan een rapport en een aanvullend rapport heeft opgesteld, en een psychiater, N. van de Weg, die eveneens een rapport daarvan heeft uitgebracht. Beiden komen tot de slotsom dat verdachte lijdt aan een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis, met antisociale en narcistische en/of borderline trekken. De psycholoog constateert daarnaast een posttraumatische stress stoornis (PTSS), terwijl de psychiater uitgaat van een ongespecificeerde trauma- of stressgerelateerde stoornis. Beiden zien aanwijzingen voor problemen met alcoholgebruik. Omdat de psycholoog verdachte als een ontkennende verdachte aanmerkt, kan hij geen uitspraak doen over de doorwerking van de stoornis in het handelen van verdachte en de daarop volgende vragen die hem zijn voorgelegd. Wel geeft hij aan dat vanuit de door hem geconstateerde PTSS onvoldoende argumenten kunnen worden gevonden voor verminderde toerekeningsvatbaarheid.

De psychiater heeft wel antwoord kunnen geven op de vraag naar de doorwerking van de stoornis in het handelen van verdachte en de daarop volgende vragen. Daarover schrijft zij in haar rapport dat verdachte veel is kwijtgeraakt, zoals huisvesting, inkomsten en het contact met zijn dochtertje. Het verbroken contact met zijn dochtertje was een herhaling van het traumatisch verbroken contact met zijn andere twee kinderen. Zijn wanhoop en machteloosheid over het opnieuw verliezen van een kind heeft er aan bijgedragen dat hij dit niet los kon laten en contact is blijven zoeken met zijn ex-partner om tot afspraken over een bezoekregeling te komen. Narcistische trekken maakten dat verdachte niet kon verdragen dat het leven van zijn ex-partner doorging terwijl hij alles kwijt was en deze trekken droegen bij aan een rancune waarbij verdachte ook haar wilde kwetsen.

De invloed van de persoonlijkheidsstoornis en het niet verwerkte traumatische verlies van zijn andere kinderen heeft een zodanige invloed gehad op zijn keuzevrijheid dat de bewezenverklaarde feiten verdachte in verminderde mate toegerekend kunnen worden. De rechtbank neemt de conclusies van de psychiater op de door haar genoemde gronden over. De rechtbank zal bij de straftoemeting dan ook rekening houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

De psychiater heeft met betrekking tot het risico op recidive gerapporteerd dat gelet op de persoonlijkheidsstoornis van verdachte met de volgende omstandigheden rekening moet worden gehouden: de geringe empathische vermogens van verdachte, zijn externaliserende houding, zijn krenkbaarheid, de emotionele labiliteit, het zwart-wit denken, zijn neiging zijn regels boven die van anderen te stellen, het enigszins goedpraten van het gebruik van dreiging, zijn rancuneuze houding, zijn vasthoudendheid en zijn geringe compromisbereidheid. Zij schat het gevaar op herhaling als groot in. Daarnaast heeft verdachte zelf tegenover de deskundige aangegeven dat hij door zal gaan tot hij zijn dochter weer ziet.

De heer [naam] , reclasseringswerker Verslavingszorg Noord Nederland, heeft in zijn rapport d.d. 17 januari 2018 geschreven dat het recidiverisico als hoog ingeschat wordt. Verdachte zal contact willen met zijn dochter en ziet daar als enige oplossing voor dat dit gaat via het slachtoffer [slachtoffer 1] .

Gelet op de inschatting van deze deskundigen wordt het recidiverisico door de rechtbank als hoog ingeschat. Uit de voorhanden zijnde rapportages is gebleken dat eerdere behandelingen niet zijn afgerond dan wel niet voldoende zijn geweest. Bovendien ontbreekt het verdachte aan ziekte-inzicht, nu hij niet wil aannemen dat bij hem persoonlijkheidsproblematiek aanwezig is. Daarnaast is de rechtbank gebleken dat verdachte zich eerder niet aan voorwaarden heeft gehouden waardoor een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden niet als een reëel alternatief gezien kan worden. Dat geldt ook voor een terbeschikkingstelling onder voorwaarden. Verdachte heeft gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis in deze zaak zich niet gehouden aan de voorwaarde om geen contact te zoeken met [slachtoffer 1] . Ook ter zitting van de rechtbank heeft verdachte zich niet onomwonden bereid verklaard om zich aan eventueel te stellen voorwaarden te zullen houden. Daarbij valt op dat verdachte voortdurend de discussie aangaat, zelf voorwaarden stelt en naar anderen wijst, daarmee de door de deskundigen beschreven problematiek bevestigend. De rechtbank acht op grond van het voorgaande oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging dan ook passend en geboden. Weliswaar is dit een ingrijpende maatregel die niet lichtvaardig moet worden opgelegd, echter de rechtbank ziet geen mogelijkheden de door de deskundigen noodzakelijk geachte behandeling van verdachte op een andere wijze doorgang te laten vinden.

De rechtbank constateert verder dat is voldaan aan de formele voorwaarden om de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen. De onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde feiten betreffen immers een misdrijf als vermeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht. Voorts kan naar het oordeel van de rechtbank op grond van de duur en de ernst van het onder 2. primair bewezenverklaarde feit en gezien het door psychiater Van de Weg geconstateerde recidiverisico gesteld worden dat de veiligheid van anderen, te weten [slachtoffer 1] , het opleggen aan verdachte van de maatregel tot terbeschikkingstelling met dwangverpleging eist. De rechtbank acht het onverantwoord om aan verdachte enkel een gevangenisstraf op te leggen waarna hij onbehandeld terug in de maatschappij zou komen.

De rechtbank stelt vast dat het onder 1. bewezenverklaarde feit een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam, zodat de maatregel niet is beperkt in duur.

De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte naast de hiervoor vermelde maatregel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van de hierna te noemen duur moet worden opgelegd, omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening miskend zouden worden. De periode die verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, dient daarop in mindering te worden gebracht.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 30,08 ter vergoeding van materiële schade en € 7.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 7.030,08, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de civiele vordering moet worden afgewezen gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering niet ontvankelijk te verklaren omdat de vordering een onevenredige belasting is van het strafproces.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door de verdediging is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 juli 2017.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 37a, 37b, 57, 285b en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 7.030,08 (zegge: zevenduizendendertig euro en acht eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2017.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 7.030,08 (zegge: zevenduizendendertig euro en acht eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 70 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 30,08 aan materiële schade en € 7.000,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Vlietstra, voorzitter, mr. Th.A. Wiersma en mr. H.G. Punt, rechters, bijgestaan door W. van Goor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 februari 2018.

Mr. Punt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.