Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:359

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
02-02-2018
Datum publicatie
02-02-2018
Zaaknummer
18/840081-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft vandaag een man veroordeeld tot een jeugddetentie waarvan een gedeelte voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en oplegging van bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan diefstal vergezeld en gevolgd met geweld en bedreiging met geweld.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77a
Wetboek van Strafrecht 77g
Wetboek van Strafrecht 77i
Wetboek van Strafrecht 77x
Wetboek van Strafrecht 77y
Wetboek van Strafrecht 77z
Wetboek van Strafrecht 77aa
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/840081-17

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/850007-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 februari 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

19 januari 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A. van den Oever.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 oktober 2017 te Numansdorp, (althans) in de gemeente Cromstrijen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] heeft/hebben meegelokt en/of van zijn vrienden heeft/hebben afgezonderd en/of (vervolgens) heeft/hebben beet/vast gepakt en/of (daarna) (onverhoeds en/of met kracht) het geld uit zijn zak en/of hand(en) heeft/hebben gepakt/gegrist en/of aan die [slachtoffer] heeft/hebben toegevoegd (- zakelijk weergegeven -) dat hij hen niet meer moest volgen, dan wel weg moest gaan en/of/ (om)dat hij hem (anders) kapot en/of een gebroken neus zou slaan;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 januari 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 oktober 2017, opgenomen op pagina 23 en verder van het dossier van Politie Rotterdam met nummer 2017322061 d.d. 16 oktober 2017, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] .

Voor wat betreft de bedreiging met geweld overweegt de rechtbank dat verdachte ter zitting heeft aangegeven zich niet meer te herinneren dat hij iets gezegd of geroepen heeft naar aangever. De medeverdachte heeft bij de politie ontkend aangever te hebben bedreigd. De rechtbank ziet evenwel geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van aangever op dit punt en acht gelet op de omstandigheden waaronder de beroving en de vlucht van verdachte en zijn medeverdachte heeft plaatsgevonden de verklaringen van aangever daarover ook betrouwbaar.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 11 oktober 2017 te Numansdorp in de gemeente Cromstrijen, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, toebehorende aan [slachtoffer] welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader die [slachtoffer] hebben meegelokt en van zijn vrienden hebben afgezonderd en hebben beet/vastgepakt en onverhoeds en met kracht het geld uit zijn zak hebben gegrist en aan die [slachtoffer] hebben toegevoegd -zakelijk weergegeven- dat hij hen niet meer moest volgen, danwel weg moest gaan omdat hij hem anders kapot zou slaan en/of een gebroken neus zou slaan.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. diefstal in vereniging, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 70 dagen met aftrek waarvan 28 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan deze voorwaardelijke jeugddetentie moeten de algemene en bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming alsmede een drugsverbod en een contactverbod met de medeverdachte, de heer [medeverdachte].

Bij het bepalen van de eis heeft de officier van justitie onder andere rekening gehouden met de aard en de ernst van het feit, alsmede met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en heeft aangevoerd dat hij zich kan vinden in de strafeis van de officier van justitie.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Via een social media account is contact gelegd en een afspraak gemaakt met het minderjarige slachtoffer. Toen het slachtoffer door de verdachten van zijn vrienden was afgezonderd, is het geld, dat voor de koop van illegaal vuurwerk was bedoeld, plots en op krachtige wijze uit zijn zak gepakt. Vervolgens zijn de verdachten weggerend en is het slachtoffer bedreigd. Verdachte wilde makkelijk geld verkrijgen en had op dat moment uitsluitend oog voor zijn persoonlijk financieel gewin. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van een dergelijk incident daar lange tijd fysiek en geestelijk last van kunnen hebben. Dit klemt te meer nu het hier een minderjarig slachtoffer betreft. Naast de gevolgen voor het slachtoffer zorgen dergelijke feiten voor algemene gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De rechtbank heeft voor enig vergelijk gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS en is van oordeel dat een dergelijk feit een jeugddetentie rechtvaardigt.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte snel na een andere veroordeling is gerecidiveerd terwijl hij zich tijdens het plegen van het onderhavige feit in een proeftijd van een voorwaardelijke veroordeling bevond.

De rechtbank heeft kennis genomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 11 januari 2018. Uit het rapport blijkt, zakelijk weergegeven, dat verschillende factoren een rol spelen bij het handelen van verdachte. De Raad vindt het zeer zorgelijk dat verdachte betrokken is bij deze zaak ondanks de reeds lopende ITB Harde Kern, de bijzondere voorwaarden en de voorwaardelijke jeugddetentie. Uit het rapport van de Raad en het briefrapport van de jeugdreclassering d.d. 15 januari 2018 komt echter ook naar voren dat verdachte de laatste periode, gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis in deze zaak, beter meewerkt, zich houdt aan afspraken en meer berouw toont dan hij voorheen heeft gedaan. Gelet op deze ontwikkeling adviseren zowel de Raad als de jeugdreclassering een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen om het ingezette hulpverleningstraject, zonder onderbreking, te vervolgen.

De rechtbank stelt voorop dat het verdachte wordt aangerekend dat hij zich niet heeft gehouden aan de gemaakte afspraken en dat het zorgelijk is dat hij zo kort na een veroordeling en terwijl er een intensief justitieel hulpverleningsprogramma was ingezet, een soortgelijk strafbaar feit heeft gepleegd. Gelet op de persoon van de verdachte en de verandering die de afgelopen twee maanden heeft plaatsgevonden is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een kantelpunt in het leven van verdachte. De rechtbank ziet aanleiding verdachte de kans te geven om het ingezette traject voort te kunnen zetten. Het traject houdt in dat verdachte onder strikte voorwaarden werkt aan zijn ontwikkeling door middel van behandeling, toezicht en begeleiding, hetgeen tevens gericht is op het voorkomen van recidive. De rechtbank acht het noodzakelijk dat de ITB Harde kern (met elektronisch toezicht) wordt voortgezet, dat verdachte zich onder behandeling stelt bij Accare waarbij PMT onderdeel van de behandeling zal kunnen zijn en dat verdachte meewerkt aan diagnostiek en behandeling bij de verslavingszorg. Nu is gebleken dat het blowen en het contact met de medeverdachte risicofactoren betreffen, zal als bijzondere voorwaarden onder andere een drugsverbod en een contactverbod met de medeverdachte worden opgelegd.

Alles afwegende ziet de rechtbank aanleiding om een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. Bij het bepalen van de grootte van het onvoorwaardelijk deel heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat het reeds ingezette hulpverleningstraject niet moet word worden onderbroken. Voor wat betreft het voorwaardelijk op te leggen strafdeel is de rechtbank van oordeel dat dit een forse stok achter de deur dient te vormen opdat verdachte niet opnieuw in de proeftijd recidiveert.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 24 mei 2017, gewezen door de meervoudige strafkamer in de rechtbank Noord-Nederland te Assen is verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een jeugddetentie voor de duur van 510 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht, waarvan 365 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 8 juni 2017.

De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 21 december 2017 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

Het hiervoor bewezen verklaarde feit is door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd.

Nu veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, kan de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de bij voornoemd vonnis van

24 mei 2017 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie. Gelet op hetgeen op de terechtzitting is behandeld en besproken, acht de rechtbank termen aanwezig een taakstraf zijnde een werkstraf te gelasten voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen jeugddetentie, in plaats van een gedeeltelijke last tot tenuitvoerlegging, groot 75 dagen, van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een jeugddetentie voor de duur van 100 dagen.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 58 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde jeugddetentie, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich gedurende een door Jeugdbescherming Noord te Groningen te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd tot 23 mei 2018 zal deelnemen aan het traject ITB Harde Kern, aangeboden door Jeugdbescherming Noord te Groningen waarbij hij zicht dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende dit traject door of namens voornoemde instelling aan veroordeelde zullen worden gegeven, en waarbij veroordeelde zich tot maximaal 23 februari 2018 onder elektronisch toezicht (met gps) zal stellen;

3. dat de veroordeelde zich onder behandeling (met PMT als onderdeel van de behandeling) zal stellen van Accare of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

4. dat de veroordeelde zal meewerken aan diagnostiek en een daaropvolgend behandelaanbod, bij de VNN of soortgelijke ambulante verslavingszorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

5. dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van drugs en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

6. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met de heer [medeverdachte] (geboren op [geboortedatum] 1998), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

7. dat de veroordeelde volgens rooster onderwijs/stage volgt;

8. dat de veroordeelde zinvolle dagbesteding zal volgen gedurende de proeftijd;

9. dat de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem door of namens zijn ouders worden gegeven.

De rechtbank geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling te weten Jeugdbescherming Noord te Groningen om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden, ingevolge artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/850007-17:

Gelast een taakstraf zijnde een werkstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen jeugddetentie in plaats van een gedeeltelijke last tot tenuitvoerlegging, groot 75 dagen, van de jeugddetentie voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen d.d. 24 mei 2017.

Dit vonnis is gewezen door voorzitter, mr. S. Zwarts, voorzitter, mr. M.J.B. Holsink, kinderrechter, en mr. E.P. van Sloten, rechter, bijgestaan door mr. M.C. Nijboer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 februari 2018.

Mr. E.P. van Sloten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.