Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3579

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
31-08-2018
Datum publicatie
04-09-2018
Zaaknummer
18/840019-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van computervredebreuk, dwang en bezit van kinderporno. Veroordeling wegens art. 139d Sr (het voorhanden hebben van een RAT-bestand) tot een werkstraf voor de duur van 40 uren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77a
Wetboek van Strafrecht 77g
Wetboek van Strafrecht 77m
Wetboek van Strafrecht 77n
Wetboek van Strafrecht 139d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/840019-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 31 augustus 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

17 augustus 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.T. Huisman, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.I. de Ruiter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 25 oktober 2017, te Groningen, althans in Nederland, (meermalen) met het oogmerk tot het (opzettelijk en wederrechtelijk) plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste en/of tweede en/of derde lid, 138b en/of 139c een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van (een) zodanig(e) misdrij(f)(ven), heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, immers heeft hij, verdachte, (meermalen) (telkens) een virus en/of spyware (een (zogenaamde) Remote Access Trojan (RAT) (, in de vorm van een programma en/of een bestand waarmee -zakelijk weergegeven- heimelijk een of meer persoonlijke gebruikersfuncties kunnen worden overgenomen) (al dan niet na betaling) gedownload (via hackforums) en/of (vervolgens) verzonden (via Skype) aan [slachtoffer] en/of een of meerdere andere computergebruiker(s), althans (een) gebruiker(s) van een inrichting die bestemd is om langs elektronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en over te dragen, waarmee hij, verdachte, na installatie en/of na het openen van zulk een bestand (waarna zonder medeweten van de ontvanger het programma wordt geïnstalleerd en op de achtergrond actief blijft) toegang tot die computer(s), dan wel inrichting(en) die bestemd is/zijn om langs elektronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en/of over te dragen, verkreeg;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 25 oktober 2017 te Groningen, althans in Nederland, (meermalen) opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten (een) computer(s), dan wel een inrichting die bestemd is om langs elektronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en/of over te dragen, toebehorende aan (in elk geval) [slachtoffer] en/of (een) ander(en) dan verdachte, is binnengedrongen door een technische ingreep, te weten door toezending (via Skype) en/of (daarmee) verspreiding van een virus en/of spyware (een Remote Access Trojan (RAT) (, in de vorm van een programma en/of een bestand waarmee -zakelijk weergegeven- heimelijk een of meer persoonlijke gebruikersfuncties kunnen worden overgenomen), waarmee hij, verdachte, na installatie en/of na het openen van zulk een bestand (waarna zonder medeweten van de ontvanger het programma wordt geïnstalleerd en op de achtergrond actief blijft), toegang tot die computer(s), dan wel inrichting(en) die bestemd is/zijn om langs elektronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en/of over te dragen, verkreeg;

3.

hij op of omstreeks 26 april 2016 te Groningen, een ander, te weten [slachtoffer] ,

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten - zakelijk weergegeven - het (voor een webcam) tonen van haar borsten (en/of die van een ander) en/of van haar boven- en/of onderlichaam (in onderkleding) (en/of die van een ander) en/of verrichten van seksueel getinte gedragingen (knijpen in de borsten), door - zakelijk weergegeven - door middel van een virus en/of spyware (een Remote Access Trojan (RAT) (, in de vorm van een programma en/of een bestand waarmee -zakelijk weergegeven- heimelijk een of meer persoonlijke gebruikersfuncties kunnen worden overgenomen) (genaamd chatroom.exe) zich toegang tot haar computer te verschaffen en/of aan te geven dat indien zij (en/of die/een ander) niet aan bovenvermelde handeling(en) zou(den) voldoen dat hij, verdachte, (al) haar persoonlijke gegevens (waaronder foto's) zou vernietigen en/of op het internet zou plaatsen en/of haar computer zou doen crashen,

althans, indien het voorstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 april 2016 te Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een ander, te weten [slachtoffer] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten - zakelijk weergegeven - het (voor een webcam) tonen van haar borsten (en/of die van een ander) en/of van haar boven- en/of onderlichaam (in onderkleding) (en/of die van een ander) en/of verrichten van seksueel getinte gedragingen (knijpen in de borsten),

door - zakelijk weergegeven - door middel van een virus en/of spyware (een Remote Access Trojan (RAT) (, in de vorm van een programma en/of een bestand waarmee -zakelijk weergegeven- heimelijk een of meer persoonlijke gebruikersfuncties kunnen worden overgenomen) (genaamd chatroom.exe) zich toegang tot haar computer te hebben verschaft en/of (vervolgens) aan haar voor te hebben gehouden, dan wel aan te hebben gegeven, dat indien zij (en/of die/een ander) niet aan bovenvermelde handeling(en) zou(den) voldoen dat hij, verdachte, (al) haar persoonlijke gegevens (waaronder foto's) zou vernietigen en/of op het internet zou plaatsen en/of haar computer zou doen crashen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 31 maart 2017, althans in of omstreeks de maand maart 2017, in elk geval in of omstreeks het jaar 2016 en/of 2017 te Groningen, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal (telkens) een of meer afbeeldingen - en/of gegevensdragers, bevattende een of meer afbeeldingen -

te weten (in totaal 2.696) foto's en/of (voornamelijk) films/video's op een tablet (Samsung, Galaxy Note 1.0) en/of een notebook (Toshiba Satellite) en/of een smartphone (LG G3),

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een vinger/hand en/of mond/tong en/of een voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of door een persoon bij zichzelf die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bijlage II Collectiescan, bestandsnaam; [bestandsnaam] .mp4)

en/of het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of door een persoon bij zichzelf die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bijlage II Collectiescan, bestandsnaam; [bestandsnaam] .mp4)

en/of het door een dier oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het door een dier likken, betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bijlage II Collectiescan, bestandsnaam; [bestandsnaam] .mp4)

en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding [(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen] en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bijlage II Collectiescan, bestandsnaam; [bestandsnaam].mp4)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde stelt de officier van justitie dat een bewezenverklaring kan volgen en heeft zij veroordeling van verdachte gevorderd. De officier van justitie heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat kan worden bewezen dat verdachte de RAT-bestanden voorhanden heeft gehad en heeft verzonden naar [slachtoffer] . De officier van justitie baseert deze conclusie op het aantreffen van dit soort bestanden op de computer van verdachte en de bekennende verklaring van verdachte waarin hij heeft uiteengezet hoe hij deze bestanden heeft verworven, dat hij bestanden een andere naam heeft gegeven en dat hij hoopte dat mensen de door verdachte naar hen gestuurde bestanden zouden openen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat het feit kan worden bewezen op grond van de resultaten van het onderzoek van de politie, de aangifte van [slachtoffer] en de verklaring van verdachte dat hij het RAT-bestand naar [slachtoffer] heeft verzonden. Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie gesteld dat de pleegperiode dient te worden bekort tot het moment van doorzoeking en inbeslagneming van de gegevensdragers.

Het onder 4 ten laste gelegd kan volgens de officier van justitie worden bewezen op grond van de bekennende verklaring van verdachte en het onderzoek van de politie.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat van het onder 1 en 2 ten laste gelegde het hacken kan worden bewezen en dat verdachte geheel dient te worden vrijgesproken van het onder 3 primair en subsidiair en 4 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de raadsman in het bijzonder aangevoerd dat de minderjarigheid en de seksuele strekking van de houdingen niet zonder meer kan worden vastgesteld op grond van de summiere fotomap (collectie-scan). Ten aanzien van de zogenoemde manga-afbeeldingen, eveneens opgenomen in de collectie-scan heeft de raadsman opgemerkt dat die niet realistisch genoeg zijn om onder het bereik van art. 240b Sr te vallen. Indien er wel een veroordeling zou volgen, acht de raadsman niet bewezen dat verdachte van het feit een gewoonte heeft gemaakt, nu de kinderporno, gelet op de hoeveelheid, slechts bijvangst betreft bij 540.000 legale afbeeldingen.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feiten 2, 3 en 4

Het onder 2 ten laste gelegde ziet op de periode van 1 juni 2016 tot en met 25 oktober 2017. Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, kunnen de gedragingen ten aanzien van aangeefster [slachtoffer] niet voor het bewijs van het tenlastegelegde in die periode worden gebruikt, nu deze gedragingen vóór de ten laste gelegde periode hebben plaatsgevonden. De rechtbank dient daarom te beoordelen of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is ten aanzien van andere computergebruikers, waarop verdachte zich eveneens zou hebben gericht. Verdachte heeft verklaard dat hij RAT-bestanden heeft verzonden naar andere computergebruikers en dat hij (nadat de ontvangers het bestand hebben geopend) daadwerkelijk toegang heeft verkregen tot andere computers. Het proces-verbaal van bevindingen waarin gerelateerd wordt over het computergebruik van verdachte, biedt naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende steunbewijs naast de verklaring van verdachte. In dit proces-verbaal is slechts gerelateerd dat verdachte RAT-bestanden heeft verstuurd vanaf zijn computer, maar het is onduidelijk in welke periode verdachte deze RAT-bestanden heeft verstuurd en of verdachte ook daadwerkelijk toegang tot andere computers heeft verkregen en daarvan ook gebruik heeft gemaakt. Nu het bewijs niet uitsluitend kan worden gegrond op de verklaring van verdachte, zal verdachte worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde.

De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsman het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, nu verdachte een alternatief scenario heeft gegeven dat niet kan worden weerlegd door de bewijsmiddelen. Verdachte zal daarom ook van dit feit worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat bij het proces-verbaal zich een representatieve selectie van afbeeldingen dient te bevinden, teneinde de strafbaarheid van alle ten laste gelegde afbeeldingen te kunnen beoordelen. De rechtbank heeft kennisgenomen van de door de officier van justitie bijgevoegde selectie van afbeeldingen en merkt daarover het volgende op. In de tenlastelegging en de bijgevoegde afbeeldingen zijn onder andere cartoontekeningen (manga’s) opgenomen. De rechtbank overweegt dat virtuele kinderpornografie strafbaar is, indien er sprake is van een realistische, niet van echt te onderscheiden afbeelding. De rechtbank is van oordeel dat de in de selectie opgenomen manga’s niet als realistisch zijn aan te merken, in welk geval deze niet van echte afbeeldingen te onderscheiden zouden zijn geweest. De rechtbank heeft ten aanzien van de overige afbeeldingen in de gepresenteerde selectie geconstateerd dat geen van de ten laste gelegde beschrijvingen overeenkomen met de afbeeldingen uit de selectie, nu de (kennelijke) minderjarigheid, dan wel de seksuele strekking van de gedragingen naar het oordeel van de rechtbank daar niet uit blijkt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit feit.

Feit 1

Zoals ook ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is overwogen, omvat de ten laste gelegde periode niet de gedragingen ten aanzien van aangeefster [slachtoffer] , aangezien deze zich blijkens het dossier op of omstreeks 26 april 2016 hebben voorgedaan.

Ook het verwerven heeft zich voorgedaan vóór de ten laste gelegde periode en kan daarmee naar het oordeel van de rechtbank niet worden bewezen.

Op de laptop die onder verdachte in beslag is genomen zijn meerdere bestanden aangetroffen, waarvan verdachte heeft verklaard dat dit RAT-bestanden betreffen die hij heeft verzonden naar andere computergebruikers. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij deze bestanden naar verschillende personen heeft verzonden met het oogmerk om computervredebreuk te plegen en om gegevens af te tappen, namelijk door het meekijken via de door verdachte ingeschakelde in de desbetreffende computer geïntegreerde webcam. Het voorhanden hebben van RAT-bestanden met dit oogmerk acht de rechtbank daarom bewezen.

De rechtbank acht het verspreiden van RAT-bestanden niet bewezen, nu art. 139d van het Wetboek van Strafrecht ziet op de voorfase van de strafbare gedragingen waarop het oogmerk is gericht en het verspreiden naar het oordeel van de rechtbank niet ziet op het verzenden van RAT-bestanden naar een (potentieel) slachtoffer dat zich niet bewust is van de aanwezigheid en de eigenschappen van een dergelijk bestand. De rechtbank acht de enkele verklaring van verdachte dat er over en weer RAT-bestanden zijn uitgewisseld tussen hem en [naam] ook onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het bestanddeel verspreiden te komen, nu laatstgenoemde dat heeft ontkend en dit enkele verspreiden aldus slechts op de verklaring van verdachte berust en daarmee niet voldoet aan het wettelijk bewijsminimum.

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde in zoverre wettig en overtuigend bewezen dat verdachte RAT-bestanden voorhanden heeft gehad in de periode van 1 juni 2016 tot en met

29 maart 2017, te weten de datum waarop de gegevensdragers van verdachte in beslag zijn genomen.

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 augustus 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 april 2017, opgenomen op pagina 81 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016228518 d.d. 6 december 2017, inhoudende het relaas van verbalisant.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 juni 2016 tot en met 29 maart 2017 te Groningen,

met het oogmerk tot het opzettelijk en wederrechtelijk plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste en/of tweede lid en/of 139c een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van zodanige misdrijven, voorhanden heeft gehad, immers heeft hij, verdachte, een zogenoemde Remote Access Trojan (RAT), in de vorm van een bestand waarmee -zakelijk weergegeven- heimelijk een of meer persoonlijke gebruikersfuncties kunnen worden overgenomen (na betaling) gedownload (via hackforums).

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, voorhanden hebben

en

met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid en artikel 139c, van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, voorhanden hebben.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 150 uren en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat in het nadeel van verdachte meeweegt dat hij 250 keer heeft getracht computervredebreuk heeft te plegen en dat verdachte goed wist dat het gebruik van RAT’s strafbaar is. Het opleggen van een straf dient als signaal naar buiten dat dergelijke kennelijk gemakkelijke, doch structurele inbreuken worden bestraft. De officier van justitie houdt tevens rekening met het feit dat verdachte geen strafblad heeft en met de minderjarigheid van verdachte. De officier van justitie ziet geen aanleiding om rekening te houden met het tijdsverloop nu niet afgeweken wordt van de heersende doorlooptijden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft –deels subsidiair- gepleit voor oplegging van een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 100 uren, althans een werkstraf met een aanzienlijk voorwaardelijk deel. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld vanuit technische belangstelling en nieuwsgierigheid, maar dat verdachte nu goed begrijpt dat hij daarmee te ver is gegaan. De raadsman acht ook van belang dat verdachte na de ten laste gelegde feiten geen strafbare feiten heeft gepleegd en dat de strafmaat van invloed kan zijn op de beoordeling van een eventuele toekomstige VOG-aanvraag.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage door de Raad voor de Kinderbescherming, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft Remote Access Trojans (RAT’s) op zijn laptop voorhanden gehad, met het doel om andere computergebruikers te kunnen hacken en hen vervolgens (heimelijk) te kunnen bekijken door middel van het inschakelen van de camera. Het gebruik van dergelijke bestanden kan ernstige schendingen van de privacy opleveren. Een ieder behoort zich veilig te kunnen voelen in zijn eigen digitale omgeving waarin persoonlijke gegevens zijn opgeslagen, dan wel toegankelijk zijn. Daarnaast is door de handelwijze van verdachte het vertrouwen in het internetverkeer geschaad. Het voorhanden hebben en gebruiken van dergelijke bestanden is daarom een ernstig strafbaar feit.

Hoewel de redelijke termijn in de zin van art. 6 EVRM niet is overschreden, weegt de rechtbank het tijdsverloop mee bij het bepalen van strafmaat gelet op de aard van de (zeden)verdenking en de leeftijd van verdachte. Wenselijk is dat dit soort zaken, vooral bij jeugdigen, zo spoedig mogelijk aan de rechtbank worden voorgelegd, waartoe ook opsporingscapaciteit dient te worden ingezet. Dat dit in de praktijk als klemmend wordt ervaren is ter zitting niet alleen duidelijk geworden uit de verklaring van verdachte, maar ook uit die van zijn ouders.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen duur passend en geboden. De rechtbank ziet, mede bezien het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, geen aanleiding om de straf (deels) in voorwaardelijke vorm op te leggen nu zij het recidiverisico als laag inschat, gelet op de positieve ontwikkeling die verdachte heeft doorgemaakt en het gebleken inzicht in de strafwaardigheid van zijn handelen.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 277,78 ter vergoeding van materiële schade en € 1.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan. Ter terechtzitting heeft de benadeelde partij de vordering ten aanzien van de materiële schade bijgesteld naar € 234,06.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade geheel kan worden toegewezen met de wijziging die ter terechtzitting is aangebracht door de benadeelde partij. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade acht de officier van justitie, mede gelet op de gevorderde vrijspraak voor het onder 3 ten laste gelegde, de vordering toewijsbaar tot een bedrag van € 500,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat -mede gelet op de bepleite vrijspraak ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde - de immateriële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van maximaal € 250,-. De raadsman heeft de vordering ten aanzien van de materiële schade niet bestreden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de feiten niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n en 139d van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2, 3 primair en subsidiair en 4 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een werkstraf voor de duur van 40 uren. De werkstraf moet binnen 6 maanden zijn verricht.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast.

Ten aanzien van feiten 2 en 3:

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.B. Holsink, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. A.L.J.M.A. Janssens en mr. C. Krijger, kinderrechters, bijgestaan door B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 augustus 2018.

Mr. Krijger en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.