Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3410

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27-08-2018
Datum publicatie
27-08-2018
Zaaknummer
18/830019-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord Nederland heeft een 20-jarige man veroordeeld voor het medeplegen van -kort gezegd- een straatroof. Nadat een van de medeverdachten hoorde en zag dat aangever die dag een aanzienlijk geldbedrag bij zich had, hebben zij gezamenlijk het plan opgevat om hem te beroven en dat plan korte tijd later ook uitgevoerd. Veroordeelde heeft de medeverdachte in zijn auto laten instappen en hem naar huis gebracht. Uit het reclasseringsadvies blijkt dat verdachte ten tijde van het delict verminderd in staat lijkt te zijn geweest om risico's van zijn eigen handelen in te schatten. . De reclassering adviseert toepassing van het jeugdstrafrecht en de rechtbank zal dat volgen. De rechtbank overweegt gezien voornoemd reclasseringsadvies dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie niet passend is. De rechtbank legt op een jeugddetentie voor de duur van 6 maanden, waarvan 163 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van het voorarrest. Daarbij zal de rechtbank bijzondere voorwaarden opleggen zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering. Ook legt zij een taakstraf op voor de duur van 80 uren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77c
Wetboek van Strafrecht 77g
Wetboek van Strafrecht 77i
Wetboek van Strafrecht 77m
Wetboek van Strafrecht 77n
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830019-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 augustus 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 augustus 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W. Schoo, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Houwink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 11 januari 2018 te Groningen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (Louis Vuitton) tas en/of een laptoptas (met/) en/of een laptop/notebook (Acer Aspire) en/of een IDkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) - onverhoeds en/of met kracht die (Louis Vuitton) tas (plotseling en/of van achteren) uit en/of onder de arm(en) van die [slachtoffer 1] (vandaan) heeft getrokken en/of - heeft getrokken aan de laptoptas en/of - een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft getoond en/of aan hem/hen heeft toegevoegd; "Ik ga je steken (en/of djoeken)" en/of "Ik zweer je ik maak je dood" en/of "Ik maak jullie dood" en/of "Ik maak jullie dood als jullie niet naar achteren gaan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - (vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met die/dat schroevendraaier, althans scherp en/of puntig voorwerp, heeft gestoken en/of stekende en/of zwaaiende bewegingen in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gemaakt(, waarbij verdachte (al dan niet

ter delging van (een) schuld(en)) heeft voorzien in het plan of een/de

opdracht tot de wegneming van (een) tas(sen) en/of geld en/of heeft voorzien

in het vervoer (om van de plaats delict te kunnen ontvluchten);

Subsidiair

[medeverdachte 1] op of omstreeks 11 januari 2018 te Groningen, met het oogmerk

van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (Louis Vuitton) tas

en/of een laptoptas (met/) en/of een laptop/notebook (Acer Aspire) en/of een

IDkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1]

en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 1]

- onverhoeds en/of met kracht die (Louis Vuitton) tas (plotseling en/of van achteren) uit en/of onder de arm(en) van die [slachtoffer 1] (vandaan) heeft getrokken en/of - heeft getrokken aan de laptoptas en/of - een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft getoond en/of aan hem/hen heeft toegevoegd; "Ik ga je steken (en/of djoeken)" en/of "Ik zweer je ik maak je dood" en/of "Ik maak jullie dood" en/of "Ik maak jullie dood als jullie niet naar achteren gaan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of - (vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met die/dat schroevendraaier, althans scherp en/of puntig voorwerp, heeft gestoken en/of stekende en/of zwaaiende bewegingen in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gemaakt, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 januari 2018 te Groningen en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte 1] in zijn,

verdachtes, auto plaats te laten nemen/in te laten stappen en/of die [medeverdachte 1]

(vervolgens) van de plaats delict weg te (ver)voeren;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het primair ten laste gelegde gevorderd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte voorafgaand, tijdens en na de straatroof actief betrokken is geweest, zodat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking in de zin van medeplegen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] ongeloofwaardig is. Hij heeft pas een verklaring afgelegd nadat hij het definitieve proces-verbaal heeft gelezen. Dat de telefoongesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] over de straatroof zouden gaan, is een aanname van de officier van justitie. Ook dat verdachte met de auto op de rotonde bleef rijden om [medeverdachte 1] na de straatroof te helpen vluchten is een invulling. Hiervoor zijn geen concrete bewijsmiddelen. Verdachte heeft stellig verklaard dat hij geen rol heeft gehad bij de straatroof. Hij sprak [medeverdachte 1] vlak voor de straatroof en toen vertelde hij over zijn plan. Verdachte is vervolgens uit sensatiezucht in de buurt gebleven om te kijken en daarna is [medeverdachte 1] in de auto van verdachte gestapt. Getuige [getuige] heeft dit bevestigd. [medeverdachte 1] zou op dat moment om hulp hebben geroepen. In paniek heeft verdachte hem laten instappen en weggebracht. Er is geen overtuigend bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte voor het medeplegen van de straatroof. Ook heeft verdachte medeverdachte niet opzettelijk geholpen bij zijn vlucht, zodat ook van medeplichtigheid geen sprake is.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 13 augustus 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Op 11 januari 2018 was ik de bestuurder van de witte VW Golf 7. Ik heb de auto geparkeerd voor de school en ben met [naam 1] en [naam 2] uitgestapt. Het klopt dat we voor de school kort met [naam 3] hebben gesproken. Daarna sprak ik [medeverdachte 1] even voordat hij de beroving ging plegen. Hij stond aan de overkant van de school. Ik ben naar hem toegelopen en hij vertelde mij dat hij een jongen ging beroven van zijn geld. Ik heb gezien dat hij een schroevendraaier bij zich had. Ik dacht toen dat hij daarmee de jongen zou gaan bedreigen. Daarna liep hij naar de bushalte waar de jongen stond en ben ik teruggelopen naar mijn auto. Het klopt dat ik rondjes heb gereden op de rotonde. Ik zag dat het uit de hand liep en ben toen gestopt. Toen kwam [medeverdachte 1] aanrennen en is hij in mijn auto gestapt. Ik heb hem in Vinkhuizen afgezet.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 januari 2018, opgenomen op pagina 001 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NN2R018005-GLAMPI d.d. 9 maart 2018, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Op 11 januari 2018 omstreeks 15:00 uur, was ik vrij van school. Ik liep samen met mijn vriend [slachtoffer 2] vanuit de Hora Siccamasingel, naar de bushalte gevestigd aan de Vondellaan te Groningen. Omstreeks 15:11 uur, net toen de bus aan kwam, voelde ik dat er aan mijn Louis Vuitton tas getrokken werd, de tas die ik onder mijn arm geklemd had. Ik voelde dat mijn tas tussen mijn arm weg getrokken werd. Ik keek achterom. Ik zag een jongen weg rennen. Ik kan hard rennen en kon de jongen goed bijhouden. Ik zag dat de jongen achterom keek en stopte. We stonden op de stoep, direct naast de rotonde, gelegen tussen de van Iddekingeweg en de Vondellaan. Ik stond in een soort gevechtshouding tegenover de jongen. Ik hoorde de jongen zeggen: 'Ik ga je steken! Ik zweer je, ik maak je dood!' Ik hoorde de jongen zeggen: 'Ik ga je djoeken!' Ik zag dat de jongen een voorwerp uit zijn rechter jaszak pakte. Ik nam afstand. Ik liep met [slachtoffer 2] weer terug naar de bushalte, ongeveer 100 meter verderop, aan de Vondellaan. Ik zag dat de jongen mijn tas doorzocht. Ik zag dat de jongen naar mij liep. Ik hoorde de jongen zeggen 'meelopen!’ Ik zag dat hij hierbij zijn hand bij zijn broeksband hield. Ik vermoedde dat hij daar een mes had. Ik zag dat de jongen achter mij aan rende. Ik bleef staan, dat was aan de oostelijke kant van de rotonde Vondellaan/Van Iddekingeweg, op de van Iddekingeweg ter hoogte van een flat. Ik zag dat hij mij probeerde te steken. Ik voelde mij bedreigd. Nu zag ik dat het geen mes was wat de jongen had, maar een schroevendraaier. Ik voelde dat de jongen mij enkele malen, in ieder geval driemaal, raakte met de schroevendraaier. Ik probeerde de jongen weg te slaan met mijn laptoptas. De laptoptas belandde op de grond. Ik voelde pijn op mijn linkerarm, op die plaats waar de jongen mij zojuist geraakt had met de schroevendraaier. Ik zag dat er een witte Volkswagen golf aan kwam, vanuit de richting Van Iddekingeweg, oostelijke richting. Ik zag dat deze auto hard reed. Ik zag dat de auto naast ons stopte. Ik zag dat er drie personen in deze auto zaten. Ik zag dat de jongen die mij berooft had, links achter in stapte. Ik had vandaag 1000 euro bij mij. Ik wilde graag een scooter kopen. Ik heb dit aan twee jongens verteld. Die jongens zijn [naam 4] en een Antilliaanse jongen. Aan deze jongen liet ik het geld ook zien. Later op de dag vroeg die jongen nog aan mij hoe laat ik vrij was en welke bus ik zou pakken.

3. naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 15 januari 2018, opgenomen op pagina 011 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik heb donderdag 11 januari 2018 tussen 12:00 uur en 12:30 uur [medeverdachte 2] gesproken. Ik heb [medeverdachte 2] verteld dat ik een scooter wou gaan kopen. [medeverdachte 2] is een Antilliaanse jongen van mijn school. Ik heb hem toen het geld laten zien dit was 1000 euro. Nadat ik het geld heb laten zien zag ik dat [medeverdachte 2] naar [naam 3] liep.

4. naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 januari 2018, opgenomen op pagina 128 ev. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

Op 11 januari 2018 was ik met [slachtoffer 1] op weg naar de bushalte ter hoogte van het Noorderpoortcollege in Groningen. Dit was omstreeks 15.00 uur. Ik hoorde [slachtoffer 2] iets roepen. Ik zag een voor mij onbekende jongen wegrennen richting de rotonde met de schoudertas van [slachtoffer 2] . We zijn achter de jongen aangerend. De jongen begon met zijn schroevendraaier te zwaaien. Ik hoorde hem zeggen: 'Ik maak jullie dood.' Toen zag ik de jongen weer aan komen lopen. Ik zag hem de laptoptas van [slachtoffer 2] proberen te pakken. De jongen begon weer met de schroevendraaier te zwaaien. Ik hoorde hem schreeuwen: 'Ik maak jullie dood als jullie niet naar achteren gaan.' Hij raakte mij met zijn schroevendraaier op mijn rechterhand. Ik zag een rode kras op mijn hand.

Ik zag toen een witte Golf 7 voor de rotonde half op het fietspad staan. De jongen liep snel naar de Golf en ik zag dat hij links achterin de auto stapte met de schoudertas en laptoptas van [slachtoffer 2] . Het kenteken was [kentekennummer] . Toen reed de auto met slippende banden weg.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.

4 april 2018, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :

Ik ging zoals afgesproken naar het Noorderpoortcollege. Daar was een jongen die een mooi tasje had en ik moest deze afpakken. De jongen zou om 15.10 vrij zijn. Ik ging achter deze jongen aan en probeerde het tasje af te pakken. Ik heb de tas en de laptoptas van de jongen weggenomen. Ik ben toen gaan rennen. [verdachte] kwam aanrijden en ik rende naar zijn auto. Ik ben toen achter de bestuurder, [verdachte] , gaan zitten. Wij zijn toen weggereden.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Noorderpoortcollege d.d. 22 januari 2018, opgenomen op pagina 049 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

- Omstreeks 14.51 uur zag ik op de beelden van camera 8 dat er drie manspersonen de

parkeerplaats opliepen.

- Omstreeks 14.52 uur zag ik op camera 5 dat NN-man4 naar NN-man1, NN-man2 en NN-man3 liep (zie bijlage 9). Ik zag dat NN-man4 de andere drie manspersonen begroette en hun alle drie een hand e.g. een "boks" gaf en voor de duur van twee minuten met deze drie manspersonen in gesprek ging.

- Ik zag dat NN-man4 omstreeks 14.54 uur weer van de drie manspersonen wegliep en de school al mank rennend binnenging.

- Omstreeks 15.00 uur zag ik op camera 7 dat de bovengenoemde drie manspersonen over de

bosschages tussen de scooters door het schoolplein weer verlieten in de richting van de Verlengde Hereweg

- Omstreeks 15.05 uur zag ik op camera 6 dat de aangever met nog een manspersoon de school verliet met in zijn linkerhand een laptoptas en over zijn linker schouder een tasje.

- Omstreeks 15.09 uur zag ik op de beelden van camera 07 dat er een witte VW Golf 7 voor de school langs reed in de richting van de rotonde. Ik zag dat dit voertuig de rotonde opreed en uit het beeld verdween.

- Omstreeks 15.11 uur zag ik dat wederom een witte VW Golf 7 voor de school langs reed in de richting van de rotonde. Ik zag dat dit voertuig bleef staan bij de rotonde voor de duur van tien seconden en dat er beweging rondom het voertuig was. daarna verdween het voertuig uit beeld.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen historische verkeersgegevens d.d. 27 februari 2018, opgenomen op pagina 095 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

Dat de historische verkeersgegevens opgevraagd voor genoemde periode voor het telefoonnummer [nummer] in gebruik bij [medeverdachte 2] de volgende relevante gegevens bevatte:

• Om 12:54:19 uur is er een uitgaand gesprek vanaf het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 66 seconden naar het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [verdachte] .

• Om 13:18:08 uur een uitgaand gesprek vanaf het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2]

, voor de duur van 38 seconden naar het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [verdachte] .

• Om 13:33:43 uur volgt er een inkomend gesprek naar het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 43 seconden vanaf het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [verdachte] .

• Om 14:40:07 uur een inkomend gesprek naar het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2]

, voor de duur van 36 seconden vanaf het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [verdachte] .

• Om 14:53:54 uur een inkomend gesprek naar het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2]

, voor de duur van O seconden vanaf het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [verdachte] .

• Om 14:54:26 uur is er een uitgaand gesprek vanaf het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 8 seconden naar het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] .

• Om 15:00:14 uur is er wederom een uitgaand gesprek vanaf het nummer [nummer] , in

gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 61 seconden naar het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] .

• Om 15:01:42 uur is er een uitgaand gesprek vanaf het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van O seconden naar het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [verdachte] .

• Om 15:01:58 uur is er een inkomend gesprek naar het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 46 seconden vanaf het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [verdachte] .

• Om 15:03:16 uur is er een uitgaand gesprek vanaf het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 29 seconden naar het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] .

• Om 15:08:53 uur is er een uitgaand gesprek vanaf het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 8 seconden naar het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] .

• Om 15:23:32 uur is er een inkomend gesprek naar het nummer [nummer] , in

gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 35 seconden vanaf het telefoonnummer

[nummer] , in gebruik bij [verdachte] .

• Om 15:24:57 uur is er een uitgaand gesprek vanaf het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 103 seconden naar het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [verdachte] .

• Om15:28:52 uur is er een uitgaand gesprek vanaf het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 67 seconden naar het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] .

• Om 15:30:52 uur is er een uitgaand gesprek vanaf het nummer [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] , voor de duur van 464 seconden naar het telefoonnummer [nummer] , in gebruik bij [verdachte] .

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat slechts sprake is van medeplegen als de bewezenverklaarde bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Veelal zal de bijdrage van de medepleger worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering daarvan. Een geringe rol in de uitvoering van het delict zal moeten worden gecompenseerd door andere gedragingen van verdachte die deel uitmaken van de nauwe en bewuste samenwerking. Bij de vorming van het oordeel of sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat verdachte voor, tijdens en na de straatroof in contact was met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .

Vanaf het moment dat [medeverdachte 2] van aangever [slachtoffer 1] in de schoolpauze hoort dat hij die dag 1000 euro bij zich draagt, heeft [medeverdachte 2] veelvuldig telefonisch contact met verdachte. Tussen hen is viermaal contact geweest voordat verdachte op de school arriveert. Rond 15.00 uur onderhoudt [medeverdachte 2] zowel met verdachte als met [medeverdachte 1] telefonisch contact en ook spreekt verdachte rond die tijd met [medeverdachte 1] over de straatroof die hij op het punt staat te plegen. [medeverdachte 1] berooft om 15.10 uur aangever van zijn tas en laptoptas en ging er kennelijk vanuit dat daarin het geldbedrag zat. Hij heeft eerst het tasje doorzocht en daarna de laptoptas afgepakt. Vervolgens wordt er tussen 15.23 uur en 15.30 uur, direct na de straatroof, driemaal gebeld door [medeverdachte 2] met verdachte en eenmaal met [medeverdachte 1] . De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat de telefonische contacten met [medeverdachte 2] telkens zouden gaan over dat hij (later) vrij zou zijn en dat verdachte op hem moesten wachten, gezien de tijdstippen ongeloofwaardig. Voorts acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat verdachte pas op de hoogte was van de straatroof op het moment dat [medeverdachte 1] hem dit vlak voor het plegen ervan vertelt.

Bovendien vindt de rechtbank dat -anders dan verdachte verklaart- uit de bewijsmiddelen volgt dat hij zijn rijgedrag heeft afgestemd op het handelen van [medeverdachte 1] . Verdachte heeft immers verklaard dat na hun gesprek aan de overkant van de school, [medeverdachte 1] richting de bushalte naar de jongen is gelopen en dat hij, verdachte, terugkeerde naar zijn auto. Tijdens de straatroof is op de camerabeelden van de school vervolgens te zien dat de auto van verdachte, de witte VW Golf 7, tweemaal voor de school langs reed richting de rotonde. Ook verdachte heeft bevestigd dat hij rondjes op de rotonde heeft gereden om het gebeuren te kunnen volgen. Uit de verklaring van [slachtoffer 1] volgt dat de auto van verdachte op enig moment hard kwam aanrijden en stopte, waarna [medeverdachte 1] instapte. Aangever [slachtoffer 2] bevestigt dit en verklaart dat de jongen snel naar de auto liep en dat deze met slippende banden wegreed. De rechtbank acht de hiervoor genoemde verklaring van [medeverdachte 1] niet onaannemelijk aangezien die op dit onderdeel past in de gebeurtenissen zoals weergegeven in de overige bewijsmiddelen. Bovendien legt [medeverdachte 1] daarmee ook voor hemzelf een belastende verklaring af. De verklaring kan dan ook worden gebruikt als bewijs.

De rechtbank is van oordeel dat uit de voornoemde bewijsmiddelen -bezien in samenhang met de feiten en omstandigheden die zijn vermeld in de hiervoor gegeven overwegingen- kan worden afgeleid dat sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten, zodat de rechtbank het primaire feit wettig en overtuigend bewezen acht.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Primair

hij op 11 januari 2018 te Groningen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (Louis Vuitton) tas en een laptoptas met een notebook (Acer Aspire) en een ID-kaart, toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededader

- onverhoeds enmet kracht die (Louis Vuitton) tas plotseling en van achteren onder de arm van die [slachtoffer 1] vandaan heeft getrokken en

- heeft getrokken aan de laptoptas en

- een schroevendraaier aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft getoond en aan hem/hen heeft toegevoegd: "Ik ga je steken (en/of djoeken)" en/of "Ik zweer je ik maak je dood" en/of "Ik maak jullie dood" en/of "Ik maak jullie dood als jullie niet naar achteren gaan", en

- vervolgens die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met die schroevendraaier heeft gestoken en stekende en/of zwaaiende bewegingen in de richting van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gemaakt, waarbij verdachte heeft voorzien in het plan tot wegneming van geld en heeft voorzien in het vervoer om van de plaats delict te kunnen ontvluchten.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Primair Diefstal vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met oplegging van de algemene en bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering en aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest met aftrek en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 6 maanden met oplegging van de algemene en bijzondere voorwaarden zoals is geadviseerd door de reclassering. Daarnaast kan een taakstraf worden opgelegd voor de duur van 100 tot 200 uren. De eis van de officier van justitie is volgens de verdediging te fors.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van -kort gezegd- een straatroof. Nadat een van de medeverdachten hoorde en zag dat aangever die dag een aanzienlijk geldbedrag bij zich had, hebben zij gezamenlijk het plan opgevat om hem te beroven en dat plan korte tijd later ook uitgevoerd. Een van de medeverdachten heeft de straatroof daadwerkelijk gepleegd door aangever zijn tas en laptoptas weg te nemen en daarbij aangever en zijn vriend, tevens aangever, met een schroevendraaier te bedreigen en hiermee stekende bewegingen te maken, waarbij beide aangevers zijn geraakt. Verdachte heeft daarna medeverdachte in zijn auto laten instappen en hem naar huis gebracht. De rechtbank merkt op dat door op deze manier, ten koste van anderen snel aan geld te komen, verdachte totaal voorbij is gegaan aan de enorme impact van dergelijk handelen op de beide aangevers. Verder versterkt een delict als het onderhavige ook de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Uit het reclasseringsadvies blijkt dat verdachte ten tijde van het delict verminderd in staat lijkt te zijn geweest om risico's van zijn eigen handelen in te schatten. Hij zou vanuit een hang naar sensatie, het mogelijk zich profileren naar zijn vrienden en het vertonen van meeloopgedrag, impulsief hebben gehandeld. Daarnaast vindt verdachte het belangrijk om een opleiding af te ronden en lijkt persoonlijke ontwikkeling steeds meer ruimte in zijn leven in te nemen en is hij gevoelig voor het oordeel van zijn ouders en familieleden. Pedagogische beïnvloeding is mogelijk nog haalbaar om het risico op herhaling te verkleinen. De reclassering merkt verder op dat interventies gericht op het vergroten van de weerbaarheid en aanleren van volwassen vaardigheden van belang zijn om de pro-sociale voornemens van verdachte te bestendigen. Ook kan meer zicht verkregen worden op verdachtes interactie met leeftijdsgenoten en het aanleren van alternatieve keuzes indien soortgelijke situaties zich zouden voordoen. De reclassering adviseert toepassing van het jeugdstrafrecht en de rechtbank zal dat volgen. De rechtbank overweegt gezien voornoemd reclasseringsadvies dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie niet passend is. Het zal verdachtes voornemen ten aanzien van opleiding en werk negatief kunnen beïnvloeden. De rechtbank zal een jeugddetentie opleggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van voorlopige hechtenis met een fors deel voorwaardelijk met de oplegging van de algemene en bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd. Daarnaast zal zij een taakstraf opleggen, om de ernst van het feit te benadrukken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14d, 47, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 7z en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 6 maanden.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie (een gedeelte, groot 163 dagen), niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen zeven dagen volgend op het onherroepelijk vonnis moet melden bij Reclassering Leger des Heils op het volgende adres: Damsterdiep 271, 9713 EE te Groningen. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

2. dat de veroordeelde moet deelnemen aan de volgende gedragsinterventie: GI-RN Cognitieve Vaardigheden.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

een taakstraf voor de duur van 80 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.L.J.M.A. Janssens, voorzitter, mr. G. Eelsing en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. L.S. Gosselaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 augustus 2018.

Mr. Van Sloten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.