Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3237

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
09-08-2018
Datum publicatie
09-08-2018
Zaaknummer
LEE 18/2061 en LEE 18/2062
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in het primaire besluit I onvoldoende gemotiveerd op basis van welke belangen zij de gedeeltelijke niet verlening van de ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen heeft gebaseerd. Verweerder zal in het nog te nemen besluit op bezwaar aandacht dienen te besteden aan dit aan het primaire besluit I klevende gebrek. Gelet op de door verweerder bij brief van 31 juli 2018 gegeven nadere motivering, waarin onder meer is aangegeven dat naast de in het primaire besluit I genoemde ecologische belangen ook het belang van openbare orde en veiligheid noopt tot het niet toestaan van kamperen in bosschages, is de voorzieningenrechter van oordeel dat, hoewel er een gebrek kleeft aan de primaire besluitvorming, het primaire besluit I in bezwaar stand zal kunnen houden. Er bestaat derhalve geen aanleiding voor het treffen van de door verzoekster gevraagde voorziening inzake het door verweerder in de verleende ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen opgenomen voorschrift.

Voorts betrekt de voorzieningenrechter dat voorlopige oordeel bij hetgeen verzoekster heeft aangevoerd over de weigering van de aangevraagde omgevingsvergunning ten aanzien van het onderdeel kamperen door bezoekers in de bosschages. Het kamperen in de bosschages, door crewleden dan wel bezoekers, is ongeacht wat is opgenomen in de tijdelijke omgevingsvergunning, niet toegestaan nu in zoverre geen ontheffing van voornoemd verbod wordt verleend. Gelet hierop kan, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, in het kader van de onderhavige voorlopige voorzieningenprocedure de vraag of verweerder de tijdelijke omgevingsvergunning heeft kunnen weigeren voor wat betreft het kamperen door bezoekers in de bosschages onbesproken worden gelaten. Een dergelijke rechtsvraag kan aan bod komen in een bodemprocedure en aldaar worden beantwoord. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening inzake de door verweerder geweigerde tijdelijke omgevingsvergunning voor wat betreft het kamperen door bezoekers in de bosschages. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 18/2061 en LEE 18/2062

uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 augustus 2018 op de verzoeken om voorlopige voorzieningen in de zaken tussen

[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. I. van der Meer),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, verweerder

(gemachtigde: mr. J.C. van Oosten).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde-partij] , gevestigd te Leeuwarden,

(gemachtigden: [gemachtigden] ).

Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2018 (het primaire besluit I) heeft verweerder aan verzoekster ontheffing verleend van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen voor:

- crewcamping: 5 augustus 2018 om 12:00 uur tot en met 24 augustus 2018 om 24:00 uur

- festivalcamping: 13 augustus 2018 om 12:00 uur tot en met 21 augustus 2018 om 12:00 uur. Aan de ontheffing zijn voorschriften verbonden.

Verweerder heeft de aanvraag geweigerd voor zover het betreft de locaties van de 'Tenten Camping" op de plattegrond Locatie-indeling versie 4.1, ontvangen op 6 juli 2018. In plaats daarvan is aan de ontheffing verbonden de plattegrond kamperen Kampeerkaart Psy-Fi (vanuit gemeente Leeuwarden). Onder 2.2 van de voorschriften is opgenomen dat kamperen in de bosschages niet is toegestaan en dat de organisatie hierop dient toe te zien.

Bij (afzonderlijk) besluit van 16 juli 2018 (het primaire besluit II) heeft verweerder aan verzoekster een tijdelijke omgevingsvergunning verleend ten behoeve van:

- het organiseren van een vijfdaags festival gedurende de periode 15 augustus tot en met 19 augustus 2018;

- het opbouwen en afbouwen van de evenementenlocatie in de periodes 3 augustus tot en met 14 augustus, respectievelijk 20 augustus tot en met 30 augustus;

- het plaatsen van vergunningsvrije tijdelijke bouwwerken ten behoeve van het festival (onder meer podia, tenten en sanitaire voorzieningen);

- het kamperen door de crew in de periode van 3 augustus vanaf 07:00 uur tot en met 30 augustus 2018 12:00 uur;

- het kamperen door festivalbezoekers in de periode van 13 augustus vanaf 12:00 uur tot en met 21 augustus 2018 12:00 uur.

Daarnaast heeft verweerder de aanvraag van verzoekster geweigerd voor de onderdelen:

- de laser show;

- het kamperen door bezoekers in de bosschages;

- het kamperen door de crew binnen de 50 meter zone op kaart 5b (Bestemmingsplankaart met projectie evenemententerrein) behorende bij de ruimtelijke onderbouwing.

Verzoekster heeft tegen de primaire besluiten bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorlopige voorziening gericht tegen de ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen van 16 juli 2018 is bij de rechtbank geregistreerd onder het nummer LEE 18/2062. De voorziening gericht tegen de tijdelijke omgevingsvergunning van 16 juli 2018 is bij de rechtbank geregistreerd onder het nummer LEE 18/2061.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De verzoeken zijn gelijktijdig met de verzoeken geregistreerd onder de nummers LEE 18/2047, LEE 18/2057, LEE 18/2054, LEE 18/2090 en LEE 18/2091 behandeld op de zitting van 7 augustus 2018. Verzoekster is vertegenwoordigd door haar gemachtigde, door [ecoloog 2] (ecoloog) en [persoon] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door [ingenieur] , [ecoloog 1] (ecoloog) en [medewerker] . De derde belanghebbende heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden.

Overwegingen

1.1

Bij zijn beoordelingsvorming betrekt de voorzieningenrechter de navolgende feiten en omstandigheden.

1.2

Op 28 maart 2018 heeft verzoekster een aanvraag om een tijdelijke omgevingsvergunning voor het organiseren van het vijfdaagse evenement op de locatie, plaatselijk bekend als De Groene Ster te Leeuwarden, bij verweerder ingediend. Deze aanvraag heeft betrekking op de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening.

1.3

Op 28 maart 2018 heeft verzoekster een aanvraag voor ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen tijdens Psy-Fi in De Groene Ster te Leeuwarden ingediend.

1.4

Bij besluit van 16 juli 2018 (het primaire besluit I) heeft verweerder aan verzoekster ontheffing verleend van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen voor:

- crewcamping: 5 augustus 2018 om 12:00 uur tot en met 24 augustus 2018 om 24:00 uur

- festivalcamping: 13 augustus 2018 om 12:00 uur tot en met 21 augustus 2018 om 12:00 uur. Aan de ontheffing zijn voorschriften verbonden.

Verweerder heeft de aanvraag geweigerd voor zover het betreft de locaties van de 'Tenten Camping' op de plattegrond Locatie-indeling versie 4.1, ontvangen op 6 juli 2018. In plaats daarvan is aan de ontheffing verbonden de plattegrond kamperen Kampeerkaart Psy-Fi (vanuit gemeente Leeuwarden). Onder 2.2 van de voorschriften is opgenomen dat kamperen in de bosschages niet is toegestaan en dat de organisatie hierop dient toe te zien.

1.5

Bij besluit van 16 juli 2018 (het primaire besluit II) heeft verweerder aan verzoekster een tijdelijke omgevingsvergunning verleend ten behoeve van:

- het organiseren van een vijfdaags festival gedurende de periode 15 augustus tot en met 19 augustus 2018;

- het opbouwen en afbouwen van de evenementenlocatie in de periodes 3 augustus tot en met 14 augustus, respectievelijk 20 augustus tot en met 30 augustus;

- het plaatsen van vergunningsvrije tijdelijke bouwwerken ten behoeve van het festival (onder meer podia, tenten en sanitaire voorzieningen);

- het kamperen door de crew in de periode van 3 augustus vanaf 07:00 uur tot en met 30 augustus 2018 12:00 uur;

- het kamperen door festivalbezoekers in de periode van 13 augustus vanaf 12:00 uur tot en met 21 augustus 2018 12:00 uur.

Daarnaast heeft verweerder de aanvraag van de derde-partij geweigerd voor de onderdelen:

- de laser show;

- het kamperen door bezoekers in de bosschages;

- het kamperen door de crew binnen de 50 meter zone op kaart 5b (Bestemmingsplan-kaart met projectie evenemententerrein) behorende bij de ruimtelijke onderbouwing.

Beoordeling van het geschil

2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. Verzoekster betoogt dat in de ontheffing en in de tijdelijke omgevingsvergunning ten onrechte de beperking is opgenomen dat niet in de bosschages op het aangevraagde kampeerterrein mag worden gekampeerd. Hiertoe voert verzoekster aan dat het kamperen in de bosschages is toegestaan gelet op artikel 5.1 van de Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017 (de Verordening). Andere soorten dan de soorten genoemd in bijlage I van de Verordening bevinden zich niet in de bosschages van de Groene Ster. Hierbij geeft verzoekster aan dat met de Heikikker en de Waterspitsmuis reeds rekening is gehouden bij de aangevraagde en vergunde instelling van het kampeerterrein. Ook geeft verzoekster aan dat met het lichtplan voor het kampeerterrein wordt voorkomen dat vleermuizen worden verstoord. Indien een evenement als ruimtelijke ontwikkeling wordt aangemerkt, mogen de betreffende dieren worden verstoord. Hierbij heeft verzoekster aangegeven dat een evenement gelet op de brochure 'Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen' van het Ministerie van Economische Zaken valt onder een ruimtelijke ontwikkeling. Hiertoe heeft verzoekster aangegeven dat een evenement een tijdelijke ingreep met een daaropvolgend gebruik betreft die eveneens leidt tot 'werkzaamheden, alsmede een functieverandering en uiterlijke verandering van het gebied'. Verzoekster verzoekt om de betreffende beperking in de ontheffing en de tijdelijke omgevingsvergunning te laten vervallen en de desbetreffende plattegronden aan te passen.

4.1

In het primaire besluit I heeft verweerder overwogen dat ten behoeve van de tijdelijke omgevingsvergunning de rapportage 'Ecologische beoordeling van vier meerdaagse festivals in 2018 in De Groene Ster te Leeuwarden' van 17 mei 2018 is opgesteld. Uit deze rapportage blijkt, aldus verweerder, dat aan de omgevingsvergunning enkele gebruikelijke voorschriften waaronder het niet kamperen in de bosschages dienen te worden verbonden zodat er zich geen strijd zal voordoen met de relevante natuurregelgeving.

4.2

In het primaire besluit II heeft verweerder overwogen dat uit de rapportage 'Ecologische beoordeling van vier meerdaagse festivals in 2018 in De Groene Ster te Leeuwarden' van 17 mei 2018 blijkt dat kamperen in de bosschages op ecologische bezwaren stuit. Gelet hierop heeft verweerder de aanvraag geweigerd voor zover deze betrekking heeft op kamperen in de bosschages en is hiertoe een voorschrift in de omgevingsvergunning opgenomen.

4.3.1

Altenburg & Wymenga heeft in het rapport 'Ecologische beoordeling van vier meerdaagse evenementen in 2018 in de Groene Ster te Leeuwarden' van 17 mei 2018 ten aanzien van het kamperen in de bosschages onder meer het volgende overwogen. Ten aanzien van de beschermde gebieden wordt in het rapport geconcludeerd dat de evenementen geen significant negatieve effecten veroorzaken ten aanzien van de aangewezen natuurwaarden van het Natura 2000-gebied 'Groote Wielen' en van overige Natura 2000-gebieden. Daarnaast wordt aangegeven dat er geen conflict wordt veroorzaakt met de regelgeving ten aanzien van de Ecologische Hoofd Structuur (EHS), maar dat het wel noodzakelijk is om maatregelen te nemen om negatieve effecten op wezenlijke waarden van de EHS te voorkomen. En er wordt geconcludeerd dat er geen conflict wordt veroorzaakt met de regelgeving ten aanzien van weidevogelkansgebieden. Ten aanzien van de effectbeoordeling voor het evenement Psy-Fi heeft Altenburg & Wymenga ten aanzien van de zoogdieren - onder andere - de voorwaarde opgenomen dat er geen recreatie in de bosschages mag plaatsvinden en dat in de bosschages niet mag worden gekampeerd. Hierbij heeft Altenburg & Wymenga geadviseerd dat hierop wordt gehandhaafd. Hiertoe heeft Altenburg & Wymenga overwogen dat tijdens het evenement er gekampeerd wordt binnen de grenzen van de EHS en dat dit kan leiden tot verstoring van zoogdieren. Echter zal dit, aldus Altenburg & Wymenga, niet leiden tot een significant negatief effect op de populatie zoogdieren in en rond het gebied. Om onnodige verstoring van zoogdieren te voorkomen is het, aldus Altenburg & Wymenga, niettemin van belang dat bezoekers de bosschages niet betreden.

4.3.2

Ten aanzien van de beschermde soorten wordt aangegeven dat de evenementen geen conflict met de Wet natuurbescherming veroorzaken, maar dat het wel noodzakelijk is om maatregelen te nemen om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen, waarbij het gaat om maatregelen ten behoeve van de broedende vogels, de Heikikker, vleermuizen, Waterspitsmuis en overige soorten zoogdieren. Ten aanzien van de effectbeoordeling voor het evenement Psy-Fi heeft Altenburg & Wymenga voor wat betreft de Heikikker aangegeven dat het leefgebied dient te worden afgezet en verboden dient te worden voor kampeerders. Voor wat betreft de overige soorten zoogdieren is onder andere de voorwaarde opgenomen dat er in de bosschages geen recreatie mag plaatsvinden en dat hierin ook niet mag worden gekampeerd. Hierbij heeft Altenburg & Wymenga geadviseerd dat hierop wordt gehandhaafd. Daarnaast heeft Altenburg & Wymenga aangegeven dat de voorwaarde opgenomen dient te worden dat de oevers die geschikt zijn voor de Waterspitsmuis niet gemaaid mogen worden en dat hier ook niet gekampeerd mag worden. Hierbij heeft Altenburg & Wymenga aangegeven dat door de opbouw van het evenement en de activiteiten tijdens het evenement het niet is uitgesloten dat het leefgebied van zoogdiersoorten tijdelijk wordt verstoord. Nu echter in de omgeving voldoende alternatief (tijdelijk) leefgebied aanwezig is en na afloop van het evenement de dieren weer gebruik kunnen maken van het terrein, is het effect naar verwachting beperkt. Om echter onnodige verstoring van zoogdieren te voorkomen is het, aldus Altenburg & Wymenga, van belang dat bezoekers de bosschages niet betreden.

5.1

Ingevolge artikel 1:4, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden (APV) kunnen aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Ingevolge het tweede lid is degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

5.2

Ingevolge artikel 1:8 van de APV kan de vergunning of ontheffing door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

5.3

Ingevolge artikel 2:47a, eerste lid, van de APV is het verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken en verder op een openbare plaats een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden. Ingevolge het tweede lid kan het college van burgemeester en wethouders van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid en gezondheid voorschriften verbinden, onder andere ter voorkoming en beperking van hinder, overlast en ontsiering van het stadsbeeld. Ingevolge het derde lid geldt het verbod niet op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen.

Ontheffing van verbod liggen of slapen op openbare plaatsen

6.1

De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder de door verzoekster aangevraagde ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen slechts gedeeltelijk heeft verleend nu verweerder in de verleende ontheffing een voorschrift heeft opgenomen dat er niet mag worden gekampeerd in de bosschages. Hierbij stelt de voorzieningenrechter vast dat de door verzoekster ingediende voorlopige voorziening tegen de verleende ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen uitsluitend betrekking heeft op dit voorschrift.

6.2

De voorzieningenrechter stelt vervolgens vast dat het verlenen van ontheffing van het kampeerverbod een discretionaire bevoegdheid betreft van verweerder, die door de bestuursrechter terughoudend moet worden getoetst. Getoetst dient te worden of verweerder in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen.

6.3

Verweerder heeft aan de verleende ontheffing, alsmede het daaraan verbonden voorschrift dat kamperen in de bosschages niet is toegestaan, de ecologische beoordeling van Altenburg & Wymenga van 17 mei 2018 ten grondslag gelegd. Uit dit rapport blijkt - concluderend en samengevat - dat ter voorkoming van onnodige verstoring van (overige soorten) zoogdieren het van belang is dat bezoekers bosschages niet betreden en dat niet gekampeerd wordt in de bosschages.

6.4

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in het primaire besluit I onvoldoende gemotiveerd op basis van welke belangen zij de gedeeltelijke niet verlening van de ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen heeft gebaseerd. Voor zover verweerder heeft overwogen dat de beperking in de verleende ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen is opgenomen gelet op het bepaalde in artikel 1:8, onder d, van de APV overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Onder de weigeringsgrond "bescherming van het milieu" wordt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet mede verstaan de bescherming van de natuur alsmede de bescherming van beschermde en onbeschermde diersoorten. Hierbij betrekt de voorzieningenrechter dat de waarden van natuur alsmede beschermde en onbeschermde diersoorten primair worden beschermd door andere wet- en regelgeving. Gelet op het bovenstaande kleeft, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, aan het primaire besluit I een motiveringsgebrek. Verweerder zal in het nog te nemen besluit op bezwaar aandacht dienen te besteden aan dit aan het primaire besluit I klevende gebrek. Dit gebrek leidt de voorzieningenrechter echter niet tot het oordeel dat er aanleiding bestaat om een voorlopige voorziening te treffen. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

6.5

Bij brief van 31 juli 2018 en ter zitting heeft verweerder - onder meer en samengevat - aangegeven dat het kamperen in bosschages is verboden vanuit ecologisch perspectief, doch ook vanuit het perspectief van een goede ruimtelijke ordening en handhaving van de openbare orde. Hiertoe heeft verweerder aangegeven dat het kamperen zorgt voor een grote belasting van het terrein en de natuur en dat de aantasting van de staat van het terrein door het festival in beginsel acceptabel is, mits deze niet groter is dan noodzakelijk is voor een goed verloop van het festival, waarbij het gebied De Groene Ster zoveel mogelijk dient te worden ontzien. Daarnaast heeft verweerder aangegeven dat uit onderzoek is gebleken dat er buiten de bosschages voldoende ruimte is om het kamperen te kunnen regelen en dat ook gelet hierop de bosschages kunnen worden ontzien. Verder geeft verweerder aan dat het kamperen in de bosschages onveilig is vanwege natuurbrandrisico. Ten slotte geeft verweerder aan dat er in de voorgaande jaren klachten zijn binnen gekomen ten aanzien van het kamperen in de bosschages.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter leidt deze door verweerder gegeven nadere motivering niet tot een onredelijke uitkomst. Hierbij betrekt de voorzieningenrechter dat verweerder met de verleende ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen het kamperen ten behoeve van het evenement Psy-Fi niet onmogelijk maakt en dat gesteld noch gebleken is dat het door verweerder opgenomen voorschrift in de verleende ontheffing tot gevolg heeft dat er onvoldoende kampeerplekken resteren voor de verwachte kampeerders. Ter zitting is in dit verband van de kant van verzoekster slechts aangegeven dat kamperen in de boschages de belevingswaarde verhoogt.

Van de gegeven nadere motivering kan - anders dan verzoekster betoogt - niet worden gezegd dat de door verweerder genoemde, in het kader van de APV relevante, belangen zich niet voordoen en het slechts gaat om een afweging van ecologische belangen. Voor wat betreft de weging van die belangen heeft de voorzieningenrechter zich, zoals hier voren al is opgemerkt, terughoudend op te stellen.

6.6

Gelet op de door verweerder gegeven nadere motivering is de voorzieningenrechter van oordeel dat, hoewel er een gebrek kleeft aan de primaire besluitvorming, het primaire besluit I in bezwaar stand zal kunnen houden. Er bestaat derhalve geen aanleiding voor het treffen van de door verzoekster gevraagde voorziening inzake het door verweerder in de verleende ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen opgenomen voorschrift. De voorzieningenrechter wijst het verzoek geregistreerd onder zaaknummer LEE 18/2062 dan ook af.

Tijdelijke omgevingsvergunning

7.1

De voorzieningenrechter stelt vast dat de door verzoekster ingediende voorlopige voorziening tegen de verleende tijdelijke omgevingsvergunning uitsluitend betrekking heeft op de weigering van de aangevraagde omgevingsvergunning ten aanzien van het onderdeel kamperen door bezoekers in de bosschages.

7.2

Zoals de voorzieningenrechter in de rechtsoverwegingen 6.2 tot en met 6.6 heeft overwogen kan, naar zijn voorlopige oordeel, de aan verzoekster verleende ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen in bezwaar in stand blijven. Het kamperen in de bosschages, door crewleden dan wel bezoekers, is derhalve ongeacht wat is opgenomen in de tijdelijke omgevingsvergunning, niet toegestaan. Gelet hierop kan, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, in het kader van de onderhavige voorlopige voorzieningenprocedure de vraag of verweerder de tijdelijke omgevingsvergunning heeft kunnen weigeren voor wat betreft het kamperen door bezoekers in de bosschages onbesproken worden gelaten. Een dergelijke rechtsvraag kan aan bod komen in een bodemprocedure en aldaar worden beantwoord.

7.3

Gelet op het bovenstaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening inzake de door verweerder geweigerde tijdelijke omgevingsvergunning voor wat betreft het kamperen door bezoekers in de bosschages. De voorzieningenrechter wijst het verzoek geregistreerd onder zaaknummer LEE 18/2061 dan ook af.

8. De derde-partij heeft - samengevat - betoogt dat zij zich met verweerder op het standpunt stellen dat er niet gekampeerd mag worden in de bosschages. Echter geeft de derde-partij aan dat - in het kader van een effectieve handhaving - de bosschages dienen te worden afgezet en ontoegankelijk gemaakt moeten worden met hekken en zeil. De voorzieningenrechter stelt vast dat gelet op bovenstaande overwegingen verweerder in redelijkheid aan de ontheffing van het verbod liggen of slapen op openbare plaatsen het voorschrift dat kamperen in bosschages niet is toegestaan heeft verbonden. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is niet gebleken dat dit voorschrift zonder het afzetten van de bosschages met hekken en zeil niet kan worden gehandhaafd. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat het aan verweerder is te bepalen op welke wijze een gegeven voorschrift wordt gehandhaafd. Slechts in de situatie dat op voorhand volstrekt duidelijk is dat daarin niet kan en zal worden voorzien, kan aanleiding bestaan een voorlopige voorziening te treffen. Voor hetgeen de derde-partij opgenomen wenst te zien opgenomen in de ontheffing dan wel in de tijdelijke omgevingsvergunning ziet de voorzieningenrechter dan ook geen aanleiding. Vorenstaande betekent dat voor zover de derde partij in de procedure bekend onder nummer LEE 18/2047 heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen in vorengenoemde zin, dat verzoek wordt afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.I. Havinga, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

9 augustus 2018.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.