Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3223

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
07-08-2018
Datum publicatie
09-08-2018
Zaaknummer
LEE 17/2386
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gedeputeerde Staten (GS) van Fryslân heeft een aanvraag om monumentensubsidie afgewezen. Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de ‘technische urgentie’ van herstel van het monument worden onderbouwd met van een rapport van een onafhankelijk deskundige. Hoewel GS Monumentenwacht deskundig acht ziet GS Monumentenwacht niet als onafhankelijk deskundige. Reden daarvan is dat Monumentenadvies en Monumentenwacht dezelfde bestuurder hebben en er dus invloed zou kunnen zijn uitgeoefend op de inhoud van het inspectierapport. Daarbij is van belang dat GS ervan uit gegaan zijn dat Monumentenadvies zal optreden als begeleidend architect bij de restauratie van het monument.

De rechtbank komt tot het oordeel dat GS ten onrechte geen onderzoek hebben gedaan naar de vraag of de schijn van belangenverstrengeling is gewekt. Die schijn is aangenomen zonder te onderzoeken of er sprake is van (de mogelijkheid) van beïnvloeding. Bovendien was er helemaal nog geen sprake van een opdracht aan Monumentenadvies als begeleidend architect. GS had kunnen ingaan op het aanbod van aanvrager om de restauratie te laten begeleiden door een andere architect. De rechtbank draagt GS op een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij als uitgangspunt heeft te gelden dat de inspecteurs van de Monumentenwacht als onafhankelijk deskundige hun rapport hebben uitgebracht. Daarbij speelt mee dat de werkwijze van die inspecteurs nauwkeurig is vastgelegd in een handboek en dus ook eenvoudig controleerbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 17/2386

uitspraak van de meervoudige kamer van 7 augustus 2018 in de zaak tussen

[eisers] , te [plaats] , eisers

(gemachtigde: mr. I. van der Meer),

en

Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân, verweerder

(gemachtigden: mr. E.J.F.M. van Hoof, mr. M.P.G. Veentjer en K. van Stralen).

Procesverloop

Bij besluit van 13 december 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor subsidie in het kader van de subsidieregeling monumenten Fryslân 2016 voor het project “Kop-romp-boerderij” te [plaats] , afgewezen.

Bij besluit van 30 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Verweerder heeft op 13 maart 2018 nadere stukken ingediend. Het betreft een besluit van 19 december 2017 waarbij aan eisers op grond van een nieuwe aanvraag in het kader van de subsidieregeling monumenten Fryslân 2017 een subsidie van € 30.769,- is verleend.

Bij brief van 21 maart 2018 heeft de rechtbank eisers verzocht of voornoemd besluit aanleiding vormt om het beroep in te trekken. Eisers hebben bij brief van 26 maart 2018 gereageerd. Zij hebben het beroep niet ingetrokken.

Bij brief van 30 maart 2018 hebben eisers aanvullende stukken aan de rechtbank doen toekomen. Verweerder heeft daar een afschrift van ontvangen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2018. Het beroep is gelijktijdig behandeld met de beroepen bekend onder de zaaknummers LEE 17/2387 en LEE 17/2388. [eiser 1] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Tevens is ter zitting aanwezig geweest [bestuurder] , directeur/bestuurder van de stichting Monumentenwacht Fryslân (Monumentenwacht) en Monumentenadvies Noord en Oost Nederland B.V (Monumentenadvies).

Overwegingen

1.1

De rechtbank stelt in deze zaak eerst vast dat eisers een nieuwe aanvraag om subsidie hebben ingediend. Bij besluit van 19 december 2017 heeft verweerder aan eisers op grond van de nieuwe aanvraag in het kader van de subsidieregeling monumenten Fryslân 2017 een subsidie van € 30.769,- verleend.

1.2

Bij brief van 21maart 2018 heeft de rechtbank eisers verzocht of voornoemd besluit aanleiding vormt om het beroep in te trekken.

1.3

Eisers hebben bij brief van 26 maart 2018 aangegeven nog niet concreet te kunnen reageren op voormelde brief van de rechtbank. Niet valt uit te sluiten dat eisers schade hebben geleden. Ook valt niet uit te sluiten dat verweerder over gaat tot een proceskostenveroordeling. Ter zitting van de rechtbank hebben eisers aangegeven dat zij schade hebben geleden, bijvoorbeeld omdat zij het dak hebben moeten repareren.

1.4

De rechtbank is van oordeel dat eisers, gelet op de door hen gestelde schade belang hebben bij een beoordeling van hun beroep.

2.1

De rechtbank gaat vervolgens uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.2

Op 9 september 2016 hebben eisers een aanvraag ingediend op grond van de Subsidieregeling monumenten Fryslân 2016 (de subsidieregeling). Eisers hebben de subsidie aangevraagd voor het restaureren van het project “kop-romp boerderij”, zijnde een rijksmonument.

Primaire besluit

3.1

Bij besluit van 13 december 2016 heeft verweerder de aanvraag afgewezen op grond van artikel 2.1.3, eerste lid, onder g, van de subsidieregeling en artikel 2.1.4, tweede lid, onder c en e, van de subsidieregeling. De subsidieaanvraag voldoet niet aan de toetsingscriteria, omdat eisers Monumentenwacht als extern deskundige hebben ingeschakeld voor het opstellen van een inspectierapport voor de boerderij. Verder hebben eisers Monumentenadvies als architect ingeschakeld. Monumentenwacht en Monumentenadvies worden bestuurd door dezelfde bestuurder, [bestuurder] .

3.2

Verder staat in het besluit dat het inspectierapport wordt gebruikt ter toetsing van de ‘technische urgentie’ van de restauratie van de “kop-romp boerderij”. Het beoordelen van een subsidieaanvraag staat en valt met de uitkomst van het inspectierapport. Wanneer de uitkomst ‘redelijk’ of ‘goed’ is, komt de aanvraag voor de boerderij niet in aanmerking voor subsidie. In geval van ‘matig’ of ‘slecht’ is er sprake van een technische urgentie en voldoet de aanvraag daarmee, voor dat onderdeel, aan de subsidieregeling. Aanvragers hebben belang bij een bepaalde uitkomst van het inspectierapport. Dit is dan ook de reden dat de subsidieregeling stelt dat een extern deskundige onafhankelijk dient te zijn en dat er geen sprake mag zijn van enige vorm van belangenverstrengeling. Dit volgt uit artikel 1.1 onder i, van de subsidieregeling. Onder belangenverstrengeling valt eveneens de schijn van belangenverstrengeling. Onafhankelijkheid kan worden uitgelegd als ‘geen relatie met elkaar hebben’ of ‘geen invloed op elkaar kunnen uitoefenen’.

3.3

Verweerder is van mening dat de schijn van belangenverstrengeling is gewekt, omdat Monumentenadvies is ingeschakeld als architect, zodat Monumentenadvies ook deel uitmaakt van de subsidieaanvraag. Monumentenadvies heeft daarmee, net als eisers, een belang bij een bepaalde uitkomst van het inspectierapport. Dit belang kan omschreven worden als het uitvoeren van een opdracht.

3.4

Het feit dat zowel Monumentenadvies als Monumentenwacht worden aangestuurd

door dezelfde bestuurder betekent dat deze twee partijen organisatorisch gezien

als één onderneming kunnen worden aangemerkt. Het belang van Monumentenwacht bij de vaststelling van technische urgentie raakt in zo’n geval het belang van Monumentenadvies als architect.

3.5

Monumentenwacht, kan, zo meent verweerder, niet worden aangemerkt als een onafhankelijke deskundige omdat er sprake is van schijn van belangenverstrengeling. Er wordt niet voldaan aan het begrip ‘onafhankelijk deskundige’ als bedoeld in artikel 2.1.4, tweede lid, onder e, van de subsidieregeling. Daarmee voldoet het inspectierapport niet aan de toetsingscriteria van de subsidieregeling. Daarom weigert verweerder de subsidieaanvraag op grond van artikel 2.1.3, eerste lid, onder g, van de subsidieregeling in samenhang met artikel 2.1.4, tweede lid, onder c en e, van de subsidieregeling.

Bezwaar

4.1

Eisers hebben tegen het besluit bezwaar gemaakt. Volgens eisers legt verweerder een onjuiste maatstaf aan. Verweerder dient slechts te beoordelen of de deskundige een onafhankelijke partij is die op grond van opleiding en ervaring gekwalificeerd moet worden geacht om een opdracht uit te voeren. De schijn van belangenverstrengeling is geen toetsingscriterium. Indien dat het uitgangspunt zou zijn, dient elke subsidieaanvraag te sneuvelen, aangezien het wereldje van de monumentenzorg in Friesland erg klein is en vrijwel elke deskundige direct of indirect in relatie staat met architecten, bouwbedrijven en andere bij de restauratie van monumenten betrokken personen en organisaties.

4.2

Eiser wijst op artikel 1.1 onder d.d van de subsidieregeling waar Monumentenwacht wordt genoemd. Verweerder heeft de bij Monumentwacht werkzame inspecteurs als deskundig en onafhankelijk aangemerkt. Eiser geeft verder aan dat op de werkzaamheden van de monumentenwachters wordt toegezien door de teamleider/arbo-coördinator. De bestuurder heeft geen inhoudelijke invloed. Monumentenwachters zijn gehouden hun onafhankelijkheid te bewaken. Omdat in het inspectiehandboek in detail wordt omschreven hoe een inspectierapport tot stand dient te komen, is het onmogelijk te marchanderen met de inhoud van een inspectierapport. Verweerder heeft het inspectierapport niet inhoudelijk getoetst. Van een ondeugdelijk inspectierapport is geen sprake. Van een daadwerkelijke belangenverstrengeling en beïnvloeding is geen sprake. De persoon die het inspectierapport heeft opgesteld is onafhankelijk. Verweerder had ook een second opinion kunnen laten uitvoeren. Dat dit tot de mogelijkheden behoort, is destijds ook bevestigd op het platformoverleg, waar ook ambtenaren van verweerder aanwezig waren. Het besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen. Eiser wijst op een brief van [bestuurder] en een gesprek met gedeputeerde [gedeputeerde] op 7 december 2016.

4.3

Ten aanzien van Monumentenadvies voeren eisers aan dat het belang van Monumentenadvies beperkt is gelet op de omstandigheid dat 4% van de omzet afkomstig is van subsidies. Verder zijn eisers abonnee van Monumentenwacht. Van een opdracht aan Monumentenadvies is nog geen sprake.

4.4

Tot slot geven eisers aan dat mede op initiatief van verweerder een groot aantal organisaties dat zich met monumenten bezighoudt zijn verzameld in het kantoor Emmastate. Door thans te stellen dat sprake is van een schijn van belangenverstrengeling ontzegt verweerder aan eisers de mogelijkheid om gebruik te maken van het platform.

4.5

Monumentenwacht en Monumentenadvies zijn gevestigd in het pand Emmastate. Eisers hebben gekozen voor het inschakelen van de ook volgens verweerder enige Friese autoriteit op het gebied van monumenteninspectie, Monumentenwacht.

Commissie bezwaar en beroep

5.1

Op 9 mei 2017 heeft de commissie voor bezwaar en beroep (hierna: de commissie),

een advies uitgebracht. De commissie heeft geoordeeld dat de organisaties Monumentenwacht en Monumentenadvies in een nauwe betrekking tot elkaar staan. Uit het handelsregister volgt dat de stichting Monumentenwacht Fryslân onder de stichting Monumentenwacht Noord en Oost Nederland valt en dat de laatste stichting enig aandeelhouder is van de besloten vennootschap Monumentenadvies Noord en Oost Nederland.

5.2

De commissie wijst voorts op de zeven in de toelichting van de subsidieregeling beschreven situaties. In die situaties is geen sprake van onafhankelijkheid. Kort weergegeven geeft de commissie aan, voor wat betreft de vraag of de deskundige een (financieel) belang heeft, dat daar sprake van is. Monumentenwacht heeft belang bij honorering van de subsidieaanvraag vanwege de betrokkenheid van Monumentenadvies. Voor wat betreft de vraag of de subsidieaanvrager een belang heeft oordeelt de commissie dat daar sprake van is, omdat, hoewel Monumentenadvies niet de formele aanvrager is, de aanvraag wel door haar is opgesteld en op haar briefpapier is ingediend. Verder wijst de commissie op de omstandigheid dat meerdere bij Monumentenadvies werkzame personen ook werkzaam zijn geweest voor Monumentenwacht. De commissie acht voorts van belang dat dezelfde persoon directeur is van Monumentenwacht en Monumentenadvies. Ook is sprake van een langdurig en in meerdere projecten intensieve samenwerking tussen Monumentenwacht en Monumentenadvies.

5.3

De commissie heeft geconcludeerd dat Monumentenwacht niet geacht kan worden een onafhankelijk deskundige te zijn. Het bezwaarschrift van eisers is ongegrond.

Beslissing op bezwaar

6.1

Bij besluit van 30 mei 2017 heeft verweerder het bezwaarschrift van eisers conform het advies van de commissie ongegrond verklaard. Met de commissie komt verweerder tot het oordeel dat Monumentenwacht niet geacht kan worden een onafhankelijk deskundige te zijn, omdat er de schijn van belangenverstrengeling is tussen Monumentenadvies en Monumentenwacht.

Gronden van beroep

7.1

Eisers hebben tegen dat besluit beroep ingediend. Zij voeren aan dat verweerder ten onrechte niet is ingegaan op een aantal gronden van het bezwaar. Zo is verweerder niet ingegaan op de werkwijze van Monumentenwacht. Monumentenwacht werkt conform de norm van haar inspectiehandboek. Verweerder heeft het inspectiehandboek tot norm verheven. Niet is gebleken dat niet conform het inspectiehandboek is gewerkt. Bij twijfel had verweerder kunnen controleren. Verweerder heeft zelfs tijdens de hoorzitting aangegeven dat niet wordt getwijfeld aan de juistheid van het inspectierapport. Verder blijft onderbelicht dat Monumentenwacht zelfstandig opereert. Van een inhoudelijke invloed van het management is geen sprake. Verder is verweerder niet ingegaan op de door eisers genoemde jurisprudentie. In deze zaak is de schijn van belangenverstrengeling weggenomen door de feiten.

7.2

Voorts voeren eisers aan dat verweerder de subsidieregeling te strikt uitlegt. Subsidieaanvrager heeft geen enkele relatie met de deskundige. Dat eisers zich hebben laten bijstaan doet daar niet aan af. Verder is geen sprake van een aanvragende onderneming, zoals bedoeld in de subsidieregeling.

7.3

Eisers voeren verder aan dat Monumentenwacht wordt aangemerkt als deskundige. Monumentenwacht is een instelling waar veel mensen werken. De monumentenwachters zijn de deskundigen. De monumentenwachters kunnen als natuurlijk persoon beïnvloed worden, niet Monumentenwacht als organisatie. Van beïnvloeding is niet gebleken. Verweerder beroept zich ten onrechte op verbanden op concernniveau.

7.4

Eisers bestrijden voorts dat uit de toelichting van de subsidieregeling volgt dat een bedrijf ook als een deskundige kan worden gekwalificeerd. Slechts een persoon kan een opleiding hebben genoten en ervaring hebben.

7.5

Eisers voeren verder aan dat verweerder, door de aanvraag volledig te achten, heeft vastgesteld dat de aanvraag was voorzien van een inspectierapport van een deskundige. Verweerder kan daar in een later stadium niet op terug komen.

7.6

Voorts voeren eisers aan dat verweerder wel tot subsidieverlening aan [persoon] is overgegaan. Ten onrechte heeft verweerder in dit verband gewezen op de omstandigheid dat het inspectierapport van voor 31 mei 2016, het moment dat de subsidieregeling is gepubliceerd. Voor de schijn van belangenverstrengeling doet die datum niet ter zake.

7.7

Verder zijn de monumentenwachters niet op de hoogte van de reden waarvoor een inspectierapport wordt opgesteld. Zij verdiepen zich niet in de subsidieregeling.

7.8

Eisers voeren verder aan dat verweerder in het besluit op bezwaar terugkomt op de schijn van belangenverstrengeling gelet op de omstandigheid dat Monumentenwacht en Monumentenadvies beide in het pand Emmastate gehuisvest zijn. Verweerder komt nu met een nieuw argument namelijk dat de deskundige van het inspectierapport werkzaam is geweest bij de subsidieaanvrager omdat is gebleken dat meerdere bij Monumentenadvies werkzame personen ook werkzaam zijn geweest voor Monumentenwacht. Eisers volgen deze redenering niet, omdat de opsteller van het rapport [opsteller] niet in dienst is geweest voor Monumentenadvies.

Verweerschrift

8.1

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de schijn van belangenverstrengeling wel een toetsingscriterium is. Zodra de deskundige die het inspectierapport opstelt belang heeft bij de uiteindelijke uitwerking van het plan is er geen sprake meer van onafhankelijkheid. Monumentenadvies is de planopsteller van de subsidieaanvraag,

maakt daarmee deel uit van de subsidieaanvraag en heeft belang bij de uitkomst van

het inspectierapport. Dit belang kan worden omschreven als het uitvoeren van een opdracht.

Het andere belang is dat Monumentenwacht deelneming heeft in de aandelen van Monumentenadvies. Het feit dat zowel Monumentenadvies als Monumentenwacht worden aangestuurd door dezelfde bestuurder/directeur maakt dat er geen sprake is van een onafhankelijke deskundige bij de inspectie op technische urgentie.

8.2

Voor wat betreft de werkwijze van Monumentenwacht stelt verweerder zich op het standpunt dat het voldoen aan de criteria zoals neergelegd in het inspectiehandboek niet wil zeggen dat geen sprake kan zijn van afhankelijkheid. Verweerder wijst in dit verband naar de voorbeelden zoals die worden genoemd in de toelichting van de subsidieregeling. Deskundigheid sluit afhankelijkheid niet uit.

8.3

Verweerder stelt zich voorts op het standpunt dat in de functieomschrijving van monumentenwachter A staat omschreven dat de monumentenwachter verantwoording schuldig is aan de directie onder meer over de kwaliteitsbeoordeling van het werk en het uitvoeren van bouwkundige aanvang en vervolginspecties. Pagina 8 van hoofdstuk 2 van het inspectiehandboek gaat over omgangsnormen maar niet over waarborging van de onafhankelijkheid.

8.4

Voor wat betreft de brief van [bestuurder] aan gedeputeerde [gedeputeerde] geeft verweerder aan, kort weergegeven, dat aanvrager zelf verantwoordelijk is voor een eventuele second opinion. Er zijn aanvragers bekend die dat wel hebben gedaan.

8.5

Ten aanzien van de beroepsgrond die ziet op Monumentenadvies stelt verweerder zich op het standpunt dat een percentage van de omzet niets zegt over het belang van Monumentenadvies om de opdracht te verkrijgen. Dat Monumentenadvies nog niet een concrete opdracht heeft doet er niet toe, omdat Monumentenadvies bij de planvorming is betrokken en ook bij de uitvoering daarvan.

Buiten behandeling laten van de aanvraag

9.1

De rechtbank dient eerst de door partijen opgeworpen vraag te beantwoorden of verweerder ten onrechte geen gebruik gemaakt heeft van zijn bevoegdheid om de aanvraag met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb buiten behandeling te laten omdat de aanvraag vanwege het ontbreken van een inspectierapport van een onafhankelijke deskundige onvolledig was.

9.2

De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend en overweegt daartoe dat in artikel 4:5, eerste lid, onder a en c, van de Awb is bepaald dat een bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen.

9.3

Van een situatie dat niet is voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, is geen sprake. De omstandigheid dat in de subsidieregeling is opgenomen dat een inspectierapport van een onafhankelijke deskundige moet worden overgelegd, betekent naar het oordeel van de rechtbank alleen dat verweerder dient te controleren of het inspectierapport bij de aanvraag is toegevoegd. Een inhoudelijke beoordeling of het inspectierapport door een onafhankelijk deskundige is opgesteld vindt pas later plaats. Omdat niet is gebleken dat de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende waren voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, was er geen aanleiding om eiser op grond van artikel 4:5 van de Awb in de gelegenheid te stellen om de aanvraag aan te vullen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder de aanvraag niet in behandeling heeft kunnen nemen.

Regelgeving

10.1

In artikel 1.1, aanhef en onder i, van de subsidieregeling is bepaald dat onder een deskundige wordt verstaan een onafhankelijke partij die op grond van opleiding en ervaring gekwalificeerd moet worden geacht om een opdracht uit te voeren in het kader van een op grond van deze regeling gesubsidieerde activiteit.

10.2

In artikel 1.1, aanhef en onder d.d, van de subsidieregeling is bepaald dat onder technische urgentie wordt verstaan de noodzaak tot restauratie van het monument of een zelfstandig onderdeel op het moment van indiening van de subsidieaanvraag omdat het casco van het monument of een onderdeel in slechte of matige staat verkeert op grond van de criteria die door de Monumentenwacht gehanteerd worden in het inspectiehandboek.

10.3

In artikel 2.1.2, aanhef en onder b, van de subsidieregeling is bepaald dat subsidie kan worden verstrekt voor de restauratie van een gemeentelijk monument.

10.4

In artikel 2.1.3, eerste lid en onder g, van de subsidieregeling wordt de subsidieaanvraag geweigerd indien niet wordt voldaan aan de toetsingscriteria zoals bedoeld in artikel 2.1.4

10.5

Om voor subsidie in aanmerking te komen dient op grond van artikel 2.1.4, tweede lid, aanhef en onder c en e, van de subsidieregeling te worden voldaan aan het criterium dat de restauratie technisch urgent is omdat het casco van het monument in slechte of matige staat verkeert. Verder dient de technische urgentie middels een recent inspectierapport van een onafhankelijke deskundige aangetoond te worden.

10.6

In de toelichting bij de subsidieregeling is aangegeven dat de aanvrager door middel van een rapport van bijvoorbeeld de Monumentenwacht dient aan te tonen dat de staat van het casco van het monument, slecht of matig is. (…) De criteria om de staat van het casco of een onderdeel van het monument te kunnen bepalen staan in het inspectiehandboek van de Monumentenwacht.

10.7

In de toelichting is voorts aangegeven dat de deskundige onafhankelijk de gegeven opdracht dient uit voeren en er mag geen sprake zijn van enige vorm van belangenverstrengeling. Onder het begrip belangenverstrengeling wordt eveneens begrepen de schijn van belangenverstrengeling.

Onafhankelijk deskundige

11.1

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of verweerder terecht en op juiste gronden de aanvraag van eisers om een subsidie heeft afgewezen. Partijen verschillen van mening over de vraag of verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen, om de reden dat eisers de vereiste technische urgentie niet met een rapport van een onafhankelijk deskundige hebben aangetoond. Door verweerder is onder verwijzing naar de toelichting op de subsidieregeling geoordeeld dat Monumentenwacht niet kan worden beschouwd als een onafhankelijke deskundige omdat er sprake is van een schijn van belangenverstrengeling. De rechtbank constateert dat niet in geschil is dat de Monumentenwacht en/of hun inspecteur(s) kunnen worden beschouwd als deskundige(n). In geschil is slechts de vraag of verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat zij niet als onafhankelijke deskundige(n) kunnen worden beschouwd omdat er sprake is van een schijn van belangenverstrengeling.

11.2

De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend en stelt in dit verband eerst vast dat in de subsidieregeling niet is opgenomen de eis dat de schijn van belangenverstrengeling voldoende is om aan te nemen dat de deskundige niet onafhankelijk is. In de subsidieregeling is enkel als eis gesteld dat de technische urgentie middels een recent inspectierapport van een onafhankelijke deskundige wordt aangetoond.

11.3

Verweerder heeft niet onderzocht of de betrokken deskundige inderdaad als onafhankelijk kon worden beschouwd, maar heeft slechts getoetst aan de vraag of de schijn van belangenverstrengeling is gewekt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder door slechts te toetsen of de schijn van belangenverstrengeling is gewekt, een te ruime uitleg gegeven aan het begrip onafhankelijke deskundige zoals dat is opgenomen in de regeling en heeft daarmee een onjuist toetsingskader gehanteerd. De tekst van de subsidieregeling, in dit geval onder meer de artikelen 2.1.4, tweede lid, en 1.1, aanhef en onder i, is bepalend voor het antwoord op de vraag of zich een bindende grond voordoet de aanvraag om subsidie te weigeren. De niet bindende toelichting heeft in zoverre betekenis dat deze over de bedoeling van vaststeller van de regeling meer inzicht kan geven indien de tekst van de bepalingen waaraan moet worden getoetst, op zichzelf noch in samenhang duidelijk is. Dat laatste doet zich hier, waar de tekst van de regeling volkomen duidelijk is, niet voor.

11.4

Verweerder heeft getoetst of de schijn van belangverstrengeling is gewekt en daarmee een onjuist toetsingskader gehanteerd. Verweerder heeft aan de weigering ten onrechte ten grondslag gelegd dat eisers niet hebben voldaan aan het vereiste zoals neergelegd in artikel 2.1.4, tweede lid, aanhef en e, van de subsidieregeling, inhoudende dat de technische urgentie middels een recent inspectierapport van een onafhankelijke deskundige aangetoond dient te worden. Daarom dient het bestreden besluit te worden vernietigd.

12.1

Nu het bestreden besluit zal worden vernietigd, zal verweerder opnieuw op de bezwaren van eisers dienen te beslissen. In het kader van de definitieve geschilbeslechting zal de rechtbank beoordelen of de Monumentenwacht in de onderhavige zaak kan worden aangemerkt als een onafhankelijke deskundige.

12.2

De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe eerst dat de bij de Monumentenwacht werkzame deskundigen hun werk doen op een wijze die overeenkomt met de in artikel 1.1, aanhef en onder d.d, van de subsidieregeling neergelegde werkwijze, namelijk dat de technische urgentie wordt beoordeeld op grond van de criteria die door de Monumentenwacht gehanteerd worden in het inspectiehandboek. Dit brengt met zich dat de bij Monumentenwacht werkzame deskundigen in het algemeen door verweerder als onafhankelijke deskundigen worden gezien.

12.3

Bij de beoordeling van de onderhavige aanvraag heeft verweerder de omstandigheid betrokken dat eisers zich bij het indienen van de aanvraag hebben laten begeleiden door Monumentenadvies. Daarbij valt verweerder met name over het feit dat zowel Monumentenwacht als Monumentenadvies dezelfde directeur hebben. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de onafhankelijkheid van de deskundigen van Monumentenwacht daardoor onvoldoende gewaarborgd zou zijn.

12.4

Ter zitting van de rechtbank is door de directeur [bestuurder] uiteengezet dat Monumentenadvies en de Monumentenwacht beide onderdeel zijn van een overkoepelende organisatie die activiteiten verricht op het gebied van de Monumentenzorg in Noord en Oost Nederland. Haar bemoeienis beperkt zich voornamelijk tot de organisatorische aspecten van de monumentenzorg in het gebied. Zij kan zich niet bezighouden met de operationele kant van de betrokken organisaties. Dit is door verweerder ter zitting niet bestreden. De rechtbank acht daarom onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het enkele feit dat beide organisaties een zelfde directeur hebben met zich mee brengt dat de Monumentenwacht geen onafhankelijk advies zou kunnen uitbrengen. Daartoe is naar het oordeel van de rechtbank ook vereist dat de ene organisatie voordeel heeft bij de advisering door de andere organisatie.

12.5

Volgens verweerder zou Monumentenadvies voordeel hebben bij de advisering door Monumentenwacht omdat bij een positief advies en een daarop volgende toekenning van de subsidie Monumentenadvies als architect zou kunnen optreden en daaruit financieel voordeel zou kunnen behalen. Wat er ook zij van het feit dat eisers hebben gesteld dat dit soort werkzaamheden maar een klein deel uitmaken van de werkzaamheden van Monumentenadvies, stelt de rechtbank vast dat ten tijde van de weigering van de subsidie er tussen Monumentenadvies, eisers en Monumentenwacht geen contracten waren afgesloten zodat niet zeker was dat die werkzaamheden ook door Monumentenadvies zouden worden uitgevoerd. Het stond eisers vrij om een andere architect in de arm te nemen. Monumentenadvies kon er dus niet op rekenen dat zij de werkzaamheden zouden uitvoeren indien Monumentenwacht positief zou adviseren. Daarbij betrekt de rechtbank dat door eisers is aangeboden om een andere architect in te zetten indien en voor zover dit voor verweerder een onoverkomelijk probleem zou zijn geweest.

12.6

De rechtbank is van oordeel dat niet ontkend kan worden dat er sprake is van een structuur waarin het denkbaar is dat er tussen Monumentenadvies en Monumentenwacht een zekere mate van beïnvloeding zou kunnen plaatsvinden. De rechtbank vindt die structuur echter niet van dien aard dat aangenomen moet worden dat die beïnvloeding ook zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank wijst daarbij op de gemakkelijk controleerbare werkwijze van de deskundige en de verklaringen van de deskundige dat er op geen enkele manier sprake is geweest van beïnvloeding. De rechtbank betrekt bij haar oordeel de omstandigheid dat verweerder heeft aangegeven dat niet wordt getwijfeld aan de juistheid van het inspectierapport. Tot slot concludeert de rechtbank dat indien en voor zover al zou moeten worden aangenomen dat het enkele feit dat Monumentenadvies als architect zou kunnen optreden een schaduw over de onafhankelijkheid van de Monumentenwacht zou kunnen werpen, een oordeel dat de rechtbank in deze zaak niet deelt, verweerder deze schaduw gemakkelijk had kunnen wegnemen door in te gaan op het aanbod van eisers om van architect te veranderen.

12.7

De rechtbank concludeert daarom dat verweerder aan de weigering ten onrechte ten grondslag heeft gelegd dat eisers niet hebben voldaan aan het vereiste van een onafhankelijke deskundige. Zoals hiervoor is aangegeven zal verweerder met inachtneming van de overwegingen in de uitspraak opnieuw dienen te beslissen op het bezwaar van eisers.

13.1

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.

13.2

De rechtbank veroordeelt verweerder de door eisers gemaakte proceskosten te vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1002,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1) en € 20,34 voor de door [eiser 1] gemaakte reiskosten om de zitting bij te wonen.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met in achtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eisers te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1022,34.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, voorzitter, en mr. R.L. Vucsán en mr. V. van Dorst, leden, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2018.

De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.