Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3215

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
10-09-2018
Zaaknummer
KL 6587529 / CV EXPL 18-247 (E)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Artikel 7:653 en 7:650 BW,

schriftelijkheidsvereiste,

geldigheid concurrentiebeding en geheimhoudingsovertreding,

onrechtmatig handelen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-1016
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: 6587529 / CV EXPL 18-247

Vonnis van de kantonrechter van 14 augustus 2018

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRISMA DIRECT B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRISMA DIRECT INTERXION B.V.,

gevestigd te Suwâld,

eiseressen,

gemachtigde: mr. M.D. Kalmijn te Leeuwarden,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BAUM CONCEPTS B.V.,

gevestigd te Hurdegaryp,

2 [dhr. X] ,

wonende te [woonplaats] ,

3 [dhr. Y] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

gemachtigde: mr. S. Zoer te Assen, voorheen mr. J.M. Sprangers.

Partijen zullen hierna individueel respectievelijk Prisma Direct, Prisma Interxion, Baum Concepts, [dhr. X] en [dhr. Y] genoemd worden, Prisma Direct en Prisma Interxion tezamen Prisma Direct c.s. en Baum Concepts, [dhr. X] en [dhr. Y] tezamen Baum Concepts c.s.

1 De procedure

1.1.

Bij incidenteel vonnis van 10 januari 2018 is de zaak in de stand waarin die zich op dat moment bevond verwezen van de rolzitting van de kamer voor overige zaken dan kantonzaken naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank.

1.2.

Het verdere verloop van de procedure volgt uit:

 het tussenvonnis van 23 januari 2018, waarin een comparitie van partijen is bevolen;

 de door partijen voorafgaand aan de mondelinge behandeling in het geding gebrachte producties (zijdens Prisma Direct c.s. producties 22 t/m 24 en zijdens Baum Concepts c.s. producties 8 t/m 10);

 het proces-verbaal van de op 7 juni 2018 gehouden comparitie van partijen.

1.3.

Ten slotte is wederom vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Prisma Direct exploiteert een bedrijf op het gebied van direct marketing in de breedste zin van het woord. Onderdeel van haar activiteiten is het ontwerpen en in productie

nemen van plastic cards, zoals cadeaukaarten, loyalty cards, verzekeringspassen, bank- of creditkaarten, business cards etc.

2.2.

Prisma Interxion is actief op het gebied van communicatie en grafisch ontwerp en is opgericht als digitale marketing & loyalty unit ter ondersteuning van Prisma Direct. In 2015 is door Prisma Direct onderzoek gedaan naar de zogenoemde loyaliteitsmarkt, hetgeen heeft geresulteerd in het ontwikkelen van een nieuwe propositie onder de naam “Customer Directing”.

2.3.

Enig aandeelhouder van Prisma Direct c.s. is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bulldog Enterprises B.V. (hierna te noemen: Bulldog Enterprises).

2.4.

Bulldog Enterprises is bestuurder van Prisma Interxion. Bestuurder van Bulldog Enterprises, alsmede van Prisma Direct, is de heer [dhr. Z] (hierna te noemen: [dhr. Z] ), broer van [dhr. X] .

2.5.

[dhr. X] is op 1 januari 2013 in dienst getreden bij Prisma Direct in de functie van General Manager. [dhr. Z] heeft in dat kader aan [dhr. X] per e-mail een concept arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd doen toekomen. Bij e-mailbericht van 28 januari 2013 heeft [dhr. X] hierop als volgt gereageerd:

''Ha [dhr. Z] ,

Ik heb de overeenkomst nog een keer doorlopen en geen spannende zaken meer tegengekomen. Wat mij betreft morgen tekenen en proosten op een goede en succesvolle samenwerking!!!

Top en bedankt voor je inspanningen en hulp in deze.

Met groet,

[dhr. X] ''

2.6.

In de concept arbeidsovereenkomst die aan [dhr. X] is toegezonden staat, voor zover hier relevant, het volgende:

''12. Geheimhouding

Alle informatie, zowel zakelijk als privé, die de werknemer op enigerlei wijze tijdens het uitvoeren van zijn/haar functie verkrijgt, waarvan het vertrouwelijke karakter de werknemer is medegedeeld, de werknemer bekend is of ook zonder uitdrukkelijke mededeling duidelijk had moeten zijn, die hij/zij tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst verkrijgt omtrent de

werkzaamheden, de Organisatie, de (technische) know how en de interne en externe contacten van de werkgever en de bedrijven vallende onder de Bulldog Enterprises Holding B.V., het personeel van de werkgever en de potentiële, bestaande en voormalige klanten van de werkgever en de bedrijven vallende onder de Bulldog Enterprises Holding B.V. is strikt

vertrouwelijk.

De werknemer dient zowel tijdens als na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, ter zake van alle hiervoor genoemde maar niet hiertoe beperkte informatie, absolute geheimhouding te bewaren behoudens voor zover dit tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst niet mogelijk is in verband met de uitoefening van zijn/haar functie. De werknemer is verplicht alle maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om dit vertrouwelijke karakter zoveel mogelijk te beschermen en de werknemer dient alle handelingen na te laten die dit vertrouwelijke karakter (kunnen) schaden. Inbreuk op het bepaalde in dit artikel leidt ten minste tot een formele

berisping en kan aanleiding zijn tot het aanzeggen van ontslag op staande voet.

(...)

15 Non concurrentiebeding

Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever is het de werknemer verboden, gedurende 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst in Nederland, op enigerlei wijze, direct of indirect, zelfstandig of in dienstverband al dan niet tegen beloning, activiteiten en/of werkzaamheden te ontplooien, dan wel te verrichten, die gelijk of gelijksoortig zijn aan de activiteiten en/of werkzaamheden van de functie zoals beschreven in de functieomschrijving van werknemer bij werkgever, daaronder begrepen het leveren van oplossingen voor kadokaart- en loyaliteits- en spaarsystemen.

In geval van ontslag of beëindiging van de samenwerking door werkgever wordt de periode van 12 maanden vervangen door een periode van 6 maanden.

16 Relatiebeding

Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever is het de werknemer verboden in Nederland gedurende 12 maanden, na het einde van de arbeidsovereenkomst op enigerlei wijze zakelijke betrekkingen aan te gaan of te onderhouden met relaties van werkgever en de bedrijven vallende onder de Bulldog Enterprises Holding B.V. Onder zakelijke betrekkingen wordt mede verstaan het op welke wijze dan ook direct of indirect

zelfstandig of krachtens een arbeidsovereenkomst, verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de relaties van de werkgever en de bedrijven vallende onder de Bulldog Enterprises Holding B.V.

Onder relaties worden voor de toepassing van dit artikel in ieder geval verstaan alle bedrijven waarmee werkgever en de bedrijven vallende onder de Bulldog Enterprises Holding B V. een samenwerkingsverband heeft alsmede alle bestaande klanten van de werkgever en de bedrijven vallende onder de Bulldog Enterprises Holding B.V. Voor wie de werknemer in de

laatste 12 maanden voor het einde van de arbeidsovereenkomst werkzaamheden (in de meest ruime zin van het woord) heeft verricht, of met wie de werknemer in het kader van zijn/haar functie voor de werkgever zakelijke contacten heeft onderhouden. Als uitzondering gelden in ieder geval alle relaties die werknemer zelf reeds heeft of heeft aangedragen bij werkgever vanuit eerdere contacten voor de start van het huidige dienstverband of uit de privé sfeer van werknemer.

In geval van ontslag of beëindiging van de samenwerking door werkgever, wordt de periode van 12 maanden vervangen door een periode van 6 maand.

(...)

18 Boetebepalingen bij overtreding van de arbeidsovereenkomst

Bij overtreding van de artikelen 11, 12, 14, 15 en 16 zal de werknemer jegens de werkgever een onmiddellijk opeisbare boete verbeuren van € 5.000,00 per overtreding, te vermeerderen met € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de aantoonbare overtreding voortduurt, zonder dat de werkgever gehouden zal zijn schade te bewijzen en onverminderd het recht van werkgever om schadevergoeding te vorderen, indien en voor zover de schade

het boetebedrag overschrijdt. De boete is rechtstreeks verschuldigd aan werkgever en strekt deze tot voordeel. Met het voorafgaande wordt uitdrukkelijk afgeweken van het bepaalde in artikel 7:650 lid 3-5 BW.

Betaling van de boetes als hiervoor bedoeld ontheft de werknemer niet van

de verplichtingen zoals geregeld in de arbeidsovereenkomst.

In geval van ontslag of beëindiging van de samenwerking door werkgever, wordt de periode van 12 maanden vervangen door een periode van 6 maanden.''

2.7.

Tot daadwerkelijke ondertekening van een arbeidsovereenkomst is het niet gekomen. Wel is [dhr. X] per 1 januari 2013 feitelijk aan de slag gegaan bij Prisma Direct en ontving hij daarvoor salaris.

2.8.

Na verloop van tijd heeft Prisma Direct de wens uitgesproken om de inhoud van de arbeidsovereenkomst van [dhr. X] te wijzigen. Prisma Direct heeft daartoe een stuk doen opstellen door haar adviseur, getiteld "Addendum versie 1, 17 december 2013" en dit aan [dhr. X] doen toekomen. Het stuk vermeldt onder meer:

"De in dit addendum vastgelegde afspraken vormen een integraal en onlosmakelijk onderdeel van de huidige en vanaf 1 januari 2013 gehanteerde arbeidsovereenkomst tussen Partij 1 [kantonrechter: [dhr. X] ] en Partij 2 [kantonrechter: Prisma Direct]."

Bij e-mailbericht van 5 mei 2014 heeft [dhr. X] aan [dhr. Z] bericht dat hij niet akkoord gaat met het gedane voorstel. Door Prisma Direct is vervolgens geen aangepast voorstel gedaan en partijen hebben de arbeidsrelatie gecontinueerd.

2.9.

Prisma Direct en [dhr. X] hebben de arbeidsrelatie met ingang van

31 december 2016 beëindigd door middel van een vaststellingsovereenkomst, waarvan een concept is opgesteld door (de adviseur van) Prisma Direct. Bij de onderhandelingen over de inhoud van de vaststellingsovereenkomst is [dhr. X] bijgestaan door een gemachtigde van Achmea Rechtsbijstand (hierna: Achmea), die met [dhr. X] en [dhr. Z] heeft gecorrespondeerd, onder meer over de vraag of er een schriftelijke arbeidsovereenkomst is en over de inhoud van een in de vaststellingsovereenkomst op te nemen geheimhoudingsbeding. Op 16 november 2016 heeft Achmea aan [dhr. X] onder meer geschreven:

"Graag ontvang ik nog een kopie van uw arbeidsovereenkomst. U heeft deze niet in bezit. Ik ontvang dan ook graag een kopie van uw broer als werkgever. (…)

Het is nu niet mogelijk om in te stemmen met een boetebeding aangaande het geheimhoudingsbeding als de inhoud ervan niet bekend is. Is de overeenkomst niet voorhanden dan stel ik voor om in ieder geval het boetebeding eruit te laten. De laatste zin van art. 5.2. zou eruit gelaten kunnen worden: "De geheimhoudingsregeling en het boetebeding die in de arbeidsovereenkomst is opgenomen blijft onverminderd van kracht"."

2.10.

In reactie daarop heeft [dhr. Z] op 17 november 2016 onder meer het volgende geantwoord aan Achmea:

"Voorts: er is sprake van een mondelinge arbeidsovereenkomst (…)

De in de concept vaststellingsovereenkomst (hierna te noemen VO) opgenomen paragrafen, onder de kop 'geheimhouding' kennen een achtergrond van de algemeen geldende normen voor fatsoen en moraliteit."

2.11.

In de uiteindelijk op 30 november 2016 door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst staat, voor zover hier relevant, het volgende:

'' 4. Afspraken

4.1.

De arbeidsovereenkomst eindigt met wederzijds goedvinden op 31 december 2016, na werktijd.

(…)

4.8

Werkgever en werknemer hebben na de financiële eindafrekening niets meer van elkaar te vorderen. Zij verlenen elkaar finale kwijting.

(...)

5. Geheimhouding

5.1.

Partijen doen geen mededelingen aan derden over de inhoud van deze overeenkomst en de achtergronden die aanleiding hebben gegeven tot het sluiten van deze overeenkomst. (…)

5.2

Werknemer betracht geheimhouding omtrent vertrouwelijke informatie die hem, in verband met de arbeidsovereenkomst, bekend is geworden voor zover hij redelijkerwijze begrijpt of kan begrijpen dat werkgever gebaat is bij geheimhouding.

5.3

Partijen ondernemen geen activiteiten waarbij zij elkaar in diskrediet zouden kunnen brengen dan wel waarbij zij de wederzijdse belangen zouden kunnen schaden. Naar derden laten partijen zich niet negatief over elkaar uit.''

De vaststellingsovereenkomst bevat geen boetebeding.

2.12.

[dhr. Y] is van 1 augustus 2014 tot en met 31 december 2016 werkzaam geweest bij Prisma Interxion in de functie van Sales en Marketing Director op basis van een tweetal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De eerste overeenkomst liep van 1 augustus 2014 tot 31 juli 2015. De tweede overeenkomst liep van 1 augustus 2015 tot 31 december 2016. [dhr. Y] was verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een loyalty management concept en voor het begeleiden en uitwerken van Customer Directing.

2.13.

In de op 1 augustus 2015 tussen Prisma Interxion en [dhr. Y] schriftelijk gesloten arbeidsovereenkomst, alsmede in de eerste arbeidsovereenkomst, staat, voor zover hier relevant, het volgende:

'' Artikel 8 Reglementen en bedrijfsregels

Werknemer verklaart op de hoogte te zijn van en in te stemmen met de bij werkgever geldende reglementen en bedrijfsregels. Werknemer zal een exemplaar van deze reglementen en bedrijfsregels ontvangen.

Artikel 9 Geheimhouding

1. Werknemer is verplicht, zowel gedurende de looptijd van deze overeenkomst als na beëindiging daarvan, geheimhouding te betrachten over alle aangelegenheden van werkgever en de met werkgever verbonden onderneming(en) alsmede omtrent alle aangelegenheden van de cliënten van werkgever. Werknemer is gehouden het beroepsgeheim te respecteren.

2. Alle correspondentie, documenten, software, bestanden en andere zaken met inbegrip van kopieën ter zake van werkgever en haar cliënten en de met werkgever verbonden onderneming(en), welke werknemer onder zich heeft of krijgt, zijn en blijven eigendom van werkgever en/of diens cliënten en zullen bij beëindiging van deze overeenkomst, dan wel bij arbeidsongeschiktheid of non-actiefstelling terstond aan werkgever ter beschikking worden gesteld. Op de bescheiden bestaat nimmer een retentierecht.

(...)

Artikel 11 Relatiebeding

1. De werknemer verbindt zich tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst, alsmede binnen één jaar na afloop daarvan, geen werkzaamheden direct of indirect, hetzij zelfstandig hetzij in samenwerking met of in dienstverband van anderen te zullen verrichten voor voormalige, bestaande cliënten van de werkgever respectievelijk van aan de werkgever

gelieerde ondernemingen, anders dan in het kader van de uitoefening van het dienstverband met de werkgever.

2. In het geval de arbeidsovereenkomst eindigt op initiatief van de werkgever, zal de werknemer niet aan een concurrentiebeding en relatiebeding worden gehouden. Deze bepaling is niet van kracht bij een (rechtsgeldig) ontslag op staande voet.

Artikel 12 Concurrentiebeding

1. De werknemer zal zonder schriftelijke toestemming van werkgever gedurende de arbeidsovereenkomst en na het einde hiervan gedurende een tijdvak van één jaar in Nederland, niet in enigerlei vorm een zaak gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan het bedrijf van werkgever vestigen, drijven of mede drijven, hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm ook bij een dergelijke zaak belang hebben, daarin enig aandeel hebben of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam zijn, al dan niet in dienstbetrekking hetzij tegen vergoeding hetzij om niet, of daarin aandeel hebben.

2. In het geval de arbeidsovereenkomst eindigt op initiatief van de werkgever zal de werknemer niet aan een concurrentiebeding en relatiebeding worden gehouden. Deze bepaling is niet van kracht bij een (rechtsgeldig) ontslag op staande voet

Artikel 13 Boete

Bij overtreding van een of meer der bepalingen vastgelegd in de artikelen 9, (...) 11 en 12 verbeurt werknemer, zonder dat daartoe een nadere ingebrekestelling is vereist, jegens werkgever een onmiddellijk opeisbare boete van € 3.000,- per overtreding en € 300,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt. Werkgever kan ervoor kiezen, in plaats van de boete, een integrale schadevergoeding te vorderen.''

2.14.

De tweede arbeidsovereenkomst tussen Prisma Interxion en [dhr. Y] is na het verstrijken van de overeengekomen tijd van rechtswege geëindigd, nadat Prisma Interxion [dhr. Y] bij brief van 28 november 2016 heeft aangezegd dat de overeenkomst niet zou worden verlengd na 31 december 2016.

2.15.

Prisma Direct c.s. hanteert een personeelshandboek en reglement met daarin onder andere verplichtingen voor (ex)werknemers, waaronder ook een geheimhoudingsplicht met betrekking tot bedrijfsgevoelige gegevens.

2.16.

Begin 2016 zijn door Prisma Direct de mogelijkheden van Augmented Reality (hierna te noemen: AR) in combinatie met plastic cards onderzocht. AR is een live, direct of indirect beeld van de werkelijkheid waaraan elementen worden toegevoegd door een computer. [dhr. X] heeft in dat kader met regelmaat gesprekken gevoerd met Scholma Print & Media te [plaats] (hierna te noemen: [dhr. A] ). [dhr. A] bood reeds AR aan in combinatie met haar drukwerk, onder andere door middel van QR-codes. Eerst spraken partijen over de ‘AR-oplossing’, later is het project verder gegaan onder de projectnaam ‘BAUM’ en ‘BAUM Personal’ (hierna te noemen: BAUM).

2.17.

Het idee achter BAUM was om AR te combineren met giftcards, waarbij kopers

en verkopers van deze cards een persoonlijke boodschap (foto, video of audio) zouden kunnen koppelen aan hun plastic card, zodat deze persoonlijker en attractiever wordt. Voor het combineren van AR met de giftcard zou registratie nodig zijn van zowel de koper van de kaart als de ontvanger ervan. Met deze oplossing wordt data gegenereerd en verzameld die voor commerciële doeleinden kan worden aangewend.

2.18.

In het najaar van 2016 leverde Customer Directing, ondanks de tot dan toe gedane investering zijdens [dhr. Z] van ruim € 600.000,00, nog geen direct resultaat op. Op 25 oktober 2016 hebben [dhr. Z] , [dhr. X] en [dhr. Y] verschillende scenario’s doorgenomen, waarbij zij tot de conclusie zijn gekomen dat de activiteiten in Customer Directing per direct stop gezet moesten worden en dat de volledige focus moest komen te liggen op AR in combinatie met Gift Cards.

2.19.

Vanaf eind oktober 2016 tot het einde van het dienstverband zijn [dhr. X] en [dhr. Y] betrokken geweest bij de vormgeving van BAUM. Onderdelen van hun werkzaamheden waren het onderzoeken en ontwikkelen van de techniek en een functioneel plan, het uitwerken (waar mogelijk) van een businessmodel, profileren van de doelgroep en acquisitie van mogelijke opdrachtgevers.

2.20.

Begin november 2016 ontstond er verschil van inzicht tussen [dhr. Z] , [dhr. X] en [dhr. Y] over de verdere invulling van BAUM. Op of rond 1 november 2016 heeft [dhr. Y] onder andere het volgende geschreven aan [dhr. Z] :

''Om die reden lijkt het mij voorbarig dat wij Marktlink [lees: een bedrijf uit Amsterdam dat zich toelegt op het adviseren bij de aan- en verkoop van bedrijven, toevoeging van de kantonrechter] gaan voorzien met de ideeën die [dhr. X] [lees: [dhr. X] , toevoeging van de kantonrechter] en ik met BAUM gevormd hebben. Want we hebben nog niets, bepaalde oplossingen zijn open source en daarmee vrij verkrijgbaar. Dit vormt risico.''

2.21.

[dhr. Z] heeft hierop als volgt gereageerd bij e-mailbericht van 1 november 2016:

''Ik wil even stilstaan bij jou frase “de ideeën die [dhr. X] en ik met BAUM gevormd hebben“. Ik denk dat je hier onbewust (ga ik vanuit) even een misinterpretatie van de werkelijkheid schetst. Ik denk dat je hier bedoelt dat BAUM het resultaat is van de gezamenlijke ideeën uitwisseling van [dhr. Z] [lees: [dhr. Z] , toevoeging van de kantonrechter], [dhr. X] en [dhr. Y] [lees: [dhr. Y] , toevoeging van de kantonrechter], waarvan de basis gelegd is door [dhr. Z] en [dhr. X] op 22 februari (...) bij de firma Scholma . Daarna en tot op de dag van vandaag is alles gefaciliteerd en gefinancierd door Prisma (...).''

2.22.

Partijen hebben nadien de mogelijkheid onderzocht of Prisma Direct, inclusief BAUM, overgenomen kon worden door [dhr. X] en [dhr. Y] middels een management buy-out, dan wel of project BAUM in een andere onderneming van [dhr. X] en [dhr. Y] kon worden ondergebracht. Hierover is geen overeenstemming bereikt.

2.23.

Op 30 december 2016 hebben [dhr. X] en [dhr. Y] Baum Concepts opgericht. Volgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel richt Baum Concepts zich op het ontwikkelen, verbeteren, implementeren en uitvoeren van concepten en diensten op het gebied van marketing en verkoop. Daarnaast is door [dhr. X] en [dhr. Y] de domeinnaam www.baumpersonal.com geregistreerd en voorzien van een website.

2.24.

Bij separate brieven van 12 juni 2017 heeft de gemachtigde van Prisma Direct c.s. onder andere het volgende geschreven aan [dhr. X] en [dhr. Y] :

''Cliënte heeft (...) recentelijk geconstateerd dat u (...) het BAUM-concept verder hebt omarmd en u heeft daartoe op 1 januari 2017 de besloten vennootschap Baum Concepts B.V. opgericht alsmede de domeinnaam genaamd baumpersonal.com geregistreerd en voorzien van een website. (...) Gezien het omvangrijke BAUM-dossier (...) kan ik geen andere conclusie trekken dan dat u richting cliënte de (...) verplichtingen die op u rusten uit hoofde van de arbeidsovereenkomst (...) heeft geschonden. Slechts met het ter beschikking hebben over de vertrouwelijke bedrijfsinformatie kunt u, zoals u thans doet, de website in de lucht zetten. U overtreedt daarmee het bedrijfsreglement, waarin het nodige staat over geheimhouding alsmede het geheimhoudingsbeding in uw arbeidsovereenkomst. Tevens overtreedt u hiermee het concurrentiebeding en vrijwel zeker tevens het relatiebeding.

Daarnaast hebt u zich middels het uzelf toe-eigenen van het BAUM-concept en

de vertrouwelijke bedrijfsgegevens, waarbij u zelfs de naam bent blijven gebruiken die cliënte aan het project heeft gegeven, welke voortkomt uit haar creatieve gedachten, zich, schuldig gemaakt aan verduistering van dit project tijdens dienstbetrekking. (...) Naast het feit dat u een wanprestatie pleegt uit hoofde van de verplichtingen die ook na beëindiging van het dienstverband nog op u rusten als werknemer, is uw handelen tevens te beschouwen als een onrechtmatige daad richting cliënte. Middels dit schrijven stel ik u aansprakelijk voor alle schade die door cliënte ten gevolge van uw handelen wordt geleden en nog zal worden geleden.''

2.25.

[dhr. X] heeft bij brief van 15 juni 2017 onder andere als volgt gereageerd op bovenstaande brief:

''lk kan u (...) zeggen dat in de tijd van Prisma Direct er helemaal niets is ontwikkeld dat de noemer BAUM Concept of project zou kunnen rechtvaardigen. (...) In de periode Q4 2016, zijn wij nooit verder gekomen dan een abstract idee van een Augmented Reality oplossing in combinatie met een (gift) card. (...) Het idee en de naam BAUM diende als aanzet voor een door ons voorgestelde nieuw te vormen bedrijf. (...) Het door (...) [dhr. Y] en mij ontwikkelde gedachtegoed is in de periode Q4, 2016 nooit verder gekomen dan een abstract idee. (...) Naar aanleiding van de regelmatige mondelinge feedback van (...) [dhr. Z] (...) heeft (...) [dhr. Y] in september 2016 tijdens een gesprek (...) aan de heer [dhr. Z] en mij aangegeven dat hij geen vertrouwen meer had om de propositie onder de noemer ‘Customer Directing’ succesvol in de markt te zetten. (...) Tijdens ditzelfde gesprek heeft (...) [dhr. Y] uw cliënte aangeboden om na te denken over verschillende scenario’s voor Prisma Direct InterXion. (...) [dhr. Y] en ik hebben toen vijf mogelijke scenario’s onderzocht (...). (...) Wij werden gevraagd scenario 5 verder te onderzoeken (...). Het is daarom van belang om te begrijpen wat scenario 5 betrof, aangezien uw cliënte dit scenario nu klaarblijkelijk verward met ons idee met de titel BAUM. Scenario vijf bestond uit een bestaande Augmented Reality propositie van het bedrijf MultiMediaMarkers (MMM), waarbij techniek van MMM digitaal gekoppeld kan worden aan een voorwerp zoals bijvoorbeeld een cadeaukaart, of elk willekeurige andere vorm van drukwerk. Indien uw cliënte een samenwerking met MMM was aangegaan dan was er slechts sprake geweest van een zogenoemd resellers overeenkomst. Het idee was dat de AR-boodschap door kaartuitgevers aangeleverd zou moeten worden. Voor alle duidelijkheid, dit is niet een oplossing of product dat in eigen beheer door Prisma Direct bedacht en ontwikkeld is. En het gaat hier om bestaande AR techniek die door verschillende partijen aangeboden wordt. Wij zijn niet gevraagd door (...) [dhr. Z] om een nieuw innovatief product of dienstverlening te ontwikkelen maar het toetsen van een bestaande oplossing die mogelijk opgenomen kon worden in het portfolio van Prisma Direct. (...) De conclusie van (...) [dhr. Y] en mij was dat vrijwel niets in de weg lag voor uw cliënte om deze oplossing aan zijn klanten aan te bieden, maar dat voor de inrichting van dit scenario er wel een aanzienlijke extra investering benodigd was. (...) [dhr. Z] heeft toen aangegeven dat hij niet bereid was om in scenario 5 te investeren als oplossing voor de continuering van Prisma Direct lnterXion. Op enig moment, buiten kantooruren, heeft (...) [dhr. Y] een idee gevormd dat als vervanging voor scenario 5 kon dienen. (...) [dhr. Y] heeft dit idee de titel BAUM gegeven. Dit idee hebben wij eind oktober met uw cliënte (...) besproken. Daar hebben wij gelijk aangegeven dat wij samen met uw cliënte een nieuw bedrijf (...) en gedeeld eigenaarschap zouden willen opzetten om dit idee verder vorm te geven. In een eerste reactie heeft hij toen gevraagd hoeveel geld wij in dit initiatief zouden gaan investeren. Hij gaf ons het idee dat dit een randvoorwaarde was voor een gezamenlijke opzet van een nieuw bedrijf. Vanaf dat moment is uw cliënt echter onnavolgbare bokkesprongen gaan maken. Zo heeft uw cliënte eind oktober contact opgenomen met Marktlink om een traject in werking te zetten om investeerders te zoeken voor ons idee met de titel BAUM. Per e-mail hebben we uw cliënte laten weten dat we niet begrepen waarom hij dat deed zonder ons medeweten en dat we het prematuur vonden om met ons idee dat niet meer dan een paar PowerPoint slides betrof een investeerder te zoeken. Hiermee ging hij daarbij ook nog eens voorbij aan ons initiële voorstel om gezamenlijk vorm te geven aan het nieuwe Organisatie met een bijbehorende nieuwe propositie. (...) Op aandringen van (...) [dhr. Y] en mij hebben er uiteindelijk in november twee afspraken plaatsgevonden (...). Dit waren twee onaangename gesprekken waarna de conclusie is getrokken dat het beter zou zijn als onze wegen zouden scheiden. (...) Het resultaat was dat het idee met de titel BAUM niet verder uitgewerkt is tot een businessplan. (...) Het bevreemdt mij en (...) [dhr. Y] dat we ruim een half jaar na dato van de beëindiging van de samenwerking een dergelijk schrijven van u hebben ontvangen. U geeft aan dat wij een “concept” ontvreemd zouden hebben en dat uw cliënte door ons schade heeft ondervonden. Deze bewering bevreemdt ons om diverse redenen. Ten eerste stelt uw cliënte dat scenario 5, en het idee met de titel BAUM, zijn creatieve ideeën zijn. Met de kennis die wij hebben, kunnen we stellen dat hier op geen enkele manier sprake van kan zijn. Alle informatie is reeds lang publiekelijk beschikbaar. (...) Ten tweede, voor het BAUM idee geldt in feite hetzelfde. Uw cliënte tracht de uniciteit te claimen voor een product of dienstverlening dat al jaren onbelemmerd verkrijgbaar is. (...) Ten derde, uw cliënte had in Q4 van 2016 kunnen starten met zijn AR oplossing. Echter, in 2016 heeft hij bij ons aangegeven niet te willen investeren in een dergelijke oplossing. Uw cliënte heeft zelf nagelaten iets te doen op dit vlak en als er überhaupt sprake is van schade, dan is dat te wijten aan zijn eigen nalatigheid. (...)

De website met de domeinnaam baumpersonal.com, waar uw cliënte aan refereert laat een

dienstverlening zien die nationaal en internationaal door vele bedrijven wordt aangeboden. Uw cliënte geeft aan dat de inhoud van deze website voortgekomen is uit vertrouwelijke

bedrijfsinformatie. Dit is pertinent niet waar en elke onderbouwing van dit verwijt ontbreekt. (...) BAUM Concepts B.V. is een werkmaatschappij waarin marketing- en salesconcepten worden ontwikkeld. (...) Er zijn in Nederland zeker 35 bedrijven met de naam Baum ingeschreven bij de KvK. We zien dan ook geen reden om deze besloten vennootschap met de naam BAUM Concepts te liquideren en uit te schrijven bij de Kamer van Koophandel.''

2.26.

Tot het moment dat de website na sommaties daartoe van de gemachtigde van Prisma Direct c.s. uit de lucht is gehaald, stond op de site onder andere het volgende:

''BAUM, a company founded on augmented reality technology and plastic card solutions. We believe that screens of all shape and sizes can be used to tell engaging, interactive stories and connect people and brands in meaningful ways. We get excited about combining augmented reality with loyalty and gift cards because each new project is a chance to do things people haven’t seen before. (…) At BAUM we create personalized Augmented Reality (AR) experiences and bring your gift and loyalty cards to life. A loyalty or gift card is nothing

more than a piece of plastic with a nice design. We think you can get much more out of these great marketing tools. Publish and share your story with the right call-to-actions Let people know they can scan your card with the free BAUM App for a magical experience!''

3 De vordering

3.1.

Prisma Direct c.s. vordert dat de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad;

1. voor recht verklaart dat [dhr. X] en [dhr. Y] in strijd hebben gehandeld met het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding, relatiebeding en/of geheimhoudingsbeding;

2. voor recht verklaart dat Baum Concepts c.s. jegens PrismaDirect c.s. onrechtmatig heeft gehandeld;

3. [dhr. X] en [dhr. Y] ieder afzonderlijk veroordeelt tot nakoming van het met hen overeengekomen concurrentiebeding, relatiebeding en/of geheimhoudingsbeding, zulks binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 alsmede van € 500,00 per dag dan wel dagdeel dat de overtreding voortduurt;

4. [dhr. X] veroordeelt tot betaling van een bedrag groot € 5.000,00 zijnde de verschuldigde boete vanwege het overtreden van het overeengekomen concurrentiebeding, relatiebeding en/of geheimhoudingsbeding, alsmede tot betaling van een bedrag groot € 1.000.00 per dag , zulks met ingang van 1 januari 2017, tot en met het moment dat de inbreuk voortduurt, dan wel een in goede justitie nader te bepalen bedrag per dag dat de inbreuk voortduurt dan wel een andere in deze in goede justitie te nemen beslissing;

5. [dhr. Y] veroordeelt tot betaling van een bedrag groot € 3.000,00 zijnde de verschuldigde boete vanwege het overtreden van het overeengekomen concurrentiebeding, relatiebeding en/of geheimhoudingsbeding, alsmede tot betaling van een bedrag groot € 300.00 per dag , zulks met ingang van 1 januari 2017, tot en met het moment dat de inbreuk voortduurt, dan wel een in goede justitie nader te bepalen bedrag per dag dat de inbreuk voortduurt dan wel een andere in deze in goede justitie te nemen beslissing;

6. Baum Concepts c.s. veroordeelt in de kosten van dit geding, te vermeerderen met nakosten, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

Baum Concepts c.s voert verweer met conclusie om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Prisma Direct c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans de vorderingen van Prisma Direct c.s. af te wijzen, met veroordeling van Prisma Direct c.s. in de kosten van het geding.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover belang, nader ingegaan.

4 Het geschil en de beoordeling daarvan

4.1.

De kantonrechter dient (onder meer) te oordelen over de vraag of [dhr. X] en [dhr. Y] , door het oprichten van Baum Concepts en het daarmee starten van een onderneming in strijd hebben gehandeld met het geheimhoudingsbeding, het concurrentiebeding en het relatiebeding en voorts of zij (en ook Baum Concepts) onrechtmatig jegens Prisma Direct c.s. hebben gehandeld door misbruik te maken van tijdens het dienstverband opgedane kennis.

Voorafgaand aan deze beoordeling overweegt de kantonrechter dat, voor zover de vorderingen van Prisma Direct c.s. gebaseerd zijn op het door Prisma Direct c.s. overgelegde personeelshandboek van februari 2017, zulks dient te worden verworpen nu de dienstverbanden van [dhr. X] en [dhr. Y] toen al waren be- respectievelijk geëindigd en Prisma Direct c.s., in reactie op de betwisting daarvan door [dhr. X] en [dhr. Y] , niet of onvoldoende heeft onderbouwd dat een personeelshandboek van eerdere datum met overeenkomstige inhoud van toepassing was op de arbeidsrelatie van [dhr. X] en [dhr. Y] en aan hen bekend was.

De kantonrechter zal bij de verdere beoordeling van het geschil onderscheid maken tussen [dhr. X] , [dhr. Y] en Baum Concepts.

Met betrekking tot [dhr. X]

Contractuele relatie

4.2.

De vorderingen jegens [dhr. X] worden door Prisma Direct c.s. ingesteld. De kantonrechter stelt voorop dat niet is gesteld dat [dhr. X] in dienst is geweest bij Prisma Interxion. Voor zover zou worden geoordeeld dat [dhr. X] gehouden is aan bedingen uit zijn arbeidsovereenkomst of uit de vaststellingsovereenkomst, kan Prisma Interxion hierop geen beroep doen, nu Prisma Interxion geen partij was bij deze overeenkomsten.

Tekortkoming

4.3.

Om de vraag te beantwoorden of sprake is van een tekortkoming van [dhr. X] in de nakoming van zijn verplichtingen jegens Prisma Direct, dient eerst - gelet op hetgeen door partijen is aangevoerd - te worden beoordeeld of de bedingen waarop Prisma Direct zich in dat kader beroept, tussen partijen van toepassing zijn.

Prisma Direct stelt dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, nu het tussen partijen gesloten addendum gedateerd 17 december 2013 bevestigt dat de afspraken uit de arbeidsovereenkomst van 1 januari 2013 van kracht blijven. Voor zover zou worden geoordeeld dat het addendum niet tot stand is gekomen, geldt dat de arbeidsovereenkomst van 1 januari 2013, en daarmee de daarin opgenomen bedingen, van kracht is gebleven. Die arbeidsovereenkomst is weliswaar niet door partijen ondertekend, maar [dhr. X] is daar blijkens zijn e-mailbericht van 28 januari 2013 wel akkoord mee gegaan, zodat dit geheel geldt als een schriftelijk overeengekomen arbeidsovereenkomst.

[dhr. X] betwist de toepasselijkheid van de bedingen, onder meer omdat tussen hem en Prisma Direct geen schriftelijke arbeidsovereenkomst is gesloten en daarmee niet voldaan is aan de (wettelijke) eis dat dergelijke bedingen schriftelijk overeen dienen te worden gekomen.

Bij de verdere beoordeling zal onderscheid worden gemaakt tussen het concurrentie- en relatiebeding enerzijds en het geheimhoudingsbeding anderzijds.

Concurrentie- en relatiebeding

4.4.

De kantonrechter overweegt als volgt. Ingevolge artikel 7:653 lid 1 BW is een beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij deze laatste wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, slechts geldig indien de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan en de werkgever dit beding schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer. Aan het schriftelijkheidsvereiste ligt de gedachte ten grondslag dat de werknemer de consequenties van het voor hem bezwarende beding goed heeft overwogen. Uit het arrest Philips/Oostendorp van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC0384), welk arrest na inwerkingtreding van de Wwz is bevestigd (en nader uitgelegd) in het arrest van 3 maart 2017 (ECLI:NL:HR:2017:364), volgt dat aan het schriftelijkheidsvereiste ook kan zijn voldaan indien het beding is opgenomen in arbeidsvoorwaarden die zijn vastgelegd in een ander document dan het document dat de werknemer heeft ondertekend. In dat geval dient evenwel voldaan te zijn aan één van de twee volgende vereisten:

- de arbeidsvoorwaarden waren als bijlage bij het ondertekende document gevoegd en in dat document is naar die arbeidsvoorwaarden verwezen, of

- de werknemer heeft in het ondertekende document uitdrukkelijk verklaard dat hij instemt met het concurrentiebeding.

Uit het arrest van de Hoge Raad van 3 maart 2017 volgt voorts dat, in het licht van de aan artikel 7:653 lid 1 BW ten grondslag liggende gedachte, de eisen uit het arrest Philips/Oostendorp strikt dienen te worden uitgelegd.

4.5.

Nu vast staat dat de arbeidsovereenkomst van januari 2013 niet door partijen is ondertekend zal de kantonrechter oordelen over de vraag of aan een van de twee door de Hoge Raad geformuleerde vereisten is voldaan, waarbij geldt dat strikt aan de vereisten dient te zijn voldaan. Voor wat betreft het addendum dat Prisma Direct aan [dhr. X] heeft gezonden (zie r.o. 2.8.) staat vast dat [dhr. X] op 5 mei 2014 bij e-mail bericht heeft aangegeven het met dat addendum niet eens te zijn. Aan het schriftelijkheidsvereiste is ten aanzien van dit addendum daarmee dus niet voldaan. Ter zake van de arbeidsovereenkomst van januari 2013 geldt het volgende. Vast staat dat Prisma Direct de arbeidsovereenkomst, waarin de eerder genoemde bedingen zijn opgenomen, per e-mail aan [dhr. X] heeft verzonden en dat [dhr. X] per e-mail van 28 januari 2013 (zie r.o. 2.5.) zijn akkoordverklaring met die arbeidsovereenkomst heeft gegeven. [dhr. X] heeft in de betreffende e-mail echter niet uitdrukkelijk verklaard in te stemmen met het concurrentie- en relatiebeding. Evenmin is door Prisma Direct gesteld dat de arbeidsvoorwaarden waarin het concurrentie- en relatiebeding waren opgenomen als bijlage bij de e-mail van [dhr. X] waren gevoegd en voorts volgt uit de tekst van de e-mail van [dhr. X] ook niet dat hij in zijn reactie naar de als bijlage bij zijn e-mail gevoegde arbeidsovereenkomst verwijst. Daarmee is aan geen van de twee door de Hoge Raad gestelde alternatieve vereisten voldaan om te kunnen concluderen dat, ondanks dat [dhr. X] de arbeidsovereenkomst zelf niet heeft ondertekend, er desalniettemin sprake is van een 'schriftelijk overeengekomen' beding.

4.6.

De kantonrechter merkt daarbij nog op dat de Hoge Raad in het arrest van 3 maart 2017 heeft bepaald dat artikel 7:653 lid 1 BW ook ziet op een relatiebeding als in die zaak in geschil, zodat de overwegingen in het arrest Philips/Oostendorp, die van toepassing waren op een concurrentiebeding, ook gelden voor een relatiebeding. Dat is naar het oordeel van de kantonrechter ook het geval in de onderhavige zaak, nu artikel 16 van de aan [dhr. X] gezonden arbeidsovereenkomst zodanig ruim is geformuleerd dat het geacht kan worden een beding te zijn waarbij de werknemer 'wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn' in de zin van artikel 7:653 lid 1 BW.

4.7.

Nu is geoordeeld dat geen sprake is van een rechtsgeldig overeengekomen concurrentie- of relatiebeding zal de vordering van Prisma Direct, voor zover deze strekt tot het verklaren voor recht dat [dhr. X] in strijd heeft gehandeld met het concurrentie- en relatiebeding, worden afgewezen. In het verlengde hiervan zal ook de vordering tot nakoming van deze bedingen en tot betaling van boetes op grond van het overtreden van deze bedingen worden afgewezen.

Geheimhoudingsbeding

4.8.

Prisma Direct vordert voorts nakoming van het met [dhr. X] in de arbeidsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding en boetes ter zake van schending daarvan.

Met betrekking tot het in de arbeidsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding (zie r.o. 2.6.) overweegt de kantonrechter dat dit beding afwijkt van het in de vaststellingsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding (zie r.o. 2.11.) en dat aan laatst genoemd beding geen boeteclausule is verbonden. De vraag is allereerst of het in de arbeidsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding rechtsgeldig overeen is gekomen en vervolgens of, met het later overeengekomen geheimhoudingsbeding in de vaststellingsovereenkomst, het eerdere beding in stand is gebleven.

4.9.

Artikel 7:650 lid 1 BW bepaalt dat een werkgever slechts een boete kan stellen op overtreding van voorschriften van de arbeidsovereenkomst als de voorschriften op overtreding waarvan boete is gesteld alsmede het bedrag van de boete in de arbeidsovereenkomst zijn vermeld. Lid 2 bepaalt dat de overeenkomst waarbij boete wordt bedongen schriftelijk dient te worden aangegaan. De eerste twee leden van artikel 7:650 BW zijn van dwingend recht, van de eisen die in de leden 3 t/m 5 van het artikel zijn gesteld mag worden afgeweken, hetgeen in het geval van [dhr. X] ook is geschied. Artikel 18 jo. artikel 12 van de arbeidsovereenkomst van [dhr. X] voldoet aan het gestelde in artikel 7:650 lid 1 BW. De vraag is of ook aan het schriftelijkheidsvereiste van lid 2 van artikel 6:650 BW is voldaan. De kantonrechter overweegt in dat kader dat de hiervoor genoemde arresten van de Hoge Raad specifiek zien op het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 BW. Een geheimhoudingsbeding kan niet worden gezien als een beding dat de werknemer beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn. De strikte uitleg van het schriftelijkheidsvereiste zoals geldend voor bedingen in de zin van artikel 7:653 BW geldt dan ook niet voor een beding in de zin van artikel 7:650 BW. Aan het schriftelijkheidsvereiste kan ook worden voldaan doordat de werknemer in een separaat document aangeeft in te stemmen met de arbeidsovereenkomst en de daarin opgenomen bedingen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [dhr. X] met zijn

e-mailbericht van 28 januari 2013 aangegeven in te stemmen met het geheimhoudingsbeding en het daaraan gekoppelde boetebeding, zodat deze bedingen rechtsgeldig tot stand zijn gekomen.

4.10.

De vraag is vervolgens of het in de vaststellingsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding in de plaats is getreden van het geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat het geval, waartoe het volgende wordt overwogen. Zijdens [dhr. X] is onbetwist en onderbouwd aangevoerd dat er in het kader van de onderhandelingen uitgebreid is gesproken over het geheimhoudingsbeding. Uit de correspondentie van Achmea (zie r.o. 2.9.) volgt dat Achmea voorstelde de verwijzing in de concept vaststellingsovereenkomst naar het geheimhoudings- en boetebeding uit de arbeidsovereenkomst te verwijderen. Weliswaar heeft [dhr. Z] daar toen afwijzend op gereageerd (zie r.o. 2.10) maar uit de uiteindelijke tekst van de vaststellingsovereenkomst (zie r.o. 2.11.) blijkt dat die doorhaling toch heeft plaatsgevonden. Er is immers een geheel nieuw geheimhoudingsbeding overeen gekomen, zonder enige verwijzing naar het eerdere beding in de arbeidsovereenkomst, dat bovendien tot meer strekt dan geheimhouding ter zake van hetgeen partijen in de vaststellingsovereenkomst zijn overeen gekomen (zie r.o. 5.11: artikel 5.2 en 5.3 van de vaststellingsovereenkomst). Voorts zijn partijen een finale kwijting overeen gekomen. Uit dit geheel van omstandigheden volgt dat het in de arbeidsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding is komen te vervallen en dat in plaats daarvan het in de vaststellingsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding heeft te gelden, waarop - anders dan in de arbeidsovereenkomst - geen boete rust in geval van overtreding ervan.

4.11.

Met betrekking tot de beweerdelijke schending van dit geheimhoudingsbeding door [dhr. X] wordt het volgende overwogen.

Ter onderbouwing van de gestelde schending heeft Prisma Direct aangevoerd dat [dhr. X] op 1 december 2016 vertrouwelijke informatie naar zichzelf per e-mail heeft gestuurd. [dhr. X] heeft echter onbetwist gesteld dat hij vaker stukken naar zichzelf mailde, zo ook op 1 december 2016, en dat de communicatie tussen hem en [dhr. Z] zeer regelmatig plaats vond via de privéaccounts. De reden hiervan was volgens [dhr. X] dat hij veel thuis of op andere locaties werkte en daarvoor zijn privé laptop of tablet gebruikte, hetgeen door Prisma Direct niet is betwist. De kantonrechter overweegt dat [dhr. X] met het enkel mailen van stukken naar zichzelf niet geacht kan worden het geheimhoudingsbeding te hebben overtreden. Voor het overtreden van een geheimhoudingsbeding is vereist dat er vertrouwelijke informatie wordt gedeeld met een derde. De werkgever die een beroep doet op een geheimhoudingsbeding heeft de stelplicht en de bewijslast dat de werknemer zijn plicht tot geheimhouding heeft geschonden. Prisma Direct is hierin niet geslaagd. Zo heeft Prisma Direct nagelaten te onderbouwen welke vertrouwelijke informatie [dhr. X] op welk moment met welke derde zouden hebben gedeeld. Voor zover Prisma Direct heeft bedoeld te stellen dat [dhr. X] geen gebruik mag maken van zijn knowhow en kennis, overweegt de kantonrechter dat zulks niet onder de plicht tot geheimhouding valt. Knowhow evenals goodwill is immers onvermijdelijk en onlosmakelijk verbonden met de persoon van de werknemer. Op grond van het vorenstaande kan niet worden geoordeeld dat [dhr. X] het geheimhoudingsbeding heeft overtreden.

4.12.

Bovenstaande brengt met zich dat de door Prisma Direct gevraagde verklaring voor recht dat [dhr. X] in strijd heeft gehandeld met het geheimhoudingsbeding zal worden afgewezen. De vordering tot betaling van boetes zal worden afgewezen, nu op schending van voornoemd beding geen boete is overeengekomen. De vordering van Prisma Direct tot nakoming van het geheimhoudingsbeding door [dhr. X] zal eveneens worden afgewezen wegens gebrek aan belang. Prisma Direct heeft nagelaten te onderbouwen dat er gegronde vrees bestaat dat [dhr. X] in de toekomst het geheimhoudingsbeding zal overtreden.

Met betrekking tot [dhr. Y]

Contractuele relatie

4.13.

De vorderingen jegens [dhr. Y] worden door Prisma Direct c.s. ingesteld. De kantonrechter stelt voorop dat niet is gesteld dat [dhr. Y] in dienst is geweest bij Prisma Direct. Voor zover zou worden geoordeeld dat [dhr. X] gehouden is aan bedingen uit zijn arbeidsovereenkomst, kan Prisma Direct hierop geen beroep doen, nu Prisma Direct geen partij was bij deze overeenkomst.

Tekortkoming

4.14.

Om de vraag te beantwoorden of sprake is van een tekortkoming van [dhr. Y] in de nakoming van zijn verplichtingen jegens Prisma Interxion, dient eerst te worden beoordeeld of de bedingen waarop Prisma Interxion zich in dat kader beroept, tussen partijen van toepassing zijn.

Prisma Interxion stelt dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, nu in de onderhavige zaak sprake was van bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 7:653 lid 2 BW. [dhr. Y] betwist de toepasselijkheid van de bedingen, nu de tussen hem en Prisma Interxion gesloten arbeidsovereenkomst er een was voor bepaalde tijd en de ingevolge artikel 653 lid 2 BW vereiste schriftelijke motivering van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen ontbreekt.

Bij de verdere beoordeling zal onderscheid worden gemaakt tussen het concurrentie- en relatiebeding enerzijds en het geheimhoudingsbeding anderzijds.

Concurrentie- en relatiebeding

4.15.

Zoals reeds overwogen is op grond van artikel 7:653 lid 1 BW een beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij deze laatste wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, slechts geldig indien de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan. Lid 2 van artikel 7:653 BW bepaalt dat in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een dergelijk beding kan worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, indien uit de bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering van de werkgever blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. De kantonrechter overweegt dat in de tussen [dhr. Y] en Prisma Interxion gesloten arbeidsovereenkomst nergens is opgenomen dat Prisma Interxion een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft dat zou rechtvaardigen dat in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een concurrentie- en/of relatiebeding zou worden overeengekomen, laat staan dat Prisma Interxion een en ander schriftelijk in de arbeidsovereenkomst heeft gemotiveerd. Prisma Interxion heeft ter comparitie nog aangevoerd dat de bijzondere omstandigheden wel indirect zijn opgenomen, doordat in artikel 8 van de arbeidsovereenkomst wordt verwezen naar het bedrijfsreglement en dat bevat volgens Prisma Interxion bepalingen over het bedrijfsbelang van werkgever. Aldus was [dhr. Y] volgens Prisma Interxion op de hoogte van de bijzondere belangen die er voor Prisma Interxion gemoeid waren met de contractuele beperkingen die hem werden opgelegd. De kantonrechter oordeelt dat er, gezien de parlementaire geschiedenis ten aanzien van de totstandkoming van het in artikel 7:653 lid 2 BW bepaalde (Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p.17) , in samenhang met de letterlijke tekst van lid 2 ("de bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering"), geen twijfel over kan bestaan dat de motivering van het zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang in het beding zelf dient te worden vermeld. Een algemene verwijzing naar een bedrijfsreglement volstaat dan ook niet.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het in de arbeidsovereenkomst van [dhr. Y] opgenomen concurrentie- en relatiebeding nietig is, nu niet is voldaan aan de dwingendrechtelijke totstandkomingseisen voor concurrentie- en relatiebedingen in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

4.16.

Bovenstaande brengt met zich dat de vordering om te verklaren voor recht dat [dhr. Y] in strijd heeft gehandeld met het concurrentie- en relatiebeding

zal worden afgewezen. In het verlengde hiervan zal ook de vordering tot nakoming van deze bedingen en tot betaling van boetes op grond van het overtreden van de bedingen worden afgewezen.

Geheimhoudingsbeding

4.17.

Met betrekking tot het in de arbeidsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding overweegt de kantonrechter het volgende. Anders dan het concurrentie- en relatiebeding, mag een geheimhoudingsbeding in geval van een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd wel overeen worden gekomen. Zoals hiervoor reeds overwogen, heeft de werkgever die een beroep doet op een geheimhoudingsbeding de stelplicht en bewijslast dat de werknemer zijn plicht tot geheimhouding heeft geschonden. Prisma Interxion heeft hieraan niet voldaan. Zo heeft Prisma Interxion nagelaten aan te geven welke vertrouwelijke informatie [dhr. Y] heeft gedeeld met derden. Niet geoordeeld kan dan ook worden dat [dhr. X] het geheimhoudingsbeding heeft overtreden.

4.18.

Bovenstaande brengt met zich dat de door Prisma Interxion gevraagde verklaring voor recht dat [dhr. Y] in strijd heeft gehandeld met het geheimhoudingsbeding, wordt afgewezen, zodat hij in dat kader ook geen boetes verschuldigd is. De vordering van Prisma Interxion tot nakoming van het overeengekomen geheimhoudingsbeding door [dhr. Y] zal eveneens worden afgewezen wegens gebrek aan belang. Prisma Interxion heeft nagelaten te onderbouwen dat er gegronde vrees bestaat dat [dhr. Y] in de toekomst het geheimhoudingsbeding zal overtreden.

Met betrekking tot [dhr. X] en [dhr. Y]

Onrechtmatige daad

4.19.

De vordering om voor recht te verklaren dat [dhr. X] en [dhr. Y] onrechtmatig jegens Prisma Direct c.s. hebben gehandeld door misbruik te maken van tijdens het dienstverband opgedane kennis, zal eveneens worden afgewezen. Ingevolge artikel 6:162 BW dient, kort gezegd, degene die een ander ten onrechte schade toebrengt, deze schade te vergoeden. Wil er sprake zijn van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad, dan moet i) er sprake zijn van een onrechtmatige daad, ii) de onrechtmatige daad aan de dader zijn toe te rekenen, iii) er schade zijn, iv) er een causaal verband zijn tussen de onrechtmatige daad en de schade en v) dient de geschonden norm te beschermen tegen de veroorzaakte schade. Prisma Direct c.s. heeft in het geheel niet gesteld dat zij schade - anders dan de advocaatkosten waarvoor het liquidatietarief heeft te gelden - heeft geleden door het handelen van [dhr. X] en [dhr. Y] . Alleen daarom al is de vordering niet toewijsbaar. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat ook niet is komen vast te staan dat [dhr. X] en [dhr. Y] onrechtmatig hebben gehandeld jegens Prisma Direct c.s. Het volgende is daartoe redengevend.

4.20.

Een voormalig werknemer handelt in beginsel niet onrechtmatig indien hij in dienst van een nieuwe werkgever, of als zelfstandig ondernemer, gebruik maakt van de kennis, kunde en ervaring die hij heeft opgedaan bij zijn voormalig werkgever. Dit geldt ook indien de voormalig werknemer/zelfstandig ondernemer en voormalig werkgever elkaar beconcurreren. De voormalig medewerker mag echter geen bedrijfsgeheimen van de voormalig werkgever meenemen en in zijn bedrijf benutten. Het gaat dan om informatie die niet algemeen bekend is en die deze ondernemer in het kader van zijn vorige dienstverband heeft verkregen. Voorts moet het gaan om informatie die de ondernemer een voorsprong

geeft ten opzichte van de oude werkgever. Kort en goed komt het erop neer dat voormalig werknemers mogen concurreren met de voormalig werkgever. Zij mogen hun kennis, kunde en ervaring gebruiken en zij mogen zelfs gebruik maken van contacten die zij gedurende hun dienstverband met de voormalig werkgever hebben verworven.

4.21.

Prisma Direct c.s. heeft nagelaten te stellen waaruit de door haar gestelde stelselmatige en substantiële afbreuk van het duurzame bedrijfsdebiet blijkt en bestaat. Het oprichten van Baum Concepts door [dhr. X] en [dhr. Y] is geen ongeoorloofde concurrentie. Te meer nu niet is komen vast te staan dat Baum Concepts activiteiten (heeft) verricht die concurrerend zijn aan die van Prisma c.s. Prisma Direct c.s. heeft niet onderbouwd gesteld dat [dhr. X] en [dhr. Y] een product of dienst op de markt hebben gebracht waarmee data kan worden verzameld of een ander product of dienst dat/die betrekking heeft op gepersonifieerde video’s op giftcards in combinatie met AR. Voorts is niet komen vast te staan dat sprake is van vertrouwelijk verkregen kennis en knowhow die [dhr. X] en [dhr. Y] nadien met Baum Concepts hebben ingezet. [dhr. X] en [dhr. Y] hebben in dat kader onbetwist aangevoerd dat zij meer kennis meebrachten naar Prisma Direct c.s. dan er bij Prisma Direct c.s. voorhanden en aanwezig was en dat zij hun kennis niet hebben verkregen tijdens hun dienstverbanden, maar juist bij Prisma Direct c.s. waren aangenomen vanwege hun kennis en ervaring in de betreffende markt.

4.22.

De gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen nu enig onrechtmatig handelen van [dhr. X] en [dhr. Y] niet is komen vast te staan.

Met betrekking tot Baum Concepts

4.23.

Nu de kantonrechter heeft geoordeeld dat de vorderingen jegens [dhr. X] en [dhr. Y] uit hoofde van onrechtmatige daad worden afgewezen, zullen ook de vorderingen jegens Baum Concepts worden afgewezen. De vraag of Baum Concepts kan worden aangesproken voor een onrechtmatige daad gepleegd door [dhr. X] en/of [dhr. Y] , kan hiermee onbesproken blijven.

Proceskosten

4.24.

Prisma Direct c.s. zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van Baum Concepts c.s. worden vastgesteld op € 500,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x € 250,00).

5 Beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vorderingen van Prisma Direct c.s. af;

5.2.

veroordeelt Prisma Direct c.s. in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Baum Concepts c.s. vastgesteld op € 500,00;

5.3.

verklaart het vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.Th.M Zwart-Sneek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.

fn 375