Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3211

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
07-08-2018
Datum publicatie
08-08-2018
Zaaknummer
18/148924-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Artikel 6 en 8 WVW; aanrijding personenauto en vrachtwagencombinatie. Aanmerkelijke schuld chauffeur personenauto. Zwaar lichamelijk letsel bijrijder personenauto. Onvoorwaardelijke taakstraf 200 uur en 12 maanden rijontzegging waarvan 8 voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/148924-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 7 augustus 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 juli 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. V. Wolting, advocaat te Zwolle. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.J. Wildeman.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 28 juli 2017 in de gemeente Westerveld als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de A32,

komende uit de richting van Meppel en gaande in de richting van Heerenveen, zich zodanig

heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, -terwijl verdachte onder invloed verkeerde van alcoholhoudende drank- bij de nadering van een ander motorrijtuig (trekker met oplegger), welk rijtuig in dezelfde richting als verdachte reed en dat door verdachte van achteren werd genaderd, in plaats van tijdig en/of voldoende uit te wijken voor en/of voldoende snelheid te verminderen en/of voldoende afstand te bewaren tot en/of voldoende rekening te houden met dat andere motorrijtuig met het door verdachte bestuurde motorrijtuig aan te rijden en/of te botsen tegen dat andere motorrijtuig, waardoor een ander (mede-inzittende [slachtoffer 1] van die personenauto) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken nekwervel en/of een gebroken (onder)kaak, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, danwel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van genoemde wet;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

A. hij op of omstreeks 28 juli 2017 in de gemeente Westerveld als bestuurder van een

motorrijtuig, (personenauto), dit motorrijtuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in verdachtes bloed bij een onderzoek, als

bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,45

milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;

B. hij op of omstreeks 28 juli 2017 in de gemeente Westerveld als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende op de weg de A32, komende uit de richting van Meppel en gaande in de richting van Heerenveen, -terwijl verdachte onder invloed verkeerde van alcoholhoudende drank- bij de nadering van een ander motorrijtuig (trekker met oplegger), welk rijtuig in dezelfde richting als verdachte reed en dat door verdachte van achteren werd genaderd, in plaats van tijdig en/of voldoende uit te wijken voor en/of voldoende snelheid te verminderen en/of voldoende afstand te bewaren tot en/of voldoende rekening te houden met dat andere motorrijtuig met het door verdachte bestuurde motorrijtuig is aangereden en/of gebotst tegen dat andere motorrijtuig, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het primair ten laste gelegde gevorderd (met als schuldgradatie: aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend).

Standpunt van de verdediging

Ook de raadsman is van mening dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie en de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij overweegt daartoe als volgt.

Bij de beoordeling of sprake is van schuld aan een verkeersongeval komt het op grond van vaste rechtspraak aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld. Het juridische begrip schuld houdt in dat minimaal sprake moet zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend handelen.

Verdachte heeft, rijdend op de A32, rond 4.00 uur 's nachts de vrachtwagencombinatie, bestuurd door [slachtoffer 2] , van achteren aangereden. De vrachtwagencombinatie reed toen 87 kilometer per uur. Uit de foto's behorende bij het VOA-rapport is te zien dat de auto van verdachte als gevolg van de aanrijding total loss is. Door de aanrijding is verder de laadklep van de vrachtwagencombinatie losgeraakt en op de weg terechtgekomen. Uit deze toedracht blijkt dat verdachte aanmerkelijk onoplettend is geweest: hij heeft de vrachtwagencombinatie niet of veel te laat opgemerkt en - waarschijnlijk (er zijn geen remsporen van de auto van verdachte aangetroffen) - zonder (veel) vaart te minderen de vrachtwagencombinatie van achteren aangereden. Onderzoek naar de toedracht van het ongeval heeft niet geleid tot een conclusie over de door verdachte gereden snelheid direct voorafgaand aan het ongeval, maar - gezien de toestand van zijn auto na het ongeval - is dit met forse snelheid geweest.

Uit het bij verdachte afgenomen bloedonderzoek is komen vast te staan dat het alcoholgehalte bij verdachte ten tijde van het ongeval 1,45 milligram alcohol per milliliter bloed betrof.

De rechtbank komt op basis van de hiervoor genoemde omstandigheden tot het oordeel dat sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid en dus van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Als gevolg van de aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid is bij [slachtoffer 1] , die als bijrijder met verdachte meereed, zwaar lichamelijk letsel, waaronder een nekwervelfractuur, een scheurtje in de schedel, een kaakfractuur en een ernstige hersenschudding ontstaan. [slachtoffer 1] heeft pas onlangs weer zijn werk gedeeltelijk hervat, zo heeft verdachte tijdens de zitting verklaard.

Op basis van het bovenstaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 24 juli 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Van die avond weet ik nog dat ik met [slachtoffer 1] lopend Meppel in ben gegaan. Van de uren daarna weet ik niets meer. Het eerste dat ik me daarna herinner is dat ik op de snelweg stond en dat ik probeerde het verkeer tegen te houden.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juli 2017 opgenomen op pagina 64 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017199668 d.d. 3 februari 2018, inhoudende als relaas van de verbalisant:

Ik zag dat twee ambulancebroeders hulp verleenden aan de bijrijder van de Volkswagen Vento. Ik zag dat de bijrijder er slecht aan toe was. Bij de twee ambulancebroeders stond een persoon die later bleek te zijn [verdachte] .

Ik hoorde de verdachte zeggen dat hij de bestuurder was van de Volkswagen Vento. Ik zag dat zijn gezicht en zijn handen onder het bloed zaten. Ik hoorde hem meermaals zeggen dat hij wilde weten hoe het met zijn vriend was. Ik rook dat de adem van de verdachte naar het inwendig gebruik van alcohol riekte.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verkeersongevallenanalyse d.d. 10 oktober 2017, met nummer 28072017.0425.92411, opgenomen op pagina 12 e.v. van voornoemd dossier inhoudende:

Op de A32, ter hoogte van hectometerpaal 15.5 rechts, is de personenauto tegen de achterzijde van de voertuigcombinatie gebotst. De voertuigcombinatie reed op het moment van de aanrijding ongeveer 87 kilometer per uur. Het is onbekend hoe snel de personenauto reed ten tijde van de aanrijding. De bestuurder van de personenauto heeft waarschijnlijk de voertuigcombinatie niet of te laat opgemerkt. Wij zagen een recent inslagspoor op rijstrook 2, veroorzaakt door de personenauto. Door de aanrijding is de volledige laadklep onder de achterzijde van de oplegger afgebroken. Wij zagen deze laadklap op de rijbaan liggen. De voorzijde van de personenauto is volledig vernield. De passagier van de personenauto heeft hierbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 december 2017, opgenomen op pagina 76 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik kan me niet herinneren wat ik de avond / nacht voor het ongeval heb gedaan. Ik weet dat [slachtoffer 1] en ik in Meppel zijn geweest, maar voor de rest niets. Ik heb die avond een paar biertjes gedronken, een stuk of 4, 5. Ik heb me niet helemaal zat gezopen in ieder geval. Ik weet niet meer waar we naar toe gingen toen we weggingen uit Meppel. Dat is een zwart gat.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 28 november 2017, opgenomen op pagina 69 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik herinner me alleen de knal van het ongeval, verder niets. Ik heb mijn 7e nekwervel gebroken, en verder heb ik een gebroken kaak, een scheurtje in mijn schedel en een zware hersenschudding opgelopen. Ik ben twee weken in het ziekenhuis opgenomen geweest. Daarna nog zo'n 8 weken in een revalidatiecentrum on te werken aan mijn conditie, fitheid en concentratieprobleem. Ik start binnenkort bij het revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren voor fysiotherapie. Ik werk nog niet.

6. Een geneeskundige verklaring, op 14 augustus 2017 opgemaakt en ondertekend door dr. W.A. van den Brink, neurochirurg, opgenomen op pagina 74 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, als zijn verklaring:

De heer [slachtoffer 1] was opgenomen op de afdeling neurochirurgie van de ISALA te Zwolle vanwege een hoog energetisch trauma als bijrijder met als neurochirurgische interventie een corpectomie van wervellichaam C7 en een osteosynthese van C6 tot Th1. Gepureerde zachte voeding dient nog 4 weken gecontinueerd te worden op verzoek van de kaakchirurg.

7. Een rapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2017.08.11.103, d.d. 15 augustus 2017 opgemaakt door K.S. Kruseman, opgenomen op pagina 61 van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

Naam bloedgever: [verdachte] (geb. datum: [geboortedatum] )

Resultaat onderzoek

In het bloed van [verdachte] is een ethanolconcentratie gemeten van 1,45 mg/ml.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 28 juli 2017 in de gemeente Westerveld als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de A32,

komende uit de richting van Meppel en gaande in de richting van Heerenveen, zich zodanig

heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, -terwijl verdachte onder invloed verkeerde van alcoholhoudende drank- bij de nadering van een ander motorrijtuig (trekker met oplegger), welk rijtuig in dezelfde richting als verdachte reed en dat door verdachte van achteren werd genaderd, in plaats van tijdig en voldoende uit te wijken voor en voldoende snelheid te verminderen en voldoende afstand te bewaren tot en voldoende rekening te houden met dat andere motorrijtuig, met het door verdachte bestuurde motorrijtuig aan te rijden tegen dat andere motorrijtuig, waardoor een ander (mede-inzittende [slachtoffer 1] van die personenauto) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken nekwervel en een gebroken (onder)kaak werd toegebracht terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van deze wet.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren en voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 100 dagen. Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een rijontzegging van 12 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk, alles met een proeftijd van 3 jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ingestemd met de eis van de officier van justitie.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte had in de avond en nacht van 27 op 28 juli 2017 flink gedronken. In zijn bloed is direct na het ongeval 1,45 mg alcohol per ml bloed aangetroffen. Ondanks dit hoge alcoholpromillage is verdachte in de auto gestapt om na een avond uit in Meppel zijn collega [slachtoffer 1] naar huis te brengen. Als gevolg van de alcohol was zijn reactievermogen beperkt. Hij heeft de vrachtwagencombinatie, bestuurd door [slachtoffer 2] , te laat opgemerkt en heeft deze aangereden. Zijn passagier, [slachtoffer 1] , is nog altijd niet volledig hersteld en heeft ten tijde van deze uitspraak al ruim een jaar te maken met de ernstige gevolgen van het ongeval.

In het voordeel van de verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten en ook overigens niet eerder in aanraking is geweest met politie en/of justitie. De rechtbank weegt bovendien mee dat ook verdachte zelf ernstige gevolgen heeft ondervonden van het ongeval. Als gevolg van het ongeval en de daarna ondergane therapie heeft hij zijn werkzaamheden als spuiter bij Scania nog niet hervat.

Alles overziend en mede rekening houdend met de oriëntatiepunten van de LOVS acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden.

De rechtbank is van oordeel dat voorts aan verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen moet worden ontzegd omdat hij als verkeersdeelnemer een aan zijn schuld te wijten ernstig verkeersongeval heeft veroorzaakt terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde. De rechtbank zal het onvoorwaardelijke gedeelte van deze ontzegging gelijkstellen aan de periode dat verdachtes rijbewijs ingevorderd is geweest en het overige gedeelte voorwaardelijk opleggen. Aan het voorwaardelijke gedeelte van deze ontzegging koppelt de rechtbank -anders dan de officier van justitie heeft gevorderd- een proeftijd van twee jaar.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 200 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast.

ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen - bromfietsen daaronder begrepen - voor de tijd van 12 maanden.

Bepaalt dat van deze bijkomende straf een gedeelte, groot 8 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde vóór het tijdstip waarop de uitspraak voor wat betreft de bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. R. Depping en mr. M. van den Steenhoven, rechters, bijgestaan door mr. E.E. de Vries, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 augustus 2018.

Mr. De Vries is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.