Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3065

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-07-2018
Datum publicatie
01-08-2018
Zaaknummer
18/940003-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt wegens meerdere afpersingen van personen, één poging daartoe, diefstal van een geldbedrag, bedreiging met een vuurwapen en verboden wapenbezit, veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 240 dagen waarvan 205 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld een aantal bijzondere voorwaarden, en een werkstraf voor de duur van 200 uren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77a
Wetboek van Strafrecht 77g
Wetboek van Strafrecht 77i
Wetboek van Strafrecht 77m
Wetboek van Strafrecht 77n
Wetboek van Strafrecht 77x
Wetboek van Strafrecht 77y
Wetboek van Strafrecht 77z
Wetboek van Strafrecht 77aa
Wetboek van Strafrecht 77gg
Wetboek van Strafrecht 77za
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/940003-18

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/940045-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 juli 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 juli 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.G. Doornbos, advocaat te Assen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P.A. van der Vliet.

Tenlastelegging

Aan verdachte is. na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

parketnummer 18/940003-18

1.

hij op of omstreeks 18 februari 2018 te Assen, althans in de gemeente Assen, op of nabij de openbare weg, de Laak, althans aan of nabij een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van zijn/hun mobiele telefoon en/of zijn/hun jas en/of schoenen en/of zijn/hun pinpas, met bijbehorende pincode, in elk geval van enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

- verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hebben gedwongen te stoppen en/of heeft/hebben gedwongen op een bankje te gaan zitten en/of

- verdachte en/of zijn mededader(s) een mes heeft gepakt en/of deze aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond en/of dat mes op de buik en/of lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gezet en/of gericht en/of

- verdachte en/of zijn medeverdachte(n) een lapje/doekje voor zijn gezicht heeft gehad en/of - verdachte en/of zijn mededader(s) dreigend heeft/hebben gezegd "zakken leeg" en/of "geef je pincode" en/of

- aldaar op dat bankje die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] onder bedreiging van het mes en/of door een arm om de keel/hals van die [slachtoffer 2] te slaan, van de vrijheid beroofd heeft/hebben gehouden en/of

- verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben gezegd: "als we sirenes

horen, weten we jullie te vinden en/of je mag niet de politie bellen", althans

woorden van gelijke (dreigende) aard- en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 19 februari 2018 te Assen, althans in de gemeente Assen, op of nabij de openbare weg, de Van Heuven Goedhartlaan, althans op of nabij een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn/hun mobiele telefoon en/of zijn/hun fiets en/of zijn/hun pinpas, met bijbehorende pincode, in elk geval van enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

- verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] tot stilstaan hebben gedwongen en/of er omheen zijn gaan staan, althans op enige korte afstand van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] zijn gaan staan en/of

- verdachte en/of diens mededader(s) een mes heeft/hebben gepakt en/of deze aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben getoond en/of dit mes dreigend heeft opgehouden voor die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- verdachte en/of zijn mededader(s) een lapje/doekje voor het gezicht heeft/hebben gehad;

- verdachte en/of zijn mededader(s) dreigend heeft/hebben gezegd "maak je zakken leeg" en/of "geef me je pincode";

- verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben gezegd: "steek hem neer" en/of "we nemen ze mee het [slachtoffer 7] in";

3.

hij op of omstreeks 19 februari 2018 te Assen, althans in de gemeente Assen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 70,-- euro, althans een hoeveelheid geld, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met de pinpas, op naam staande van die [slachtoffer 4] , en bijbehorende pincode van die [slachtoffer 4] het geld te pinnen;

4.

hij op of omstreeks 21 februari 2018 te Assen, althans in de gemeente Assen,

op of nabij de openbare weg De Laak, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (werkzaam als pizzakoerier bij [bedrijfsnaam] ) heeft gedwongen tot de

afgifte van een portemonnee met hierin een hoeveelheid geld, in elk geval van

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [bedrijfsnaam] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

- verdachte en/of diens mededader(s) [slachtoffer 5] heeft/hebben gedwongen tot de

afgifte van de portemonnee, met hierin een hoeveelheid geld, in elk geval van

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5] en/of [bedrijfsnaam] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat:

- verdachte en/of zijn medeverdachte die [slachtoffer 5] heeft/hebben gemaand te stoppen

en/of

- verdachte en/of zijn mededader(s) dicht op/om die [slachtoffer 5] is/zijn gaan staan

en/of

- verdachte en/of zijn mededader(s) een mes heeft/hebben gepakt en/of deze aan

die [slachtoffer 5] heeft getoond en/of dat mes op het bovenbeen van die [slachtoffer 5] heeft

geduwd, althans heeft gehouden en/of

- verdachte en/of zijn mededader(s) dreigend heeft gezegd "geef alles wat je

hebt, haal je zakken leeg";

5.

hij op of omstreeks 21 februari 2018 te Assen, althans in de gemeente Assen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van goederen dat van

zijn/hun gading zou kunnen zijn, in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 6] (rijdende op een fiets, onder "de blauwe brug") heeft/hebben

gemaand te stoppen en/of

- aan die [slachtoffer 6] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonen

en/of

- die [slachtoffer 6] de zakken leeg heeft/hebben laten maken, althans tegen die [slachtoffer 6]

heeft/hebben gezegd dat hij moest laten zien wat hij in zijn zakken had,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

parketnummer 18/940045-17

6.

hij op of omstreeks 22 december 2017 te Assen [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door, op korte afstand en/of met de loop recht in en/of voor het gezicht, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 7] te richten en/of gericht te houden;

7.

hij op of omstreeks 22 december 2017 te Assen (een) wapen(s) van categorie I onder 7˚, te weten Colt Model 1911, zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor alle ten laste gelegde feiten gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmiddelen

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde als volgt:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 juli 2018;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 20 februari 2018, opgenomen op pagina 317 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018072157 d.d. 28 maart 2018, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] ;

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 20 februari 2018, opgenomen op pagina 330 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] .

Deze opgave luidt ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde als volgt:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 juli 2018;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 februari 2018, opgenomen op pagina 244 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018072157 d.d. 28 maart 2018, inhoudende de verklaring van R.J-W. [slachtoffer 3] ;

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 19 februari 2018, opgenomen op pagina 311 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4] .

Deze opgave luidt ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde als volgt:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 juli 2018;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 19 februari 2018, opgenomen op pagina 311 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018072157 d.d. 28 maart 2018, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4] .

Deze opgave luidt ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde als volgt:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 juli 2018;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 22 februari 2018, opgenomen op pagina 335 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018072157 d.d. 28 maart 2018, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 5] .

Deze opgave luidt ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde als volgt:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 juli 2018;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 22 februari 2018, opgenomen op pagina 341 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2018072157 d.d. 28 maart 2018, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 6] .

Deze opgave luidt ten aanzien van het onder 6 bewezen verklaarde als volgt:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 juli 2018;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 22 december 2017, opgenomen op pagina 25 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017334655 d.d. 12 januari 2018, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7] ;

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 22 december 2017, opgenomen op pagina 56 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 7] .

Deze opgave luidt ten aanzien van het onder 7 bewezen verklaarde als volgt:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 juli 2018;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 januari 2018, opgenomen op pagina 46 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017334655 d.d. 12 januari 2018, inhoudende het relaas van verbalisant M. Regtop.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

parketnummer 18/940003-18

1.

hij op 18 februari 2018 te Assen, op de openbare weg, de Laak, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van hun mobiele telefoon en hun pinpas, met bijbehorende pincode, toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

- verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gedwongen te stoppen en hebben gedwongen op een bankje te gaan zitten en

- verdachte en/of zijn mededader(s) een mes hebben gepakt en dit aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft getoond en dat mes op het lichaam van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gezet en gericht en

- verdachte en/of zijn mededader(s) een doekje voor zijn gezicht hebben gehad en

- verdachte en/of zijn mededader(s) dreigend hebben gezegd "zakken leeg" en "geef je pincode" en

- verdachte en/of zijn mededader(s) hebben gezegd: "als we sirenes

horen, weten we jullie te vinden en je mag niet de politie bellen;

2.

hij op 19 februari 2018 te Assen, op de openbare weg, de Van Heuven Goedhartlaan, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van hun mobiele telefoon en hun pinpas, met bijbehorende pincode, toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

- verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] tot stilstaan hebben gedwongen en er omheen zijn gaan staan, en

- verdachte en/of diens mededader(s) een mes aan die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] hebben getoond en dit mes dreigend hebben opgehouden voor die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en

- verdachte en/of zijn mededader(s) een doekje voor het gezicht hebben gehad, en

- verdachte en/of zijn mededader(s) dreigend hebben gezegd "maak je zakken leeg" en "geef me je pincode", en

- verdachte en/of zijn mededader(s) hebben gezegd: "steek hem neer" en "we nemen ze mee het bos in";

3.

hij op 19 februari 2018 te Assen, tezamen en in vereniging met anderen, 70,-- euro, die aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 4] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met de pinpas, op naam staande van die [slachtoffer 4] , en bijbehorende pincode van die [slachtoffer 4] het geld te pinnen;

4.

hij op 21 februari 2018 te Assen, op de openbare weg De Laak, tezamen en in vereniging met

anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (werkzaam als pizzakoerier bij [bedrijfsnaam] ) heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met hierin een hoeveelheid geld,

toebehorende aan [bedrijfsnaam] , welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

- verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 5] hebben gemaand te stoppen en

- verdachte en/of zijn mededader(s) dicht om die [slachtoffer 5] zijn gaan staan en

- verdachte en/of zijn mededader(s) een mes aan die [slachtoffer 5] hebben getoond en dat mes op het bovenbeen van die [slachtoffer 5] hebben geduwd, en

- verdachte en/of zijn mededader(s) dreigend hebben gezegd "geef alles wat je

hebt, haal je zakken leeg";

5.

hij op 21 februari 2018 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van goederen die van hun gading zou kunnen zijn, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader

- die [slachtoffer 6] (rijdende op een fiets, onder "de blauwe brug") hebben

gemaand te stoppen en

- aan die [slachtoffer 6] een mes, hebben getoond, en

- die [slachtoffer 6] de zakken leeg hebben laten maken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

parketnummer 18/940045-17

6.

hij op 22 december 2017 te Assen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 7] heeft bedreigd met zware mishandeling, door, op korte afstand en met de loop recht voor het gezicht, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 7] en [slachtoffer 7] te richten;

7.

hij op 22 december 2017 te Assen een wapen van categorie I onder 7˚, te weten Colt Model 1911, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

2. Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

3. Diefstal door twee of meer verenigde personen, door middel van valse sleutels.

4. Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5. Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6. Bedreiging met zware mishandeling.

7. Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, Wet wapens en munitie.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot 240 dagen jeugddetentie, waarvan 205 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis, locatie Drenthe, de maatregel ITB harde kern voor de duur van zes maanden, elektronisch toezicht met GPS voor de duur van drie maanden van de proeftijd, medewerking verlenen aan het programma ‘Tjeenz’ of ‘Yes we Can’ indien de reclassering dit noodzakelijk acht en een contactverbod met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , zolang de jeugdreclassering dit nodig acht. De officier van justitie heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden gevorderd en een opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een werkstraf voor de duur van 200 uren wordt opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd om in geval van voortzetting van de maatregel ITB harde kern, te bepalen dat het elektronisch toezicht voor maximaal drie maanden wordt voortgezet. Daarnaast heeft de raadsman bepleit om de taakstraf in duur te beperken zodat rekening wordt gehouden met de drukke school- en werkweken van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 juni 2018, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, zoals dit op de dagvaarding is vermeld en welk feit hiermee is afgedaan.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in korte tijd samen met anderen schuldig gemaakt aan meerdere afpersingen van personen en éénmaal aan een poging daartoe. De slachtoffers zijn bedreigd met een mes en hen is vrees aangejaagd. Bij een van de afpersingen is daarnaast door verdachte en zijn mededaders gepind met een afhandig gemaakte pinpas. Dit zijn zeer ernstige feiten en de aangevers hebben zich heel angstig gevoeld. Twee van de aangevers durfden in eerste instantie zelfs geen aangifte te doen. Ook de mensen in de samenleving - en in het bijzonder de inwoners van de stad Assen - hebben zich ten tijde van de overvallen onrustig en onveilig gevoeld. Verdachte is hiervoor (mede) verantwoordelijk en dit wordt hem door de rechtbank aangerekend. Uit het dossier blijkt dat verdachte zich ten tijde van deze feiten heeft opgesteld als leider van de groep en dat hij grotendeels het woord heeft gevoerd. De rechtbank vindt het goed van verdachte dat hij hier bij de politie en ter terechtzitting voor is uit gekomen en zijn rol niet kleiner heeft gemaakt. Dit maakt de feiten echter niet minder ernstig.

Naast deze feiten heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan een bedreiging met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en aan verboden wapenbezit. Verdachte stelt dat aan de bedreiging een woordenwisseling vooraf is gegaan en dat hij zich bedreigd voelde. Dit maakt echter niet dat hij met een wapen mocht gaan dreigen. De bedreigde personen wisten niet dat het ging om een nepvuurwapen en zijn hier erg van geschrokken. Verdachte had verstandig moeten zijn en moeten weglopen.

De ernst van de feiten maakt dat de oplegging van jeugddetentie voor lange duur gerechtvaardigd is. De rechtbank houdt echter ook rekening met de jeugdigheid van verdachte en het belang van zijn ontwikkeling voor de toekomst. De rechtbank zal dan ook bepalen dat verdachte jeugddetentie wordt opgelegd voor de duur van 240 dagen. Van deze periode wordt de tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, afgetrokken. Het overige gedeelte wordt in voorwaardelijke vorm opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank zal bepalen dat verdachte deze dagen niet hoeft uit te zitten als hij zich gedurende een proeftijd van twee jaren aan een aantal voorwaarden houdt. Bij het bepalen van deze voorwaarden heeft de rechtbank acht geslagen op de over de persoon van verdachte opgemaakte rapporten, te weten het Pro Justitia rapport van 24 april 2018, opgesteld door mw. drs. G. van der Stam- van der Kleij, GZ-psycholoog, het adviesrapport van de Jeugdreclassering van 3 juli 2018, opgesteld door J. Ploeger, jeugdreclasseerder en het adviesrapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 6 juli 2018, opgesteld door S. Buntsma, Raadsonderzoeker.

Op basis van voornoemde rapporten en hetgeen ter terechtzitting namens de jeugdreclassering en de Raad voor de Kinderbescherming naar voren is gebracht, houdt de rechtbank bij het bepalen van de straf rekening met de omstandigheid dat bij verdachte sprake is van een lichte norm overschrijdende gedragsstoornis, gebrekkige coping mechanismen en een ouder-kind relatie probleem. Verdachte neemt graag de leiding en is sterk afhankelijk van concrete ge- en verboden, waarop direct toezicht wordt gehouden. De ouders van verdachte hebben dit enige tijd niet gedaan. De rechtbank volgt de deskundigen in de conclusie dat dit alles de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte beïnvloedde ten tijde van het plegen van de feiten, zodat deze hem verminderd worden toegerekend.

Het recidiverisico, wat inhoudt dat de kans dat verdachte weer een (soortgelijk) strafbaar feit begaat, is groot. Om het risico op recidive te kunnen verkleinen en een pro-sociale ontwikkeling te bevorderen is verdachte gebaat bij begeleiding die zich richt op een praktische duidelijke begrenzing van zijn leefomgeving, met direct toezicht daarop. Het ITB Harde Kern traject, dat verdachte nu in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis ondergaat, biedt verdachte bescherming waar hij veel baat bij heeft. De rechtbank zal dan ook bepalen dat dit traject wordt voortgezet. Gedurende de eerste drie maanden van de proeftijd zal aan dit traject elektronisch toezicht met GPS functie worden gekoppeld, omdat gedurende het aan de zitting voorafgaande reclasseringscontact is gebleken dat dit nog enige tijd nodig is.

Naast deze voorwaarde zal de rechtbank bepalen dat verdachte zich gedurende de proeftijd moet melden bij stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis, locatie Drenthe. Uit de omstandigheid dat verdachte samen met zijn medeverdachten meerdere keren is overgaan tot het plegen van strafbare feiten, is gebleken dat zij een slechte invloed op elkaar hebben.

Daarom zal de rechtbank ook bepalen dat verdachte gedurende de proeftijd geen contact mag opnemen met zijn medeverdachten, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Omdat verdachte komend jaar in zijn examenjaar zit, veel werkt en veel tijd zal moeten besteden aan het geschetste traject, acht de rechtbank de oplegging van de bijzondere voorwaarde, inhoudende dat verdachte moet deelnemen aan het programma ‘Tjeenz’ of ‘Yes we Can’, niet opportuun.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie passend is. De rechtbank houdt - bij het bepalen van het voorwaardelijke strafgedeelte - rekening met 35 dagen verzekering en voorlopige hechtenis. De rechtbank zal dan ook bepalen dat aan verdachte een jeugddetentie voor de duur van 240 dagen waarvan 205 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld een aantal bijzondere voorwaarden, en een werkstraf voor de duur van 200 uren wordt opgelegd. Daarnaast zal zij bepalen dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 77,96 ter vergoeding van materiële schade en € 400,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

2. [slachtoffer 4] , tot een bedrag van € 79,75 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
3. [bedrijfsnaam] , tot een bedrag van € 71,26 ter zake van materiële schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich voor wat betreft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk is en dat de vordering tot een bedrag van € 34,75 hoofdelijk kan worden toegewezen en voor het overige niet ontvankelijk dient te worden verklaard, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, waarbij de vervangende jeugddetentie op nul moet worden gesteld. Een bedrag van €45,00 dient op het gevorderde bedrag in mindering te worden gebracht, nu dit bedrag onder medeverdachte [medeverdachte 2] in beslag is genomen en door het openbaar ministerie aan de rechthebbende, zijnde [slachtoffer 4] , dient te worden teruggegeven. De officier van justitie heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [bedrijfsnaam] in de vorderingen ontvankelijk zijn en dat de vorderingen integraal en hoofdelijk dienen te worden toegewezen, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, waarbij de vervangende jeugddetentie op nul moet worden

gesteld.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen integraal voor toewijzing vatbaar zijn.

Oordeel van de rechtbank

t.a.v. de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde. De rechtbank zal toewijzing beperken tot het bedrag van € 34,75, omdat het overige in beslag is genomen onder medeverdachte [medeverdachte 2] en dient te worden teruggeven aan [slachtoffer 4] . De rechtbank zal - gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn medeverdachten en omdat zij het niet wenselijk vindt dat zij hierover onderling contact kunnen krijgen - niet bepalen dat de vorderingen ‘hoofdelijk’ worden toegewezen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat iedere verdachte voor een gelijk deel aansprakelijk is.

De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van (€ 34,75 / 4 =) € 8,69, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 februari 2018. De vordering van de benadeelde partij wordt voor het overige afgewezen.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank zal bepalen dat de duur van de vervangende jeugddetentie, in geval van wanbetaling, op nul wordt gesteld.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

t.a.v. de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde.

De rechtbank zal - gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn medeverdachten en omdat zij het niet wenselijk vindt dat zij hierover onderling contact kunnen krijgen - niet bepalen dat de vorderingen ‘hoofdelijk’ worden toegewezen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat iedere verdachte voor een gelijk deel aansprakelijk is.

De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van (€ 477,96 / 5 =) € 95,59, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 februari 2018. De vordering van de benadeelde partij wordt voor het overige afgewezen.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank zal bepalen dat de duur van de vervangende jeugddetentie, in geval van wanbetaling, op nul wordt gesteld.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

t.a.v. de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezen verklaarde.

De rechtbank zal - gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn medeverdachten en omdat zij het niet wenselijk vindt dat zij hierover onderling contact kunnen krijgen - niet bepalen dat de vorderingen ‘hoofdelijk’ worden toegewezen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat iedere verdachte voor een gelijk deel aansprakelijk is.

De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van (€ 71,26 / 3 =) € 23,75, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 februari 2018. De vordering van de benadeelde partij wordt voor het overige afgewezen.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed. De rechtbank zal bepalen dat de duur van de vervangende jeugddetentie, in geval van wanbetaling, op nul wordt gesteld.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77za, 285, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 240 dagen

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 205 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich meldt bij stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis, locatie Drenthe;

- dat veroordeelde gedurende 6 maanden Intensieve Traject Begeleiding Harde Kern (ITB Harde Kern) volgt;

- dat veroordeelde vanaf 2 september 2018 dient mee te werken aan elektronisch toezicht met GPS voor de duur van drie maanden;

- dat veroordeelde op geen enkele wijze contact opneemt met [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] , [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 2] , [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum 2] , en [medeverdachte 4] geboren op [geboortedatum 2] , zo lang de reclassering van stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis, locatie Drenthe dit noodzakelijk acht.

Draagt de reclassering van stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis, locatie Drenthe op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

een werkstraf voor de duur van 200 uren. De werkstraf moet binnen 12 maanden zijn verricht.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur 100 dagen zal worden toegepast.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 26 juli 2018.

Ten aanzien van 18/940003-18, feit 1:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van

€ 95,59 (zegge: vijfennegentig euro en negenenvijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2018.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige wordt afgewezen.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 95,59 (zegge: vijfennegentig euro en negenenvijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 0 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 15,59 ter vergoeding van materiële schade en € 80,00 ter vergoeding van immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van 18/940003-18, feit 2 en 3:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van

€ 8,69 (zegge: acht euro en negenenzestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 februari 2018.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige wordt afgewezen.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] te betalen een bedrag van € 8,69 (zegge: acht euro en negenenzestig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 0 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van 18/940003-18, feit 4:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van

€ 23,75 (zegge: drieëntwintig euro en vijfenzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2018.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam] voor het overige wordt afgewezen.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [bedrijfsnaam] te betalen een bedrag van € 23,75 (zegge: drieëntwintig euro en vijfenzeventig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 0 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [bedrijfsnaam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C.M. Wolfert, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. B.I. Klaassens en mr. C. Brouwer, rechters, bijgestaan door mr. A.A. de Haan-Geertsema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juli 2018.

mr. C. Brouwer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.