Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:2779

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-07-2018
Datum publicatie
16-07-2018
Zaaknummer
18-580017-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling taakstraf wegens cardsharing.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 326c
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/850017-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 juli 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 juli 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.W. van der Zee, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Houwink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 1 maart 2017 te Groningen en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zijn beroep heeft gemaakt van het opzettelijk uit winstbejag bewaren en/of vervaardigen en/of openlijk ter verspreiding aanbieden van (een) voorwerp(en) en/of (een) gegeven(s) dat/die kennelijk bestemd was/waren tot het plegen van het misdrijf om met het oogmerk daarvoor niet volledig te betalen door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen gebruik te maken van een dienst die via telecommunicatie aan het publiek wordt aangeboden, immers heeft/hebben hij en/of zijn medeverdachte(n) (telkens), - een of meer voorwerp(en), te weten een of meer gemodificeerde ontvanger(s)/dreambox(en), inclusief de benodigde programmatuur, althans een of meer computerconfiguratie(s) en/of een of meer smartcard lezer(s) en/of een computerprogramma genaamd " [programma] " en/of een of meer smartcard(s) van (een) aanbieder(s) van abonneetelevisie, ter verspreiding voorhanden gehad en/of bewaard en/of vervaardigd, en/of - een of meer advertentie(s) geplaatst op de website marktplaats.nl waarin die/deze gemodificeerde ontvanger(s)/dreambox(en) te koop en/of openlijk ter verspreiding werden aangeboden, en/of - die/deze gemodificeerde ontvanger(s)/dreambox(en), inclusief de benodigde programmatuur, althans die/deze computerconfiguratie(s) en/of die/deze smartcard lezer(s) en/of dat computerprogramma genaamd " [programma] " en/of die/deze smartcard(s) van (een) aanbieder(s) van abonneetelevisie, (al dan niet via voornoemde advertentie(s) op de website marktplaats.nl) verkocht, en/of - door een of meer technische ingre(e)p(en) en/of valse signa(a)l(en) middels eerdergenoemde gemodificeerde ontvanger(s)/ dreambox(en), althans computerconfiguratie(s) en/of smartcard lezer(s) en/of computerprogramma en/of smartcard(s), via het internet abonneetelevisie ter beschikking gesteld aan (ongeveer) 177, althans 125 tot 175, althans een of meerdere, gebruiker(s)/afnemer(s)/klant(en), en/of - voor de aldus ter beschikking gestelde abonneetelevisie (telkens) abonnementsgeld ontvangen en/of nieuwe en/of betalende gebruikers/afnemers/klanten aangeleverd gekregen, althans een vergoeding gevraagd en/of verkregen van voornoemde gebruiker(s)/afnemer(s)/klant(en), althans een of meer ander(en), aan wie hij/zij deze abonneetelevisie ter beschikking heeft/hebben gesteld;

Subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 1 maart 2017 te Groningen, althans in Nederland, telkens opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een ontvanger voor (digitale) televisie en/of benodigde smartcard van Ziggo voor ontvangst van (digitale) televisie is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten door (telkens) toegang verschaffen tot de chip van voornoemde smartcard en/of het onttrekken/decoderen van (het versleutelingsalgoritme van die) smartcard van Ziggo, en dat hij, verdachte, vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij/zij zich wederrechtelijk bevond voor zichzelf en/of een ander heeft overgenomen, afgetapt en/of opgenomen, immers heeft verdachte (telkens) dit ontsleutelingsalgoritme/ het ontsleutelingssignaal op die smartcard, middels software op verdachtes computerserver(s), uitgelezen en/of gekopieerd en/of ontsleuteld verder verspreid en/of ter beschikking gesteld aan (ongeveer) 177, althans 125 tot 175, althans een of meerdere gebruiker(s)/afnemer(s)/klant(en).

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het primair ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte zich in 2013 nog niet bezighield met de verkoop van gemodificeerde dreamboxen. Voor het overige heeft de raadsvrouw zich gerefereerd wat betreft de bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juli 2018;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 18 november 2015, opgenomen op pagina 43 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met [nummer] d.d. 27 juli 2017, inhoudende de verklaring van [benadeelde] .

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 27 februari 2017, opgenomen op pagina 27 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant.

De rechtbank is van oordeel dat uit de in het dossier bevindende stukken onvoldoende kan worden afgeleid dat verdachte zich al vóór 1 januari 2014 beroepsmatig met cardsharing bezighield en zal, zoals de verdediging heeft bepleit, als pleegperiode bewezen verklaren de periode van 1 januari 2014 tot en met 1 maart 2017.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 1 maart 2017 te Groningen en elders in Nederland, zijn beroep heeft gemaakt van het opzettelijk openlijk ter verspreiding aanbieden van voorwerpen en gegevens die kennelijk bestemd waren tot het plegen van het misdrijf om met het oogmerk daarvoor niet volledig te betalen door een technische ingreep en met behulp van valse signalen gebruik te maken van een dienst die via telecommunicatie aan het publiek wordt aangeboden, immers heeft hij telkens,

- voorwerpen, te weten een of meer gemodificeerde ontvangers/dreamboxen, inclusief de benodigde programmatuur, ter verspreiding voorhanden gehad, en

- deze gemodificeerde ontvangers/dreamboxen, inclusief de benodigde programmatuur, al dan niet via advertentie(s) op de website marktplaats.nl verkocht, en

- door technische ingrepen en/of valse signalen middels eerdergenoemde gemodificeerde ontvangers/dreamboxen via het internet abonneetelevisie ter beschikking gesteld aan 125 tot 175 gebruikers/afnemers/klanten, en

- voor de aldus ter beschikking gestelde abonneetelevisie telkens abonnementsgeld ontvangen en/of nieuwe en/of betalende gebruikers/afnemers/klanten aangeleverd gekregen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

uit hoofde van beroep opzettelijk een voorwerp dat kennelijk is bestemd, of gegevens die kennelijk zijn bestemd, tot het plegen van het in het eerste lid van artikel 326c van het Wetboek van Strafrecht bedoelde misdrijf, openlijk ter verspreiding aanbieden.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor het opleggen van een niet-vrijheidsbenemende sanctie. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte handelde om een gokverslaving te onderhouden, welke verslaving thans onder controle is.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage en het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een illegaal systeem van zogeheten ‘cardsharing’ opgezet, een fenomeen dat

-samengevat- inhoudt dat een televisiesignaal via gemodificeerde apparatuur, zoals een zogenoemde dreambox, wordt doorgezonden naar derden, zonder dat de oorspronkelijke signaalaanbieder daarvan wetenschap draagt en zonder dat deze het doorzenden goedkeurt. Voornoemde derden ontlopen op die manier de betalingsverplichting aan de oorspronkelijke aanbieder. Als tegenprestatie voor het illegaal ontvangen van het signaal betalen zij abonnementsgeld aan degene die het signaal illegaal aan hen doorgeleidt. Dit abonnementsbedrag is substantieel lager dan het abonnementsgeld dat de oorspronkelijke aanbieder in rekening brengt. Verdachte heeft hiertoe gedurende meerdere jaren dreamboxen ingekocht en deze zodanig geprogrammeerd en ingesteld dat deze het digitale signaal vanaf zijn servers konden ontvangen. Vervolgens heeft hij deze gemodificeerde dreamboxen verkocht en zijn afnemers abonnementsgeld in rekening gebracht. De omvang van de klantenkring verraadt dat hij niet slechts een beperkte groep vrienden en bekenden bediende, maar ook buiten die kring opereerde. Verdachte prikkelde bovendien zijn klanten om nieuwe klanten te werven, door hen bij het aanleveren van nieuwe klanten geen abonnementsgeld in rekening te brengen. Verdachte hield er een jarenlange professionele bedrijfsvoering op na, waarmee hij zijn inkomen, een WIA-uitkering, heeft aangevuld teneinde een gokverslaving te onderhouden. Ook nadat verdachte zijn gokverslaving, naar eigen zeggen, onder controle heeft gekregen, heeft hij zijn bedrijfsactiviteiten voortgezet. Met deze handelwijze heeft verdachte de aanbieder van het televisiesignaal, Ziggo, benadeeld.

De rechtbank zal verder rekening houden met het feit dat verdachte zijn gokverslaving thans kennelijk onder controle heeft, waardoor de noodzaak tot het vergaren van middelen om die verslaving te financieren er niet meer is. Ook weegt de rechtbank ten voordele van verdachte mee dat hij niet eerder voor een soortgelijk vergrijp is veroordeeld, vanaf de start van het strafrechtelijk onderzoek volledig openheid van zaken heeft gegeven en verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen.

Het voorgaande in aanmerking nemende, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend is en dat kan worden volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een maximale taakstraf. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient ertoe verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank overweegt ten aanzien van de inbeslaggenomen dreamboxen (voorwerpnummers 10, 11, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 24 op de beslaglijst) dat dit voorwerpen zijn waarmee het strafbare feit is begaan dan wel die tot het begaan van het feit zijn bestemd en deze toebehoren aan verdachte. Deze voorwerpen zijn op zichzelf legaal. Indien de dreamboxen worden voorzien van gemodificeerde software waarmee cardsharing wordt gepleegd, is het ongecontroleerde bezit daarvan echter wel in strijd met de wet. Hoewel niet van alle in beslaggenomen dreamboxen vaststaat dat deze reeds zijn voorzien van de gemodificeerde software, ziet de rechtbank in het voorgaande aanleiding alle dreamboxen te onttrekken aan het verkeer.

De rechtbank acht de navolgende inbeslaggenomen voorwerpen zoals vermeld op de lijst van inbeslaggenomen goederen vatbaar voor verbeurdverklaring nu het strafbare feit is begaan met deze goederen en deze toebehoren aan verdachte:

- computers (voorwerpnummer 5, 6, 7, 40, 41, 42, 43)

- smartcards (voorwerpnummer 8, 9, 23, 47)

- horloge (voorwerpnummer 44)

- kaartlezer (voorwerpnummer 46)

Verdachte heeft met betrekking tot zeven specifiek genoemde voorwerpen verzocht deze terug te geven, nu dit goederen zijn van zijn dochter dan wel foto’s bevatten die verdachte graag wil behouden. De officier van justitie heeft niet expliciet bezwaar gemaakt tegen teruggave van deze goederen.

De rechtbank is van oordeel dat zes van deze inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- een mobiele telefoon (merk en type: Samsung Edge) (voorwerpnummer 31),

- een mobiele telefoon (Huawei Honor) (voorwerpnummer 32),

- een computer (Acer) (voorwerpnummer 45),

- een externe harde schijf (Xarius) (voorwerpnummer 13),

- een externe harde schijf (Western Digital) (kvi p. 346) en

- een mediabox (Amiko) (voorwerpnummer 12)

moeten worden teruggegeven aan [verdachte] nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Verdachte heeft ook verzocht een inbeslaggenomen bedrag van € 220,- aan hem te retourneren, omdat dit geldbedrag zijn dochter zou toekomen. Dit bedrag staat niet op de beslaglijst en de rechtbank heeft ook niet anderszins uit het dossier kunnen herleiden dat op dit specifieke bedrag beslag is gelegd. Ter zake van het door verdachte genoemde bedrag zal dan ook geen beslissing worden genomen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c en 326c van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd,

welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt verdachte voorts tot:

een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

- dreamboxen (voorwerpnummers 10, 11, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 24).

Verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:

- computers (voorwerpnummers 5, 6, 7, 40, 41, 42, 43)

- smartcards (voorwerpnummers 8, 9, 23, 47)

- horloge (voorwerpnummer 44)

- kaartlezer (voorwerpnummer 46).

Gelast de teruggave aan [verdachte] van de volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen:

- mobiele telefoon (merk en type: Samsung Edge) (voorwerpnummer 31)

- mobiele telefoon (Honor) (voorwerpnummer 32)

- computer (Acer) (voorwerpnummer 45)

- externe harde schijf (Xarius) (voorwerpnummer 13)

- externe harde schijf (Western Digital) (kvi p. 346)

- mediabox (Amiko) (voorwerpnummer 12).

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Haisma, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. J. Edgar, rechters, bijgestaan door mr. E.W. Jeuring, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juli 2018.

Mr. L.W. Janssen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.