Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:2564

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-07-2018
Datum publicatie
04-07-2018
Zaaknummer
C/19/122416 / FA RK 18-599
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming tot wijziging van het verblijf (artikel 1:336a BW). Grootouders roepen het blokkaderecht in. Pleegouders/grootouders beschikken niet over voldoende opvoedingsvaardigheden om op een leeftijdsadequate manier te reageren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rekestnummer: C/19/122416 / FA RK 18-599

beschikking toestemming wijziging verblijfplaats in het kader van voogdij

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,

hierna te noemen JB Noord,

gevestigd te Assen,

betreffende

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , hierna te noemen [minderjarige 1] ;

[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , hierna te noemen [minderjarige 2] .

De rechtbank merkt voorts als belanghebbenden aan:

[A.J.M.] en [K.J.M.], de pleegouders/grootouders, hierna te noemen de pleegouders,

wonende te [woonplaats] ,

gemachtigde: mr. drs. W.A. Koers.

De rechtbank merkt als informanten aan:

[E.M.] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] ,

[A.P.] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] .

1 Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van JB Noord, ingekomen bij de griffie op 3 april 2018,

- de brieven met bijlagen van JB Noord, ingekomen bij de griffie op 16 april 2018 en 18 april 2018,

- de brief met bijlagen van mr. W.A. Koers namens de pleegouders, ingekomen bij de griffie op 18 april 2018;

- de aantekeningen van mr. W.A. Koers, welke ter zitting zijn overgelegd.

De voorzitter, tevens kinderrechter heeft op 17 april 2018 gesproken met de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Op 19 april 2018 heeft de rechtbank de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- mevrouw [B] , namens JB Noord,

- de pleegouders, bijgestaan door mr. drs. W.A. Koers,

- de vader,

- de moeder,

- de heer [Z] , namens de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad.

2 De feiten

Bij beschikking van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, van 22 oktober 2014 zijn de ouders ontheven van het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en is Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Oost Drenthe (thans: Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen) benoemd tot voogdes. Deze beschikking is op 16 juli 2015 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch bekrachtigd.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen sinds januari 2012 bij hun pleegouders (netwerkpleeggezin).

3 Het verzoek

JB Noord heeft de rechtbank verzocht toestemming te verlenen tot wijziging van het verblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en voert daartoe het volgende aan.

De pleegouders houden veel van de kinderen, maar de opvoeding van de kinderen valt de pleegouders zwaar. De kinderen ageren steeds meer tegen de strenge regels van pleegouders en het feit dat ze niet voldoende vrijheid krijgen, waardoor regelmatig heftige conflicten ontstaan. De draagkracht van pleegouders, vooral grootmoeder, wordt steeds minder. Ondanks de inzet van extra hulpverlening (extra uren pleegzorg, IAG van Timon en extra uren GGZ) lijken pleegouders niet in staat om veel veranderingen aan te brengen in hun gedrag en opvoeding richting de kinderen, met name grootmoeder lukt dit niet. Er is door pleegouders al meerdere malen gemeld, zowel bij de kinderen als bij de hulpverlening, dat de kinderen uit huis moeten. Als de stap gezet wordt om de kinderen elders te laten verblijven of dat daar over gesproken wordt, dan willen ze het niet.

JB Noord is van mening dat de kinderen bij de pleegouders niet de ontwikkeling kunnen doormaken die ze nodig hebben om op te groeien tot zelfstandige volwassenen die in de maatschappij weten om te gaan met verschillende situaties. Dit omdat er sprake is van veelvuldige ruzies en de kinderen niet de vrijheid krijgen om zichzelf te leren kennen, te leren van hun eigen fouten, te leren verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen daden, eigen keuzes te maken en te leren om te gaan met heftige emoties zoals ruzies. Dit is de reden dat JB Noord aanvankelijk het traject wilde inzetten om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] minimaal doordeweeks elders te laten verblijven en dat zij in overleg met pleegouders de weekenden en (delen) van de vakanties bij hen kunnen zijn. JB Noord heeft aan dit voorstel onvoldoende uitvoering kunnen geven, omdat de situatie bij pleegouders niet langer houdbaar was. Op 8 maart 2018 was er wederom een heftige escalatie en hebben pleegouders aan JB Noord gemeld dat de kinderen niet meer thuis konden wonen. Er is toen besloten om de kinderen elders te plaatsen. Pleegouders waren het uiteindelijk niet eens met de plaatsing en beriepen zich op hun blokkaderecht. Bij toewijzing van het verzoek van JB Noord zal de opvoeding niet meer bij de pleegouders liggen, waardoor ze weer opa en oma kunnen zijn.

4 Het standpunt van belanghebbenden

Standpunt van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] willen graag bij opa en oma blijven wonen.

Standpunt van pleegouders

Ter zitting is door mr. Koers geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van JB Noord. Pleegouders willen de permanente basis blijven bieden voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en willen de pleegzorgbegeleiding via Timon continueren.

Het zou goed zijn als beide kinderen één weekend per twee maanden samen zouden kunnen worden opgevangen in een weekendpleeggezin. Dit zou voor pleegouders al verlichting van hun taak als verzorgers en opvoeders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] betekenen. De pleegouders hebben te kennen gegeven dat door JB Noord geen uitvoering is gegeven aan het voornoemde voorstel om pleegouders te ontlasten.

Standpunt van de Raad

Ter zitting heeft de Raad verklaard van mening te zijn dat het verzoek voor toewijzing vatbaar is. Ondanks de inzet van veel hulpverlening is gebleken dat de situatie bij de pleegouders inmiddels onhoudbaar is geworden. De kinderen zijn ouder geworden en vragen andere opvoedingsvaardigheden. Voor pleegouders is het niet makkelijk om met deze situatie mee te veranderen. Het is niet langer verantwoord om pleegouders nogmaals, met inzet van extra hulpverlening, een kans te geven om te laten zien dat zij in staat zijn om zorg te dragen voor de opvoeding van de kinderen.

Wel acht de Raad het van belang dat er zorgvuldig en met een opbouw wordt toegewerkt naar de situatie dat de kinderen woonachtig zijn in een neutraal pleeggezin. De kinderen dienen van hun pleegouders emotionele toestemming te krijgen om in een ander pleeggezin te gaan wonen. Het is dan ook van belang dat bij inzet van dit traject er de nodige aandacht en ondersteuning wordt geboden aan pleegouders en de kinderen.

Standpunt van vader (als informant)

De kinderen zijn blij bij de pleegouders. Het idee om de pleegouders te ontlasten is nooit van de grond gekomen. Pleegouders zijn onvoldoende ondersteund door de hulpverlening. Zonder ondersteuning van de hulpverlening is de opvoeding en begeleiding van de kinderen voor pleegouders heel zwaar.

5 De beoordeling

Op grond van artikel 1:336a Burgerlijk Wetboek (hierna ook te noemen: BW) kan de voogd niet dan met toestemming van de pleegouders, door wie de minderjarige gedurende ten minste een jaar wordt verzorgd en opgevoed, wijziging in het verblijf van de minderjarige brengen. Nu de pleegouders hun blokkaderecht hebben ingeroepen, kan de voogd op grond van artikel 1:336a lid 2 BW toestemming vragen aan de rechtbank het verblijf van de minderjarigen te wijzigen. Een dergelijk verzoek van de voogd wordt slechts ingewilligd indien de rechtbank dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk oordeelt.

De rechtbank stelt allereerst vast dat is voldaan aan de vereisten van lid 1 van artikel 1:336a BW, omdat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] sinds 26 januari 2012 woonachtig zijn bij hun pleegouders (grootouders v.z.).

Thans dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of de door JB Noord verzochte toestemming tot wijziging in het verblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord en overweegt gelet op de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht als volgt.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de pleegouders niet over voldoende opvoedings-vaardigheden beschikken om op een leeftijdsadequate manier te reageren op de problematiek van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Die problematiek vraagt van de (primaire) opvoeder meer dan gemiddelde opvoedingsvaardigheden om te voldoen aan de behoeften van de minderjarigen. De pleegouders zijn zeer betrokken bij de kinderen, maar het ontbreekt hen aan inzicht en mogelijkheden de kinderen te bieden wat zij nu nodig hebben. Het is van belang dat de (primaire) opvoeder in staat is zijn of haar eigen emoties voldoende te kunnen reguleren.

De pleegouders zijn hiertoe niet in staat gebleken, omdat de draagkracht wordt overschreden door de draaglast die de opvoeding van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] met zich brengt. De inzet van langdurige, intensieve begeleiding en ondersteuning in de thuissituatie van de pleegouders is onvoldoende gebleken om de onmacht van de pleegouders te compenseren en de zorgen over de opvoedingssituatie weg te nemen. Tussen de meer dan gemiddelde ontwikkelingsbehoeften van de kinderen en de - verhoudingsgewijs beperkte - pedagogische mogelijkheden van de pleegouders lijkt zich thans geleidelijk aan een zekere scheefgroei af te tekenen, waarvan incidenten het gevolg zijn geweest. De heftige escalaties en de regelmatige mededelingen dat de kinderen niet meer bij pleegouders kunnen wonen, zijn schadelijk voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank acht pleegouders - hoewel zeer toegewijd - gezien het voorgaande niet in staat om adequate sturing te geven aan de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hen de gelegenheid te geven om toe te komen aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Gelet op het vorengaande is het daarom voor de kinderen van belang dat zij zich binnen een neutraal pleeggezin verder kunnen ontwikkelen met de nodige ondersteuning en stimulans binnen een gestructureerde en stabiele opvoedingsomgeving. Hetgeen door pleegouders is aangevoerd betreft dan ook geen contra-indicatie die leidt tot een ander oordeel.

De rechtbank is van oordeel dat het, gelet op het feit dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ruim zes jaar bij de pleegouders hebben gewoond, niet wenselijk is om plotseling over te gaan tot wijziging in het verblijf. De rechtbank acht het daarom van belang om, zoals door de Raad is geadviseerd, middels een zorgvuldige, geleidelijke opbouw toe te werken naar de situatie dat de kinderen woonachtig zullen zijn in een neutraal pleeggezin. Op deze wijze kunnen zowel de kinderen als de pleegouders wennen aan deze situatie en hopelijk lukt het de pleegouders de kinderen de emotionele toestemming te geven om elders verder op te groeien.

De rechtbank zal het verzoek tot wijziging van het verblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:

verleent JB Noord vervangende toestemming tot wijziging van het verblijf van [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , en [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. F. Brekelmans, voorzitter, mr. C.P. van Gastel,

mr. H.R. Eising, rechters, in tegenwoordigheid van J.N. Martijn als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat. worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

fn: JNM