Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:2066

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-05-2018
Datum publicatie
04-06-2018
Zaaknummer
6528708 / CV EXPL 17-13893
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vordering zorginstelling tegen budgethouder pgb. Facturatie door zorginstelling onjuist en niet tijdig. uitleg zorgovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rolnummer: 6528708 \ CV EXPL 17-13893

Vonnis van de kantonrechter d.d. 29 mei 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VILLA KAKELBONT KINDERZORG B.V.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

eiseres,

gemachtigde: mr. J. van der Veen,

tegen

[curator] in haar hoedanigheid van curator van [naam],

wonende te Groningen,

gedaagde,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna Kakelbont en de curator worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de aanvullende conclusie antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De kantonrechter zal bij de beoordeling van het geschil uitgaan van de volgende feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of niet voldoende betwist, tussen partijen vaststaan.

2.2.

[naam] (hierna: [naam] ) is door de rechtbank onder curatele gesteld. De rechtbank heeft de curator, de moeder van [naam] , benoemd tot curator.

2.3.

Kakelbont is een onderneming die onder meer actief is als kinderdagverblijf.

2.4.

[naam] was in 2016 houder van een persoonsgebonden budget (pgb) voor inkoop van zorg.

2.5.

Kakelbont en de curator hebben in 2016 een overeenkomst gesloten over de verlening van zorg door Kakelbont aan [naam] . Zij hebben daarbij gebruikgemaakt van een modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB). De overeenkomst is op 4 april 2016 namens Kakelbont ondertekend, waarna de overeenkomst is toegezonden aan de curator.

2.6.

De overeenkomst vermeldt dat de werkzaamheden van Kakelbont zullen bestaan uit het verzorgen van dagbesteding (artikel 5), en dat de zorg verleend wordt voor een onregelmatig aantal uren (artikel 6). Verder wordt bepaald dat de vergoeding voor de werkzaamheden € 12,50 per uur bedraagt en dat facturatie achteraf plaatsvindt (artikel 7).

2.7.

Artikel 9 van de overeenkomst vermeldt, onder de aanduiding "Vereisten waar een factuur aan moet voldoen":

"Binnen zes weken na de maand waarin de zorg is verleend, moet de zorginstelling een factuur bij de budgethouder indienen.

Een factuur dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

 Uw gegevens: naam, adres, burgerservicenummer en eventueel klantnummer

 Gegevens zorginstelling: naam, adres en KvK-nummer en IBAN.

 Specificatie of beschrijving van de verleende zorg. Het moet duidelijk zijn op welke dagen en uren er zorg is geleverd. De periode moet al verstreken zijn. Er kan dus niet vooraf worden gefactureerd.

 De afgesproken tarieven en uren zoals in de zorgovereenkomst vermeld.

 (…)

 Handtekening van de budgethouder of diens vertegenwoordiger, tenzij de factuur wordt ingediend via Mijn PGB.

(…)

Let erop dat de SVB een factuur kan afkeuren en terugsturen wanneer deze niet aan de bovenstaande voorwaarden voldoet. Dit kan vertraging opleveren voor de betaling."

2.8.

[naam] heeft in de periode van 23 maart 2016 tot 15 juli 2016 gebruikgemaakt van de zorgverlening door Kakelbont. De curator heeft de overeenkomst met Kakelbont per 15 juli 2016 beëindigd.

2.9.

Bij brief van 29 augustus 2016 heeft Kakelbont aan de curator verzocht om betaling van € 1.781,25. De brief vermeldt dat het gaat om een betalingsherinnering naar aanleiding van een factuur van 11 juli 2016.

2.10.

De curator heeft het betalingsverzoek van Kakelbont ter goedkeuring ingediend bij de SVB.

2.11.

Bij brief van 31 oktober 2016 heeft de SVB aan de curator bericht dat het ingediende betalingsverzoek niet verwerkt kon worden. De brief vermeldt:

"(…) Uw declaratie voldoet niet aan de voorwaarden, daarom kunnen wij deze niet verwerken. (…)

Waarom kunnen wij uw declaratie niet verwerken?

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom wij een declaratie niet kunnen verwerken. De factuur geeft aan dat dit een overzicht betreft van nog openstaande facturen bij uw zorgverlener. Om de facturen van uw zorgverlener te kunnen verwerken hebben wij de originele facturen nodig, onder andere voorzien van:

Gewerkte uren

De gewerkte uren van uw zorgverlener staan niet op de declaratie. Vermeld altijd de gewerkte uren van uw zorgverlener op de declaratie.

De maand

De maand waarop de declaratie betrekking heeft staat niet op de declaratie. Vermeld altijd de maand op de declaratie.

Uw handtekening

U heeft de declaratie niet ondertekend. Wij kunnen deze declaratie pas verwerken, als deze is ondertekend. Onderteken uw declaratie daarom altijd voordat u deze naar ons opstuurt."

2.12.

Kakelbont heeft het in rekening gebrachte bedrag van € 1.781,25 aangepast tot een bedrag van € 1.712,50. Kakelbont heeft de curator meerdere keren gesommeerd om dit bedrag te voldoen. Aan deze sommaties heeft de curator geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

Kakelbont vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de curator veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Kakelbont te betalen:

  1. een bedrag van € 1.712,50 ter zake onbetaald gelaten facturen;

  2. de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het onder sub a gevorderde vanaf 5 september 2016, althans in ieder geval vanaf 6 december 2016;

  3. de buitengerechtelijke incassokosten begroot op € 256,88;

  4. e kosten van de procedure, salaris gemachtigde daaronder begrepen, en de nakosten.

3.2.

De curator concludeert tot afwijzing van de vordering.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Kakelbont stelt in de conclusie van repliek dat haar naam in de dagvaarding onjuist is weergegeven en verzoekt om rectificatie. De vordering zou ingesteld zijn door Villa Kakelbont Kinderzorg B.V., en niet - zoals de dagvaarding vermeldt - door Villa Kakelbont B.V. De kantonrechter stelt vast dat de curator blijkens haar verweer heeft opgemerkt dat de partijaanduiding in de dagvaarding berust op een vergissing. Uit dat verweer blijkt ook dat de curator door de vergissing en de rectificatie daarvan niet benadeeld is of in haar verdediging is geschaad. De rectificatie van de partijaanduiding wordt dan ook toegestaan. De eisende partij in deze procedure is derhalve Villa Kakelbont Kinderzorg B.V. ('Kakelbont').

4.2.

Kakelbont vordert in deze procedure nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Volgens Kakelbont is de curator op grond van de overeenkomst verplicht tot betaling van het in rekening gebrachte bedrag van € 1.712,50. Dit bedrag is volgens haar ook verschuldigd indien de curator het bedrag niet meer ten laste van het pgb van [naam] kan brengen. De curator betwist dat zij het genoemde bedrag dient te betalen. Volgens de curator heeft Kakelbont bij het factureren niet voldaan aan de voorwaarden die daaraan in artikel 9 van de overeenkomst worden gesteld. Het in rekening gebrachte bedrag kan daardoor niet meer uit het pgb van [naam] voldaan worden, aldus de curator. Volgens de curator geeft de overeenkomst Kakelbont dan ook geen recht op betaling.

4.3.

In artikel 9 van de overeenkomst is bepaald dat de zorginstelling binnen zes weken na de maand waarin de zorg verleend is, een factuur moet indienen bij de budgethouder. Verder vermeldt de bepaling dat een factuur aan een aantal voorwaarden moet voldoen (zie hierboven, onder 2.7). Tussen partijen bestaat geen overeenstemming over het antwoord op de vraag wat er gelet op deze bepaling overeengekomen is. Het komt bij de beantwoording van die vraag aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen, en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen. De kantonrechter overweegt in dat verband als volgt.

4.4.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat Kakelbont bij het aangaan van de overeenkomst wist dat de curator de kosten voor de dagopvang wilde voldoen uit het pgb van [naam] . Uit de stellingen van partijen blijkt ook dat partijen zich ervan bewust waren dat de kosten alleen uit het pgb voldaan zouden kunnen worden, als de overeenkomst en de uitvoering daarvan voldeden aan de eisen die daaraan door de SVB werden gesteld. Dat geldt ook voor de eisen aan de facturering die vermeld zijn in artikel 9 van de overeenkomst. Deze bepaling vermeldt bovendien uitdrukkelijk dat een ingediende factuur die niet aan de genoemde vereisten voldoet, door de SVB afgekeurd kan worden. Naar oordeel van de kantonrechter hebben partijen die bepaling - mede gelet op de wederzijds kenbare bedoelingen en belangen - in dit geval redelijkerwijs dan ook aldus moeten begrijpen, en zijn zij daarmee overeengekomen, dat Kakelbont geen recht heeft op betaling van kosten die als gevolg van onjuist factureren niet ten laste van het pgb van [naam] kunnen worden gebracht.

4.5.

De curator stelt dat de facturen van Kakelbont niet voldeden aan de eisen van artikel 9 van de overeenkomst. De facturen zouden niet tijdig zijn ingediend en zouden ook onvoldoende zijn gespecificeerd, onder meer doordat niet aangegeven was op welke dagen en uren de zorg geleverd was. Volgens de curator heeft zij de in rekening gebrachte kosten om die reden niet uit het pgb van [naam] kunnen voldoen. Dat de facturatie niet aan de genoemde vereisten voldeed en dat de kosten daardoor, in elk geval aanvankelijk, niet uit het pgb voldaan konden worden, is door Kakelbont niet weersproken en wordt ook bevestigd door de brief van de SVB van 31 oktober 2016 (zie hierboven, onder 2.11).

4.6.

Volgens Kakelbont heeft zij op een later moment alsnog toereikende maandfacturen gestuurd en hadden de kosten om die reden op een later moment alsnog uit het pgb voldaan kunnen worden. Deze stelling wordt door de kantonrechter verworpen. De curator heeft gemotiveerd gesteld dat het bedrag dat in rekening werd gebracht, volgens haar te hoog was, en dat zij dit bedrag ook na toezending van de maandfacturen niet kon controleren omdat de vereiste urenspecificatie ontbrak. Het ondertekenen van de facturen en het indienen daarvan bij de SVB, zou volgens haar (mogelijk) dan ook neerkomen op fraude. Deze stellingen, die door Kakelbont niet gemotiveerd weersproken zijn, vinden steun in de overgelegde correspondentie. Zo blijkt uit de overgelegde e-mail van Kakelbont aan de curator van 27 juni 2016, dat Kakelbont van de verleende zorg geen urenregistratie heeft bijgehouden. Tussen partijen is bovendien niet in geschil dat Kakelbont pas bij brief van haar gemachtigde van 15 augustus 2017 aan de curator een urenspecificatie heeft verstrekt. Naar oordeel van de kantonrechter heeft de curator daarom in elk geval tot 15 augustus 2017 in redelijkheid mogen weigeren om de facturen te ondertekenen en ter declaratie in te dienen bij de SVB.

4.7.

Kakelbont heeft niet voldoende weersproken dat de curator de in rekening gebrachte kosten, toen er uiteindelijk correct gefactureerd was, niet meer uit het pgb kon voldoen. De enkele stelling dat de SVB op 18 mei 2017 telefonisch aan de gemachtigde van Kakelbont bericht heeft dat de facturen op dat moment voldeden aan de eisen van de SVB, acht de kantonrechter in dit verband onvoldoende. Vast staat immers dat Kakelbont pas bij brief van haar gemachtigde van 15 augustus 2017 aan de curator de benodigde urenspecificatie heeft verstrekt. Voor 15 augustus 2017 was de curator dan ook nog niet in staat om het in rekening gebrachte bedrag te controleren. Derhalve moet als vaststaand worden aangenomen dat de kosten van € 1.712,50 als gevolg van het onjuist factureren door Kakelbont, niet ten laste van het pgb van [naam] kunnen worden gebracht. Kakelbont heeft op grond van de overeenkomst, gelet op hetgeen hiervoor onder 4.4 is overwogen, dan ook geen recht op betaling van de genoemde kosten. De vorderingen van Kakelbont zullen daarom worden afgewezen.

4.8.

Kakelbont zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van de curator, die in persoon procedeert, worden vastgesteld op € 50,00 (2 x € 25,00) aan reis- en verletkosten als bedoeld in artikel 238 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

5 Beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

veroordeelt Kakelbont in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van de curator vastgesteld op € 50,00.

Aldus gewezen door mr. A.A.J. Smelt, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 mei 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 752