Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:2033

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
25-04-2018
Datum publicatie
31-05-2018
Zaaknummer
6592033 AR VERZ 18-7
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Samenvatting verzoek verkorting arbeidstijd toegewezen

Artikel 2 Wet flexibel werken (Wfw) - Verzoek van een 'superintendent' bij een rederij om één dag per week minder te mogen werken wordt toegewezen. De kantonrechter is van oordeel dat niet gebleken is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang in de zin van artikel 9 Wfw, aangezien verweerder niet voldoende heeft onderbouwd dat er ernstige problemen ontstaan voor de bedrijfsvoering bij herbezetting van de vrijgekomen uren. Ook de argumenten van verweerder over de veiligheid (24/7 bereikbaarheid en risico's bij overdracht) en de invulling van het rooster (o.a. opbouw van compensatieverlof) treffen geen doel. Evenmin is voldoende onderbouwd dat de aanpassing van de uren zal leiden tot ernstige problemen van financiële of organisatorische aard (artikel 11 Wfw).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0619
RAR 2018/131
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rolnummer.: 6592033 AR VERZ 18-7

beschikking van de kantonrechter van 25 april 2018

inzake

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. E.J. Bernaerts, werkzaam bij De Unie te Culemborg,

tegen

de besloten vennootschap

Seatrade Groningen B.V.,

gevestigd te Groningen,

verweerster,

gemachtigde: mr. J.A. Bezema, advocaat te Groningen.

Partijen zullen hierna [werknemer] en Seatrade worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

De procedure blijkt uit het volgende:

- het verzoekschrift,

- het verweerschrift,

- de brief van 26 maart 2018 van [werknemer] , met daarin een gewijzigd verzoek,

- de mondelinge behandeling, gehouden op 28 maart 2018, waar [werknemer] is verschenen, bijgestaan door mr. Bernaerts en namens Seatrade technisch directeur de heer [naam] (hierna: [A] ), en van de HR-afdeling mevrouw [naam] (hierna: [B] ), bijgestaan door mr. Bezema. De griffier heeft aantekeningen bijgehouden van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

1.2.

De beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[werknemer] (de werknemer), geboren [geboortedatum] 1957, is op 1 februari 1993 in dienst getreden bij Seatrade (de werkgever). [werknemer] vervult de functie van 'Senior Superintendent Technical Departement" (hierna: superintendent), voor 40 uur per week.

2.2.

Seatrade is een rederij en beheert op dit moment vanuit Groningen ongeveer veertig zeeschepen, die wereldwijd varen en heeft op de locatie Groningen, onder meer, negen werknemers in de functie van superintendent in dienst.

2.3.

[werknemer] is in zijn functie van superintendent verantwoordelijk voor het plannen en begeleiden van onderhoudsprogramma's van schepen, het opstellen van een onderhoudsbudget en een bunkerplan. Een superintendent gaat regelmatig aan boord van schepen om inspecties uit te voeren en indien nodig reparaties te begeleiden. Inspecties, (groot) onderhoud en reparaties vinden doorgaans plaats wanneer een schip in een dok ligt (tijdens een 'dokking'). Een superintendent heeft gemiddeld vijf schepen onder zijn beheer. Daarnaast nemen superintendents voor elkaar waar als één van hen niet aanwezig is; zij functioneren als 'back up' voor gemiddeld vijf schepen.

2.4.

Voor dokkings wordt regelmatig gereisd, omdat schepen zich overal ter wereld bevinden. Een dokking kan een paar dagen of een paar weken duren, afhankelijk van de staat waarin het schip zich bevindt. Verder zijn superintendents 24 uur per dag, 7 dagen per week (hierna: 24/7) bereikbaar voor schepen, omdat zich calamiteiten voor kunnen doen.

2.5.

Vanaf 1 januari 2013 is [werknemer] gedetacheerd geweest, in eerste instantie voor 20 uur per week, bij een Duitse zusterorganisatie genaamd Triton, gevestigd in Leer. Triton heeft ongeveer 15 schepen in beheer en heeft drie superintendents in dienst. De detachering van [werknemer] is per 1 januari 2018 geëindigd en hij heeft zijn werkzaamheden vanaf dat moment, voor zover hij niet op reis is, weer volledig vanuit Groningen verricht.

2.6.

Op 30 juni 2015 heeft [werknemer] voor het eerst aangegeven dat hij geïnteresseerd is in een vierdaagse werkweek, zijnde 32 uur in plaats van 40 uur per week.

2.7.

Op 14 juli 2016 heeft [werknemer] aangegeven dat hij slecht slaapt door hoge werkdruk.

2.8.

Bij e-mail van 15 augustus 2016 heeft [werknemer] aan de HR-afdeling verzocht om 32 uur per week te mogen werken. De HR-adviseur, [B] , heeft op dezelfde dag per mail gereageerd en heeft aangegeven dat dit in overleg moet gebeuren. Zij heeft gevraagd wanneer hij de vermindering van de arbeidsduur wil laten ingaan.

2.9.

[werknemer] heeft diverse gesprekken gehad met, onder meer, zijn leidinggevende [A] . Ook is er e-mailcorrespondentie geweest tussen [werknemer] en zijn leidinggevenden, waarbij namens Seatrade telkens is aangegeven dat het niet mogelijk is om minder te werken.

2.10.

Op 23 maart 2017 heeft de gemachtigde van [werknemer] een formeel verzoek ingediend tot aanpassing van de arbeidsduur per 1 juli 2017.

2.11.

Op 26 mei 2017 heeft de gemachtigde van Seatrade gesteld dat er zwaarwegende bedrijfsbelangen aanwezig zijn die aan inwilliging van het verzoek in de weg staan.

2.12.

Bij brief van 13 juni 2017 heeft [werknemer] de zwaarwegende bedrijfsbelangen betwist. Omdat een reactie uitbleef, heeft [werknemer] bij brief van 6 juli 2017 verzocht om de zwaarwegende belangen nader te onderbouwen. Een reactie hierop is uitgebleven.

3 Het verzoek

3.1.

[werknemer] heeft verzocht om bij beschikking te bepalen dat de arbeidsduur van [werknemer] met ingang van 1 maart 2018 32 uur per week is en dat deze uren worden verspreid over

4 dagen. Tevens is verzocht om Seatrade te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder het salaris van de gemachtigde.

3.2.

[werknemer] heeft, samengevat weergegeven, gesteld dat hij al in 2015 heeft aangekaart dat hij minder wil werken, maar dat Seatrade geen actie heeft ondernomen. Van een werkgever mag echter worden verwacht dat zij, binnen hetgeen haalbaar is, investeringen of organisatorische aanpassingen pleegt in haar bedrijfsvoering en dat heeft Seatrade nagelaten. [werknemer] heeft verder aangegeven dat hij 4 schepen in 4 dagen in beheer zou willen houden in plaats van 5 schepen in 5 dagen en dat hij bereid is én blijft om 24/7 bereikbaar te zijn.

4 Het verweer

4.1.

Seatrade heeft verweer gevoerd en - in essentie - gesteld dat sprake is van zwaarwegende bedrijfseconomische belangen die zich verzetten tegen vermindering van de arbeidsduur.

Seatrade heeft naar voren gebracht dat er geen ruimte is in de personeelsformatie. Er kan niet iemand worden aangetrokken voor 1 dag per week. Daarnaast ontstaan problemen met het werkrooster, omdat een dokking onmogelijk wordt. Er zullen extra compensatie-uren worden opgebouwd, die later opgenomen moeten worden. Superintendents moeten bovendien 24/7 beschikbaar zijn en dat is niet mogelijk bij een 32-urige werkweek.

4.2.

Seatrade heeft verzocht de gevorderde veroordeling in de proceskosten af te wijzen voor zover deze zien op het salaris van de gemachtigde, aangezien deze kosten door [werknemer] niet zijn onderbouwd. Tevens is aangevoerd dat [werknemer] als lid van De Unie gebruik kan maken van juridische ondersteuning door deze bond, en derhalve geen kosten voor salaris van zijn gemachtigde heeft gemaakt.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt vast dat aan de formele vereisten van het verzoek is voldaan.

5.2.

Op grond van artikel 2 van de Wet flexibel werken (Wfw), vijfde lid, willigt de werkgever het verzoek van de werknemer om aanpassing van de arbeidsduur of de werktijd in, voor zover het betreft tijdstip van ingang en de omvang van de aanpassing, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

5.3.

In artikel 2, negende lid, Wfw, is bepaald dat bij vermindering van de arbeidsduur in ieder geval sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, indien die vermindering leidt tot ernstige problemen: a) voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren, b) op het gebied van de veiligheid of c) van roostertechnische aard. In het elfde lid is daarnaast bepaald dat dit bij aanpassing van de arbeidsduur ook geldt indien dit leidt tot ernstige problemen van financiële of organisatorische aard.

Bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren

5.4.

[werknemer] heeft naar voren gebracht dat momenteel het aantal schepen terugloopt en dat, als gevolg daarvan, er enige ruimte is in de bezetting. Ook in Leer is, volgens [werknemer] , de verwachting dat er ruimte komt in de bezetting omdat in de komende tijd afstand wordt gedaan van een aantal schepen.

5.5.

Seatrade heeft in het verweerschrift aangegeven dat er geen superintendent voor

8 uren per week kan worden aangetrokken om het werk van [werknemer] over te nemen. Bovendien geldt dat [werknemer] , behalve dat hij verantwoordelijkheid draagt voor vijf schepen, ook als back up functioneert voor vijf andere schepen, zodat bij zijn afwezigheid er structureel geen superintendent is voor de schepen die hij beheert én voor de schepen waar hij voor waarneemt. Er is sprake geweest van een terugloop in het aantal schepen dat Seatrade in beheer heeft, als gevolg waarvan een aantal personeelsleden is otslagen. Verder heeft Seatrade aangegeven dat het aantal nieuwbouwschepen het aantal verkochte schepen niet kan vervangen.

5.6.

De kantonrechter is van oordeel dat Seatrade niet voldoende heeft onderbouwd dat er ernstige problemen ontstaan voor de bedrijfsvoering bij herbezetting van de vrijgekomen uren. De kantonrechter acht daartoe redengevend dat Seatrade, gelet op het aantal schepen en het aantal superintendents, onvoldoende heeft onderbouwd dat een extra superintendent aangetrokken zou moeten worden voor één dag. Seatrade heeft immers aangegeven dat een superintendent gemiddeld vijf schepen beheert, dat er nu in Groningen negen superintendents werkzaam zijn, die -zo concludeert de kantonrechter- samen vanuit Groningen 45 schepen onder hun beheer kunnen hebben. Nu Seatrade ongeveer veertig schepen in beheer heeft, is er dan ook enige ruimte in de bezetting, zodat niet alleen [werknemer] een schip minder in beheer kan houden, maar ook een aantal van zijn directe collega's. Seatrade heeft bovendien zelf - door te stellen dat het aantal nieuwbouwschepen het aantal verkochte schepen niet kan vervangen - een scenario geschetst waaruit blijkt dat er in de nabije toekomst niet veel schepen meer bij komen. Door de ruimere bezetting acht de kantonrechter het door Seatrade gestelde probleem over het functioneren als elkaars 'back-up' eveneens minder prangend.

De kantonrechter overweegt voorts dat Seatrade zelf naar voren heeft gebracht dat zij in overweging wil nemen dat [werknemer] - weliswaar met een vijfdaagse werkweek - vier schepen in beheer zou kunnen krijgen en ook als back-up voor vier in plaats van voor vijf schepen wordt ingezet. Ook hieruit blijkt dat er ruimte is in de bezetting en dat het niet noodzakelijk is om iemand voor 8 uur per week aan te trekken. De kantonrechter leidt hieruit af dat het Seatrade met name te doen is om de bereikbaarheid. Op dat punt wordt in het kader van de veiligheid ingegaan. Ten slotte acht de kantonrechter van belang dat Seatrade kenbaar heeft gemaakt dat (enigszins) te sturen valt op welk soort schip onder het beheer komt te vallen van een individuele superintendent, en daarmee op hoeveel een superintendent zou moeten reizen, zodat ook hieruit niet valt af te leiden dat er ernstige problemen ontstaan voor de bedrijfsvoering.

5.7.

Ten aanzien van de door Seatrade gestelde problemen bij een dokking overweegt de kantonrechter het volgende. De stelling dat er een vervanger wordt aangesteld voor de 8 uur die [werknemer] minder zou gaan werken en dat het onmogelijk is om die vervanger voor die ene dag naar een schip af te laten reizen, gaat naar het oordeel van de kantonrechter niet op. Seatrade heeft ter zitting bevestigd dat er thans geen wisseling van superintendents plaatsvindt als een dokking langer dan (de werkweek van) vijf dagen duurt. Niet valt in te zien dat dit wel aan de orde zou (moeten) zijn als [werknemer] vier dagen per week zou gaan werken. Daar komt bij dat [werknemer] bereid is om dokkings te doen, als die langer dan vier dagen duren. Hierdoor is het niet noodzakelijk om een collega af te laten reizen voor één dag. Weliswaar zou [werknemer] bij een dokking, die een week of meerdere weken duurt, per week een dag compensatieverlof opbouwen. Echter, daar staat tegenover dat, indien [werknemer] een schip minder in beheer heeft, er ook minder dokkings per jaar zullen zijn die leiden tot compensatie-opbouw. Daar komt bij dat Seatrade ter zitting heeft aangegeven, in het kader van een vraag over de werkdruk, dat er mogelijkheden zijn om minder uren te werken op jaarbasis, zodat [werknemer] langere tijd (twee maanden) achter elkaar vrij zou kunnen krijgen. Het valt dan ook niet in te zien dat het opnemen van compensatieverlof in een langer aaneengesloten periode problematisch zou zijn of dat daardoor ernstige problemen ontstaan voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de uren. Deze argumenten vormen naar het oordeel van de kantonrechter dan ook geen beletsel voor arbeidstijdvermindering.

Veiligheid

5.8.

Met betrekking tot de veiligheid heeft Seatrade naar voren gebracht dat bij het fungeren als back-up alleen de absolute prioriteiten van de collega worden waargenomen, omdat waarneming gebeurt naast het werk voor de eigen schepen en het niet mogelijk is om tien schepen scherp te monitoren. Zo kunnen minder urgente zaken waaraan geen prioriteit wordt verleend zich door een late reactie ontwikkelen tot veiligheidsproblemen aan boord. Dat is voor Seatrade niet aanvaardbaar.

5.9.

Verder heeft Seatrade in het kader van de veiligheid naar voren gebracht dat, indien [werknemer] een dag per week minder aanwezig zou zijn, er structureel overdacht moet plaatsvinden van de op zijn schip spelende zaken en dat overdracht op zich zelf al een risico op fouten met zich brengt. Seatrade heeft er belang bij dat de superintendent zoveel mogelijk bij zijn eigen schepen betrokken blijft om risico's uit te sluiten.

5.10.

De kantonrechter overweegt dat het aannemelijk is dat een overdracht enig risico met zich kan brengen en dat Seatrade er belang bij heeft dat elke superintendent zoveel mogelijk zijn 'eigen' schepen beheert. Daarmee is echter onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een concreet risico voor de veiligheid. Evenmin is voldoende aannemelijk gemaakt dat bij een vierdaagse werkweek dat risico onaanvaardbaar veel groter zal dan bij een vijfdaagse werkweek, dan wel dat dit zondermeer zal leiden tot ernstige problemen. Dit klemt temeer nu ook in de huidige situatie niet alle superintendents op alle (doordeweekse) dagen aanwezig zijn en overdracht inherent is aan de (wijze van) bedrijfsvoering. [werknemer] heeft bovendien - onweersproken - gesteld dat hij hooguit eens per twee of drie weken 's avonds of in het weekend wordt gebeld. Hij heeft aangegeven dat zijn bereikbaarheid voor de toekomst geen probleem zal zijn en dat hij bereid is en blijft om 24/7 bereikbaar te zijn, ook op de dag die hij minder gaat werken. [werknemer] heeft verder ter zitting onweersproken verklaard dat de meeste berichten van een schip per e-mail binnenkomen, dat per schip een e-mailbox wordt bijgehouden en dat hij ook de schepen van zijn collega's op die manier volgt, zodat hij een globaal beeld heeft van het schip waarvoor hij als back-up functioneert. De andere superintendents werken op dezelfde manier. Nu er kennelijk al structureel wordt 'meegekeken' door een collega, worden risico's voor de veiligheid bij overdracht beperkt en worden die bij een arbeidstijdvermindering naar het oordeel van de kantonrechter niet onaanvaardbaar groter, althans is door Seatrade onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit zal leiden tot ernstige problemen op het gebied van de veiligheid.

Rooster

5.11.

Seatrade heeft daarnaast aangevoerd dat er ernstige problemen van roostertechnische aard zouden ontstaan bij een arbeidstijdvermindering voor [werknemer] . In dit verband is ingegaan op de problemen in verband met dokkings en de bereikbaarheid in de avonduren en weekenden. Op die aspecten is hiervoor al ingegaan en die kunnen in dit kader niet tot een andere conclusie leiden.

Seatrade heeft voorts gesteld dat indien [werknemer] aansluitend aan het weekend een dag minder zou gaan werken, zijn afwezigheid, mede gelet op de tijdsverschillen, te lang zou zijn. Wat betreft de dag in de week waarop [werknemer] niet op kantoor zal verschijnen, zijn echter nadere afspraken te maken en, zo begrijpt de kantonrechter, daarin zal [werknemer] zich flexibel opstellen.

Voorts heeft Seatrade nog naar voren gebracht dat een collega in het verleden in het kader van ouderschapsverlof een dag minder wilde werken, maar dat dit in de praktijk niet werkbaar bleek. [werknemer] heeft hiertegen ingebracht dat die collega verantwoordelijk bleef voor vijf schepen, maar dan verspreid over vier werkdagen, zodat het niet vreemd was dat dat in de praktijk niet goed werkte. De kantonrechter overweegt hierover dat een ervaring in het verleden op zich zelf geen reden is om het verzoek af te wijzen. Zo is het totale aantal schepen dat Seatrade beheert sindsdien verminderd. Verder heeft [werknemer] onweersproken gesteld dat Seatrade de omvang van de werkzaamheden van de collega met ouderschapsverlof niet evenredig had verminderd met de werktijd.

5.12.

De kantonrechter concludeert dat niet is komen vast te staan dat de door Seatrade aangevoerde punten leiden tot ernstige problemen, zodat er geen zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn, die zich verzetten tegen vermindering van de arbeidstijd.

5.13.

Voor zover Seatrade nog heeft aangevoerd dat aanpassing van de arbeidstijd leidt tot ernstige problemen van financiële of organisatorische aard, merkt de kantonrechter op dat hetgeen Seatrade daartoe heeft aangevoerd niet tot een andere conclusie kan leiden.

5.14.

De kantonrechter overweegt dat de ingangsdatum niet - zoals gevorderd - 1 maart 2018 zal zijn, maar 1 juni 2018, omdat het niet voor de hand ligt om de arbeidstijdvermindering met terugwerkende kracht in te laten gaan.

5.15.

De proceskosten komen voor rekening van Seatrade, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. Het verweer van Seatrade ten aanzien van het salaris van de gemachtigde - dat [werknemer] die kosten niet heeft onderbouwd - wordt gepasseerd, aangezien het gaat om forfetaire bedragen. Dat [werknemer] gebruik kan maken van juridische ondersteuning van de vakbond is, gelet op artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet relevant. De kosten aan de zijde van [werknemer] tot op heden worden vastgesteld op:

griffierecht € 79,00

salaris gemachtigde € 600,00+

Totaal € 679,00

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

bepaalt dat met ingang van 1 juni 2018 de arbeidsduur van [werknemer] 32 uur per week is en dat deze uren worden verspreid over 4 dagen;

6.2.

veroordeelt Seatrade in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [werknemer] vastgesteld op € 679,00.

Aldus gegeven te Groningen en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2018 door

mr. F. de Jong, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c: 524