Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:1885

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-05-2018
Datum publicatie
22-05-2018
Zaaknummer
6690304 \ ER VERZ 18-38
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Loon van de gemachtigde van de erfgenamen c.q. vereffenaars kan niet worden aangemerkt als vereffeningskosten. Rechtbank Noord Nederland hanteert overgangsbeleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2018/72
ERF-Updates.nl 2018-0091
JERF 2018/185
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 6690304 \ ER VERZ 18-38

Beschikking van de kantonrechter van 18 mei 2018

op het verzoekschrift van

mr. W.E. Niemeijer, kandidaat-notaris te Borger,

hierna te noemen: verzoeker,

ten deze handelende als gemachtigde van de erfgenamen/vereffenaars in de nalatenschap van:

de heer [R], geboren te Emmen op [geboortedatum] , overleden in de gemeente [gemeente] op 2 december 2015, laatst wonende te [woonplaats] , [adres] , ten tijde van zijn overlijden ongehuwd en niet als partner geregistreerd.

Procesverloop

Verzoeker heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 1 maart 2018, verzocht om opheffing van de vereffening van voornoemde nalatenschap onder vaststelling van de reeds gemaakte vereffeningskosten van € 2.299,00, inclusief btw. Verzoeker stelt met betrekking tot het voorgaande dat de nalatenschap na voldoening van de kosten geen activa meer heeft en derhalve met andere schuldeisers geen regeling kan worden getroffen.

Voorts hebben verzoekers ex artikel 4:199 lid 2 BW melding gemaakt van het negatieve saldo van de nalatenschap van erflater.

De behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2018, alwaar niemand is verschenen.

Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

Motivering

Uit het verzoekschrift en de bijlagen is gebleken dat de schulden van de nalatenschap de baten overtreffen. Tot de schulden behoort het loon van verzoeker voor werkzaamheden uitgevoerd als gemachtigde van de vereffenaars. Verzoeker verzoekt dit loon als vereffeningskosten vast te stellen. Het loon van verzoeker behoort echter niet tot de vereffeningskosten. De wet biedt namelijk alleen de mogelijkheid om het loon van de door de rechtbank benoemde vereffenaar vast te stellen. Er is geen wettelijke grondslag voor het vaststellen van het loon van de erfgenamen/vereffenaars om de vereffeningswerkzaamheden uit te voeren en/of deze werkzaamheden uit te besteden aan een gemachtigde. De kantonrechter wijst hierbij op de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter van 12 december 2017, die eind december 2017 is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. In het verleden hebben kantonrechters van de rechtbank Noord-Nederland deze kosten wel als vereffeningskosten aangemerkt als deze naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid waren gemaakt. Voor werkzaamheden die zijn verricht na 1 januari 2018 zal echter voortaan voornoemde Handleiding worden gevolgd. Nu verzoeker geen onderscheid heeft gemaakt naar werkzaamheden die zijn verricht voor 1 januari 2018 of na 1 januari 2018, kan de kantonrechter de vereffeningskosten nog niet vaststellen en ook nog niet beoordelen of opheffing van de vereffening op goede gronden is verzocht. De kantonrechter stelt verzoeker in de gelegenheid dit onderscheid alsnog te maken.

Tevens verzoekt de kantonrechter een nadere specificatie van het loon te overleggen (welke werkzaamheden zijn verricht en door wie).

Hiervoor zal verzoeker een termijn worden gegeven van twee weken na heden. In afwachting hiervan wordt elke overige beslissing aangehouden.

Beslissing

De kantonrechter:

- stelt verzoeker in de gelegenheid uiterlijk 1 juni 2018 bij brief voor wat betreft de vereffeningskosten een onderscheid te maken tussen werkzaamheden die zijn verricht voor of na 1 januari 2018 en een nadere specificatie van het loon te overleggen (welke werkzaamheden zijn verricht en door wie);

- houdt elke overige beslissing aan.

Deze beslissing is gegeven door de kantonrechter mr. S.M. Schothorst en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2018.

typ: 784 / av

1

1 Beschikking verzonden op: Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk. Door de verzoekster en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet worden ingesteld door een advocaat bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden te Leeuwarden