Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:1585

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-04-2018
Datum publicatie
30-04-2018
Zaaknummer
18/730152-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor mensenhandel tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. Het slachtoffer, een jonge Bulgaarse vrouw, is door verdachte dusdanig onder druk gezet dat zij haar werkzaamheden in de prostitutie, die zij aanvankelijk op vrijwillige basis verrichtte, voor hem ging uitvoeren, waarbij zij haar verdiensten onder druk en dwang aan hem moest afstaan. Verder heeft verdachte zich ten aanzien van dit slachtoffer en een andere Bulgaarse samen met een ander, tevens schuldig gemaakt aan mensenhandel, sub 3. De slachtoffers zijn door verdachte en zijn mededader naar Nederland gebracht, met het doel hen in Nederland prostitutiewerkzaamheden te laten verrichten, wetende dat zij zich in een uitbuitingssituatie bevonden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 273f
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730152-15

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 april 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] ,

niet als ingezetene ingeschreven in de basisregistratie personen en zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

10 en 12 april 2018.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen, mr. H.D. Postma, advocaat te Leeuwarden, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2014 tot en met 6 mei 2015, te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden en/of te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A. (sub 1)

[slachtoffer 1] , door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die [slachtoffer 1] , heeft (aan)geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of

opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of

B.(sub 4)

[slachtoffer 1] , met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder A. genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar stelde tot het

verrichten van arbeid of diensten en/of

C. (sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1] en/of

D. (sub 9)

[slachtoffer 1] met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen dan wel heeft bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

immers heeft/is verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alléén,

-die [slachtoffer 1] laten werken in (een) seksinrichting(en) in Leeuwarden en/of in Heerenveen en/of

-die [slachtoffer 1] prostitutiewerkzaamheden laten verrichten terwijl haar zwangerschap al ver gevorderd was en/of

-die [slachtoffer 1] ondergebracht in een woning ( [straatnaam] ) te

Leeuwarden waarin -onder meer- ook (een van) zijn mededader(s) verbleef/verbleven en/of

-die [slachtoffer 1] mishandeld door haar in het gezicht, althans tegen het hoofd en/of een arm te slaan en/of te stompen en/of haar zo hard te duwen, of een tafel zo hard tegen haar aan te duwen, dat zij op de grond viel en/of

-zijn boosheid aan die [slachtoffer 1] kenbaar gemaakt als zij niet voldoende had verdiend en/of

-controle uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de werkzaamheden en/of verdiensten van die [slachtoffer 1] en/of

- [slachtoffer 1] haar verdiensten aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) laten afdragen en/of naar verdachte en/of verdachtes mededader(s) laten overschrijven/overboeken

terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of/aldus bewerkstelligd dat die [slachtoffer 1] van hem/hen afhankelijk was;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2014 tot en met 31 januari 2015, te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, althans in Nederland en buiten Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A. (sub 1)

[slachtoffer 2] door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van

betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap had over die [slachtoffer 2] heefi (aan)geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of

B.(sub 4)

[slachtoffer 2] met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder een of meer van de onder A. genoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten en/of

C. (sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2] en/of

D. (sub 9)

[slachtoffer 2] met een van de onder A. genoemde middelen, heeft gedwongen dan wel heeft bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

immers heeft/is verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alléén,

-(in Frankfurt) die [slachtoffer 2] mishandeld en/of seksueel misbruikt en/of gedreigd haar spoorloos te laten verdwijnen en vervolgens (enkele uren later) haar ermee in laten stemmen dat zij (de volgende dag) met hem en/of zijn mededader(s) mee zou reizen naar Leeuwarden

en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 2] laten werken in een seksinrichting ( de [naam bedrijf] ) in Leeuwarden en/of

-die [slachtoffer 2] ondergebracht in een woning ( [straatnaam] ) in Leeuwarden waarin ook verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) verbleef/verbleven en/of

-controle uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de werkzaamheden en/of verdiensten van die [slachtoffer 2] en/of

-die [slachtoffer 2] al haar verdiensten aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) laten afdragen en/of naar verdachte en/of verdachtes mededader(s) laten overschrijven/overboeken

terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en/of onbekend was in Nederland en/of met de Nederlandse regels en/of wetten en/of gewoonten en/of gebruiken en/of (bijna) niemand in Nederland kende en/of/aldus bewerkstelligd dat die [slachtoffer 2] van hem/hen afhankelijk was;

3.

hij op of omstreeks 23 november 2014, althans in of omstreeks de maand november 2014, in elk geval in het jaar 2014, te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, althans in Nederland en buiten Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 2] , vanuit Duitsland (Frankfurt) heeft

medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land, Nederland (Leeuwarden), ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling;

4.

hij op of omstreeks 16 of 17 april 2015, althans in of omstreeks de maand april 2015, in elk geval in het jaar 2015, te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen en/of te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden, althans in Nederland en buiten Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] , vanuit Bulgarije heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] in een ander land, Nederland (Heerenveen en/of Leeuwarden), ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 2 ten laste gelegde nu niet is te bewijzen dat verdachte betrokken is geweest bij de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] (verder: [slachtoffer 2] ).

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde gevorderd en heeft daartoe het volgende aangevoerd.

De onder 1 ten laste gelegde mensenhandel (sub 1, 4, 6 en 9) ten aanzien van [slachtoffer 1] (verder: [slachtoffer 1] ) kan, met uitzondering van het medeplegen, worden bewezen op grond van haar verklaring en de verklaringen van [slachtoffer 3] (verder: [slachtoffer 3] ), [slachtoffer 4] (verder: [slachtoffer 4] ) en medeverdachte [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2] ).

Uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat sprake was van seksuele uitbuiting waarbij door verdachte met gebruikmaking van de dwangmiddelen geweld, dreiging met geweld, misleiding, misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht is gehandeld ten opzichte van [slachtoffer 1] .

De onder 3 ten laste gelegde mensenhandel (sub 3) ten aanzien van [slachtoffer 2] kan worden bewezen op grond van haar verklaring en verklaringen van [slachtoffer 4] , medeverdachten [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 2] . Verdachte en medeverdachten wisten dat [slachtoffer 2] zich in een uitbuitingssituatie bevond toen zij door [medeverdachte 2] en [slachtoffer 4] vanuit Frankfurt naar Nederland werd gebracht en dat zij in Nederland in de prostitutie zou gaan werken.

De onder 4 ten laste gelegde mensenhandel (sub 3) ten aanzien van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] kan worden bewezen op grond van hun verklaringen en de verklaringen van verdachte en [medeverdachte 2] . Verdachte en medeverdachte wisten dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] zich in een uitbuitingssituatie bevonden toen zij door verdachte en [medeverdachte 2] vanuit Bulgarije naar Nederland werden gebracht en dat zij in Nederland in de prostitutie zouden gaan werken

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman, kort gezegd, aangevoerd dat hij, net als de officier van justitie, het feit niet te bewijzen acht.

Verder heeft de raadsman het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde staat vast dat verdachte een buitenechtelijke relatie had met [slachtoffer 1] , die op dat moment al prostituee was, en dat zij zwanger van hem is geraakt. Van de toepassing verder door verdachte van enig dwangmiddel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) jegens [slachtoffer 1] , of van enig financieel voordeel van verdachte uit haar werkzaamheden, is niet gebleken. Verder heeft verdachte ontkend dat hij [slachtoffer 1] heeft geslagen en als enig bewijsmiddel voor deze mishandeling is de verklaring van [slachtoffer 2] aanwezig.

Voor het onder 3 ten laste gelegde ontbreekt eveneens het bewijs.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft verdachte toegeven dat hij met [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] vanuit Bulgarije naar Nederland is gereisd en dat hij wist dat beide dames in Nederland in de prostitutie wilden gaan werken. Echter, daarbij kan niet worden bewezen dat verdachte hen tot dergelijke werkzaamheden heeft willen bewegen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsman het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Niet is gebleken van betrokkenheid van verdachte bij de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] . Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

De rechtbank acht evenmin de onder 3 ten laste gelegde mensenhandel (sub 3) jegens [slachtoffer 2] wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank leidt uit de stukken af dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in Frankfurt hebben besloten dat [slachtoffer 2] in Leeuwarden als prostituee aan het werk moest. Verdachte heeft [slachtoffer 2] voorgesteld met [medeverdachte 2] mee te gaan. Op 23 november 2014 hebben [medeverdachte 2] en [slachtoffer 4] [slachtoffer 2] meegenomen naar Nederland zodat zij hier in de prostitutie kon gaan werken. De rechtbank leidt uit de stukken af dat [slachtoffer 2] zich in een uitbuitingssituatie bevond en dat verdachte en de medeverdachten daarvan op de hoogte waren. Voor hen was het duidelijk dat [slachtoffer 2] , die al voor [medeverdachte 1] in de prostitutie werkte, in Leeuwarden voor hem zou moeten blijven werken. Door verdachte is haar later ook te verstaan gegeven dat als zij niet meer voor [medeverdachte 1] zou werken, zij voor [medeverdachte 2] moest gaan werken. De rechtbank is echter van oordeel dat nu niet gebleken is dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer 2] heeft meegenomen naar Nederland en zijn betrokkenheid bij haar komst naar Nederland van onvoldoende gewicht is, verdachte niet als medepleger van dit feit kan worden aangemerkt. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

De rechtbank past ten aanzien van het onder 1 en 4 ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Ten aanzien van het onder 1 en 4 ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 21 mei 2015 , opgenomen op pagina 340 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NNRCC15003 - CELUTA, d.d. 14 januari 2016, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik ben met [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2] ), [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte), [slachtoffer 3] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3] ) hier samen naar toe gekomen. We zijn uit Bulgarije gekomen, met de auto van [medeverdachte 2] .

V: Wanneer was dat?

(p. 341) A: 18 of 19 april denk ik.

V: Waar verbleef je in Leeuwarden?

A: Ik verbleef met [slachtoffer 5] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 5] ), [slachtoffer 4] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 4] ) in een woning.

A: Ik was samen met [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte). [verdachte] is de vader van mijn kindje.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 21 mei 2015, opgenomen op pagina 337 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5] :

(p. 338) Ik woon op de [straatnaam] in Leeuwarden samen met [slachtoffer 4] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] (de rechtbank begrijpt [slachtoffer 3] ).

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 15 mei 2015, opgenomen op pagina 191 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] :

(p. 192) Ik ben huurder van perceel de [straatnaam] te Leeuwarden. Dit is inclusief de pizzeria. Op 29-10-2014 heb ik een kamer verhuurd aan een Bulgaarse vrouw, [naam] genaamd.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 februari 2015, opgenomen op pagina 28 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op donderdag 26 februari 2015, omstreeks 11.45 uur, zagen wij uit perceel [straatnaam] (zij-ingang) [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] komen. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de woning waar de vrouwen uit kwamen lopen perceel [straatnaam] te Leeuwarden is.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 mei 2015, opgenomen op pagina 30 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op woensdag 6 mei 2015 waren wij in het prostitutiegebied De Weaze te Leeuwarden. Wij liepen langs diverse kamers van [naam bedrijf]. In kamer 10 troffen wij naast [slachtoffer 3] ook [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] aan.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 29 juli 2015 , opgenomen op pagina 252 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] :

(p. 253) [verdachte] had alleen [slachtoffer 1] en die is zwanger van hem geraakt. [slachtoffer 1] verdiende niet veel geld.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 21 januari 2015, opgenomen op pagina 303 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

(p. 306) V: Wonen zij allemaal in Leeuwarden?

A: [slachtoffer 1] wel, zij werkt in [naam bedrijf],

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 28 januari 2015, opgenomen op pagina 310 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

(p. 321) A: Met de jaarwisseling is [slachtoffer 1] mishandeld door [verdachte]. [verdachte] raakte geïrriteerd dat [slachtoffer 1] weinig verdiende en heeft haar toen echt goed mishandeld.

A: Zij kreeg een harde klap op haar kin, een bloedlip en haar neus werd blauw. Hij sloeg haar op haar linker bovenarm.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 22 mei 2015, opgenomen op pagina 324 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

(p. 325) A: [verdachte] heeft [slachtoffer 1] zo ontzettend mishandeld. Ze kwam met de blauwe plekken op haar werk. [verdachte] was toen wild en hij wilde mij ook van de trap gooien. Hij was woest.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 6 mei 2015, opgenomen op pagina 74 e.v. van pv van voorgeleiding d.d. 8 mei 2015, inhoudende als verklaring van verdachte:

(p. 75) V: Hoe ben je vertrokken uit Bulgarije?

A: Met de BMW, met de auto van [medeverdachte 2] .

(..) Met [medeverdachte 2] en de vriendin van mij en een vriendin van [medeverdachte 2] .

A: Mijn vriendin heeft [slachtoffer 1] . Het andere meisje heeft [slachtoffer 3] . Mijn vriendin werkte eerst in Frankfurt, daar wilde ze niet meer werken daarom is ze hier heen gekomen. In Bulgarije moet ze werken voor 4 euro per dag en dan kan ze amper voor haar kind zorgen. Als ik terug zou gaan naar Bulgarije zou ze in handen vallen van iemand anders en dan zou ze niet goed voor haar kind kunnen zorgen.

(p. 76) A: Ze is zwanger van mij.

V: Was het de bedoeling dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zouden gaan werken?

A: Ja, ze zijn eerst samen in Heerenveen begonnen in de prostitutie en [slachtoffer 3] werkt nu sinds kort in Leeuwarden in de prostitutie.

A: [slachtoffer 4] is de echte vriendin van [medeverdachte 2] en [slachtoffer 3] is hier naar toe gekomen om te werken. V: Wie heeft dat geregeld dan?

A: Het is een meisje dat met iedereen meegaat bij ons in de stad.

V: Vind je het verantwoord dat een vrouw die zes maanden zwanger is nog in de prostitutie werkt?

A: Als ik de mogelijk zou hebben zou ik haar direct in het huisje zetten, maar we zijn hier naar toe gekomen om wat geld te regelen.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 7 mei 2015 , opgenomen op pagina e.v. van pagina 102 e.v. van het proces-verbaal van voorgeleiding d.d. 8 mei 2015, inhoudende als verklaring van verdachte:

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 12 mei 2015 , opgenomen op pagina e.v. van pagina 4 van pv van voortgang d.d. 18 mei 2015, inhoudende als verklaring van verdachte:

(p. 6) Ik heb haar (de rechtbank begrijpt; [slachtoffer 1] ) toen geslagen. Ik kwam ook wel eens op haar werkplek. Soms gaven de meisjes geld aan mij en ik ging dan koken.

(p. 7) Toen ik hier was leefde ik van het geld van thuis. Zij verdiende ook wel wat en daar leefden wij dan van.

(p. 10) Toen wij de laatste keer naar Nederland kwamen, hebben wij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] naar Heerenveen gebracht, in Leeuwarden was geen plaats.

13. Schriftelijke bescheiden, te weten verslagen van telefoontaps, opgenomen op de volgende pagina's van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

13-1 (p. 414) Een telefoongesprek gevoerd op 2 maart 2015 tussen [slachtoffer 4] en [medeverdachte 2] , waarbij het volgende is gezegd:

[slachtoffer 4] : Als [verdachte] geld van mij vraagt, zal ik het hem dan geven? (..)

[medeverdachte 2] : Je zult geven.. ntv...

[slachtoffer 4] : Hij heeft zijn eigen meisje (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ), zijn eigen meisje moet werken.. waar ik boos om ben is dat zijn meisje zich niet om haar werk bekommert..Wij moeten werken..wij moeten geld geven..

13-2 (p. 439) Een telefoongesprek gevoerd op 14 maart 2015 tussen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] , waarbij het volgende is gezegd:

[slachtoffer 1] : Ik heb net [verdachte] gesproken.

[slachtoffer 4] : Hoe gaat het met hem?

[slachtoffer 1] : Hij is kwaad want ik de huur [mito] niet kan verdienen. Ik weet het niet meer.

[slachtoffer 4] : Heb je nog geen 1 gehad?

[slachtoffer 1] : Nee.

[slachtoffer 4] : Dat is erg.

[slachtoffer 1] : Hij was heel erg kwaad. Hij wil dat ik morgen van de meisjes... dan hoef je niet te betalen...

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde ( [slachtoffer 3] )

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 20 mei 2015, opgenomen op pagina 334 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] :

Ik werk nu sinds een week of 3 à 4 in de prostitutie. Dit is dus sinds ik hier in Nederland ben. Ik ben hier in de auto van [medeverdachte 2] gekomen. Ik ken [medeverdachte 2] al enkele jaren. Ik heb in het verleden ook een relatie met hem gehad. Ik heb geen werk in Bulgarije en kreeg een uitkering van 120 lev per maand. Dit is veel te weinig om mijn kind te onderhouden. Ik heb toen [medeverdachte 2] benaderd. Ik wist dat [medeverdachte 2] vrouwen voor hem in de prostitutie had te werken.

(p. 335) Op 16 of 17 april 2015 zijn wij vertrokken uit Bulgarije. Met wij bedoel ik dan [slachtoffer 1] , [verdachte], [medeverdachte 2] en ik. We reisden in de auto van [medeverdachte 2] . We zijn rechtstreeks naar Nederland gereisd. Met [medeverdachte 2] heb ik later wel eens ruzie. Dat gebeurde via de telefoon. Deze ruzie ging om een geldbedrag wat ik voor hem verzwegen had.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 21 mei 2015, opgenomen op pagina 340 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Ik ben met [medeverdachte 2] , [verdachte] en [slachtoffer 3] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3] ) hier samen naar toe gekomen. We zijn uit Bulgarije gekomen, met de auto van [medeverdachte 2] .

(p. 341) A: Dat was 18 of 19 april denk ik.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 mei 2015 , opgenomen op pagina 212 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] :

(p. 213) [medeverdachte 2] heeft [slachtoffer 3] in Heereveen als prostituee laten werken. [slachtoffer 3] moest voor zichzelf en [medeverdachte 2] werken.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 20 mei 2015 , opgenomen op pagina 223 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4] :

[medeverdachte 2] was boos op [slachtoffer 3]1. Over het feit dat zij foto's had geplaatst op haar facebook. [medeverdachte 2] verbood het ons om op facebook te gaan. Ook uit dit gesprek blijkt, dat ik [slachtoffer 3] hier niet wilde hebben. Toen [slachtoffer 3] hier net aan het werk was heeft zij mij ook verteld, dat zij eigenlijk niet voor [medeverdachte 2] wilde werken.

(p. 227) Ik heb [medeverdachte 2] verteld dat [slachtoffer 3] geld voor hem achterhield. Dit kan toch niet. Zij werkte voor [medeverdachte 2]2. Ook het tweede gesprek klopt. Hij zou haar slaan als wij die avond thuis zouden komen. Toen wij thuis kwamen die avond was [medeverdachte 2] wel boos op haar en heeft een glas bier tegen haar aangegooid. [slachtoffer 3] vertelde toen, dat zij was vergeten dat zij zoveel geld had en had hem dat per ongeluk niet verteld3.

Dit gesprek gaat over de ruzie om het geld met [slachtoffer 3] . [medeverdachte 2] gaf mij inderdaad de opdracht om op [slachtoffer 3] te letten4.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 6 mei 2015 , opgenomen op pagina 80 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] :

(p. 82) V: Twee weken terug ben je samen met je neef [verdachte] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] vertrokken uit Bulgarije?

A: Een of twee dagen zijn we in Duitsland geweest en hierna zijn we hier naar toe gegaan.

De twee meisjes werkten hier.

V: En met [slachtoffer 3] is het ook zo gegaan? Die heeft ook niet betaald?

A: Dat klopt. Wij hebben hen beiden meegenomen.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 7 mei 2015, opgenomen op pagina 86 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] :

(p. 88) Toen wij uit Bulgarije hier naar toe gingen hadden wij geen afspraken gemaakt.

Zij (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3] ) schreef op Facebook dat haar situatie heel slecht was en zij vroeg mij wanneer ik naar Nederland ging omdat zij met mij mee wilde om te gaan werken.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 6 mei 2015, opgenomen op pagina 74 e.v. van pv van voorgeleiding d.d. 8 mei 2015, inhoudende als verklaring van verdachte:

(p. 75) V: Sinds wanneer ben je in Nederland?

A: 9 of 10 dagen.

V: Hoe ben je vertrokken uit Bulgarije?

A: Met de auto van [medeverdachte 2] . Met [medeverdachte 2] en de vriendin van mij en een vriendin van [medeverdachte 2] . Mijn vriendin heeft [slachtoffer 1] . Het andere meisje heet [slachtoffer 3] .

(p. 76) V: Was het de bedoeling dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zouden gaan werken?

A: Ja, ze zijn eerst samen in Heerenveen begonnen in de prostitutie en [slachtoffer 3] werkt nu sinds kort in Leeuwarden in de prostitutie.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 12 mei 2015 , opgenomen op pagina e.v. van pagina 4 van pv van voortgang d.d. 18 mei 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte]:

(p. 10) Toen wij de laatste keer naar Nederland kwamen, hebben wij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] naar Heerenveen gebracht.

9. Schriftelijke bescheiden, te weten verslagen van telefoontaps, opgenomen op de volgende pagina's van voornoemd dossier, voor zover inhoudende:

9-1 (p. 489 e.v.) Een telefoongesprek gevoerd op 28 april 2015 tussen [slachtoffer 4] en [medeverdachte 2] waarbij het volgende is gezegd:

[slachtoffer 4] : Wat je hebt [slachtoffer 3] gebeld en wat heb je tegen [slachtoffer 3] gezegd?

[medeverdachte 2] : Ze is in facebook geweest.. heeft ... foto ... gedaan.. Ik heb haar ervan langs gegeven.

[slachtoffer 4] : Waarom heb je haar van langs gegeven, dat gaat jou toch n iets aan?

[medeverdachte 2] : Hoezo gaat mij niets aan (..)

[medeverdachte 2] : Waarom zou ze dat erop moeten zetten.. Ze werkt toch voor mij! (..)

[medeverdachte 2] : Moet ik toelaten dat zij facebook enzo heeft, dat zij doet wat zij wil, moet ik dat zo doen.

9-2 (p. 491) Een telefoongesprek gevoerd op 28 april 2015 tussen [slachtoffer 4] en [medeverdachte 2] , waarbij het volgende is gezegd:

[medeverdachte 2] : Ze ( [slachtoffer 3] ) zal hier blijven, werken, geld verdienen, het is toch nodig dat ik haar een beetje controleer....n

[slachtoffer 4] vertelt dat [slachtoffer 3] nog niet gewerkt heeft dat zij op haar kamer op de stoel zit.

9-3 (p. 493) Een telefoongesprek gevoerd op 4 mei 2015 tussen [slachtoffer 4] en [medeverdachte 2] , waarbij het volgende is gezegd:

[slachtoffer 4] : [slachtoffer 3] heeft vanochtend 200 euro overgeboekt.

[medeverdachte 2] : 200?

[slachtoffer 4] : Ja. '

[medeverdachte 2] : Waar heeft ze die 200 vandaan? (..)

[medeverdachte 2] : Ik zal haar ..ntv.. vanavond.. (..)

[medeverdachte 2] : Ze heeft 40 euro aan mij gegeven dan had ze 290 euro..

[slachtoffer 4] : Zie je! Ze zegt het niet... je moet tegen [slachtoffer 3] zeggen als jij weg bent dat ze het geld elke dag aan mij geeft.. heb je mij gehoord?

9-4 (p. 494) Een telefoongesprek gevoerd op 4 mei 2015 tussen [slachtoffer 4] en [medeverdachte 2] , waarbij het volgende is gezegd:

[slachtoffer 4] : Heb je met [slachtoffer 3] gesproken?

[medeverdachte 2] : Nee ze heeft niet gebeld. (..)

[medeverdachte 2] : Hmm.. Ik zal haar vanavond slaan. (..)

[medeverdachte 2] : ..ntv.. als ze nou hard zou gaan werken.. dat ik een maand haar geld kan opmaken dat ik haar dan buiten de deur zet.. (..)

[medeverdachte 2] : Ik zal vanavond bij haar langs gaan, ik zal haar een goed pak slaag geven vanavond. wie denkt ze wel dat ik ben.. ze zegt ik heb 130, ze blijkt 200 te hebben.

9-5 (p. 414) Een telefoongesprek gevoerd op 2 maart 2015 tussen [slachtoffer 4] en [medeverdachte 2] , waarbij het volgende is gezegd:

[slachtoffer 4] : Als [verdachte] geld van mij vraagt, zal ik het hem dan geven? (..)

[medeverdachte 2] : Je zult geven.. ntv...

[slachtoffer 4] : Hij heeft zijn eigen meisje, zijn eigen meisje moet werke n.. waar ik boos om ben is dat zijn meisje zich niet om haar werk bekommert..Wij moeten werken..wij moeten geld geven..

9-6 (p. 439) Een telefoongesprek gevoerd op 14 maart 2015 tussen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] , waarbij het volgende is gezegd:

[slachtoffer 1] : Ik heb net [verdachte] gesproken.

[slachtoffer 4] : Hoe gaat het met hem?

[slachtoffer 1] : Hij is kwaad want ik de huur [mito] niet kan verdienen. Ik weet het niet meer.

[slachtoffer 4] : Heb je nog geen 1 gehad?

[slachtoffer 1] : Nee.

[slachtoffer 4] : Dat is erg.

[slachtoffer 1] : Hij was heel erg kwaad.

De rechtbank overweegt allereerst als volgt.

Aan verdachte is, voor zover thans nog ter beoordeling staat, ten laste gelegd artikel 237f, eerste lid, Sr, de sub-onderdelen 1, 4, 6 en 9 (feit 1), en sub-onderdeel 3 (feit 4). Uit de wettekst van de sub-onderdelen 1 en 6 volgt dat voor bewezenverklaring hiervan is vereist dat sprake is van (oogmerk van) uitbuiting. Uit de jurisprudentie5 volgt dat de in sub-onderdelen 3, 4 en 9 omschreven gedragingen eveneens alleen strafbaar zijn indien zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. Uitbuiting moet derhalve worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van deze sub-onderdelen. In lid 2 van artikel 237f Sr is bepaald dat onder uitbuiting in ieder geval uitbuiting in de prostitutie valt.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde leidt de rechtbank uit de bewijsmiddelen af dat de aan verdachte ten laste gelegde sub-onderdelen 1, 4, 6 en 9, eerste lid, artikel 237f Sr, bewezen kunnen worden, waarbij jegens [slachtoffer 1] de dwangmiddelen dwang, geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie zijn toegepast.

Dwang en geweld

Met betrekking tot het dwangmiddel geweld leidt de rechtbank uit de bewijsmiddelen af dat verdachte [slachtoffer 1] eenmaal heeft geslagen omdat zij weinig zou verdienen. De rechtbank overweegt ten aanzien van het verweer van de raadsman dat voor deze gedraging slechts één bewijsmiddel aanwezig is, te weten de verklaring van [slachtoffer 2] , dat niet voor ieder onderdeel van de tenlastelegging meerdere bewijsmiddelen nodig zijn om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Gelet op de omstandigheden waaronder het geweld heeft plaatsgevonden, zoals uit de bewijsmiddelen is gebleken, ziet de rechtbank de toepassing ervan in direct verband staan met de prostitutiewerkzaamheden en het afdragen van verdiensten daarvan door [slachtoffer 1] aan verdachte. De rechtbank is van oordeel dat het geweld door verdachte werd gebruikt als instrument om zijn wil aan haar op te leggen en dat sprake is van geweld als dwangmiddel in de zin van voornoemde bepaling.

Misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie

Met betrekking tot het dwangmiddel misbruik van een kwetsbare positie geldt dat dit begrip in lid 6 van artikel 237f Sr is gedefinieerd in die zin dat daaronder mede wordt begrepen “een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.”

Met betrekking tot het dwangmiddel misbruik van uit feitelijk overwicht voorvloeiend overwicht geldt blijkens de wetsgeschiedenis dat, waar het de prostitutie betreft, dit misbruik kan worden voorondersteld indien de prostitué(e) in een situatie verkeert of komt te verkeren die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostitué(e) in Nederland pleegt te verkeren.

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 1] zich in een kwetsbare positie bevond toen zij in aanraking kwam met verdachte en dat verdachte daarvan op de hoogte was. Verdachte heeft zelf verklaard dat [slachtoffer 1] in Bulgarije voor 4 euro per dag moest werken en dat zij daarmee amper voor haar kind kon zorgen. Verder heeft verdachte een affectieve relatie met [slachtoffer 1] opgebouwd en zij was zwanger van hem. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte deze affectieve relatie gebruikt om [slachtoffer 1] te dwingen zich te prostitueren en haar geld ten behoeve van hem af te staan. Verdachte oefende daarbij een grote druk op haar uit om geld te verdienen en zich te verantwoorden voor haar inkomsten. Omdat [slachtoffer 1] haar geld aan verdachte moest afstaan beschikte zij zelf niet over financiële middelen hetgeen haar afhankelijkheid van verdachte vergrootte. De rechtbank is gelet op het voorstaande van oordeel dat verdachte aldus misbruik heeft gemaakt van de voornoemde kwetsbare positie waarin [slachtoffer 1] zich bevond.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit deze feitelijke omstandigheden volgt dat [slachtoffer 1] zich ten opzichte van verdachte in een afhankelijke positie bevond waarin zij geen andere reële keuze had dan in de prostitutie te blijven werken. De positie waarin zij verkeerde was niet vergelijkbaar met de positie van een mondige prostituee in Nederland. [slachtoffer 1] verkeerde aldus in een uitbuitingssituatie en verdachte maakte daar misbruik van. De omstandigheid dat zij al vrijwillig als prostituee had gewerkt voordat zij verdachte leerde kenden, maakt niet dat van een dergelijke dwang geen sprake kan zijn.

Uitbuiting

Nu naar het oordeel van de rechtbank vaststaat dat [slachtoffer 1] er met toepassing van voornoemde dwangmiddelen door verdachte toe is gebracht om zich te prostitueren en verdachte hier financieel voordeel uit heeft gehaald, is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 1] heeft uitgebuit. Dat verdachte daadwerkelijk handelde met het oogmerk van uitbuiting, vloeit naar het oordeel van de rechtbank voort uit hetgeen reeds is overwogen ten aanzien van de dwangmiddelen misbruik van een kwetsbare positie en misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht.

Het op deze wijze financieel voordeel behalen uit werkzaamheden die door een ander in de prostitutie worden verricht, terwijl er sprake is van dwang, zoals de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, leidt tot uitbuiting als bedoeld in artikel 273f Sr.

De rechtbank is derhalve, anders dan de raadsman, van oordeel dat sprake was van uitbuiting van [slachtoffer 1] door verdachte en dat verdachte daar ook het oogmerk op heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte controle heeft uitgeoefend en/of laten uitoefenen op de werkzaamheden en/of verdiensten van [slachtoffer 1] . Verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

De rechtbank is verder - met de officier van justitie - van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte het feit tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd, zodat verdachte tevens van dit onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de onder 4 ten laste gelegde mensenhandel (sub 3) jegens [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] leidt de rechtbank uit de bewijsmiddelen af dat verdachte en [medeverdachte 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] op 16 of 17 april 2015 vanuit Bulgarije mee hebben genomen naar Nederland om hen alhier in de prostitutie te laten werken. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat beide dames zich in een uitbuitingssituatie bevonden en dat verdachte en [medeverdachte 2] hiervan op de hoogte waren. Uit tapgesprekken is af te leiden dat [slachtoffer 3] zich in Nederland voor [medeverdachte 2] zou moeten prostitueren en dat verdachte [slachtoffer 1] zou exploiteren na aankomst in Nederland. De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 2] op het medenemen, als bedoeld in voornoemde bepaling, van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] naar Nederland. De rechtbank acht op grond hiervan bewezen dat verdachte het feit tezamen en in vereniging met een ander heeft begaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in periode van 1 november 2014 tot en met 6 mei 2015, te Leeuwarden en te Heerenveen,

A. (sub 1)

[slachtoffer 1] , door dwang en geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en

B.(sub 4)

[slachtoffer 1] , met een van de onder A genoemde middelen, heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en

C. (sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1] en

D. (sub 9)

[slachtoffer 1] met een van de onder A genoemde middelen, heeft gedwongen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde

immers heeft/is verdachte,

-die [slachtoffer 1] laten werken in een seksinrichting in Leeuwarden en in Heerenveen en

-die [slachtoffer 1] prostitutiewerkzaamheden laten verrichten terwijl haar zwangerschap al ver gevorderd was en

-die [slachtoffer 1] ondergebracht in een woning [straatnaam] ) te

Leeuwarden en

-die [slachtoffer 1] mishandeld door haar in het gezicht en tegen een arm te slaan en/of te stompen en haar zo hard te duwen, of een tafel zo hard tegen haar aan te duwen, dat zij op de grond viel en

-zijn boosheid aan die [slachtoffer 1] kenbaar gemaakt als zij niet voldoende had verdiend en

- [slachtoffer 1] haar verdiensten aan verdachte laten afdragen,

terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet of onvoldoende sprak/beheerste en onbekend was in Nederland en met de Nederlandse regels en wetten en gewoonten en gebruiken en bijna niemand in Nederland kende en aldus bewerkstelligd dat die [slachtoffer 1] van hem afhankelijk was;

4.

hij op 16 of 17 april 2015 in en buiten Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] , vanuit Bulgarije heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] in een ander land, Nederland (Heerenveen en/of Leeuwarden), ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en voor een derde tegen betaling.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Mensenhandel, meermalen gepleegd.

4. Mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft - voor het geval de rechtbank tot strafoplegging zal overgaan - gepleit voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit de over hem opgemaakte reclasseringsrapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. Het slachtoffer, een jonge Bulgaarse vrouw, is door verdachte dusdanig onder druk gezet dat zij haar werkzaamheden in de prostitutie, die zij aanvankelijk op vrijwillige basis verrichtte, voor hem ging uitvoeren, waarbij zij haar verdiensten onder druk en dwang aan hem moest afstaan.

Verder heeft verdachte zich ten aanzien van dit slachtoffer en een andere Bulgaarse samen met een ander, tevens schuldig gemaakt aan mensenhandel, sub 3. De slachtoffers zijn door verdachte en zijn mededader naar Nederland gebracht, met het doel hen in Nederland prostitutiewerkzaamheden te laten verrichten, wetende dat zij zich in een uitbuitingssituatie bevonden.

Mensenhandel waarbij het slachtoffer in de prostitutie wordt gebracht, is een vergaande vorm van uitbuiting waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt worden gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiter. Dit geldt temeer indien het slachtoffer, zoals onder het onder 1 bewezenverklaarde het geval was, in een vergevorderd stadium van haar zwangerschap is. De psychische gevolgen van dergelijke uitbuiting kunnen voor een slachtoffer, zo is algemeen bekend, groot zijn.

De rechtbank acht voor een combinatie van genoemde strafbare feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als gevorderd door de officier van justitie, ook al komt zij tot een beperktere bewezenverklaring dan de officier van justitie, in beginsel gerechtvaardigd.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Gelet verder op het tijdsverloop sinds het plegen van de feiten zal de rechtbank een deel van de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen en zal daaraan een proeftijd verbinden van 3 jaren. Een strafafdoening als bepleit door de raadsman doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van de feiten.

Benadeelde partij

[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.800,00 ter vergoeding van materiële schade en € 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 en 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

feit 2

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. O.J. Bosker en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 april 2018.

Mrs. Bosker en De Wit en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Verslag telefoontap (nr. 568), pagina 241.

2 Verslag telefoontap (nr. 607), pagina 245.

3 Verslag telefoontap (nr. 608), pagina 246.

4 Verslag telefoontap (nr. 612), pagina 247.

5 2 HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309, HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:554.