Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:1535

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
25-04-2018
Datum publicatie
25-04-2018
Zaaknummer
18/730529-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 25 april 2018 een man vrijgesproken van het medeplegen van een overval in een woning en van medeplichtigheid aan of bij deze overval.

De rechtbank heeft de man veroordeeld voor opzetheling. De man heeft de buit voorhanden gehad van een op 15 juni 2016 op klaarlichte dag gepleegde overval in een woning waarbij geweld en bedreiging met geweld is toegepast op de drieënzeventig jarige bewoner. De man stond, volgens afspraak, met een van de plegers van de overval op een plek te wachten totdat de andere plegers van de overval terug zouden komen. De man wist dat de plegers van plan waren iemand geld en/of goud afhandig te maken. De man en een van de plegers hebben daar de buit in ontvangst genomen en vervolgens de buit vervoerd naar een woning waar de andere plegers van de overval ook heen kwamen.

De rechtbank vond dat deze opzetheling aanzienlijk ernstiger is dan menig ander geval van heling en was van oordeel dat een taakstraf, zoals door de officier van justitie was gevorderd, geen passende straf is en dat een gevangenisstraf het uitgangspunt dient te zijn. De rechtbank vond strafverzwarend dat de man, ondanks zijn nauwe betrokkenheid bij de overval, geen openheid van zaken heeft gegeven en aldus op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn aandeel.

De rechtbank heeft de man een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van het voorarrest opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730529-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 25 april 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland,

ingeschreven op het adres te [woonplaats 1] [straatnaam] ,

thans verblijvende te [verblijfsplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 april 2018 en 11 april 2018.

Verdachte is ter terechtzitting van 9 april 2018 niet verschenen; wel is verschenen

mr. G.J.P.M. Grijmans, advocaat te Bolsward, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Ter terechtzitting van 11 april 2018 is verdachte verschenen, bijgestaan door

mr. G.J.P.M. Grijmans.

Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door mr. P.M. van der Spek.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 juni 2016 te Nes, in de gemeente Heerenveen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een woning, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar, (onder meer) een of meer zilveren munten en/of zilveren bestek en/of een of meer zilveren (zak)horloge(s) en/of een zilveren vergulde potpourrihouder en/of een

verkoopakte en/of een camera (merk Nikon D500) met bijbehorende cameratas en/of een flitser en/of een groothoeklens en/of 2 of 3 telelenzen, in elk geval enig goed,

dat geheel of ten dele aan een ander of anderen toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

- zich naar de woning van die [slachtoffer] heeft begeven en/of bij die woning heeft aangebeld en/of (vervolgens) door die [slachtoffer] is binnengelaten en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (plotseling) van achteren heeft vastgepakt/vastgegrepen en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] , (met kracht) meermalen, in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (met kracht) op de grond heeft gegooid, althans ten val heeft gebracht en/of (vervolgens)

- het (gehele) hoofd en/of het (boven- en onder)lichaam van die [slachtoffer] , met behulp van duct-tape, heeft getapet en/of (vervolgens)

- de handen om de keel van die [slachtoffer] heeft gedaan en de keel (enige tijd) heeft dichtgeknepen, althans heeft geprobeerd die [slachtoffer] te wurgen, in elk geval die [slachtoffer] enige tijd de adem heeft ontnomen en/of (vervolgens)

- op de borstkas van die [slachtoffer] heeft gestaan en/of (met kracht) op de borstkas van die [slachtoffer] heeft gedrukt/geduwd en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] met een sok heeft geprobeerd te wurgen, althans een sok tussen beide handen heeft gespannen en die sok vervolgens in de richting van de keel van die [slachtoffer] heeft gebracht en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (dreigend) de woorden toegevoegd -zakelijk weergegeven- dat die [slachtoffer] in ieder geval 10 minuten op de grond moest blijven liggen en/of als die [slachtoffer] dat niet zou doen en hij de politie zou bellen, zij terug zouden komen om hem dood te maken, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

zulks terwijl dit feit voor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus en/of twee gebroken/gekneusde ribben, ten gevolge heeft gehad;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 15 juni 2016 te Nes, in de gemeente Heerenveen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in/uit een woning, gelegen aan of bij de [straatnaam] , aldaar, (onder meer) een of meer zilveren munten en/of zilveren bestek en/of een of meer zilveren (zak)horloge(s) en/of een zilveren vergulde potpourrihouder en/of een verkoopakte en/of een camera (merk Nikon D500) met bijbehorende cameratas en/of een flitser en/of een groothoeklens en/of 2 of 3 telelenzen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander of anderen toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

- zich naar de woning van die [slachtoffer] heeft/hebben begeven en/of bij die woning heeft/

hebben aangebeld en/of (vervolgens) door die [slachtoffer] is/zijn binnengelaten en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (plotseling) van achteren heeft/hebben vastgepakt/vastgegrepen en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] , meermalen, (met kracht) in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft/

hebben geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (met kracht) op de grond heeft/hebben gegooid, althans ten val heeft/

hebben gebracht en/of (vervolgens)

- het (gehele) hoofd en/of het (boven- en onder-)lichaam van die [slachtoffer] , met behulp van duct-tape, heeft/hebben getapet en/of (vervolgens)

- de handen om de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben gedaan en de keel (enige tijd) heeft/hebben dichtgeknepen, althans heeft/hebben geprobeerd die [slachtoffer] te wurgen, in elk geval die [slachtoffer] enige tijd de adem heeft/hebben ontnomen en/of (vervolgens)

- op de borstkas van die [slachtoffer] heeft/hebben gestaan en/of (met kracht) op de borstkas van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt/geduwd en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] met een sok heeft/hebben geprobeerd te wurgen, althans een sok tussen beide handen heeft/hebben gespannen en die sok vervolgens in de richting van de keel van die [slachtoffer] heeft /hebben gebracht en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd -zakelijk weergegeven- dat die [slachtoffer] in ieder geval 10 minuten op de grond moest blijven liggen en/of als die [slachtoffer] dat niet zou doen en hij de politie zou bellen, zij terug zouden komen om hem dood te maken, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking,

zulks terwijl dit feit voor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus en/of twee gebroken/gekneusde ribben, ten gevolge heeft gehad,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 15 juni 2016 te of in de nabijheid Nes, in elk geval in gemeente Heerenveen en/of in de gemeente Emmen en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- samen met [medeverdachte 4] , in een personenauto (merk Seat, type Leon) achter de personenauto (Volkswagen, type Polo) van die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] naar de plaats van het misdrijf te rijden en/of (vervolgens)

- met die personenauto, in de nabijheid van het misdrijf, op een vooraf afgesproken plaats, te (blijven) wachten en/of (vervolgens)

- na het door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] gepleegde strafbare feit, een of meer tas(sen) met daarin (een deel van) de weggenomen goederen in die/hun personenauto heeft vervoerd en/of (vervolgens) naar een woning, althans een afgesproken plaats, heeft gebracht;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen dat

hij op of omstreeks 15 juni 2016 te Nes en/of Akkrum, althans in de gemeente Heerenveen

en/of Emmen tezamen en in vereniging met een ander, een of meer zilveren munten en/of zilveren bestek en/of een of meer zilveren (zak)horloge(s) en/of een zilveren vergulde potpourrihouder en/of een verkoopakte en/of een camera (merk Nikon D500) met bijbehorende cameratas en/of een flitser en/of een groothoeklens en/of 2 of 3 telelenzen

voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voor handen krijgen

van deze goederen wist(en) dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen dat

hij op of omstreeks 15juni 2016 te Nes en/of Akkrum, althans in de gemeente Heerenveen,

en/of Emmen tezamen en in vereniging met een ander, een of meer zilveren munten en/of zilveren bestek en/of een of meer zilveren (zak)horloge(s) en/of een zilveren vergulde potpourrihouder en/of een verkoopakte en/of een camera (merk Nikon D500) met bijbehorende cameratas en/of een flitser en/of een groothoeklens en/of 2 of 3 telelenzen

voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen

van deze goederen redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het primair en subsidiair ten laste gelegde, omdat ten aanzien van het primair ten laste gelegde niet kan worden bewezen dat verdachte het strafbare feit heeft gepleegd en eveneens niet kan worden bewezen dat hij een bijdrage van zodanig gewicht heeft gehad dat van medeplegen kan worden gesproken. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte handelingen heeft gepleegd ter voorbereiding of ter bevordering van het strafbare feit.

De officier van justitie heeft veroordeling voor het meer subsidiair ten laste gelegde gevorderd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat kan worden bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 4] de buit van Akkrum naar Emmen heeft vervoerd, terwijl hij wist dat de tassen met goederen die zij vervoerden van misdrijf afkomstig waren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde kan niet worden bewezen dat verdachte het strafbare feit heeft gepleegd of dat hij hierbij enige rol heeft gehad, zodat geen sprake is een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde kan niet worden bewezen dat verdachte gelegenheid en/of middelen en/of inlichting heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest bij het plegen van het strafbare feit. Tevens heeft verdachte geen opzet op het plegen van het strafbare feit gehad.

Ten aanzien van het meer en meest subsidiair ten laste gelegde geldt dat niet kan worden bewezen dat verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat er een misdrijf was gepleegd. Verdachte heeft op geen enkele manier geprofiteerd van het strafbare feit. Voorts was er geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 4] met betrekking tot het vervoeren van de gestolen goederen, want de afspraken omtrent het blijven wachten en het naar Emmen vervoeren van de tassen zijn niet met hem gemaakt. Verdachte was enkel bijrijder waardoor hij ook niet de mogelijkheid heeft gehad om zich te distantiëren.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.

De relaties tussen de verdachten

De verdachten [medeverdachte 4] en [verdachte] zijn familie van elkaar. [medeverdachte 4] is de neef van [verdachte] en [verdachte] is zijn oom. [verdachte] woont in België en [medeverdachte 4] woont in [woonplaats 2]. Verdachte [medeverdachte 1] is de ex-zwager van [medeverdachte 4] en woont in Emmen. Het is bij [medeverdachte 4] bekend dat [medeverdachte 1] zich met criminele activiteiten bezig houdt. [verdachte] kent [medeverdachte 1] ook.2 Tevens kent [verdachte] verdachte [medeverdachte 2] al ruim twintig jaren.3 [medeverdachte 2] woont in Frankrijk. [medeverdachte 2] heeft [medeverdachte 4] via zijn familie in Pirot (Servië) leren kennen en kent hem inmiddels al jaren. De verdachte [medeverdachte 3] is een goede kennis van [medeverdachte 2] uit Belgrado.4

Het voorafgaande aan 15 juni 2016

[medeverdachte 1] krijg een tip dat in de woning van [slachtoffer] in Nes waardevolle spullen zouden liggen.5Op 5 juni 2016 te 18.34.42 uur wordt op de laptop van [medeverdachte 1] het volgende opgezocht: http://telefoon-gids.com/ [slachtoffer] .6

Op 6 juni 2016 huurt [medeverdachte 1] een grijze Volkswagen Polo Bluemotion met het kenteken [kenteken] .7

[medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] hebben telefonisch contact over het naar Nederland komen van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] heeft omtrent zijn bezoek naar Nederland ook telefonisch contact met [verdachte] . [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] komen met de bus vanuit Belgrado naar Eindhoven. Ze doen twee dagen over de reis.8 Naar aanleiding van het telefoongesprek met [medeverdachte 2] neemt [medeverdachte 4] contact op met [medeverdachte 1] . Hierna belt [medeverdachte 4] [medeverdachte 2] weer en [medeverdachte 2] geeft aan wanneer hij in Nederland aankomt. Op 9 juni 2016 haalt [medeverdachte 4] samen met [medeverdachte 1] , in de door [medeverdachte 1] gehuurde Volkswagen Polo, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] uit Eindhoven op.9 Volgens [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 4] hem gevraagd mee te gaan naar Eindhoven en heeft [medeverdachte 4] aangegeven dat [medeverdachte 4] en hij misschien nog wel iets konden verdienen.10 Onderweg naar Emmen gaan ze bij de woning van [getuige 1] in Hoogeveen langs. Alle vier mannen, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gaan daar naar binnen en [medeverdachte 1] spreekt met [getuige 1] . Daarna worden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] naar een hotel in Emmen gebracht.11 In dit hotel, [hotel] te Emmen, checken [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 9 juni 2016 te 23.17 uur in en zij verblijven daar tot en met 11 juni 2016.12

De rechtbank overweegt dat door de verdachten verschillende verklaringen zijn gegeven over de reden van de komst van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar Nederland. In deze verklaringen geven de verdachten verschillende redenen en bovendien veranderen de verdachten hun verklaring. De verklaringen over de reden van de komst van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn niet consequent. Voorts vinden de verschillende redenen die in de verklaringen zijn gegeven geen steun in het dossier. De rechtbank laat derhalve in het midden wat de exacte reden is geweest waarom [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 9 juni 2016 naar Nederland zijn gekomen. Opvallend acht de rechtbank in dit verband echter wel dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gelijk nadat zij in Nederland zijn aangekomen naar de woning van [getuige 1] worden gebracht en dat [getuige 1] de man is die aan [medeverdachte 1] de tip over mogelijk te stelen waardevolle goederen in de woning van het slachtoffer in Nes heeft gegeven.

De volgende dag, 10 juni 2016, belt [medeverdachte 4] met [medeverdachte 2] en hij komt langs bij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] .13 [medeverdachte 1] verlengt deze dag de huurperiode van de Volkswagen Polo Bluemotion het het kenteken [kenteken] tot 26 juni 2016.14

Op 11 juni 2016 komen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] toe en [medeverdachte 1] biedt aan dat ze bij hem kunnen overnachten. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] pakken hun spullen en worden naar de woning van [medeverdachte 1] in Emmen gebracht. [verdachte] is die dag ook in de woning van [medeverdachte 1] .15 Hij komt met [medeverdachte 4] naar de woning van [medeverdachte 1] .16 Hij hoort dat het gesprek tussen de aanwezigen in de woning gaat over gouden dukaten.17 In deze woning wordt een reservering voor [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gemaakt om die nacht te overnachten in [hotel] in Duitsland. Er wordt op naam van [naam] gereserveerd. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] worden door [verdachte] en [medeverdachte 4] in de personenauto van [verdachte] naar [hotel] gebracht. Ze verblijven daar vanaf 11 juni 2016 tot 13 juni 2016.18

De activiteiten in de woning van [medeverdachte 1] op 11 juni 2016

[medeverdachte 1] heeft op 11 juni 2016 op zijn telefoon een aantal zinnen van de Nederlandse naar de Servische taal vertaald middels google translate. In volgorde wordt vertaald:

te 13.29.24 uur, Ik denk Dat hij meer als tweehonderd duizend heeft;

te 13.30.31 uur, Anders sla je hem dood;

te 13.53.04 uur, Ik kan niet wachten daar heen te gaan.19 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij deze termen heeft opgezocht naar aanleiding van het gesprek dat op dat moment door anderen in het Servisch werd gevoerd.20 Diezelfde dag te 16.32.46 uur, wordt op de laptop van [medeverdachte 1] opgezocht: http://www. [hotel] .de/.21 De telefonische boeking bij [hotel] op naam van [naam] vindt om 16.38 uur plaats.22

Op 12 juni 2016 te 2.58.28 uur, wordt op de laptop van [medeverdachte 1] het volgende opgezocht: http://www.muze.ws/bedrijf- [slachtoffer] en uit een overzicht van Google Searches van de harde schijf blijkt dat op de volgende termen is gezocht: [hotel] , [taxi] friesland, silver hobby marktplaats, [taxi] nes, [slachtoffer] , [slachtoffer] nes, [slachtoffer] nes, [slachtoffer] nes goud, [slachtoffer] nes.23 [medeverdachte 1] belt op 12 juni 2016 tweemaal (om 15.40 uur en om 17.25 uur) met het slachtoffer over een marktplaatsadvertentie van het slachtoffer en maakt een afspraak met hem om langs te komen om die avond een antieke kast te bekijken.24 [medeverdachte 1] ging naar de woning van het slachtoffer toe om te kijken of het interessant was om een diefstal te plegen bij hem.25 Diezelfde avond vanaf ongeveer 20.30 uur tot 22.30 uur zijn [medeverdachte 1] en [getuige 1] bij het slachtoffer in de woning in verband met de antieke kast waarover [medeverdachte 1] heeft gebeld. Het slachtoffer laat de mannen in het hele huis meerdere goederen zien en vertelt ze veel.26 Na het bezoek aan het slachtoffer neemt [medeverdachte 1] de dag met [medeverdachte 4] door en vertelt hem over het slachtoffer. Hij vertelt [medeverdachte 4] dat deze man veel goud moet hebben.27 Op 12 juni 2016 belt [medeverdachte 2] [medeverdachte 4] , waarna [medeverdachte 4] [medeverdachte 1] belt om te vragen of [medeverdachte 1] nog wat voor [medeverdachte 2] gaat regelen. De telefoon van [medeverdachte 1] staat op dat moment uit, maar hij belt [medeverdachte 4] op een later moment terug. [medeverdachte 1] zegt tegen [medeverdachte 4] dat hij bij iemand in Friesland is geweest. Hij heeft daar rondgelopen en zegt dat het wel iets voor hen is. [medeverdachte 4] is later die avond nog naar de voetbalvelden in [woonplaats 2] gegaan om [medeverdachte 1] te zien. [medeverdachte 1] vertelt dat de vriend van zijn schoonmoeder doordeweeks werkt en dat het huis dan leeg is. Dit is een woning in de buurt [wijk] in Emmen. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] kunnen daar verblijven. Op maandag 13 juni 2016 en dinsdag 14 juni 2016 verblijven [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in deze woning.28

Op maandag 13 juni 2016 huurt [medeverdachte 4] een antracietkleurige personenauto van het merk en type Seat Leon met kenteken [kenteken] voor de periode van 13 juni 2016 tot en met 18 juni 2016.29

Op 14 juni 2016, ’s avonds, in de woning aan de [straatnaam] in de wijk [wijk] te Emmen, waar [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] verblijven, spreekt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] vertelt hen over een man die hem nog goud schuldig is en dit niet wil betalen. [medeverdachte 1] biedt [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] dertig procent van de opbrengst aan wanneer ze hem helpen het goud op te halen. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] stemmen hiermee in. Eén van de redenen van [medeverdachte 2] dat hij mee gaat is dat hij het geld goed kan gebruiken. Ze bespreken die avond het plan. Het is de bedoeling dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] bij de woning aanbellen, omdat het slachtoffer hen niet kent en [medeverdachte 1] wel. Wanneer ze binnen zijn, zullen ze [medeverdachte 1] binnen laten. Ze nemen tape mee om het slachtoffer in te tapen en bang te maken. [medeverdachte 1] geeft hiervoor tape aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] .30

Op 14 juni 2016 heeft [medeverdachte 4] contact met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 1] vraagt hem de volgende dag om twaalf uur bij de woning in [wijk] te komen. [medeverdachte 4] is op 15 juni 2016 in de woning met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] is er nog niet en ze moeten op hem wachten. [medeverdachte 4] heeft tijdens het wachten contact met [verdachte] en vertelt hem dat hij in de woning in [wijk] , is samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . [verdachte] komt ook naar de woning in [wijk] .31 De telefoon bij [verdachte] in gebruik32 heeft die ochtend tussen 7.00 uur en 10.30 uur de route van Zuid-Nederland naar Emmen afgelegd.33 Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat [verdachte] die ochtend van België naar Emmen is gereden. [medeverdachte 2] vertelt die ochtend aan [medeverdachte 4] dat hij en [medeverdachte 3] [medeverdachte 1] gaan helpen met een klus die met geld of goud te maken heeft.34

Wanneer [medeverdachte 1] ook in de woning is besluiten ze om met zijn vijven: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 4] , te gaan. Ze lopen naar buiten naar de grijze Volkswagen Polo. Ze passen niet met zijn vijven in de Volkswagen Polo en daarom stappen alleen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in de gehuurde Volkswagen Polo. [medeverdachte 4] en [verdachte] stappen in de gehuurde Seat Leon. Afgesproken is dat [medeverdachte 4] met de Seat Leon achter de Volkswagen Polo, die door [medeverdachte 1] wordt bestuurd, aanrijdt. In Friesland rijdt [medeverdachte 1] verkeerd en [medeverdachte 4] parkeert de Seat Leon naast de Volkswagen Polo en vraagt wat de bedoeling is. [medeverdachte 1] zegt dat hij verkeerd is gereden. Waarop [medeverdachte 4] reageert met de woorden van: "Je bent er toch eerder geweest toch, je hebt een adres". Vervolgens draaien ze om en rijden ze terug. Op een landweg stoppen ze en [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] en [medeverdachte 4] daar op hen moeten wachten. [medeverdachte 1] rijdt vervolgens in de Volkswagen Polo weg met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . [verdachte] en [medeverdachte 4] wachten niet zoals [medeverdachte 1] hen gevraagd heeft maar rijden ergens heen om iets te eten.35 Ze zijn van 13.04 uur tot 13.59 uur in Akkrum.36

De overval

De overval is gepleegd op 15 juni 2016 tussen 14.00 uur en 15.00 uur in de woning aan de [straatnaam] te Nes.37

Omstreeks 13.50 ziet getuige [getuige 2] ter hoogte van de woning naast de woning van het slachtoffer een grijze Volkswagen Polo met twee wielen op de stoep staan. Hij ziet dat er een blanke man achter het stuur van de auto zit.38

Tussen 13.50 uur en 13.55 uur ziet getuige [getuige 3] een grijze Volkswagen Polo met het logo Bluemotion op de stoep tussen de [straatnaam] staan.39 De auto is vanaf deze plek niet te zien vanuit voornoemde woningen.40

Om 14.15 uur ziet de getuige [getuige 2] dat de Volkswagen Polo, die hij eerder op de stoep zag staan, nu op de oprit van perceel [straatnaam] staat met de achterzijde naar de woning geparkeerd. Op dat moment ziet hij niemand in het voertuig.41

Om 14.23 uur ziet de getuige [getuige 4] een personenauto van het merk Volkswagen wegrijden bij perceel [straatnaam] .42

Omstreeks 14.55 uur treffen de getuigen [getuige 5] en [getuige 6] het slachtoffer op het trottoir ter hoogte van de [straatnaam] aan. De getuige [getuige 5] ziet dat het slachtoffer een bebloed gezicht heeft en dat zijn gehele gezicht is gewikkeld in duct-tape. Er is ook een stuk duct-tape om zijn hals gewikkeld. De beide armen en handen van het slachtoffer zijn gekruist voor de borst vastgemaakt met duct-tape en er zit duct-tape op de broek van het slachtoffer.43

Het slachtoffer [slachtoffer] heeft op 15 juni 2016 aangifte gedaan en heeft een verklaring heeft afgelegd. Hij heeft deze verklaring op 22 juni 2016 deels aangevuld in verband met de weggenomen goederen. Vervolgens is hij op 19 augustus 2016 en 20 maart 2017 nader gehoord. De rechtbank constateert dat hij op sommige punten niet geheel consistent heeft verklaard. De rechtbank zal de verklaringen van het slachtoffer van 15 en 22 juni 2016 voor het bewijs gebruiken. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaringen, die zeer kort na het delict zijn afgelegd, authentiek en betrouwbaar zijn. Het slachtoffer heeft op dat moment nog nauwelijks tijd gehad om over de gebeurtenis na te denken. De latere verklaringen zijn mogelijk enigszins beïnvloed door het tijdsverloop en andere oorzaken die op de werking van het geheugen van invloed kunnen zijn.

Op 15 juni 2016 ziet het slachtoffer twee mannen op de oprit van zijn woning. Hij laat deze beide mannen zijn woning binnen. De mannen komen in verband met zijn huis dat te koop staat. Hij beschrijft de mannen als volgt:

De eerste (dader 1) is een man van 30 - 40 jaar oud. Het is een kort breed type. De man heeft een "goor-blanke" huidskleur. De man spreekt gebrekkig Engels. De tweede man (dader 2) is slanker en kleiner dan dader 1. Hij heeft een wat laffere uitstraling. Zijn neus is opvallend. Zijn neusbrug lijkt een "glijbaantje". Deze man heeft ook een "goor-blanke" huidskleur en spreekt gebrekkig Engels. Ze spreken ongeveer een kwartier in de woonkamer. Daarna leidt het slachtoffer de mannen rond in de woning. In de bijkeuken aangekomen wordt het slachtoffer plotseling van achteren vastgegrepen door dader 1. Op hetzelfde moment ziet het slachtoffer dader 2 met een rol tape in zijn handen van voren op hem afkomen. Hij probeert het slachtoffer vast te tapen. Het slachtoffer ziet kans om dader 2 te schoppen. Er ontstaat een gevecht. Het slachtoffer krijgt tijdens het gevecht zeker zes vuistslagen op zijn gezicht en het slachtoffer voelt handen rond zijn nek, waardoor hij het even benauwd heeft. Het lukt de mannen uiteindelijk om het slachtoffer te tapen. Hij wordt rond zijn hele hoofd, zijn bovenlichaam en zijn armen en benen getapet. Een man beweegt met een sok gespannen tussen zijn beide handen in de richting van de keel van het slachtoffer. Terwijl het slachtoffer vast getapet op de vloer in de bijkeuken ligt, hoort hij dat de mannen in het huis aan het rommelen zijn. Hij probeert de tape rond mijn armen of handen los te maken. Dat lukte hem gedeeltelijk, maar dan komt een man terug en tapet hem opnieuw rond zijn armen.

De man vraagt hem: "Gaat het een beetje?" De man spreekt daarbij Nederlands tegen hem. Op het laatst maken de mannen het slachtoffer duidelijk dat hij in ieder geval 10 minuten moet blijven liggen en dat als hij dat niet doet en de politie belt, ze terugkomen en hem dood maken. Het slachtoffer heeft tijdens het tapen van zijn hoofd zijn mond opengehouden en daardoor lukt het hem de tape die voor zijn mond zit stuk bijten. Daardoor kan hij wat gemakkelijker ademhalen. Hij is in staat met een mes uit de keuken zijn voeten of benen iets te bevrijden van de tape. Daarna schuifelt hij naar buiten, waar hij door buren wordt aangetroffen. Hij wordt met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd in verband met zijn verwondingen. In het ziekenhuis wordt het slachtoffer aan zijn verwondingen behandeld. Er wordt geconstateerd dat hij een gebroken neus heeft en twee gebroken ribben. Tevens is zijn rechteroog gezwollen en heeft hij diverse pijnlijke kneuzingen en een pijnlijke enkel.

De volgende goederen zijn uit het slachtoffer zijn woning ontvreemd:

- twee zilveren munten uit het jaar 1500;

- zilveren bestek, 6 vorkjes, 5 messen en 6 lepeltjes;

- een gulden muntstuk uit het jaar 1723

- munten met dubbele leeuwen;

- een zilveren vergulde potpourri houder met ketting;

- vier of vijf zilveren zakhorloges;

Voornoemde goederen zaten allemaal in een zogenaamd Tupperware bakje welke uit de kast in de zitkamer weggenomen is.

- een verkoopakte;

- een groene cameratas van het merk Nikon met daarin een Nikon D500 camera, een flitser, een groothoeklens en twee of drie telelenzen.44

In de wasbak van het aanrecht in de bijkeuken wordt door de politie een stukje duct-tape aangetroffen.45 Het stukje tape is onderzocht en op de tape worden DNA-mengprofielen van drie personen aangetroffen. Het slachtoffer en [medeverdachte 2] zijn beide donor van een deel van het celmateriaal in de bemonsteringen.46

In het atelier, nabij het kozijn van de deur van de bijkeuken wordt door de politie een gekreukte sok aangetroffen.47 De sok is onderzocht en op de sok worden DNA-mengprofielen van het slachtoffer en [medeverdachte 3] aangetroffen. Het DNA-hoofdprofiel is van het slachtoffer en de DNA-nevenkenmerken in het DNA-mengprofiel zijn van [medeverdachte 3] .48

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij op 15 juni 2016 samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de Volkswagen Polo Bluemotion en voorzien van kenteken [kenteken] naar de woning van het slachtoffer is gereden. Hij en [medeverdachte 3] spreken de Nederlandse taal niet. [medeverdachte 3] spreekt naast Servisch ook Engels. [medeverdachte 3] en hij gaan als voorhoede naar de woning.49 [medeverdachte 3] en hij bellen aan. [medeverdachte 1] houdt zich schuil. Hij blijft in de auto. De auto staat voor huis.50 Het slachtoffer doet open en staat hen te woord. [medeverdachte 3] voert het woord in het Engels. Terwijl ze binnen met het slachtoffer praten verwachten ze dat [medeverdachte 1] binnenkomt. [medeverdachte 2] kijkt buiten waar [medeverdachte 1] blijft. Hij ziet [medeverdachte 1] en de auto niet staan. Even later gaat [medeverdachte 3] naar buiten om te kijken waar [medeverdachte 1] blijft. Hij komt terug met een rugzak en pakt het slachtoffer vast en werpt zich op hem. Het slachtoffer verzet zich. [medeverdachte 2] pakt de tape uit de rugzak en probeert de mond van het slachtoffer te tapen. Door het verzet van het slachtoffer lukt dit niet. [medeverdachte 3] legt zijn hand op de mond van het slachtoffer, waarna het slachtoffer in zijn hand bijt. [medeverdachte 3] slaat het slachtoffer vervolgens meerdere malen. Hierna tapen ze het slachtoffer.51 Tijdens het tapen heeft [medeverdachte 2] met zijn bovenbeen druk op de borstkas van het slachtoffer uitgeoefend om hem in bedwang te houden.52 Tijdens het tapen ziet [medeverdachte 2] door het raam dat Volkswagen Polo achteruit op de oprit staat geparkeerd. Hij hoort dat er iemand boven in de woning bezig is. Hij gaat naar boven en ziet dat [medeverdachte 1] bezig is om goederen in tassen te stoppen. [medeverdachte 1] draagt een bivakmuts en handschoenen. Ook heeft hij zijn jas helemaal tot boven dicht. [medeverdachte 1] is verhit bezig om allerlei goederen te vinden maar is niet tevreden en begint tegen het slachtoffer te schreeuwen om geld. [medeverdachte 1] tapet het slachtoffer ook verder in op de plekken waar hij al is getapet. [medeverdachte 1] heeft de tassen gepakt en in de auto gezet.53 Ze stappen vervolgens weer met zijn drieën in de auto en rijden weg.54

De rechtbank stelt op basis van voornoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd vast dat het slachtoffer met dader 1 [medeverdachte 3] en met dader 2 [medeverdachte 2] bedoelt.

De terugweg

Nadat [medeverdachte 4] en [verdachte] iets hebben gegeten, rijden ze terug naar de plek waar ze hebben afgesproken. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn er nog niet en [medeverdachte 4] en [verdachte] rijden een stukje. Ze rijden terug en zien dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] met zijn drieën komen aanrijden. [medeverdachte 1] stopt de Volkswagen Polo naast de Seat Leon en stapt uit. [verdachte] stapt ook uit. [medeverdachte 1] doet de kofferbak van de Volkswagen Polo open en haalt twee tassen en een cameratas uit de kofferbak. Hij doet de deur van de Seat Leon open en zet de tassen in deze auto. [medeverdachte 1] geeft de sleutel van de woning aan de [straatnaam] aan [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] zegt dat ze naar die woning moeten rijden en dat zij er zo aankomen. [verdachte] en [medeverdachte 4] stappen in de Seat Leon. [verdachte] zegt dat het raar is dat er een camera bij zit, want daar kwamen ze niet voor. Hij zegt dat hij even in de tassen gaat kijken wat er in zit. Ze rijden naar de woning aan de [straatnaam] in de wijk [wijk] te Emmen. [medeverdachte 4] opent de deur en zet de tassen in de woning. [verdachte] opent de tassen en ze zien dat er plastic bakjes in zitten. Dan komen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] bij de woning. [medeverdachte 4] opent de deur voor hen en laat ze binnen. [medeverdachte 1] kijkt gelijk wat er in de tassen zit. [medeverdachte 3] is helemaal bezweet en gaat douchen. [medeverdachte 2] kleedt zich uit, want hij heeft bloed op zich. [verdachte] en [medeverdachte 4] verlaten de woning. Later die dag belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4] en zegt dat [medeverdachte 4] moet komen, omdat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] weg willen. [medeverdachte 4] haalt [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op bij de woning van [medeverdachte 1] in Emmen. Hij ziet dat de eerder genoemde tassen bij [medeverdachte 1] in de woning staan. [verdachte] is op dit moment reeds onderweg naar België.55 Samen met [medeverdachte 1] brengt [medeverdachte 4] , in de Volkswagen Polo, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar het treinstation in Düsseldorf te Duitsland. [medeverdachte 2] moet van daaruit eerst naar België voordat hij naar Frankrijk reist en [medeverdachte 3] gaat met hem mee.56 [medeverdachte 4] vertrekt die nacht met zijn gezin naar een hotel en reist de volgende dag naar [verdachte] in België.57

Op 19 september 2016 voeren [verdachte] en [medeverdachte 2] een telefoongesprek.58 [medeverdachte 2] geeft in dit gesprek aan dat hij heeft meegedaan met het maken van "ongein" waar ze mogelijk tien jaar voor moeten zitten. Hij maakt zich zorgen dat hij nogmaals moet zitten en informeert bij [verdachte] omtrent de laatste stand van zaken. [verdachte] geeft aan dat hij zich geen zorgen hoeft te maken omdat de politie [medeverdachte 4]59 aan de tand heeft gevoeld in verband met telefoonnummers en dat heeft niets met hen te maken. Volgens [verdachte] heeft [medeverdachte 4] niets over hen gezegd, maar is het wel verstandig dat [medeverdachte 2] zijn telefoon wist, zelf zal hij zijn simkaart weggooien. [medeverdachte 2] geeft aan dat [medeverdachte 4] voor problemen gaat zorgen en niet alleen voor hemzelf maar ook voor [verdachte] .60

De telefonische contacten

Het telefoonnummer van het slachtoffer, te weten [telefoonnummer] , is op 12 juni 2016 om 15.40 uur en 17.25 uur gebeld door het nummer [telefoonnummer] om een afspraak te maken voor de bezichtiging van een kast.61 Het telefoonnummer dat hij heeft gebruikt, te weten [telefoonnummer] , is alleen actief geweest in de periode van 10 juni 2016 te 13.11 uur tot en met 12 juni 2016 te 17.25 uur.

Het telefoonnummer [telefoonnummer] heeft naast het nummer van het slachtoffer, alleen contact met de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] .

Op grond van voornoemde telefonische contacten en mede gelet op de omstandigheid dat het telefoonnummer [telefoonnummer] korte tijd actief is geweest, stelt de rechtbank vast dat de gebruikers van de voornoemde nummers elkaar kennen en dat dit telefoonnummer, alleen voor een bepaald doel is aangeschaft dan wel gebruikt. Gelet op de eerder genoemde verklaring van [medeverdachte 1] , dat hij naar de woning van het slachtoffer is geweest om te kijken of het interessant zou zijn om daar een diefstal te plegen, stelt de rechtbank vast dat dit het doel is geweest van de gebruiker(s) van het telefoonnummer.

Met het telefoonnummer [telefoonnummer] zijn op 11 en 12 juni 2016 inkomende gesprekken met het nummer [telefoonnummer] , het nummer waarmee het slachtoffer is gebeld.62 Het telefoonnummer [telefoonnummer] is in gebruik bij [medeverdachte 1] .63 Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer kan worden opgemaakt dat [medeverdachte 4] , die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer]64, een contact is van [medeverdachte 1] . Ze hebben in de periode van 29 mei 2016 tot en met 12 juni 2016 tweeënveertig maal telefonisch contact.65

Naast eerder genoemd telefoonnummer beschikt [medeverdachte 1] over telefoonnummer [telefoonnummer] . [medeverdachte 4] heeft af en toe contact met [medeverdachte 1] via dat nummer. In periode van 8 juni 2016 tot en met 16 juni 2016 is dagelijks intensief contact, hetgeen afwijkend is ten opzichte van de periode daarvoor en daarna.66

Met het telefoonnummer [telefoonnummer] zijn op 11 en 12 juni 2016 inkomende gesprekken en op 12 juni 2016 uitgaande gesprekken met het nummer [telefoonnummer] , waarmee het slachtoffer is gebeld. Het nummer is alleen in de periode van 11 juni 2016 te 22.21 uur en 12 juni 2016 te 1.22 uur actief en heeft alleen contact met telefoonnummer waarmee het slachtoffer is gebeld. Het imeinummer bij dit nummer betreft [nummer] .67 Aan dit imeinummer zijn naast voornoemd telefoonnummer nog twee andere simkaarten gekoppeld, te weten telefoonnummer [telefoonnummer] en telefoonnummer [telefoonnummer] .68 Het nummer [telefoonnummer] is in gebruik bij [verdachte] .69 Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [verdachte] de telefoon in gebruik heeft behorende bij het telefoonnummer [telefoonnummer] .

[medeverdachte 4] en [verdachte] hebben regelmatig telefonisch contact via het nummer [telefoonnummer] . In de periode 10 juni 2016 tot en met 18 juni is er zelfs dagelijks intensief telefonisch contact.70

[verdachte] heeft op 12 juni 2016 tussen 00.45 uur en 1.22 uur vijf maal contact met het telefoonnummer [telefoonnummer] , dat later die dag is gebruikt door [medeverdachte 1] om de afspraak met het slachtoffer te maken.71 De rechtbank stelt vast dat voornoemde telefonische contacten plaatsvinden nadat die middag in de woning van [medeverdachte 1] iedereen bij elkaar is geweest en net voordat [medeverdachte 1] op zijn laptop nader onderzoek naar het slachtoffer instelt.

[medeverdachte 2] maakt gebruik van de Franse telefoonnummers [telefoonnummer] en het nummer [telefoonnummer] . Het telefoonnummer [telefoonnummer] is vanaf 18 juni 2016 in gebruik. Het telefoonnummer [telefoonnummer] is op 9 juni 2016 te 18.16 uur in Nederland.72 Het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 4] heeft in de periode van 10 juni 2016 tot en met 16 juni 2016 zestien maal telefonisch contact met nummer [telefoonnummer] van [medeverdachte 2] .73

Overwegingen van de rechtbank

Ten aanzien van het primair en subsidiair ten laste gelegde

Primair wordt verdachte verweten dat hij samen met anderen een diefstal met geweld en bedreiging met geweld heeft gepleegd tegen een persoon, met het oogmerk -kortgezegd- om de diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit te verzekeren. Als strafverzwarende omstandigheid wordt hem verweten dat het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad. Subsidiair wordt verdachte de medeplichtigheid aan of bij dit feit verweten.

medeplegen

Vast staat dat verdachte niet aanwezig was bij de diefstal met geweld en bedreiging met geweld in de woning van het slachtoffer. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

De bijdrage van de medepleger kan in uitzonderlijke gevallen in hoofdzaak vóór of ná het strafbare feit zijn geleverd. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke gevallen moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde af dat verdachte wist dat [medeverdachte 2] naar Nederland zou komen. In de dagen voorafgaande aan de overval heeft hij dagelijks intensief telefonisch contact met [medeverdachte 4] en hij is op de zaterdagmiddag als [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] in de woning van [medeverdachte 1] zijn, en volgens verdachtes eigen verklaring spreken over gouden dukaten, hierbij aanwezig. Opvallend is voorts dat vlak voordat [medeverdachte 1] die nacht nader onderzoek op zijn laptop verricht naar het slachtoffer verdachte meerdere malen telefonisch contact met [medeverdachte 1] heeft. Daarbij maakt verdachte gebruik van een telefoonnummer dat een zeer korte tijd actief is geweest, te weten drie uren, en enkel contact heeft gehad met het telefoonnummer dat het slachtoffer heeft gebeld. Verdachte geeft voor deze telefonische contacten geen redelijke verklaring. Op de dag van de overval reist verdachte van België naar Nederland en het plan is in eerste instantie om met zijn vijven in een auto te gaan. Enkel omdat dit niet past in de Volkswagen Polo wordt hiervan afgezien. Vervolgens wordt er met twee auto's naar Friesland gereisd en is er onderweg twee maal contact tussen de inzittenden van de auto's. Uiteindelijk wordt afgesproken dat alleen de Volkswagen Polo naar de woning van het slachtoffer zal gaan en dat de inzittenden van de Seat Leon, [medeverdachte 4] en verdachte, zullen blijven wachten. [medeverdachte 4] en verdachte gaan iets eten en gaan hierna terug naar de afgesproken plek. Daar wordt de buit aan hen overgedragen. Wanneer verdachte de cameratas ziet, geeft hij aan dat dit raar is omdat ze daar niet voor kwamen.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de rol van verdachte onvoldoende is komen vast te staan. Hierdoor is de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten niet komen vast te staan. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de bijdrage van verdachte aan het primair tenlastegelegde, te weten het vervoeren van de buit, is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht. Derhalve kan het primair ten laste gelegde niet worden bewezen en zal verdachte hiervan worden vrijgesproken.

Medeplichtigheid

Voor de beoordeling of sprake is van medeplichtigheid is van belang dat er handelingen voorafgaand of tijdens het delict zijn gepleegd die daartoe een bijdrage hebben geleverd. Zoals de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen is de rol van verdachte voorafgaand aan de overval onvoldoende komen vast te staan. Voorts staat vast dat verdachte tijdens de overval geen bijdrage heeft geleverd. Verdachte heeft weliswaar na de overval de buit vervoerd, maar dit is geen handeling die heeft bijgedragen aan het plegen van de overval. Het subsidiair ten laste gelegde kan derhalve niet worden bewezen en verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde

Meer subsidiair wordt verdachte opzetheling verweten. Van belang voor opzetheling is dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen wist dat de goederen van misdrijf afkomstig waren.

Vast staat dat verdachte na het plegen van het delict samen met [medeverdachte 4] de buit in ontvangst heeft genomen.

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor bij het primair ten laste gelegde reeds heeft overwogen leidt de rechtbank uit de bewijsmiddelen af dat er voorafgaande aan de overval contacten waren tussen verdachte en de anderen. Hij had zelfs een dagelijks intensief telefonisch contact met [medeverdachte 4] . Hij was aanwezig bij een gesprek waarin de daders van de overval over gouden dukaten spraken. De dag van de overval reist verdachte van België naar Nederland en het is in eerste instantie de bedoeling dat hij met de daders mee gaat. Uiteindelijk reist hij in een andere auto mee en komt hij na de overval naar een van te voren afgesproken plek en neemt de buit in ontvangst. Op dat moment dat hij de buit ziet vindt hij het raar dat er een cameratas bij zit omdat de daders daar niet voor kwamen. De rechtbank maakt hieruit op dat verdachte wel degelijk wist wat de bedoeling van de daders was, namelijk het afhandig maken van geld en/of goud van het slachtoffer. Dat verdachte nergens van op de hoogte was, dat hij die middag met [medeverdachte 4] meeging naar Friesland om bij agrarische bedrijven werk te zoeken en dat zij ook daadwerkelijk bedrijven hebben bezocht, acht de rechtbank in het licht van het voorgaande volstrekt ongeloofwaardig en het dossier biedt ook geen enkel aanknopingspunt voor verdachtes verklaringen hieromtrent.

De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen wist dat deze van misdrijf afkomstig waren.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen van de opzetheling, omdat de rechtbank van oordeel is dat de rol van [medeverdachte 4] bestaat uit het medeplegen van de diefstal met geweld en bedreiging met geweld en hij derhalve geen heler van de gestolen goederen is.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het meer subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 15 juni 2016 in de gemeente Heerenveen en te Emmen, zilveren munten en zilveren bestek en zilveren (zak)horloges en een zilveren vergulde potpourrihouder en een verkoopakte en een camera van het merk Nikon D500 met bijbehorende cameratas en een flitser en een groothoeklens en twee of drie telelenzen voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

meer subsidiair opzetheling.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het meer subsidiair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak en geen strafmaatverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het reclasseringsrapport opgemaakt door Reclassering Nederland op 13 april 2017, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van de buit van een op 15 juni 2016 op klaarlichte dag gepleegde overval in een woning waarbij geweld en bedreiging met geweld is toegepast op de drieënzeventig jarige bewoner. Verdachte stond, volgens afspraak, met een van de plegers van de overval op een plek te wachten totdat de andere plegers van de overval terug zouden komen. Verdachte wist dat de plegers van plan waren iemand geld en/of goud afhandig te maken. Verdachte en de pleger hebben daar de buit in ontvangst genomen en vervolgens de buit vervoerd naar een woning waar de andere plegers van de overval ook heen kwamen.

Het voorgaande maakt deze opzetheling naar het oordeel van de rechtbank aanzienlijk ernstiger dan menig ander geval van heling. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een taakstraf geen passende straf is en dat een gevangenisstraf het uitgangspunt dient te zijn.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt niet dat hij recent is veroordeeld wegens een strafbaar feit. De rechtbank neemt als strafverzwarend in aanmerking dat verdachte, ondanks zijn nauwe betrokkenheid bij de overval, geen openheid van zaken heeft gegeven. Verdachte heeft aldus op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor zijn aandeel.

Alles afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.833,90 ter vergoeding van materiële schade en € 2.500,-- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente, tot een bedrag van € 3.998,90 hoofdelijk kan worden toegewezen. Voorts heeft de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Standpunt van de verdediging

Door de raadsman is bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering, omdat verdachte moet worden vrijgesproken. In het geval een veroordeling volgt voor het meer subsidiair dan wel het meest subsidiair heeft de raadsman bepleit dat verdachte niet kan worden gehouden voor de gevorderde immateriële schade en de materiële schade met betrekking tot de schade aan de kleding en het eigen risico van de zorgverzekering, omdat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het geweld dat tegen de benadeelde partij is gebruikt en heling hier los van staat.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is -met de officier van justitie en de raadsman- van oordeel dat de door de benadeelde partij gevorderde immateriële schade en de materiële schade met betrekking tot de schade aan de kleding en het eigen risico van de zorgverzekering, geen rechtstreekse schade betreft die aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde, te weten opzetheling, is toegebracht.

De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade met betrekking tot de cassettedelen en de verzameling oude munten heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte in zoverre niet door verdachte en zijn raadsman is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 juni 2016.

De rechtbank stelt vast dat verdachte de onrechtmatige daad jegens de benadeelde partij samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal daarom ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door een of meer medeverdachten is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte voorts veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het meer subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Benadeelde partij

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 3.998,90 (zegge: drieduizend negenhonderd achtennegentig euro en negentig eurocent)te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2016, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 3.998,90 (zegge: drieduizend negenhonderd achtennegentig euro en negentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 49 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2016. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.A. Wiersma, voorzitter, mr. M.J. Dijkstra en mr. M.B. de Wit, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 april 2018.

Mr. M.J. Dijkstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer 2016173696-DEF, gesloten op 19 december 2017.

2 proces-verbaal, pagina 953 t/m 955.

3 proces-verbaal, pagina 1139.

4 proces-verbaal, pagina 1131.

5 proces-verbaal, pagina 797.

6 proces-verbaal, pagina 753.

7 proces-verbaal, pagina 1344.

8 proces-verbaal, pagina 1140.

9 proces-verbaal, pagina 963.

10 proces-verbaal, pagina 844.

11 proces-verbaal, pagina 988.

12 een schriftelijk stuk, te weten gegevens van [hotel] te Emmen, pagina's 1557 en 1558.

13 proces-verbaal, pagina 1141.

14 proces-verbaal, pagina 1322.

15 proces-verbaal, pagina 1141.

16 proces-verbaal, pagina's 963, 964 en 968.

17 verklaring van [verdachte] afgelegd op de ter terechtzitting van 12 april 2018.

18 proces-verbaal, pagina's 963, 964 en 968.

19 proces-verbaal, pagina 815.

20 proces-verbaal, pagina 842.

21 proces-verbaal, pagina 753.

22 proces-verbaal, pagina 1532.

23 proces-verbaal, pagina's 753 en 754.

24 proces-verbaal, pagina 1391.

25 proces-verbaal, pagina 827.

26 proces-verbaal, pagina 1193

27 proces-verbaal, pagina's 827 en 828.

28 proces-verbaal, pagina's 989 en 990.

29 proces-verbaal, pagina 1417.

30 verklaring van [medeverdachte 2] afgelegd ter terechtzitting van 9 april 2018.

31 proces-verbaal, pagina 990.

32 proces-verbaal, pagina's 1439 en 1440.

33 proces-verbaal, pagina's 1441 en 1442 en proces-verbaal, pagina 1061.

34 verklaring van [medeverdachte 2] afgelegd ter terechtzitting van 9 april 2018.

35 proces-verbaal, pagina 990.

36 proces-verbaal, pagina's 1422 en 1423.

37 proces-verbaal, pagina 1191.

38 proces-verbaal, pagina 1241.

39 proces-verbaal, pagina 1239.

40 verklaring getuige [getuige 3] d.d. 16 november 2017 ten overstaan van de rechter-commissaris in strafzaken in deze rechtbank.

41 proces-verbaal, pagina's 1241 en 1242.

42 proces-verbaal, pagina's 1257 en 1258.

43 proces-verbaal, pagina's 1230.

44 proces-verbaal, pagina's 1191 t/m 1193.

45 proces-verbaal, pagina 212.

46 NFI rapport d.d. 4 april 2017, pagina's 397 en 398.

47 proces-verbaal, pagina 213.

48 NFI rapport d.d. 5 augustus 2016, pagina's 286 t/m 289 en het NFI rapport van 12 september 2017, pagina's 422 en 423.

49 proces-verbaal, pagina's 1130 t/m 1132.

50 proces-verbaal, pagina 1143.

51 proces-verbaal, pagina's 1132 en 1133.

52 verklaring [medeverdachte 2] afgelegd op de ter terechtzitting van 9 april 2018.

53 proces-verbaal, pagina's 1132 en 1133.

54 proces-verbaal, pagina 1144.

55 proces-verbaal, pagina's 990 en 991.

56 proces-verbaal, pagina's 990 en 991.

57 proces-verbaal, pagina 958.

58 verklaring [medeverdachte 2] op de ter terechtzitting van 9 april 2018.

59 verklaring [medeverdachte 2] op de ter terechtzitting van 9 april 2018 en proces-verbaal, pagina 1064.

60 proces-verbaal, pagina's 1443 en 1444.

61 proces-verbaal, pagina's 1313 en 1314.

62 proces-verbaal, pagina's 1319 t/m 1322.

63 proces-verbaal, pagina 792.

64 proces-verbaal, pagina 1471.

65 proces-verbaal, pagina 1392.

66 proces-verbaal, pagina 1393.

67 proces-verbaal, pagina's 1319 t/m 1320.

68 proces-verbaal, pagina 1392.

69 proces-verbaal, pagina 937.

70 proces-verbaal, pagina's 1392

71 proces-verbaal, pagina 1391.

72 proces-verbaal, pagina's 1482 t/m 1493.

73 proces-verbaal, pagina 1398.