Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:1446

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-04-2018
Datum publicatie
19-04-2018
Zaaknummer
18/730454-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor bedrijfsinbraken en vele diefstallen tot deels voorwaardelijke gevangenisstraf en maximale taakstraf. Overschrijding redelijke termijn van vervolging.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 266
Wetboek van Strafrecht 267
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730454-16

ter berechting gevoegd parketnummer 18/730120-17

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/720370-17

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 april 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 april 2018.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Bonthuis, advocaat te Joure.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd

Parketnummer 18/730454-16

1.

hij op of omstreeks 19 oktober 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de [bedrijf 1]

( [straatnaam] te Grou) heeft weggenomen 150 pakjes sigaretten, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen pakjes sigaretten

onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of inklimming;

2.

(ter berechting gevoegd parketnummer 18-730120-17)

hij op of omstreeks 18 februari 2017 te Leeuwarden opzettelijk aanwezig heeft

gehad ongeveer 1.37 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de [bedrijf 1]

( [straatnaam] te Grou) heeft weggenomen 120 pakjes sigaretten, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijf 1] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen pakjes sigaretten

onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

en/of inklimming;

4.

hij in of omstreeks 15 augustus 2015 tot en met 15 september 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een Yamaha rubberboot en/of een Evinrude buitenboordmotor, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

hij in of omstreeks 26 september 2015 tot en met 27 september 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een Yamaha buitenboordmotor, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

6.

hij in of omstreeks 13 september 2015 tot en met 19 oktober 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een Quicksilver rubberboot, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s);

7.

hij in of omstreeks 24 september 2015 tot en met 28 september 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een Evinrude buitenboordmotor, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

8.

hij in of omstreeks 20 oktober 2015 tot en met 2 november 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

een zeilboot, althans een vaartuig, heeft weggenomen een verrekijker en/of een

benzinetank en/of een zaklamp en/of een viskoffer en/of twee, althans één

werphengel(s) en/of twee, althans één tas(sen) met gereedschap en/of een

zwarte jerrycan en/of een brandblusser, in elk geval enig(e) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks 20 oktober 2015 tot en met 2 november 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, een of meer goed(eren), te weten een verrekijker en/of

een benzinetank en/of een zaklamp en/of een viskoffer en/of twee, althans één

werphengel(s) en/of twee, althans één tas(sen) met gereedschap en/of een

zwarte jerrycan en/of een brandblusser heeft verworven, voorhanden gehad,

en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van dit/deze goed(eren) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het

(een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

9.

hij in of omstreeks 18 oktober 2015 tot en met 18 november 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen twee, althans één bezinetankje(s), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte;

10.

hij op of omstreeks 3 oktober 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een Spartamet

snorfiets ( [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 3 oktober 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden,

een goed te weten een Spartamet snorfiets ( [kenteken] ) heeft verworven,

voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs moest vermoeden

dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

11.

hij in of omstreeks 28 september 2015 tot en met 14 oktober 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een Hercules Saxonette snorfiets ( [kenteken] ), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks 28 september 2015 tot en met 14 oktober 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, een goed te weten een Hercules Saxonette snorfiets

( [kenteken] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij

ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

12.

hij in of omstreeks 20 oktober 2015 tot en met 21 oktober 2015 te Leeuwarden

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

Spartamet snorfiets ( [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks 20 oktober 2015 tot en met 21 oktober 2015 te Leeuwarden,

een goed te weten een Spartamet snorfiets ( [kenteken] ) heeft verworven,

voorhanden gehad, en/of overgedragen,terwijl hij ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs moest vermoeden

dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

13.

hij in of omstreeks 17 oktober 2015 tot en met 19 oktober 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

een schuur ( [straatnaam] te Grou) heeft weggenomen een carburateur en/of

een kabelboom en/of een remhendel en/of een choke, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

14.

hij in of omstreeks 7 augustus 2015 tot en met 8 augustus 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen een Sparta Neo damesfiets, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte;

15.

hij op of omstreeks 15 december 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een Sparta Neo

damesfiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 15 december 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, een goed te

weten een Sparta Neo damesfiets heeft verworven, voorhanden gehad, en/of

overgedragen,terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van dit goed wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof.

Parketnummer 18/720370-17:

hij op of omstreeks 13 november 2017 te Leeuwarden opzettelijk beledigend (een)

ambtenaar, te weten [slachtoffer 11] (hoofdagent van politie), gedurende en/of ter

zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in het openbaar in

diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "ik vind je toch

een flikker", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 18/730454-16:

De officier van justitie heeft veroordeling voor alle tenlastegelegde feiten gevorderd. Met betrekking tot het ad 2 tenlastegelegde feit heeft de officier van justitie aangevoerd dat de inbeslagneming van de betreffende drugs in strijd met artikel 56 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering heeft plaatsgevonden. Verdachte is door de opsporingsambtenaren reeds voordat hij was aangehouden op verdenking van enig strafbaar feit aan zijn kleding onderzocht.. Dat is een onjuiste volgorde, hetgeen betekent dat de fouillering onrechtmatig was en dat daarmee ook het aantreffen van de drugs bij de fouillering onrechtmatig was. Naar het oordeel van de officier van justitie moet dit leiden tot strafvermindering.

Parketnummer 18/720370-17:

De officier van justitie heeft de veroordeling gevorderd van het ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

Parketnummer 18/730454-16:

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er dusdanig ernstig getwijfeld moet worden aan de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen die zich in het dossier bevinden, met name aan de verklaring van [getuige 1] , dat deze verklaringen niet als bewijs gebruikt kunnen worden. Daarmee blijven slechts de aangiften over en de ontkennende verklaring van verdachte, zodat vrijspraak moet volgen. Met betrekking tot het ad 2 tenlastegelegde feit heeft de raadsman aangevoerd dat er geen ernstige bezwaren als bedoeld in artikel 56 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering aanwezig waren, op grond waarvan een onderzoek aan de kleding van verdachte gerechtvaardigd was. Aldus was dit onderzoek onrechtmatig, hetgeen volgens de raadsman moet leiden tot strafvermindering.

Parketnummer 18/720370-17:

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte van dit tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken, nu er sprake is van een diametraal tegenover elkaar staande verklaring van enerzijds verdachte, en anderzijds aangever. Daarmee is onduidelijk wat er nu precies is gebeurd, hetgeen betekent dat vrijspraak moet volgen.

Oordeel van de rechtbank

Parketnummer 18/730454-16:

De rechtbank is van oordeel dat de in het dossier opgenomen verklaringen van de getuigen, en dan in het bijzonder de verklaring van de getuige (en medeverdachte) [getuige 1] , in onderling verband beschouwd voldoende consistent en betrouwbaar zijn, om als bewijs te kunnen worden gebruikt. Daarbij overweegt de rechtbank dat [getuige 1] niet alleen op een consequente en eenduidige wijze heeft verklaard over zijn eigen aandeel bij de verschillende diefstallen, maar ook dat hij aan de politie bij meerdere diefstallen de vindplaatsen van weggenomen goederen heeft aangewezen. Daarnaast komen de verklaringen van [getuige 1] bij meerdere diefstallen overeen met de verklaringen van de verschillende aangevers. Om die reden ziet de rechtbank, anders dan de raadsman heeft betoogd, geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van getuige (en medeverdachte) [getuige 1] .

De rechtbank constateert dat de verdachte in het proces-verbaal (ook) aangeduid wordt als [verdachte] of [verdachte] . Ter zitting heeft verdachte verklaard dat zijn bijnaam (fonetisch) [verdachte] is.

De getuige [getuige 2] noemt het adres [straatnaam] te Grou als het woonadres van [verdachte] . Dit adres is ook door verdachte opgegeven als woonadres, alwaar hij bij zijn moeder woonde. Op dit adres is tweemaal door de politie in het kader van het onderhavige onderzoek binnengetreden ter inbeslagneming. Daarbij zijn daadwerkelijk goederen in beslag genomen, die genoemd worden in meerdere ten laste gelegde en hieronder bewezenverklaarde feiten. Bij deze feiten wordt door getuigen en medeverdachten telkens de betrokkenheid van verdachte aangegeven.

Gelet op het voorgaande, is de rechtbank ervan overtuigd dat met de namen [verdachte] of [verdachte] in het proces-verbaal de verdachte bedoeld is.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 127 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangeefster [getuige 3] :

“Ik doe namens het [bedrijf 1] gevestigd aan de [straatnaam] te Grou aangifte. Op 19 oktober 2015 omstreeks 2.59 uur werd ik gebeld door de alarmcentrale. Vervolgens ben ik naar Grou gereden. Ik zag dat hetzelfde raam dat de afgelopen week was ingegooid, nu ook ingegooid was. Ik zag dat er achter de balie, bij de kassa, verschillende soorten sigaretten waren weggenomen.”

Een bijlage bij voormelde verklaring van aangeefster, op pagina 130 van voormeld dossier, aangeduid als “Overzicht voorraadmutaties”, met daarop aangeduid “Diefstal met aangifte” en “aantal”, met het getal “150”.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 143 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :

“Afgelopen nacht 19 oktober 2015 liep ik omstreeks 00.00 uur op de Stationsstraat te Grou. Op dat moment zag ik ter hoogte van het [bedrijf 1] , de mij bekende [getuige 1] staan. Tevens zag ik dat er twee personen bij het raam van de zijkant van het [bedrijf 1] wegrenden en zich verstopten. Ik herkende de twee jongens die bij het raam wegrenden als [naam 1] en [verdachte] . [verdachte] woont op de [straatnaam] te Grou.”

“Ik denk dat de eerste inbraak ongeveer een week of drie eerder gebeurd is als de tweede inbraak, die op 19 oktober 2015 is gepleegd. Ik lag bij de Stationsweg bij het appartementengebouw Roordastate toen omstreeks 2.30 uur [verdachte] weer zag aankomen. Hij was alleen. Ik zag dat hij naar het [bedrijf 1] liep. Ik zag dat [verdachte] wat glasscherven uit het kapotte raam trok en het kapotte gat groter maakte. Ik zag dat hij zich door het gat naar binnen wurmde en ik zag dat dat hij een tijdje in de winkel is geweest. Ik zag dat hij na ongeveer een minuut weer naar buiten kwam door dat kapotte gat in de ruit en ik zat dat hij een soort draagtas bij zich had. Het oogde alsof die tas aardig vol spullen zat.”

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 460 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“Ik zag dat [verdachte] en [naam 1] naar de [bedrijf 1] toelopen. Ik zag en hoorde dat [verdachte] een raam intrapte. Ik zag dat [verdachte] en [naam 1] wegdoken, omdat [getuige 2] eraan kwam. [verdachte] heeft op een later tijdstip sigaretten gestolen. [verdachte] heeft me de dag erna verteld dat hij bij de [bedrijf 1] was geweest en twee tassen helemaal vol had met sigaretten. Ik heb de tassen gevuld gezien met sigaretten.”

Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 18 februari 2017, opgenomen op pagina 7 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017043801 d.d. 27 maart 2017, inhoudende als relaas van verbalisanten:

“Op zaterdag 28 februari omstreeks 2.40 uur waren wij op het Ruiterskwartier te Leeuwarden. We kregen de opdracht van horeca coördinator [naam 2] om te gaan naar de broodjeszaak in de [straatnaam] te Leeuwarden. [naam 2] had een melding gehad dat twee mannen drugs aan het dealen warden. Het zou gaan om twee mannen waarvan één een blanke huidskleur had en de andere een donkere huidskleur. Wij zagen voor de ingang van de broodjeszaak twee personen bij elkaar staan waarvan één een donkere huiskleur had en de ander een blanke huidskleur. Wij vroegen de mannen zich te identificeren. De donkere persoon identificeerde zich door middel van een paspoort als zijnde [verdachte] . Ik besloot [verdachte] te onderzoeken aan de kleding. Ik zag in een zijvakje aan de binnenzijde van de tas een plastic bakje ter grootte van een pingpong bal. Ik opende dit bakje en zag hierin zes in vershoudfolie gedraaide bolletjes met een witte substantie zaten. Ik nam de drugs in beslag.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakte kennisgeving van inbeslagneming d.d. 18 februari 2017, opgenomen op pagina 4 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2017043801 d.d. 27 maart 2017, inhoudende:

“Beslagene: [verdachte]

Volgnummer 1

Goednummer PL0100-2017043801-840608

Object: verdovende mid

Aantal/eenheid 6: stuks

Bijzonderheden: 6 bolletjes in poedervorm

Volgnummer 2

Goednummer PL0100-2017043801-840609

Object:

Bijzonderheden: 1 wikkel met inhoud in poedervorm”

3. Een drietal deskundigenrapporten afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2017.03.08.094 (respectievelijk aanvraag 001, 002 en 003), telkens d.d. 9 maart 2017 opgemaakt door ing. A.G.A. Sprong, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als zijn/haar verklaring:

Met telkens Politieregistratienummer:

01-2017043801

Aanvraag 001: “volgens opgave 0,33 gram, wit poeder in een toegevouwen papiertje. Conclusie: bevat cocaïne.”

Aanvraag 002: “In totaal volgens opgave 0,46 gram, wit poeder en brokjes in een verrassingsei met gripzakje met 4 bolletjes; aantal onderzocht een. Conclusie: bevat cocaïne.”

Aanvraag 003: “In totaal volgens opgave 0,58 gram, crèmekleurig poeder en brokjes in een verrassingsei met gripzakje met 2 bolletjes; aantal onderzocht een. Conclusie: bevat cocaïne.”

Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 200 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangeefster [getuige 3] :

“Ik doe aangifte namens [bedrijf 1] , gevestigd aan de [straatnaam] te Grou. Vanmorgen 9 oktober 2015 omstreeks 7 uur kwam ik bij de winkel. Ik zag dat een ruit aan de voorzijde van de winkel ingeslagen was. Achter het verbroken raam staan sigaretten. Diverse pakjes zijn weggenomen. De goederen genoemd op de bijlage goederen zijn weggenomen.”

Een bijlage bij voormelde verklaring van aangeefster, op pagina 205 van voormeld dossier, aangeduid als “Overzicht voorraadmutaties”, met daarop aangeduid “Diefstal met aangifte” en “aantal”, met het getal “120”. De bovenste regel van deze bijlage geeft aan “200 ml”, en het totaal aantal aangeduid als sigaretten pakjes bedraagt derhalve 119.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 460 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“Er is daar bij het [bedrijf 1] nog een keer eerder ingebroken. Daar is toen een ruit ingegooid en gelijk hierna zijn er sigaretten uit gepakt. Dit heeft [verdachte] ook gedaan. Toen dit gebeurde was ik er heel kort bij. Ik heb gezien dat [verdachte] met de bougie het raam vernielde. Ik was hierbij. [verdachte] heeft mij verteld dat hij het raam van de [bedrijf 1] ging ingooien en sigaretten ging stelen. De eerste keer toen hij zijn arm door het raam stak, gaf hij mij de pakjes aan en heb ik die in mijn tas gedaan. Ik ben de enige die altijd een tas bij zich had. De pakjes die ik had bleven gedeeltelijk bij hem en ik nam zelf een paar mee.”

Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 240 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 1] :

“Ik ben eigenaar van een Yamaha rubberboot met daarachter een Evinrude buitenboordmotor. De diefstal hiervan moet volgens mij eind augustus, begin september 2015 hebben plaatsgevonden. Ik had de boot met motor toen afgemeerd liggen bij een steiger in het water te Grou. Ik herkende de rubberboot en de motor op de foto gelijk als mijn eigen.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 471 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“ [verdachte] heeft een rubberboot gestolen. Deze was wit van kleur met een blauwe motor. De boot had een blauwe streep erop.”

Ten aanzien van het onder 5. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 244 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 2] :

“Onze buitenboordmotor is gestolen tussen plusminus 21.30 uur zaterdagavond 26 september 2015 en 13.00 uur zondagmiddag 27 september. De rubberboot met motor lag aan een afgesloten terrein in Grou. Er zat een AXA slot op en daaraan een rood benzinetankje met rode dop. Het goed als genoemd op de bijlage goederen werd weggenomen.”

Een bijlage goederen, opgenomen op pagina 246 van voormeld proces-verbaal houdt in: Object: buitenboordmotor (kortstaart) en merk/type: Yamaha kortstaart 5 PK en kleur: blauw

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2015, opgenomen op pagina 247 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verbalisanten:

“Op 27 oktober 2015 omstreeks 18.30 uur zijn collega’s [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar aanleiding van een melding verdachte situatie ter plaatse geweest op de J.W. de Visserwei te Grou. Aldaar troffen zij een rubberboot aan met daaraan een buitenboordmotor bevestigd. In deze rubberboot lag op de vloer een losse buitenboordmotor. Ik, verbalisant [verbalisant 3] , tilde de buitenboormotor, welke lag in de rubberboot aan wal. Ik zag dat aan de buitenboordmotor een ringslot was bevestigd. Aan dit zwartkleurig ringslot van het merk AXA zag ik een metaalkleurige ring.”

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 236 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verbalisant:

“Met de verdachte [getuige 1] maakte ik, verbalisant, op donderdag 5 november 2015 een rondgang door het dorp Grou en over het [bedrijf 4] nabij Grou. Hij wees me toen meerdere plekken aan waar door hem, al dan niet met anderen samen diefstal was gepleegd of waar gestolen goederen waren achtergelaten. In het dorp Grou wees hij me de plek aan, waar hij de Yamaha rubberboot met de Evinrude buitenboordmotor steeds was achtergelaten. Ik zag dat dit het water van de Rjochte Grou betrof, nabij de fietsbrug bij de J.W. de Visserwei te Grou.”

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 472 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“ [verdachte] heeft de buitenboordmotor afgebeeld op fotoblad 5 gestolen om op zijn boot te zetten aangezien de motor het hiervan niet meer deed.”

Ten aanzien van het onder 6. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 271 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 3] :

“Ik doe hierbij alsnog aangifte van diefstal van mijn grijze rubberboot van het merk Quicksilver en een daarbij behorend grijs dekzeil. De boot en het afdekzeil zijn gestolen van het erf bij mijn chalet nummer 180 op het [bedrijf 4] in Grou. De diefstal is tussen half september 2015 en 19 oktober 2015 gepleegd. Ik hoor nu van u dat u de gestolen Quicksilver rubberboot heeft teruggevonden tijdens een politieonderzoek.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2015, opgenomen op pagina 267 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verbalisant:

“Met de verdachte [getuige 1] maakte ik, verbalisant, op donderdag 5 november 2015 een rondgang door het dorp Grou en over het [bedrijf 4] nabij Grou. In het dorp Grou wees hij me de plek aan waar hij een Quicksilver rubberboot met gestolen Evinrude buitenboordmotor had achtergelaten in een haventje.”

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 460 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“Uiteindelijk zagen we een rubberboot liggen. Het was een witte boot. Dit was bij de camping op [bedrijf 4], de rubberboot lag op het gras daar. [verdachte] heeft de boot in het water gedaan, en toen heeft hij de motor, die wij net daarvoor van de groene ijzeren boot hadden afgehaald, op die rubberboot gezet. Ik ben toen met de witte boot gaan varen.”

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 247 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verbalisanten:

“Op 27 oktober 2015 omstreeks 18.30 uur zijn collega’s [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar aanleiding van een melding verdachte situatie ter plaatse geweest op de J.W. de Visserwei te Grou. Aldaar troffen zij een rubberboot aan met daaraan een buitenboordmotor bevestigd. In deze rubberboot lag op de vloer een losse buitenboordmotor. Tevens zagen we in de rubberboot een grijskleurig afdekzeil liggen.”

Ten aanzien van het onder 7. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 276 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer 4] :

“Tussen 24 september en maandag 28 september 2015 is de buitenboordmotor van de schouw gestolen, die een ligplaats heeft in de baai achter de Hema te Grou. Ik heb op 4 oktober 2015 mijn buitenboordmotor teruggevonden achter een grijze rubberboot, die bij dezelfde ligplaats lag als waar de motor van mijn schouw was gestolen.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 472 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“ [verdachte] en ik zaten in de boot van [verdachte] en we voeren achter de Hema langs. Hier heeft [verdachte] de buitenboordmotor van de boot getild en in zijn boot gelegd. Ik zag dat de boot waar hij deze buitenboordmotor afhaalde een groene ijzeren boot was. Het was een ijzeren vissersbootje.”

Ten aanzien van het onder 8. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 314 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 5] :

“Ik ben eigenaar van een zeilboot die momenteel ligt aangemeerd in het water van de Rjochte Grou. Om in de kajuit te komen moet je een schuifluik naar voren schuiven en daarna een deurtje omhoog schuiven. Ik heb de volgende goederen herkend als mijn eigendom. Deze goederen zijn dus na 20 oktober 2015 gestolen uit mijn zeilboot.

-verrekijker in doos

-benzinetank met witte plastic zijkant

-de mag-lite zaklamp

-de viskoffer met inhoud

-de beide werphengels

Ik mis nog de volgende goederen:

-twee bigshoppers met handgereedschap

-een vijf liter jerrycan, kleur zwart met zwarte dop en zwarte schenktuit

-de brandblusser.

Alle gestolen goederen zijn mijn eigendom. Niemand heeft het recht of toestemming gekregen om die spullen te stelen.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 473 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“De verrekijker is ook gestolen uit een boot en drie a vier hengels. Daarbij heeft [verdachte] ook een mag-lite gestolen. Ik was er wel even bij. Er lag een boot met een hoop dingen erin de buurt van zijn boot bij de fietsbrug. Ik zag dat [verdachte] spullen uit een boot haalde waaronder de verrekijker. Er is ook een vissersdoos gestolen.”

Ten aanzien van het onder 9. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 335 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 12] :

“Ik doe aangifte mede namens de benadeelde [bedrijf 2] , [straatnaam] te Grou.

Wij hebben als bedrijf een opslagruimte achter het pand zitten waar we tankjes in opslag hebben. Ik kan me herinneren dat ik omstreeks 18 oktober 2015 daar voor het laatst ben geweest. Op woensdag 18 november 2015 ben ik gaan kijken in de opslag. Ik zag dat er een oranje brandstoftank van 12 liter was weggenomen. Verder zag ik dat er een zwarte jerrycan van 5 liter was weggenomen. Deze is voorzien van een groene dop. De beide weggenomen tankjes waren voorzien van benzine. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 473 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“ [verdachte] had mij ook verteld dat hij benzinetanken heeft gestolen bij een hokje ergens buiten. Dit hokje staat in het dorp bij [bedrijf 3] .

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 9. tenlastegelegde

De rechtbank overweegt ambtshalve dat uit via internet verkregen openbare informatie blijkt dat het [bedrijf 2] en [bedrijf 3] gevestigd zijn op hetzelfde adres, namelijk [straatnaam] te Grou.

Ten aanzien van het onder 10. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 342 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 6] :

“Ik doe aangifte van diefstal tussen zaterdag 3 oktober 2015 11.30 uur en zaterdag 3 oktober 15.00 uur van de snorfiets Spartamet met kenteken [kenteken] , die werd weggenomen voor mij woning op het adres [straatnaam] te Grou.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2015, opgenomen op pagina 348 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verbalisant:

“Ik deelde [naam 3] mede wat het doel van ons bezoek was. Ik vertelde hem dat wij 2 Spartamets in beslag kwamen nemen die in zijn fietsenberging zouden staan. Hierop hoor ik [naam 3] zeggen: “ja, dat klopt. Die staan daar. Maar de Spartamets zijn niet van mij. Die zijn van mijn broertje [verdachte] . Daarmee bedoel ik [verdachte] . Ik noem hem altijd [verdachte] . Hij woont in Grou. Hij sleutelt hier met vrienden aan de Spartamet’s.” Ik zag vervolgens dat er in die fietsenberging 2 Spartamets stonden en 1 hele nette damesfiets, van het merk Sparta, type Neo. Ik heb vervolgens de 2 Spartamets en de fiets in beslag genomen.”

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 491 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“Deze Spartamet komt vlakbij mijn woning vandaan. [verdachte] wilde die Spartamet ook hebben. Deze Spartamet heeft hij vervolgens weggenomen. Het frame is groen en er staat met grote letters Spartamet op.”

Ten aanzien van het onder 11. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 342 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 7] :

“Hierbij doe ik aangifte van de diefstal van mijn snorfiets voorzien van kenteken [kenteken] , merk Saxonette. Ik heb mijn snorfiets op maandag 28 september omstreeks 8.00 uur onder de carport van de woning van mijn ouders, [straatnaam] te Grou, geparkeerd. Toen ik op woensdag 14 oktober 2015 omstreeks 8.00 uur weer bij de woning van mijn ouders kwam, zag ik dat mijn snorfiets niet meer onder de carport stond.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 490 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“Een van de Spartamets kwam uit de straat vlak bij [verdachte] zijn thuis. Hij zag die Spartamet staan en wilde die hebben. Deze Spartamet stond onder een carport. [verdachte] heeft het achterwiel opgetild en is zo weggegaan.”

Ten aanzien van het onder 12. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 379 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 8] :

“Ik doe aangifte van diefstal tussen dinsdag 20 oktober 2015 te 21.00 uur en woensdag 21 oktober te 10.00 uur van mijn Spartamet met het kenteken [kenteken] . De Spartamet stond voor de woning van perceel [straatnaam] te Leeuwarden.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 489 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“Ja, ik bedoel [straatnaam] in Leeuwarden. Daar uit de buurt zou die Spartamet moeten komen. [verdachte] heeft 1 Spartamet met zijn broer uit Leeuwarden gehaald. Dit heeft [verdachte] gezegd. Met gehaald bedoel ik gestolen.”

Ten aanzien van het onder 13. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 342 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 6] :

“Bij de tweede diefstal, ik ben ervan overtuigd dat dit gebeurd is op zondag 18 oktober 2015, is er ingebroken in mijn losse fietsenschuur bij mijn woning op het adres [straatnaam] te Grou. De haak met schroefdraad is met geweld uit het kozijn getrokken om binnen te komen. In die schuur stond mijn inmiddels aangeschafte Hercules Saxonette. Die stond op slot. Van die Saxonette zijn dus onderdelen gestolen: de carburateur, de kabelboom met gashendel, remhendel en choke.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 491 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“ [verdachte] is vaker geweest bij die man die bij ons op de camping woont. [verdachte] is daar geweest om onderdelen te halen. Deze man had ook nog een nieuwe spartamet. [verdachte] heeft hier de onderdelen vanaf gehaald. Ik was hier bij. Ik heb gezien dat hij er een grijs onderdeel vanaf had gehaald. Dit grijze ding regelt iets met de benzine van de spartamet.”

Ten aanzien van het onder 14. en 15. ten laste gelegde

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 421 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer 10] :

“Mijn fiets (Sparta Neo, grijs, damesfiets) is gestolen tussen vrijdag 7 augustus 2015 te 13.30 uur en zaterdag 8 augustus 2015 te 17.15 uur in Leeuwarden. De waarde van de fiets is 600 euro.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 19 oktober 2015, opgenomen op pagina 491 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verdachte [getuige 1] :

“BVH 2015231224 diefstal fiets Grou.

O: Aan verdachte wordt een foto van de bewuste fiets getoond.

V. Wat is dit voor fiets?

A: Dat is een fiets die van het station in Grou af komt.

V: Wat is daar dan gebeurd?

A: [verdachte] zag deze fiets staan en heeft hem weer meegenomen op het voorwiel en het achterwiel optillend.

V: Waaraan herken jij de fiets van de foto als de fiets van het station in |Grou?

A: Omdat [verdachte] daar een hele tijd op gefietst heeft. Hij heeft er wel een nieuw slot op gezet, dat hij bij de Action gekocht had voor 5 euro. Dat zei hij tegen mij.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2015, opgenomen op pagina 424 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verbalisant:

“Ik deelde op 5 november 2015 [naam 3] mede wat het doel van ons bezoek was. Ik vertelde hem dat wij 2 Spartamets in beslag kwamen nemen die in zijn fietsenberging zouden staan. Hierop hoor ik [naam 3] zeggen: “ja, dat klopt. Die staan daar. Maar de Spartamets zijn niet van mij. Die zijn van mijn broertje [verdachte] . Daarmee bedoel ik [verdachte] . Ik noem hem altijd [verdachte] . Hij woont in Grou. Hij sleutelt hier met vrienden aan de Spartamet’s.” Ik zag vervolgens date er in die fietsenberging 2 Spartamets stonden en 1 hele nette damesfiets, van het merk Sparta, type Neo. Ik heb vervolgens de 2 Spartamets en de fiets in beslag genomen. Ik hoorde [naam 3] vervolgens zeggen: “Die fiets is niet van mij. Die is ook van [verdachte] .””

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 oktober 2015, opgenomen op pagina 428 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer 10] :

“Ik ben eigenaar van een Sparta Neo fiets, kleur grijs. Deze fiets is dit jaar al eerder gestolen bij station Grou. Ik heb toen aangifte gedaan van diefstal onder nummer 2015231224. Ik heb de fiets na politieonderzoek op 16 november 2015 teruggekregen van de politie. Gisteren, dinsdag 15 december 2015 was ik tussen 17.00 uur en 20.30 uur aan het werk bij supermarkt Lidl aan de Stationsweg te Grou. Ik heb mijn fiets toen op slot gezet in een fietsenrek achtergelaten omstreeks 16.50 uur, dat is tussen de oliebollenkraam en de ingang van de Jumbo. Bij terugkomst bij de fietsenrekken zag ik dat mijn fiets er niet meer stond. Ik mocht toen bij de Jumbo beelden bekijken en ik zag toen dat er op 15 december 2015 om 17.20 uur een jongen bij mijn fiets stond. Ik zag op de beelden dat hij een sleutel in het slot stak en dat hij daarna de fiets meenam en wegreed. Ik kan nog verklaren dat ik de fiets dus onlangs van de politie heb teruggekregen nadat die fiets al eerder in augustus 2015 was gestolen. Er zat toen een zwart beugelslot op de fiets met een sleutel erin. Dat was een ander slot dan het originele wat er in augustus 2015 op had gezeten. Ik heb dat slot laten zitten en heb de fiets dus met dat slot afgesloten toen ik de fiets op dinsdag 15 december 2015 bij de Jumbo stalde.”

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2015, opgenomen op pagina 434 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2015304846-A d.d. 28 december 2015, inhoudende als verklaring van verbalisanten:

“Op dinsdag 22 december 2015 begaven wij ons naar perceel [straatnaam] te Grou. Op aankloppen deed de later door ons aangehouden verdachte [verdachte] open. Wij, verbalisanten, zagen vervolgens in het aangebouwde schuurtje bij de woning een Sparta Neo damesfiets staan. Ik, verbalisant Dekker, herkende vrijwel onmiddellijk de damesfiets als zijnde een damesfiets die ik kort geleden aan een aangeefster uit Grou had terug gegeven nadat die gestolen was en werd aangetroffen in Leeuwarden bij een broer van de aangehouden verdachte [verdachte] . Ik zag namelijk dat de fiets nog immer was voorzien van een touwtje waaraan een formulier van een Kennisgeving van Inbeslagname bevestigd had gezeten. Ook was het mij, Dekker bekend dat bij deze diefstal het slot van de fiets vervangen was door een ander slot. Ik zag dat dit slot nog op de fiets in de schuur aanwezig was. Nadat wij de verdachte de cautie hadden gegeven verklaarde de verdachte: “ik heb de fiets van een junk aan de deur gekocht voor 10 euro. Hij heet [naam 5].” Wij verbalisanten zagen dat de verdachte met een van de sleutels van het sleutelbosje uit zijn broekzak het slot van de fiets opende.

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 14. En 15. tenlastegelegde

De rechtbank is op basis van voormelde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte de onder 14. en onder 15. tenlastegelegde diefstallen heeft gepleegd. Het bewijs van het onder 14. tenlastegelegde feit bestaat uit de aangifte van [slachtoffer 10] en de verklaring van verdachte [getuige 1] . Hieruit blijkt dat verdachte de door hem gestolen fiets heeft voorzien van een ander slot. Voorts blijkt dat deze fiets met een ander slot met daarin een sleutel is aangetroffen bij de broer van verdachte in Leeuwarden, en na inbeslagneming door de politie, is teruggegeven aan aangeefster.

Het onder 15. tenlastegelegde feit ziet op de tweede diefstal van deze fiets op 15 december 2015. Deze diefstal vindt plaats door het gebruikmaken van een sleutel om het slot van de fiets te openen. Aangeefster [slachtoffer 10] heeft verklaard dat zij na de teruggave van deze fiets, deze heeft gebruikt met het slot met sleutel zoals ze deze aantrof op de aan haar door de politie teruggegeven fiets. Gelet op het feit dat verdachte na de eerste diefstal een slot voor de fiets gekocht heeft, en dat het een feit van algemene bekendheid is dat bij een nieuw gekocht slot altijd -minimaal- twee passende sleutels verstrekt worden, houdt de rechtbank het ervoor dat verdachte ten tijde van de tweede diefstal op 15 december 2015 in het bezit geweest is van een/de passende sleutel van het betreffende slot en dat hij deze diefstal ook gepleegd heeft. Bovendien is de betreffende fiets op 22 december 2015 op zijn woonadres (opnieuw) door de politie inbeslaggenomen. Een alternatief scenario ziet de rechtbank niet, waarbij de verklaring van verdachte dat de fiets voor 10 euro van een junk gekocht is, als ongeloofwaardig wordt beschouwd, mede gelet op de waarde van de fiets ten tijde van de eerste aangifte van 600 euro.

Parketnummer 18/720370-17:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 november 2017, opgenomen op pagina 5 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

“Ter plaatse op 13 november 2017 omstreeks 15.15 uur troffen wij voor de MC Donalds, Wirdumerdijk te Leeuwarden, twee manspersonen aan, te weten:

[verdachte] , [geboortedatum] -1993 te [geboorteplaats] , en

[naam 4] . Omstreeks 15.30 uur zag ik, verbalisant [slachtoffer 11] , [verdachte] fietsen over de Wirdumerdijk te Leeuwarden. Wij, verbalisanten [verbalisant 4] en [slachtoffer 11] zagen dat [verdachte] wegfietste en op een afstand van ongeveer 5 meter achterom keek en wij hoorden dat hij zei: ik vind je toch een flikker.”

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 november 2017, opgenomen op pagina 11 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

“Ik zag dat [verdachte] achterom keek over zijn linkerschouder, en in mijn richting en niet in de richting van zijn vriend [naam 4] , die aan zijn rechterkant fietste, toen hij zei: ik vind jou een flikker.”

Bewezenverklaring

Parketnummer 18/730454-16:

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 19 oktober 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de [bedrijf 1] ( [straatnaam] te Grou) heeft weggenomen 150 pakjes sigaretten toebehorende aan [bedrijf 1] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

2.

hij op 18 februari 2017 te Leeuwarden opzettelijk aanwezig heeft

gehad ongeveer 1.37 gram, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op of omstreeks 8 oktober 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de [bedrijf 1] ( [straatnaam] te Grou) heeft weggenomen 119 pakjes sigaretten toebehorende aan de [bedrijf 1] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

4.

hij in de periode 15 augustus 2015 tot en met 15 september 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Yamaha rubberboot en een Evinrude buitenboordmotor, toebehorende aan [slachtoffer 1] ;

5.

hij in de periode 26 september 2015 tot en met 27 september 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Yamaha buitenboordmotor, toebehorende aan [slachtoffer 2] ;

6.

hij in de periode 13 september 2015 tot en met 19 oktober 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Quicksilver rubberboot en afdekzeil, toebehorende aan [slachtoffer 3] ;

7.

hij in de periode 24 september 2015 tot en met 28 september 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een Evinrude buitenboordmotor, toebehorende aan [slachtoffer 4] ;

8. Primair

hij in de periode 20 oktober 2015 tot en met 2 november 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een zeilboot heeft weggenomen een verrekijker en een benzinetank en een zaklamp en een viskoffer en twee

werphengels en twee tassen met gereedschap en een zwarte jerrycan en een brandblusser, toebehorende aan [slachtoffer 5] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

9.

hij in of omstreeks 18 oktober 2015 tot en met 18 november 2015 te Grou,

gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen twee bezinetankjes, toebehorende aan [bedrijf 2] ;

10. Primair

hij op of omstreeks 3 oktober 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Spartamet

snorfiets ( [kenteken] ), toebehorende aan [slachtoffer 6] ;

11.

hij in de periode van 28 september 2015 tot en met 14 oktober 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een Hercules Saxonette snorfiets ( [kenteken] ), toebehorende aan [slachtoffer 7] ;

12. primair

hij in de periode van 20 oktober 2015 tot en met 21 oktober 2015 te Leeuwarden

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

Spartamet snorfiets ( [kenteken] ), toebehorende aan [slachtoffer 8] ;

13.

hij in de periode van 17 oktober 2015 tot en met 19 oktober 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schuur ( [straatnaam] te Grou) heeft weggenomen een carburateur en een kabelboom en een remhendel en een choke, toebehorende aan [slachtoffer 6] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

14.

hij in de periode van 7 augustus 2015 tot en met 8 augustus 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Sparta Neo damesfiets, toebehorende aan [slachtoffer 9] ;

15. primair

hij op 15 december 2015 te Grou, gemeente Leeuwarden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Sparta Neo damesfiets, toebehorende aan [slachtoffer 9] ;

Parketnummer 18/720370-17:

hij op 13 november 2017 te Leeuwarden opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 11] (hoofdagent van politie), gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in het openbaar in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "ik vind je toch een flikker".

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Parketnummer 18/730454-16:

1. Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

2. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod

3. Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

4. Diefstal

5. Diefstal

6. Diefstal, door twee of meer verenigde personen,

7. Diefstal

8. Primair: Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

9. Diefstal

10. Primair: Diefstal

11. Diefstal

12. Primair: Diefstal

13. Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

14. Diefstal

15. Primair: Diefstal

Parketnummer 18/720370-17:

Eenvoudige belediging aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de schending van een vormvoorschrift, als hiervoor omschreven, ter zake van het onder 2 tenlastegelegde tot strafvermindering moet leiden. Tevens leidt de ouderdom van de zaak, omdat het merendeel van de feiten is gepleegd in 2015, tot een overschrijding van de redelijke termijn. Deze overschrijding van 6 maanden leidt tot een korting van 1 maand gevangenisstraf. Al met al komt hij tot de conclusie dat verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van de duur van 11 maanden met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak voor alle tenlastegelegde feiten, met uitzondering van het onder 2 tenlastegelegde. Subsidiair voert hij aan dat bij een veroordeling een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen zijn. De vormfout die bij laatstgenoemd feit is geconstateerd moet leiden tot strafvermindering.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, een door de officier van justitie ter zitting overgelegd voortgangsverslag toezicht d.d. 3 november 2017, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is medio 2015 vanuit Bonaire naar zijn moeder in Nederland verhuist. In een korte periode daarna heeft hij veelal in zijn woonplaats Grou een fors aantal vermogensdelicten gepleegd. Daarbij heeft hij voor zijn eigen gewin schade toegebracht aan een bedrijf en een fors aantal particulieren. In een aantal gevallen zijn deze delicten gepleegd met een of meer jongeren uit zijn naaste omgeving, die in leeftijd veel jonger waren, en waarbij uit het dossier het beeld naar voren komt dat verdachte vaak leider en initiatiefnemer was van het plegen van de strafbare feiten. Hij heeft hiermee blijk gegeven van het ontbreken van enig respect voor de goederen van anderen, en hij heeft zich in een aantal gevallen zelfs met geweld de toegang verschaft tot de gestolen voorwerpen. In een tweetal gevallen zijn benadeelden tweemaal achtereenvolgend getroffen door een strafbaar feit van verdachte. Daarnaast heeft verdachte zich in 2017 schuldig gemaakt aan het overtreden van de Opiumwet en belediging van een politieambtenaar in functie.

Bij de politie, noch ter zitting heeft verdachte blijk gegeven van enig inzicht in zijn handelen en de gevolgen daarvan voor anderen. Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte op 9 december 2015 door de Politierechter is veroordeeld voor overtreding van art. 141 Wetboek van Strafrecht (openlijk geweld). Daarbij is hij veroordeeld tot een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van 2 jaren veroordeeld. In dat kader is een voortgangsverslag van de reclassering opgemaakt. Dit verslag roept een zeer zorgelijk beeld op. Verdachte heeft een IQ in de categorie zwakbegaafd tot zwakzinnig (verbaal) en is niet in staat de gevolgen van zijn handelen te overzien. Hij heeft door zijn verleden de neiging tot vermijding en onderdrukking van zijn emoties, waardoor er nauwelijks contact met hem te krijgen is. De reclassering kan niet of nauwelijks contact met hem krijgen. Verdachte is regelmatig onder invloed van drugs en alcohol en daardoor nauwelijks aanspreekbaar. Hij heeft geen enkel inzicht in zijn delictgedrag. Hij komt weinig afspraken na, en de werkstraf die eerder opgelegd is, is mislukt. Verdachte wordt aangeduid als een trieste jongeman die door een getraumatiseerde jeugd niet in staat is het hoofd te bieden aan de uitdagingen van het dagelijks leven, zijn hoofd zit vol woede en verdriet.

Aan de andere kant vermeldt het verslag dat de intensieve begeleiding van verdachte vruchten begint af te werpen.

De rechtbank constateert tevens dat verdachte zich sinds 2015 blijkbaar niet meer heeft schuldig gemaakt aan het plegen van vermogensfeiten en in die zin zijn leven heeft gebeterd.

De vermogensdelicten zijn geruime tijd geleden, eind 2015, gepleegd. Zowel de officier van justitie als de raadsman concluderen op basis van overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen de vervolging dient plaats te vinden op grond van artikel 6 van het EVRM, dat een strafkorting op zijn plaats is. De rechtbank gaat ter bepaling van de vraag of er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn uit van de start van de vervolging op de dag dat verdachte in verzekering gesteld is in het kader van het onderhavige onderzoek, te weten op 2 november 2015. De behandeling van de zaak ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2018, oftewel 2 jaren en 5 maanden daarna. Er is derhalve sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van circa 5 maanden. De rechtbank zal hiermee rekening houden bij de strafoplegging.

Voorts heeft de rechtbank geconstateerd, met de officier van justitie en de raadsman, dat er een vormfout gemaakt is bij de inbeslagneming van de drugs, als bedoeld in feit 2. Artikel 56 lid 4 Wetboek van Strafvordering schrijft voor dat een onderzoek aan de kleding eerst mogelijk is, als een persoon is aangehouden. Hiervan was in het onderhavige geval geen sprake. De rechtbank stelt vast dat er wel een verdenking van overtreding van de Opiumwet ten aanzien van verdachte bestond, en ook de in genoemd artikel bedoelde ernstige bezwaren. De rechtbank volstaat met betrekking tot het vormverzuim met de constatering dat deze gemaakt is.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf met betrekking tot de onderhavige, veelal in 2015 gepleegde strafbare feiten, voor deze verdachte thans niet meer aan de orde is. De rechtbank zal echter wel, gelet op de ernst van de feiten en het gebrekkige inzicht in het delictgedrag bij verdachte, een forse voorwaardelijke gevangenisstraf met lange proeftijd en de maximale taakstraf opleggen.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten 1 paar Nike Air schoenen, kleur wit, met zwarte veters, lichtblauw Niketeken en zwarte zool, moet worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Benadeelde partijen

Met betrekking parketnummer 18/730454-16

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

Ten aanzien van het onder 5. ten laste gelegde: [slachtoffer 2] , tot een bedrag van

€ 144,36 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;

Ten aanzien van het onder 6. ten laste gelegde: [slachtoffer 3] , tot een bedrag van € 70,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;

Ten aanzien van het onder 10. en onder 13. ten laste gelegde: [slachtoffer 6] , tot een bedrag van € 200,00 ter zake van materiële schade;

Ten aanzien van het onder 14. ten laste gelegde: [slachtoffer 10] , tot een bedrag van € 95 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft met betrekking tot de voormelde 4 vorderingen van de benadeelde partijen geconcludeerd tot toewijzing daarvan. Tevens heeft hij verzocht telkens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat, nu hij bij alle vermogensfeiten vrijspraak heeft bepleit, de vorderingen van de benadeelde partijen niet ontvankelijk verklaard dienen te worden. Op zichzelf wordt de hoogte van de door de benadeelde partijen opgevoerde schade niet betwist.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de vier voormelde benadeelde partijen de gestelde schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 5., onder 6., onder 10. en onder 14. bewezen verklaarde. De vorderingen, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zullen daarom worden toegewezen, en voor zover gevorderd, worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente over de toegewezen bedragen vanaf de respectievelijke pleegdata.

Nu vaststaat dat verdachte tot de hiervoor genoemde bedragen aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank telkens de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 266, 267, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht, en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Uitspraak

De rechtbank

Met betrekking tot parketnummer 18/730454-16

Verklaart het onder het onder 1. tot en met onder 7., onder 8. primair, onder 9., onder 10. primair, onder 11., onder 12. primair, onder 13., onder 14 en onder 15. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Met betrekking tot parketnummer 18/720370-17

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 183 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 180 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Een taakstraf, voor de duur van 240 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven 1 paar Nike Air schoenen, kleur wit, met zwarte veters, lichtblauw Niketeken en zwarte zool.

Feit 5

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 144,36 (zegge: een honderd vierenveertig euro en zesendertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 september 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , te betalen een bedrag van € 144,36 (zegge: een honderd vierenveertig euro en zesendertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Feit 6

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 70,00 (zegge: zeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] , te betalen een bedrag van € 70,00 (zegge: zeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Feit 10

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro).

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] , te betalen een bedrag van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Feit 14

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 95 (zegge: vijfennegentig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10] , te betalen een bedrag van € 95,00 (zegge: vijfennegentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schuth, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. C.H. Beuker, rechters, bijgestaan door mr. E.M. Troost, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 april 2018.

Mr. Beuker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.