Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:1188

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-03-2018
Datum publicatie
04-04-2018
Zaaknummer
18/950098-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, verbreking en of inklimming.

Veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/950098-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 maart 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] ,

thans gedetineerd te PI Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

15 maart 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B.J. de Pree, advocaat te Utrecht.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Klooster.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

verdachte in of omstreeks de periode van 27 oktober 2017 tot en met 29 oktober

2017 te Rolde, gemeente Aa en Hunze, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [straatnaam] heeft weggenomen een kluis en/of vijf diploma's en/of twee kentekenbewijzen en/of een creditcard en/of een munt, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of die mededaders, waarbij verdachte en/of die mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde, met dien verstande dat het ten laste gelegde medeplegen niet bewezen wordt geacht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting primair gepleit voor niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Hij heeft daartoe, zakelijk weergegeven, aangevoerd: op 30 oktober 2017 is een sigarettenpeuk gevonden in de woning in Rolde. De uitslag van het DNA onderzoek, waardoor verdachte in beeld kon komen als verdachte in onderhavige zaak was op 27 november 2017 bekend. Nu blijkt dat reeds op 17 november 2017 gegevens uit het onderzoek ‘034Aries’ zijn verstrekt ten behoeve van het voorbereidend onderzoek in onderhavige zaak en dat de gegevens uit voornoemd onderzoek de eerste basis hebben gevormd van de verdenking jegens verdachte van de tenlastegelegde inbraak. In het onderzoek 034Aries is sprake van vormverzuimen: de opsporingsambtenaren zijn in dit onderzoek te snel overgegaan tot het inzetten van BOB-middelen jegens verdachte. Zij hebben hiermee ernstige inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming de belangen van verdachte op zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak te kort zijn gedaan. Subsidiair verzoekt de raadsman alle gegevens, verkregen in de zaak 034Aries, uit te sluiten van het bewijs als ‘fruits of the poisonous tree’. Indien de rechtbank dit verzoek honoreert, dient verdachte vrijgesproken te worden wegens gebrek aan bewijs. Er kan op geen enkele wijze worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die de inbraak heeft gepleegd. Het enige bewijs is de sigarettenpeuk waarop het DNA van verdachte is aangetroffen en dit is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Daarnaast is een sigarettenpeuk een los en verplaatsbaar voorwerp en iedereen kan deze in de woning hebben achtergelaten. De raadsman verwijst naar een uitspraak van 7 augustus 2017 van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden. Bovendien is geen van de gestolen goederen bij verdachte aangetroffen. De tapgesprekken zijn onjuist uitgelegd, terwijl er een reëel alternatief scenario is. In het gesprek van 27 oktober 2017 spreekt verdachte over ‘villa en jacuzzi’. Hij doelt op dat moment op de luxe hotelkamer die hij geboekt heeft of wil laten boeken. Het gesprek over twee kisten is ook onjuist geïnterpreteerd. Verdachte heeft het over ‘Kista’ en ‘Soendoch’ maar niet over ‘kisten, kluizen’. De verklaringen van [getuige 1] zijn weinig overtuigend: ze heeft niets gezien, ze denkt dat het om een kluis gaat, maar weet niets met zekerheid te stellen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat de raadsman primair kennelijk bedoeld heeft een beroep te doen op de rechtsgevolgen die op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) verbonden kunnen worden aan vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek. Door de raadsman is niet uiteengezet welk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel is geschonden of welk belang door dit voorschrift wordt gediend, noch is betoogd wat de ernst is van het verzuim of welk nadeel daardoor is veroorzaakt. Van de verdediging, die een beroep doet op schending van een vormvoorschrift als bedoeld in artikel 359a Sv, mag worden verlangd dat duidelijk en gemotiveerd aan de hand van voornoemde factoren uit het tweede lid van die bepaling wordt aangegeven tot welk in artikel 359a Sv omschreven rechtsgevolg dit dient te leiden. Nu het verweer niet voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld, wordt het reeds om die reden verworpen.

De rechtbank constateert overigens dat, zo er al sprake is van een vormfout, het niet gaat om een vormfout in het voorbereidend onderzoek in de onderhavige zaak, maar om een beweerdelijke vormfout ter zake van andere verdenkingen in een andere zaak, te weten die verdenkingen die tot het onderzoek 034Aries hebben geleid. Het openbaar ministerie is naar het oordeel van de rechtbank in de onderhavige zaak ontvankelijk.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank ook geen grond om over te gaan tot bewijsuitsluiting om de door de raadsman aangevoerde reden dat voornoemd bewijs het resultaat zou zijn van vruchten uit onrechtmatig verkregen bewijs. De rechtbank verwerpt het verweer tot bewijsuitsluiting.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 15 maart 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende: Ik verbleef in het weekend van de inbraak in [naam hotel] in Assen. Ik ken [getuige 1] redelijk goed en ik kom wel eens bij haar thuis.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 5 november 2017, opgenomen op pagina 26 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL 0100-2017286940-13 d.d. 28 januari 2018 inhoudende verklaring van [slachtoffer] :
Ik doe aangifte van inbraak uit mijn woning aan [straatnaam] in Rolde tussen vrijdag 27 oktober 2017 en zondag 29 oktober 2017. Wij waren het weekeind weg en toen wij thuis kwamen zag ik dat de voordeur van ons huis open stond. Ik zag dat er een raam op de slaapkamer beneden was uitgebroken. Het raam lag op de grond achter ons huis. Ik zag dat er in onze woning gezocht was. In de kelder heb ik een grote kluis van ongeveer 50 cm breed en een kleinere kluis. De kleine kluis was opengebroken. De grote kluis was geplakt op de grond tegen de muur. Deze kluis was weggenomen. Ik merkte dat het bovenste gedeelte van het WC raam verbogen was. Ik zag dat boven onze kamer doorzocht was. In de hal boven stond ook een raam open. Er lag een sigarettenpeuk op de stoel in de woonkamer. Die peuk lag er niet toen wij op vakantie gingen.

3. Bijlage goederen bij het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 5 november 2017, opgenomen op pagina 29 van voornoemd dossier, inhoudende de opgave van weggenomen goederen.
Weggenomen zijn: een grijze kluis met inhoud: waardepapieren (5 diploma's en twee kentekenbewijzen), een creditcard en circa 20 oude Nederlandse rijksdaalders.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 november 2017, opgenomen op pagina 84 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisanten:

Het onderzoeksteam heeft navraag gedaan bij alle aangevers van woningen waar in het weekend van 26 t/m 29 oktober 2017 in Noord-Nederland inbraken dan wel pogingen daartoe hebben plaats gevonden. Uit dit onderzoek is gebleken dat alleen de woning aan [straatnaam] te Rolde in de tuin een grote hottub heeft. Door aangever [slachtoffer] zijn foto's beschikbaar gesteld van deze hottub bij diens woning.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 november 2017 opgenomen op pagina 288 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:
Sinds 25 oktober 2017 wordt het telecommunicatieverkeer van de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1995 te Veenendaal, opgenomen en afgeluisterd, in opdracht van de Officier van Justitie Midden-Nederland, A.A. van Waveren.
Uit dit onderzoek bleek dat de mobiele telefoon ( [mobielnummer] ) in gebruik bij de verdachte [verdachte] , op 27 oktober 2017 te 18.58.29 uur de telefoonmast gelegen aan de lndustrieweg 37 De Wijk aanstraalde. De volgende telefoonmast welke zijn telefoon aanstraalde was gelegen aan de Boermarkeweg 1 te Hooghalen. Dit was op 27 oktober 2017 te 21.45.51 uur.
Tussen genoemde tijdstippen vond er geen telecommunicatieverkeer plaats middels de
telefoonaansluiting van [verdachte] . Uit dit onderzoek bleek dat de verdachte [verdachte] , samen met een nog onbekende persoon, op 27 oktober 2017 aan het begin van de avond naar een contact van hem is gereisd. Dit betreft zeer vermoedelijk [getuige 1] , geboren op [geboortedatum] 1997, wonende te Borger, [straatnaam] . Zij maakt gebruik van het telefoonnummer [mobielnummer] .

Op 28 oktober 2017 te 03.23.39 uur, voerde de verdachte [verdachte] een telefoongesprek met [naam 1] . Hierin wordt onder meer gezegd door [verdachte] :
: ne, nee weet ik niet, vandaag broer, zal ik je vertellen of niet
[naam 1] :eh
[verdachte] : 4 woningen wat denk je?
[naam 1] : stront.
[verdachte] : 2 barkies
: nee nog niks, vandaag ben ik een villa, jacuzzi en alles


Op 29 oktober 2017 te 13.41.30 uur voerde de verdachte [verdachte] een telefoongesprek met
[naam 1] . Hierin wordt het navolgende gezegd:
[verdachte] : Ik heb twee kluizen/kisten gevonden
[naam 1] : hoeveel zat er in?
[verdachte] : tientje en een kleine mini, die andere heb ik meegenomen, die kon niet open daar
[naam 1] : heb je hem nog steeds niet open?
[verdachte] : nee ik ga zo, ik heb hem bij iemand neer gezet zo'n chickie thuis
We zitten nu op een parkeerplaats bij McDonalds te slapen
[naam 1] : jullie vertrouwen haar niet?
[verdachte] : nee 4 uur is ze klaar met werken gaan we met haar mee, je weet toch, dan kunnen we kijken.

Op 29 oktober 2017 te 19.41.08 voerde [naam 2] , de broer van de verdachte [verdachte] , een telefoongesprek met vermoedelijk [getuige 1] , het "chickie" alwaar [verdachte] in dat weekend mee omgegaan is.
[naam 2] : was het nog gelukt wat er in zat?
[getuige 1] : ik hoor niets
[naam 2] : lacht
[getuige 1] : Je had er bij moeten zijn, de hele dag strijd, hij is er bijna een uur mee bezig geweest, hij had helemaal niks.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 31 oktober 2017 opgenomen op pagina 105 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant:
Op 30 oktober 2017 werd door ons verbalisanten als forensische onderzoekers op verzoek van de politie, Eenheid Noord-Nederland een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een gekwalificeerde diefstal in/uit woning, gelegen aan [straatnaam] te Rolde, gepleegd tussen vrijdag 27 oktober 2017 en zondag 29 oktober 2017. In het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek werd veiliggesteld:

Goednummer: PLOl00-2017286940-938732
Sin: AAKP8418NL
Object: Rookwaar (Sigaret)
Merk/type: Peuk

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt NFI rapport DNA onderzoek d.d. 27 november 2017 opgenomen op pagina 105 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van rapporteur [naam 3] :
Omschrijving: interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
Tabel 1 Resultaten
SIN : AAKP8418NL#01
omschrijving: peuk.
Celmateriaal kan afkomstig zijn van [verdachte] (zie DNA databank)
Matchkans: kleiner dan 1 op een miljard

DNA databank:
Tabel 2 Overzicht opgenomen en vergeleken DNA-profielen
SIN AAKP8418NL#01 Datum opname 22-11-2017
Celmateriaal kan afkomstig zijn van [verdachte] , DNA profielcluster 29426

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 december 2017 opgenomen op pagina 412 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1] :
V: Wat weet jij van de betrokkenheid van [verdachte] bij inbraken
A: Dat doet hij. Hij schept er wel over op bij mij.
V: Wat heb je gezien of gehoord dan over een kluis?
A: Ik weet dat [verdachte] een inbraak heeft gedaan waarbij hij een kluis had meegenomen en dat hij die niet open kreeg. En dat hij die had meegenomen. Hij vertelde wel als hij een klapper had gemaakt, dat hij veel had meegenomen. Hij heeft mij wel gezegd dat er 1 kluis open is gegaan maar daar zat niets in. En de andere kluis kreeg hij nog niet open en die heeft hij dus later open gemaakt. En daar zat ook niets in. Een klapper is als hij veel spullen had en echt dure spullen iets echt groots. Hij heeft het een keer gehad over een huis waar hij naar beneden moest lopen voor een kluis. Dat was het weekend dat hij zei dat hij die kluis had.

9.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 januari 2018 opgenomen op pagina 455 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 2] :

Dat weekend had [verdachte] iets gedaan. Hij zei dat hij miljoenen ging maken. Hij had

een kraak gezet waarbij er miljoenen in zouden zitten. Hij had zei hij tegen mij een kluis waarvan hij dacht dat er miljoenen in zaten.

Het was eerst dat hij zei van de kluis en miljoenen en later de inhoud.

Volgens mij was hij dat weekend in [naam hotel] .

Ik weet dat hij in dat weekend van de 27 tot 29ste hij een kraak heeft gezet en dat in die kluis die hij had zilveren munten zaten en papieren en dat hij die kluis ergens in het water heeft gegooid. Ik heb dat zelf dat weekend dat gehoord van [verdachte] .

Nadere bewijsoverweging.

In de periode van 27 oktober tot en met 29 oktober 2017 is ingebroken in de woning aan [straatnaam] in Rolde. Dit betreft een vrijstaande woning met een hottub in de tuin. Uit de woning wordt uit de kelder een kluis ontvreemd en een andere kluis wordt ter plekke opengebroken. De inhoud van de ontvreemde kluis bestaat volgens de aangifte uit waardepapieren, een creditcard en zilveren munten. Het onderzoeksteam heeft navraag gedaan bij alle aangevers van woningen waar in het weekend van 26 t/m 29 oktober 2017 in Noord-Nederland inbraken dan wel pogingen daartoe hebben plaats gevonden. Uit dit onderzoek is gebleken dat alleen de woning aan [straatnaam] te Rolde in de tuin een grote hottub heeft. In de woning is een sigarettenpeuk aangetroffen waarop het DNA van verdachte is aangetroffen. De verdediging heeft betoogd dat de sigarettenpeuk met het DNA van verdachte niet als bewijs zou kunnen dienen omdat onvoldoende is komen vast te staan dat het verdachte is die deze sigarettenpeuk heeft achter gelaten. De rechtbank acht de DNA-uitslag echter wel bruikbaar voor het bewijs, nu dit bewijsmiddel wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen uit het dossier. Verdachte erkent in deze periode in de omgeving van Rolde te zijn geweest. Uit tapgesprekken blijkt dat verdachte op 28 oktober 2017 een gesprek voert met ene [naam 1] waarin hij zegt vandaag ‘een villa’ te zijn, ‘jacuzzi en alles’. Op 29 oktober 2017 voert hij een gesprek met dezelfde [naam 1] en vraagt: ‘weet je wat ik heb gevonden’ en hij meldt dat hij twee ‘kisten’ heeft gevonden waarvan hij er een heeft meegenomen omdat deze niet open kon. Vervolgens vertelt hij dat deze ‘kist’ bij een chickie thuis staat en dat hij wacht tot ze klaar is met werken, zodat ze zullen gaan kijken.

Verdachte [getuige 1] verklaart dat verdachte in dat weekend bij haar thuis is geweest, dat hij vaker opschepte over inbraken en dat hij vaker gestolen spullen bij haar op zolder stalde. Verdachte had gemeld een klapper te hebben gemaakt. [getuige 1] heeft op zondag 29 oktober gewerkt en daarna is verdachte bij haar thuis geweest. [getuige 1] heeft hem iets naar zolder horen tillen en meent dat dit de kluis geweest moet zijn. Later kwam verdachte boos naar beneden: er zaten alleen papieren in de kluis en een pas die op een papier geplakt zat. [getuige 1] belt met de broer van verdachte en meldt dat ze gehoord heeft dat er niets in zat, ‘hij was er bijna een uur mee bezig en hij had helemaal niets’. [getuige 1] verklaart dat verdachte zei dat hij naar beneden had moeten lopen voor een kluis. Verdachte [getuige 2] verklaart dat verdachte haar had verteld dat hij in dat bewuste weekend een kraak gezet had, en daarbij een kluis had meegenomen en meende dat er miljoenen in zaten.

De rechtbank overweegt dat uit de tapgesprekken en uit de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] een scenario valt op te maken dat naadloos past op de feiten zoals deze zijn vastgesteld met betrekking tot de woninginbraak. Alles overziend en in samenhang beschouwd acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat de rechtbank niet bewezen acht dat verdachte het ten laste gelegde tezamen en in vereniging met een ander heeft begaan.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

verdachte in de periode van 27 oktober 2017 tot en met 29 oktober 2017 te Rolde, gemeente Aa en Hunze, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [straatnaam] heeft weggenomen een kluis en vijf diploma’s en twee kentekenbewijzen en een creditcard en een munt, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en inklimming;

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, verbreking en of inklimming.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor matiging van de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 6 maanden. Verdachte heeft, zeker gezien zijn leeftijd, een uitgebreide documentatie. Vanwege een eerdere veroordeling loopt verdachte nog in zijn proeftijd en zijn er bijzondere voorwaarden opgelegd. Het is nu van belang dat verdachte met behulp van de reclassering zijn leven op de rit krijgt, zodat hij zijn bestaan een andere wending kan gaan geven.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het over hem opgemaakte reclasseringsrapport voorgeleiding rechter-commissaris d.d. 11 december 2017, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft ingebroken in een woning en zich daarbij met fors geweld de toegang verschaft tot die woning, waardoor veel schade is ontstaan. Door het plegen van dergelijke strafbare feiten zijn slachtoffers in financiële en emotionele zin benadeeld en wordt het gevoel van onveiligheid en wantrouwen in de samenleving in het algemeen en bij slachtoffers in het bijzonder versterkt. Verdachte heeft, door zich grotendeels op zijn zwijgrecht te beroepen, geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. De rechtbank heeft voorts meegewogen dat verdachte de afgelopen vijf jaren meerdere malen is veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten, maar dat hij ondanks gevangenisstraffen blijft recidiveren en zich in het onderhavige geval zelfs tijdens een lopende proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een woninginbraak. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer substantiële duur is daarom op zijn plaats. De rechtbank wijkt daarom ook af van de eis van de officier van justitie. De rechtbank heeft rekening gehouden met artikel 63 Wetboek van Strafrecht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.L.J.M.A. Janssens, voorzitter,

mr. P.H.M. Tapper-Wessels en mr. J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door

mr. M.A. Reese-Knigge, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 maart 2018.