Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:1170

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
03-04-2018
Datum publicatie
04-04-2018
Zaaknummer
18/850006-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Noordelijke Fraudekamer. Onderzoek Temsche. Verdachte heeft deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich in 2012 en 2013 op grote schaal heeft beziggehouden met het plegen van toeslagenfraude. Daarbij is misbruik gemaakt van de digitale identiteit (DigiD) van enkele honderden bewoners van studentenflats in Groningen. Via verdachte, die werkzaam was als belastingambtenaar, kon de organisatie beschikken over de persoonsgegevens van de studenten die waren opgeslagen in de systemen van de Belastingdienst, waaronder hun burgerservicenummer (BSN). Aan de hand van deze gegevens werden vervolgens nieuwe activeringscodes voor DigiD aangevraagd bij Logius, waarna de brieven met deze codes gestolen werden uit de brievenbussen in de hal van de doorgaans makkelijk toegankelijke studentenflats. Met deze codes had de organisatie toegang tot DigiD en konden huur- en zorgtoeslagen op naam van de studenten worden aangevraagd. Daarbij werd ook het bankrekeningnummer gewijzigd, zodat de uitbetaling telkens plaatsvond op van te voren verzamelde of speciaal daartoe geopende bankrekeningen waarvan de bankpassen en pincodes in handen waren van de organisatie. Het door de Belastingdienst gestorte geld werd meteen daarna contant opgenomen en verdween zo uit het zicht. Op deze wijze is er voor enkele honderdduizenden euro’s onterecht aan toeslagen uitgekeerd.

Verdachte heeft bij deze grootschalige en geraffineerde fraude een cruciale rol gespeeld door de noodzakelijke persoonsgegevens te verzamelen uit de systemen waartoe hij als belastingambtenaar toegang had. Daarnaast heeft hij meegeholpen bij het aanvragen van nieuwe DigiD-activeringscodes en van de huur- en zorgtoeslagen. De rechtbank laat bij de strafoplegging meewegen dat het misbruik van vertrouwelijke persoonsgegevens, zeker op een schaal als deze, tot veel onrust in de samenleving leidt en het vertrouwen in de betrouwbaarheid van de overheid ondermijnt. Als uitgangspunt hanteert de rechtbank voor deze fraude een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden. Extra zwaar in het geval van verdachte weegt dat hij, met grove schending van zijn ambtsgeheim, zijn bijzondere positie als belastingambtenaar heeft misbruikt om de fraude mogelijk te maken. Om die reden komt de rechtbank in zijn geval tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden. De rechtbank heeft daarbij nog overwogen dat er weliswaar geruime tijd is verstreken tussen de strafbare feiten en de uiteindelijke berechting, maar dat dit inherent is aan een complex onderzoek naar een dergelijke geraffineerde vorm van fraude, zodat dit tijdsverloop geen invloed heeft op de straf.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 140
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 225
Wetboek van Strafrecht 272
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 326
Wetboek van Strafrecht 420ter
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 04-04-2018
FutD 2018-0995
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/850006-14

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, d.d. 3 april 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] te [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 15 februari 2016 (regiezitting), 8, 9, 13, 15, 16 en 20 februari 2018 (inhoudelijke behandeling) en 20 maart 2018 (sluiting onderzoek ter terechtzitting).

Verdachte is niet verschenen op de zittingen van 15 februari 2016, 9, 13, 15, 16 en 20 februari 2018 en 20 maart 2018.

Mr. G.R. Stoeten, advocaat te Joure, is verschenen op de zittingen van 15 februari 2016, 8, 9, 13 en 15 februari 2018 en heeft verklaard uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.L. Edens.

Tenlastelegging

Aan verdachte is bij dagvaarding ten laste gelegd dat:

1.

(medeplegen schending ambtsgeheim)

hij, in of omstreeks de periode van 1 maart 2012 tot n met 1 november 2013 in de gemeente Groningen , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) een geheim waarvan hij wist dat hij het uit hoofde van ambt, te weten belastingambtenaar bij belastingkantoor Groningen, verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk vertrouwelijke/geheime informatie, te weten de volledige persoonsgegevens (waaronder Burgerservicenummer(s), geboortedatum/geboortedata, volledige na(a) [medeverdachte 7] (en) en adresgegevens) van (een) derde(n), te weten van verschillende bewoners van flatgebouwen aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , en/of de [straatnaam] , alle te Groningen,

welke gegevens aan hem, als ambtenaar hij de Belastingdienst ter uitvoering van zijn functie ter beschikking stonden door middel van het systeem Beheer Van Relaties en/of enig ander elektronisch bestand van de Belastingdienst,

opgezocht en/of overgenomen en/of gedeeld met (één of meer van) zijn

mededader(s) en/of gebruikt voor het aanvragen van (een) DigiD-account (s) op naam van vorenbedoelde derden en aldus aangewend voor een ander doel dan waarvoor deze gegevens aan hem ter beschikking waren gesteld, in elk geval gebruikt voor het plegen van strafbare feiten;

2.

(gekwalificeerde diefstal)

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2012 tot en met 5

november 2013, in de gemeente Groningen, althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een of meer brievenbussen/postbussen van een of meer flatgebouwen (waaronder aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] ) heeft weggenomen één of meer poststukken (waaronder poststukken verzonden door/namens Logius inhoudende de activeringscode van (een) DigiD-account(s) en/of poststukken verzonden door/namens de Belastingdienst met betrekking tot (de bevestiging van) de aanvraag van zorgtoeslag en/of huurtoeslag), in elk

geval enig goed;

geheel of ten dele toebehorende aan de geadresseerde van het poststuk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich, in elk geval bij de/het flatgebouw(en) aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader (s) gebruik gemaakt van (een) loper(s) en/of (een) moedersleutel(s) en/of (een) onbevoegd verkregen sleutel(s), althans (een) onbevoegd gebruikte sleutel(s), passend op vorenbedoelde brievenbus(sen);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

(medeplichtigheid aan gekwalificerde diefstal)

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2012 tot en met 5 november 2013, in de gemeente Groningen, althans in Nederland,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een of meer brievenbussen/postbussen van een of meer flatgebouwen (waaronder aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] ) heeft weggenomen één of meer poststukken (waaronder poststukken verzonden door/namens Logius inhoudende de activeringscode van (een) DigiD-account(s) en/of poststukken verzonden door/namens de Belastingdienst met betrekking tot (de bevestiging van) de aanvraag van zorgtoeslag en/of huurtoeslag), in elk

geval enig goed;

geheel of ten dele toebehorende aan de geadresseerde van het poststuk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] voornoemd,

waarbij [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] zich, in elk geval bij de/het flatgebouw(en) aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s),

immers heeft/hebben [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] voornoemd gebruik gemaakt van (een) loper(s) en/of (een) moedersleutel(s) en/of (een) onbevoegd verkregen sleutel(s), althans (een) onbevoegd gebruikte sleutel(s), passend op vorenbedoelde brievenbus(sen);

tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2012 tot en met 5 november 2013 in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Oldambt, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk inlichtingen heeft verschaft, immers heeft hij, verdachte, (onder meer)

  • -

    Aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] voornoemd doorgegeven wanneer de/het te ontvreemden poststuk(ken) (te weten poststuk(ken) verzonden door/namens Logius inhoudende de activeringscode van (een) DigiD-account(s)) (ongeveer) bezorgd zouden worden op het GBA-adres op naam van wie de DigiD-account was aangemaakt, en/of

  • -

    Aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] voornoemd doorgegeven wanneer de/het te ontvreemden poststuk(ken) (te weten poststuk(ken) verzonden door/namens de Belastingdienst inhoudende beschikking tot toekenning van zorgtoeslag en/of huurtoeslag) (ongeveer) bezorgd zouden worden op het GBA-adres van degene op wiens naam de aanvraag zorgtoeslag en/of huurtoeslag gedaan was;

3.

(medeplegen oplichting)

hij, in of omstreeks de periode van 1 maart 2012 tot en met 1 november 2013, in de gemeente ’s-Gravenhage en/of in de gemeente Groningen en/of de gemeente Noordoostpolder en/of de gemeente Slochteren en/of de gemeente Oldambt, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels:

  • -

    Logius, althans de Staat der Nederlanden, heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer DigiD-account(s), en/of DigiD-activeringscode(s), in elk geval van enig goed, en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens, en/of

  • -

    de Belastingdienst heeft/hebben bewogen tot de afgifte van zorgtoeslag(en) en/of huurtoeslag(en), althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed,

hierin bestaande dat hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) (telkens) met voren omschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

  • -

    (telkens) zich heeft/hebben aangemeld en/of heeft/hebben doen aanmelden bij de door Logius voornoemd gehouden website www.digid.nl en vervolgens (telkens) op naam van (een) derde(n) (bewoners van een of meer flatgebouwen aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , alle te Groningen) (een) DigiD-account(s) heeft/hebben aangevraagd met gebruikmaking van deels wederrechtelijk verkregen persoonlijke gegevens van deze derden, als ware hij (telkens) die derde(n) en/of bij de aanvraag een door hem/hen beheerd e-mailadres heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben doen invullen, waardoor Logius voornoemd is bewogen tot de afgifte van (een) DigiD-activeringscode(s) en/of tot de afgifte van (een) bevestigingse-mail(s), en/of

  • -

    (vervolgens) (telkens) de/het aldus aangevraagde DigiD-account(s) heeft/hebben geactiveerd/ heeft/hebben doen activeren met de afgegeven/verstrekte activeringscode(s), waardoor Logius voornoemd is bewogen om de (nieuwe) DigiD-account te activeren, en/of

  • -

    (vervolgens) (telkens) met de/het aldus geactiveerde DigiD-account(s) heeft/hebben ingelogd/heeft/hebben doen inloggen op de website van de Belastingdienst en aldaar op (een) digitaal/digitale formulier(en) (een) aanvra(a)g(en) voor de zorgtoeslag en/of huurtoeslag inkomensgegevens heeft/hebben gewijzigd/vermeld/heeft/hebben doen wijzigen/vermelden en/of bankrekeningnummer(s) voor de uitbetaling heeft/hebben gewijzigd/vermeld/heeft/hebben doen wijzigen/vermelden en/of een kale huurprijs heeft/hebben vermeld/gewijzigd/ heeft/hebben doen wijzigen/vermelden en/of deze ingevulde gegevens heeft/hebben bekrachtigd/ heeft/hebben doen bekrachtigen met een digitale handtekening welke moest doorgaan voor de handtekening van vorenbedoelde derden wiens identiteit gebruikt was, waardoor de Belastingdienst is bewogen op de ingevulde bankrekening(en) zorgtoeslag en/of huurtoeslag uit te betalen;

4.

(medeplegen valsheid in geschrift)

hij, in of omstreeks de periode van 1 maart 2012 tot en met 1 november 2013, in de gemeente Groningen en/of de gemeente Noordoostpolder en/of de gemeente Slochteren en/of de gemeente Oldambt, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk digitale formulier(en) aanvraag voor de zorgtoeslag en/of huurtoeslag ten name van een groot aantal (te weten 370 of daaromtrent) derden (te weten verschillende

bewoners van flatgebouwen aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , alle te Groningen), waaronder ten name van:

  • -

    [slachtoffer 1] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ), en/of

  • -

    [slachtoffer 2] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ), en/of

  • -

    [slachtoffer 3] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ), en/of

  • -

    [slachtoffer 4] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ), en/of

  • -

    [slachtoffer 5] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ), en/of

  • -

    [slachtoffer 6] , (ten tijde van het strafbare feit) wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ),

(elk) zijnde (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst,

immers heeft hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid op die digitaal/digitale formulier(en) een aanvraag voor de zorgtoeslag en/of huurtoeslag de inkomensgegevens gewijzigd/vermeld en/of het/de bankrekeningnummer(s) voor de uitbetaling gewijzigd/vermeld en/of de kale huurprijs vermeld/gewijzigd en/of de ingevulde gegevens bekrachtigd met een digitale handtekening welke moest doorgaan voor de handtekening van vorenbedoelde derden wiens identiteit gebruikt was,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

5.

(medeplegen gewoontewitwassen)

hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 juli 2015, in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Hoogezand-Sappemeer en/of in de gemeente Oldambt, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), meermalen (telkens)

van (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 382.133,-, althans enig geldbedrag, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing, verborgen of verhuld, dan wel heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) verborgen of verhuld wie de rechthebbende(n) op vorenomschreven voorwerp(en) was/waren of het voorhanden heeft/had, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist dat het voorwerp -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en/of

(een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 382.133,-, althans enig geldbedrag, verworven,. Voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van (het0 vorenbedoelde voorwerp(en) gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist dat bovenomschreven voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf, door -zakelijk weergegeven- (onder meer)

  • -

    een of meer personen te verzoeken hun bankrekening ter beschikking te stellen voor de ontvangst van een of meer geldbedragen en/of de bij die bankrekening behorende pinpas al dan niet tijdelijk af te staan, en/of

  • -

    bij aanvragen van zorgtoeslag en/of huurtoeslag op naam van (een) derde(n) een bankrekeningnummer in te vullen/te doen invullen van een ander dan degene(n) op wiens naam de zorgtoeslag en/of huurtoeslag werd aangevraagd, en/of

  • -

    (vervolgens) het/de naar aanleiding van de aanvra(a)g(en) door de Belastingdienst gestorte bedrag(en) (terstond) contant op te nemen en/of contant te doen opnemen van vorenbedoelde bankrekening(en);

6.

(deelnemen criminele organisatie)

hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 juli 2015, in de gemeente Groningen en/of in de gemeente Hoogezand-Sappemeer en/of in de gemeente Oldambt, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, die onder andere werd gevormd door hem, verdachte, en/of door [medeverdachte 1] en/of door [medeverdachte 2] en/of door [medeverdachte 3] en/of door [medeverdachte 4] e.v. [verdachte] en/of door [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of één of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, waaronder:

  • -

    schending van het ambtsgeheim (artikel 272 Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, al dan niet met valse sleutel (artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    valsheid in geschrift (artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    opzetheling, dan wel gewoonteheling (artikelen 416 en 417 Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    witwassen, dan wel gewoontewitwassen (artikelen 420bis en 420ter Wetboek van Strafrecht).

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1, 2 primair, 3, 4, 5, en 6 ten laste gelegde gevorderd, met dien verstande dat de onder 6 ten laste gelegde periode in zijn visie dient in te gaan op 17 maart 2013.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde primair betoogd dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging voor dit feit omdat artikel 272 Sr een klachtdelict betreft en geen van de gedupeerde bewoners een klacht heeft ingediend. Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken voor zover het betreft de ten laste gelegde periode van maart 2012 tot en met maart 2013.

Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde medeplegen heeft de raadsman betoogd dat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Met betrekking tot de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan gekwalificeerde diefstal refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat verdachte betrokkenheid hierbij heeft bekend vanaf april 2013.

Ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande ook hiervoor geldt dat verdachte betrokkenheid heeft bekend vanaf april 2013.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde heeft de raadsman betoogd dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken voor zover dit ziet op het bewegen van derden om hun bankrekening ter beschikking te stellen. Ook ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde geldt dat verdachte niet eerder is betrokken geweest dan vanaf april 2013.

Ten aanzien van feit 7 heeft de raadsman betoogd dat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor deelname aan een criminele organisatie vóór april 2013 en ná 18 februari 2014.

De door de raadsman in zijn pleitnota opgeworpen punten worden, voor zover deze bespreking behoeven, hieronder door de rechtbank besproken.

Oordeel van de rechtbank

Algemene overwegingen met betrekking tot het verloop van het onderzoek naar de gepleegde fraude

In deze strafzaak gaat het om een groep verdachten die terecht staat voor -kort gezegd- het misbruiken van DigiD teneinde fraude met huur- en/of zorgtoeslagen te plegen. DigiD is een afkorting voor Digitale Identiteit, een systeem waarmee de Nederlandse overheid op internet iemands identiteit kan verifiëren. Logius is het uitvoeringsorgaan van de overheid dat verantwoordelijk is voor DigiD.

De tenlasteleggingen van [verdachte] en zijn medeverdachten zijn gebaseerd op het door de politie Eenheid Noord-Nederland en (later) door de Bovenregionale Recherche Noord- en Oost Nederland uitgevoerde onderzoek Temsche. Dit onderzoek is op 19 augustus 2013 opgestart nadat op 11 en 12 juni 2013 twee studenten, wonende in een studentenflat aan de [straatnaam] te Groningen, bij Logius melding hadden gemaakt van DigiD-fraude. Zij hadden beschikkingen ontvangen van de Belastingdienst betreffende toeslagen die niet door hen waren aangevraagd.

Uit het door Logius ingestelde (vervolg)onderzoek bleek dat er op naam van tientallen bewoners van de flat aan de [straatnaam] digitaal DigiD-accounts waren aangevraagd, waarvan de codes door Logius aan hen waren toegestuurd. Opvallend was dat de verdachten kennelijk de beschikking hadden over de NAW-gegevens, geboortedatum en burgerservicenummers (BSN) van de betrokkenen. Deze gegevens waren immers nodig om op de website van Logius een nieuwe activeringscode voor DigiD aan te vragen. Tevens viel op dat de verdachten kennelijk de door Logius aan de gedupeerden toegestuurde brieven in handen konden krijgen, nu uit het onderzoek bleek dat de activeringscodes ook daadwerkelijk waren gebruikt om binnen de DigiD-omgeving de gegevens van de (oorspronkelijke) aanvragers te veranderen. In dit geval werd het bankrekeningnummer aangepast en/of het inkomen gewijzigd, waarna met behulp van DigiD bij de Belastingdienst/Toeslagen te Utrecht zorg- en huurtoeslag werd aangevraagd, uit te betalen op de eerder gewijzigde bankrekeningnummers. Door Logius werd op dat moment geconstateerd dat er bij 118 DigiD-accounts mogelijk fraude was gepleegd. Al deze 118 DigiD-accounts waren afkomstig uit Groningen. Logius heeft hiervan op 25 juni 2013 en op 30 augustus 2013 aangifte1 gedaan en heeft een lijst met de bedoelde DigiD-accounts, en de door Logius geregistreerde inloggegevens, ter beschikking gesteld aan de politie.

De politie heeft aan de hand van de door Logius verstrekte gegevens, in combinatie met de aangiftes van een groot aantal individuele gedupeerden, vastgesteld dat er tussen 14 februari 2013 en 25 oktober 2013 370 aanvragen voor DigiD-activeringscodes en toeslagen zijn gedaan voor bewoners van verschillende (studenten)flats in Groningen. Het gaat daarbij om adressen gelegen in de [straatnaam] , [straatnaam] , [straatnaam] , [straatnaam] , [straatnaam] en [straatnaam] . Bij deze vaststelling is overigens van belang dat Logius pas in 2013 is begonnen met het opslaan van inloggegevens; over 2012 waren deze gegevens niet beschikbaar2.

Ook door de Belastingdienst is onderzoek verricht en aangifte gedaan3. Aan de hand van de lijst van 370 gedupeerden heeft de Belastingdienst geconstateerd dat de aanvragen voor huur- en zorgtoeslag telkens groepsgewijs vanaf hetzelfde IP-adres werden gedaan, in een dermate hoog tempo achter elkaar dat het onwaarschijnlijk is dat dit door individuele aanvragers gebeurde, dat de aanvragen groepsgewijs betrekking hadden op bewoners van dezelfde adressen, dat de toeslagen uitgekeerd moesten worden op een beperkt aantal bankrekeningen en dat de inkomens- en huurgegevens die aan de aanvragen ten grondslag werden gelegd iedere keer hetzelfde waren.

Op 5 november 2013 zijn [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] op heterdaad aangehouden nabij de flat aan de [straatnaam] te Groningen op verdenking van vermoedelijke diefstal van poststukken uit brievenbussen van de flat aan de [straatnaam] te Groningen 4. In de gebruikte auto, bij verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en bij de doorzoeking in hun woning aan de [straatnaam] te Hoogezand werden vervolgens meerdere voorwerpen aangetroffen die gerelateerd konden worden aan de vorm van DigiD-fraude waarvan Logius en de Belastingdienst aangifte hadden gedaan. Op een aantal van deze stukken komt de rechtbank hieronder nog nader terug. Onder meer trof de politie op een telefoon die in gebruik was bij [medeverdachte 1] meerdere DigiD-gerelateerde sms-berichten aan, afkomstig van een telefoonnummer welke op naam stond van de Belastingdienst te Apeldoorn. Verdachte [verdachte] bleek de houder/gebruiker van dit betreffende telefoonnummer5 en als ambtenaar werkzaam te zijn bij de Belastingdienst. Daarbij is van belang dat hij in die hoedanigheid beschikte over de mogelijkheid om via de systemen van de Belastingdienst NAW-gegevens en burgerservicenummers te achterhalen.

Uit onderzoek naar de bij de DigiD-aanvragen gebruikte IP-adressen bleek vervolgens dat veel aanvragen vanuit het [naam hotel] te Emmeloord waren gedaan. Enkele dagen na de aanvragen werden de betreffende DigiD-accounts opnieuw vanuit hetzelfde hotel te Emmeloord geactiveerd en werden er vervolgens zorg- en/of huurtoeslagen aangevraagd bij de Belastingdienst/Toeslagen. Uit de gastenlijst van het hotel bleek dat gedurende de dagen dat de aanvragen voor nieuwe DigiD-accounts werden gedaan en gedurende de dagen dat de accounts werden geactiveerd en zorg- en/of huurtoeslagen werden aangevraagd, steeds een kamer was gehuurd door verdachte [medeverdachte 4] , de echtgenote van verdachte [verdachte]6.

Op 18 februari 2014 zijn de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 4] en hun zoon [medeverdachte 5] buiten heterdaad aangehouden en vervolgens, naar aanleiding van hun verklaringen en nader onderzoek naar historische verkeersgegevens, waarop de rechtbank later nog terugkomt, op respectievelijk 29 juli 2014 en 8 augustus 2014 de verdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] .

Overwegingen met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachten bij de fraudeconstructie

Uit het hiervoor geschetste onderzoek volgt dat het voor het plegen van de DigiD-fraude zoals die in het onderhavige geval heeft plaatsgevonden, nodig was om verschillende stappen te doorlopen. In de eerste plaats moesten de persoonsgegevens (NAW, BSN, geboortedatum) van de gedupeerden worden achterhaald. Daarna kon aan de hand van deze gegevens digitaal een (nieuwe) activeringscode voor het betreffende DigiD-account worden aangevraagd bij Logius. Deze activeringscodes werden door Logius per post toegezonden aan het GBA-adres van de aanvragers en werden daar doorgaans 2 tot 3 dagen later bezorgd. De brieven van Logius moesten op dat moment worden onderschept, zodat de verdachten over de codes konden beschikken. Uit het onderzoek, waarover hieronder nader meer, is komen vast te staan dat dit gebeurde door de post uit de brievenbussen te stelen; voor de aanvragen waren gedaan was onderzocht of bepaalde flats vrijelijk toegankelijk waren of niet7. In een aantal gevallen kon de post zonder nadere handelingen worden weggenomen, in andere gevallen is kennelijk gebruik gemaakt van een loper of andere vorm van valse sleutel.

Nadat de activeringscodes in handen waren gekomen van de verdachten, werden aan de hand hiervan gegevens (bankrekeningnummer, inkomen) gewijzigd en bij de Belastingdienst toeslagen aangevraagd. Daarvoor was nodig dat de verdachten over bankrekeningen beschikten en uit onderzoek, waarover opnieuw hieronder meer, is gebleken dat verschillende (kwetsbare) personen hiervoor als katvanger zijn benaderd. Als laatste stap werd bewerkstelligd dat de gelden, die op de gewijzigde bankrekeningen van de katvangers waren uitbetaald, in handen van de verdachten kwamen, doorgaans door contante opnames bij pinautomaten.

Bij elk van deze stappen zijn strafbare feiten gepleegd. Al deze stappen waren samen nodig om tot een succesvolle voltooiing van de fraude te kunnen komen. Behoudens contra-indicaties moet dus worden aangenomen dat iedere verdachte die opzettelijk bij één of meer van deze stappen betrokken is geweest, en daaraan een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd, wetenschap had van de gehele fraudeconstructie en de daarvoor noodzakelijke (andere) stappen en derhalve ook als medepleger van de daarbij behorende strafbare feiten moet worden aangemerkt, ook al heeft hij of zij geen feitelijke uitvoering daaraan gegeven.

Gezien de inhoud van de tenlasteleggingen, die voor de verschillende verdachten in onderhavige zaken overwegend gelijkluidend zijn, ziet de rechtbank aanleiding om de vraag of en in hoeverre de ten laste gelegde feiten ten aanzien van de verschillende verdachten bewezen kunnen worden verklaard, hieronder tegelijk te beantwoorden voor de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] . De rechtbank stelt daarbij voorop dat zij bij de beoordeling van de betrokkenheid van de verschillende verdachten bij de verschillende strafbare feiten in belangrijke mate de verklaringen die de verdachte [medeverdachte 1] als verdachte en als getuige ter terechtzitting heeft afgelegd (en die in de strafzaken van de andere verdachten zijn gevoegd) als uitgangspunt heeft genomen. [medeverdachte 1] heeft een gedetailleerde verklaring afgelegd over de wijze waarop de fraude is opgezet en uitgevoerd en de rechtbank acht die verklaring, ook al is deze door een medeverdachte met zijn eigen (proces)belang afgelegd, voldoende betrouwbaar om voor het bewijs te bezigen,, zoals hieronder nog nader wordt uiteengezet,

Verder overweegt de rechtbank in algemene zin als volgt.

Uit de aangiftes van Logius en de Belastingdienst/Toeslagen blijkt, zoals hierboven eerder overwogen, dat (DigiD-)fraude is gepleegd op naam van bewoners/gedupeerden, woonachtig aan de [straatnaam] (vanaf maart 2012), de [straatnaam] (vanaf 08 april 2013), de [straatnaam] (vanaf 14 juni 2013), de [straatnaam] (vanaf 18 juli 2013), de [straatnaam] (19 oktober 2013) en de [straatnaam] (19 oktober 2013) te Groningen.

Naast de aangiftes van Logius en de Belasingdienst/Toeslagen, is aangifte gedaan door een groot aantal natuurlijke personen wier identiteit is misbruikt voor het plegen van fraude. De rechtbank benoemt de navolgende aangiftes met name, ter illustratie hoe de hiervoor geschetste fraudeconstructie in de praktijk in zijn werk ging.

De aangifte van [slachtoffer 7]8, wonende [straatnaam] te Groningen. Aangever ontving op 5 september 2012 een brief van de Belastingdienst betreffende een wijziging rekeningnummer. Het betrof rekeningnummer [rekeningnummer] . Dit rekeningnummer is niet van aangever en hij heeft ook geen zorg- en huurtoeslag aangevraagd. Gebleken is dat de tenaamstelling van [rekeningnummer] [naam 1] betreft. Deze bankrekening is geopend op 10 januari 2012 en hij is vervallen per 30 oktober 2012. Uit de verkregen rekeningafschriften blijkt dat er op 11 september 2012 € 1.206,- aan huurtoeslag en € 621,- aan zorgtoeslag is bijgeschreven. Op 20 september 2012 is er € 72,- aan zorgtoeslag bijgeschreven. Uit deze rekeningafschriften blijkt dat hierop ook zorg- en huurtoeslagen worden bijgeschreven van [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] . Deze toeslagen zijn allemaal bijgeschreven op 11 en 20 september 2012.

Uit de verstrekte lijst9 van de Belastingdienst/Toeslagen blijkt dat zij in 2012 daadwerkelijk € 1.206,- (huurtoeslag) en € 693,- (zorgtoeslag) hebben uitbetaald aan aangever [slachtoffer 7] , wonende aan de [straatnaam] te [postcode] Groningen. Het begunstigde IBAN was [rekeningnummer] t.n.v. [naam 1] .

De aangifte van [slachtoffer 8]10, wonende [straatnaam] te [postcode] Groningen. Aangever heeft verklaard dat met zijn DigiD-account bij de Belastingdienst een wijziging is door gegeven voor het uitbetalen van zorg- en huurtoeslag. Het geld van deze toeslagen is uitbetaald op bankrekening [rekeningnummer] . Dit is niet aangevers rekeningnummer en hij heeft geen toeslagen aangevraagd. Gebleken is dat de tenaamstelling van IBAN [rekeningnummer] [naam 8] betreft.

Bij de doorzoeking in de woning aan de [straatnaam] te Hoogezand is de bijbehorende bankpas van bankrekening [rekeningnummer] in beslag genomen. Op deze bankpas staat vermeld "uw tijdelijke bankpas" en achterop deze bankpas staan de cijfers [nummer] .

Uit de verstrekte lijst van de Belastingdienst/Toeslagen blijkt dat de Belastingdienst/Toeslagen op 20 juni 2013 een bedrag van € 2.114,- (huurtoeslag) en € 616,-

(zorgtoeslag) heeft overgemaakt naar aangever [slachtoffer 8] . Uit de verstrekte lijst11 van Logius blijkt betreffende aangever [slachtoffer 8] het volgende: op 9 april 2013 tussen 12.02 en 12.04 uur is er een nieuw DigiD-account aangevraagd, waarbij er een controle e-mail is verzonden naar [emailadres] @gmail.com.

De aangifte van [slachtoffer 9]12, wonende [straatnaam] te Groningen. Aangeefster heeft gebeld met DigiD en kreeg te horen dat er voor haar een nieuw account was aangevraagd en haar bankrekeningnummer is gewijzigd. Zij heeft dit zelf niet aangevraagd en het opgegeven rekeningnummer IBAN [rekeningnummer] is niet van aangeefster. Aangeefster heeft verklaard dat haar huur is gewijzigd en dat er huurtoeslag is aangevraagd op haar naam. Gebleken is dat de tenaamstelling van [rekeningnummer]

[medeverdachte 3] , wonende aan de [straatnaam] Groningen, betreft. [medeverdachte 3] heeft hierover verklaard dat hij met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de ING bank is gegaan om een bankrekening te openen en dat hij zijn identiteitsbewijs en de bankpas aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft gegeven13.

Uit de fouillering van verdachte [medeverdachte 1] is de bijbehorende bankpas van bankrekening [rekeningnummer] in beslag genomen. Op deze bankpas staat vermeld "uw tijdelijke bankpas" en achterop deze bankpas staan de cijfers [nummer] . Uit de documenten B.01.04.15.01 en [nummer] blijkt dat " [nummer] " de pincode van deze bankpas is. Hieruit blijkt voorts dat verdachte [medeverdachte 1] feitelijk kan beschikken over deze bankrekening. Uit de verstrekte lijst van de Belastingdienst/Toeslagen blijkt dat er gepoogd is om de Belastingdienst/Toeslagen medio 25 oktober 2013 een bedrag van € 1.534,- (huurtoeslag) te laten uitbetalen aan aangever [slachtoffer 9] , wonende aan de [straatnaam] te [postcode] Groningen. Het begunstigde IBAN was [rekeningnummer] . Dit bedrag van € 1.534,- is echter door de Belastingdienst/Toeslagen niet uitbetaald omdat de Belastingdienst/Toeslagen deze aanvraag tijdig heeft onderkend als frauduleuze aanvraag. Uit de verstrekte lijst14 van Logius blijkt betreffende aangever [slachtoffer 9] dat op 20 oktober 2013 tussen 12.35 en 12.37 uur een nieuw DigiD-account is aangevraagd, waarbij er een controle e-mail is verzonden naar [emailadres] @qmail.com. Hierbij is gebruik gemaakt van het IP-adres [nummer] . Op 24 oktober 2013 omstreeks 16.44 uur is het aangevraagde DigiD-account geactiveerd vanaf het IP-adres [nummer] . Op 25 oktober 2013 omstreeks 11.25 uur is er vanaf het IP-adres [nummer] ingelogd bij de Belastingdienst/Toeslagen.

Uit vorderingen verstrekking gebruikersgegevens betreffende deze ip-adressen, data en tijdstippen blijkt dat voornoemde IP adressen corresponderen met de locaties Shellstation [bedrijf 1] en [naam hotel] Emmeloord en Mac adres [nummer] .

Uit de volgende aangiftes blijkt dat met betrekking tot alle in de tenlastelegging genoemde straten aanvragen zijn gedaan.

De aangifte van [slachtoffer 1]15, wonende aan de [straatnaam] te Groningen. Er is op haar naam huur- en zorgtoeslag aangevraagd bij de Belastingdienst.

De aangifte van [slachtoffer 2]16, wonende aan de [straatnaam] te Groningen. Er is op haar naam huur- en zorgtoeslag aangevraagd bij de Belastingdienst.

De aangifte van [slachtoffer 3]17, wonende aan de [straatnaam] te Groningen. Er is op zijn naam huur- en zorgtoeslag aangevraagd bij de Belastingdienst.

De aangifte van [slachtoffer 4]18, wonende aan de [straatnaam] te Groningen. Er is op haar naam huur- en zorgtoeslag aangevraagd bij de Belastingdienst.

De aangifte van [slachtoffer 5]19, wonende aan de Van [straatnaam] te Groningen. Er is op zijn naam huur- en zorgtoeslag aangevraagd bij de Belastingdienst. Het geld is gestort op bankrekening [nummer] . Dit betreft niet aangevers rekeningnummer.

De aangifte van [slachtoffer 6]20, wonende aan de [straatnaam] te Groningen. Er is op zijn naam huur- en zorgtoeslag aangevraagd bij de Belastingdienst.

De betrokkenheid van verdachte [medeverdachte 1]

heeft -kort en zakelijk weergegeven- als verdachte en als getuige ter terechtzitting verklaard dat hij, via zijn huisgenoot [naam 9] , is benaderd door [medeverdachte 5] (hierna, om verwarring met zijn vader [verdachte] te voorkomen, ook wel aangeduid als “ [medeverdachte 5] ”) om in het kader van de te plegen DigiD-fraude post weg te halen bij de [straatnaam] in Groningen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij niet precies meer weet wanneer het is begonnen maar dat dit mogelijk al in maart van 2012 was (de rechtbank merkt terzijde op dat zij aan de aanvangsperiode van de fraude hieronder nog nadere overwegingen wijdt). Daarnaast kreeg hij van [naam 9] bankpassen om het geld te pinnen dat met de fraude zou binnenkomen. Het betrof twee bankpassen met buitenlandse namen, waarbij de pincode op de achterkant genoteerd stond. Afspraak was dat hij zoveel mogelijk geld moest pinnen als de limiet toeliet. Hij zou 10% krijgen van wat hij aan geld pinde en voor het ophalen van de post. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in totaal 25.000 euro gepind heeft. Dat geld heeft hij aan [medeverdachte 5] gegeven. Hij heeft daar 2.500 euro van gekregen.

Hij werd voor het halen van de post ingeseind door [medeverdachte 5] , die op zijn beurt weer van zijn vader (de rechtbank begrijpt [verdachte] ) hoorde wanneer de post kwam. In de [straatnaam] werd de post neergelegd op een verzamelplek. De deur was niet afgesloten. Er was dus geen sleutel nodig. [medeverdachte 1] nam na het wegnemen van de post contact op met [medeverdachte 5] , telefonisch of per sms, en een enkele keer ook wel met de vader van [medeverdachte 5] . Hij gaf de post vervolgens aan [medeverdachte 5] . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij hierna door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] (hierna ook wel aangeduid als “ [medeverdachte 6] ” om verwarring met zijn vader [medeverdachte 7] te voorkomen) is benaderd om op dezelfde wijze fraude te plegen bij de [straatnaam] . [medeverdachte 6] had een loper/sleutel waardoor ook post kon worden weggenomen uit flats met afgesloten brievenbussen. De rolverdeling was hier dat [medeverdachte 6] de post wegnam bij de [straatnaam] en dat [medeverdachte 1] die post van [medeverdachte 6] naar [medeverdachte 5] bracht. [medeverdachte 1] moest ook in dit geval geld pinnen dat met deze fraude was verdiend. Hij kreeg de pinpassen die bedoeld waren voor de fraude aan de [straatnaam] van een persoon genaamd [naam 10] . Hij heeft voor de [straatnaam] in totaal 13.500 euro gepind, waarvan hij 10.000 euro heeft gegeven aan de vader van [medeverdachte 5] . Een bedrag van 3.500 euro heeft hij aan [naam 10] gegeven. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat hij vervolgens door [medeverdachte 5] is benaderd voor het uitvoeren van dezelfde fraude bij de [straatnaam] . [medeverdachte 6] gebruikte daar ook een loper om de afgesloten brievenbussen te kunnen openen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een aantal keren post die door [medeverdachte 6] was weggenomen naar [medeverdachte 5] heeft gebracht. Van belang is verder dat [medeverdachte 1] ook heeft verklaard dat [medeverdachte 6] via zijn vader [medeverdachte 7] mensen vanuit het buitenland naar Nederland had gehaald van wie de bankrekeningen werden gebruikt voor het storten van de met de fraude verkregen toeslagen en wier bankpassen werden gebruikt om het geld van die rekeningen op te nemen. [medeverdachte 1] heeft toegelicht dat hij een aantal keren aanwezig is geweest in de kringloopwinkel van [medeverdachte 7] aan de [straatnaam] in Groningen en dat daar over de (uitvoering van de) fraude is gesproken, onder meer over de [straatnaam] . Bij de bespreking waren telkens vader en zoon [medeverdachten 6 en 7] en [verdachte en medeverdachte 5] aanwezig.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op enig moment na de [straatnaam] contact heeft gezocht met [medeverdachte 5] omdat hij opnieuw deze vorm van fraude wilde plegen. Hij heeft zelf via het internet een loper c.q. moedersleutel gekocht en in opdracht van [medeverdachte 5] gekeken op welke brievenbussen van de flat aan de [straatnaam] de sleutel paste. De betreffende huisnummers noteerde hij en gaf hij door aan [medeverdachte 5] . [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 3] , een kennis van zijn partner [medeverdachte 2] , en twee van diens vrienden gevraagd om de post weg te halen bij de [straatnaam] . [medeverdachte 3] heeft dit een aantal keren gedaan tot zij op 5 november 2013 zijn aangehouden. [medeverdachte 1] heeft voorts over de [straatnaam] verklaard dat hij deze fraude alleen met [medeverdachte 5] en [verdachte] pleegde en dat [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] hier buiten werden gehouden Voor de [straatnaam] zouden de pinpassen van [medeverdachte 3] en van zijn twee vrienden worden gebruikt en zij zouden de opbrengst delen.21

De rechtbank acht de verklaring van [medeverdachte 1] betrouwbaar gelet op het navolgende.

Op 11 oktober 2013 werden er door getuige [getuige]22 mensen bij een studentenflat aan de [straatnaam] te Groningen gezien. De getuige omschrijft een man in een gemêleerd grijs trainingspak met blauwe strepen op de armen en benen van het merk Adidas (verdachte [medeverdachte 1] droeg bij zijn aanhouding op 5 november 2013 een dergelijk trainingspak) en een vrouw met een "beetje Oost-Europees uiterlijk", die zwanger leek (verdachte [medeverdachte 2] was tijdens haar aanhouding in de nabije omgeving van de betreffende studentenflat zwanger). Een derde persoon (man) stond bij het bellenbord, aldus de getuige. De getuige verklaarde dat het leek alsof deze persoon namen en huisnummers aan het noteren was van het bellenbord. Toen hij zag dat getuige [getuige] keek, stopte hij zijn notitieboekje in zijn broekzak. Op 22 oktober 2013 zag getuige [getuige] dezelfde twee mannen bij de flat aan de [straatnaam] . Één van de mannen had hetzelfde trainingspak aan.

Op 5 november 2013 zijn de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] op heterdaad aangehouden nabij de flat aan de [straatnaam] te Groningen.23 [medeverdachte 1] zat op dat moment in een personenauto merk Volkswagen, type Golf, met kenteken [kenteken] . In de auto werden diverse goederen aangetroffen en in beslag genomen waaronder een blauw notitieboekje24 met hierin onder andere de aantekening “ [straatnaam] even”. Uit fouillering van [medeverdachte 1] zijn in beslag genomen25 een bankpas ten name van [naam 11]26, een bankpas ten name van [naam 12]27, en een zestal tijdelijke bankpassen28.

Op 6 november 2013 werd vervolgens een doorzoeking verricht in perceel [straatnaam] te Hoogezand, zijnde de verblijfplaats van de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . In de woning werden, zoals eerder overwogen, een groot aantal goederen aangetroffen en in beslag genomen29 waaronder een stortingsbewijs van de ING betreffende de storting van 15 euro op de rekening van [naam 11] d.d. 23 juli 201330, een bankpas ten name van [naam 1]31, een veertiental brieven van DigiD inhoudende activeringscodes, onder andere ten name van [naam 13] , [naam 14] , [naam 15] , [naam 16] , [naam 17] , [naam 2] , [naam 18] , [naam 3] , [naam 4] , T. [naam 5] , [naam 6] en [naam 7]32, allen wonende aan de [straatnaam] te Groningen, en gedateerd 24 maart 201233, een bankafschrift ten name van [naam 19] d.d. 14 augustus 2012 waarop onder meer is te zien dat op de rekening van [naam 19] op 12 en 20 juli 2012 huurtoeslag is bijgeboekt op naam van [naam 13] , en op 13 en 20 juli 2012 zorgtoeslag is bijgeboekt op naam van [naam 18] , een lijst met namen en persoonsgegevens op ruitjes papier34, een notitie inhoudende “ [straatnaam] open en [straatnaam] en [straatnaam] ”35, een lijst met huisnummers (deels aangekruist en met handgeschreven notitie “Digid aangevr. Witte enveloppen! vanaf zaterdag 20/7, waarschijnlijk pas dinsdag 23/7, maar toch voor de zekerheid!)36, een lijst met huisnummers en namen waaronder die van [slachtoffer 8] , wonende [straatnaam] te Groningen (opgemaakt door [medeverdachte 4] ), (met de notitie “aangevraagd op 26 mei” en “Belangrijk: In eerste instantie komt er een blauwe envelop van de belastingdienst voor de controle van het rekeningnummer. Vanaf 4 juni dagelijks kijken. Alles komt in 1 keer!!! Alle enveloppen naar mij voor administratie. Beschikkingsbrieven waarschijnlijk vanaf zaterdag 15 juni!! Ook alles in 1 keer!!!)37, een lijst met huisnummers van de [straatnaam] Groningen (met de opmerking; Deze nummers gaan OPEN !!!)38, dezelfde lijst maar nu met vinkjes achter de huisnummers en enkele doorhalingen met de opmerking “niet”39, een lijst met huisnummers en namen waaronder die van [slachtoffer 9] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen (met de notitie “Dit is NIET de lijst voor de aanvragen. Kijk op de andere lijst voor de aanvragen welke goed zijn”)40, een envelop met de notitie “Uiterlijk woensdag rek.nrs. Donderdag start invoer”41, een notitie met [emailadres]42. Daarnaast zijn in de woning van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] identiteitsbewijzen en documenten aangetroffen, onder meer ten name van [naam 20]43, [naam 21]44, [naam 22]45, [naam 23]46 en [naam 24]47.

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de verklaringen van [medeverdachte 1] met objectieve gegevens worden ondersteund, ook voor wat betreft zijn eigen rol daarin. De rechtbank ziet dus geen reden om aan zijn betrouwbaarheid te twijfelen, ook niet als het gaat om de betrokkenheid van de mede-verdachten, welke betrokkenheid nog verder wordt ondersteund door hetgeen de rechtbank hieronder nog nader zal overwegen. Daarmee is de rechtbank van oordeel dat buiten redelijke twijfel vast staat dat verdachte [medeverdachte 1] betrokken is geweest bij de fraudeconstructie in die zin dat hij de volgende feitelijke handelingen heeft verricht: hij heeft post weggenomen bij de [straatnaam] en de [straatnaam] , hij heeft post van de [straatnaam] en de [straatnaam] van [medeverdachte 6] naar [medeverdachte 5] gebracht en hij heeft geld gepind voor de [straatnaam] , de [straatnaam] en de [straatnaam] .

De betrokkenheid van de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5]

[verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] hebben tegenover de politie verklaard -kort en zakelijk weergegeven- dat zij op enig moment begin 2013 bij de onderzochte DigiD-fraude betrokken zijn geraakt.

Verdachte [verdachte] was aangesteld als ambtenaar van de Belastingdienst en werkzaam op het kantoor van de Belastingdienst aan de Kemkensberg 12 te Groningen. In deze hoedanigheid kon hij beschikken over de personalia, GBA-adressen en het BSN van ieder willekeurig individu. Hij heeft verklaard dat hij ontbrekende gegevens van slachtoffers van de DigiD-fraude op zijn werk heeft opgezocht en daarbij gebruik heeft gemaakt van het systeem BVR (Beheer van Relaties). Hij noteerde de gegevens op (ruitjes)papier.

Hij heeft dit gedaan bij die slachtoffers, waarvan de benodigde gegevens niet compleet door [medeverdachte 1] waren aangeleverd. Zo verklaarde verdachte [verdachte] over document B.03.04.01.25 (gegevens bewoners [straatnaam] ) dat hij dit document heeft opgemaakt en hij merkte daarover onder andere op: "Dit document betreft van een bepaald adres gewoon alle gegevens van de mensen die er wonen. Ik kreeg van [medeverdachte 1] de postcodes en daar heb ik dan de gegevens bij gezocht.” [verdachte] heeft verder verklaard dat hij via zijn zoon [medeverdachte 5] in februari 2013 in contact is gekomen met [medeverdachte 1] . Hij heeft samen met zijn vrouw [medeverdachte 4] (nieuwe) DigiD-accounts aangevraagd en hierna geactiveerd en vervolgens zorg- en huurtoeslagen aangevraagd op naam van vele slachtoffers, wonende in studentenflats aan de [straatnaam] , [straatnaam] en [straatnaam] te Groningen. Het begunstigde rekeningnummer werd daarbij gewijzigd in een rekeningnummer van een katvanger. Verdachten [verdachte] en [medeverdachte 4] hebben verklaard dat zij hiervoor ongeveer 10.000,- euro hebben gekregen en dat [medeverdachte 5] hier ook zijn deel van heeft gekregen. Het aanvragen gebeurde bij het [naam hotel] te Emmeloord en bij de pompstations [bedrijf 1] en [bedrijf 2] .

[verdachte] heeft, in overeenstemming met de eerder besproken verklaring van [medeverdachte 1] , daarnaast verklaard dat er een bijeenkomst is geweest in de kringloopwinkel achter het [straatnaam] in Groningen (dat wil zeggen: aan de [straatnaam] ) waarbij hij en [medeverdachte 1] en “de oude en de jonge [medeverdachte 6] ” (de rechtbank begrijpt uit de context: verdachten [medeverdachten 6 en 7] ) aanwezig waren, waar gesproken werd over de DigiD-fraude en door [medeverdachte 7] onder meer werd gezegd dat het “beter moest met de passen.”

[medeverdachte 4] 48 heeft, voor zover hier van belang, in aanvulling op het voorgaande verklaard dat zij de inkomensgegevens van de gedupeerden altijd zo wijzigde dat zij de maximale zorg- en huurtoeslag kon aanvragen, dat zij en haar echtgenoot van hun zoon [medeverdachte 5] een lijst kregen met bankrekeningnummers (inclusief zogenaamde IBAN-codes) en dat [medeverdachte 5] deze op zijn beurt van [medeverdachte 1] kreeg.

[medeverdachte 5] 49 heeft tegenover de politie verklaard dat [medeverdachte 1] de tussenpersoon was tussen hem en zijn vader en de familie [medeverdachten 6 en 7] , waarmee hij gezien zijn verklaringen [medeverdachten 6 en 7] bedoelt. Ook hij heeft, in overeenstemming met de verklaringen van zijn vader en [medeverdachte 1] , verklaard dat er een ontmoeting heeft plaatsgehad in de eerdergenoemde kringloopwinkel, waarbij hij, zijn vader, [medeverdachte 1] en K. en [medeverdachte 7] aanwezig waren, dat daar werd gesproken over de DigiD-fraude en dat door [medeverdachte 7] werd aangegeven dat hij kon beschikken over de sleutels van brievenbussen, over bankrekeningen – en passen en over mensen die de brievenbussen in de gaten konden houden in verband met de weg te nemen post.

Afwijkend ten opzichte van de verklaring van [medeverdachte 1] is dat [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] in hun latere verklaringen tegenover de politie hebben aangegeven dat zij onder druk zijn gezet, door [medeverdachte 1] of de [medeverdachten 6 en 7] , om aan de fraude mee te werken. De rechtbank acht dat echter niet geloofwaardig, alleen al niet omdat zij hierover sterk wisselend hebben verklaard, zowel binnen hun eigen verklaringen als ten opzichte van elkaar. De rechtbank komt bovendien hieronder tot de conclusie dat zij al vanaf een eerder moment betrokken moeten zijn geweest bij de fraude dan de vermeende mishandeling van [medeverdachte 5] , waaruit die druk zou moeten blijken. Overigens kan ook uit hun (belangrijke en sturende) rol en wijze van betrokkenheid bij deze fraude, waaronder de lange duur en grote schaal daarvan, bepaald niet worden opgemaakt dat zij onder druk handelden. Op de bewijsmiddelen die zicht geven op die rol en betrokkenheid gaat de rechtbank hieronder nader in.

In de eerste plaats is van belang dat de verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 4] over hun rol bij het aanvragen van activeringscodes en toeslagen bevestigd wordt door het digitale onderzoek van de politie. Uit de door Logius verstrekte lijst50 is gebleken dat bij het aanvragen of wijzigen van een DigiD-account van de bewoners van de flats waarop de tenlastelegging ziet de emailadressen [emailadres] @gmail.com, [emailadres] @gmail.com en [emailadres] @gmail.com zijn gebruikt. Van het emailadres [emailadres] @gmail.com hebben zowel [verdachte] als [medeverdachte 4] erkend dat zij dit gebruikt hebben om aanvragen mee te doen voor bewoners van de [straatnaam] , [straatnaam] en [straatnaam] te Groningen. Uit de loggegevens van Logius blijkt bovendien dat ditzelfde emailadres ook is gebruikt voor aanvragen voor een bewoner van de [straatnaam]51 en voor het aanvragen van een DigiD voor een bewoner van de [straatnaam]52.

Uit de loggegevens van Logius blijkt dat het emailadres [emailadres] @gmail.com is gebruikt bij het aanvragen van DigiD-accounts en huur- en zorgtoeslag voor bewoners van de [straatnaam] , de [straatnaam]53 en de [straatnaam]54. Dit emailadres is door de politie teruggevonden op een in de woning van [verdachte] en [medeverdachte 4] aangetroffen laptop. Uit de door Logius verstrekte lijst blijkt onder meer dat het emailadres [emailadres] @gmail.com op 20 oktober 2013 is gebruikt voor het aanvragen van een DigiD voor [slachtoffer 9] , wier aangifte de rechtbank hierboven heeft aangehaald.

Bij deze aanvraag is gebruik gemaakt van het IP-adres [nummer] (dit betreft de locatie Shellstation [bedrijf 1]55). Op 24 oktober 2013 is het aangevraagde DigiD-account geactiveerd vanaf het IP-adres [nummer] (dit betreft de locatie [naam hotel] Emmeloord56). Op 25 oktober 2013 is er vanaf het IP-adres [nummer] (dit betreft ook de locatie [naam hotel] Emmeloord57) ingelogd bij de Belastingdienst/Toeslagen. Verdachten [verdachte] en [medeverdachte 4] hebben erkend dat ze het aanvragen van DigiD-accounts, het activeren van deze DigiD-accounts en het aanvragen van zorg- en huurtoeslagen inderdaad hebben gedaan vanaf de genoemde locaties [naam hotel] Emmeloord, [bedrijf 2] ( [bedrijf 2] ) en Shellstation [bedrijf 1] , bij zogenaamde wifi hotspots. Het emailadres [emailadres] @gmail.com is gebruikt voor het aanvragen van DigiD-accounts voor bewoners van de [straatnaam] , onder meer voor bewoners [naam 25] , [naam 26] en [naam 27] . De namen van deze personen komen ook voor op de eerder door de rechtbank aangehaalde en door [verdachte] gemaakte lijst (B.03.04.01.25). De naam van [naam 25] komt bovendien voor op een in de handtas van [medeverdachte 4] aangetroffen lijst (J.01.01.01). De rechtbank gaat er gelet op het vorenstaande vanuit dat [verdachte] en [medeverdachte 4] van alle drie genoemde emailadressen gebruik hebben gemaakt bij het aanvragen van DigiD-accounts en het aanvragen van huur- en zorgtoeslagen.

Bij de doorzoeking op 18 februari 2014 in de woning van [verdachte] en [medeverdachte 4] aan de [straatnaam] te Westerlee zijn voorts goederen in beslag genomen die in verband kunnen worden gebracht met DigiD-fraude, waaronder (in de handtas van [medeverdachte 4] ) een brief van ASN aan [naam 28]58, wonende aan de [straatnaam] , een lijst met namen, persoonsgegevens en rekeningnummers (naar eigen zeggen opgemaakt door [medeverdachte 4] ), waaronder die van [slachtoffer 8]59, wonende aan de [straatnaam] , de agenda van [medeverdachte 4] waaruit blijkt van verblijf van [verdachte] en [medeverdachte 4] in het hotel in Emmeloord in de periode 18-20 juli en 24-26 juli 201360, een lijst met straatnamen ( [straatnaam] , [straatnaam] en [straatnaam] )61 en een notitieblaadje met de naam [naam 11] en de aantekening “rek. [rekeningnummer] ”62.

De rechtbank stelt verder vast dat uit het onderzoek van de politie is gebleken dat er tussen 12 en 20 juli 2012 door fraude verkregen zorg- en huurtoeslagen op naam van bewoners van de [straatnaam] zijn gestort op rekeningen van katvangers. In deze zelfde periode -namelijk op 13, 17 en 18 juli 2012- hebben vervolgens contante geldstortingen van respectievelijk € 1200,- , 3320,- en 1550,- plaatsgevonden op rekening [rekeningnummer] ten name van [medeverdachte 4] en [verdachte]63. Mede gelet op het hieronder nader beschreven berichtenverkeer tussen de verdachten kan hieruit genoegzaam worden opgemaakt dat beide verdachten al in 2012 profiteerden van en dus betrokken moeten zijn geweest bij deze vorm van DigiD-fraude die in deze periode gepleegd werd bij (in ieder geval, voor zover uit het dossier kan worden opgemaakt), de [straatnaam] in Groningen.

Met betrekking tot dat berichtenverkeer heeft de rechtbank het volgende vastgesteld. Tussen 7 augustus 2012 en 15 augustus 2012 heeft [medeverdachte 5] diverse berichten naar [medeverdachte 1] verstuurd met betrekking tot een sleutel die [medeverdachte 1] moest regelen64. Op 15 augustus 2012 stuurde [medeverdachte 5] een bericht aan [medeverdachte 1] inhoudende “jij hebt toch beide pasjes voor de 20e om te pinnen?” Deze berichten kunnen gerelateerd worden aan de huur- en zorgtoeslagen die op 20 augustus 2012 op de bankrekeningen van de katvangers [naam 11] en [naam 19] gestort zijn en aan het pinnen van deze rekeningen op 20 augustus 2012. Op 16 augustus 2012 stuurde [medeverdachte 5] verder een aantal sms berichten naar [medeverdachte 1] inhoudende “check ook effe of er al geld staat” en “er moet al geld staan volgens [naam 29] ”, “morgen kan nog meer komen”, “ik kom er zo aan, jij 100 ik 100 en [naam 29] 100 dat is pa zijn deel65”. Bovendien heeft er op 7 maart 2013 sms verkeer tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] plaatsgehad. [medeverdachte 4] stuurde daarbij onder meer de berichten: “geen post aan de [straatnaam] !!” en “morgen rond de middag gaan pap en ik kijken”66. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat met “ [straatnaam] ” de [straatnaam] wordt bedoeld67.

Op grond van al het voorgaande, en daarbij betrokken de verklaring van [medeverdachte 1] , is de rechtbank van oordeel dat verdachten [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] betrokken zijn geweest bij de beschreven fraudeconstructie in die zin dat [medeverdachte 5] post van de [straatnaam] , de [straatnaam] , de [straatnaam] en de [straatnaam] heeft weggenomen dan wel heeft laten wegnemen, dat [verdachte] ontbrekende persoonsgegevens heeft opgezocht in het systeem van de Belastingdienst en dat [verdachte] en [medeverdachte 4] met die verkregen persoonsgegevens DigiD-accounts hebben aangevraagd bij Logius en huur- en zorgtoeslagen hebben aangevraagd bij de Belastingdienst op naam van bewoners aan de [straatnaam] , de [straatnaam] , de [straatnaam] , de [straatnaam] , de [straatnaam] en de [straatnaam] .

Zoals al eerder opgemerkt gaat de rechtbank er, anders dan door de verdediging bepleit is, daarbij vanuit dat [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] niet pas in maart 2013 betrokken zijn geraakt maar, voor zover de rechtbank kan overzien, in ieder geval in de eerste helft van 2012, gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] en gelet voornoemde geldtransacties en sms-berichten. De rechtbank zal in de bewezenverklaring dus aansluiten bij de aanvangsperiode van de tenlastelegging, 1 maart 2012. De verklaringen van [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] dat zij niet bij de [straatnaam] betrokken zijn geweest acht de rechtbank gelet op het voorgaande ongeloofwaardig.

Betrokkenheid van de verdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7]

De rechtbank overweegt dat de betrokkenheid van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] bij de fraudeconstructie volgt uit de verklaring van [medeverdachte 1] , die op zijn beurt steun vindt in de verklaringen van [medeverdachte 5] en [verdachte] zoals hiervoor weergegeven, in de verklaring van [naam 30]68 en in de verklaringen van de Roemeense katvangers [naam 31]69, [naam 32]70, [naam 33]71, [naam 34]72, [naam 8] en [naam 35]73.

[naam 30] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 7] sinds 2010 kent en voor hem heeft gewerkt in de tweedehands winkel [bedrijf 3] (de rechtbank merkt op dat uit de context van deze verklaring genoegzaam blijkt dat hij hiermee de kringloopwinkel aan de [straatnaam] bedoelt waarover ook [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [verdachte] hebben verklaard). [naam 30] heeft, zo verklaart hij, in opdracht van [medeverdachte 7] , via zijn zus in Roemenië, mensen vanuit Roemenië en Bulgarije naar Nederland gehaald. [naam 30] heeft verder verklaard dat hij de inschrijving van deze personen in de gemeente Groningen heeft geregeld, zodat zij konden beschikken over een BSN, en dat hij vervolgens er voor gezorgd heeft dat deze personen een bankrekening openden bij de ING. De bij deze rekeningen behorende bescheiden, zoals pincodes en bankpassen, heeft hij aan [medeverdachte 7] laten afgeven. [naam 31] , [naam 32] , [naam 35] en [naam 34] hebben in overeenstemming met deze verklaring van [naam 30] verklaard dat zij met z’n vieren naar Groningen zijn gereisd, dat zij in Groningen werden opgevangen door [naam 30] , dat zij in Groningen werden ondergebracht bij [bedrijf 3] , dat zij bij de ING een rekening moesten openen, dat zij hierbij werden bijgestaan door [naam 30] , en dat zij na het openen van de rekening de bankpas moesten afstaan aan [naam 30] en dat [naam 30] zijn opdrachten kreeg van [medeverdachte 7] . Kort na het openen van de bankrekeningen kregen zij te horen dat er geen werk voor hen was en dat zij terug konden naar Roemenië.

[naam 33] heeft verklaard dat zij met haar toenmalige vriend [naam 8] rond kerst 2012 in Nederland was. Zij zijn in contact gebracht met [medeverdachte 6] . Op verzoek van [medeverdachte 6] zijn er kopieën gemaakt van hun paspoorten en hebben zij bankrekeningen geopend. Hierbij hebben zij een adres opgegeven dat zij van [medeverdachte 6] kregen. Zij moesten de bankpassen en pincodes afgeven aan [medeverdachte 6] .

Door de Belastingdienst is een lijst aangeleverd met voor de fraude gebruikte bankrekeningnummers74. Daarnaast zijn door bankinstellingen NAW-gegevens verstrekt met betrekking tot de gebruikte bankrekeningnummers. Dit levert met betrekking tot voornoemde katvangers [naam 31] , [naam 32] , [naam 35] , [naam 8] en [naam 33] het volgende op.

Uit de aangiften van [slachtoffer 4]75 en [slachtoffer 10]76 (beiden wonende aan de [straatnaam] te Groningen) blijkt dat toeslagen zijn uitbetaald op rekeningnummer IBAN [nummer] . Deze IBAN is op naam gesteld77 van [naam 31] . Uit de aangifte van [slachtoffer 5]78 (wonende aan de [straatnaam] te Groningen) blijkt dat toeslagen zijn uitbetaald op IBAN [nummer] . Ook deze IBAN is op naam gesteld79 van [naam 31] .

Uit de aangifte van [slachtoffer 11]80 (wonende aan de [straatnaam] te Groningen) blijkt dat toeslagen zijn uitbetaald op IBAN [rekeningnummer] . Deze IBAN is op naam gesteld81 van [naam 32] .

Uit de aangifte van [slachtoffer 12]82 (wonende aan de [straatnaam] te Groningen) blijkt dat zorgtoeslag is uitbetaald op IBAN [rekeningnummer] . Deze IBAN is op naam gesteld83 van [naam 35] .

Uit de aangifte van [slachtoffer 13]84 (wonende aan de [straatnaam] te Groningen) blijkt dat toeslagen zijn uitbetaald op IBAN [rekeningnummer] . Deze IBAN is op naam gesteld85 van

[naam 8] . Uit de aangifte van [slachtoffer 8]86 (wonende aan de [straatnaam] te Groningen) blijkt dat huur- en zorgtoeslag is uitbetaald op IBAN [rekeningnummer] . Ook deze IBAN is op naam gesteld87 van [naam 8] .

Uit de aangifte van [slachtoffer 14]88 (wonende aan de [straatnaam] te Groningen) blijkt dat toeslagen zijn uitbetaald op IBAN [rekeningnummer] . Deze IBAN is op naam gesteld89 van [naam 33] .

Uit deze bevindingen blijkt dat de bankrekeningen, overeenkomstig de hiervoor aangehaalde verklaringen, inderdaad gebruikt zijn voor het uitbetalen van door de fraude verkregen toeslagen. Dat bevestigt de betrouwbaarheid van de verklaring van [naam 30] en de naar Nederland gehaalde Roemenen voor zover het gaat om de rol van [medeverdachte 7] , en de verklaring van [naam 33] voor zover het gaat om de rol van [medeverdachte 6] .

De betrokkenheid van [medeverdachte 6] kan voorts worden afgeleid uit de door de politie vastgestelde telefonische contacten90 tussen hem en [medeverdachte 1] , tussen hem en [medeverdachte 5] en tussen hem en [medeverdachte 4] . Zo is er in de periode tussen maart 2013 en december 2013 sprake van een groot aantal gesprekscontacten en sms contacten tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1] en tussen hem en [medeverdachte 5] . Bijvoorbeeld werd op 14 maart 2013 vanaf het telefoonnummer + [nummer] (blijkens zijn eigen verklaring in gebruik bij [medeverdachte 6] ) in ieder geval aan [medeverdachte 1] het volgende sms bericht verstuurd: “vanaf vandaag graag iedereen ander mobiel”. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat er op 16 juli 2013 door [medeverdachte 1] (met zijn account [skype account] ) een skype gesprek werd gevoerd met een persoon met het account " [skype account] ". Daarin werd getypt: "die sleutel hadden we toen met [medeverdachte 6] gefixt". In dat gesprek is te zien dat er door verdachte [medeverdachte 6] ( [skype account] ) via skype contact werd gelegd met [skype account] . Het eerste contact tussen [skype account] en [skype account] via skype is op 10 juli 2013 geweest91. De verklaring van [medeverdachte 6] dat hij met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] slechts een enkele keer contact heeft gehad in verband met het verhuren van een kamer en dat hij hen verder niet kent acht de rechtbank, gelet op de vastgestelde hoeveelheid contacten, ongeloofwaardig.

Voorts is in de telefoon van katvanger [naam 36] [medeverdachte 6] als contact aangetroffen92, is in een telefoon in gebruik bij [medeverdachte 1] het telefoonnummer van [medeverdachte 7] onder de naam “ [naam 37] ” aangetroffen93 en is bij de doorzoeking van de woning aan de [straatnaam] te Hoogezand, de verblijfplaats van [medeverdachte 1] , een notitie aangetroffen waar op staat geschreven “ [emailadres] ”94 en een zestal kopieën van het identiteitsbewijs van [medeverdachte 7]95.

Op grond van al het voorgaande, maar in het bijzonder de onderling overeenstemmende verklaringen van [medeverdachte 1] , [naam 30] en de katvangers, is de rechtbank van oordeel dat verdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] betrokken zijn geweest bij de fraudeconstructie en dat deze betrokkenheid hierin bestond dat [medeverdachte 6] post heeft weggenomen bij de [straatnaam] en de [straatnaam] en dat [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] door middel van Roemeense “katvangers” bankrekeningen en pinpassen hebben geregeld waarop huur- en zorgtoeslagen werden gestort.

Overwegingen ten aanzien van de ten laste gelegde feiten

Schending van het ambtsgeheim

Door aangeefster [slachtoffer 15] is op 7 augustus 2014 namens Belastingdienst Groningen aangifte96 gedaan van schending van het ambts-/beroepsgeheim door [verdachte] .

Verdachte [verdachte] is, zo heeft de rechtbank hierboven reeds overwogen, per 1 januari 2007 aangesteld als ambtenaar van de Belastingdienst97.

Artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht is een zogenaamd klachtmisdrijf. Duidelijk is dat de Belastingdienst als aangever het openbaar ministerie uitdrukkelijk verzocht heeft om tot vervolging over te gaan. De verdediging heeft echter opgeworpen dat degenen die rechtstreeks geraakt zijn door de schending van het ambtsgeheim en het daaruit volgende misbruik van hun persoonsgegevens, de gedupeerde bewoners van de verschillende flats, geen klacht hebben gedaan.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aard van dit delict en de in dit verband opgeworpen verweren het volgende.

Voor vervolging voor overtreding van art. 272 Sr, welk delict krachtens het tweede lid, indien het is gepleegd tegen een bepaald persoon, valt onder de absolute klachtdelicten,

is - in beginsel - vereist dat het slachtoffer een klacht heeft ingediend. De strekking van deze bepaling is dat moet worden voorkomen dat geheimen van persoonlijke aard van slachtoffers nogmaals in de openbaarheid terechtkomen.

Hoewel de informatie die verdachte heeft opgezocht en gebruikt en aan medeverdachte(n) heeft verstrekt, gegevens over individuele personen/belastingplichtigen betreft, heeft deze informatie vooral betrekking op de publieke taak van de Belastingdienst, waar verdachte als ambtenaar werkzaam was. De Belastingdienst beschikt over vertrouwelijke informatie over personen om haar publieke taak te kunnen uitvoeren. Verdachte diende als belastingambtenaar uit hoofde van zijn ambt en wettelijk voorschrift vertrouwelijk en integer met deze informatie om te gaan. Nu het met name een publieke zaak betreft is er naar het oordeel van de rechtbank geen individuele klacht vereist als bedoeld in artikel 272, lid 2, Sr.

Met betrekking tot de uitleg van het begrip “geheim” in de delictsomschrijving overweegt de rechtbank dat het door een belastingambtenaar verstrekken van gegevens van een belastingplichtige aan een derde schending van een geheim in de zin van art. 272 Sr oplevert dat de ambtenaar uit hoofde van zijn ambt verplicht was te bewaren, ook als dit openbare informatie betreft die ook gemakkelijk bij andere instanties had kunnen worden verkregen en die de derde ook van de belastingplichtige had kunnen bekomen (HR 11-02-2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2343).

De rechtbank verwerpt de in dit kader opgeworpen verweren.

In de ter beoordeling voorliggende strafzaken is het medeplegen van schending van het ambtsgeheim ten laste gelegd. Voor medeplegen van een strafbaar feit is vereist dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokken personen, gericht op de totstandkoming van het delict. Daarnaast moeten de van medeplegen verdachte personen aan de totstandkoming van het delict een wezenlijke bijdrage hebben geleverd. Nu in casu sprake is van een kwaliteitsdelict, is voorts wetenschap van de specifieke kwalificatie bij de medeverdachte(n) een vereiste. De rechtbank overweegt dat vast staat dat [verdachte] bij de Belastingdienst werkte. Medeverdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] waren hiervan op de hoogte. Uit de hiervoor beschreven modus operandi volgt dat het verkrijgen van persoonsgegevens, gelijk de overige te onderscheiden stappen, een noodzakelijk onderdeel was van de te plegen fraude. Dat [verdachte] voor het aanleveren van deze persoonsgegevens zijn geheimhoudingsplicht als belastingambtenaar moest schenden, moet voor ieder weldenkend mens, en dus ook voor de medeverdachten, duidelijk zijn geweest.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan medeplegen van opzettelijke schending van het ambtsgeheim.

Diefstal, oplichting en valsheid in geschrift

De rechtbank komt, gelet op het voorgaande, ten aanzien van verdachte [verdachte] , tot het oordeel dat ook de ten laste gelegde diefstal, oplichting en valsheid in geschrift bewijsbaar zijn in de zin van medeplegen omdat, zoals de rechtbank hierboven uiteen heeft gezet, alle ten laste gelegde feiten onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de gehele fraudeconstructie, waarvan [verdachte] wetenschap had en waarvan hij mede heeft geprofiteerd. Hoewel [verdachte] niet bij de feitelijke uitvoering van al deze feiten betrokken is geweest, kan hij daar dus toch strafrechtelijk aansprakelijk worden gehouden.

Gewoontewitwassen

Zoals uit het voorgaande blijkt, vindt de rechtbank bewezen dat de verdachten zich tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan oplichting en de Belastingdienst hebben bewogen tot het storten van zorgtoeslagen en huurtoeslagen op rekeningen van katvangers die geen recht hadden op deze geldbedragen. Deze katvangers hadden eerder hun bankpasjes afgestaan aan een van de verdachten en hadden zelf geen beschikkingsmacht meer over de betreffende rekeningen en de daarop door de Belastingdienst gestorte bedragen. Kort nadat de geldbedragen zijn gestort op de rekeningen van de katvangers hebben de verdachten dat geld contant (laten) opnemen. Een gedeelte van de geldbedragen is op de rekeningen blijven staan en hierop is door het openbaar ministerie beslag gelegd. Gelet op deze gang van zaken vindt de rechtbank bewijsbaar dat de verdachten hebben verborgen en verhuld wie de rechthebbende op deze van misdrijf afkomstige geldbedragen was of wie het voorwerp voorhanden had (artikel 420bis lid 1 sub a Sr) en dat zij deze geldbedragen hebben verworven, voorhanden hebben gehad, hebben overgedragen en hebben omgezet (artikel 420bis lid 1 sub b Sr). Het waren immers de verdachten, en niet de katvangers, die de daadwerkelijke beschikkingsmacht hadden over de door de Belastingrecht overgeboekte geldbedragen. Door deze bedragen op de bankrekeningen van katvangers te laten storten bleef bovendien verborgen wie de geldbedragen daadwerkelijk voorhanden had.

Met deze gang van zaken staat naar het oordeel van de rechtbank eveneens vast dat er geen sprake is van het slechts tezamen en in vereniging met een ander verwerven en voorhanden hebben van geldbedragen, maar dat de gedragingen van de verdachten ook gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst daarvan. Dit betekent dat de door de Hoge Raad ontwikkelde kwalificatieuitsluitingsgrond met betrekking tot het verwerven en voorhanden hebben als bedoeld in artikel 420bis lid onder b Sr zich hier niet voordoet.

Deelnemen aan een criminele organisatie

Uit het voorgaande volgt tevens dat verdachte heeft behoord tot een op het plegen van fraude gericht samenwerkingsverband waarbij gedurende een langere periode op gestructureerde en georganiseerde wijze is samengewerkt tussen verdachten en waarbij de inbreng van verdachte als belastingambtenaar van essentieel belang was voor het verwezenlijking van het binnen die organisatie bestaande oogmerk. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, onder 2 primair, onder 3, onder 4, onder 5 en onder 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

(medeplegen schending ambtsgeheim)

hij, in de periode van 1 maart 2012 tot n met 1 november 2013 in de gemeente Groningen ,

tezamen en in vereniging met anderen,

(telkens) een geheim waarvan hij wist dat hij het uit hoofde van ambt, te weten belastingambtenaar bij belastingkantoor Groningen, verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk vertrouwelijke/geheime informatie, te weten de volledige persoonsgegevens (waaronder Burgerservicenummer(s), geboortedatum/geboortedata, volledige na(a) [medeverdachte 7] (en) en adresgegevens) van derden, te weten van verschillende bewoners van flatgebouwen aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , en/of de [straatnaam] , alle te Groningen,

welke gegevens aan hem, als ambtenaar hij de Belastingdienst ter uitvoering van zijn functie ter beschikking stonden door middel van het systeem Beheer Van Relaties van de Belastingdienst,

opgezocht en overgenomen en gedeeld met zijn medeverdachten en gebruikt voor het aanvragen van DigiD-accounts op naam van vorenbedoelde derden en aldus aangewend voor een ander doel dan waarvoor deze gegevens aan hem ter beschikking waren gesteld, in elk geval gebruikt voor het plegen van strafbare feiten;

2.

(gekwalificeerde diefstal)

hij, op één of meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2012 tot en met 5 november 2013, in de gemeente Groningen,

(telkens) tezamen en in vereniging met anderen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een of meer brievenbussen/postbussen van een flatgebouw aan de [straatnaam] heeft weggenomen één of meer poststukken (waaronder poststukken verzonden door/namens Logius inhoudende de activeringscode van (een) DigiD-account(s) en/of poststukken verzonden door/namens de Belastingdienst met betrekking tot (de bevestiging van) de aanvraag van zorgtoeslag en/of huurtoeslag),

toebehorende aan de geadresseerde van het poststuk,

en

hij, op één of meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2012 tot en met 5 november 2013, in de gemeente Groningen,

(telkens) tezamen en in vereniging met anderen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een of meer brievenbussen/postbussen van flatgebouwen (waaronder aan de [straatnaam] en de [straatnaam] en de [straatnaam] en de [straatnaam] en de [straatnaam] ) heeft weggenomen één of meer poststukken (waaronder poststukken verzonden door/namens Logius inhoudende de activeringscode van (een) DigiD-account(s) en/of poststukken verzonden door/namens de Belastingdienst met betrekking tot (de bevestiging van) de aanvraag van zorgtoeslag en/of huurtoeslag),

toebehorende aan de geadresseerde van het poststuk,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich, in elk geval bij de/het flatgebouw(en) aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader (s) gebruik gemaakt van (een) loper(s) en/of (een) moedersleutel(s) en/of (een) onbevoegd verkregen sleutel(s), althans (een) onbevoegd gebruikte sleutel(s), passend op vorenbedoelde brievenbus(sen);

3.

(medeplegen oplichting)

hij, in de periode van 1 maart 2012 tot en met 1 november 2013, in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen,

(telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen:

- Logius, heeft bewogen tot de afgifte van DigiD-accounts, en DigiD-activeringscodes, en

(telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen:

- de Belastingdienst heeft bewogen tot de afgifte van zorgtoeslagen en huurtoeslagen,

hierin bestaande dat hij, verdachte, en/of een of meer van zijn medeverdachte(n) (telkens) met voren omschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

  • -

    (telkens) zich heeft/hebben aangemeld en/of heeft/hebben doen aanmelden bij de door Logius voornoemd gehouden website www.digid.nl en vervolgens (telkens) op naam van (een) derde(n) (bewoners van een of meer flatgebouwen aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , alle te Groningen) (een) DigiD-account(s) heeft/hebben aangevraagd met gebruikmaking van deels wederrechtelijk verkregen persoonlijke gegevens van deze derden, als ware hij (telkens) die derde(n) en/of bij de aanvraag een door hem/hen beheerd e-mailadres heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben doen invullen, waardoor Logius voornoemd is bewogen tot de afgifte van (een) DigiD-activeringscode(s) en/of tot de afgifte van (een) bevestigingse-mail(s), en

  • -

    (vervolgens) (telkens) de/het aldus aangevraagde DigiD-account(s) heeft/hebben geactiveerd/ heeft/hebben doen activeren met de afgegeven/verstrekte activeringscode(s), waardoor Logius voornoemd is bewogen om de (nieuwe) DigiD-account te activeren, en

  • -

    (vervolgens) (telkens) met de/het aldus geactiveerde DigiD-account(s) heeft/hebben ingelogd/heeft/hebben doen inloggen op de website van de Belastingdienst en aldaar op (een) digitaal/digitale formulier(en) (een) aanvra(a)g(en) voor de zorgtoeslag en/of huurtoeslag inkomensgegevens heeft/hebben gewijzigd/vermeld/heeft/hebben doen wijzigen/vermelden en/of bankrekeningnummer(s) voor de uitbetaling heeft/hebben gewijzigd/vermeld/heeft/hebben doen wijzigen/vermelden en/of een kale huurprijs heeft/hebben vermeld/gewijzigd/ heeft/hebben doen wijzigen/vermelden en/of deze ingevulde gegevens heeft/hebben bekrachtigd/ heeft/hebben doen bekrachtigen met een digitale handtekening welke moest doorgaan voor de handtekening van vorenbedoelde derden wiens identiteit gebruikt was, waardoor de Belastingdienst is bewogen op de ingevulde bankrekening(en) zorgtoeslag en/of huurtoeslag uit te betalen;

4.

(medeplegen valsheid in geschrift)

hij, in de periode van 1 maart 2012 tot en met 1 november 2013, in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

(telkens) opzettelijk digitale formulier(en) aanvraag voor de zorgtoeslag en/of huurtoeslag ten name van een groot aantal derden (te weten verschillende

bewoners van flatgebouwen aan de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of de [straatnaam] , alle te Groningen), waaronder ten name van:

  • -

    [slachtoffer 1] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ), en/of

  • -

    [slachtoffer 2] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ), en/of

  • -

    [slachtoffer 3] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ), en/of

  • -

    [slachtoffer 4] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ), en/of

  • -

    [slachtoffer 5] , wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ), en/of

  • -

    [slachtoffer 6] , (ten tijde van het strafbare feit) wonende aan de [straatnaam] te Groningen ( [nummer] ),

(elk) zijnde (een) geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt,

immers heeft hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid op die digitaal/digitale formulier(en) een aanvraag voor de zorgtoeslag en/of huurtoeslag de inkomensgegevens gewijzigd/vermeld en/of het/de bankrekeningnummer(s) voor de uitbetaling gewijzigd/vermeld en/of de kale huurprijs vermeld/gewijzigd en/of de ingevulde gegevens bekrachtigd met een digitale handtekening welke moest doorgaan voor de handtekening van vorenbedoelde derden wiens identiteit gebruikt was,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

5.

(medeplegen gewoontewitwassen)

hij, in de periode van 1 januari 2012 tot en met 18 februari 2014, in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n), meermalen (telkens)

van (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en), heeft/hebben hij en/of zijn medeverdachte(n) verborgen of verhuld wie de rechthebbende(n) op vorenomschreven voorwerp(en) was/waren of het voorhanden heeft/had, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist dat het voorwerp -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en

(een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist dat bovenomschreven voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf, door -zakelijk weergegeven- (onder meer)

  • -

    een of meer personen te verzoeken hun bankrekening ter beschikking te stellen voor de ontvangst van een of meer geldbedragen en/of de bij die bankrekening behorende pinpas al dan niet tijdelijk af te staan, en/of

  • -

    bij aanvragen van zorgtoeslag en/of huurtoeslag op naam van (een) derde(n) een bankrekeningnummer in te vullen/te doen invullen van een ander dan degene(n) op wiens naam de zorgtoeslag en/of huurtoeslag werd aangevraagd, en/of

  • -

    (vervolgens) het/de naar aanleiding van de aanvra(a)g(en) door de Belastingdienst gestorte bedrag(en) (terstond) contant op te nemen en/of contant te doen opnemen van vorenbedoelde bankrekening(en);

6.

(deelnemen criminele organisatie)

hij, in de periode van 1 januari 2012 tot en met 18 februari 2014, in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, die onder andere werd gevormd door hem, verdachte, en/of door [medeverdachte 1] en/of door [medeverdachte 4] e.v. [verdachte] en/of door [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of één of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, waaronder:

  • -

    schending van het ambtsgeheim (artikel 272 Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, al dan niet met valse sleutel (artikel 310/311 Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    valsheid in geschrift (artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    opzetheling, dan wel gewoonteheling (artikelen 416 en 417 Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    witwassen, dan wel gewoontewitwassen (artikelen 420bis en 420ter Wetboek van Strafrecht).

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1.

medeplegen van het opzettelijk schenden van enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van zijn ambt verplicht is het te bewaren, meermalen gepleegd;

2.

diefstal, door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd en

diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

3. primair

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

4. primair

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

5.

van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

6.

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte ten aanzien van het onder 2 subsidiair, 3, 4, 5, en 6 ten laste gelegde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf straf wordt opgelegd gelijk aan het voorarrest met daarnaast een forse voorwaardelijke gevangenisstraf met een lange proeftijd alsmede een forse onvoorwaardelijke taakstraf. Indien de rechtbank dit voorstel niet volgt dan verzoekt de verdediging dat zij de strafeis van de officier van justitie matigt.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, de over verdachte opgemaakte reclasseringsrapportages, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De functie van DigiD is het authentiseren van de identiteit van een persoon in zijn of haar contacten met de overheid. Dit systeem is in het leven geroepen om het contact tussen burgers en de overheid te vereenvoudigen en burgers in de gelegenheid te stellen een groot deel van hun communicatie digitaal te doen. Een DigiD is persoonlijk en geheim en iedere burger moet er op kunnen vertrouwen dat zijn of haar gegevens geheim blijven en dat geen misbruik van zijn of haar identiteit wordt gemaakt. Wanneer dat wel gebeurt, en zeker wanneer dat gebeurt op een schaal zoals dat in het onderzoek Temsche is vastgesteld, dan tast dit het systeem aan en ondermijnt dit het vertrouwen dat burgers hebben in hun communicatie met de overheid. Daarnaast zorgt het voor grote onrust in de samenleving, zoals ook is gebleken uit de media-aandacht ten tijde van de fraude en ook recentelijk voor onderhavige strafzittingen.

De fraude met de DigiD’s is gepleegd om toeslagenfraude mogelijk te maken, toeslagen die bedoeld zijn voor burgers die over onvoldoende financiële middelen beschikken om hun huur of zorgverzekering te kunnen betalen. Het systeem van de Belastingdienst is digitaal toegankelijk gemaakt om snel en efficiënt te kunnen beslissen op aanvragen voor huur- en zorgtoeslagen en om snel geld uit te kunnen betalen. De strafrechtelijk verantwoordelijke verdachten in deze zaak hebben opzettelijk gebruik gemaakt van de kwetsbaarheden van dit systeem en hebben op die manier geld dat bestemd was voor zwakkeren in de samenleving in eigen zak gestoken. Op deze wijze hebben zij zichzelf verrijkt ten koste van de Staat en ten koste van de belastingbetaler. Verdachten hebben daarmee tevens het vertrouwen dat burgers hebben in de verzorgingsstaat en het draagvlak daarvoor aangetast. Dit geldt eens te meer nu deze fraude is gepleegd met actieve medewerking van een ambtenaar van de Belastingdienst. Deze omstandigheid acht de rechtbank niet enkel relevant in de zaak van [verdachte] , maar ook in de zaken van de medeverdachten, nu zij immers wisten dat [verdachte] bij de Belastingdienst werkte en zijn medewerking essentieel was om de fraude te doen slagen.

Meewerken aan een fraude van deze aard en omvang rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt de oriëntatiepunten van het LOVS. Als strafverzwarende omstandigheden weegt de rechtbank mee dat de fraude op buitengewoon geraffineerde wijze is gepleegd, het grote aantal particuliere slachtoffers dat verdachten hebben gemaakt en de omstandigheid dat verdachten de fraude binnen een georganiseerd verband hebben gepleegd. De rechtbank acht gelet op deze omstandigheden in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden passend. De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat [verdachte] zijn vertrouwenspositie als belastingambtenaar ernstig heeft misbruikt. De rechtbank rekent dit verdachte zeer aan en komt dan, alles afwegende, tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

De rechtbank is voorts van oordeel dat er, hoewel er geruime tijd is verstreken tussen de aanhouding van verdachte en zijn uiteindelijke berechting, geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn die tot strafvermindering aanleiding zou moeten geven. Het gaat om een omvangrijk en complex strafrechtelijk onderzoek waar de politie en het openbaar ministerie veel tijd in hebben moeten steken, overigens niet geholpen door het feit dat een aantal verdachten aan dat onderzoek geen medewerking hebben verleend. Ook met het onderzoek dat de rechter-commissaris later in opdracht van de rechtbank en op verzoek van de verdediging heeft verricht, is veel tijd gemoeid geweest. Van een langere periode van inactiviteit door de justitiële autoriteiten, waarop de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en die van de Hoge Raad in dit verband ziet, is in al die tijd echter geen sprake geweest.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 47, 57, 63, 140, 311, 225, 272, 310, 326, 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, onder 2 primair, onder 3, onder 4, onder 5 en onder 6 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. L.W. Janssen en

mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 april 2018.

1 AAN-001; AAN-001-01;

2 AH-029, p. 3012 e.v.

3 AAN-101 proces-verbaal van aangifte van aangever [medewerker] namens Belastingdienst/Toeslagen, pagina 2915 e.v.;

4 AH-015, p. 2992 e.v.

5 V-006-06; BOB-069-01; BOB-069-02;

6 AH-029; AH-029-01; BOB-066-02 e.v.; V-008-14; GET-011;

7 zie AH-080, p. 3181 e.v., waarin de politie verschillende adressen heeft onderzocht die waren aangetroffen op in beslag genomen stukken en heeft geconstateerd dat de fraude zich alleen op die adressen heeft gericht die vrijelijk voor een ieder toegankelijk zijn;

8 AAN-23;

9 AH-106-01

10 AAN-007

11 AH-029-01

12 AAN-028;

13 V-003-03;

14 AH-029-01

15 AAN-009 ;

16 AAN-067 ;

17 AAN-072 ;

18 AAN-088 ;

19 AAN-095 ;

20 AAN-103 ;

21 De verklaringen van [medeverdachte 1] afgelegd ter terechtzitting van 08 februari 2018 en 09 februari 2018;

22 GET-002 proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , bewoonster flat [straatnaam] , pagina 4622 e.v.;

23 AH-015, pagina 2992 e.v.;

24 I.01.13.01, pagina 6028 e.v.;

25 IBN-012, pagina 4805;

26 D.02, pagina 6009;

27 D.01, pagina 6008;

28 D.07 e.v., pagina 6013 e.v.;

29 IBN-005-03, pagina 4759 e.v.;

30 B.03.04.01.41, pagina 5961;

31 B.01.02.01, pagina 5678;

32 Zie ook de hiervoor opgenomen aangifte van [slachtoffer 7] ;

33 B.01.02.05, pagina 5682;

34 B.03.04.01.25, pagina 5895 e.v.;

35 B.03.04.01.29, pagina 5930;

36 B.03.04.01.32, pagina 5935;

37 B.04.02.01.04, pagina 5967;

38 B.07.01.02.05, pagina 5981;

39 B.01.04.20, pagina 5806;

40 B.01.04.22, pagina 5810;

41 B.03.01.01, pagina 5841;

42 B.03.01.01, pagina 5841;

43 B.01.03.09;

44 B.01.03.10;

45 B.01.02.07;

46 B.01.02.08;

47 B.07.01.02.18;

48 de verklaring van [medeverdachte 4] , pagina 5448 e.v

49 V-007-10 en 11, de verklaring van [medeverdachte 5] ;

50 AH-029-01;

51 AAN-095 aangifte [slachtoffer 5] ,

52 AAN-072 aangifte [slachtoffer 3]

53 BOB-001-01, BOB-009-02, AH-029 en AH-02901;

54 AAN-052 aangifte [slachtoffer 16]; AAN-72 aangifte [slachtoffer 3] ;

55 BOB-125-01;

56 BOB-130-01;

57 BOB-132-01;

58 J.01.01.02, pagina 6034;

59 J.01.01.01, pagina 6032; zie ook de hiervoor genoemde aangifte van [slachtoffer 8] ;

60 J.01.06.01.01, pagina 6052 e.v.;

61 J.01.08.01, pagina 6056

62 J.01.08.05, pagina 6057;

63 BOB-108-02

64 AH-074;

65 DIG-001-06;

66 DIG-010-01-01; AH-028;

67 V-009-04 pagina 837;

68 V-024-01-V en V-024-02;

69 V-019-01-V;

70 V-018-01-V;

71 V-020-01-V;

72 V-022-01-V;

73 V-021-01-V;

74 BOB-002-02;

75 AAN-088 ;

76 AAN-079;

77 BOB-013-03;

78 AAN-095 ;

79 BOB-013-03;

80 AAN-010;

81 BOB-005-01;

82 AAN-011;

83 BOB-005-01;

84 AAN-070;

85 BOB-005-01;

86 AAN-007;

87 BOB-005-01;

88 AAN-012;

89 BOB-005-01;

90 AH-087, DIG-010-01-01 en BOB-158-03-01;

91 AH-070 en B.01.04.01.01.01;

92 DIG-013-01-01;

93 DIG-002-01-04;

94 B.03.01.01;

95 B.01.04.08;

96 AAN-100 proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 15] namens Belastingdienst Groningen, pagina 2910 e.v.;

97 AH-045-01 acte van aanstelling van [verdachte] , pagina 3093;