Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:1044

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-03-2018
Datum publicatie
26-03-2018
Zaaknummer
18/830259-17
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2019:8428
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland veroordeelt verdachte voor poging tot moord tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest en een contact verbod met het slachtoffer voor de duur van 5 jaren. Toewijzing van de vordering tot € 37.809,07 en niet-ontvankelijk verklaring van het overige.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 289
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0265
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830259-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 maart 2018 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats],

wonende te [straatnaam], [woonplaats],

thans gedetineerd te PI te Leeuwarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

12 maart 2018.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Y. Taghi, advocaat te Waardenburg.

Tevens is de benadeelde partij, bijgestaan door mr. J.B. Berduszek, verschenen.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr T.H. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging tenlastelegging - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 9 juli 2017, in de gemeente Groningen, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg:

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gelaat/gezicht,

althans het lichaam, heeft geslagen/gestompt, en/of

- die [slachtoffer] (vervolgens) met een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in het gelaat/gezicht en/of de tong

en/of overige delen van het hoofd en/of de (rechter)arm heeft

gestoken/gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 9 juli 2017, in de gemeente Groningen, aan [slachtoffer]

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten (een) blijvend(e) litteken(s) in het gelaat/gezicht en/of overige delen van het hoofd, een doorgesneden kaakspier en/of een doorgesneden aangezichtszenuw, heeft toegebracht

door met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gelaat/gezicht,

althans het lichaam, te slaan en/of te stompen, en/of

- die [slachtoffer] (vervolgens) met een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in het gelaat/gezicht en/of de tong

en/of overige delen van het hoofd en/of de (rechter)arm te steken/snijden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 9 juli 2017, in de gemeente Groningen, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en als dan niet na kalm beraad en overleg:

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gelaat/gezicht,

althans het lichaam, heeft geslagen/gestompt, en/of

- die [slachtoffer] (vervolgens) met een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in het gelaat/gezicht en/of de tong

en/of overige delen van het hoofd en/of de (rechter)arm heeft

gestoken/gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor de primair ten laste gelegde poging tot moord gevorderd. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Verdachte heeft ter terechtzitting toegegeven dat hij op 9 juli 2017 in de woning van [slachtoffer] is geweest. Hij heeft tevens toegegeven dat hij haar één snee heeft toegebracht, maar zegt dat dit per ongeluk is gebeurd. De letselbeschrijving van de forensisch arts past echter precies bij de toedracht die door [slachtoffer] in haar aangifte is gegeven. [slachtoffer] heeft ook verklaard dat zij instinctief wist dat verdachte haar wilde vermoorden. Zij heeft haar hoofd weggedraaid en haar kin op haar borst gelegd om te voorkomen dat hij haar keel kon doorsnijden. . Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat het letsel zonder medisch ingrijpen tot verbloeding zou hebben geleid en dat een snede met deze diepte ter hoogte van de halsslagader zeer waarschijnlijk een doorsnijding van de halsslagader zou hebben veroorzaakt wat zonder acuut medisch ingrijpen fataal letsel is. Op grond hiervan komt vast te staan dat het verdachte is geweest die [slachtoffer] met een mes heeft bewerkt met de bedoeling haar van het leven te beroven.

Met betrekking tot de voorbedachte raad heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte voorafgaand aan 9 juli 2017 meerdere malen en op verschillende manieren heeft gedreigd dat hij [slachtoffer] wat aan zou doen. Achtergrond van die dreigementen was meestal de omgang met zijn zoon [naam]. Dit hield verdachte die bewuste dag ook erg bezig. Hij heeft zich met een mes bewapend en is tegen zijn gewoonte in met een geleende scooter naar de woning van [slachtoffer] gegaan. Vervolgens heeft hij daar tot uitvoering gebracht wat hij zich al een hele tijd had voorgenomen: [slachtoffer] naar het leven staan. Dat verdachte daar niet in is geslaagd, is te danken aan adequaat handelen van [slachtoffer] zelf en haar buurman. De manier waarop verdachte haar heeft gestoken en gesneden en de locatie die hij daarvoor heeft gekozen laten geen twijfel bestaan: [slachtoffer] moest dood. Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat verdachte niet alleen opzet had op de dood van [slachtoffer], maar ook dat hij met voorbedachte raad heeft gehandeld.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat er sprake is geweest van een ongeluk. Verdachtes raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde.

Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte niet met voorbedachte raad heeft gehandeld. Verdachte ging naar de woning van [slachtoffer] om zijn zoontje een cadeau te brengen. Hij is daar niet naartoe gegaan, zoals door de officier van justitie is gesteld, met een mes op zak en de bedoeling [slachtoffer] van het leven te beroven. Verdachte heeft ter plaatse gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling en heeft daarbij een mes gepakt dat hij in de keuken van [slachtoffer] aantrof.

Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake was van opzet op het doden van [slachtoffer]. Verdachte heeft zich, door [slachtoffer] in het gezicht te snijden, niet aan de aanmerkelijke kans blootgesteld dat hij haar zou kunnen doden. Het gezicht bevat geen vitale lichaamsdelen en dat is wel vereist wil er sprake kunnen zijn van een aanmerkelijke kans op de dood.

De raadsman heeft ten aanzien van het subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde geen standpunt heeft ingenomen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 12 maart 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Die zondag heb ik aangebeld en [slachtoffer] deed de deur open. Ze liet mij niet binnen. Ik voelde mij boos en vernederd over de afspraken met betrekking tot de omgang van [naam] en dat mijn bezoeken voortaan via Humanitas moesten plaatvinden. Ik heb haar in haar gezicht geslagen. Ik kan haar op haar mond hebben geraakt. Het kan zijn dat daarbij haar tand is beschadigd. [slachtoffer] ging haar woning in. Ik liep haar achterna. Ik pakte het mes en haar daarmee in haar gezicht geraakt. Ik sneed aan de rechterkant in haar gezicht met dat mes.

U houdt mij voor dat er gesproken berichten zijn uitgewerkt en dat deze aan het dossier zijn toegevoegd (p. 255-257). Het kan zijn dat ik die berichten heb ingesproken.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 juli 2017, opgenomen op pagina 51 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer]:

V: Gisteren is het gebeurd de aanloop daar naartoe wat kan je daarover vertellen?

A: Hij heeft mij gisteren om 14.00 uur een bericht gestuurd. Of ik hem terug kon bellen. Ik reageer niet op zijn berichten. Ik ga daar helemaal niet op in. Hij heeft mij nog een keer gebeld en gebeld. Uiteindelijk dacht ik bel maar terug. Ik heb tegen hem gezegd ons zoontje gaat nu via Humanitas. Ik had met hem afgesproken dat hij mij niet meer lastig zou vallen. Aan afspraken houdt hij zich niet. Later werd ik weer gebeld en heb niet opgenomen. Toen ging de deurbel. Dus ik ben er ook heen gegaan. Normaal stuur ik [verdachte] - die eigenlijk [verdachte] heet - weg als hij daar staat maar hij deed heel overdreven vriendelijk van ik heb een cadeautje voor [naam] en die wil ik geven en dan ben ik ook meteen weer weg.

Ik heb de portiek deur geopend. Hij kwam naar boven lopen toen zag ik dat hij dronken was hij was helemaal bezopen. Ik wilde de deur dicht doen maar dat lukte mij niet.

Toen hij [naam] terug gaf kreeg ik meteen een klap in mij gezicht. We stonden we nog in de deuropening. Ik stond in mijn huis en hij stond op de deurmat. Ik had mijn zoontje toen op de arm. Ik denk dat hij mij geslagen heeft met zijn vuist. Het was een harde

klap. Ik voelde meteen dat mijn tand los zat. Ik voelde een hevige pijn. Ik dacht ik moet vluchten. Ik zag weer die blik in zijn ogen. Dezelfde blik die ik tweeënhalf jaar geleden had gezien toen hij mij ook heeft mishandeld. Ik kon de deur niet uit want daar stond hij. Ik ben de woning mijn woning ingevlucht. Ik heb niets gezegd. Ik heb gegild. Ik ben gevlucht naar het balkon. Nadat hij mij een klap had gegeven zag ik dat hij een mes pakte uit zijn broekzak. Uit zijn linker broekzak, kan ook zijn broeksband zijn geweest. Het was een mes met kartels aan een kant. Het was een soort keukenmes volgens mij. Ik denk een soort mes met die scherpe randjes met een zwart handvat en een grijs snij gedeelte. Die kartels voelde ik ook toen hij mij sneed. Het was geen broodmes een mes met scherpe punten er aan. Ik schat het mes in het geheel op ongeveer 25 centimeter. Ik heb niet eens van die messen.

Hij is met een arm met een boog er omheen gegaan anders kon hij er niet bij, omdat mijn zoontje aan die kant stond van mij. Hij is om mijn zoon heen gegaan om mij te snijden met zijn rechter arm. Hij stond achter mij. Eerst ging hij met zijn arm voor mij langs naar de linkerkant van mijn gezicht. Ik voelde dat hij daar sneed. Omdat ik [naam] aan die kant vast had, kon hij niet goed snijden. Daarna voelde ik dat hij meerdere keren aan de rechterkant van mijn gezicht sneed. Het was dat ik mijn hoofd weg draaide, anders had hij mij in mijn hals gesneden. Ik heb mijn hoofd gedraaid en mijn kin op de borst gelegd zodat hij niet mijn keel kon doorsnijden en hij mij uiteindelijk in de wang heeft gesneden.

Ik hoorde gewoon het geluid van het snijden. Ik hoorde gewoon dat hij mij meerdere keren heeft gesneden. Hij heeft het mes gewoon weer mee genomen denk ik. Ik bloedde als een rund. Ik heb mijn hoofd weggedraaid op een manier dat hij mij van achteren niet in de hals kon snijden. Ik heb mijn hoofd schuin naar mijn schouder heb gebracht. Ik had gevoel had dat hij mijn hals wilde doorsnijden. Ik dacht als dat gebeurd dan is het klaar, dan is het gebeurd. Ik bracht mijn hoofd naar mijn schouder om mijn keel te beschermen door mijn hoofd op de schouders te leggen kon hij mij niet bij mijn keel komen. Hij heeft mij ook al bedreigd met dit soort dingen.

3. Een geneeskundige verklaring, op 11 juli 2017 opgemaakt en ondertekend door T. van Mesdag, forensisch arts FMG voor zover inhoudende, opgenomen op pagina 104 e.v. van voornoemd dossier, als zijn/haar verklaring:

Opgegeven toedracht: Slachtoffer geeft aan dat zij door verdachte in haar huis is aangevallen. Verdachte zou bij binnenkomst in de woning eerst een vuistslag op de mond hebben gegeven en daarna met een mes snijbewegingen in de richting van het gelaat en de hals hebben gemaakt, zowel links als rechts.

SEH diagnose: Snijwond in de rechter wang verlopend van de mondhoek tot de oorlel. Hierbij is de kaakspier aan de rechterzijde op twee plekken vrijwel geheel doorgesneden, is een aftakking van de aangezichtszenuw doorgesneden en zijn er snijwonden aan de tong. Op twee plekken is er een slagaderlijke bloeding in de wond. Aan de linker kaakhoek en aan de rechter bovenarm snijwonden tot in het onderhuidse vetweefsel. De wortel van de rechter voortand is gebroken. Bloedverlies op de PD door ambulance geschat op 800 ml.

Vermoeden van blijvende beperking: Ja, mogelijke functiebeperking bij kauwen vanwege schade aan de kaakspier rechts. Mogelijk functiebeperking van de spieren rondom de mond rechts vanwege schade aan motorische zenuwtak.

Geschatte duur verdere genezing zichtbare letsels: 12 weken.

Het geconstateerde letsel kan goed passen bij de door de onderzochte persoon aangegeven toedracht.

4. Een geneeskundige verklaring, op 9 november 2017 opgemaakt en ondertekend door T. van Mesdag, forensisch arts, opgenomen op pagina 15 e.v. van het aanvullend proces-verbaal nr. NN2R017073-UTSYN d.d. 7 november 2017, voor zover inhoudende, als zijn/haar verklaring:

Had het letsel, zoals omschreven in de rapportage van 11 juli 2017, fataal kunnen zijn?

Bij de wond aan de rechterzijde van het gelaat was er sprake van een slagaderlijke bloeding op twee plekken. Het geschatte bloedverlies bij aankomst van de ambulance was 800 ml. Bij uitblijven van medische hulp had deze verwonding mogelijk tot verbloeding en uiteindelijk de dood kunnen leiden.

Van de snijwond aan de rechter zijde van het gelaat verklaarde het slachtoffer dat ze op het moment dat ze werd aangevallen het hoofd naar de rechter schouder neeg om de halsslagader te beschermen. De diepte van deze snede is volledig door de wang heen tot in de mondholte, de zijkant van de tong zou ook zijn geraakt. Een snede met deze diepte ter hoogte van de halsslagader zou zeer waarschijnlijk een doorsnijding van de halsslagader hebben veroorzaakt, wat zonder acuut medisch ingrijpen een fataal letsel is.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 augustus 2017, opgenomen op pagina 255 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant:

De inhoud van de mobiele telefoon van aangeefster [slachtoffer] is onderzocht. Bij het verwerken van alle audioberichten bleek mij dat door verdachte [verdachte] middels deze audioberichten meerdere bedreigingen werden geuit tegen aangeefster [slachtoffer]. Op 22 mei 2017 werden door verdachte [verdachte] de eerste bedreigingen ingesproken. Bij de volgende audioberichten werden door verdachte [verdachte] concrete bedreigingen uitgesproken.

PTT-20170522-WA000 17.37 uur:

Ik ga gek DINEMOK! Ik ga eten jouw lever!

Jij pakke andere weg. Ik weet niet. Jij mis vandaag, maar ik pakke voor jou andere dag.

PTT-20170523-WA002 05.46 uur:

Ik ga niet bang van de gevangenis worden. Ikke kom vrij. Dan waar ik ga kijken waar jij ga doen. Ik dan niet misschien doet iets. Dan ik ga zitten misschien maand of twee maand, danne ik kom vrij. Jij wilt [naam] alleen? [naam] blijft alleen. Jij gaat dood, ik ga naar gevangenis.

PTT-20170523-WA0003 05.47 uur:

Je zien. Die kogels door die kop. He? Jij moet verhuizen die Oosterpark DINEMOK. Jij gaat niet jouw werk blijven altijd daar. Ik ga pakken jou DINEMOK.

PTT-20170523-WA007 05.47 uur:

DINEMOK Jij wil dood! Is mijn zoon is belangrijk! DINEMOK. Ik komme vrij. Jij wil niet oplossen. Schroevedraaier. Die brug.

PTT-20170523-WA0008 05.47 uur:

Ikke hele dag ikke wachte voor jou die brug DINEMOK. Jij niet oplossen voor mij DINEMOK. Echt waar, ik pakke jouw ogen met schroevedraaier. Jij weet niet.

PTT-20170610-WA0004.35 uur:

Waar jij ga [naam], vanmorgen is weg. Ja! Ik weet niet waar hij gaat toe. Ik ga met mijn zoon. Die zoon ik gemaakt! Wat jij wil DINEMOK. Jij wil, de kist ga? Ik ga via de kist. Die zoon is voor mij!. Ik gemaakt.

PTT-20170610-WA0005 20.35 uur:

Ik ga blijf niet met jouw. Ik ga vechten. Jij moet alleen blijven, niet met [naam]. Hij blijve niet met jou. Ik ga zorgen voor alles. Ik weet het wat ik ga doen.

PTT-20170610-WA0011 20.35 uur:

Hallo DINEMOK. Het duur niet zo lang. Waar jij ga, ga! Ikke [verdachte], komme vrij! Danne jij graag aangifte doen politie DINEMOK. Ga! Ikke kan waar jij werk. DINEMOK. Ik komme d'r uit. Ikke ga voor jou 5 kogels door jouw kop! Vijf DINEMOK! Het begint te trillen die grond. Isse kut die Marokkaan. Ikke kom bij jouw ogen! Zelf land uit!

PTT-20170610-WA0012 20.35 uur:

Jij graag dood! Isse gaan voor mij. Ik doe het voor jou 1 keer. AF! DINEMOK! Waarin ligt mijn zoon! Vanmorgen is weg, nu is niet thuis. Ik ga pakken jou [slachtoffer]. DINEMOK. Mijn zoon dee, is mijn zoon niet van jou.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 5 oktober 2017, opgenomen op pagina 17 e.v. van het dossier van de politie Noord-Nederland nr. NN2R017073-UTSYN d.d. 5 oktober 2017, inhoudende als relaas van verbalisant:

(p. 35) Onderzoek messen [straatnaam] te Groningen

In de woning van verdachte [verdachte] aan de [straatnaam] te Groningen zijn vier messen in beslag genomen. Drie van deze messen lagen in de keuken in de wasbak en kwamen overeen met de beschrijving die het slachtoffer heeft gegeven van het door de verdachte gebruikte mes.

(p. 37) In een groot deel van de audio-berichten wordt het woord ‘Dinemok’ (fonetisch) gebruikt. Voor de vertaling werd contact opgenomen met een Marokkaanse tolk. Door hem werd dit woord als volgt vertaald:

“Letterlijk betekend het woord DINEKMOK ‘het geloof van je moeder’. Het woord wordt echter gebruikt door iemand wanneer deze persoon woedend is en op een agressieve wijze zijn woorden kracht wil bijzetten.”

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht de verklaring van aangeefster geloofwaardig aangezien deze wordt ondersteund door objectieve bronnen in het dossier. Nergens blijkt uit dat zij haar verhaal heeft verzonnen of aangedikt. Uit de door de politie beluisterde ingesproken berichten1 blijkt dat de dreigementen van verdachte al geruime tijd voor 9 juli 2017 waren begonnen en dat verdachte haar naar het leven stond. Ook het door de forensisch arts beschreven letsel2 past bij de toedracht zoals deze door aangeefster is beschreven. Bovendien blijkt uit het relaas van verbalisant dat de bij de doorzoeking van de woning van verdachte soortgelijke messen zijn aangetroffen als het mes dat door aangeefster is beschreven3.

Verdachte - anderzijds - heeft aanvankelijk geen verklaring willen afleggen over de tegen hem gerezen verdenking. Wel heeft hij te kennen gegeven niet bij of in de woning van [slachtoffer] geweest te zijn4 en niet te hebben gestoken5. Pas ter zitting en kennelijk na kennisneming van de belastende inhoud van het dossier heeft verdachte te kennen gegeven dat hij met een mes (een deel van) het letsel heeft veroorzaakt, maar dat dit aan een ongelukkige samenloop van bewegingen van hemzelf en aangeefster zou zijn te wijten. De rechtbank schuift deze - ook na herhaaldelijk doorvragen vaag gebleven - verklaring als ongeloofwaardig terzijde. Om te beginnen vermag de rechtbank niet in te zien waarom verdachte niet eerder over het beweerdelijke ongeluk heeft willen verklaren, terwijl deze gang van zaken voor hem van ontlastende betekenis zou kunnen zijn. Daar komt bij dat, indien het gegaan zou zijn zoals verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, het zeer voor de hand had gelegen dat verdachte de moeder van zijn kind die hevig bloedde te hulp was geschoten.

Verdachtes versie van de gang van zaken op de avond van 9 juli 2017 biedt bovendien geen verklaring voor het door de forensisch arts geconstateerde letsel: (diepe) snij- en steekwonden op verschillende plaatsen.

Over het ten laste gelegde opzet op de dood van aangeefster overweegt de rechtbank het volgende. Gelet op de door aangeefster beschreven gang van zaken en de aard van haar letsel concludeert de rechtbank dat het handelen van verdachte gericht was op het doorsnijden van de hals van aangeefster. Doordat zij haar hoofd afwendde is zij niet in haar hals maar in haar gezicht geraakt. Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat als de halsslagader zou zijn doorgesneden dit zonder acuut medisch ingrijpen dodelijk zou zijn geweest. De forensisch arts laat er bovendien geen twijfel over bestaan dat ook het letsel zoals feitelijk is toegebracht zonder medisch ingrijpen dodelijk had kunnen zijn. De kans op overlijden van aangeefster was derhalve aanmerkelijk.

Het handelen van verdachte dat dit letsel heeft veroorzaakt - met een mes meermalen in het gezicht snijden - was naar de uiterlijke verschijningsvorm er zozeer op gericht om aangeefster van het leven te beroven, dat het niet anders kan dan dat verdachte die aanmerkelijke kans heeft aanvaard. Het opzet op de dood kan dan ook bewezen worden verklaard.

Voor de bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachten rade' acht de rechtbank in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden redengevend.

Uit de door verdachte ingesproken WhatsApp berichten - waarin verdachte meermalen zegt dat zij dood moet en hij dan de gevangenis in gaat - leidt de rechtbank af dat verdachte al geruime tijd nadacht over het doden van aangeefster. Aangeefster heeft het mes waarmee zij in haar woning is aangevallen beschreven en daarover verklaard dat zij zo'n mes niet bezit, terwijl in de woning van verdachte wel soortgelijke messen zijn aangetroffen. De rechtbank acht dan ook niet geloofwaardig dat verdachte - zoals hij ter zitting heeft verklaard - het mes in de keuken van aangeefster uit een openstaande keukenlade heeft gepakt. De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte het mes al bij zich had op het moment dat hij naar de woning van aangeefster ging. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij dronken was, zich vernederd voelde en boos was, omdat hij zijn zoon niet meer zonder tussenkomst van Humanitas mocht bezoeken. Uit de aangifte blijkt ook dat verdachte voorafgaande aan zijn komst naar de woning van aangeefster haar heeft gebeld en heeft gezegd dat hij een cadeau voor [naam] had, maar dat hij [naam] geen cadeau heeft gegeven.

Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat de verdachte het vooropgezette plan had het slachtoffer van het leven te beroven. De rechtbank neemt op grond hiervan als vaststaand aan dat de verdachte vóór de uitvoering van zijn daad, heeft nagedacht over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan daadwerkelijk rekenschap heeft gegeven. Van enige ogenblikkelijke gemoedsopwelling waarin verdachte zou hebben gehandeld is niet gebleken. Evenmin is gebleken van andere contra-indicaties die het aannemen van voorbedachte raad in de weg staan.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld en acht de poging tot moord bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 9 juli 2017, in de gemeente Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg:

- die [slachtoffer] in het gezicht heeft geslagen, en

- die [slachtoffer] vervolgens met een mes meermalen in het gezicht en overige delen van het hoofd en de (rechter)arm heeft gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. poging tot moord

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte, aangezien hij onvoldoende heeft meegewerkt aan de totstandkoming van de pro justitia rapportages en het rapport van de reclassering, geen inzicht heeft gegeven in zijn persoonlijke omstandigheden. De psycholoog heeft slechts een summier beeld gekregen en de psychiater heeft zich geheel onthouden van advies. Nu er geen gedragskundige onderbouwing is voor het tegendeel gaat de officier van justitie er vanuit dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie de maatregel van een direct en indirect contactverbod met het slachtoffer op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht gevorderd voor de duur van vijf jaren met daaraan verbonden één maand hechtenis voor elke keer dat het contactverbod door verdachte wordt overtreden. Van deze maatregel heeft de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid gevorderd.

Verdachte is voortdurend weggelopen voor zijn verantwoordelijkheid. Niet alleen door naar Frankrijk te vluchten, maar ook door te ontkennen wat hij heeft gedaan. De proceshouding van verdachte, waarbij hij heeft verklaard dat het een ongeluk was en dat aangeefster derhalve liegt, is naar het oordeel van de officier van justitie strafverhogend. Aangezien uit het dossier blijkt dat verdachte tijdens zijn preventieve hechtenis contact heeft opgenomen met [slachtoffer] en zich daardoor belastend jegens haar gedraagt is het opleggen van een contactverbod noodzakelijk.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak. Daarnaast heeft de raadsman, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen van het ten laste gelegde, verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de omstandigheden van de zaak. Op grond daarvan zou een lagere straf opgelegd moeten worden dan door de officier van justitie is gevorderd.

Oordeel van de rechtbank

algemeen

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

de ernst van het bewezenverklaarde

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot moord. Verdachte heeft op 9 juli 2017 aangeefster in haar eigen woning in het bijzijn van haar jonge kind met een mes meermalen in het gezicht gesneden, waarna zij hevig bloedend is achtergebleven in de woning en verdachte er vandoor is gegaan. Door adequaat reageren van aangeefster en het adequaat optreden van de bovenbuurman en hulpverleningsinstanties heeft het handelen van verdachte niet geleid tot de dood van aangeefster. Verdachte heeft met zijn handelen het leven van [slachtoffer] ernstig in gevaar gebracht en de rechtbank rekent dit verdachte aan.

Het gebeuren heeft op aangeefster veel impact gehad, hetgeen onder meer blijkt uit haar ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring. Aangeefster voelde, blijkens haar verklaring, tijdens het snijden de kartels van het mes door haar vel gaan. Aangeefster heeft doodsangsten uitgestaan en bovendien ook hevig gevreesd voor het leven van haar zoontje. Het jongetje van 2,5 jaar heeft moeten toezien hoe zijn vader zijn moeder probeerde van het leven te beroven. Aangeefster heeft de nodige medische ingrepen moeten ondergaan en zij ondervindt nog dagelijks de gevolgen van de gebeurtenis door pijn, een verstoorde motoriek en de ontsierende littekens in haar gezicht. Ook heeft de gebeurtenis ingrijpende psychische en praktische gevolgen voor aangeefster gehad.

Een dergelijk ernstig feit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een forse bestraffing.

Dit geldt temeer nu verdachte tot op de datum van de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. Verdachte heeft te kennen gegeven dat er sprake is geweest van een vervelend ongeval dat iedereen had kunnen overkomen.

de persoon van verdachte

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor huiselijk geweld waarbij aangeefster ook het slachtoffer was. Van dat vonnis liep verdachte nog in de proeftijd ten tijde van het onderhavig bewezenverklaarde feit.

Verdachte heeft niet mee willen werken aan de totstandkoming van volledige pro justitia rapportages en een rapport van de reclassering zodat er over verdachte niet meer bekend is dan een vermoeden van zwakbegaafdheid en mogelijke hechtingsproblematiek. Gelet op de ontkennende houding van verdachte hebben de deskundigen telkens geen inschatting van het recidiverisico kunnen geven en geen strafadvies uitgebracht.

strafmotivering

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren passend en geboden is met aftrek van de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast is het noodzakelijk dat aan verdachte de maatregel van een direct- en indirect contactverbod wordt opgelegd voor de maximale duur van vijf jaren. Hieraan wordt de sanctie verbonden dat voor iedere overtreding van dat contactverbod hechtenis voor de duur van één maand zal worden toegepast. Van deze maatregel zal de rechtbank de dadelijke uitvoerbaarheid bevelen.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 15.151,07 ter vergoeding van materiële schade en € 25.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan alsmede van toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering tot schadevergoeding is door de raadsvrouw van de benadeelde partij, mr. J.B. Berduszek, ter zitting nader toegelicht.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het materiële deel van de schadevergoeding wordt toegewezen aangezien bij alle opgevoerde posten sprake is van rechtstreekse schade die door verdachte is toegebracht door het bewezenverklaarde strafbare feit. De schadeposten zijn goed onderbouwd. Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft de officier van justitie opgemerkt dat wat het slachtoffer is overkomen niet in geld is uit te drukken en dat aan het verzochte bedrag helemaal niets afgedaan kan worden.

Dit betekent dat de officier van justitie heeft gevorderd dat de schadevergoeding in zijn geheel, ter hoogte van € 40.151,07 kan worden toegewezen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot de materiële schadevergoeding het volgende aangevoerd. Van de onder post 9 opgevoerde verlenging van de opslag van meubels is geen rechtstreeks verband met het tenlastegelegde feit vast te stellen. Van de onder post 14 en 15 opgevoerde wijziging van de achternaam van [naam] en kosten voor mantelzorg heeft de raadsman gesteld dat dit keuzes zijn van het slachtoffer en dat dit geen rechtstreeks gevolgen zijn van het tenlastegelegde feit. Deze posten kunnen niet worden toegewezen.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de immateriële schade vergoeding gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, aangezien het voor zo'n heftig feit lastig is om een bedrag vast te stellen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de verdediging slechts de posten 9, 14 en 15 van de vordering heeft betwist, zodat slechts over deze posten hierna een oordeel zal worden gegeven. Aangezien de overige posten door de verdediging niet zijn betwist zullen deze worden toegewezen.

De rechtbank is met betrekking tot de schadepost 15 (mantelzorg) van oordeel dat dit een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. Het slachtoffer kon zelf als rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde langdurig niet voor haar kind zorgen en zij moest daarvoor andere personen inschakelen. Deze schadepost zal worden toegewezen.

De rechtbank is met betrekking tot de schade posten 9 en 14 (opslag en naamswijziging) van oordeel dat het rechtstreeks verband tussen het bewezen verklaarde en deze schade ontbreekt. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade, met uitzondering van de posten 9 en 14, heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het primair bewezen verklaarde. Het materiële deel van de vordering zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 12.809,07.

Ook het immateriële deel van de vordering tot schadevergoeding is niet betwist zodat deze tot een bedrag van € 25.000,- zal worden toegewezen.

In totaal zal aan de benadeelde partij een schadevergoeding van € 37.809,07, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 9 juli 2017, worden toegewezen.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedings-maatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 38v, 38w, 45, 289 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

de maatregel dat de veroordeelde op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer].

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt één maand voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 37.809,07 (zegge: zevenendertig duizend achthonderd negen euro en zeven eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2017.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige in haar vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te betalen een bedrag van € 37.809,07 (zegge: zevenendertig duizend achthonderd negen euro en zeven eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 225 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 12.809,07 aan materiële schade en € 25.000,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.V. Nolta, voorzitter, mr. H. van der Werff en mr. M.R.M. Beaumont, rechters, bijgestaan door M. Smit-Colnot, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 maart 2018.

1 proces-verbaal van bevindingen p. 255 e.v.

2 geneeskundige verklaring p. 104 e.v.

3 proces-verbaal p. 17 e.v.

4 proces-verbaal van bevindingen OVC PI Zutphen p. 316 e.v.

5 proces-verbaal verhoor verdachte p. 616 e.v.