Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:917

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
16-03-2017
Zaaknummer
18/830048-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich, samen met een medeverdachte, schuldig gemaakt aan een zevental gevallen van Marktplaatsoplichting. Daarnaast heeft verdachte gelden, afkomstig van Marktplaatsoplichting, witgewassen door het misbruiken van zijn vaders bankrekening. Nu dat een aantal malen is gebeurd in een tijdsbestek van enkele maanden, kan worden gezegd dat verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 326
Wetboek van Strafrecht 420
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer 18/830048-16

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/930152-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, d.d. 15 maart 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 17 mei 2016, 7 juli 2016 en 1 maart 2017.

De inhoudelijke behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op 1 maart 2017. Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging [opmerking rechtbank: uitgegaan is van de door de officier van justitie ter terechtzitting van 7 juli 2016 overgelegde en door de griffier gewaarmerkte versie van de nadere omschrijving], ten laste gelegd dat:

Parketnummer 18/830048-16:

1.

hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2015 tot en met 5 november 2015, te Groningen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer persoon/personen, te weten [naam] en/of [naam] , heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer bankpassen en/of (telkens) een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die persoon/personen en/of [naam] en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder meer) hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- die [naam] en/of [naam] heeft/hebben geduwd en/of uitgescholden en/of

- hebben gedreigd om de honden van die [naam] en/of [naam] te doden of iets aan te doen, en/of (daarbij tevens)

- door hun houding en/of wijze van optreden jegens die persoon/personen en/of [naam] en/of [naam] bij die persoon/personen en/of die [naam] en/of [naam] de indruk heeft/hebben gewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte (ernstig) geweld zouden toepassen op die persoon/personen en/of die [naam] en/of [naam] , en/of haar/hun huisdieren, indien die persoon/personen en/of die [naam] en/of [naam] niet zoud(en) voldoen aan de wens(en) van verdachte en/of zijn medeverdachte;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 oktober 2015 tot en met 5 november 2015 te Groningen, in het arrondissement Noord-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, hierna te noemen aangevers/gedupeerden, te weten:

a. a) [naam] (€ 214,50 voor kaarten voor de Foo Fighters, aangifte 370)

b) [naam] (€ 150 voor kaarten voor de Foo Fighters, aangifte 371)

c) [naam] / [naam] (€ 65 voor een Logitech G 25 Racestuur, aangifte 372)

d) [naam] (€ 106,75 voor een set Philips Hue led lampen, aangifte 373)

e) [naam] (€ 76,95 voor een Nijntje lamp, aangifte 374)

f) [naam] (€ 64 voor een Spacescooter, aangifte 375)

g) [naam] (€ 60 voor een Kobo Glo E-reader, aangifte 376)

h) [naam] (€ 70 voor een Apple I-pod Classic 80, aangifte 377)

i. i) [naam] (€ 180 voor kaartjes voor de Foo Fighters, aangifte 378)

j) [naam] (€ 80 voor een Nijntje lamp, aangifte 379)

k) [naam] (€ 125 voor een I-pod classic, aangifte 380)

l) [naam] (€ 95 voor een set Philips Hue led lampen, aangifte 381)

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van bovengenoemde geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als aanbieder(s) en/of verkoper(s) van bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaarten en/of goederen, op de internetsite Marktplaats.nl en/of

- gebruik gemaakt van de/een (valse) identiteit en of de bank- en/of girorekening(en)(nummers) van (zogenoemde "katvangers"), te weten:

a. a) [naam]

b) [naam]

- zich voorgedaan als bonafide verkoper(s) en/of

- de indruk gewekt dat hij/zij bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaart(en) en/of goederen in het bezit had(den) en/of

- voornoemde aangevers/gedupeerde voorgehouden/beloofd dat hij/zij bovengenoemde concert-/festival-evenementkaart(en) en/of goederen zoud(en) leveren na betaling/overschrijving op de rekeningnummer(s) van bovengenoemde katvanger(s)

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet in het bezit was/waren van voornoemde concert-/festival-/evenementkaarten en/of goederen, waardoor bovengenoemde aangever(s) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Parketnummer 18/930152-16:

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2015 tot en met 28 december 2015, te Assen, althans in Nederland, meermalen, een voorwerp, te weten

- een geldbedrag van 34 euro en/of

- een geldbedrag van 39 euro en/of

- een geldbedrag van 64 euro en/of

- een geldbedrag van 60 euro en/of

- een geldbedrag van 106 euro

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft omgezet en/of van een voorwerp, te weten een geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij (telkens) wist, dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en dat hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2015 tot en met 28 december 2015, te Assen, althans in Nederland, meermalen, een voorwerp, te weten

- een geldbedrag van 34 euro en/of

- een geldbedrag van 39 euro en/of

- een geldbedrag van 64 euro en/of

- een geldbedrag van 60 euro en/of

- een geldbedrag van 106 euro

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft omgezet en/of van een voorwerpen, te weten een geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij (telkens) redelijkerwijs moest vermoeden, dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

art 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 1 ten laste gelegde, omdat onvoldoende bewijs bestaat voor de afpersing van [naam] en [naam] . De officier van justitie heeft tevens geconcludeerd dat het in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 2 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 18/930152-16 ten laste gelegde kan worden bewezen omdat daar voldoende bewijs voor is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 1 en 2 ten laste gelegde. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verklaringen van [naam] en [naam] over de gestelde afpersing onbetrouwbaar zijn, hetgeen hun verklaringen ook voor het overige onbetrouwbaar maakt. De laptop die is aangetroffen in de woning van de vader van verdachte is door [naam] herkend als de laptop van verdachte die hij had toen hij bij [naam] verbleef. Op de laptop zijn geen gegevens aangetroffen die duiden op persoonlijk gebruik door verdachte. Hieruit volgt dat iedereen in die woning de laptop gebruikt kan hebben.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/930152-16 ten laste gelegde zou vrijspraak moeten volgen als de rechtbank de verklaring van verdachte volgt. De raadsvrouw meent voorts dat vijf witwasfeiten in de tenlastelegging niet voldoende is om te kunnen spreken van het maken van een gewoonte van het plegen van witwassen.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank acht de in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 1 ten laste gelegde afpersing niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe dat de verklaringen van [naam] en [naam] voor zover zij zien op de afpersing door verdachte en medeverdachte [naam] niet consistent zijn omdat zij telkens anders verklaren over hetgeen er feitelijk zou zijn voorgevallen. Bovendien verschillen hun verklaringen onderling op essentiële punten. Daarnaast lijkt op basis van het dossier sprake te zijn van een eigen (financieel) belang dat [naam] en [naam] hebben bij het afleggen van hun belastende verklaringen, namelijk het ontvangen van uitkeringsgelden. Op grond hiervan en gezien het feit dat overig bewijs voor de ten laste gelegde afpersing ontbreekt, acht de rechtbank onvoldoende overtuigend bewezen dat er daadwerkelijk sprake is geweest van een afpersing van [naam] en [naam] door verdachte en zijn medeverdachte.

Bewijsmiddelen

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 2 ten laste gelegde past de rechtbank de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Oost-Brabant d.d. 7 november 2015, nummer PL2100-2015248338-1, opgenomen in het dossier met nummer 01NWR15002CLIO, opgemaakt op 12 april 2016 door Politie Eenheid Noord-Nederland, inhoudende als verklaring van [naam] :

Op 4 november 2015 zag ik op Marktplaats 3 kaarten voor een concert van de Foo Fighters aangeboden worden door [naam] . Er stond een telefoonnummer bij de advertentie. Dit nummer betrof [nummer] . Ik heb gebeld en met [naam] afgesproken dat ik 214,50 euro zou geven voor de kaarten. Via sms stuurde hij mij zijn rekeningnummer zodat ik het geld kon overmaken. Zijn nummer betrof [nummer] . Ik heb 214,50 euro overgemaakt naar dit nummer. Toen ik het geld had overgemaakt, kon ik via mijn telefoon zien dat de IBAN op naam stond van [naam] . Ik heb [naam] direct gebeld om te zeggen dat ik het geld had overgemaakt. Hij gaf aan dat hij mij zou mailen met de tickets en dat hij daarbij een kopie van zijn ID-bewijs zou voegen. Ik heb geen mail van hem ontvangen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 18 december 2015, nummer PL2600-2015066627-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: achternaam: [naam] ;

advertentietitel: 4 kaarten Foo Fighters;

conflict: concertkaarten gekocht via Marktplaats maar de advertentie is direct verwijderd na een telefoontje; geld overgemaakt maar niets ontvangen en telefoon werd niet meer opgenomen.

datum betaling: 5-11-2015;

aankoopbedrag: 150 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [naam] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 18 december 2015, nummer PL2600-2015065703-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: naam: [naam] ;

advertentietitel: Logitech G25 racestuur;

conflict: op 5 november heeft mijn moeder 65 euro overgemaakt naar [naam] met bankrekeningnummer [nummer] voor een Logitech racingwheel. Het zou bezorgd worden via DHL en het is er nog steeds niet. Het mobiele nummer wordt niet meer opgenomen.

datum betaling: 5-11-2015;

aankoopbedrag: 65 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [naam] .

Bijlage bij deze aangifte: een overschrijvingsbewijs met een handgeschreven notitie van [naam] (moeder van [naam] ): omdat [naam] minderjarig is, heeft hij eerst € 65,- van zijn Rabobank spaarrekening overgemaakt naar mij. Vervolgens heb ik het bedrag overgemaakt naar [naam] .

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 14 januari 2016, nummer PL2600-2015063406-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: naam: [naam] ;

advertentietitel: Philips Hue led lampen;

conflict: lampen zijn niet verstuurd. Telefonisch contact gehad. Hij lachte en zei dat hij het geld gebruikt had om crack te kopen en dat ik naar mijn geld kon fluiten.

datum betaling: 29 oktober 2015;

aankoopbedrag: 106,75 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [naam] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 14 januari 2016, nummer PL2600-2015063432-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: naam: [naam] ;

advertentietitel: Kobo Glo e-reader;

conflict: via Marktplaats heb ik contact gezocht met [naam] . Hij wilde graag buiten Marktplaats om e-mailen en nam contact met mij op via [email] . Via de mail kwamen we een prijs overeen voor de aangeboden Kobo Glo E-reader van 60 euro. Een prijs die vergelijkbaar is met andere e-readers op Marktplaats. Ik heb het geld overgemaakt naar [nummer] tnv [naam] . De e-reader is niet geleverd en de aanbieder reageert niet op toenaderingen van mijn kant.

datum betaling: 31 oktober 2015;

aankoopbedrag: 60 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [naam] .

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 14 januari 2016, nummer PL2600-2015064190-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: naam: [naam] ;

advertentietitel: Apple I-pod Classic 80;

conflict: nadat we een akkoord hadden bereikt over de aanschafprijs van 70 euro wilde [naam] mijn persoonlijke mailadres hebben voordat hij zijn rekeningnummer wilde doorgeven omdat hij door eerdere slechte ervaringen had geleerd. Hij reageerde met een mailadres van [naam] en ik heb hem nog gevraagd waar [naam] was gebleven, waarop hij aangaf dat hij via een account van zijn zwager mailde. Na het betalen van het bedrag heb ik niets meer vernomen en reageert hij niet meer op mails.

datum betaling: 2 november 2015;

aankoopbedrag: 70 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [naam] .

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 14 januari 2016, nummer PL2600-2015063418-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: naam: [naam] ;

advertentietitel: Foo Fighters;

conflict: er stond een mobiel nummer bij de advertentie dat ik meteen heb gebeld. Tijdens het gesprek met [naam] een prijs overeengekomen van 90 euro per stuk en afgesproken dat hij de e-tickets zou e-mailen zodra hij het geld binnen zou hebben. Ik bood aan om het geld meteen over te maken en een screenprint te sturen naar zijn e-mail ter bewijs. De screenshot heb ik naar zijn mobiele nummer gestuurd met de mededeling dat ik op zijn mailtje wacht. Zijn mail heb ik tot op heden niet ontvangen.

datum betaling: 3 november 2015;

aankoopbedrag: 180 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [naam] .

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 19 november 2015, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 542 van map II, inhoudende als verklaring van [naam] :
Ik woon met [naam] aan de [straatnaam] in Groningen. Midden oktober werd ons door [naam] gevraagd of [naam] [opmerking rechtbank: de rechtbank begrijpt dat getuige hiermee, en met de namen “ [naam] ” en “ [naam] ”, [verdachte] bedoelt] een paar nachten bij ons mocht slapen. Een week later kwam [naam] . Ik hoorde hem zeggen dat hij een collega was van [naam] . Ik hoorde [naam] zeggen dat ze collega’s waren. Ik zag en hoorde dat [naam] en [naam] bezig waren met internetoplichting. Elke dag werden er 20 a 30 mensen opgelicht door middel van het verkopen van tickets en spullen. Dit werd echter niet verstuurd. Dit weet ik omdat ik [naam] en [naam] hierover grapjes hoorde maken. Het geld van de tickets en spullen werd gestort op een rekening van een bekende van [naam] en [naam] . Ik hoorde dat ze problemen hadden met bankpassen van andere mensen. Ik zag dat ze mijn ABN AMRO pas pakten. Na verloop van tijd werd mijn pas geblokkeerd. Ik heb toen een nieuwe pas aangevraagd. Ik moest van [naam] geld gaan pinnen. Ik kreeg een vergoeding van 20 euro voor het pinnen van het geld.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 4 februari 2016, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 546 van map II, inhoudende als verklaring van [naam] :

[naam] had een laptop bij zich. Hij had een kaartje van Lebara gekocht waar data op staat. Ik zag dat [naam] op Marktplaats zat en advertenties plaatste voor kaartjes van shows die er aan kwamen. Zodra er een betaling kwam werden die kaartjes niet verstuurd. Toen [naam] kwam, ging [naam] gelijk met hem op de laptop via Marktplaats advertenties plaatsen. Ze hielden zich samen bezig met de handel. Ze waren bezig met het regelen van bankpasjes. Als er weer een bankpasje plofte, dat wil zeggen dat de rekening geblokkeerd was, moest er weer een ander pasje komen. Ze gaven [naam] geld en drugs. Ze gebruikten steeds pasjes van gebruikers die centen konden gebruiken. [naam] zei dat er geld op mijn rekening werd gestort en dat ik het er gelijk af moest halen. Ik kreeg te horen hoeveel geld ik moest pinnen en moest gelijk terug komen naar huis. Dit is een keer of tien gebeurd.

10. Een proces-verbaal van verhoor getuige van de rechter-commissaris van de rechtbank Noord-Nederland d.d. 27 oktober 2016, toegevoegd aan voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik hoorde dat er mensen belden die waren gedupeerd. Die mensen werden uitgescholden. [naam] en [naam] waren voortdurend bezig op de laptop van [naam] . Mijn nieuwe bankpasje is opnieuw in handen van [naam] gekomen. Ik weet dat [naam] zijn pas ook is kwijt geweest en dat zijn pas is gebruikt op dezelfde manier als die van mij. Op een gegeven moment was het scherm van [naam] zijn laptop kapot. Hij mocht mijn beeldscherm gebruiken. Ik heb niet door gehad dat hij het beeldscherm had meegenomen.

11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 23 december 2015, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 499 van map II, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik woon met [naam] samen aan de [straatnaam] te Groningen. [naam] vroeg of [naam] [opmerking rechtbank: de rechtbank begrijpt dat getuige hiermee [verdachte] bedoelt] bij ons kon blijven. Dat kon. Opeens stond [naam] [opmerking rechtbank: de rechtbank begrijp dat getuige hiermee verdachte [naam] bedoelt] voor de deur. Hij zei dat hij voor [naam] kwam en dat hij samen met [naam] een aantal dagen zou blijven. Ik zag dat [naam] en [naam] met iets aan de slag gingen. Ze vertelden dat ze met de verkoop van kaartjes voor onder andere festivals bezig waren. Maar ook wel eens laptops, telefoons en dergelijke. Ze hadden zoveel mogelijk telefoonnummers nodig. Ze wisselden zelf heel vaak van simkaart. Het geld kwam binnen maar de kaartjes c.q. artikelen werden nooit verstuurd door [naam] of [naam] . Ze vroegen aan mij of ze geld op mijn bankrekening mochten storten. Hier heb ik aan meegewerkt. We hebben af en toe geld gekregen van [naam] en [naam] .

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 2 februari 2016, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 501 van map II, inhoudende als verklaring van [naam] :

[naam] en [naam] lieten mensen terugbellen op de telefoon van [naam] . Dat waren mensen die benaderd waren via internet. Zij hadden via internet spullen gekocht en geld overgemaakt maar er waren geen spullen. Joke stelde ze wel eens gerust dat de spullen kwamen. Zij hebben mijn bankpas gebruikt. Ze hebben mensen geld laten storten op mijn bankrekening en dat geld heb ik moeten pinnen. Ik moest het geld aan hun afgeven. [naam] verdeelde het geld met [naam] .

13. Een proces-verbaal van verhoor getuige van de rechter-commissaris van de rechtbank Noord-Nederland d.d. 20 december 2016, toegevoegd aan voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

[naam] en [naam] hebben mij verteld dat ze mensen spullen verkochten, maar dat ze die spullen niet leverden zodra er geld was overgemaakt op mijn rekeningnummer. [naam] en [naam] gingen goed met elkaar om. Ze zaten om beurten achter de laptop. Toen [naam] om pasjes vroeg, vertelde hij ons wat hij ermee ging doen. Ik heb mijn pasje aangeboden toen [naam] er al was.

14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal bankafschriften [naam] d.d. 19 januari 2016, opgenomen in voormeld dossier op pagina 291 van map I, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

Naar aanleiding van de aangifte van [naam] heb ik de bankafschriften opgevraagd vanaf de periode 25 oktober 2015 tot en met 16 november 2015. De rekening betreft een ABN AMRO leefgeld rekening voorzien van rekeningnummer [nummer] . Blijkens de bankafschriften werd er geld gestort door verschillende personen, onder meer:

- overboeking op 29-10 van € 106,75 van [naam] voor Philips Hue lampenset;

- overboeking op 4-11 van € 180,00 van [naam] voor tickets Foo Fighters;

- overboeking op 2-11 van € 70,00 van [naam] ;

- overboeking op 2-11 van € 60,00 van [naam] voor E-reader.

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 januari 2016, opgenomen in voormeld dossier op pagina 304 van map I, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

Naar aanleiding van de aangifte/verklaring van [naam] heb ik de bankafschriften opgevraagd vanaf de periode 25 oktober 2015 tot en met 16 november 2015. Het rekeningnummer betreft [nummer] en staat geregistreerd onder MFZ financiële zorgverlener met betrekking tot beschermingsbewindvoering. Blijkens de bankafschriften werd er geld gestort door verschillende personen, onder meer:

- overboeking op 5-11-2015 van € 150,00 van [naam] voor Foo Fighters;

- overboeking op 5-11-2015 van € 65,00 van [naam] voor Logitech G25 racingwheel;

- overboeking op 4-11-2015 van € 214,50 van [naam] voor Foo Fighters.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 februari 2016, opgenomen in voormeld dossier op pagina 611 van map II, inhoudende als verklaring van de verbalisanten:

Op 8 februari 2016 meldden wij, verbalisanten, ons bij de perceel [straatnaam] te Assen waar wij door [naam] werden binnen gelaten. Wij vorderden de uitlevering van voor inbeslagname vatbare voorwerpen die door [verdachte] vermoedelijk waren gebruikt voor het plegen van de misdrijven afpersing en oplichting. [naam] vertelde ons dat wij op de bovenste kamer in zijn woning moesten gaan kijken, omdat dat de kamer was waar [verdachte] verbleef voor zijn aanhouding. Wij troffen in de openstaande kamer 2 laptops, 3 simkaarten, een dongel inclusief simkaart en een computerscherm aan welke door ons in beslag zijn genomen.

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 februari 2016, opgenomen in voormeld dossier op pagina 444 van map II, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

Van beide inbeslaggenomen laptops, eigendom van [verdachte] , zijn de harde schijven gekopieerd. Ik, verbalisant, heb deze harde schijven onderzocht op relevante informatie met betrekking tot internetoplichting in samenhang met de aangiften van [naam] en [naam] . Ik trof op een van de laptops een afbeelding van een bewijs van overschrijving aan, welke ziet op een Logitech G25 racingwheel van € 65. Ik heb twee bestanden aangetroffen die lijsten betreffen met heel veel verschillende emailadressen van diverse personen. Daarnaast staan er advertentieteksten voor Marktplaatsadvertenties. In deze teksten worden verschillende emailadressen gebruikt en verwezen naar bepaalde personen met rekeningnummers waar het geld naartoe gestort kan worden. Ik zag dat in beide bestanden het emailadres [email] voorkomt. Op de laptop staan diverse lijsten met opsommingen van diverse emailadressen en verwijzingen naar URL van Marktplaats.nl. Ook staan er afbeeldingen/printscreens van uiteenlopende goederen en tickets.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht op grond van voormelde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte [naam] heeft schuldig gemaakt aan in de tenlastelegging opgenomen Marktplaatsoplichtingen, gepleegd vanuit de woning van [naam] en waarbij de bankpassen en bankrekeningen van [naam] en [naam] zijn gebruikt. Het betreft hierbij de oplichtingen van Van der [naam] , [naam] , [naam] / [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] . Deze oplichtingen zijn blijkens het dossier gepleegd in de periode dat zowel verdachte als medeverdachte [naam] in de woning van [naam] verbleven.

Het bewijs voor deze oplichtingen wordt in hoofdzaak gevormd door de verklaringen van [naam] en [naam] . Daarbij overweegt de rechtbank dat [naam] en [naam] consistente verklaringen hebben afgelegd over de door verdachte en medeverdachte [naam] gepleegde oplichtingen. Dat de rechtbank haar twijfels heeft geuit over de verklaringen van [naam] en [naam] over de afpersing maakt dat niet anders, nu hun verklaringen op het punt van de internetoplichting wel consistent zijn, en daarmee geloofwaardig. Voorts blijkt uit het dossier dat de door verdachte en [naam] gebruikte laptop aan verdachte toebehoorde en dat op deze laptop onder meer een door twee van de aangevers genoemd e-mailadres ( [email] ) staat vermeld.

Partiële vrijspraak

Ten aanzien van de tevens in dit deel van de tenlastelegging opgenomen oplichting van [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] overweegt de rechtbank het volgende. Uit het dossier blijkt dat aangifte is gedaan van oplichting met de pleegdata 9 ( [naam] en [naam] ) en 11 ( [naam] ) oktober 2015 en 7 ( [naam] ) en 8 ( [naam] ) november 2015. Deze data vallen buiten de in de tenlastelegging opgenomen pleegperiode van 25 oktober 2015 tot en met 5 november 2015. De rechtbank kan derhalve niet tot het bewijs komen dat verdachte deze oplichtingen in de tenlastegelegde periode heeft gepleegd. Nu de officier van justitie in de tenlastelegging uitgaat van een specifieke pleegperiode, en dat ook heeft toegelicht door te vermelden dat in die periode medeverdachte [naam] niet gedetineerd was, ziet de rechtbank geen mogelijkheid de tenlastegelegde pleegperiode dusdanig ruim uit te leggen dat voornoemde data hierin begrepen kunnen worden. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het deel van de tenlastelegging dat ziet op voormelde aangevers.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18/930152-16 ten laste gelegde past de rechtbank de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 4 januari 2016, opgenomen op pagina 103 van het dossier met nummer PL0100-2016059528, opgemaakt op 29 februari 2016 door Politie Eenheid Noord-Nederland, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik doe aangifte van misbruik van mijn bankrekeningnummer [nummer] . Dit bankrekeningnummer is gebruikt voor het verkopen van goederen op Marktplaats. Deze goederen zijn niet geleverd. Mijn zoon, [verdachte] , heeft mij gevraagd of hij mijn bankrekening mocht gebruiken omdat hij zelf geen rekening heeft. Ik heb hem niet de toegang tot mijn bankrekening gegeven. Iedere keer als hij iets had verkocht dan vroeg hij opnieuw of het op mijn rekening mocht worden gestort. Ik pinde dan het geld en gaf het aan [naam] . Het is in totaal 5 keer gebeurd. Ik heb inmiddels de gedupeerden schadeloos gesteld. Ik voeg een kopie van mijn bankafschriften bij de aangifte.

Bijgevoegd: rekeningafschriften: bijgeschreven:

- op 28-12-2015 € 106,00 van [naam] voor Hue kit marktplaats;

- op 28-12-2015 € 60,00 van [naam] voor Nijntje lamp;

- op 18-5-2015 € 64,00 van [naam] voor e-reader;

- op 1-4-2015 € 39,00 van [naam] voor Grote Bosatlas 54e;

- op 1-4-2015 € 34,00 van [naam] voor bosatlas 54e editie.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van ontvangst klacht van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 7 januari 2016, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 110;

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 13 januari 2016, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 111, inhoudende als verklaring van verdachte:

Mensen hebben spullen besteld via Marktplaats en kregen ze niet geleverd. Mensen hadden betaald door geld over te maken naar de rekening van mijn vader. Mijn vader wist van niets. Ik kon niet bij mijn vaders rekening, maar mijn vader haalde het geld eraf.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht bewezen dat de in de tenlastelegging vermelde geldbedragen middellijk, te weten via de bankrekening van de vader van verdachte, afkomstig zijn uit door verdachte gepleegde Marktplaatsoplichtingen. Daartoe overweegt de rechtbank dat de vader van verdachte heeft aangegeven dat het verdachte was die goederen verkocht via Marktplaats zonder ze te leveren, dat hij hem vroeg het geld op zijn rekening te storten en dat verdachte, gezien het in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 2 ten laste gelegde feit, waarvoor de rechtbank verdachte bij onderhavig vonnis veroordeelt, bekend is met het plegen van deze wijze van oplichting. Voorts blijkt uit het onderhavige dossier dat op dezelfde dag een zelfde editie van de Grote Bosatlas aan twee verschillende personen is verkocht, waarmee vaststaat dat het verkochte goed niet geleverd kan worden hetgeen typerend is voor dit type Marktplaatsoplichting.

Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd acht de rechtbank bewezen dat verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, nu zijn intentie er kennelijk op was gericht om gedurende een periode van enkele maanden telkens op dezelfde wijze geld met een criminele herkomst te verwerven. (vergelijk ook rechtbank Rotterdam 19 oktober 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AZ0539).

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 2 en het in de zaak met parketnummer 18/930152-16 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

Parketnummer 18/830048-16:

2.

hij in de periode van 25 oktober 2015 tot en met 5 november 2015 te Groningen,

tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid hierna te noemen aangevers/gedupeerden, te weten:

a. a) [naam] (€214,50 voor kaarten voor de Foo Fighters)

b) [naam] (€150 voor kaarten voor de Foo Fighters)

c) [naam] / [naam] (€65 voor een Logitech G 25 Racestuur)

d) [naam] (€106,75 voor een set Philips Hue led lampen)

g) [naam] (€60 voor een Kobo Glo E-reader)

h) [naam] (€70 voor een Apple I-pod Classic 80)

i. i) [naam] (€180 voor kaartjes voor de Foo Fighters)

heeft bewogen tot de afgifte van bovengenoemde geldbedragen, hebbende verdachte en/of zijn mededader toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als aanbieders en/of verkopers van bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaarten en/of goederen op de internetsite Marktplaats.nl en

- gebruik gemaakt van de identiteit en of de bankrekeningnummers van zogenoemde "katvangers", te weten:

a. a) [naam]

b) [naam]

- zich voorgedaan als bonafide verkopers en

- de indruk gewekt dat zij bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaarten en/of goederen in het bezit hadden en

- voornoemde aangevers/gedupeerden voorgehouden/beloofd dat zij bovengenoemde concert-/festival-evenementkaarten en goederen zouden leveren na betaling/overschrijving op het rekeningnummer van bovengenoemde katvangers

terwijl hij, verdachte, en zijn mededader niet in het bezit waren van voornoemde concert-/festival-/evenementkaarten en goederen, waardoor bovengenoemde aangevers werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Parketnummer 18/930152-16:

hij in de periode van 1 april 2015 tot en met 28 december 2015 te Assen meermalen een voorwerp, te weten

- een geldbedrag van 34 euro en

- een geldbedrag van 39 euro en

- een geldbedrag van 64 euro en

- een geldbedrag van 60 euro en

- een geldbedrag van 106 euro

heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij telkens wist dat die geldbedragen middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf,

en dat hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Parketnummer 18/830048-16:

2: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Parketnummer 18/930152-16:

primair: van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige schulduitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 2 en het in de zaak met parketnummer 18/930152-16 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft verbleven.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor vrijspraak van de ten laste gelegde feiten. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om in het geval zij tot een ander oordeel komt rekening te houden met de deplorabele toestand waarin verdachte vanwege zijn verslaving verkeerde.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de over verdachte opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, samen met medeverdachte [naam] , schuldig gemaakt aan een zevental gevallen van Marktplaatsoplichting. Door deze oplichting zijn veel personen bedrogen uitgekomen. Zij betaalden voor kaartjes of goederen die zij dachten via Marktplaats te verkrijgen, maar die ze nooit geleverd kregen. Dit is ook de algehele beeldvorming over sites als Marktplaats.nl niet ten goede gekomen en heeft het vertrouwen in het gebruik van dergelijke sites negatief beïnvloed. Bovendien heeft verdachte bij het plegen van de oplichtingen gebruik gemaakt van kwetsbare personen die in geldnood verkeerden en vanuit deze situatie hun medewerking aan verdachte hebben verleend.

Daarnaast heeft verdachte gelden, afkomstig van Marktplaatsoplichting, witgewassen door het misbruiken van zijn vaders bankrekening. Nu dat een aantal malen is gebeurd in een tijdsbestek van enkele maanden, kan worden gezegd dat verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt.

Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passen en geboden.

Benadeelde partijen

De volgende benadeelde partijen hebben zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem/haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 2 ten laste gelegde feit:

[naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] ; [naam] .

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen, waarbij de schadevergoedingsmaatregel telkens wordt toegepast.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat, gelet op de door haar bepleite vrijspraak, de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering dienen te worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de door [naam] (€ 214,50), [naam] (€ 106,75), [naam] (€ 60,00) en [naam] (€ 180,00) gestelde materiële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht deze vorderingen, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

Ten aanzien van de vordering van [naam] is de rechtbank van oordeel dat de gestelde materiële schade tot een bedrag van € 65,00 voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht dit deel van de vordering, dat niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar. Voor wat betreft de gevorderde immateriële schade van € 500,-- overweegt de rechtbank dat het op zichzelf begrijpelijk is dat het handelen van verdachte gevoelens van teleurstelling en boosheid heeft opgewekt, maar dat niet is komen vast te staan dat bij het slachtoffer sprake is van concreet psychisch lijden waarvoor schadevergoeding gerechtvaardigd is.

Ten aanzien van de toegewezen vorderingen en het toegewezen deel van de vordering van [naam] acht de rechtbank telkens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Ten aanzien van [naam] , [naam] en [naam] acht de rechtbank de oplichting waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. Deze benadeelde partijen zullen derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering. Zij kunnen deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 57, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 1 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18/830048-16 onder 2 en het in de zaak met parketnummer 18/930152-16 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 214,50 (zegge: tweehonderdveertien euro en vijftig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 november 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] te betalen een bedrag van € 214,50 (zegge: tweehonderdveertien euro en vijftig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 november 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 106,75 (zegge: honderdzes euro en vijfenzeventig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] te betalen een bedrag van € 106,75 (zegge: honderdzes euro en vijfenzeventig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] te betalen een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 180,00 (zegge: honderdtachtig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] te betalen een bedrag van € 180,00 (zegge: honderdtachtig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 65,00 (zegge: vijfenzestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 november 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Bepaalt dat [naam] voor het overige in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] te betalen een bedrag van € 65,00 (zegge: vijfenzestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 november 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij [naam] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij [naam] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij [naam] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. C.M.M. Oostdam en

mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. P.T.M. van der Lelie, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 maart 2017.

Mrs. Oostdam, Sikkema en Van der Lelie zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.