Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:913

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-03-2017
Datum publicatie
16-03-2017
Zaaknummer
18/930298-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

7 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, voor inbraken in bedrijfswagens.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/930298-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 maart 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] ,

thans verblijvende te [verblijfplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 02 maart 2017.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B.D. van der Burg.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(BVH-nummer 2016316519)

hij op of omstreeks 07 november 2016 te Tynaarlo tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een auto (Opel), staande aan/nabij de [straat]

heeft weggenomen een mobiele telefoon, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of

zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft

verschaft en/of die weg te nemen telefoon onder zijn/haar/hun bereik

hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

(BVH-nummer 2016316514)

hij op of omstreeks 07 november 2016 te Tynaarlo ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een auto ( [merk] ), staande aan/nabij de [straat] , weg te nemen enig

goed van hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders

en zich daarbij de toegang tot de plaats(en) van het misdrijf te verschaffen

en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik te brengen

door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

een ruit van die auto heeft vernield,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 07 november 2016 te Tynaarlo tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit

van een auto ( [merk] ), staande aan/nabij de [straat] , in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield

en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

(BVH-nummer 2016317047)

hij op of omstreeks 07 november 2016 te Tynaarlo tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een auto ( [merk] ), staande aan/nabij de [straat]

heeft weggenomen een snoertje, een lantaarn (Maglite) en/of een

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen

goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

4.

(BVH-nummer 2016316845)

hij in of omstreeks de periode van 6 november 2016 tot en met 7 november 2016

te Assen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een auto ( [merk] ), staande aan/nabij de [straat] , in elk geval enig

goed, en/of in/uit die auto een of meer tassen (met inhoud), althans enig goed,

(alles) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder

zijn/haar/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

5.

(BHV-nummer 2016317062)

hij in of omstreeks de periode van 4 november 2016 tot en met 7 november 2016

te Assen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto

( [merk] ), staande aan/nabij de [straat] , heeft weggenomen een

navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot

de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of dat weg te nemen

navigatiesysteem onder zijn/haar/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel

van braak, verbreking en/of inklimming;

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte ter zake van het onder 4 en 5 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, nu niet kan worden bewezen dat de bij verdachte in de auto aangetroffen goederen door verdachte en zijn medeverdachte zijn weggenomen en van diefstal afkomstig zijn. Er heeft geen herkenning van de goederen plaatsgevonden. Het onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde acht de officier van justitie daarentegen bewezen. Zij heeft daartoe een overzicht van de bewijsmiddelen gegeven.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 4 en 5 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte weliswaar ter terechtzitting de onder 1 tenlastegelegde inbraak in de bedrijfsauto heeft erkend, maar de wegneming van een mobiele telefoon ontkent. De door aangever omschreven telefoon is ook niet bij verdachte (in de auto) aangetroffen. Ten aanzien van de feiten 4 en 5 dient vrijspraak te volgen om de redenen zoals door de officier van justitie zijn aangegeven. Met betrekking tot de feiten 2 primair en 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank nu verdachte deze feiten heeft bekend.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het onder 1, 2 primair 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank overweegt hierbij dat - naast de aangiftes, (herkenning van) camerabeelden en een DNA-match - verdachte ter terechtzitting heeft bekend dat hij op 07 november 2016 tezamen en in vereniging met een ander heeft ingebroken, dan wel gepoogd heeft in te breken, in 3 bedrijfswagens te Tynaarlo (feiten 1, 2 primair en 3). De rechtbank acht ter zake van feit 1 -anders dan verdachte heeft verklaard- bewezen dat er bij de inbraak een mobiele telefoon is weggenomen zoals aangever [aangever] heeft aangegeven, ondanks dat dat de telefoon niet bij verdachte is aangetroffen. De rechtbank acht de aangifte in deze betrouwbaar.

De rechtbank acht ook de tenlastegelegde feiten 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen, nu de door aangevers vermelde weggenomen goederen op 7 november 2016 -kort na de inbraak- in de auto waarin verdachte en zijn medeverdachte zich bevonden zijn aangetroffen. Het betreffen zeer specifieke goederen. Er zijn namelijk (6) sporttassen met het opschrift FILA inhoudende fietsonderdelen (feit 4) bij aangever weggenomen en bij verdachten in de auto aangetroffen. Daarnaast is er een TomTom navigatiesysteem, inhoudende adresgegevens van aangever [slachtoffer 5] en het thuisadres van een werknemer van [slachtoffer 5] , weggenomen (feit 5) en bij verdachten in de auto aangetroffen. Daarbij betrekt de rechtbank de hierna te vermelden bewijsmiddelen ter zake van de feiten 1, 2 primair en 3 bij de hierna te melden bewijsmiddelen terzake van de feiten 4 en 5, alles in onderling verband en samenhang bezien en beschouwd. Het betreffen soortgelijke feiten en de gang van zaken bij de ten laste gelegde feiten onder 4 en 5 vertoont op essentiële punten belangrijke overeenkomsten met de gang van zaken bij de feiten onder 1, 2 primair en 3, waarvoor meer bewijsmiddelen voorhanden zijn. Hierbij gaat het om een specifiek patroon in het gedrag van verdachte(n) en de omstandigheden van het geval. Verdachte en zijn medeverdachte zijn in de auto van verdachte tezamen uit het midden van het land naar Assen en het naastgelegen Tynaarlo gegaan en hebben daar tezamen en in vereniging door middel van braak ingebroken in meerdere bedrijfswagens die bij bedrijven stonden geparkeerd. Dit alles gebeurde in de nachtelijke uren en in een kort tijdsbestek.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 02 maart 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende: Ik heb op 07 november 2016 tezamen en in vereniging met een ander ingebroken, dan wel gepoogd in te breken, in 3 bedrijfswagens te Tynaarlo.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland, registratienummer: PL0100-2016343127, inhoudende:

- op pagina 2, de verklaring van verbalisant [verbalisant] :

Het onderzoek heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een gepleegde inbraak in een aantal voertuigen op de [straat] te Tynaarlo. Daarbij wordt door een getuige een voertuig gezien met kenteken [kenteken] dat wegrijdt bij het plaats delict. Op diezelfde dag, 7 november 2016 omstreeks 07:13 uur, werd het voertuig aangestraald door de ANPR op de A28 links. Op diezelfde dag omstreeks 7:38 uur, worden beide inzittenden (verdachten [verdachte] en [verdachte] ) van het voertuig aangehouden (pagina's 10 en 27).

- op pagina 38/39, de verklaring van aangever [aangever] [feit 1]:

Ik ben woonachtig aan de [straat] te Tynaarlo, hier bevindt zich ook mijn bedrijf, Hamminga Installatie & Techniek. Op 7 november 2016 omstreeks 05.00 uur werd ik wakker van een luid autoalarm. Ik zag dat er ingebroken werd in mijn bestelbus ( [merk] ). Ik zag dat er een [auto] met het kenteken [kenteken] naast de bus geparkeerd stond. Ik zag dat er een manspersoon bij de bus stond. Ik zag dat er nog iemand naast in de auto zat. Ik zag dat de man de [auto] weer instapte. Ik zag dat ondertussen dat [slachtoffer 2] met zijn auto voor mijn oprit stond om de auto te blokkeren, het bleek later dat er ook bij hem ingebroken was. Ik zag dat de auto wegreed. Ik zag dat de rechter voorruit van mijn bestelbus kapot was. Ik zag dat er een mobiele telefoon miste.

- op pagina 196/197, de verklaring van aangever [slachtoffer 2] [feit 2]:

Op 7 november 2016, omstreeks 04:55 uur, lag ik te slapen in mijn woning aan de [straat] te Tynaarlo. Ik werd wakker van het alarm wat afging van een van de vrachtauto's welke voor mijn woning stond. Ik zag een [auto] wegrijden. Men is vermoedelijk geschrokken door het alarm van de vrachtauto. Ik zag dat van een vrachtauto een ruitje was vernield. Hierna ben ik in mijn auto gestapt en zag bij [aangever] de [auto] , kenteken [kenteken] , staan welke bij mij was weggereden. Ik kan u de bestuurder als volgt omschrijven: ongeveer 18 jaar oud, blanke, hij droeg een bril, bruin kort haar. Naast hem zat een 2e persoon: Aziatisch uiterlijk, ongeveer 18 jaar oud, dikke rond hoofd, donker haar, zwarte jas.

- op pagina 135ev, de verklaring van aangever [aangever] [feit 3]:

Op 7 november 2016 kwam ik aan bij mijn bedrijf aan de [straat] te Tynaarlo. Ik zag dat er een ruit van mijn bestelbus ( [merk] ) vernield was. Ik heb camerabeelden bekeken en zag dat op 7 november 2016 omstreeks 4:58:54 een auto aan kwam rijden waarna er één van de twee mannen de ruit van de auto vernielde en waarna de andere de auto ging doorzoeken om hierna enkele spullen uit de bedrijfswagen weg te nemen. Ik zag op de beelden dat de bijrijder een wit snoertje en een zwarte lantaarn van het merk Mac-lite uit de auto heeft weggenomen. Ook mis ik wat kleingeld uit de auto.

- op pagina 150ev, de verklaring van verbalisant [verbalisant] [feit 3]:

Foto 1: Voor het bedrijfspand staat de bedrijfsauto waarin is ingebroken.

Onder “Eerste beveiligingscamera: Fotofragmenten”, vanaf Fotofragment 2016-11-7 4:58:50:

Op de camerabeelden is te zien dat er een auto de [straat] in komt rijden. Een grijskleurige [auto] komt de oprit van het bedrijventerrein oprijden. In het voertuig zijn 2 mannen zichtbaar. De bestuurder is een man van ongeveer 20 jaar, tenger postuur, bril dragend, noord Afrikaans uiterlijk. De bijrijder is een man van ongeveer 20 jaar, tenger postuur, Aziatisch uiterlijk, flinke bos haar. Op een fotofragment valt te zien dat de bijrijder met een puntig voorwerp een slaande beweging maakt richting het kleine raam, hetgeen resulteert in een gebroken ruit. De bestuurder doorzoekt de gehele bedrijfswagen. De bijrijder komt achter de bijrijdersportier vandaan met een MAG-LITE en een wit snoer.

- op pagina 89, de verklaring van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] [feit 3]:

Door ons is onderzoek naar sporen verricht in verband met diefstal uit een bestelauto op 7 november 2016. Het onderzoek werd verricht in het bedrijfspand aan de [straat] te Tynaarlo. Aangever [aangever] gaf aan dat er een diefstal was gepleegd vanuit zijn bestelauto. Aangever trof aan de binnenzijde van het rechterportier een bloedspoor aan. Ten behoeve van een nader in te stellen DNA onderzoek heb ik, verbalisant [verbalisant] , het bloedspoor veiliggesteld en voorzien van SIN AAJS0760NL.

- op pagina 93ev, de verklaring van S.R. Hoogendoorn-Jagai, NFI-deskundige [feit 3]:

DNA-onderzoek naar aanleiding van een inbraak gepleegd in Tynaarlo op 7 november 2016.

Resultaten interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek:

SIN en omschrijving: AAJS0760NL#01. Bloed

Beschrijving DNA-profiel: DNA-profiel van een man.

Celmateriaal kan afkomstig zijn van: [verdachte] (zie 'DNA-databank').

Matchkans: kleiner dan één op één miljard.

- op pagina 58, de verklaring van verbalisant [verbalisant] :

Ik heb op 7 november 2016 het verhoor van beide verdachten afgenomen. Bij het uitkijken van de camerabeelden met betrekking tot de bedrijfswagen inbraken in Tynaarlo herkende ik voor 100% op de bewegende beelden de verdachte [verdachte] en verdachte [verdachte] aan hun gezichtsgelaat en tevens het haardracht van verdachte [verdachte] . Ik verbalisant herkende op de bewegende beelden tevens de kleding van beide verdachten die 100 % overeenkomen met de kleding die de verdachten tijdens het verhoor droegen.

- op pagina 177ev, de verklaring van aangever [aangever] [feit 4] :

Ik ben werkzaam bij het bedrijf " [bedrijfsnaam 2] " [straat] te Assen. Het bedrijf is in het bezit van een bedrijfswagen ( [auto] ). Op 6 november 2016, omstreeks 17:00 uur is de bus geparkeerd op de oprit van het bedrijf. Op 7 november 2016, omstreeks 10:45 uur zag ik dat de bus niet beschadigd was. Er zijn vermoedelijk wel een aantal tassen van het merk Fila uit de bus weggenomen. In deze tassen zaten reserve onderdelen voor fietsen.

- op pagina 180, de verklaring van verbalisant [verbalisant] : [feit 4] :

Ik hoorde dat de aangever verklaarde dat er vermoedelijk een aantal tassen van Fila zijn

weggenomen uit de bus. De tassen die zijn aangetroffen in het voertuig van de verdachten, komen overeen met de tassen die de aangever beschrijft.

- op pagina 66ev, de verklaring van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] [feit 4]:

De volgende spullen lagen in het voertuig, merk [merk] voorzien van kenteken [kenteken] .

Zes sporttassen, merk Fila met onder meer inhoudende fietsonderdelen.

- op pagina 193ev, de verklaring van aangever [aangever] verklaart [feit 5]:

Op 04 november 2016, omstreeks 17:00 uur, parkeerde mijn collega de bedrijfswagen van [bedrijfsnaam 2] te Assen op ons bedrijfsterrein aan de [straat] te Assen. De bedrijfswagen was afgesloten en onbeschadigd op de parkeerplaats achtergelaten. Op 07 november 2016, omstreeks 10:00 uur, liep ik naar de bedrijfswagen toe en zag dat er bij het rechtervoorportier een zijraampje kapot was. Ik zag dat de plek waar het TomTom navigatiesysteem bevestigd hoort te zitten nu leeg was.

- op pagina 65, de verklaring van verbalisant [verbalisant] [feit 5]:

Op 7 december 2016 heb ik een onderzoek ingesteld naar een TomTom navigatiesysteem dat is aangetroffen in het voertuig van de verdachten. Op het TomTom navigatiesysteem staat een aantal adressen onder het kopje favorieten. Deze adressen worden aangegeven als:

[straat] , Assen, Tuinland Groningen, Tuinland Zwolle. Als thuisadres staat het adres [adres] , [plaats] ingesteld. Een van de aangevers doet aangifte namens de [slachtoffer 5] . Uit deze aangifte blijkt dat er een TomTom navigatiesysteem is weggenomen. Ik heb telefonisch contact gehad met de aangever van de [slachtoffer 5] . Ik hoorde dat hij verklaarde dat de persoon die de TomTom navigatie heeft ingesteld woonde op de [straat] te [plaats] . De [slachtoffer 5] is gevestigd op de [straat] te Assen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 07 november 2016 te Tynaarlo tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto ( [auto] ), staande aan de [straat]

heeft weggenomen een mobiele telefoon, toebehorende aan een ander dan aan verdachte en zijn medeverdachte, waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

2.

hij op 07 november 2016 te Tynaarlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto ( [auto] ), staande aan de [straat] , weg te nemen enig goed van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 2] en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, een ruit van die auto heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 07 november 2016 te Tynaarlo tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto ( [auto] ), staande aan de [straat]

heeft weggenomen een snoertje, een lantaarn (Maglite) en een geldbedrag, toebehorende aan een ander dan aan verdachte en zijn medeverdachte, waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

4.

hij in de periode van 6 november 2016 tot en met 7 november 2016 te Assen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit een auto ( [auto] ), staande aan de [straat] tassen met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 4] ;

5.

hij in de periode van 4 november 2016 tot en met 7 november 2016 te Assen tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto

( [auto] ), staande aan de [straat] , heeft weggenomen een navigatiesysteem, toebehorende aan [slachtoffer 5] , waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2. Poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

3. Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

4. Diefstal, door twee of meer verenigde personen;

5. Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot 135 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en 6 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor het opleggen van een gevangenisstraf gelijk aan de reeds ondergane preventieve hechtenis. De verdediging wijst er op dat verdachte wil meewerken aan ambulante behandeling. Aan een voorwaardelijke straf kan reclasseringstoezicht worden gekoppeld, zoals geadviseerd door de reclassering in haar advies van 28 februari 2017.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, tezamen en in vereniging met een ander, schuldig gemaakt aan een viertal diefstallen uit bedrijfsauto's en een poging daartoe, gepleegd te Tynaarlo en Assen. Zij zijn hiertoe -voor eigen financieel gewin- kennelijk om hun werkterrein te verleggen, vanuit het midden van het land naar Drenthe gereden. Deze diefstallen werden bijna alle gepleegd door middel van braak om zich de toegang tot de bedrijfswagens te verschaffen. Dergelijke feiten veroorzaken gevoelens van onveiligheid in de samenleving en met name bij de betrokken slachtoffers. De slachtoffers hebben, naast het missen van hun eigendommen, veelal ook te maken met schade als gevolg van deze inbraken. De rechtbank houdt bij de strafoplegging ook rekening met de inhoud van het uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 26 januari 2017, waaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake van soortgelijke misdrijven is veroordeeld. De feiten rechtvaardigen, rekening houdend met de oriëntatiepunten voor de straftoemeting, een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze blijken uit het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport en de rapportage van dr. [naam] , gezondheidszorg psycholoog. Uit de rapportages komt naar voren dat door de bij verdachte vastgestelde problematiek de kans op recidive als hoog wordt ingeschat en dat daarom een behandeling van verdachte voor zijn problematiek geïndiceerd is. De rechtbank onderschrijft deze conclusies en acht een behandeling aangewezen. Verdachte heeft aangegeven dat hij de noodzaak van een ambulante behandeling onderkent.

Vanwege voormelde ernst van de bewezen verklaarde delicten en hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Het voorwaardelijke strafdeel dient als waarschuwing aan de verdachte, teneinde te voorkomen dat de verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten. Daarnaast zal aan dit strafdeel, ter voorkoming van recidive, als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandeling, worden verbonden.

Inbeslaggenomen goederen

De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen voorwerpen moeten worden terug gegeven aan de rechthebbenden.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen moeten worden terug gegeven aan de rechthebbenden, dan wel bewaard dienen te blijven ten behoeve van de tot nu toe onbekend gebleven rechthebbenden.

Benadeelde partijen

[naam] (feit 1) en [naam] (feit 3) hebben zich, ieder voor zich, voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1 en 3 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de benadeelde partij [naam] vordert de officier van justitie dat de vordering tot een bedrag van € 200,07 (vervanging ruit) hoofdelijk wordt toegewezen, alsmede in het kader van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige vordert zij dat de vordering wegens onvoldoende onderbouwing niet ontvankelijk wordt verklaard. Met betrekking tot de benadeelde partij [naam] vordert de officier van justitie dat de vordering tot een bedrag van € 65,00 (eigen risico) hoofdelijk wordt toegewezen, alsmede in het kader van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige vordert zij dat de vordering wegens onvoldoende onderbouwing niet ontvankelijk wordt verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat hij zich ten aanzien van de vordering benadeelde partij [naam] kan vinden de zienswijze van de officier van justitie, voor zover er geen glasverzekering is afgesloten. Hij heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [naam] aangegeven zich eveneens aan te sluiten bij de zienswijze van de officier van justitie. De inbeslaggenomen goederen kunnen aan de benadeelde partij worden teruggeven.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade van de benadeelde partij [naam] alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van € 200,07 (vervanging ruit) voldoende aannemelijk gemaakt. De vordering is dan ook gegrond en dit bedrag is voor hoofdelijke toewijzing vatbaar. De rechtbank is van oordeel dat zij over onvoldoende informatie beschikt om de hoogte van de overige geleden schade te kunnen beoordelen. De rechtbank zal echter niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om de hoogte van die schade alsnog te doen aantonen. Dit zal namelijk leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij zal daarom deels niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan met betrekking tot de overige geleden schade slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade van de benadeelde partij [naam] alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot een bedrag van € 65,00 (eigen risico) voldoende aannemelijk gemaakt. De vordering is dan ook gegrond en dit bedrag is voor hoofdelijke toewijzing vatbaar. De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen goederen aan de benadeelde partij kunnen worden teruggegeven en dat zij voor het overige over onvoldoende informatie beschikt om de hoogte van de overige geleden schade te kunnen beoordelen. De rechtbank zal echter niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om de hoogte van die schade alsnog te doen aantonen. Dit zal namelijk leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij zal daarom deels niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan met betrekking tot de overige geleden schade slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank acht daarnaast telkens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 2 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen vijf werkdagen na zijn in vrijheidstelling zal melden bij de reclassering Nederland, regio Midden-Noord te Utrecht, Vivaldiplantsoen 200 te 3533 JE Utrecht (telefoon 088-8041101) of een andere door de reclassering aan te wijzen reclasseringsinstelling. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Hij dient de aanwijzingen van de reclassering op te volgen;

2. dat de veroordeelde zich laat behandelen voor de bij hem vastgestelde problematiek bij een instelling voor forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan de duur van de aan verdachte onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Gelast de teruggave aan de rechthebbenden, dan wel gelast de bewaring ten behoeve van de onbekend gebleven rechthebbenden, van de in beslag genomen voorwerpen voorkomende op de aan dit vonnis gehechte lijst.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 200,07 (zegge: tweehonderd euro en zeven eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 07 november 2016, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] , te betalen een bedrag van € 200,07 (zegge: tweehonderd euro en zeven eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 07 november 2016,

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 65,00 (zegge: vijfenzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 07 november 2016, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] , te betalen een bedrag van € 65,00 (zegge: vijfenzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 07 november 2016, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter,

mr. R. Depping en mr. M. van der Veen, rechters,

bijgestaan door J. Hoogeveen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 maart 2017.

Mr. Van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.