Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:909

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
16-03-2017
Zaaknummer
18/830049-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich, alleen of samen met een medeverdachte, schuldig gemaakt aan een twintigtal gevallen van Marktplaatsoplichting. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830049-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, d.d. 15 maart 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,

thans verblijvende in het Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 17 mei 2016, 7 juli 2016, 14 september 2016, 13 december 2016 en 1 maart 2017.

De inhoudelijke behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op 1 maart 2017. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D. Uygul, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2015 tot en met 5 november 2015, te Groningen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer persoon/personen, te weten [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] , heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer bankpassen en/of (telkens) een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die persoon/personen en/of [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder meer) hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] heeft/hebben geduwd en/of uitgescholden en/of

- hebben gedreigd om de honden van die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] te doden of iets aan te doen, en/of (daarbij tevens)

- door hun houding en/of wijze van optreden jegens die persoon/personen en/of [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] bij die persoon/personen en/of die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] de indruk heeft/hebben gewekt dat verdachte en/of zijn medeverdachte (ernstig) geweld zouden toepassen op die persoon/personen en/of die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] , en/of haar/hun huisdieren, indien die persoon/personen en/of die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] niet zoud(en) voldoen aan de wens(en) van verdachte en/of zijn medeverdachte;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2014 tot 9 december 2014 te Leeuwarden, in het arrondissement Noord-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, hierna te noemen

aangevers/gedupeerden, te weten:

a. a) [slachtoffer3] (€ 30 voor kaarten voor 'Ik hou van Holland', aangifte 14) en/of

b) [slachtoffer4] (€ 200 voor kaarten voor de Winterefteling, aangifte 15) en/of

c) [slachtoffer5] (€ 60 voor kaarten voor Kensington, aangifte 16) en/of

d) [slachtoffer6] , (€ 100 voor kaarten voor Metalmeeting Eindhoven, aangifte 17) en/of

e) [slachtoffer7] (€ 230 voor kaarten voor U2, aangifte 18) en/of

f) [slachtoffer8] (€ 300 voor kaarten Manifesto, aangifte 19) en/of

g) [slachtoffer9] (€ 55 voor kaarten voor Nye Vredenburg Tivoli, aangifte 20) en/of

h) [slachtoffer10] (€ 220 voor kaarten voor U2, aangifte 21) en/of

[naam] i) [slachtoffer11] (€ 240 voor kaarten voor U2, aangifte 22) en/of

j) [slachtoffer12] (€ 200 voor kaarten voor U2, aangifte 23) en/of

k) [slachtoffer13] (€ 60 voor kaarten voor Kensington, aangifte 24) en/of

l) [slachtoffer14] (€ 176 voor kaarten voor Metalmeeting Eindhoven, aangifte 25) en/of

m) [slachtoffer15] (€ 60 voor kaarten voor Supersized Freestyle feest, aangifte 28)

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van bovengenoemde geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als aanbieder(s) en/of verkoper(s) van bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaarten, op de internetsite Marktplaats.nl en/of

- gebruik gemaakt van de/een (valse) identiteit en of de bank- en/of girorekening(en)(nummers) van (zogenoemde "katvangers"), te weten:

a. a) [naam]

b) [naam]

- zich voorgedaan als bonafide verkoper(s) en/of

- de indruk gewekt dat hij/zij bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaart(en) in het bezit had(den) en/of

- voornoemde aangevers/gedupeerde voorgehouden/beloofd dat hij/zij bovengenoemde concert-/festival-evenementkaart(en) zoud(en) leveren na betaling/overschrijving op de rekeningnummer(s) van bovengenoemde katvanger(s)

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet in het bezit was/waren van voornoemde concert-/festival-/evenementkaarten, waardoor bovengenoemde aangever(s) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 oktober 2015 tot en met 5 november 2015 te Groningen, in het arrondissement Noord-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, hierna te noemen aangevers/gedupeerden, te weten:

a. a) [slachtoffer16] (€ 214,50 voor kaarten voor de Foo Fighters, aangifte 370)

b) [slachtoffer17] (€ 150 voor kaarten voor de Foo Fighters, aangifte 371)

c) [slachtoffers18] (€ 65 voor een Logitech G 25 Racestuur, aangifte 372)

d) [slachtoffer19] (€ 106,75 voor een set Philips Hue led lampen, aangifte 373)

e) [slachtoffer20] (€ 60 voor een Kobo Glo E-reader, aangifte 376)

f) [slachtoffer21] (€ 70 voor een Apple I-pod Classic 80, aangifte 377)

g) [slachtoffer22] (€ 180 voor kaartjes voor de Foo Fighters, aangifte 378)

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van bovengenoemde geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als aanbieder(s) en/of verkoper(s) van bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaarten en/of goederen, op de internetsite Marktplaats.nl en/of

- gebruik gemaakt van de/een (valse) identiteit en of de bank- en/of girorekening(en)(nummers) van (zogenoemde "katvangers"), te weten:

a. a) [slachtoffer1]

b) [slachtoffer2]

- zich voorgedaan als bonafide verkoper(s) en/of

- de indruk gewekt dat hij/zij bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaart(en) en/of goederen in het bezit had(den) en/of

- voornoemde aangevers/gedupeerde voorgehouden/beloofd dat hij/zij bovengenoemde concert-/festival-evenementkaart(en) en/of goederen zoud(en) leveren na betaling/overschrijving op de rekeningnummer(s) van bovengenoemde katvanger(s)

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet in het bezit was/waren van voornoemde concert-/festival-/evenementkaarten en/of goederen, waardoor bovengenoemde aangever(s) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 juli 2014 tot en met 30 september 2014 te Groningen en/of Assen, in het arrondissement Noord-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, hierna te

noemen aangevers/gedupeerden, te weten:

a. a) [slachtoffer23] (€ 40 voor kaartjes voor het festival 'Dekmantel', aangifte 1)

b) [slachtoffer24] (€ 35 voor een kaartje voor Dance Valley, aangifte 2)

c) [slachtoffer25] (€ 40 voor 'Dekmantel', aangifte 3)

d) [slachtoffer26] (€ 34 voor een kaart voor het Abunai Event, aangifte 4)

e) [slachtoffer27] (€ 35 voor een Fiva 15 spel, aangifte 5)

f) [slachtoffer28] (€ 45 voor een Fiva 15 spel, aangifte 6)

g) [slachtoffer29] (€ 35 voor een Fiva 15 spel, aangifte 7)

h) [slachtoffer30] (€ 40 voor een Fiva 15 spel, aangifte 8)

[naam] i) [slachtoffer31] (€ 45 voor een Fiva 15 spel, aangifte 9)

j) [slachtoffer32] (€ 40 voor een Fiva 15 spel, aangifte 10)

k) [slachtoffer33] (€ 30 voor een Fiva 15 spel, aangifte 11)

l) [slachtoffer34] (€ 35 voor een Fiva 15 spel, aangifte 12)

m) [slachtoffer35] (€ 35 voor een Fiva 15 spel, aangifte 13)

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van bovengenoemde geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als aanbieder(s) en/of verkoper(s) van bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaarten en/of goederen, op de internetsite Marktplaats.nl en/of

- gebruik gemaakt van de/een (valse) identiteit en of de bank- en/of girorekening(en)(nummers) van (zogenoemde “katvangers”), te weten:

a. a) [naam]

b) [naam]

- zich voorgedaan als bonafide verkoper(s) en/of

- de indruk gewekt dat hij/zij bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaart(en) en/of goederen in het bezit had(den) en/of

- voornoemde aangevers/gedupeerde voorgehouden/beloofd dat hij/zij bovengenoemde concert-/festival-evenementkaart(en) en/of goederen zoud(en) leveren na betaling/overschrijving op de rekeningnummer(s) van bovengenoemde katvanger(s)

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet in het bezit was/waren van voornoemde concert-/festival-/evenementkaarten en/of goederen, waardoor bovengenoemde aangever(s) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat onvoldoende bewijs bestaat voor de afpersing van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] en voor de conclusie dat verdachte zich in hun woning heeft schuldig gemaakt aan Marktplaatsoplichting. Evenmin bestaat voldoende bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de onder 4 ten laste gelegde oplichtingen. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat voldoende bewijs bestaat voor het onder 2 ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

Ook de raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] onbetrouwbaar en inconsistent zijn en ander bewijs dan deze verklaringen voor het onder 1 en 3 ten laste gelegde ontbreekt. Voorts is onvoldoende betrouwbaar bewijs in het dossier aanwezig ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank acht de onder 1 ten laste gelegde afpersing niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe dat de verklaringen van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] voor zover zij zien op de afpersing door verdachte en medeverdachte [naam] niet consistent zijn omdat zij telkens anders verklaren over hetgeen er feitelijk zou zijn voorgevallen. Bovendien verschillen hun verklaringen onderling op essentiële punten. Daarnaast lijkt op basis van het dossier sprake te zijn van een eigen financieel belang dat [slachtoffer1] en [slachtoffer2] hebben bij het afleggen van hun belastende verklaringen, namelijk het ontvangen van uitkeringsgelden. Op grond hiervan en gezien het feit dat overig bewijs voor de ten laste gelegde afpersing ontbreekt, acht de rechtbank onvoldoende overtuigend bewezen dat er daadwerkelijk sprake is geweest van een afpersing van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] door verdachte en zijn medeverdachte.

De rechtbank acht het onder 4 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij het volgende. Diverse personen hebben ten aanzien van feit 4 een verklaring bij de politie afgelegd, waarbij zij een ander dan verdachte aanwijzen als degene die de onder 4 ten laste gelegde internetoplichting gepleegd zou hebben. Alleen deze andere persoon wijst verdachte als dader aan. Andere bewijsmiddelen waaruit kan blijken dat verdachte de onder 4 ten laste gelegde oplichting heeft gepleegd, ontbreken. Bovendien heeft één van de aangevers verklaard dat de Marktplaatsverkoper met wie hij telefonisch contact had, klonk als een persoon van 15 tot 19 jaar oud, hetgeen niet past bij de stem van verdachte zoals de rechtbank die heeft kunnen waarnemen tijdens de zitting. Tenslotte overweegt de rechtbank dat tegen betrokkenheid van verdachte pleit dat hij gedurende een deel van de ten laste gelegde periode gedetineerd was.

Bewijsmiddelen

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde past de rechtbank de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een digitale aangifte van [slachtoffer3] d.d. 8 december 2014, nummer 012860000918106, als bijlage opgenomen in het dossier met nummer 01NWR15002CLIO, opgemaakt op 12 april 2016 door Politie Eenheid Noord-Nederland; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; tickets ‘ik hou van Holland’.

2. een digitale aangifte van [slachtoffer4] d.d. 2 december 2014, nummer 012860000913476, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; tickets ‘Winterefteling’.

3. een digitale aangifte van [slachtoffer5] d.d. 23 december 2014, nummer 012860000927401, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; kaarten ‘Kensington’.

4. een digitale aangifte van [slachtoffer6] d.d. 5 december 2014, nummer 012860000916471, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; kaarten ‘Metalmeeting Eindhoven’.

5. een digitale aangifte van [slachtoffer7] d.d. 9 december 2014, nummer 012860000918941, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; kaarten ‘U2’.

6. een digitale aangifte van [slachtoffer8] d.d. 8 december 2014, nummer 012860000917726, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; kaarten ‘Manifesto’.

7. een digitale aangifte van [naam] d.d. 8 december 2014, nummer 012860000918091, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; kaarten ‘NYE Vredenburg Tivoli’.

8. een digitale aangifte van [slachtoffer10] d.d. 30 december 2014, nummer 012860000930731, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; kaarten ‘U2’.

9. een digitale aangifte van [slachtoffer11] d.d. 15 december 2014, nummer 012860000921946, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; kaarten ‘U2’.

10. een digitale aangifte van [slachtoffer12] d.d. 9 december 2014, nummer 012860000918911 opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; kaarten ‘U2’.

11. een digitale aangifte van [slachtoffer13] d.d. 4 december 2014, nummer 012860000915461, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; kaarten ‘Kensington’.

12. een digitale aangifte van [slachtoffer14] d.d. 4 december 2014, nummer 012860000915326, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; kaarten ‘Metal Meeting’.

13. een proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant d.d. 8 december 2014, nummer PL2000-2014293674-1, als bijlage opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende de aangifte van [slachtoffer15] ; onder meer inhoudende: wederpartij [naam] ; telefoonnummer [nummer] ; kaarten ‘Supersized Freestyle Feest’.

14. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 7 januari 2015, nummer V-002-AH-001, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

Door het onderzoeksteam [naam] van de politie Eenheid Noord-Nederland werd onderzoek verricht naar een overval op de bewoner van de [straatnaam] in Groningen op 30 oktober 2014. [naam] gaf aan dat haar zoon [verdachte] haar in de nacht van 25 op 26 november 2014 zou hebben gebeld met het telefoonnummer [nummer] . Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat met het nummer [nummer] gebruik wordt gemaakt van het toestel met het IMEI nummer [nummer] . Getapte wisselt meerdere malen van simkaart en gebruikte gedurende de tapperiode de volgende telefoonnummers [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] . Door mij werd van dit IMEI nummer de IMEI TAC [nummer] opgevraagd bij de afdeling I&S van de politie. Dit IMEI nummer staat geregistreerd als zijnde een Samsung GT-i9300. Op 9 december 2014 werd [verdachte] aangehouden als verdachte van voormelde overval. Tijdens zijn aanhouding was hij in het bezit van een mobiele telefoon van het merk Samsung, type GT-i9300. Deze telefoon is in beslag genomen en door de digitale recherche onderzocht. Vastgesteld werd dat het IMEI nummer van deze inbeslaggenomen telefoon [nummer] is [opmerking rechtbank: het is een feit van algemene bekendheid dat het 15e getal van het IMEI-nummer het zogenaamde Check Digit getal is. Door providers wordt het Check Digit getal in het mobiele netwerk als een nul weergegeven. Hierdoor is het verkregen IMEI-nummer van een printlijst of tap niet gelijk aan het werkelijke IMEI-nummer van een mobiele telefoon.].

15. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt aanvullend proces-verbaal van bevindingen stemherkenning, met bijlagen, van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 16 augustus 2016, gevoegd bij voornoemd dossier, onder meer inhoudende de verklaring van de verbalisant dat ten aanzien van tapgesprekken met als deelnemer aangevers [naam] , [naam] , [naam] en [naam] de stem van verdachte wordt herkend.

16. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen (onder andere tapgesprekken) van Politie Districtsrecherche Groningen d.d. 3 februari 2015, nummer V-002-AH-003, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van de verbalisant omtrent het onderzoek naar het bankrekeningnummer [nummer] op naam van [naam] :

Op 23 januari 2015 werden op vordering van de officier van justitie door ING Bank NV twee digitale bestanden verstrekt bevattende bankafschriften van IBAN rekeningnummer [nummer] . Door mij werden deze bestanden nader onderzocht. Ik zag dat deze rekening op naam stond van [naam] .

Bijlage 1 AH-03 bij dit proces-verbaal van bevindingen betreft een overzicht van geldtransacties gerelateerd aan tickets. Hierin staan de volgende boekingen:

- € 200,00; 9-12-2014; omschrijving: U2 tickets; tegenrekening D.J.P. [naam] ;

- € 220,00; 8-12-2014; omschrijving: kaartjes U2; tegenrekening [slachtoffer10] ;

- € 240,00; 8-12-2014; omschrijving: U2; tegenrekening [slachtoffer11] ;

- € 60,00; 8-12-2014; omschrijving: kaartjes Supersized; tegenrekening [slachtoffer15] ;

- € 300,00; 8-12-2014; omschrijving: kaartjes Manifesto; tegenrekening [slachtoffer8] ;

- € 55,00; 8-12-2014; omschrijving: Tivoli tickets; tegenrekening [naam] ;

- € 100,00; 8-12-2014; omschrijving: Tickets zaterdag; tegenrekening [slachtoffer6] ;

- € 60,00; 4-12-2014; omschrijving: 2 kaarten Kensington; tegenrekening [naam] ;

- € 60,00; 4-12-2014; omschrijving: 2x Kensington; tegenrekening [slachtoffer5] ;

- € 176,00; 4-12-2014; tegenrekening [slachtoffer14] ;

- € 200,00; 2-12-2014; omschrijving: Efteling kaartjes; tegenrekening [naam] ;

17. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 17 augustus 2015, opgenomen in voornoemd dossier, waaruit blijkt van diverse bijschrijvingen van het rekeningnummer [nummer] , waaronder de bijschrijving op 1 december 2014 van € 30,00 door [slachtoffer3] .

18. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 18 november 2015, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :
In de periode november/december 2014 vertelde een goede vriend van mij dat hij bij iemand was en zag dat mijn naam in zijn computer stond. Deze man deed iets met bankpassen. Ik kreeg het adres van die man en ben naar hem toe gegaan. Toen ik bij hem was, zei ik dat ik kwam om zaken te doen. [nummer] is mijn oude bankrekeningnummer.

19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 1 december 2015, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :
U laat mij een foto zien. Ik zeg u dat dit hem is. Ik kreeg van een vriend te horen dat er iemand was die heel snel geld kon maken.

De rechtbank merkt op dat de persoon op de aan [naam] getoonde foto, die als bijlage bij dit proces-verbaal van verhoor is gevoegd, gelijkenis vertoont met verdachte [verdachte] .

20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van stemherkenning van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 1 december 2015, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

Op 18 november 2015 en op 1 december 2015 hoorde ik op het politiebureau [naam] . Daarvoor had ik hem twee keer telefonisch gesproken. Uit het onderzoek [naam] is gebleken dat het telefoonnummer [nummer] drie keer op de tap voor kwam. Door degene die deze gesprekken heeft uitgeluisterd werd de stem herkend van [verdachte] . Het gaat om sessienummers 390, 578 en 607 van de tap die aangesloten was op telefoonnummer [nummer] . Dit telefoonnummer was in gebruik bij [verdachte] . Op 1 december 2015 werden de genoemde sessienummers door mij uitgeluisterd. Ik herkende de stem [naam] . Ik hoorde aan het stemgeluid van [naam] dat deze overeenkwam met de stem van verdachte [naam] .

De drie geluidsfragmenten van de genoemde sessienummers zijn schriftelijk uitgewerkt en gevoegd als bijlage bij dit proces-verbaal.

21. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 26 januari 2015, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

Op 25 januari 2015 werden op vordering van de officier van justitie door Rabobank Leeuwarden de bankafschriften van IBAN rekeningnummer [nummer] verstrekt. Ik zag dat de rekening op naam stond van [naam] . Ik zag op de bankafschriften dat op 8 december 2014 geld werd bijgeschreven ter zake koop kaarten U2, te weten:

08-12 cb [nummer] [naam] E230,00 2 kaarten U2 [naam] Transactiereferentie 436839900.

Door mij, verbalisant, werd gekeken of [naam] voorkwam in de tapgesprekken in het onderzoek [naam] . Door mij werd een zoekslag op achternaam in de tapgesprekken uitgevoerd. Ik zag daarbij de volgende hit: in sessie 490 koopt [naam] 2 kaarten voor U2.

Bijlage 1: rekeningafschrift van [naam] met storting van € 230,00 door [naam] .

Bijlage 5: tapgesprek [naam] .

22. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 25 november 2015, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] ;

Mijn bankrekeningnummer was [nummer] .

23. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 1 april 2015, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 538 van map II, inhoudende als verklaring van [naam] :

Halverwege november 2014 kwam [naam] met ene [naam] bij mijn woning aan de [straatnaam] te Leeuwarden. [naam] is een maand gebleven. Ik heb [naam] de beschikking over mijn bankpas en pincode gegeven. Dit betrof een bankpas van de ING-bank met rekeningnummer [nummer] . Hij heeft mijn bankpas een week gehad. In die tijd heeft hij elke dag geld gepind. Ik heb [naam] constant bezig gezien met zijn laptop. Ik heb gezien dat hij altijd bezig was met Marktplaats. Hij reageerde ook op advertenties van personen die op zoek waren naar tickets. Hij had telefonisch contact met de personen van Marktplaats. Ik heb een keer gehoord dat hij tegen iemand zei dat hij bij de luchtmacht werkte en dat ze met een aantal collega’s naar het optreden zouden gaan. Echter werden ze opgeroepen om naar Afghanistan te gaan, waardoor de kaartjes beschikbaar waren. Hij gaf aan dat het dus wel goed zat en dat hij zijn baan niet wilde verliezen. Hij wilde dat de mensen het geld vooruit zouden betalen. Ik heb gezien dat er in een week tijd in totaal enkele honderden euro’s zijn overgemaakt door personen die ik niet ken. Het betroffen steeds bedragen tussen de 50 en 100 euro. Pas aan het einde van de maand dat [naam] bij mij verbleef kwam de moordzaak in [straatnaam] in de publiciteit. Toen vertelde [naam] mij dat hij [verdachte] heette. [naam] maakte gebruik van meerdere simkaarten. Toen ik merkte dat hij vaak van telefoonnummer wisselde ben ik de simkaarten gaan verzamelen. Ik heb de simkaarten en de plastic omhulsels uit de prullenmand gevist en bewaard. Deze zijn door de politie in beslag genomen. De laptop van [verdachte] , die na zijn aanhouding bij mij thuis was blijven liggen, is ook door de politie in beslag genomen.

24. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 13 januari 2015, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 175 van map I, inhoudende als verklaring van de verbalisant:
Op 16 december 2014 ben ik met inspecteur [naam] naar de woning van [naam] gegaan. In de woning wees [naam] ons een laptop aan en verklaarde dat dit de laptop van [verdachte] betrof. Deze laptop werd door ons in beslag genomen. [naam] overhandigde ons een plastic zakje waarvan hij verklaarde dat er allemaal SIM-kaartjes in zaten die eigendom waren van [verdachte] . [naam] had deze uit de prullenbak gehaald. Het plastic zakje met de SIM-kaartjes werd door ons in beslag genomen.

25. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 27 oktober 2015, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 212 van map I, inhoudende als verklaring van de verbalisant:
Op 16 december 2014 is in de woning aan de [straatnaam] te Leeuwarden in beslag genomen een betaalpas van de ING Bank op naam van [naam] , rekeningnummer [nummer] .

26. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 2 december 2015, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

In het onderzoek [naam] zijn 14 SIM-kaarten in beslag genomen die eigendom zijn van verdachte [verdachte] . De bijbehorende telefoonnummers zijn door mij opgezocht in de excellijst waarin alle aangiftes zijn verwerkt van dit onderzoek. Ik zag dat in deze lijst 7 SIM-kaarten voorkwamen. Het ging om de SIM-kaarten met de telefoonnummers: [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] .

27. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 10 december 2015, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

De inbeslaggenomen laptop van [verdachte] is overgedragen aan een medewerker van de afdeling digitale expertise en de gegevens zijn hierbij veiliggesteld. Ik heb een zoekslag in deze gegevens gemaakt met betrekking tot Marktplaats. De verkregen gegevens zijn onderverdeeld in verschillende groepen/lijsten. Dit betreft onder meer de lijst Rebuilt Webpages. Dit betreft een overzicht van de URL waarbij de webpagina opnieuw kan worden bekeken. Deze lijst bevat allemaal webpagina’s met advertenties van de site www.marktplaats.nl.

Bijlage: lijst Rebuilt Webpages.

Op grond van voormelde bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich ten aanzien van de aangevers [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] , [naam] en [naam] heeft schuldig gemaakt aan Marktplaatsoplichting. De aangevers hebben via Marktplaats kaarten besteld voor concerten, een show en een pretpark en geld overgemaakt, waarbij vervolgens geen van allen het bestelde geleverd heeft gekregen. In de advertenties voor deze kaartjes stond telkens als wederpartij [naam] vermeld en een op zijn naam gesteld rekeningnummer. Op dit rekeningnummer hebben voormelde aangevers het te betalen bedrag voor de kaarten overgemaakt. Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen valt af te leiden dat de telefoonnummers die bij de advertentie werden vermeld of waar aangevers contact mee hebben gehad steeds telefoonnummers betreft die in het door verdachte gebruikte en bij hem in beslag genomen telefoontoestel zijn gebruikt en/of overeenkomen met de in de woning waar hij verbleef aangetroffen Sim-kaartjes. Bovendien is de stem van verdachte in een aantal gevallen herkend als deelnemer aan met aangevers gevoerde telefoongesprekken. Voorts is op de onderzochte laptop van verdachte een lijst aangetroffen met webpagina’s met advertenties van de site van Marktplaats en is in de woning waar hij verbleef een bankpas op naam van [naam] aangetroffen. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte zich heeft voorgedaan als [naam] en acht, mede gelet op de verklaring van [naam] , bewezen dat verdachte de valse hoedanigheid van bonafide aanbieder van kaarten heeft aangenomen.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte voormelde Marktplaatsoplichtingen tezamen en in vereniging heeft gepleegd met [naam] . Daartoe verwijst de rechtbank naar de hiervoor opgenomen verklaringen van [naam] en naar bewijsmiddel 20. Uit dit bewijsmiddel blijkt van de betrokkenheid van [naam] bij een drietal telefoongesprekken met verdachte. Gezien de schriftelijke uitwerking van deze gesprekken hadden deze gesprekken betrekking op activiteiten ten aanzien van de Marktplaatsoplichtingen.

De rechtbank acht tevens bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de oplichting van aangever [slachtoffer7] waarbij [naam] het geld voor de kaarten van U2 heeft overgemaakt op het in de advertentie vermelde rekeningnummer op naam van [naam] . De rechtbank acht echter onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig voor de betrokkenheid van [naam] bij deze oplichting.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde past de rechtbank de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 1 maart 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Toen ik in oktober 2015 met verlof ging, ben ik naar de woning van [slachtoffer1] gegaan. Ik ben daar op vrijdag gekomen en ben een aantal dagen gebleven. [slachtoffer2] was ook bij [slachtoffer1] . [naam] was daar al een tijd.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Oost-Brabant d.d. 7 november 2015, nummer PL2100-2015248338-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer16] :

Op 4 november 2015 zag ik op Marktplaats 3 kaarten voor een concert van de Foo Fighters aangeboden worden door [naam] . Er stond een telefoonnummer bij de advertentie. Dit nummer betrof 0682701223. Ik heb gebeld en met [naam] afgesproken dat ik 214,50 euro zou geven voor de kaarten. Via sms stuurde hij mij zijn rekeningnummer zodat ik het geld kon overmaken. Zijn nummer betrof [nummer] . Ik heb 214,50 euro overgemaakt naar dit nummer. Toen ik het geld had overgemaakt, kon ik via mijn telefoon zien dat de IBAN op naam stond van [slachtoffer2] . Ik heb [naam] direct gebeld om te zeggen dat ik het geld had overgemaakt. Hij gaf aan dat hij mij zou mailen met de tickets en dat hij daarbij een kopie van zijn ID-bewijs zou voegen. Ik heb geen mail van hem ontvangen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 18 december 2015, nummer PL2600-2015066627-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer17] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: achternaam: [naam] ;

advertentietitel: 4 kaarten Foo Fighters;

conflict: concertkaarten gekocht via Marktplaats maar de advertentie is direct verwijderd na een telefoontje; geld overgemaakt maar niets ontvangen en telefoon werd niet meer opgenomen.

datum betaling: 5-11-2015;

aankoopbedrag: 150 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [slachtoffer2] .

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 18 december 2015, nummer PL2600-2015065703-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [naam] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: naam: [slachtoffer2] ;

advertentietitel: Logitech G25 racestuur;

conflict: op 5 november heeft mijn moeder 65 euro overgemaakt naar [slachtoffer2] met bankrekeningnummer [nummer] voor een Logitech racingwheel. Het zou bezorgd worden via DHL en het is er nog steeds niet. Het mobiele nummer wordt niet meer opgenomen.

datum betaling: 5-11-2015;

aankoopbedrag: 65 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [slachtoffer2] .

Bijlage bij deze aangifte: een overschrijvingsbewijs met een handgeschreven notitie van [naam] (moeder van [naam] ): omdat [naam] minderjarig is, heeft hij eerst € 65,- van zijn Rabobank spaarrekening overgemaakt naar mij. Vervolgens heb ik het bedrag overgemaakt naar [slachtoffer2] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 14 januari 2016, nummer PL2600-2015063406-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer19] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: naam: [slachtoffer1] ;

advertentietitel: Philips Hue led lampen;

conflict: lampen zijn niet verstuurd. Telefonisch contact gehad. Hij lachte en zei dat hij het geld gebruikt had om crack te kopen en dat ik naar mijn geld kon fluiten.

datum betaling: 29 oktober 2015;

aankoopbedrag: 106,75 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [slachtoffer1] .

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 14 januari 2016, nummer PL2600-2015063432-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer20] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: naam: [slachtoffer1] ;

advertentietitel: Kobo Glo e-reader;

conflict: via Marktplaats heb ik contact gezocht met [naam] . Hij wilde graag buiten Marktplaats om e-mailen en nam contact met mij op via [email] . Via de mail kwamen we een prijs overeen voor de aangeboden Kobo Glo E-reader van 60 euro. Een prijs die vergelijkbaar is met andere e-readers op Marktplaats. Ik heb het geld overgemaakt naar [nummer] tnv [slachtoffer1] . De e-reader is niet geleverd en de aanbieder reageert niet op toenaderingen van mijn kant.

datum betaling: 31 oktober 2015;

aankoopbedrag: 60 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [slachtoffer1] .

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 14 januari 2016, nummer PL2600-2015064190-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer21] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: naam: [slachtoffer1] ;

advertentietitel: Apple I-pod Classic 80;

conflict: nadat we een akkoord hadden bereikt over de aanschafprijs van 70 euro wilde [naam] mijn persoonlijke mailadres hebben voordat hij zijn rekeningnummer wilde doorgeven omdat hij door eerdere slechte ervaringen had geleerd. Hij reageerde met een mailadres van [naam] en ik heb hem nog gevraagd waar [naam] was gebleven, waarop hij aangaf dat hij via een account van zijn zwager mailde. Na het betalen van het bedrag heb ik niets meer vernomen en reageert hij niet meer op mails.

datum betaling: 2 november 2015;

aankoopbedrag: 70 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [slachtoffer1] .

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Landelijke Eenheid d.d. 14 januari 2016, nummer PL2600-2015063418-1, opgenomen in voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer22] :

Ik doe aangifte van oplichting. Hieronder volgen enkele gegevens over:

wederpartij: naam: [naam] ;

advertentietitel: Foo Fighters;

conflict: er stond een mobiel nummer bij de advertentie dat ik meteen heb gebeld. Tijdens het gesprek met [naam] een prijs overeengekomen van 90 euro per stuk en afgesproken dat hij de e-tickets zou e-mailen zodra hij het geld binnen zou hebben. Ik bood aan om het geld meteen over te maken en een screenprint te sturen naar zijn e-mail ter bewijs. De screenshot heb ik naar zijn mobiele nummer gestuurd met de mededeling dat ik op zijn mailtje wacht. Zijn mail heb ik tot op heden niet ontvangen.

datum betaling: 3 november 2015;

aankoopbedrag: 180 euro;

bankrekeningnummer wederpartij: [nummer] ;

naam rekeninghouder wederpartij: [naam] .

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 19 november 2015, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 542 van map II, inhoudende als verklaring van [slachtoffer1] :
Ik woon met [naam] aan de [straatnaam] in Groningen. Midden oktober werd ons door [naam] gevraagd of [naam] [opmerking rechtbank: de rechtbank begrijpt dat getuige hiermee, en met de namen “ [naam] ” en “ [naam] ”, verdachte [naam] bedoelt] een paar nachten bij ons mocht slapen. Een week later kwam [verdachte] . Ik hoorde hem zeggen dat hij een collega was van [naam] . Ik hoorde [naam] zeggen dat ze collega’s waren. Ik zag en hoorde dat [verdachte] en [naam] bezig waren met internetoplichting. Elke dag werden er 20 a 30 mensen opgelicht door middel van het verkopen van tickets en spullen. Dit werd echter niet verstuurd. Dit weet ik omdat ik [verdachte] en [naam] hierover grapjes hoorde maken. Het geld van de tickets en spullen werd gestort op een rekening van een bekende van [verdachte] en [naam] . Ik hoorde dat ze problemen hadden met bankpassen van andere mensen. Ik zag dat ze mijn ABN AMRO pas pakten. Na verloop van tijd werd mijn pas geblokkeerd. Ik heb toen een nieuwe pas aangevraagd. Ik moest van [verdachte] geld gaan pinnen. Ik kreeg een vergoeding van 20 euro voor het pinnen van het geld.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 4 februari 2016, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 546 van map II, inhoudende als verklaring van [slachtoffer1] :

[naam] had een laptop bij zich. Hij had een kaartje van Lebara gekocht waar data op staat. Ik zag dat [naam] op Marktplaats zat en advertenties plaatste voor kaartjes van shows die er aan kwamen. Zodra er een betaling kwam werden die kaartjes niet verstuurd. Toen [verdachte] kwam, ging [naam] gelijk met hem op de laptop via Marktplaats advertenties plaatsen. Ze hielden zich samen bezig met de handel. Ze waren bezig met het regelen van bankpasjes. Als er weer een bankpasje plofte, dat wil zeggen dat de rekening geblokkeerd was, moest er weer een ander pasje komen. Ze gaven [naam] geld en drugs. Ze gebruikten steeds pasjes van gebruikers die centen konden gebruiken. [naam] zei dat er geld op mijn rekening werd gestort en dat ik het er gelijk af moest halen. Ik kreeg te horen hoeveel geld ik moest pinnen en moest gelijk terug komen naar huis. Dit is een keer of tien gebeurd.

11. Een proces-verbaal van verhoor getuige van de rechter-commissaris van de rechtbank Noord-Nederland d.d. 27 oktober 2016, toegevoegd aan voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer1] :

Ik hoorde dat er mensen belden die waren gedupeerd. Die mensen werden uitgescholden. [verdachte] en [naam] waren voortdurend bezig op de laptop van [naam] . Mijn nieuwe bankpasje is opnieuw in handen van [naam] gekomen. Ik weet dat [naam] zijn pas ook is kwijt geweest en dat zijn pas is gebruikt op dezelfde manier als die van mij. Op een gegeven moment was het scherm van [naam] zijn laptop kapot. Hij mocht mijn beeldscherm gebruiken. Ik heb niet door gehad dat hij het beeldscherm had meegenomen.

12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 23 december 2015, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 499 van map II, inhoudende als verklaring van [slachtoffer2] :

Ik woon met [naam] [slachtoffer1] samen aan de [straatnaam] te Groningen. [naam] vroeg of [naam] [opmerking rechtbank: de rechtbank begrijpt dat getuige hiermee verdachte [naam] bedoelt] bij ons kon blijven. Dat kon. Opeens stond [verdachte] voor de deur. Hij zei dat hij voor [naam] kwam en dat hij samen met [naam] een aantal dagen zou blijven. Ik zag dat [naam] en [verdachte] met iets aan de slag gingen. Ze vertelden dat ze met de verkoop van kaartjes voor onder andere festivals bezig waren. Maar ook wel eens laptops, telefoons en dergelijke. Ze hadden zoveel mogelijk telefoonnummers nodig. Ze wisselden zelf heel vaak van simkaart. Het geld kwam binnen maar de kaartjes c.q. artikelen werden nooit verstuurd door [verdachte] of [naam] . Ze vroegen aan mij of ze geld op mijn bankrekening mochten storten. Hier heb ik aan meegewerkt. We hebben af en toe geld gekregen van [verdachte] en [naam] .

13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord-Nederland d.d. 2 februari 2016, opgenomen in voornoemd dossier op pagina 501 van map II, inhoudende als verklaring van [slachtoffer2] :

[verdachte] en [naam] lieten mensen terugbellen op de telefoon van [slachtoffer1] . Dat waren mensen die benaderd waren via internet. Zij hadden via internet spullen gekocht en geld overgemaakt maar er waren geen spullen. [slachtoffer1] stelde ze wel eens gerust dat de spullen kwamen. Zij hebben mijn bankpas gebruikt. Ze hebben mensen geld laten storten op mijn bankrekening en dat geld heb ik moeten pinnen. Ik moest het geld aan hun afgeven. [verdachte] verdeelde het geld met [naam] .

14. Een proces-verbaal van verhoor getuige van de rechter-commissaris van de rechtbank Noord-Nederland d.d. 20 december 2016, toegevoegd aan voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer2] :

[verdachte] en [naam] hebben mij verteld dat ze mensen spullen verkochten, maar dat ze die spullen niet leverden zodra er geld was overgemaakt op mijn rekeningnummer. [verdachte] en [naam] gingen goed met elkaar om. Ze zaten om beurten achter de laptop. Toen [verdachte] om pasjes vroeg, vertelde hij ons wat hij ermee ging doen. Ik heb mijn pasje aangeboden toen [verdachte] er al was.

15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal bankafschriften [slachtoffer1] d.d. 19 januari 2016, opgenomen in voormeld dossier op pagina 291 van map I, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

Naar aanleiding van de aangifte van [naam] [slachtoffer1] heb ik de bankafschriften opgevraagd vanaf de periode 25 oktober 2015 tot en met 16 november 2015. De rekening betreft een ABN AMRO leefgeld rekening voorzien van rekeningnummer [nummer] . Blijkens de bankafschriften werd er geld gestort door verschillende personen, onder meer:

- overboeking op 29-10 van € 106,75 van [slachtoffer19] voor Philips Hue lampenset;

- overboeking op 4-11 van € 180,00 van [slachtoffer22] voor tickets Foo Fighters;

- overboeking op 2-11 van € 70,00 van [slachtoffer21] ;

- overboeking op 2-11 van € 60,00 van [slachtoffer20] voor E-reader.

16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 januari 2016, opgenomen in voormeld dossier op pagina 304 van map I, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

Naar aanleiding van de aangifte/verklaring van [naam] [slachtoffer2] heb ik de bankafschriften opgevraagd vanaf de periode 25 oktober 2015 tot en met 16 november 2015. Het rekeningnummer betreft [nummer] en staat geregistreerd onder [bedrijfsnaam] met betrekking tot beschermingsbewindvoering. Blijkens de bankafschriften werd er geld gestort door verschillende personen, onder meer:

- overboeking op 5-11-2015 van € 150,00 van [slachtoffer17] voor Foo Fighters;

- overboeking op 5-11-2015 van € 65,00 van [naam] voor Logitech G25 racingwheel;

- overboeking op 4-11-2015 van € 214,50 van [slachtoffer16] voor Foo Fighters.

17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 februari 2016, opgenomen in voormeld dossier op pagina 611 van map II, inhoudende als verklaring van de verbalisanten:

Op 8 februari 2016 meldden wij, verbalisanten, ons bij perceel [straatnaam] te Assen waar wij door [naam] werden binnen gelaten. Wij vorderden de uitlevering van voor inbeslagname vatbare voorwerpen die door verdachte [naam] vermoedelijk waren gebruikt voor het plegen van de misdrijven afpersing en oplichting. [naam] J. [naam] vertelde ons dat wij op de bovenste kamer in zijn woning moesten gaan kijken, omdat dat de kamer was waar [naam] verbleef voor zijn aanhouding. Wij troffen in de openstaande kamer 2 laptops, 3 simkaarten, een dongel inclusief simkaart en een computerscherm aan welke door ons in beslag zijn genomen.

18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 februari 2016, opgenomen in voormeld dossier op pagina 444 van map II, inhoudende als verklaring van de verbalisant:

Van beide inbeslaggenomen laptops, eigendom van [naam] , zijn de harde schijven gekopieerd. Ik, verbalisant, heb deze harde schijven onderzocht op relevante informatie met betrekking tot internetoplichting in samenhang met de aangiften van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] . Ik trof op een van de laptops een afbeelding van een bewijs van overschrijving aan, welke ziet op een Logitech G25 racingwheel van € 65. Ik heb twee bestanden aangetroffen die lijsten betreffen met heel veel verschillende emailadressen van diverse personen. Daarnaast staan er advertentieteksten voor Marktplaatsadvertenties. In deze teksten worden verschillende emailadressen gebruikt en verwezen naar bepaalde personen met rekeningnummers waar het geld naartoe gestort kan worden. Ik zag dat in beide bestanden het emailadres [email] voorkomt. Op de laptop staan diverse lijsten met opsommingen van diverse emailadressen en verwijzingen naar URL van Marktplaats.nl. Ook staan er afbeeldingen/printscreens van uiteenlopende goederen en tickets.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht op grond van voormelde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte [naam] heeft schuldig gemaakt aan de in de tenlastelegging opgenomen Marktplaatsoplichtingen, gepleegd vanuit de woning van [slachtoffer1] en waarbij de bankpassen en bankrekeningen van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] zijn gebruikt.

Het wettig bewijs voor deze oplichtingen wordt in hoofdzaak gevormd door de verklaringen van [slachtoffer1] en [naam] [slachtoffer2] . Daarbij overweegt de rechtbank dat [slachtoffer1] en [slachtoffer2] consistente verklaringen hebben afgelegd over de door verdachte en medeverdachte [naam] gepleegde oplichtingen. Dat de rechtbank haar twijfels heeft geuit over de verklaringen van [slachtoffer1] en [slachtoffer2] met betrekking tot de gestelde afpersing maakt dat niet anders, nu hun verklaringen op het punt van de internetoplichting wel consistent zijn, en daarmee geloofwaardig.

De rechtbank heeft ook de overtuiging dat verdachte voormelde oplichtingen heeft gepleegd, omdat de bij dit feit gebruikte specifieke werkwijze – het plaatsen van advertenties op Marktplaats voor makkelijk per post of internet verstuurbare goederen in combinatie met het gebruik van de identiteit en bankrekeningen van katvangers voor het contact met de potentiële kopers en de betalingen – nagenoeg volledig overeenkomt met de werkwijze die eerder is gebruikt bij het onder 2 ten laste gelegde feit, waarvoor de rechtbank verdachte bij onderhavig vonnis veroordeelt. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het dossier onmiskenbaar dat verdachte zich voortdurend heeft beziggehouden met het, op een zelfde wijze, plegen van Marktplaatsoplichtingen als ten laste gelegd onder 2 en 3, waarbij beide feitencomplexen slechts onderbroken werden door de detentie van verdachte.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

2.

hij in de periode van 1 december 2014 tot 9 december 2014 te Leeuwarden,

tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid hierna te noemen aangevers/gedupeerden, te weten:

a. a) [slachtoffer3] (€30 voor kaarten voor 'Ik hou van Holland') en

b) [slachtoffer4] (€200 voor kaarten voor de Winterefteling) en

c) [slachtoffer5] (€60 voor kaarten voor Kensington) en

d) [slachtoffer6] (€100 voor kaarten voor Metalmeeting Eindhoven) en

f) [slachtoffer8] (€300 voor kaarten Manifesto) en

g) [naam] (€55 voor kaarten voor Nye Vredenburg Tivoli) en

h) [slachtoffer10] (€220 voor kaarten voor U2) en

[naam] i) [slachtoffer11] (€240 voor kaarten voor U2) en

j) [slachtoffer12] (€200 voor kaarten voor U2) en

k) [slachtoffer13] (€60 voor kaarten voor Kensington) en

l) [slachtoffer14] (€176 voor kaarten voor Metalmeeting Eindhoven) en

m) [slachtoffer15] (€60 voor kaarten voor Supersized Freestyle feest)

heeft bewogen tot de afgifte van bovengenoemde geldbedragen, hebbende verdachte en/of zijn mededader toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als aanbieder(s) en/of verkoper(s) van bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaarten op de internetsite Marktplaats.nl en

- gebruik gemaakt van de identiteit en of de/het bankrekening(nummer) van katvanger [naam] ;

- zich voorgedaan als bonafide verkoper(s) en

- de indruk gewekt dat hij/zij bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaart(en) in het bezit had(den) en

- voornoemde aangevers/gedupeerden voorgehouden/beloofd dat hij/zij bovengenoemde concert-/festival-evenementkaart(en) zou(den) leveren na betaling/overschrijving op het rekeningnummer van bovengenoemde katvanger

terwijl hij, verdachte, en zijn mededader niet in het bezit waren van voornoemde concert-/festival-/evenementkaarten, waardoor bovengenoemde aangevers werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

EN

hij in de periode van 1 december 2014 tot 9 december 2014 te Leeuwarden,

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid hierna te noemen aangever/gedupeerde, te weten:

[slachtoffer7] (€230 voor kaarten voor U2)

heeft bewogen tot de afgifte van bovengenoemd geldbedrag, hebbende verdachte toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als aanbieder en/of verkoper van bovengenoemde concertkaarten op de internetsite Marktplaats.nl en

- gebruik gemaakt van de identiteit en de/het bankrekening(nummer) van katvanger [naam] ;

- zich voorgedaan als bonafide verkoper en

- de indruk gewekt dat hij bovengenoemde concertkaarten in het bezit had en

- voornoemde aangever/gedupeerde voorgehouden/beloofd dat hij bovengenoemde concertkaarten zou leveren na betaling/overschrijving op het rekeningnummer van bovengenoemde katvanger

terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van voornoemde concertkaarten,

waardoor bovengenoemde aangever werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij in de periode van 25 oktober 2015 tot en met 5 november 2015 te Groningen,

tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid hierna te noemen aangevers/gedupeerden, te weten:

a. a) [slachtoffer16] (€214,50 voor kaarten voor de Foo Fighters)

b) [slachtoffer17] (€150 voor kaarten voor de Foo Fighters)

c) [naam] / [naam] (€65 voor een Logitech G 25 Racestuur)

d) [slachtoffer19] (€106,75 voor een set Philips Hue led lampen)

e) [slachtoffer20] (€60 voor een Kobo Glo E-reader)

f) [slachtoffer21] (€70 voor een Apple I-pod Classic 80)

g) [slachtoffer22] (€180 voor kaartjes voor de Foo Fighters)

heeft bewogen tot de afgifte van bovengenoemde geldbedragen, hebbende verdachte en/of zijn mededader toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als aanbieders en/of verkopers van bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaarten en/of goederen op de internetsite Marktplaats.nl en

- gebruik gemaakt van de identiteit en de bankrekeningnummers van zogenoemde "katvangers", te weten:

a. a) [slachtoffer1]

b) [slachtoffer2]

- zich voorgedaan als bonafide verkopers en

- de indruk gewekt dat zij bovengenoemde concert-/festival-/evenementkaarten en/of goederen in het bezit hadden en

- voornoemde aangevers/gedupeerden voorgehouden/beloofd dat zij bovengenoemde concert-/festival-evenementkaarten en goederen zouden leveren na betaling/overschrijving op het rekeningnummer van bovengenoemde katvangers

terwijl hij, verdachte, en zijn mededader niet in het bezit waren van voornoemde concert-/festival-/evenementkaarten en goederen, waardoor bovengenoemde aangevers werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

2. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

EN

oplichting;

3. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige schulduitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 317 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft verbleven.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte voor het onder 2 ten laste gelegde, gezien de ouderdom van deze zaak, dient te worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van enkele maanden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, alleen of samen met medeverdachte [naam] , schuldig gemaakt aan een twintigtal gevallen van Marktplaatsoplichting. Door deze oplichting zijn veel personen bedrogen uitgekomen. Zij betaalden voor kaartjes of goederen die zij dachten via Marktplaats te verkrijgen, maar die ze nooit geleverd kregen. Dit is ook de algehele beeldvorming over sites als Marktplaats.nl niet ten goede gekomen en heeft het vertrouwen in het gebruik van dergelijke sites negatief beïnvloed. Bovendien heeft verdachte bij het plegen van de feiten gebruik gemaakt van kwetsbare personen die veelal in geldnood verkeerden en vanuit deze situatie hun medewerking aan verdachte hebben verleend.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het

hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor oplichtingsfeiten. Deze omstandigheden rechtvaardigen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van substantiële duur en deze zal de rechtbank dan ook aan verdachte opleggen.

Benadeelde partijen feit 2

De volgende benadeelde partijen hebben zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem/haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust:

[slachtoffer3] ; [naam] ; [slachtoffer5] ; [slachtoffer6] ; [slachtoffer7] ; [slachtoffer8] ; [naam] ; [slachtoffer10] ; [naam] ; [slachtoffer15] .

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen, waarbij de schadevergoedingsmaatregel telkens wordt toegepast.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële vorderingen van de benadeelde partijen voor toewijzing in aanmerking komen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de door [slachtoffer3] (€ 30,00), [naam]

(€ 200,00), [slachtoffer5] (€ 60,00), [slachtoffer6] (€ 100,00), [slachtoffer7] (€ 230,00),

[slachtoffer8] (€ 300,00), [naam] (€ 50,00), [slachtoffer10] (€ 220,00) en [slachtoffer15]

(€ 60,00) gestelde materiële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht deze vorderingen, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. Met uitzondering van de vordering van [naam] wijst de rechtbank deze vorderingen hoofdelijk toe.

Ten aanzien van de vordering van [naam] is de rechtbank van oordeel dat de gestelde schade tot een bedrag van € 60,00 voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht dit deel van de vordering, dat niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar. De rechtbank is van oordeel dat [naam] in het overige deel van de vordering ten bedrage van € 100,00 niet-ontvankelijk is nu dit deel geen door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks toegebrachte schade betreft.

Ten aanzien van de toegewezen vorderingen en het toegewezen deel van de vordering van [naam] acht de rechtbank telkens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Benadeelde partijen feit 3

De volgende benadeelde partijen hebben zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem/haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust:

[slachtoffer16] ; [naam] ; [slachtoffer19] ; [slachtoffer20] ; [slachtoffer22] .

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de raadsman hebben gevorderd dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, omdat verdachte van het onder 3 ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de door [slachtoffer16] (€ 214,50), [slachtoffer19] (€ 106,75), [slachtoffer20] (€ 60,00) en [slachtoffer22] (€ 180,00) gestelde materiële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht deze vorderingen, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

Ten aanzien van de vordering van [naam] is de rechtbank van oordeel dat de gestelde materiële schade tot een bedrag van € 65,00 voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht dit deel van de vordering, dat niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar. Voor wat betreft de gevorderde immateriële schade van € 500,-- overweegt de rechtbank dat het op zichzelf begrijpelijk is dat het handelen van verdachte gevoelens van teleurstelling en boosheid heeft opgewekt, maar dat niet is komen vast te staan dat bij het slachtoffer sprake is van concreet psychisch lijden waarvoor schadevergoeding gerechtvaardigd is.

Ten aanzien van de toegewezen vorderingen en het toegewezen deel van de vordering van Van der Veen acht de rechtbank telkens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Benadeelde partijen feit 4

De volgende benadeelde partijen hebben zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem/haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 4 ten laste gelegde feit:

[slachtoffer28] ; [slachtoffer27] ; [slachtoffer33] ; [slachtoffer30] ; [slachtoffer35] .

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de raadsman hebben gevorderd dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, omdat verdachte van het onder 4 ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het feit waaruit de schade van [slachtoffer28] , [slachtoffer27] , [slachtoffer33] , [slachtoffer30] en [slachtoffer35] zou zijn ontstaan niet bewezen. Deze benadeelde partijen zullen derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering. Zij kunnen deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 en 4 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van tien (10) maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer3] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 30,00 (zegge: dertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer3] te betalen een bedrag van € 30,00 (zegge: dertig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer3] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] te betalen een bedrag van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer5] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer5] te betalen een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer5] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer6] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer6] te betalen een bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer6] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer7] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 230,00 (zegge: tweehonderddertig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 december 2014. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer7] te betalen een bedrag van € 230,00 (zegge: tweehonderddertig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 december 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer7] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer8] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 300,00 (zegge: driehonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 december 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer8] te betalen een bedrag van € 300,00 (zegge: driehonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 december 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer8] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 50,00 (zegge: vijftig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 december 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] te betalen een bedrag van € 50,00 (zegge: vijftig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 december 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer10] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 220,00 (zegge: tweehonderdtwintig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 december 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer10] te betalen een bedrag van € 220,00 (zegge: tweehonderdtwintig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 december 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer10] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer15] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 december 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer15] te betalen een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 december 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer15] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2014, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Bepaalt dat [naam] voor het overige in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] te betalen een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2014, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer16] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 214,50 (zegge: tweehonderdveertien euro en vijftig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 november 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer16] te betalen een bedrag van € 214,50 (zegge: tweehonderdveertien euro en vijftig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 november 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer16] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer19] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 106,75 (zegge: honderdzes euro en vijfenzeventig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer19] te betalen een bedrag van € 106,75 (zegge: honderdzes euro en vijfenzeventig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer19] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer20] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer20] te betalen een bedrag van € 60,00 (zegge: zestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer20] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer22] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 180,00 (zegge: honderdtachtig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer22] te betalen een bedrag van € 180,00 (zegge: honderdtachtig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer22] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 65,00 (zegge: vijfenzestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 november 2015, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Bepaalt dat [naam] voor het overige in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam] te betalen een bedrag van € 65,00 (zegge: vijfenzestig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 november 2015, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer28] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer27] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer33] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij [naam][naam] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer35] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. C.M.M. Oostdam en

mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. P.T.M. van der Lelie, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 maart 2017.

Mrs. Oostdam, Sikkema en Van der Lelie zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.