Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:585

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
21-02-2017
Zaaknummer
18/730250-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 17 februari 2017 een man veroordeeld voor een aanranding binnen een vertrouwensrelatie en een verkrachting. Met name door het tweede feit heeft verdachte op brute wijze de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Verdachte heeft daarbij het vertrouwen van beide slachtoffers ernstig geschaad.

Aan verdachte is een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden opgelegd. Tevens wordt verdachte gedurende vier jaren ontzet uit het recht om het beroep van sport- en ontspanningsmasseur uit te oefenen. Tot slot dient verdachte beide slachtoffers een schadevergoeding van respectievelijk € 1.152,60 en € 2.252,44 te betalen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2008-02-01
Wetboek van Strafrecht 242, geldigheid: 2011-01-01
Wetboek van Strafrecht 246, geldigheid: 2002-04-01
Wetboek van Strafrecht 251, geldigheid: 2010-10-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730250-16

ter berechting gevoegd parketnummer 18/730023-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 februari 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 03 februari 2017.

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. Jepkema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 23 februari 2015 te [pleegplaats] ,(althans) in de gemeente

Leeuwarden, door een feitelijkhe(i)d(en), [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, bestaande uit het betasten, althans aanraken, van de/het bedekte

schaamstreek/kruis van die [slachtoffer 1] en bestaande die feitelijkhe(i)d(en) hieruit dat verdachte opzettelijk als

sport- en/of ontspanningsmasseur (in opleiding) in het kader van een

behandeling/massage die [slachtoffer 1] in een afhankelijkheidsrelatie met hem,

verdachte, heeft gebracht en/of (vervolgens) (zo) plotseling en/of onverhoeds

en/of tegen de wil van die [slachtoffer 1] de/het bedekte schaamstreek/kruis heeft

betast/aangeraakt;

Subsidiair

hij op of omstreeks 23 februari 2015 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente

Leeuwarden, terwijl hij werkzaam was als sport- en/of ontspanningsmasseur (in opleiding)

in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1] , die zich als patiënt en/of cliënt aan

verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft hij, verdachte, tijdens een behandeling/massage - de/het bedekte schaamstreek/kruis van die [slachtoffer 1] betast/aangeraakt;

2. ( parketnummer 18/730023-16)

Primair

(parketnummer 730023/16) hij op of omstreeks 27 december 2014 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente

Leeuwarden, door een feitelijkheid/feitelijkheden, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het

ondergaan van een of meer handeling(en) die bestonden uit of mede bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] ,

hebbende verdachte meermalen, althans eenmaal, zeer onverhoeds zijn vinger(s)

in de vagina van die [slachtoffer 2] gestoken en bestaande die

feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte als sport- en/of ontspanningsmasseur (in opleiding) in het kader van een

behandeling/massage die [slachtoffer 2] in een afhankelijkheidsrelatie met hem,

verdachte, heeft gebracht en zodoende een psychisch overwicht op die [slachtoffer 2]

heeft verworven en/of (vervolgens) zeer onverhoeds en onvoorzien voor die [slachtoffer 2] zijn vinger(s) in haar

vagina heeft gestoken/geduwd/gebracht en/of daarmee een of meer heen- en

weergaande beweging(en) in de vagina heeft gemaakt, in welke psychische overwichtsituatie die [slachtoffer 2] zich niet kon en/of

durfde te verzetten en/of onttrekken tegen die seksuele handelingen van

verdachte en/of dat verdachte voornoemde handeling(en) zodanig plotseling

en/of onverhoeds heeft gepleegd dat die [slachtoffer 2] niet in staat was die

handeling(en) (voldoende en tijdig) af te weren of daartegen weerstand te

bieden;

Subsidiair

hij op of omstreeks 27 december 2014 te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente

Leeuwarden, terwijl hij werkzaam was als sport- en/of ontspanningsmasseur (in opleiding)

in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 2] , die zich als patiënt en/of cliënt

aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft hij, verdachte, tijdens een behandeling - de borsten van die [slachtoffer 2] betast/aangeraakt en/of - meermalen, althans eenmaal de schaamlippen en/of schaamstreek van die [slachtoffer 2] aangeraakt en/of - meermalen, althans eenmaal, zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht/gestoken en/of (vervolgens) heen- en weergaande beweging(en) met zijn vinger(s) gemaakt in de vagina van die [slachtoffer 2] ;

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde heeft de officier van justitie betoogd dat het primair ten laste gelegde op grond van de aangifte, de verklaring van de getuige [getuige 1] en verdachtes verklaring dat hij tijdens de massage het schaambeen van aangeefster heeft aangeraakt, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De officier van justitie is gesterkt in zijn overtuiging dat verdachte ontuchtig heeft gehandeld, doordat er kort daarvoor iets vergelijkbaars is voorgevallen. De officier van justitie duidt daarmee op het onder 2. ten laste gelegde feit.

Met betrekking tot het onder 2. ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde handelingen met een seksueel karakter bewezen kunnen worden verklaard.

Voor wat betreft de vraag hoe één en ander juridisch gekwalificeerd moet worden heeft de officier van justitie betoogd dat onder omstandigheden het onverhoeds seksueel binnendringen een feitelijkheid in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht kan opleveren.

De onderhavige aangifte geeft echter ruimte voor twijfel over de mate waarin onverhoeds is binnengedrongen door verdachte. Mede gelet op de jurisprudentie op dit punt is de aangifte naar het oordeel van de officier van justitie onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit te kunnen komen. Het subsidiair ten laste gelegde kan op grond van de aangifte, de verklaring van de getuige [getuige 2] en de GGD-rapportage wel bewezen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde heeft de raadsman betoogd dat verdachte niet heeft ontkend dat hij de schaamstreek van aangeefster heeft aangeraakt. Die aanraking was echter per ongeluk en verdachte heeft meteen sorry gezegd. Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de aanraking niet per ongeluk is gebeurd en verdachte dient derhalve van het onder 1. primair en subsidiair ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.

Ook ten aanzien van het onder 2. primair en subsidiair ten laste gelegde dient verdachte te worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de aangifte op een essentieel onderdeel niet consistent is, nu de getuige [getuige 2] heeft verklaard dat sprake zou zijn geweest van orale seks, terwijl aangeefster daar niets over heeft verklaard. Voorts heeft de raadsman betoogd dat de letselrapportage naar zijn oordeel ook weinig toevoegt, nu deze rapportage slechts aangeeft dat het letsel kan passen bij vingeren. Uit de rapportage blijkt niet zonder meer dat verdachte verantwoordelijk is voor het letsel. Het sporenonderzoek door het NFI levert een contra-indicatie op om aan te kunnen nemen dat verdachte bij aangeefster is binnengedrongen; er is immers geen massageolie aangetroffen bij aangeefster. Er is derhalve onvoldoende wettig bewijs om tot een bewezenverklaring van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde te kunnen komen. Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat de zaken over en weer niet kunnen bijdragen tot het bewijs, nu er onvoldoende specifieke gelijkenissen tussen beide aangiftes zijn aan te wijzen

Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot feit 1

De rechtbank past met betrekking tot het onder 1. primair ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 14 december 2015, met nummer 2015058288-5, opgenomen op pagina 15 e.v. van het dossier met nummer 2015058288, gesloten op 15 februari 2016, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

V: Hoe ging de massage?

A: Ik kwam daar die avond en zijn vrouw was gewoon thuis. In de garage had hij zijn praktijk gemaakt. Hij vroeg mij om mij uit te kleden. Hij vroeg aan mij of ik alles uit wilde doen. Dat deed ik niet. Ik had alles uitgedaan, op mijn slip na. Hij had mij een handdoek gegeven en die had ik omgeslagen. Ik ging op de tafel liggen en ik kreeg een normale massage. Ik lag eerst op mijn buik. Hij masseerde mijn rug en mijn nek. Later ging ik op mijn rug liggen en streek hij mij met olie over mijn bovenbenen.

Hij legde ook handdoeken op mijn benen om warm te blijven. Hij zei tegen mij dat er misschien wat olie op mijn slip zou kunnen komen en hij vroeg daarbij aan mij of ik nu snapte waarom hij mij had gevraagd om mijn slip uit te trekken. Ik wilde dat niet. Hij stond rechts van mij en ik voelde opeens zijn hand op een plek wat niet kan.

V: Waar raakte hij jou precies aan?

A: Hij raakte mij bij mijn kruis aan op mijn onderbroek. Ik voelde meteen zijn hand er op.

V: Hij praatte zachtjes en vroeg aan mij: "Vind je het ook fijn als ik dit doe?" Dat was op het moment dat hij zijn hand op mijn kruis deed. Ik deed mijn ogen open en ik zei tegen hem dat ik daar niet van gediend was. Ik schrok.

V: In het eerste gesprek heb jij tegen ons gezegd dat hij tegen jou daarover had gezegd dat hij het wel fijn had gevonden, klopt dat?

A: Hij had het blijkbaar in zijn hoofd. Hij kwam op dat moment niet goed uit zijn woorden. Hij schrok van mijn reactie en ik had zijn hand ook weg geduwd.

Ik heb tegen hem gezegd dat ik er niet van gediend was, maar ik weet niet meer precies wat hij had gezegd. Uit het feit dat hij sorry had gezegd snapte ik wel dat hij doorhad dat ik het niet leuk had gevonden. Hij had een glaasje water voor mij gehaald en ging op de massage tafel zitten en hij zei dat het tussen ons moest blijven.

V: Hoe is dit verder verlopen?

A: Ik kreeg dus een glaasje water. Een kennis zou mij ophalen. Hij liep voor mij uit naar de keuken, pakte nog wat drinken.

Ik moest nog wachten op mijn kennis die mij kwam op halen. Zijn vrouw vroeg mij hoe het was gegaan. Ik was wat kortaf en ik ben heel even aan de eettafel gaan zitten. Hij keek mij niet aan. Doordat ik even in shock was, wilde ik daar weg. Ik ben weggegaan. De kennis stond er al, ik ben in de auto gegaan en mijn kennis bracht mij naar huis. Mijn hart klopte 10 keer sneller, ik trilde.

Ik heb tegen mijn kennis gezegd dat er iets was gebeurd en ik was verdrietig. Ik heb tegen mijn kennis gezegd wat er was gebeurd. Die kennis heet [getuige 1] .

V: Hoe gaat het dan verder?

A: Die avond toen [getuige 1] nog bij mij was, heb ik contact met mijn moeder gehad. Die is

gekomen. Mijn moeder was heel boos. Die vroeg aan mij de gegevens van die man. Mijn moeder heeft [verdachte] gebeld en tegen hem gezegd dat hij er niet zo maar mee weg kon komen. Ik heb tegen mijn moeder gezegd dat ik er niet meer naar toe zou gaan. [getuige 1] heeft de sleutel

gebracht en de vrouw deed open. [getuige 1] vertelde mij dat de vrouw van [verdachte] niet blij keek.

V: Is er nog contact geweest tussen jou en [verdachte] ?

A: Ja, via Facebook, privé berichten.

V: Wat stond daar in?

A: Ik heb aangegeven wat er was gebeurd en dat hij wel wist waarom ik niet meer kwam en dat het niet kon wat hij had gedaan.

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 16 december 2015, met nummer 2015058288-6, opgenomen op pagina 46 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

V: Vertel eens hoe het tot stand kwam dat je [slachtoffer 1] daarheen bracht en wie dit dan was.

A: Het was slecht weer die dag. Het was donker en ik wilde haar daar niet op de fiets heen laten gaan. Ik heb haar aangeboden te brengen. Die man had haar een gratis massage aangeboden.

Als ze klaar was zou ze me bellen, dat ik haar op zou halen. We hadden wel een tijdstip afgesproken, maar als het eerder of later was zou ze bellen.

V: Er was dus een tijd afgesproken?

A; Ja, ik geloof dat ze er 7 uur moest zijn en ik zou dan een uur later komen om haar op te halen. Het kan ook een uurtje later zijn geweest. Maar het duurde korter.

V: Hoe kwam het dat het korter duurde?

A: Dat kreeg ik te horen in de auto, toen we daar weg reden. Ik stond er al te wachten omdat ik meestal te vroeg was.

Ze kwam overstuur naar buiten en ik vroeg: "Wat is er aan de hand?" Ze zei alleen: "Rij hier weg!"

V: Waar kon je aan merken dat ze overstuur was?

A: Haar gelaatsuitdrukking en natte ogen, ik ken haar goed.

V: Hoe gaat het dan verder?

A: Ze begon te vertellen wat er was gebeurd, dat ze onzedelijk was betast.

Diezelfde avond ben ik weer naar die woning gereden. Ik vroeg aan de vrouw die opendeed waar die flapdrol was. Ik heb haar de sleutel gegeven.

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van Politie Noord-Nederland d.d. 14 december 2015, opgenomen op pagina 63 e.v. van voornoemd dossier , inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik was [slachtoffer 1] aan het masseren. Ik wilde me omdraaien en tijdens de draai raak ik met mijn vingertoppen haar schaambeen aan.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de context, meer in het bijzonder door het uiten van de begeleidende woorden 'vind je het fijn' tijdens de aanraking, deze een ontuchtig karakter heeft waarop verdachtes opzet ook was gericht (HR 13 december 2005, ECLI:NL:HR:AU4825). De verweren van de raadsman worden daarom verworpen.

Met betrekking tot feit 2

De rechtbank past met betrekking tot het onder 2. primair ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 8 januari 2015, met nummer 2014192831-5, opgenomen op pagina 29 van het dossier met nummer 2014192831, gesloten op 30 december 2015, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :

V:Wat is er gebeurd op zaterdag 28 december 2014?

A:Het was vrijdagavond. Ik zag op Facebook staan dat er een gratis massage werd weggegeven. Ik reageerde er op. Dat was op zijn Facebook [naam facebookaccount] .

Prompt kreeg ik al een berichtje van hem op mijn Messenger of ik op zaterdag om 10:00 uur wel kon komen. Hij schreef dat het op de [adres] was. Ik moest ook maar even op zijn site kijken, dat was: [naam website] . Ik heb toen op zijn site gekeken. Het zag er allemaal netjes uit.

De volgende dag ben ik naar [pleegplaats] gereden. [verdachte] stond al in de deuropening. We liepen naar de massagekamer. Hij zei tegen mij dat ik me uit moest kleden. Hij zei ook dat ik mijn BH en onderbroek ook uit moest trekken. Ik dacht het er wel bij zou horen dus ik deed alles uit. Hij zei dat op mijn buik op de massage tafel moest gaan liggen. Hij legde een soort kussen bij mijn hoofd en hij legde een handdoek bij mijn rug en over mijn kont. Hij pakte olie. Hij begon langzaam mijn benen te masseren.

Eerst bij mijn enkels en langzaam naar boven toe. Hij deed op een gegeven moment mijn benen iets wijder. Hij zei op een gegeven moment ook: "Als ik te intiem word, dan moet je dat zeggen". Ik zei: "dat is goed". Hij ging verder door met masseren. Hij begon met mijn rechterbeen. Toen deed hij op een gegeven moment mijn benen weer wijder. Hij pakte mijn andere been. Hij pakte meer olie. Hij kwam in het gebied van mijn schaamlippen. Die raakte hij eventjes aan.

Hij zei tegen mij: "Gaat het wel?". Ik zei: "jawel, als je niet verder gaat". Toen ging hij weer verder met mijn benen. Toen hij klaar was met mijn benen pakte hij mijn rug. Hij was zo met mijn rug en schouders bezig, ik hoorde aan zijn ademhaling dat hij anders ging ademhalen. Toen hij klaar was met de rug, ik lag nog op mijn buik, zei hij: "het is hier wel warm, mag ik wat kleren uit doen?". Ik zei: "ja, dat is prima". Toen deed hij zijn kleren uit en ik keek even stiekem in de spiegel die voor mij stond. Ik zag dat hij alleen zijn onderbroek nog aan had. Ik dacht: 'shit, wat gebeurt er als ik op mijn rug moet liggen?'. Ik was bang. Ik hoopte dat het mee zou vallen. Op een gegeven moment zei hij tegen mij dat ik mij om mocht draaien. Ik lag op mijn rug. Hij begon weer met mijn benen. Hij deed mijn benen steeds meer wijder. Hij kwam steeds dichter bij mijn schaamlippen. Toen ging hij verder en toen stopte hij en zei hij ... zijn ademhaling begon anders te worden. Toen stopte hij ineens een vinger er in. Ik dacht 'wat gebeurt er hier?'

Hij hing over mij heen en zei: "Ik word zo geil van jou". Hij zei het nog een keer. Ik zei: "waarom nou?" . Toen beschermde ik mezelf. Ik heb met mijn hand zijn hand eruit proberen te duwen. Toen stopte hij. Toen ging hij verder met het masseren van mijn borsten. Hij hing weer boven mij. Hij wou me constant kussen. Ik probeerde mijn hoofd steeds weg te draaien zodat ik dat niet kreeg van hem. Hij gaf een paar kusjes op mijn borst. Hij zei ook op een gegeven moment, hij was klaar met het masseren: "Kom maar met je benen naast de tafel hangen". Toen deed ik dat. Hij probeerde ... hij omhelsde mij constant. Hij probeerde mij steeds kusjes te geven. Ik durfde niets te zeggen. Ik was bang. We waren maar met z'n tweeën in die kamer. Ik ging dus met mijn voeten naast de tafel hangen en toen zei hij: 'je mag ook wel een arm om mij heen slaan". Ik durfde dat niet. Hij bracht mijn arm om zijn schouder heen. Hij ging weer met zijn vingers in mijn vagina. Dat deed mij zeer.

V:Waarom heb je de politie gebeld?

A:Omdat hij dit bij mij gedaan had. Omdat ik me gewoon vies voelde en dat ik ontzettend veel pijn had.

V:Waar had je pijn?

A:Pijn van binnen in mijn vagina en pijn in mijn buik.

V:Wat had hij bij jou gedaan waarom je de politie belde?

A:Hij had zijn vingers in mijn vagina gedaan waar ik niet om gevraagd had.

V: Hoe had jij dit kunnen voorkomen?

A: Dat weet ik niet. Misschien direct ‘nee’ zeggen of direct weglopen, maar dat durfde ik niet. Ik was bang. Er was niemand in dat huis, ik was alleen met hem. Ik dacht ‘straks gebeurt er nog meer’.

….

V:Wat deed hij met zijn vinger?

A:Ging naar binnen toe en het deed zeer. Dat hij het hard deed.

V:Wat deed hij dan met zijn vinger?

A:Hij ging constant heen en weer.

Toen ik ging liggen deed hij het weer, heel hard.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 27 januari 2015, met nummer 2014192831-7, opgenomen op pagina 48 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

[slachtoffer 2] heeft mij als eerste het verhaal verteld wat haar is overkomen in [pleegplaats] . Zij belde mij op een zaterdagmiddag op, rond 13.00 uur. Ze was overstuur en ze huilde. Ze zei dat ze een massage had gewonnen via Facebook. Hij had haar seksueel misbruikt. Ik vroeg wat hij had gedaan. Ze zei dat ze helemaal uit de kleren moest en dat hij haar overal had betast. Ik heb gezegd dat ze de politie moest inschakelen.

..

Ze vertelde dat hij ook bij haar naar binnen was gegaan met de vinger.

..

Hij heeft haar borsten betast, hij heeft haar bovenbenen betast en zo is hij naar boven gegaan. Hij heeft haar van binnen gevingerd.

3. Een letselrapportage van de GGD Fryslân, op 8 januari 2015 opgemaakt en ondertekend door B.A.A.L. Roescher, forensisch arts, opgenomen op pagina 53 van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, als zijn verklaring:

Het medisch onderzoek werd verricht op 27 december 2014 op de Polikliniek Gynaecologie van het Tjongerschans Ziekenhuis te Heerenveen, door gynaecologe mw. N. Folkering , in mijn aanwezigheid.

Letselbeschrijving

Mevrouw geeft aan dat zij ten gevolge van het tegen haar wil vingeren door de masseur een brandend/schrijnend gevoel heeft aan de onderkant van haar vagina.

Bij onderzoek is aan de binnenkant/onderkant in de vagina een oppervlakkige slijmvliesbeschadiging met wat verspreide roodheid waarneembaar.

Beoordeling (interpretatie) van de letsels

De oppervlakkige slijmvliesbeschadiging met wat verspreide roodheid kan passen bij irritatie door mechanisch wrijven zoals bij 'vingeren' kan worden veroorzaakt. Volgens gynaecologe mw. Folkering zijn er geen aanwijzingen voor een slijmvliesaandoening met roodheid welke door een genitale infectie zou zijn veroorzaakt.

Conclusie

Ontstaan : Het bovenbeschreven letsel kan passen bij de datum van bovengenoemd incident

Letsel past bij : Het geconstateerde letsel kan passen bij de door mevr. aangegeven toedracht

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen) van Politie Noord-Nederland d.d. 30 december 2015, met nummer 2014192831-10, opgenomen op pagina 58 van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Naar aanleiding van de aangifte van aangeefster [slachtoffer 2] op 8 januari 2015 ontving de zedenrecherche op 8 januari 2015 te 17:57 van het e-mailadres [e-mailadres] een e-mail van aangeefster [slachtoffer 2] .

In de e-mail had de aangeefster meerdere afbeeldingen gevoegd als bijlage. De afbeeldingen betroffen screenshots van haar mobiele telefoon.

Bij het openen van de afbeeldingen zag ik dat het vijf (5) screenshots betroffen van een Facebook-bericht. Het Facebook-bericht betrof een bericht van het Facebook-account [naam facebookaccount] gedateerd op 26 december 2014. In het bericht werd een gratis massage aangeboden. Op dit bericht waren meerdere reacties geplaatst. De vijf screenshots heb ik op volgorde gezet middels de nummers 1 t/m 5.

Tevens waren er twee (2) afbeeldingen die screenshots betroffen van een Facebook

Messenger-chatgesprek tussen aangeefster [slachtoffer 2] en een manspersoon die volgens de

aangeefster de verdachte [verdachte] betrof.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland, d.d. 5 maart 2015, met nummer 2014192831-8, opgenomen op pagina 107 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte, wonend aan de [woonadres] :

Ik ben nu in de afrondende fase van een opleiding tot sportmasseur. In november (de rechtbank begrijpt: november 2014) ben ik thuis een praktijk gestart. De garage is omgebouwd tot praktijkruimte.

Anders dan de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank de primair ten laste gelegde verkrachting bewezen.

Van het door een feitelijkheid dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, zoals bedoeld in artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, is slechts sprake indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen haar wil heeft ondergaan.

Uit onderstaande bewijsmiddelen volgt dat verdachte aangeefster heeft uitgenodigd voor een massage, dat hij haar heeft verzocht al haar kleding, ook haar onderbroek uit te trekken, en dat zij vervolgens op zijn aanwijzingen geheel ontkleed op een massagetafel is gaan liggen. Voorts blijkt daaruit dat verdachte, terwijl aangeefster geheel ontkleed op de massagetafel lag, plotseling en onverhoeds zijn vingers in haar vagina heeft gestoken en haar meerdere malen heeft gevingerd. Aangeefster heeft verklaard dat zij te bang was om ‘nee’ te zeggen of om weg te lopen.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt daaruit dat verdachte op die wijze opzettelijk heeft veroorzaakt dat aangeefster zich aan zijn handelen, bestaande uit het binnendringen van haar lichaam, niet kon onttrekken noch daaraan weerstand kon bieden.

De raadsman heeft aangevoerd dat de aangifte en de verklaring van de getuige [getuige 2] niet overeenkomen, hetgeen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster. De rechtbank verwerpt het verweer in zoverre nu zowel aangeefster als getuige [getuige 2] hebben verklaard dat verdachte bij aangeefster is binnengedrongen. Bovendien heeft aangeefster bij de politie aangegeven dat ze bang was dat ze misschien verdachtes geslachtsdeel in haar mond moest nemen. Dat de getuige [getuige 2] in haar verklaring heeft aangegeven dat verdachte aangeefster heeft gevraagd hem oraal te bevredigen, maakt de verklaring van aangeefster naar het oordeel van de rechtbank niet onbetrouwbaar, evenmin wordt daardoor afbreuk gedaan aan haar geloofwaardigheid.

Met betrekking tot het letsel van aangeefster is de rechtbank van oordeel dat het zeer waarschijnlijk is dat het letsel bij aangeefster is veroorzaakt door verdachte. De rechtbank baseert zich daarbij – naast de vaststelling van de GGD-arts dat het letsel kan passen bij irritatie door mechanisch wrijven zoals bij vingeren kan worden veroorzaakt – op de verklaring van aangeefster dat verdachte hard heen en weer ging met zijn vingers en dat zij na het gebeuren meteen pijn voelde in haar vagina en in haar buik. Ook heeft aangeefster tijdens het informatief gesprek zeden op 27 december 2014 aangegeven dat ze graag in het ziekenhuis onderzocht wil worden, omdat ze bang is dat verdachte iets beschadigd heeft. Ook in zoverre wordt het verweer van de raadsman verworpen.

Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat het sporenonderzoek een contra-indicatie is om aan te nemen dat bij aangeefster is binnengedrongen door verdachte.

De rechtbank is, in tegenstelling tot de raadsman, van oordeel dat het sporenonderzoek door het NFI geen contra-indicatie oplevert. Het sporenonderzoek levert weliswaar geen ondersteuning van het bewijs op, maar is evenmin ontlastend. De rechtbank betrekt daarbij dat aangeefster na de massage uitvoerig heeft gedoucht. Bovendien heeft het NFI in het rapport van 3 september 2015 aangegeven dat het onderzoek naar de eventuele aanwezigheid van massageolie is uitgevoerd op de reeds voor DNA onderzoek geëxtraheerde kop van een wattenstaafje en de wassingen van de DNA extractie van het wattenstaafje.

Hoewel naar de inschatting van de deskundige het onderzoek naar massageolie niet onmogelijk is geworden, wordt het wel bemoeilijkt doordat het is uitgevoerd ná het DNA onderzoek. Ook in zoverre verwerpt de rechtbank het verweer.

Tot slot overweegt de rechtbank dat, hoewel beide feiten ook afzonderlijk wettig en overtuigend bewezen zijn, de rechtbank gesterkt is in de overtuiging doordat twee vrouwen die elkaar niet kennen, verklaringen afleggen die op belangrijke punten gelijkenissen vertonen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 23 februari 2015 te Leeuwarden, door een feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, bestaande uit het betasten van de bedekte

schaamstreek van die [slachtoffer 1] en bestaande die feitelijkheid hieruit dat verdachte opzettelijk als sport- en/of ontspanningsmasseur (in opleiding) in het kader van een behandeling/massage plotseling en onverhoeds en tegen de wil van die [slachtoffer 1] haar bedekte schaamstreek heeft betast;

2. primair

hij op 27 december 2014 te Leeuwarden, door een feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , hebbende verdachte meermalen onverhoeds zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] gestoken en bestaande die

feitelijkheid hierin dat verdachte als sport- en/of ontspanningsmasseur (in opleiding) in het kader van een behandeling/massage onverhoeds en onvoorzien voor die P [slachtoffer 2] zijn vinger(s) in haar vagina heeft gebracht en daarmee heen- en weergaande bewegingen in de vagina heeft gemaakt,

in welke situatie die [slachtoffer 2] zich niet kon en/of durfde te verzetten tegen en onttrekken aan die seksuele handelingen van verdachte en dat verdachte voornoemde handelingen zodanig plotseling en onverhoeds heeft gepleegd dat die [slachtoffer 2] niet in staat was die handelingen voldoende en tijdig af te weren of daartegen weerstand te bieden.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair Feitelijke aanranding van de eerbaarheid

2. primair Verkrachting

Deze feiten zijn) strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. primair en 2. subsidiair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, alsmede ontzetting uit het beroep van masseur voor de duur van vier jaren.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair gepleit voor een algehele vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en rekening te houden met het tijdsverloop. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing is, nu er geen sprake is geweest van een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit. Ontzetting uit het beroep van masseur is naar het oordeel van de raadsman niet aan de orde, nu verdachte destijds in opleiding was en het beroep van masseur nog niet uitoefende en er bovendien sprake was van ‘pretmassages’, waarbij geen van de aangeefsters afhankelijk was van het resultaat daarvan.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aanranding binnen een vertrouwensrelatie en een verkrachting. Met name door het tweede feit heeft verdachte op brute wijze de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Verdachte heeft daarbij het vertrouwen van beide slachtoffers ernstig geschaad. De slachtoffers hebben aangegeven dat de feiten een grote impact op hun leven hadden en hebben. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedenmisdrijven nog lange tijd als gevolg daarvan psychische problemen kunnen ondervinden.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

Uit het rapport van Reclassering Nederland van 21 september 2016 blijkt dat verdachte niet met de reclasseringswerker in gesprek heeft willen gaan over de feiten. De reclassering heeft zich daarom geen beeld kunnen vormen van de persoon van verdachte.

De rechtbank heeft de indruk dat verdachte niet bereid is verantwoordelijkheid te nemen voor de door hem gepleegde feiten.

De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte begane feiten zonder meer oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. De rechtbank zal ook een zwaardere straf opleggen dan door de officier van justitie gevorderd, onder meer omdat de rechtbank ter zake feit 2. tot een zwaardere kwalificatie komt.

Voorts ziet de rechtbank geen aanleiding om een deel van de aan verdachte op te leggen straf in voorwaardelijke vorm op te leggen. In het voordeel van verdachte zal de rechtbank rekening houden met het tijdsverloop.

Naast de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zal de rechtbank aan verdachte als bijkomende straf een beroepsverbod opleggen om als sport- en ontspanningsmasseur werkzaam te zijn, nu beide bewezenverklaarde feiten tijdens de uitoefening van zijn beroep als masseur zijn begaan. De rechtbank acht het niet verantwoord dat verdachte dit beroep in de komende jaren uitoefent, vooral niet nu hij geen verantwoordelijkheid neemt en niet openstaat voor nader onderzoek en eventuele behandeling.

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd, dat nu verdachte dient te worden vrijgesproken, de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel de vordering dient te worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die onvoldoende door de raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

[slachtoffer 2]

heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2. primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd, dat nu verdachte dient te worden vrijgesproken, de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel de vordering dient te worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die onvoldoende door de raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 242, 246 en 251 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Bepaalt dat verdachte gedurende vier jaren wordt ontzet uit het recht om het beroep van sport- en ontspanningsmasseur uit te oefenen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.152,60 (zegge: eenduizend honderdtweeënvijftig euro en zestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2015.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 1.152,60 (zegge: eenduizend honderdtweeënvijftig euro en zestig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 21 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 352,60 aan materiële schade en € 800,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.252,44 (zegge: tweeduizend tweehonderdtweeënvijftig euro en vierenveertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2014.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 2] te betalen een bedrag van € 2.252,44 (zegge: tweeduizend tweehonderdtweeënvijftig euro en vierenveertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 32 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 6,44 aan materiële schade en € 2.246,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. N.A. Vlietstra en mr. C.A.J. Tuinstra, rechters, bijgestaan door D. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2017.

Mr. Tuinstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.