Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:582

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
21-02-2017
Zaaknummer
18/730400-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft op 17 februari 2017 een man veroordeeld voor grooming en verleiding. Verdachte heeft zich op het internet voorgedaan als een jongeman en als zodanig, contact gelegd met zijn jonge slachtoffers, hun vertrouwen gewonnen en hen vatbaar gemaakt voor het plegen van ontuchtige handelingen. Tot slot heeft verdachte afbeeldingen van beide meisjes die als kinderpornografisch kunnen worden aangemerkt, in bezit gehad. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze rekening gehouden met de mogelijke nadelige gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Hij heeft uitsluitend oog gehad voor zijn eigen belang en de bevrediging van zijn eigen behoeften. Aan verdachte is een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 206 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, opgelegd. Bij de voorwaardelijke straf zijn diverse voorwaarden opgelegd, waaronder een klinische behandeling met aansluitend een ambulante behandeling. Tot slot dient verdachte een schadevergoeding te betalen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2009-07-01
Wetboek van Strafrecht 240a, geldigheid: 2002-04-01
Wetboek van Strafrecht 240b, geldigheid: 2012-04-01
Wetboek van Strafrecht 248a, geldigheid: 2005-01-01
Wetboek van Strafrecht 248e, geldigheid: 2012-04-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730400-16

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 februari 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] , [woonplaats] ,

thans verblijvende in [naam] in [verblijfplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 december 2016 en 03 februari 2017.

De verdachte is ter terechtzitting van 3 februari 2017 verschenen, bijgestaan door mr. A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. Jepkema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2016 tot en met 16 augustus 2016 te [pleegplaats] , gemeente Steenwijkerland, althans in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, te weten een mobiele telefoon en/of een computer, een persoon [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum] , van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen, met die [slachtoffer 1] te plegen en/of een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij die [slachtoffer 1] is betrokken te vervaardigen, terwijl verdachte enige handeling heeft ondernomen gericht op het

verwezenlijken van die ontmoeting, door

-seksueel getinte filmpjes te sturen naar die [slachtoffer 1] en/of

-voor te stellen om af te spreken in het Haje hotel te Joure en/of een kamer daar te reserveren voor 7 en 8 augustus 2016 en/of

-aan die [slachtoffer 1] te beloven dat ze dan een konijntje zou krijgen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 16 augustus 2016 te [pleegplaats] , gemeente Steenwijkerland, althans in Nederland een of meermalen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding te weten door,

- via Instagram contact te zoeken met [slachtoffer 2] en/of door te zeggen dat hij 18 jaar was en/of 25 jaar en/of

-complimenten te maken en/of door te vragen of die [slachtoffer 2] sexy foto's en/of filmpjes van zichzelf wilde maken en/of

-een vertrouwensband met die [slachtoffer 2] te creëren door het voeren van persoonlijke en vertrouwelijke gesprekken en/of

- door filmpjes te sturen waarin hij zichzelf aftrekt, [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] , van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen van verdachte, te weten het vingeren van zichzelf en/of het aanraken van haar borsten en/of het brengen van (een) voorwerp(en) in haar vagina en/of het maken van filmpjes en/of opnames daarvan;

3.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 juli 2016 tot en met 1 september 2016, te [pleegplaats] , althans in Nederland, telkens een afbeelding en/of filmpje waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt aan [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] en/of [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] ) van wie hij telkens wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze jonger was/waren dan

zestien jaar, hebbende verdachte (via Instagram, althans sociale media) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] afbeeldingen en/of filmpjes verstrekt waarop zichtbaar was dat verdachte zich aan het aftrekken was en/of zijn penis toonde;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 19 augustus 2016 te [pleegplaats] , gemeente Steenwijkerland, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens afbeeldingen, te weten foto's en/of filmpjes en/of een of meer gegevensdragers (mobiele telefoon en/of computer), bevattende afbeeldingen, te weten foto's en/of filmpjes van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken , in bezit heeft gehad

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het (zich) met viltstiften en/of een haarborstel en/of vingers vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt van de geslachtsdelen en/of borsten van zichzelf en/of een ander persoon

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon geheel naakt is en/of waarbij nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Beoordeling van het bewijs

Met betrekking tot feit 1

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het onder 1. ten laste gelegde kan worden bewezen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte is begonnen met het spreken over en het sturen van afbeeldingen van seksuele gedragingen. Vervolgens is een afspraak gemaakt in een hotel. Verdachte heeft een kamer geboekt en heeft uitdrukkelijk verzocht om een rustige kamer aan de achterkant. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij privacy wilde.

De officier van justitie is van oordeel dat uit deze omstandigheden het oogmerk om te komen tot ontuchtige handelingen kan worden afgeleid.

De raadsman heeft ter zake het onder 1. ten laste gelegde betoogd dat verdachte de hotelreservering heeft afgezegd. Er is aldus sprake van vrijwillige terugtred.

Nu uit de tekst van artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht blijkt dat een vrijwillige terugtred niet kan leiden tot een bewezenverklaring, dient verdachte te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte het oogmerk heeft gehad ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1] te plegen en om die reden een ontmoeting met haar heeft voorgesteld. Op grond van de later op te nemen bewijsmiddelen is komen vast te staan dat verdachte – alvorens een ontmoeting met aangeefster [slachtoffer 1] voor te stellen – reeds enige tijd op digitale wijze contact met haar onderhield, dat met name seksueel van inhoud was. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij voorafgaand aan de voorgenomen ontmoeting met haar gesproken heeft over seksuele handelingen die zij bij elkaar zouden willen verrichten.

Verdachte heeft vervolgens bij Hajé Hotel Joure een hotelkamer gereserveerd waar hij overdag een ontmoeting met [slachtoffer 1] zou hebben. Op verdachtes verzoek werd het een kamer aan de achterzijde, zodat [slachtoffer 1] dan niet langs de receptie hoefde. Gelet op dit samenstel van omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachtes oogmerk erop was gericht om ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1] te plegen.

Het verweer dat sprake is van vrijwillige terugtred, zal worden besproken onder het kopje “Strafbaarheid van verdachte”, nu een eventuele honorering van dat beroep zou moeten leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging.

Met betrekking tot de feiten 2. en 3.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de onder 2. en 3. ten laste gelegde feiten een bewezenverklaring kan volgen.

Met betrekking tot feit 4.

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat deze feiten tevens bewezen kunnen worden verklaard, gelet op de aangiftes en de bekennende verklaring van verdachte.

De raadsman heeft aangevoerd dat de ten laste gelegde periode 2,5 maand betreft. De raadsman heeft verwezen naar de conclusie van mr. P.C. Vegter (ECLI:NL:PHR:2016:1392) en aangevoerd dat in de onderhavige zaak sprake is van dusdanige omstandigheden dat geen sprake kan zijn van gewoonte. De raadsman verzoekt daarom verdachte van dat onderdeel vrij te spreken.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de duur van de periode, het aantal bij verdachte aangetroffen afbeeldingen en de omstandigheid dat het bezit van de afbeeldingen voor een belangrijk deel samenhangt met de overige bewezenverklaarde feiten, geen sprake is van het maken van een gewoonte van het plegen van het misdrijf als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte zal van dat deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 juli 2016 tot en met 16 augustus 2016 in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, te weten een mobiele telefoon en/of een computer, een persoon [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum] , van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen, terwijl verdachte enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, door

-seksueel getinte filmpjes te sturen naar die [slachtoffer 1] en

-voor te stellen om af te spreken in het Hajé hotel te Joure en een kamer daar te reserveren voor 7 en 8 augustus 2016 en

-aan die [slachtoffer 1] te beloven dat ze dan een konijntje zou krijgen;

2.

hij in de periode van 1 juni 2016 tot en met 16 augustus 2016 in Nederland meermalen

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding te weten door

- via Instagram contact te zoeken met [slachtoffer 2] en door te zeggen dat hij 18 jaar was of 25 jaar en

-complimenten te maken en door te vragen of die [slachtoffer 2] sexy foto's en/of filmpjes van zichzelf wilde maken en

-een vertrouwensband met die [slachtoffer 2] te creëren door het voeren van persoonlijke en vertrouwelijke gesprekken en

- door filmpjes te sturen waarin hij zichzelf aftrekt,

[slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige

handelingen, te weten het vingeren van zichzelf en het aanraken van haar borsten en het brengen van voorwerpen in haar vagina en het maken van filmpjes/opnames daarvan;

3.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 juli 2016 tot en met 1 september 2016, in Nederland, telkens een afbeelding en/of filmpje waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt aan [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] ) en [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] ) van wie hij telkens

wist, dat deze jonger waren dan zestien jaar, hebbende verdachte (via Instagram, althans sociale media) die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] afbeeldingen en/of filmpjes verstrekt waarop zichtbaar was dat verdachte zich aan het aftrekken was en/of hij zijn penis toonde;

4.

hij in de periode van 1 juni 2016 tot en met 19 augustus 2016 in Nederland, gegevensdragers (mobiele telefoon en computer), bevattende afbeeldingen, te weten foto's en filmpjes

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, in bezit heeft gehad

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het zich met viltstiften of een haarborstel of vingers vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het betasten en aanraken door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt van de geslachtsdelen en/of borsten van zichzelf

en

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon geheel naakt is en/of waarbij nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden

waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereik met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.

2. Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen.

3. Een voorwerp, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd.

4. Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

Op grond van het bepaalde in artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht bestaat voorbereiding noch poging indien het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk. Vrijwillige terugtred heeft slechts invloed op de strafbaarheid wanneer het delict niet is voltooid. Wanneer dat het geval is, hangt af van de aard van de delictsomschrijving.

Grooming is feitelijk een voorbereidingshandeling (TK 2008/2009, 31 810, nr. 7, p. 4). Het delict is voltooid wanneer er – kort gezegd – een ontmoeting met een seksueel oogmerk is voorgesteld, terwijl er enige handeling door de verdachte is ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting. Vast staat dat verdachte een ontmoeting met [slachtoffer 1] heeft voorgesteld en dat hij met dat doel een hotelkamer heeft geboekt, hetgeen door de verdediging niet wordt bestreden. Daarmee is het delict reeds voltooid, zodat vrijwillige terugtred niet langer mogelijk is.

Dat verdachte op een later moment de hotelreservering heeft geannuleerd, zoals hij heeft gesteld, kan – wat daar verder ook van zij – om die reden niet tot een ander oordeel leiden.

De rechtbank heeft kennis genomen van het psychologisch rapport d.d. 19 december 2016 van D. Breuker, forensisch psycholoog. De psycholoog adviseert om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Voornoemd advies zal de rechtbank bij de strafoplegging betrekken.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen schulduitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1., 2., 3. en 4. wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen, waarvan 204 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Als bijzondere voorwaarden heeft de officier van justitie oplegging van een klinische opname voor de duur van maximaal vijf maanden met aansluitend een ambulante behandeling, oplegging van een drugs- en alcoholverbod en oplegging van een contactverbod met [slachtoffer 1] gevorderd. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat verdacht zich zal onthouden van het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met kinderen, gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen en gedragingen die zijn gericht op internetomgeving waarin over seksuele handelingen met kinderen wordt gecommuniceerd. Ten aanzien van de inbeslaggenomen Blackberry telefoon heeft de officier van justitie onttrekking aan het verkeer gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het voorstel van de officier van justitie, met als kanttekening dat volgens zijn berekening verdachte 154 dagen in voorlopige hechtenis heeft gezeten.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grooming en verleiding. Verdachte heeft zich op het internet voorgedaan als een jongeman en als zodanig, contact gelegd met zijn jonge slachtoffers, hun vertrouwen gewonnen en hen vatbaar gemaakt voor het plegen van ontuchtige handelingen. Door deze wijze van handelen heeft hij een dertien- en een veertienjarig meisje zover gekregen dat zij hem naaktfoto’s en –filmpjes stuurde, terwijl hij met het dertienjarige meisje bovendien een afspraak heeft gemaakt om elkaar te ontmoeten. Voorts heeft verdachte beide meisjes afbeeldingen en/of filmpjes gestuurd waarop zichtbaar was dat verdachte zich aan het aftrekken was en/of zijn penis toonde. Tot slot heeft verdachte afbeeldingen van beide meisjes die als kinderpornografisch kunnen worden aangemerkt, in bezit gehad.

Door de wetgever is de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen uitdrukkelijk beschermd, onder meer op de grond dat zij op seksueel gebied nog niet volgroeid zijn en worden geacht niet zelfstandig de emotionele gevolgen van seksueel contact voldoende te kunnen overzien. Door zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gepleegd op de psychische integriteit van de slachtoffers hetgeen naar de ervaring leert, kan leiden tot blijvende psychische schade.

Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze rekening gehouden met de mogelijke nadelige gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Hij heeft uitsluitend oog gehad voor zijn eigen belang en de bevrediging van zijn eigen behoeften.

Dergelijke feiten rechtvaardigen zonder meer het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

De rechtbank heeft ten gunste van verdachte in aanmerking genomen dat verdachte ter zake van zedendelicten niet eerder met justitie in aanraking is gekomen en dat de feiten hem in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Reclassering Nederland heeft in het rapport d.d. 2 februari 2017 geadviseerd een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daarbij de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, een klinische behandeling, een drugs- en alcoholverbod, andere voorwaarden het gedrag betreffende en betaling van een schadevergoeding. Uit het rapport van 6 december 2016 blijkt dat Reclassering Nederland het recidiverisico als hoog/gemiddeld wordt ingeschat, nu verdachte de ernst van de feiten op dat moment nog onvoldoende inziet. Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven dat hij bereid is mee te werken aan een klinische behandeling.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf moeten worden opgelegd van na te noemen duur. De rechtbank zal de gevangenisstraf deels voorwaardelijk opleggen, enerzijds om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en anderzijds om daaraan de bijzondere voorwaarden te koppelen, zoals geadviseerd in voornoemd reclasseringsrapport, inclusief de behandelverplichting.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen telefoon Black Berry type Bold vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu met betrekking tot deze telefoon de onder 1., 2. en 3. bewezenverklaarde feiten zijn begaan en zij van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering van de benadeelde partij gevorderd, zulks met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven dat de daadwerkelijk geleden schade voor vergoeding in aanmerking kan komen.

De raadsman heeft daarom toewijzing van een bedrag van maximaal € 600,00 gevorderd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36f, 57, 240a, 240b, 248a en 248e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 206 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarde(n):

1. dat de veroordeelde zich binnen vijf werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis, meldt bij Reclassering Nederland, Zoutbranderij 1, 8933 AJ Leeuwarden, en zich blijft melden zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig acht gedurende de proeftijd;

2. dat de veroordeelde zich gedurende maximaal 5 maanden of zoveel korter (door de behandelaar te bepalen) zal laten opnemen in de FPK Assen, althans een soortgelijke intramurale instelling, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

3. dat de veroordeelde aansluitend op de klinische behandeling zal meewerken aan een behandeling bij een ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering.

Veroordeelde dient zich te houden aan de aanwijzingen die die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

4. dat de veroordeelde geen alcohol zal gebruiken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht en zal meewerken aan alcoholcontroles;

5. dat de veroordeelde zich zal onthouden van:

- het op digitale wijze met een seksuele intentie communiceren met kinderen;

- gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;

- gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met kinderen wordt gecommuniceerd

en zal meewerken aan controles van zijn computer(s) en andere apparatuur waarop afbeeldingen (kunnen) worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd.

6. dat veroordeelde gedurende de proeftijd van drie jaren op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] .

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen telefoon Black Berry, merk Bold.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.180,00 (zegge: eenduizend honderdtachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2016.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 1.180,00 (zegge: eenduizend honderdtachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 21 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Vlietstra, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. C.A.J. Tuinstra, rechters, bijgestaan door mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2017.

Mr. Tuinstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.