Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:5138

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
30-11-2017
Datum publicatie
25-01-2018
Zaaknummer
C/18/180219 / JE RK 17-799
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming medische behandeling. Art. 1:265h BW - (niet verzorgende) moeder weigert toestemming voor psycho-educatie ASS aan minderjarige, ouders en school. Diagnostisch onderzoek door deskundige organisatie verricht. Onderzoek uit 2013 waarbij geen autisme is vastgesteld is niet meer geldig. Er is sprake van ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige. Behandeling nodig voorafgaand aan start middelbare school.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaakgegevens : C/18/180219 / JE RK 17-799

datum uitspraak: 30 november 2017

beschikking toestemming medische behandeling

in de zaak van

Jeugdbescherming Noord, hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI),

gevestigd te Groningen.

betreffende

[naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam], hierna te noemen de vader,

wonende te Sappemeer,

[naam], hierna te noemen de moeder,

wonende te Groningen.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 7 november 2017, ingekomen bij de griffie op 8 november 2017.

Op 22 november 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder,

- de vader,

- namens de GI mevrouw [naam].

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[minderjarige] woont bij vader en zijn partner.

Bij beschikking van 14 juni 2017 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 14 juni 2018.

De moeder heeft toestemming geweigerd voor de medische behandeling van [minderjarige].

Het verzoek

De GI heeft verzocht vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige]. Deze medische behandeling betreft:
- psycho-educatie aan [minderjarige];
- psycho-educatie aan de ouders;
- ouderbegeleiding aan de vader en diens partner;
- het laten plaatsvinden van een gesprek tussen de ouders, Accare en school zodat ook de school wordt geïnformeerd over de diagnose en zij handvatten kunnen krijgen om [minderjarige] zo goed mogelijk te begeleiden.


De GI heeft ter zitting het volgende aangevoerd. [minderjarige] is onlangs aangemeld bij Accare vanwege zorgen omtrent zijn ontwikkeling en de systeemproblematiek die speelt rondom de vechtscheiding van de ouders. Accare heeft onderzoek gedaan en geconcludeerd dat [minderjarige] voldoet aan de criteria van autisme. Accare heeft psycho-educatie aan [minderjarige] geadviseerd, zodat hij (beter) kan begrijpen waarom hij tegen bepaalde dingen aanloopt. De vader herkent de door Accare gestelde diagnose en ervaart (samen met zijn partner) problemen in de opvoeding van [minderjarige]. De moeder herkent de diagnose niet. Zij ziet geen afwijkende gedragingen en ervaart geen problemen in de opvoeding. De moeder weigert om [minderjarige] hieromtrent te informeren.


De school heeft ook zorgen geuit over de gedragingen van [minderjarige]. Zij hebben te kennen gegeven ook behoefte te hebben aan handvatten. Daarnaast heeft de school te kennen gegeven dat zij zien dat [minderjarige] ook zelf last heeft van 'het anders zijn'. Zo heeft [minderjarige] weinig vriendjes op school, heeft hij moeite met het inschatten van emoties, heeft hij regelmatig ruzie en slaat hij mensen uit onmacht. [minderjarige] vraagt niet om hulp. De GI is van mening dat psycho-educatie in het belang van [minderjarige] is met name gezien het feit dat hij zich in een kwetsbare leeftijdsfase bevindt als het gaat om sociale acceptatie en omdat hij volgend schooljaar de overstap gaat maken naar het voortgezet onderwijs. Tot slot heeft de GI opgemerkt dat door Accare op dit moment geen behandeling voor [minderjarige] heeft geadviseerd.

Het standpunt van de belanghebbenden
De vader onderschrijft hetgeen de GI ter zitting heeft aangevoerd. De vader herkent de door Accare diagnose volledig. [minderjarige] kan moeilijk omgaan met teleurstellingen en onverwachte situaties. Hij wordt dan boos, verstopt zich en sluit zich even volledig af. Bovendien maakt [minderjarige] moeizaam contact en heeft hij weinig vriendjes. De vader en zijn partner zouden graag handvatten willen krijgen om [minderjarige] zo goed mogelijk te begeleiden in de thuissituatie. Ook de school heeft te kennen gegeven behoefte te hebben aan handvatten.
De moeder heeft verweer gevoerd. Allereerst stelt de moeder dat medische behandeling niet noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de ontwikkeling van [minderjarige] af te wenden. De moeder is ervan overtuigd dat [minderjarige] geen autisme heeft en twijfelt aan de deskundigheid van Accare. Deze twijfels zijn met name gelegen in het feit dat uit onderzoek van Interspy in 2013 geen autisme is gediagnosticeerd bij [minderjarige]. Dat [minderjarige] weinig vrienden heeft op school en hij een gevoelige jongen is, betekent volgens de moeder niet automatisch dat hij autisme heeft. De moeder kan zich wel voorstellen dat [minderjarige] (een paar) kenmerken heeft ontwikkeld vanwege de echtscheidingsproblematiek tussen de ouders. Daarbij komt dat [minderjarige] nu in groep acht zit, hij binnenkort een Cito-toets en een eindtoets moet maken hij daarbij nu niet belast moet worden met psycho-educatie.

De beoordeling
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265h van het Burgerlijk Wetboek vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouders die het gezag uitoefenen hun toestemming daarvoor weigeren.

Bij de beoordeling van het verzoek ziet de kinderrechter zich feitelijk gesteld voor twee vragen. De eerste vraag is of psycho-educatie valt onder het begrip medische behandeling. Daarna dient de tweede vraag te worden beantwoord of de medische behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige te voorkomen.

Medische behandeling

De kinderrechter is van oordeel dat de eerste vraag bevestigend dient te worden beantwoord. Wanneer een minderjarige medisch onderzoek of medische behandeling behoeft, is in beginsel de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO) van toepassing. Voor de uitleg van het begrip medische behandeling sluit de kinderrechter aan bij de uitleg die in deze wet wordt gegeven. Dat betekent dat onder handelingen op het gebied van de geneeskunst wordt verstaan “alle verrichtingen, het onderzoeken en geven van raad daaronder begrepen, ertoe strekkende een persoon van een ziekte te genezen, een persoon voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen”.

Het bedoelde psycho-educatie aan [minderjarige], ouders en de school, inclusief de ouderbegeleiding van de vader en diens partner, waarvoor vervangende toestemming wordt verzocht, heeft ten doel het behandelen van de geestelijke en/of fysieke gezondheidstoestand van [minderjarige].


Ernstig gevaar voor de gezondheid

Vervolgens is aan de orde de vraag of de medische behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige te voorkomen. Deze vraag moet naar het oordeel van de kinderrechter bevestigend worden beantwoord. Uit het verzoekschrift en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat [minderjarige] door Accare is gediagnosticeerd met autisme. Accare is een universitair centrum en biedt gespecialiseerde zorg aan kinderen en jongeren met psychische problemen en aan ouders of verzorgers.


De kinderrechter gaat voorbij aan de stelling van de moeder waarbij zij de diagnose van autisme betwist. De moeder voert hiertoe aan dat uit onderzoek van Interspy van 2013 geen autisme is gediagnosticeerd bij [minderjarige]. Dit onderzoek is inmiddels zodanig lang geleden dat uit die uitkomst geen conclusies voor dit moment kunnen worden getrokken. De kinderrechter ziet bovendien in de verdere onderbouwing van de moeder geen redenen om de twijfelen aan de juistheid van de diagnose. Daarbij weegt de kinderrechter mee dat de vader als dagelijkse verzorger en opvoeder en de school de diagnose wel herkennen bij [minderjarige] en aangeven dat zij zien dat [minderjarige] zelf ook problemen ervaart. Ook wordt de noodzaak geuit tot het verkrijgen van handvatten hoe om te gaan met [minderjarige].

Omdat [minderjarige] binnenkort de overstap zal maken naar het voortgezet onderwijs, is nu het moment om aandacht te besteden aan deskundige voorlichting. De kinderrechter is het met de moeder eens, dat [minderjarige] met de aankomende Cito toetsen en het afronden van zijn basisschool, extra belast wordt met de psycho-educatie etc. doch acht toch dit het aangewezen moment omdat zwaarder weegt dat [minderjarige] op het voortgezet onderwijs goed voorbereid een nieuwe start zal moeten maken.

De kinderrechter is van oordeel dat, juist vanwege [minderjarige] zijn kwetsbare ontwikkeling, sprake is van een ernstig gevaar voor met name zijn geestelijke gezondheid en in het verlengde ook zijn fysieke gezondheid, waarbij voornoemde behandeling van groot belang is om (verdere) bedreiging van zijn ontwikkeling op meerdere leefgebieden te voorkomen, dan wel deze bedreiging(en) weg te nemen.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent vervangende toestemming voor de medische behandeling van [minderjarige], inhoudende:
- psycho-educatie aan [minderjarige];
- psycho-educatie aan de ouders;
- ouderbegeleiding aan de vader en diens partner;
- het laten plaatsvinden van een gesprek tussen de ouders, Accare en school zodat ook de school wordt geïnformeerd over de diagnose en zij handvatten kunnen krijgen om [minderjarige] zo goed mogelijk te begeleiden.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.R. Bosker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van S.W. Tijms als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2017.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden