Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:5040

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-12-2017
Datum publicatie
29-12-2017
Zaaknummer
LEE 17-4503
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Wijziging bepaling van de APV. Algemene regels in APV-artikel voor het carbid schieten in Emmen. Kennisgeving van de locaties voor het carbid schieten. Gepubliceerde lijst is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, omdat het niet gericht is op rechtsgevolg. Geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2018/31
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Bestuursrecht

locatie Groningen

zaaknummer: LEE 17/4503

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

29 december 2017 in de zaak tussen

1.a. [verzoekers], te [plaats] ([adres]), verzoekers sub 1.a.,

1.b. [verzoekers], te [plaats] ([adres]), verzoekers sub 1.b.,

1.c. [verzoeker], te [plaats] ([adres]), verzoeker sub 1.c.,

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, verweerder,

(gemachtigde: mr. J.T. Oosterhoff).

Procesverloop

Verweerder heeft een lijst van gemelde en goedgekeurde locaties voor het carbid schieten op 31 december 2017 (oudjaarsdag) gepubliceerd. In voormelde lijst komen in ieder geval de navolgende locaties voor:

- [locatie];

- [locatie].

Tegen voormelde lijst hebben verzoekers een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Tevens hebben verzoekers op 27 december 2017 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 29 december 2017.

Verzoekers zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigde en mr. J.G.H. van der Kolk, juridisch adviseur.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en J. Habing.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen
1.Gesteld voor de vraag of er aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

1.1.

Aangezien er op 31 december 2017 op voormelde locaties met carbid mag worden geschoten, acht de voorzieningenrechter het spoedeisende belang aan de zijde van verzoekers in dit geval gegeven.

2. Ingevolge artikel 2:38 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Emmen 2017 (APV 2017) is het schieten met carbid uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:

1. carbidschieten vindt plaats tijdens de jaarwisseling op 31 december vanaf 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur;

2. er wordt gebruik gemaakt van (melk)bussen tot een maximuminhoud van 50 liter per bus;

3. het terrein vanwaar geschoten is:

a. bij gebruik van maximaal 5 (melk)bussen: gelegen op een afstand van tenminste 50 meter van woonbebouwing, en

b. bij gebruik van meer dan 5 (melk)bussen: gelegen op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing.

4. het terrein dient zodanig te zijn ingericht dat toeschouwers niet in de schietrichting kunnen komen;

5. de organisator van het carbidschieten is 18 jaar of ouder en is verantwoordelijk voor de naleving van de in deze bepaling gestelde voorwaarden en is tijdens het carbidschieten als zodanig aanspreekbaar voor toezichthouders en/of politieagenten;

6. uiterlijk 15 december van het betreffende jaar wordt het terrein, van waar carbid wordt geschoten onder bovenstaande voorwaarden, schriftelijk of digitaal doorgegeven aan het college met gegevens van de organisator teneinde efficiƫnt en effectief toezichthoudende taken te kunnen uitvoeren.

3.1.

Verzoekers betogen dat voormelde lijst dient te worden beschouwd als een melding en dat een melding in dit geval als een appellabel besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient te worden aangemerkt, omdat het gericht is op rechtsgevolg. Daarbij verwijzen verzoekers naar uitspraken van 14 januari 2015 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS), kenbaar uit ECLI:NL:RVS:2015:14 en ECLI:NL:RVS:2015:36.

3.2.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat voormelde lijst niet als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb kan worden aangemerkt, aangezien die lijst niet gericht is op rechtsgevolg. In dit verband wijst verweerder erop dat artikel 2:38 van de APV 2017 een reeks algemene voorschriften kent waaraan degene die met carbid wil schieten zich dient te houden. In het kader van toezicht en handhaving zal worden toegezien op naleving van de voorschriften.

3.3.1.

Ter discussie staat de vraag of de door verweerder gepubliceerde lijst als reactie op de ingediende meldingen kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De voorzieningenrechter beantwoordt voormelde vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.

3.3.2.

Voor zover de door verweerder gepubliceerde lijst als een reactie op de ingediende meldingen dient te worden beschouwd, is de voorzieningenrechter van oordeel dat die reactie niet als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb kan worden aangemerkt. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat blijkens de bewoordingen van artikel 2:38 van de APV 2017 de geldende regels voor het carbid schieten rechtstreeks voortvloeien uit dit wettelijke voorschrift en niet uit voormelde reactie op de ingediende meldingen (vgl. AbRvS, 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4116). Hieruit volgt dat (een voorafgaande) toestemming van verweerder niet is vereist om het recht om carbid te schieten op oudjaarsdag te doen ontstaan. De door verzoekers in rechtsoverweging 3.1. aangehaalde uitspraken van de AbRvS zijn in dit geval naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet onverkort van toepassing, aangezien die uitspraken betrekking hebben op een meldingenstelsel in het kader van uitwegen en de betreffende APV-artikelen, anders dan in dit geval, een verbodsbepaling bevatten.

4. Gelet op de voorgaande overwegingen zal verweerder het bezwaarschrift van verzoekers in dit geval dus niet-ontvankelijk dienen te verklaren. Onder die omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek daartoe wordt afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb, bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Mulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 december 2017.

De griffier De voorzieningenrechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden op: