Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:5005

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-12-2017
Datum publicatie
22-12-2017
Zaaknummer
C/18/180328 / KG ZA 17-284
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Beëindiging zorgovereenkomst voor ADL-assistentie bij ernstig gehandicapte cliënt. Maatstaf en zorgvuldigheidsvereisten voor opzegging. Uit de literatuur en (tucht)rechtspraak kan worden afgeleid dat een hulpverlener zeer terughoudend moet omgaan met de mogelijkheid van een eenzijdige opzegging van een behandelingsovereenkomst; de hulpverlener behoort in hoge mate rekening te houden met de gezondheidstoestand van de patiënt/cliënt. Wel gewichtige redenen om te kunnen opzeggen, maar bij opzegging niet de vereiste zorgvuldigheid in acht genomen. Sanctie?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/180328 / KG ZA 17-284

Vonnis in kort geding van 22 december 2017

in de zaak van

[naam] ,

die woont in [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. G.H. van der Waaij, die kantoor houdt in Leusden,

tegen

de stichting

STICHTING FOKUS EXPLOITATIE,

die gevestigd is in Groningen,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. van der Molen, die kantoor houdt in Groningen.

Partijen zullen hierna [eiser] en Fokus genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 november 2017;

  • -

    de mondelinge behandeling van 4 december 2017;

  • -

    de brief van Fokus, ingekomen ter griffie op 11 december 2017;

  • -

    de brief van [eiser] , ingekomen ter griffie op 15 december 2017;

  • -

    de fax van Fokus, ingekomen ter griffie op 19 december 2017;

- de brief van [eiser] , ingekomen ter griffie op 21 december 2017;

- de brief van Fokus, ingekomen ter griffie op 21 december 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De voorzieningenrechter kan bij de beoordeling van het geschil uitgaan van de volgende feiten.

2.2.

Fokus is een landelijke opererende zorginstelling die op verschillende locaties zorg aanbiedt aan voor die zorg geïndiceerde cliënten, onder wie [eiser] .

2.3.

[eiser] is als gevolg van een hoge dwarslaesie, ernstig gehandicapt. Hij woont samen met zijn vrouw en twee kinderen in een aan een project van Fokus toegevoegde woning in [woonplaats] . Hij werkt voltijds bij de [bedrijfsnaam]. [eiser] is aangewezen op intensieve zorg voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (hierna: "ADL-assistentie").

2.4.

Vanaf 1988 verleent Fokus op grond van een daartoe met [eiser] gesloten zorgovereenkomst ADL-assistentie aan [eiser] . Vanaf 2013 verleent Fokus op grond van de daartoe aangepaste zorgovereenkomst, ook Eenvoudige Verpleegtechnische Assistentie (hierna: "EVA")

2.5.

De EVA heeft betrekking op het opwekken van ontlasting en is gebaseerd op de herziene "Richtlijn defecatiebeleid bij volwassenen met een dwarslaesie", waarin is opgenomen dat prikkeling van de anale sluitspier een positief effect kan hebben bij intacte sacrale reflexen. De hiervoor uit te voeren handeling wordt ook wel "darmprikkelen" genoemd.

2.6.

Partijen hebben hun rechtsverhouding zo geregeld dat de ADL-assistentie en de EVA moet worden uitgevoerd in overeenstemming met een handelingsschema. Voor de EVA handeling darmprikkelen is schriftelijk vastgesteld hoe deze handeling moet worden uitgevoerd, onder welke omstandigheden die handeling moet worden uitgevoerd en hoe lang de handeling maximaal mag duren (vijf minuten). Het handelingsschema ten aanzien van het darmprikkelen is ondertekend door de locatiemanager van Fokus, de huisarts van [eiser] en door [eiser] zelf, laatstelijk op 9 december 2016.

2.7.

De verhouding tussen [eiser] en (medewerkers van) Fokus staat al jarenlang onder druk. [eiser] is in 2000 in [woonplaats] komen wonen en uit verslagen en brieven blijkt dat vanaf 2002 er problemen zijn die samenhangen met een verschil van inzicht over wat nodig is om de werkomstandigheden in de woning te laten beantwoorden aan de Arbowet en daarop gebaseerde regelgeving en de wensen van [eiser] aangaande het door ADL-assistenten laten verrichten van hand- en spandiensten in en om zijn woning. Later in tijd geven de verslagen en brieven er blijk van dat ook spanningen in de samenwerkingsrelatie zijn ontstaan door de wijze waarop [eiser] medewerkers van Fokus bejegend.

2.8.

In het bijzonder wordt de samenwerking tussen partijen belast door de specifieke wensen van [eiser] met betrekking tot het darmprikkelen. [eiser] wil dat hieraan uitvoering wordt gegeven in afwijking van het handelingsschema en ADL-assistenten krijgen de stellige indruk dat [eiser] dit als een soort seksuele handeling ervaart. Het uitvoeren van de gevraagde handelingen wordt door ADL-assistenten als uitermate belastend ervaren, ook omdat [eiser] wil dat deze verrichting tot een half uur doorgaat, terwijl de ADL-assistenten dat niet willen. Er ontstaan in dit verband verschillen van inzicht over de noodzaak van het toucheren van de endeldarm zoals [eiser] dat wenst, wanneer er geen harde ontlasting voelbaar is. Door de wijze waarop uitvoering wordt verlangd en wordt gegeven aan het darmprikkelen, is een bijkomend probleem is dat ADL-assistenten onder de ontlasting komen te zitten. Fokus wil dat [eiser] niet langer verlangt dat wordt afgeweken van het handelingsschema. [eiser] wil vasthouden aan de door hem gewenste toucheren van de endeldarm, hoewel hij erop is gewezen dat zijn zorgvraag afwijkt van geldende protocollen en voor de ADL-assistenten betekent dat zij onder arbeidsomstandigheden moeten werken die niet beantwoorden aan Arbowet- en regelgeving.

2.9.

De samenwerking komt in de loop van de tijd verder onder spanning te staan. Fokus dringt steeds sterker erop aan dat [eiser] ervoor zorgdraagt dat in zijn woning sprake is van een werkomgeving die aan de Arbonormen voldoet, waarbij sinds 2008 het geschil in het bijzonder betrekking heeft op het bed van [eiser] . Fokus dringt vanaf 2002 erop aan, maar vergeefs, dat [eiser] zorgt voor een nieuw bed dat - zoals voor wat betreft de arbeidsomstandigheden betreft - deelbaar en in hoogste verstelbaar moet zijn. Uit een brief van Fokus van 17 februari 2017 blijkt dat [eiser] hier nog steeds niet in heeft voorzien, hoewel uit verslagen en brieven blijkt dat hij er bij herhaling op is gewezen dat dit voor hem en voor de ADL-assistenten risico's met zich brengt. Er wordt om die reden besloten om eerst bedhekjes te plaatsen, ook omdat [eiser] een keer uit bed is gevallen.

2.10.

Er heeft zich een incident voorgedaan waarbij een medewerker van Fokus heeft ervaren dat zij door [eiser] tegen haar wil werd vastgehouden in de woning van [eiser] na een discussie over de vraag of het al dan niet plaatsen van glazen door de medewerkster van Fokus in de afwasmachine, die volgens [eiser] onnodig 45 minuten heeft geduurd. [eiser] begaf zich met zijn rolstoel tussen de medewerkster en deur waardoor de medewerkster het gevoel had vast te worden gehouden. Hiervan is aangifte gedaan bij de politie.

2.11.

Ook is een terugkerende bron van spanning een verschil van inzicht dat tussen partijen steeds opnieuw opkomt over de reikwijdte van de overeengekomen ADL-assistentie. Fokus ervaart dat [eiser] de ADL-assistenten feitelijk dwingt tot het verrichten van hand- en spandiensten in en om zijn woning en Fokus daaraan niet wil meewerken onder meer omdat Fokus ADL-assistenten de door [eiser] verlangde werkzaamheden niet mogen verrichten.

2.12.

Fokus ervaart verder dat [eiser] ongewenst gedrag vertoont doordat hij zich schuldig maakt aan verbale agressie en dat [eiser] met name in de ochtend geregeld oneigenlijk gebruik maakt van de alarmknop.

2.13.

Op 14 september 2017 is tijdens een bespreking en bij brief van 20 september 2017 aan [eiser] mededeling gedaan dat op grond van de door Fokus ervaren incidenten een ernstig verstoorde samenwerkingsrelatie is ontstaan en het niet meer mogelijk is om de zorg aan [eiser] te verlenen, omdat het team het verlenen van ADL-assistentie als bezwaarlijk ervaart en teamleden angstig zijn om bij [eiser] te komen. Fokus heeft zich op het standpunt gesteld dat er gewichtige redenen zijn die haar bevoegd maken de zorgovereenkomst op te zeggen. Fokus heeft dat gedaan tegen 1 januari 2018. Op 14 september 2017 heeft Fokus de door [eiser] gewilde dienstverlening ten aanzien van het rectaal toucheren opgezegd en met onmiddellijke ingang stopgezet.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, verkort weergegeven, een met dwangsommen versterkte veroordeling van Fokus om de opzegging van de zorgovereenkomst in te trekken, de EVA handeling darmprikkelen met onmiddellijke ingang te hervatten en de dienstverlening na 1 januari 2018 voort te zeggen, een en ander met veroordeling van Fokus in de proceskosten. Daartoe stelt [eiser] , samengevat weergegeven, dat hij Fokus vergeefs heeft gesommeerd de opzegging in te trekken. [eiser] stelt dat er geen sprake is van een gewichtige reden om de zorgovereenkomst op te zeggen en dat de zorg die Fokus aan hem verleent voor hem essentieel is, ook om in zijn werk te kunnen blijven functioneren. [eiser] heeft de incidenten die Fokus aangrijpt om de zorgovereenkomst op te zeggen weersproken en hij stelt dat hij ermee instemt dat zijn woning een werkomgeving moet zijn die aan de Arboregelgeving voldoet en dat hij daarom zelf noodgedwongen moest instemmen met de volgens Fokus opgelegde vrijheid beperkende maatregel, te weten het plaatsen van bedhekjes. [eiser] stelt verder dat het darmprikkelen zoals hij dat wil, voor hem een medisch noodzakelijk handeling betreft die kan worden gebaseerd op de Richtlijn "defecatiebeleid bij volwassenen met een dwarslaesie, hoewel zijn medisch specialist wel heeft aangegeven dat onder deskundige leiding van het behandelteam kan worden bekeken of de gehanteerde methode nog steeds de meest adequate is. [eiser] betwist dat hij oneigenlijke vragen stelt om hand- en spandiensten en hij wijst op een verslag waaruit blijkt dat de discussie over het al dan niet verrichten van die hand- en spandiensten vaak langer duurt dan het verrichten van de handeling zelf, zodat is afgesproken dat de betreffende medewerker gewoon de gevraagde hand- en spandiensten verleent en daarover dan later contact opneemt met een leidinggevende. Die kan dan met de cliënt in gesprek gaan. [eiser] betwist dat hij een medewerkster tegen haar zin in zijn woning heeft vastgehouden en dat op het moment dat de medewerkster aangaf het heel vervelend te vinden dat hij voor de deur stond hij onmiddellijk opzij is gegaan. [eiser] stelt dat hij weliswaar een medewerker van Fokus voor "loeder" heeft uitgemaakt, maar dat hij dat heeft gedaan tegen een andere medewerkster van Fokus en dat dit helaas de betreffende medewerkster heeft bereikt die daarom boos is geworden. [eiser] stelt en brengt daartoe verschillende verklaringen in het geding, dat hij zich verder nooit schuldig maakt aan onheuse bejegening van medewerkers van Fokus. [eiser] betwist dat hij oneigenlijk gebruik maakt van de alarmkop. [eiser] stelt dat hij met de meeste medewerkers een hartelijke en vriendschappelijke relatie onderhoudt en dat voor zover medewerkers angstig voor hem zijn, hij voor een gesprek met hen openstaat. [eiser] stelt dat al met al sprake is van een onzorgvuldige procedure door Fokus in de aanloop naar opzegging en dat hij niet eerder een schriftelijke waarschuwing heeft gehad met de mededeling dat opzegging het gevolg kan zijn van zijn handelen. [eiser] stelt verder dat de termijn waartegen is opgezegd ook te kort is.

3.2.

Fokus voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen hebben een zorgovereenkomst met elkaar gesloten die naar analogie kan worden gezien als een behandelingsovereenkomst in de zin van art. 7:446 BW. De voorzieningenrechter acht daarom art. 7:460 BW dat bepaalt dat de hulpverlener alleen ingeval van gewichtige redenen de behandelingsovereenkomst kan opzeggen, toepasbaar en toepasselijk op de rechtsverhouding tussen partijen.

4.2.

Uit de literatuur en (tucht)rechtspraak kan worden afgeleid dat een hulpverlener zeer terughoudend moet omgaan met de mogelijkheid van een eenzijdige opzegging van een behandelingsovereenkomst; de hulpverlener behoort in hoge mate rekening te houden met de gezondheidstoestand van de patiënt/cliënt.

4.3.

Voor een eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst gelden bovendien zorgvuldigheidseisen. Zo behoort een zorgverlener hierover van te voren in gesprek te gaan met de patiënt/cliënt en dient er een redelijke termijn voor beëindiging in acht te worden genomen.

4.4.

In dit kort geding staat te beoordelen of voldoende aannemelijk is dat de rechter in een gewone procedure (bodemprocedure) tot het oordeel zal komen dat de omstandigheden waarop Fokus haar opzegging van de zorgovereenkomst grondt, voldoende gewichtig zijn en of Fokus bij haar opzegging de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die gelet op de gezondheidstoestand van [eiser] van haar mocht worden gevergd.

4.5.

Uit de in het geding gebrachte verslagen en brieven blijkt dat Fokus steeds heeft verkend welke mogelijkheden tot verbetering van de situatie er zijn en ook steeds [eiser] heeft gewezen op wat veroorzaakt dat de samenwerking problematisch verloopt en wat veroorzaakt dat dit in stand wordt gehouden. Fokus heeft daarbij steeds gezocht naar alternatieven in de eigen organisatie om met het door Fokus als problematisch ervaren gedrag van [eiser] om te gaan. Uiteindelijk heeft Fokus met [eiser] gesproken over een opzegging van de zorgovereenkomst en vervolgens heeft zij kort daarna de zorgovereenkomst schriftelijk opgezegd.

4.6.

Aan die opzegging zijn geen (schriftelijke) waarschuwingen voorafgegaan met de melding dat opzegging het gevolg kon zijn van het door Fokus gewraakte gedrag van [eiser] . Aan [eiser] is ook niet te verstaan gegeven wat hij precies moet doen of juist moet nalaten om opzegging van de zorgovereenkomst te voorkomen. Dat klemt, omdat de relatie tussen Fokus en [eiser] zich kenmerkt door jarenlange voortdurende conflicten over alle feiten en omstandigheden die Fokus aan haar opzegging ten grondslag legt. Voor [eiser] kon daarom niet zonder meer duidelijk zijn geweest dat vanaf een bepaald moment een voor Fokus kritische grens was bereikt en dat hij bij een voortzetting van zijn gedrag, riskeerde dat Fokus de zorgovereenkomst zou opzeggen.

4.7.

Verder blijkt voorshands niet van een toereikende inspanning door Fokus om een passende oplossing voor [eiser] te zoeken als zij niet langer de zorg aan [eiser] verleent. Van Fokus mag worden gevergd dat zij borgt dat de aan [eiser] kan worden gecontinueerd op het moment dat zij die zorg zelf niet meer verleent.

4.8.

Een en ander brengt naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter met zich dat Fokus niet heeft gehandeld als van een goede zorgaanbieder bij de eenzijdige beëindiging van de zorgovereenkomst mag worden verwacht. Een dergelijke handelswijze is ten aanzien van een kwetsbaar persoon als [eiser] uiterst onzorgvuldig.

4.9.

Hier staat tegenover dat uit de in het geding gebrachte verslagen en brieven kan worden afgeleid dat de zorgverlening aan [eiser] een disproportionele belasting voor Fokus met zich brengt door de houding en de dwingend geuite wensen en verlangens van [eiser] ten aanzien van zorg waarvan hij vindt dat die aan hem moet worden verleend. De verslagen en brieven geven er blijk van dat in een lange periode van tijd vele vruchteloze pogingen zijn ondernomen om [eiser] te bewegen zich zodanig coöperatief op te stellen dat de zorg kan worden verleend onder omstandigheden die beantwoorden aan de Arbowet- en regelgeving en dat geen zorg feitelijk wordt afgedwongen die verder strekt dan de overeengekomen ADL-assistentie (géén hand- en spandiensten). De verslagen en brieven geven er verder blijk van dat die coöperatieve houding bij [eiser] niet of zeer moeilijk kon worden gevonden. Op terechte punten van zorg van Fokus voor het welzijn van haar medewerkers en het verantwoord uitvoeren van de overeengekomen zorg, wordt gerespondeerd met (formele) klachten van [eiser] . Ook ter zitting gaf [eiser] er blijk van dat hij op geen enkele wijze tot het inzicht kan komen dat hij (de medewerkers van) Fokus overvraagt en wat de impact van zijn handelwijze is of kan zijn op de ADL-assistenten op wie hij een beroep doet.

4.10.

De hiervoor onder het kopje "De feiten" gereleveerde feiten en omstandigheden geven blijk van een ernstige verstoring van de samenwerkingsrelatie tussen partijen en het ontbreken van ieder voortuitzicht op een herstel van normale en werkbare verhoudingen. Er is aldus een voldoende gewichtige reden om de zorgovereenkomst te beëindigen.

4.11.

Alles overziend, komt de voorzieningenrechter tot de slotsom dat voldoende aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure tot het oordeel komt dat er gewichtige redenen zijn om de zorgovereenkomst op te zeggen, maar dat Focus bij haar opzegging niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van haar in de gegeven omstandigheden mocht worden gevergd.

4.12.

Daarom treft de vordering van [eiser] in zoverre doel, dat Fokus de zorgovereenkomst moet voortzetten tot 1 april 2018, zodat voldoende tijd beschikbaar komt om alternatieve ADL-assistentie te regelen. Het voortzetten van de ADL-assistentie tot 1 april 2018 verplicht Fokus echter niet tot het uitvoeren van de EVA handeling darmprikkelen of het rectaal toucheren van [eiser] . Fokus heeft in de gegeven omstandigheden de zorgovereenkomst in zoverre mogen opzeggen, omdat [eiser] wil dat de betreffende EVA handeling wordt uitgevoerd in afwijking van het vastgestelde handelingschema en de voor darmprikkeling bestaande protocollen. [eiser] heeft overigens ook geen belang (meer) bij toewijzing van zijn op het voortzetten van de darmprikkeling door Fokus gerichte vordering omdat - zoals ter zitting uit zijn verklaring bleek - hij inmiddels heeft geregeld dat via Thuiszorg deze zorg aan hem wordt verleend.

4.13.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding de veroordeling van Fokus met het opleggen van dwangsommen te versterken, zoals [eiser] heeft gevorderd. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken waaruit kan worden afgeleid dat Fokus zich zonder dwangsommenveroordeling niet houdt aan een door de rechter gewezen vonnis.

4.14.

De voorzieningenrechter ziet in al het voorgaande aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

1. veroordeelt Fokus de zorgovereenkomst voort te zetten tot 1 april 2018, behoudens voor zover het de EVA handeling darmprikkelen of rectaal toucheren betreft,

2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3. compenseert tussen partijen de proceskosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt,

4. wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017 en door de rolrechter ondertekend.1

1 type: coll:569/BRT