Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4996

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-12-2017
Datum publicatie
22-12-2017
Zaaknummer
6334501 AR VERZ 17-72
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De werkgever voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding primair gelegen is in het ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer, het gaat daarbij onder meer om het op oneigenlijke wijze verkrijgen en gebruik maken van bedrijfsgevoelige informatie van de opdrachtgever door de werknemer, alsmede om het plaatsen van uitlatingen door de werknemer op LinkedIn over zijn opdrachtgever en collega's. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door de werkgever in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW. Ook de subsidiair aangevoerde grond, dat sprake is van verstoorde verhoudingen, hetgeen door de werknemer gemotiveerd is betwist, leidt niet tot de gevorderde ontbinding. De kantonrechter overweegt dat, voor zover al sprake is van verstoorde verhoudingen tussen partijen, dit niet in overwegende mate aan de werknemer te wijten valt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0013
AR 2017/6748
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 6334501 AR VERZ 17-72

beschikking van de kantonrechter ex artikel 7:671b lid 1 BW d.d. 18 december 2017

Expro North Sea Limited,

statutair gevestigd in het Verenigd Koninkrijk,

tevens zaakdoende te Den Helder,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. R. Muurlink,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. U. Hoogland.

Partijen zullen hierna Expro en [verweerder] worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Expro heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden, ingekomen ter griffie op 22 september 2017.

1.2.

[verweerder] heeft op 20 oktober 2017 een verweerschrift met producties ingediend.

1.3.

Op 30 oktober 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben pleitaantekeningen overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen overigens ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

1.4.

De behandeling is ter zitting aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen de zaak in der minne te regelen. De raadslieden van partijen hebben bij faxberichten van 9 november 2017 de kantonrechter bericht dat het niet gelukt is tot overeenstemming te komen en zij verzoeken een beslissing te nemen op het ontbindingsverzoek.

1.5.

De datum voor de beschikking is hierna bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

De kantonrechter gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.2.

[verweerder], geboren [geboortedatum], is op 3 juni 1996 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger) van Expro. [verweerder] is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd werkzaam binnen de afdeling Manpower Services van Expro. Feitelijk is [verweerder] werkzaam bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna: NAM) tegen een bruto maandsalaris ad € 4.856,54, exclusief 8,33% vakantietoeslag.

2.3.

Binnen het Expro geldt sinds 2011 een Expro Code of Conduct. Daarin is onder meer het navolgende opgenomen:

" Who must comply with the Expro code?

The Expro Code applies to every Expro company and everyone who works for Expro throughout the world. You are personally responsible for reading and applying the Expro Code together with all other group directives and policies that are relevant to you and applying them in your job.

The Expro Code also applies to certain third parties such as consultants, agents, and other representatives and suppliers. We will only do business with third parties who comply with the law and who will commit to a Code of Conduct at least as demanding as our own.

Daarnaast is onder "Principle 12 Confidential information" vermeld:

"Expro must maintain the confidentiality of proprietary information entrusted to them by Expro or its customers and suppliers, when disclosure is authorised by the company or is required to be disclosed by law.

Proprietary information includes all non-public information that might be of use to competitors or other third parties or harmful to Expro or Expro personnel or customers or suppliers if disclosed.

You must never use Expro’s proprietary information for personal gain or for the benefit of persons outside Expro. In addition, you should respect the privacy of fellow Expro personnel.

Expro will not use illegal, unethical or improper means to obtain confidential information or proprietary data of third parties.".

In de Code of Conduct is bepaald dat bij overschrijding de navolgende consequenties gelden:

"The Board takes compliance very seriously. If you breach the law, the Expro Code or any of the group’s policies or directives you will be subject to disciplinary action which may result in termination of employment."

2.4.

Op 18 maart 2011 heeft [verweerder] de zogenaamde 'compliance agreement' getekend. Door ondertekening van dit document geeft de medewerker van Expro zijn akkoord dat hij de Code of Conduct heeft gelezen, begrepen en dat hij te allen tijde zal voldoen aan deze Code. Daarnaast stemt de medewerker ermee in dat hij rapporteert als de Code wordt gebroken en als hij zelf de Code breekt Expro passende maatregelen mag nemen.

2.5.

Medewerkers van Expro worden geacht hun kennis over de Code of Conduct bij te houden door deelname aan verplichte (online)trainingen.

2.6.

Daarnaast geldt binnen Expro Den Helder het personeelshandboek. Daarin is onder meer opgenomen:

"Employees’ contractual terms of employment are contained in their Contract of Employment. The Dutch Personnel Manual forms an integral part of this Contract of Employment. However, in the event of variance between statements in the Contract of Employment and statements in the Personnel Manual, the Contract of Employment will prevail. When we refer to the Contract of Employment we are referring to these documents.".

Daarnaast is vermeld:

"Confidentiality

Expro personnel must maintain the confidentiality of proprietary information entrusted to

them by Expro or its customers and suppliers, except hen disclosure is authorised by the Company or is required to be disclosed by law."

Met betrekking tot het gebruik van internet is in het Handboek het navolgende opgenomen:

"When using the internet, employees must be aware that they are representing themselves and Expro. Each person is expected to behave in a polite and professional manner and never participate in any harassing or illegal activities of any kind"

2.7.

Ook de Shell hanteert een Code of Conduct. Deze geldt Code voor alle Shell/NAM-medewerkers inclusief agency en services medewerkers. [verweerder] heeft zich geconformeerd aan deze Code.

2.8.

Expro heeft [verweerder] middels een tweetal brieven van 5 augustus 2014 geïnformeerd over de aanpassing van het arbeidsvoorwaardenpakket, meer in het bijzonder de aanpassing van het salaris per 1 juli 2014 en de invulling van de pensioenregeling. [verweerder] is over de invulling van de pensioenregeling nader geïnformeerd door een interne memo van

14 oktober 2014.

2.9.

In reactie heeft [verweerder] bij e-mail van 18 november 2014 Expro - kort gezegd - bericht dat hij officieel tegen de wijziging van de pensioenregeling is, maar dit e-mailbericht als een goedkeuring onder protest moet worden gezien.

2.10.

Middels een brief van 17 november 2016 heeft [verweerder] bij Expro onder meer aangegeven dat Expro hem vanaf 1 juli 1998 het loon had moeten betalen wat de werknemers ontvangen die in een gelijke of gelijkwaardige functie bij de NAM in dienst zijn. Daarnaast is afgifte van bepaalde bescheiden verzocht.

2.11.

Partijen hebben hierover - zonder resultaat - met elkaar gecorrespondeerd. [verweerder] is daarop een kort gedingprocedure gestart. Daarbij is een beroep gedaan op artikel 843a Rv en is een voorschot ten titel van achterstallig salaris verzocht. De kantonrechter te Alkmaar heeft bij vonnis van 12 april 2017 - kort gezegd - overwogen dat Expro zich terecht tegen de afgifte van de stukken heeft verzet. Het gevraagde voorschot is afgewezen. [verweerder] heeft hoger beroep aangetekend tegen dit vonnis.

2.12.

In de nacht van 18 mei op 19 mei 2017 heeft [verweerder] met zijn auto een aanrijding gehad met een ree. [verweerder] heeft bij e-mail van 19 mei 2017 deze schade van ongeveer

€ 4.300,00 gemeld. [verweerder] verzoekt aan te geven of deze schade door NAM in de Bedrijfsvoering verzekerd is en of dit via Expro gefactureerd kan worden. [verweerder] meldt verder dat hijzelf geen dekking heeft voor dit soort schade en dat hij geen alternatief vervoer heeft.

2.13.

Partijen corresponderen vervolgens over de vraag of de schade is ontstaan in het kader van woon-/werkverkeer of in de privésfeer en of de werkgever aansprakelijk is voor deze schade. Expro stelt zich op het standpunt dat zij niet aansprakelijk is voor de schade aan de auto van [verweerder]. Expro heeft ondertussen vervangend vervoer (een huurauto) voor [verweerder] geregeld en heeft [verweerder] gevraagd zijn auto te laten repareren. De huurtermijn die aanvankelijk op 12 juni 2017 verliep, is door Expro verlengd.

2.14.

Op 30 juni 2017 heeft [verweerder] Expro in een bodemprocedure gedagvaard. [verweerder] vordert de betaling van een bedrag ad € 792.259,08 aan loon, welk bedrag volgens [verweerder] moet worden verhoogd met 50%. In het kader van een provisionele vordering is een beroep gedaan op de exhibitieverplichting van Expro.

2.15.

[verweerder] heeft op LinkedIn een bericht met de volgende tekst geplaatst:

" Na 70 jaar olie en gasproductie lees ik "huilverhalen" van collega's die zich nu geïntimideerd voelen door de rest van Nederland.

Het gros heeft de zakken gevuld en geniet ondertussen van een riant Shell pensioen.

" het Elftal dat achterstaat bij het eindsignaal heeft de wedstrijd verloren ", gewisselde spelers staan reeds te zingen onder de Douche of hebben de haren reeds gekamd. Mijn punt is dat de gasproducent geen begrip van de benadeelden hoeft te verwachten en het charme offensief om de "hearts en minds" van de bevolking te winnen die nog "op" het gas wonen te laat komt en te weinig is. Spiegeltjes en kralen hebben vroeger gewerkt. Nu niet meer. En zal ruimhartig met een mentaliteit van " mag het ietsje meer zijn?" gecompenseerd moeten worden zodat de "Nam-er" met trots weer over zijn werkgever kan vertellen."

2.16.

Op 5 juli 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Expro en [verweerder]. Daarbij is onder meer aan de orde gekomen dat [verweerder] een cursus heeft gemist. In dit gesprek is ook gesproken over een onregelmatigheid in de kilometerdeclaratie en de vervoersituatie van [verweerder].

2.17.

In vervolg daarop heeft er op 14 juli 2017 opnieuw een gesprek plaatsgevonden tussen Expro en [verweerder]. Bij die gelegenheid is door Expro een brief, gedateerd 14 juli 2017, aan [verweerder] overhandigd, inhoudende een waarschuwing. Deze waarschuwing heeft betrekking op het niet verschijnen van [verweerder] op een verplichte training en de onregelmatigheid in de kilometerdeclaratie en vervoersituatie. In verband met de door Expro in de brief neergelegde constateringen is aan [verweerder] aangeven welke verbeteringen van hem worden verwacht. Tenslotte is aangegeven dat deze verbeterpunten in de komende twaalf maanden zullen worden geëvalueerd en dat in het geval [verweerder] geen adequate verbetering laat zien Expro genoodzaakt is disciplinaire maatregelen te nemen.

2.18.

Het gesprek van 14 juli 2017 is [verweerder] bij brief van 14 juli 2017 schriftelijk bevestigd. Daarbij is aangegeven dat naar aanleiding van de bedrijfsgevoelige informatie in de dagvaarding van 30 juni 2017 en het door [verweerder] op LinkedIn geplaatste bericht is besloten om een HR onderzoek te starten. Voorts is meegedeeld dat gedurende het onderzoek [verweerder] zal zijn geschorst.

2.19.

Bij email van 21 juli 2017 heeft de gemachtigde van [verweerder] gereageerd op de schorsing en de gegeven waarschuwing, waarbij is aangegeven dat [verweerder] zich verzet tegen deze schorsing.

3 Het verzoek

3.1.

Expro verzoekt dat de kantonrechter bij beschikking, voor zover de wet zulks toelaat uitvoerbaar bij voorraad:

1. de arbeidsovereenkomst tussen Expro enerzijds en [verweerder] anderzijds op zo kort mogelijke termijn zal ontbinden (primair) wegens (ernstig) verwijtbaar handelen door [verweerder] jegens Expro, of (subsidiair) wegens zodanig verstoorde verhoudingen, dat in redelijkheid niet van Expro kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te laten duren;

2. voor recht zal verklaren dat [verweerder] jegens Expro ernstig verwijtbaar heeft gehandeld;

3. voor recht zal verklaren dat aan [verweerder] geen transitievergoeding toekomt;

4. voor recht zal verklaren dat aan [verweerder] geen enkele andere financiële vergoeding in welke zin dan ook toekomt;

5. [verweerder] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

Ter onderbouwing heeft Expro naar voren gebracht dat primair sprake is van ernstig verwijtbaar handelen vanwege het door [verweerder] oneigenlijke wijze verkrijgen en gebruik maken van bedrijfsgevoelige informatie van de opdrachtgever van Expro, de NAM. In dit verband wordt erop gewezen dat alle medewerkers van Expro op de hoogte zijn van de voor alle medewerkers geldende "Expro Code of Conduct" en het "Expro Den Helder Personeelshandboek" en dat zij (en dus ook [verweerder]) in het kader hiervan een 'compliance agreement' hebben ondertekend. Expro stelt dat middels die ondertekening [verweerder] ook heeft ingestemd met het nemen van passende maatregelen in het geval deze code wordt overtreden. Daarnaast heeft [verweerder] ernstig verwijtbaar gehandeld door uitlatingen te plaatsen op LinkedIn over zijn opdrachtgever en collega's bij de NAM die niet in overstemming zijn met hetgeen met [verweerder] is afgesproken. Ook in dit verband wordt gewezen op het personeelshandboek. Voorts is gesteld dat de omstandigheid dat [verweerder] bijscholingen over de Code of Conduct niet heeft gevolgd voor zijn risico en rekening dient te blijven. Expro stelt dat [verweerder] de situatie bagatelliseert en dat [verweerder] er geen blijk van geeft dat hij zich realiseert wat de informatie feitelijk inhoudt. Subsidiair stelt Expro zich op het standpunt dat de arbeidsverhoudingen ernstig en duurzaam zijn verstoord en dat zij van de NAM heeft begrepen dat zij [verweerder] niet meer binnen haar organisatie werkzaam wil doen zijn. Expro licht dit nader toe. Voorts wijst Expro erop dat zij geen mogelijkheden heeft om [verweerder] elders te herplaatsen. Zowel primair als subsidiair stelt Expro dat geen rekening dient te worden gehouden met de opzegtermijn, alsmede dat [verweerder], gelet op het feit dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen geen transitievergoeding toekomt.

4 Het verweer

4.1.

[verweerder] geeft, alvorens hij zijn standpunt nader toelicht, weer hoe de gang van zaken voorafgaande aan het verzoekschrift in zijn optiek is verlopen. [verweerder] betwist dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. In dit verband is opgemerkt dat de productie aangaande de prijsafspraken tussen Expro en NAM via de dagvaarding van 30 juni 2017 enkel bij Expro bekend zijn geworden en dat dit tijdens het daaropvolgende gesprek op 5 juli 2017 en in de schriftelijke waarschuwingsbrief van 14 juli 2017 niet aan de orde is gekomen. [verweerder] licht verder toe in welk perspectief de toevoeging van de productie aan de dagvaarding van 30 juni 2017 moet worden bezien. [verweerder] betwist dat hij het document onrechtmatig heeft gekregen, nu hij de informatie via het intranet van NAM, dat voor hem vrij toegankelijk is, heeft verkregen. Het doel van het toevoegen van de informatie was het volledig informeren van de rechter. Voorts is aangevoerd dat de informatie Expro niet direct schade toebrengt.

Ten aanzien van de uitlatingen op sociale media voert [verweerder] aan dat toegegeven kan worden dat hij zich wat ongelukkig heeft uitgelaten, maar dat hij zich niet negatief uitlaat over zijn collega's en de opdrachtgever.

In dit verband voert [verweerder] verder aan dat Expro, ondanks het bericht op LinkedIn na een waarschuwing met hem verder wil gaan, zij het dat zijn gedrag na een bepaalde periode zal worden geëvalueerd [verweerder] betwist dat het NAM is die wil dat hij met zijn werkzaamheden stopt en licht dit nader toe. Voorts wordt betwist dat sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding en dat Expro serieus heeft gekeken naar de mogelijkheden voor herplaatsing.

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van alle verzoeken en subsidiair verzoekt [verweerder] om in geval van ontbinding de opzegtermijn in acht te nemen en aan hem een transitievergoeding en een billijke vergoeding toe te kennen, met veroordeling van Expro in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hieronder nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat uit artikel 7:669

lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan.

5.2.

Expro voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding primair gelegen is in het ernstig verwijtbaar handelen door [verweerder], zoals nader toegelicht in het verzoekschrift. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Expro in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW. Daartoe acht de kantonrechter het volgende redengevend.

5.3.

De kantonrechter overweegt allereerst dat de verhoudingen tussen partijen kennelijk onder druk zijn komen te staan als gevolg van de aanspraak die [verweerder] meent te maken op een hoger salaris, welk claim in een bodemprocedure zal worden beoordeeld. De kantonrechter zal hetgeen partijen verdeeld houdt echter niet bij de beoordeling van dit verzoek betrekken, nu dit niet aan het verzoek tot ontbinding ten grondslag is gelegd, maar zijdelings in de procedure aan de orde komt.

Ook hetgeen door Expro naar voren is gebracht ten aanzien van het niet verschijnen van [verweerder] bij een verplichte training en de onregelmatigheid in de kilometerdeclaratie en de vervoerssituatie zal bij de beoordeling van het verzoek niet worden betrokken, nu Expro daar zelf geen vervolg aan heeft gegeven en dit geen aanleiding is geweest voor de schorsing van [verweerder] op 14 juli 2017. Hierbij is van belang dat in de waarschuwingsbrief van Expro van 14 juli 2017 [verweerder] is aangezegd dat hij zich op deze punten dient te verbeteren, hoe hij zich dient te verbeteren en dat de verbeterpunten de komende twaalf maanden zullen worden geëvalueerd. Dit betekent dat in het kader van de beoordeling van het onderhavige ontbindingsverzoek van belang is hetgeen door Expro is gesteld met betrekking tot het ernstig verwijtbaar handelen vanwege het door [verweerder] op oneigenlijke wijze verkrijgen en gebruik maken van bedrijfsgevoelige informatie van de opdrachtgever van Expro, de NAM, alsmede het plaatsen van uitlatingen door [verweerder] op LinkedIn over zijn opdrachtgever en collega's bij de NAM die niet in overstemming zijn met hetgeen met [verweerder] is afgesproken.

In dit verband is gewezen op de van voor alle medewerkers geldende "Expro Code of Conduct" en het "Expro Den Helder Personeelshandboek". [verweerder] heeft gemotiveerd weersproken dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen.

5.4.

De kantonrechter overweegt wat betreft het oneigenlijke wijze verkrijgen van de bedrijfsgevoelige informatie door [verweerder] het navolgende. Expro stelt zich op het standpunt dat [verweerder] de informatie op oneigenlijke wijze heeft verkregen en dat het om bedrijfsgevoelige informatie van de NAM gaat. Ter zitting is naar voren gekomen dat [verweerder] deze bedoelde informatie heeft verkregen via het intranet van de NAM, dat voor iedere werknemer vrij toegankelijk is. Expro heeft dit niet betwist, zodat daarmee niet is komen vast te staan dat, zoals gesteld, [verweerder] de informatie op oneigenlijke wijze heeft verkregen. Tussen partijen is niet in geschil dat [verweerder] deze informatie heeft gedownload ten behoeve van de discussie over zijn salariëring, waarin hij met Expro is verwikkeld en niet met het doel om deze informatie vrijelijk en met kwade bedoelingen te verspreiden. Deze informatie dient enkel ter ondersteuning van de stelling dat hij door Expro is onderbetaald. Daarnaast is gesteld, en door [verweerder] gemotiveerd betwist, dat sprake is van het verkrijgen van bedrijfsgevoelige informatie. De kantonrechter overweegt dat Expro op dit punt zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Expro volstaat met de verwijzing naar de geldende Code of Conduct en het Expro Personeelshandboek en de stelling dat het om een lijst met prijsafspraken gaat die de NAM heeft gemaakt voor het personeel dat zij inhuurt van verschillende bedrijven, maar laat na nader te onderbouwen op basis waarvan moet worden aangenomen dat de informatie die [verweerder] heeft verkregen bedrijfsgevoelige informatie is. Niet gesteld of gebleken is dat NAM rechtstreeks [verweerder] of Expro op het verkrijgen van de bewuste informatie heeftaangesproken en of stappen aangekondigd. De kantonrechter komt tot de conclusie dat in dit verband niet kan worden gesproken van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van [verweerder].

5.5.

Ten aanzien van het door [verweerder] geplaatste bericht op LinkedIn wordt allereerst overwogen dat het op zichzelf genomen niet verstandig is om zich op deze wijze als (ingehuurde) werknemer van de NAM in de algemene discussie over de gaswinning te mengen. De kantonrechter neemt verder voor de beoordeling in aanmerking dat dit bericht op LinkedIn reeds voor 5 juli 2017, dus voor het eerste gesprek dat Expro met [verweerder] heeft gevoerd over zijn functioneren, bij Expro bekend was. De inhoud van het bericht is op 5 juli 2017 evenwel geen aanleiding voor Expro geweest om [verweerder] hier op aan te spreken of tot maatregelen over te gaan. Dit had, gelet op het feit dat Expro van mening is dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, voor de hand gelegen. Niet gesteld of gebleken is dat [verweerder] is verzocht het gewraakte bericht te verwijderen. Op 14 juli 2017 is het bericht mede ten grondslag gelegd aan de aan [verweerder] opgelegde schorsing. De kantonrechter overweegt dat in dit licht bezien en in aanmerking nemende dat sprake is van een eenmalig bericht dat geplaatst is op het eigen LinkedInprofiel van [verweerder] niet kan worden gesproken van ernstig verwijtbaar handelen dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst tot gevolg moet hebben.

5.6.

Subsidiair heeft Expro aan het ontbindingsverzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van verstoorde verhoudingen. [verweerder] heeft dit gemotiveerd betwist. De kantonrechter overweegt dat, voor zover al sprake is van verstoorde verhoudingen tussen partijen, dit niet in overwegende mate aan [verweerder] te wijten valt. Uit de gewisselde stellingen en bescheiden is naar voren gekomen dat de verhoudingen tussen partijen onder druk zijn komen te staan doordat [verweerder] een procedure is gestart om aanspraak te maken op de betaling van en hoger salaris. Het staat [verweerder] echter vrij om middels een procedure te onderzoeken of hij die aanspraak te gelde kan maken.

Het ligt op de weg van een werkgever onder die omstandigheden zich in te spannen om zorg te dragen voor een normale verstandhouding. Daarnaast heeft [verweerder] gemotiveerd en onderbouwd betwist dat zijn positie bij NAM niet langer houdbaar zou zijn.

Op basis van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat ook de subsidiaire grondslag van het verzoek niet kan leiden tot ontbinding van de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst, nu niet gesproken kan worden van een ernstige en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie.

5.7.

De kantonrechter concludeert op basis van het vorenstaande tot afwijzing van de verzoeken van Expro. Nu de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden bestaat er geen aanleiding meer voor een inhoudelijke beoordeling van de overige verzoeken van Expro.

5.8.

De proceskosten komen voor rekening van Expro, omdat zij ongelijk krijgt, tot op heden aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op:

griffierecht € 117,00

salaris gemachtigde € 500,00 (2 punten van het liquidatietarief kanton)

Totaal € 617,00

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de verzochte ontbinding af;

6.2.

veroordeelt Expro in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op € 617,00;

6.3.

verklaart deze beschikking, voor zover deze ziet op de veroordeling in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven te Assen en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2017 door

mr. A. van der Meer, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c: 608/kw