Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:485

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
21-02-2017
Zaaknummer
17/880334-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Terbeschikkingstelling. Hervatting van de verpleging van overheidswege.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/880334-08

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 15 februari 2017 op een vordering van de officier van justitie tot hervatting van de verpleging van overheidswege

in de zaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [straatnaam] ,

thans verblijvende in FPC [instelling], [verblijfsplaats],

hierna te noemen veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft op 12 januari 2017 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de hervatting van de verpleging van overheidswege zal bevelen. De behandeling heeft plaatsgevonden op 1 februari 2017, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsman S.F.J. Smeets, de officier van justitie en E.W.M. van den Broek, hoofdbehandelaar en C.N. Cartmel, reclasseringsmedewerker als deskundigen.

De rechtbank heeft acht geslagen op het advies tot hervatting dwangverpleging van de Reclassering Nederland van 3 januari 2017.

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling

Bij vonnis van 2 juli 2009 heeft de rechtbank Leeuwarden veroordeelde wegens (onder meer) opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen en levensgevaar en ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, ter beschikking gesteld met voorwaarden.

De terbeschikkingstelling is aangevangen op 17 juli 2009. Op 11 februari 2011 is voornoemde terbeschikkingstelling omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Bij beslissing van 28 juli 2015 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd onder het stellen van een aantal voorwaarden. Bij beslissing van 8 september 2016 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, is de voorwaardelijk beëindigde terbeschikkingstelling met twee jaar verlengd en zijn de voorwaarden gewijzigd zoals door de reclassering geadviseerd.

Het advies van Reclassering Nederland van 3 januari 2017

De persoonlijkheid van veroordeelde wordt gekenmerkt door antisociale en borderline trekken. Daarnaast is sprake van trekken van psychopathie tot uiting komend in antisociaal gedrag en een impulsieve en onverantwoordelijke levensstijl. Ook is er sprake van een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Veroordeelde woont sinds 2014 zelfstandig in een woning in [woonplaats] . Nadat veroordeelde in 2016 wegens langdurige oneerlijkheid, heimelijk gedrag en overtreding van de voorwaarden in een time-out was geplaatst, is hij op

11 september 2016 in zijn woning teruggekeerd. De rechtbank heeft op 8 september 2016 de termijn van de voorwaardelijke beëindiging met twee jaar verlengd en de voorwaarden aangescherpt, om veroordeelde de kans te geven zich te herpakken en de reclassering in staat te stellen veroordeelde intensiever te begeleiden en onverhoopte toekomstige onregelmatigheden sneller te signaleren. Veroordeelde kon zich vinden in deze aanpak en was bereid openheid van zaken te geven. Afgesproken werd dat een eventuele terugval in middelen of verkeerde keuzes, mits deze direct bespreekbaar zouden worden gemaakt, niet zouden leiden tot een advies hervatting dwangverpleging. Langdurige oneerlijkheid, heimelijk gedrag en overtredingen van de voorwaarden zouden wel tot een negatief advies leiden. De afgelopen maanden is gebleken dat veroordeelde weer een aantal voorwaarden heeft overtreden. Veroordeelde is zijn regeling inzake de betaling van de huur en de aflossing van de huurachterstand niet nagekomen, waardoor hij zijn woning dreigt te verliezen. Op 20 september 2016 kwam de reclassering veroordeelde tegen op een straat in [woonplaats] waarvan was afgesproken dat hij zich daar in verband met de aanwezigheid van een negatief netwerk niet zou bevinden. Veroordeelde heeft op 20 september 2016 bekend cocaïne te hebben gebruikt. Via via heeft de reclassering vernomen dat hij schulden maakte door geld te lenen dat hij niet terug kon betalen. Op 22 december 2016 kreeg de reclassering een foto onder ogen waarop veroordeelde met een joint en een biertje te zien was. Veroordeelde onderhield geen contact meer met zijn jobcoach. Veroordeelde heeft sinds november 2016 geen urinecontrole meer laten doen. Nadat veroordeelde veelvuldig heeft ontkend en er op het afnemen van een bloedproef werd aangestuurd, ontving de reclassering op 28 december 2016 bericht van veroordeelde dat hij alweer meerdere weken middelen gebruikte. Veroordeelde heeft hiermee de voorwaarden huisvesting, middelenverbod, ambulante behandeling, reclasseringsbegeleiding, dagbesteding/werk en financiën overtreden. De reclassering kan niet anders dan wederom concluderen dat veroordeelde niet begeleidbaar is. Er is geen verandering zichtbaar in het gedrag van veroordeelde in vergelijking met voor de verlenging. Net als voor de verlenging spelen zich weer belangrijke zaken af, met betrekking tot het recidiverisico en het afglijden in allerlei vormen van ongewenst gedrag, buiten het zicht van de reclassering en de hulpverlening. De reclassering ziet een soortgelijk patroon als van voor de indexdelicten, waarbij veroordeelde afglijdt in verslavingsgedrag, geldproblemen en een negatief netwerk. Veroordeelde slaagt er niet in zichzelf te corrigeren en de reclassering schat de kans op vermogensdelicten in als hoog (het bekostigen van zijn verslavingen, alcohol, drugs of gokken). De verwachting is dat dit de stap naar gewelddadige (vermogens)delicten kleiner zal maken. Ondanks de hoogst mogelijke intensiteit van hulpverlening binnen het kader van de voorwaardelijke beëindiging heeft de reclassering niet kunnen voorkomen dat veroordeelde opnieuw afglijdt. De reclassering adviseert een hervatting van de dwangverpleging om veroordeelde binnen dat kader opnieuw te behandelen en toe te werken naar een nieuwe, meer stabiele herintrede in de maatschappij.

De deskundigen C.N. Cartmel reclasseringsmedewerker en E.W.M. van den Broek, hoofdbehandelaar, hebben tijdens de terechtzitting van 1 februari 2017 het advies bevestigd en nader toegelicht.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering tot hervatting van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman

Veroordeelde en zijn raadsman hebben zich verzet tegen een hervatting van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Veroordeelde en zijn raadsman hebben hiertoe aangevoerd dat de terbeschikkingstelling reeds lange tijd loopt, terwijl het een relatief licht indexdelict betreft. De kans op recidive is laag tot matig en de kans op nieuw seksueel gewelddadig gedrag is gering. Een hervatting zou dan ook buitenproportioneel zijn. De terbeschikkingstelling is bovendien niet bedoeld voor het behandelen van verslavingsproblematiek. De behandeling van de verslaving van veroordeelde kan binnen de huidige kaders worden voortgezet.

Het oordeel van de rechtbank

Op 28 juli 2015 is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd onder het stellen van dertien voorwaarden. De rechtbank heeft op 8 juli 2016 de termijn van de voorwaardelijke beëindiging met twee jaar verlengd en de voorwaarden aangescherpt, nadat gebleken was dat veroordeelde meerdere voorwaarden had geschonden. Er was sprake van middelenmisbruik en gokgedrag waardoor hij schulden opbouwde. Veroordeelde schakelde geen hulp in en hield zijn grensoverschrijdende gedrag geheim. Veroordeelde heeft toen de kans gekregen om zich te herpakken en opnieuw een positieve lijn in te zetten. Veroordeelde wist dat als hij bij een onverhoopte nieuwe terugval in middelen of verkeerde keuzes geen openheid van zaken zou geven, dit zou kunnen leiden tot een hervatting van de dwangverpleging. Uit het advies van de reclassering is gebleken dat veroordeelde in de periode na 8 juli 2016 zijn gedrag niet heeft aangepast. Veroordeelde heeft wederom een aantal voorwaarden overtreden. Hij geeft geen openheid van zaken, werkt niet mee en hij blijft bedrieglijk gedrag vertonen waardoor de reclassering geen adequaat risicomanagement meer kan garanderen. De reclassering schat de kans op vermogensdelicten in als hoog en dat dit de stap naar gewelddadige (vermogens)delicten kleiner zal maken. De hardnekkigheid waarmee veroordeelde volhardt in predelict-gerelateerd gedrag en zijn structurele gebrek aan openheid en eerlijkheid baren de rechtbank grote zorgen. Op grond van het advies van de reclassering waaruit blijkt dat men momenteel geen begeleidings- en behandelmogelijkheden meer ziet binnen de terbeschikkingstelling met voorwaardelijk beëindigde dwangverpleging, het hoge recidiverisico, de door de deskundigen gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde de voorwaarden heeft overtreden en dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen een hervatting van de verpleging van overheidswege eist, nu het gevaar voor anderen niet met een voorwaardelijk beëindigde dwangverpleging binnen de terbeschikkingstelling kan worden afgewend. De rechtbank zal derhalve een last tot hervatting van de verpleging van overheidswege geven.

De rechtbank heeft gelet op artikel 38k van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank gelast de hervatting van de verpleging van overheidswege.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.R. de Vries, voorzitter, mr. Th.A. Wiersma en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door K. de Ruiter, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 februari 2017.

Mr. E.P. van Sloten is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Inhoudsindicatie:

Terbeschikkingstelling. Hervatting van de verpleging van overheidswege.