Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4847

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-12-2017
Datum publicatie
15-12-2017
Zaaknummer
18/830272-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen een taxichauffeur, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van medeplegen en niet enkel van medeplichtigheid. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 323 dagen met aftrek op, waarvan 180 dagen voorwaardelijk en daaraan gekoppeld algemene voorwaarden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830272-17

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

15 december 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1991 te Bedum,

thans gedetineerd in de P.I. Leeuwarden te Leeuwarden, Holstmeerweg 7.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

19 september 2017 en 1 december 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.A. Lubbers, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A. Hertogs.

Tenlastelegging

Aan verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 april 2017, in de gemeente Groningen, op de Zilverlaan, althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (taxi) (merk Audi), een telefoon en/of een portemonnee (met inhoud onder meer een hoeveelheid geld), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gebeld om een taxi en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om naar genoemde Zilverlaan, althans een door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) bepaalde locatie te gaan, en/of

- ( vervolgens) in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en/of

- ( derhalve) zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1], waardoor er voor die

[slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en/of

- de autosleutel uit het contactslot van genoemde auto heeft/hebben gehaald, en/of

- ( vervolgens) een touw/draad/kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben aangetrokken, en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die

[slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en/of "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geduwd

en/of

hij op of omstreeks 26 april 2017, in de gemeente Groningen, op de Zilverlaan, althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een auto (taxi) (merk Audi), een telefoon en/of een portemonnee (met inhoud onder meer een hoeveelheid geld), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gebeld om een taxi en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om naar genoemde Zilverlaan, althans een door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) bepaalde locatie te gaan, en/of

- ( vervolgens) in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en/of

- ( derhalve) zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1], waardoor er voor die

[slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en/of

- de autosleutel uit het contactslot van genoemde auto heeft/hebben gehaald, en/of

- ( vervolgens) een touw/draad/kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben aangetrokken, en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die

[slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en/of "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geduwd;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 26 april 2017, in de gemeente Groningen, op de Zilverlaan, althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een auto (taxi) (merk Audi), een telefoon en/of een portemonnee (met inhoud onder meer een hoeveelheid geld), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/hun mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]:

- in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en/of

- ( derhalve) zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1], waardoor er voor die

[slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en/of

- ( vervolgens) een touw/draad/kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben aangetrokken, en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die

[slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en/of "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geduwd

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 25 april 2017 tot en met 26 april 2017, in de gemeente Groningen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    tie-raps mee te nemen naar de Zilverlaan, althans naar de door hem/hen afgesproken locatie, en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] te bellen om naar genoemde Zilverlaan, althans een door hem/hen, verdachte(n), bepaalde locatie te gaan, en/of

  • -

    (alsmede) in de genoemde auto te stappen, waardoor hij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] getalsmatig versterkte en waardoor die [slachtoffer 1] door het getalsmatig overwicht van die in de genoemde auto verblijvende personen zichzelf niet durfde te bevrijden, en/of

  • -

    de autosleutel uit het contactslot van de genoemde auto te halen;

en/of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 26 april 2017, in de gemeente Groningen,

op de Zilverlaan, althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een auto (taxi) (merk Audi), een telefoon en/of een portemonnee (met inhoud onder meer een hoeveelheid geld), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]:

- in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en/of

- ( derhalve) zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1], waardoor er voor die

[slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en/of

- ( vervolgens) een touw/draad/kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben aangetrokken, en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die

[slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en/of "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geduwd

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 25 april 2017 tot en met 26 april 2017, in de gemeente Groningen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    tie-raps mee te nemen naar de Zilverlaan, althans naar de door hem/hen afgesproken locatie, en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] te bellen om naar genoemde Zilverlaan, althans een door hem/hen, verdachte(n), bepaalde locatie te gaan, en/of

  • -

    (alsmede) in de genoemde auto te stappen, waardoor hij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] getalsmatig versterkte en waardoor die [slachtoffer 1] door het getalsmatig overwicht van die in de genoemde auto verblijvende personen zichzelf niet durfde te bevrijden, en/of

  • -

    de autosleutel uit het contactslot van de genoemde auto te halen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 26 april 2017, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 1], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1], wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen, te weten het ondertekenen van een “onderpand ivm schuld”, althans een of meer geschriften, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) er uit, dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gebeld om een taxi en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om naar genoemde Zilverlaan, althans een door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) bepaalde locatie te gaan, en/of

- ( vervolgens) in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en/of

- ( derhalve) zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1], waardoor er voor die

[slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en/of

- de autosleutel uit het contactslot van genoemde auto heeft/hebben gehaald, en/of

- ( vervolgens) een touw/draad/kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben aangetrokken, en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die

[slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en/of "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geduwd;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 26 april 2017, in de gemeente Groningen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 1], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1], wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen, te weten het ondertekenen van een “onderpand ivm schuld”, althans een of meer geschriften, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) er uit, dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]:

- in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en/of

- ( derhalve) zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1], waardoor er voor die

[slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en/of

- ( vervolgens) een touw/draad/kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben aangetrokken, en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die

[slachtoffer 1], en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en/of "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geduwd,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 25 april 2017 tot en met 26 april 2017, in de gemeente Groningen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    tie-raps mee te nemen naar de Zilverlaan, althans naar de door hem/hen afgesproken locatie, en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] te bellen om naar genoemde Zilverlaan, althans een door hem/hen, verdachte(n), bepaalde locatie te gaan, en/of

  • -

    (alsmede) in de genoemde auto te stappen, waardoor hij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] getalsmatig versterkte en waardoor die [slachtoffer 1] door het getalsmatig overwicht van die in de genoemde auto verblijvende personen zichzelf niet durfde te bevrijden, en/of

  • -

    de autosleutel uit het contactslot van de genoemde auto te halen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het primair ten laste gelegde kan worden bewezen, met uitzondering van het leggen van de kabel om de nek van aangever en het slaan en duwen van aangever. Niet kan worden bewezen dat het medeplegen van verdachte ook op deze handelingen ziet, nu er vooraf was afgesproken dat er geen geweld zou worden gebruikt.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Zij heeft, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 2 december 2014, aangevoerd dat de rol van verdachte van onvoldoende gewicht is geweest om te kunnen spreken van medeplegen. Zo is verdachte niet betrokken geweest bij de voorbereiding van het strafbare feit. Hij heeft ten tijde van het feit geen geweldshandelingen verricht en ook niet op andere wijze een significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld geleverd. Pas achteraf heeft hij gehoord dat zijn medeverdachten een mes en een touw bij zich hadden. Verdachte heeft de taxichauffeur gebeld, de taxi in de parkeerstand gezet, de telefoon van de taxichauffeur uitgezet en papieren aan één van zijn medeverdachten overhandigd. Deze handelingen van verdachte zijn hoogstens te kwalificeren als medeplichtigheid aan het strafbare feit.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 26 april 2017, opgenomen op pagina 4 e.v. van het dossier met nummer 2017106274 d.d. 16 augustus 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

Op 26 april 2017 ben ik met geweld beroofd van mijn taxi van het merk Audi, geld en telefoon. Omstreeks 00:05 uur werd ik gebeld door een jongen voor een rit. De jongen vertelde dat hij opgepikt wilde worden bij sportcomplex Lycurgus aan de Zilverlaan in Groningen. Daar stapten twee jongens in de taxi. Ik zag dat ze handschoenen droegen. Meteen voelde ik dat er een touw of een draad over mijn hoofd werd gedaan. Mijn keel werd behoorlijk geknepen met het touw. Tevens werd meteen de autosleutel uit het contact gehaald en de telefoon werd van het dashboard gegrist. Vervolgens kwam er nog een derde persoon achterin zitten. Ik voelde dat het touw werd aangetrokken. Ik kon een beetje omkijken en zag dat de tweede persoon achterin een mes bij zich had. De jongen die het touw vasthield zei tegen mij dat er iemand was die met mij wilde praten. Vervolgens stapte [medeverdachte 1] achter in de taxi. Die zei tegen mij dat ik moest betalen, anders zou ik af worden gemaakt. Ik moest uitstappen en buiten werd ik geduwd en geslagen op het lichaam door de persoon met het touw. Ze reden met zijn vieren weg in mijn taxi.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van Politie Noord-Nederland d.d. 1 mei 2017, opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

Op het moment van de overval hoorde ik de persoon met het touw zeggen: "We weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood." [medeverdachte 1] zei daarop : "Reken maar."

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van sporenonderzoek van Politie Noord-Nederland d.d. 9 mei 2017 met bijbehorende foto's, opgenomen op pagina 12 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op 26 april 2017 onderzocht ik in het kader van het forensisch onderzoek het slachtoffer

[slachtoffer 1]. Ik zag aan de linkerzijde van de hals van het slachtoffer een rode striem.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 12 juli 2017, opgenomen op pagina 32 e.v. van de map BOB van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1]:

Het was mijn idee om de taxichauffeur met een telefoontje naar de Zilverlaan te lokken. Ik heb gezegd dat we iemand zouden gaan bellen en dat we in zouden stappen. Een week eerder is het plan ontstaan om de taxichauffeur zijn taxi af te nemen. Ik heb de garagebox in bruikleen gehad van [medeverdachte 3] voor het stallen van de Audi. Ik heb € 320,- uit de portemonnee van aangever gehaald.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 20 juni 2017, opgenomen op pagina 76 e.v. van de map BOB van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:

Ik werd opgehaald. Ik wist dat mijn zwager met de aangever had afgesproken. [medeverdachte 1] schoof naast mij de auto in. Hij was kwaad en riep "waar is het geld nou"? Iedere keer als de taxichauffeur een beweging maakte dan hield de jongen achter hem de taxichauffeur beet. Ik heb de man ook bij zijn schouder beetgepakt. Ik denk dat ik hem een of twee keer naar beneden heb geduwd. De buitenlandse jongen duwde de taxichauffeur. Hij kreeg ook een duw in de richting van [medeverdachte 1]. Daarna heeft [medeverdachte 1] in de Audi gereden.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 4 juli 2017, opgenomen op pagina 88 e.v. van de map BOB van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2]:

Wij zouden meegaan om te laten zien dat het serieus was en dat die man zag dat hij geld moest betalen, nu er een paar jongens bij waren. Ik had een soort zakmesje in mijn rechterhand, het mes was opengeklapt en ik hield het mes voor mij in mijn hand. Het idee was dat we hem een beetje bang moesten maken. Dit was het idee van mijn zwager. Hij heeft mij eerder die dag gezegd dat ik iets mee moest nemen zodat die taxichauffeur bang zou worden. Ik zei toen tegen [medeverdachte 1] dat ik dit mesje wel mee zou nemen en ik liet het aan hem zien. Toen mijn zwager dit vooraf met mij besprak zei hij dat hij de auto dan mee zou nemen. Wij hebben met zijn vieren de auto in de garagebox gezet.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 19 juli 2017, opgenomen op pagina 115 e.v. van de map BOB van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 3]:

[medeverdachte 1] heeft het er met mij over gehad om die taxi terug te krijgen. Mijn garagebox heb ik uitgeleend aan [medeverdachte 1]. Wij hebben de taxi meegenomen en die taxi is in mijn garagebox gezet. We hadden afgesproken dat ik de box ter beschikking zou stellen.

We hebben op de dag zelf afgesproken om dit te gaan doen. Ik zat achter de taxichauffeur. Ik heb hem uit de auto gepakt door hem bij de kleding vast te pakken en uit de taxi te trekken. Toen heb ik hem weggeduwd. Wij hebben de taxi gestolen van de taxichauffeur. Het was intimiderend: we waren met meerdere mensen. Ik had een kabel meegenomen. Ik wilde de man zonder de kabel wurgen, maar ik dacht: ik maak het mezelf makkelijker. Ik heb de kabel om zijn nek gedaan en toen een beetje aangetrokken.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 25 juli 2017, opgenomen op pagina 129 e.v. van de map BOB van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

[medeverdachte 1] kwam ons ophalen. Toen heb ik de taxi gebeld. Toen [medeverdachte 1] ons op kwam halen werd er besproken wie wat ging doen. De rollen werden verdeeld. Ik moest instappen naast de taxichauffeur. Ik moest de auto in de P-stand zetten en de sleutel uit het contact halen. Ik moest zijn telefoon uitzetten. Vervolgens moest ik papieren aan [medeverdachte 1] geven.

Er werd geschreeuwd tegen de taxichauffeur. We zijn met zijn vieren weggereden met de taxi.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 27 juli 2017, opgenomen op pagina 141 e.v. van de map BOB van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Iedereen wist dat [medeverdachte 2] een mes bij zich had, dat had hij verteld. Ik had tie rips bij mij. Ik wist dat [medeverdachte 3] een kabel bij zich had. De telefoon van de taxichauffeur moest worden uitgezet, zodat niet achterhaald kon worden waar de auto heen ging.

U houdt mij een Whatsappbericht voor dat ik had met [medeverdachte 3] waarin ik mijn hulp aanbied. We hadden dit twee weken van tevoren al besproken. Ik zou me nu schuldig voelen wanneer ik niet was meegegaan.

10. Een schriftelijk bescheid, te weten een screenshot van een telefoon, voor zover inhoudende:

[verdachte].

- Ik ga taxi kapen zo

- Geen hulp nodig?

- Meer hulp beter

- Hoe laat?

- Maar zwz gaat vandaag gebeuren

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat medeplegen van een strafbaar feit kan worden bewezen indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht of het veiligstellen van het gestolen goed), kan toch sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de (mede)verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit de aangifte blijkt het volgende. In de nacht van 26 april 2017 is aangever, een taxichauffeur, gebeld voor een rit. Aangever werd gevraagd om naar de Zilverlaan in Groningen te komen. Op de Zilverlaan stapten er drie mannen in zijn taxi. De man die naast aangever ging zitten haalde de autosleutel uit het contactslot, zette de taxi in de parkeerstand en zette de telefoon van aangever uit. Vrijwel direct kreeg aangever vanaf de achterbank een kabel om zijn nek gelegd, welk kabel werd aangetrokken. Ook zag aangever dat een andere man die op de achterbank zat, een mes vast had. Daarna kwam er een vierde man de auto in en deze man dwong aangever om buiten de taxi papieren te tekenen. Nadat aangever de papieren had getekend, zijn de vier mannen er vandoor gegaan met zijn taxi. In de taxi lagen ook de portemonnee en telefoon van aangever.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij van tevoren wist wat het plan was, dat er vlak voor het gebeuren een taakverdeling werd gemaakt, waarbij elke verdachte een rol kreeg toebedeeld.

Verdachte heeft aangever gebeld en heeft hem gevraagd om naar de Zilverlaan in Groningen te komen voor een taxirit. Toen aangever gearriveerd was is verdachte - zoals afgesproken - naast hem op de bijrijdersplaats gaan zitten. Hij heeft de taxi in de parkeerstand gezet en de sleutel uit het contact gehaald. Vervolgens heeft hij de telefoon van aangever uitgezet. Hij is in de taxi blijven zitten toen er tegen aangever geschreeuwd werd en er geweld werd uitgeoefend op aangever. Hij is vervolgens, nadat iedereen uit de taxi was gestapt, in de buurt gebleven en heeft daarna op verzoek de door aangever te ondertekenen papieren aan één van zijn medeverdachten overhandigd. Tot slot is hij samen met zijn medeverdachten weggereden in de taxi van aangever.


Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van bovenstaande feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat de diefstal is gepleegd op basis van eerdere afspraken tussen de verdachte en zijn medeverdachten. Ten aanzien van verdachte geldt dat hij aanwezig is geweest tijdens de onderlinge taakverdeling, de uitvoering van het delict en de afhandeling van het delict. De bijdrage van verdachte in de vorm van verscheidene gedragingen voorafgaand, tijdens en na het bewezenverklaarde, zoals hierboven uiteengezet, is aan te merken als een wezenlijke bijdrage aan het strafbare feit. Dat brengt mee dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. De rechtbank acht het ten laste gelegde medeplegen bewezen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat er geweld is gebruikt tegen het slachtoffer. Weliswaar heeft verdachte zich niet schuldig gemaakt aan geweldshandelingen, maar voor de bewezenverklaring dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van de diefstal in vereniging met geweld, is niet noodzakelijk dat bewezen wordt dat verdachte ook zelf geweldshandelingen heeft verricht. Voor een dergelijke bewezenverklaring volstaat dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten, waarbij de bijdrage van verdachte aan deze diefstal van voldoende gewicht moet zijn geweest om te kunnen spreken van medeplegen. Gelet op hetgeen de rechtbank hierover hierboven reeds heeft opgemerkt, is daarvan sprake.

De rechtbank is verder van oordeel dat uit de bewijsmiddelen tevens kan worden afgeleid dat verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het gebruik van geweld.

Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig, indien verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

In dit geval is relevant dat verdachte – naar zijn zeggen omdat medeverdachte [medeverdachte 1] had gevraagd om voorzorgsmaatregelen te treffen voor het geval de taxichauffeur een vuurwapen bij zich zou hebben - een mes bij zich had en dat andere medeverdachten een kabel en

tie-rips hadden meegenomen. Door onder deze omstandigheden een wezenlijke bijdrage te leveren aan de diefstal heeft verdachte zich blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het niet alleen zou blijven bij bedreiging met geweld, maar dat daarnaast daadwerkelijk geweld zou worden uitgeoefend tegen aangever.

Nu uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat het niet ondenkbeeldig zou zijn dat er geweld tegen aangever zou gaan worden gebruikt, was verdachte zich ook bewust van die aanmerkelijke kans en heeft hij die aanmerkelijke kans ook welbewust aanvaard.

De rechtbank acht de primair ten laste gelegde diefstal in vereniging met geweld wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 26 april 2017, in de gemeente Groningen, op de Zilverlaan, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (taxi) (merk Audi), een telefoon en een portemonnee met een hoeveelheid geld),

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders:

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gebeld om een taxi en vervolgens die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om naar genoemde Zilverlaan te gaan, en

- vervolgens in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en

- derhalve zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1], waardoor er voor die [slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en

- de autosleutel uit het contactslot van genoemde auto heeft/hebben gehaald, en

- vervolgens een kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en vervolgens heeft/hebben aangetrokken, en

- een mes heeft/hebben getoond aan [slachtoffer 1] en

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", en

- vervolgens die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Bij het bepalen van de eis heeft de officier van justitie onder andere rekening gehouden met de ernst van het feit, de gevolgen die het feit voor het slachtoffer hebben gehad en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gepleit voor het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis. Daarnaast kunnen een voorwaardelijke gevangenisstraf en een forse onvoorwaardelijke taakstraf aan verdachte worden opgelegd.

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft een vaste baan als onderhoudsmonteur en hij heeft een koopwoning. Daarnaast heeft hij goede banden met zijn familie. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan diefstal met geweld van een taxi, een portemonnee met inhoud en een telefoon. Verdachte en zijn medeverdachten hebben daartoe aangever, die taxichauffeur is, rond middernacht naar een afgelegen plek in Groningen gelokt. Verdachte heeft aangever gebeld, terwijl hij zich als klant voordeed. Op de afgesproken plek stapten drie verdachten in de taxi. Verdachte heeft de sleutel uit het contact gehaald en de auto in de parkeerstand gezet, waardoor aangever niet weg kon komen. Vervolgens heeft één van de verdachten een kabel om de hals van aangever gedaan en deze flink aangetrokken. Op de achterbank zat een medeverdachte met een mes in zijn hand. Vervolgens is de laatste medeverdachte ingestapt. Er werd hard tegen aangever geschreeuwd, waardoor er sprake was van een zeer bedreigende situatie voor aangever. Nadat aangever uit zijn taxi was gezet, is hij buiten nog geduwd. Verdachte en zijn medeverdachten zijn er uiteindelijk vandoor gegaan met de taxi, een telefoon en een portemonnee met geld.

Met hun handelen hebben de verdachte en zijn medeverdachten niet alleen het eigendomsrecht van aangever aangetast, maar hem ook alles ontnomen wat hij voor zijn werk nodig had. Ook hebben zij het gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig aangetast.

Als dienstverleners die vooral ook in de nachtelijke uren werkzaam zijn, vormen taxichauffeurs een kwetsbare groep. Juist zij moeten kunnen vertrouwen op de goede bedoelingen van hen die zich bij hen als klant aanmelden. De ervaring leert dat een slachtoffer van dit soort berovingen meestal nog lange tijd gevoelens van angst houdt en daarvan veel hinder ondervindt in het dagelijks leven, te meer tijdens het werk.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben voor dit alles geen oog gehad. Het ging hen slechts om het financiële belang van één van hen.

Bij de bepaling van de zwaarte van de straf neemt de rechtbank tot uitgangspunt de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd, neergelegd in de door de Landelijke Commissie voor Straftoemeting opgestelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting (LOVS-oriëntatiepunten), die bij feiten als onderhavige uitgaan van een gevangenisstraf voor de duur van twee tot drie jaren.

Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van omstandigheden die tot strafvermindering of strafverzwaring ten opzichte van deze uitgangspunten aanleiding geven overweegt de rechtbank het volgende.

Blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, is verdachte niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten. Uit het verhandelde ter terechtzitting en uit het over hem opgemaakte reclasseringsrapport blijkt dat verdachte een vaste baan en een koopwoning heeft. De werkgever van verdachte heeft aangegeven dat de uitspraak van de rechtbank leidend zal zijn voor het verloop van het dienstverband. Wanneer aan verdachte een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal worden opgelegd dan de duur van het voorarrest, zal dat leiden tot verlies van huisvesting en baan, aldus de reclassering.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank nadrukkelijk rekening gehouden met deze persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die gelijk is aan het voorarrest. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen, om hem ervan te weerhouden in de toekomst (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Nu er geen bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf worden verbonden, stelt de rechtbank de proeftijd vast op twee jaar. Om de ernst van het feit uit te drukken zal de rechtbank daarnaast aan verdachte een taakstraf van na te noemen duur opleggen.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1], tot een bedrag van € 11.000,- ter zake van materiële schade en € 10.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
2. [bedrijf] (vertegenwoordiger: [slachtoffer 2]) tot een bedrag van € 9.935,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de post 'portemonnee met inhoud' kan worden toegewezen. Voorts heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht om de geleden immateriële schade in redelijkheid en billijkheid vast te stellen op een bedrag van € 6.000,-.

De vordering kan daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 6.600,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en met toepassing van hoofdelijkheid.

In het overige deel van de vordering moet de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf] moet niet ontvankelijk worden verklaard, omdat er onvoldoende informatie is om de hoogte van de schade vast te kunnen stellen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] op het standpunt gesteld dat deze niet ontvankelijk moet worden verklaard omdat de vordering complex is en de beoordeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zal opleveren.

Ten aanzien van de post die ziet op de portemonnee met inhoud heeft de raadsvrouw aangevoerd dat deze post alleen bij medeverdachte [medeverdachte 1] kan worden toegewezen. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat deze post kan worden toegewezen tot een bedrag van € 320.-. Het overige deel van de vordering moet niet ontvankelijk worden verklaard.

Ten aanzien van de immateriële schade moet de vordering worden afgewezen, omdat deze heel hoog is en niet is onderbouwd.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf] moet niet ontvankelijk worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] de gestelde materiële schade met betrekking tot de post 'diefstal portemonnee met inhoud' tot een bedrag van € 320,- en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde.

Daarnaast is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde immateriële schade ten minste tot een bedrag van € 4.000,- heeft geleden en dat ook deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde.

De vordering, zal daarom tot dit bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 april 2017.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door één of meer medeverdachten is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

Nu vaststaat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank beschikt over onvoldoende informatie om de overige door de benadeelde partij opgevoerde materiële en immateriële schade te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om hier nader onderzoek naar te (laten) doen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal dat deel van de vordering daarom niet ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Benadeelde partij [bedrijf]

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij [bedrijf] niet ontvankelijk moet worden verklaard.

De rechtbank beschikt over onvoldoende informatie om te kunnen vaststellen of de benadeelde partij schade heeft geleden die het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde, en de rechtbank beschikt evenmin over voldoende informatie om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij (de hoogte van) de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 323 dagen.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 180 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

een taakstraf voor de duur van 120 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 2 maanden zal worden toegepast.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van

€ 4.320,- (zegge: vierduizend driehonderd twintig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2017, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 4.320,- (zegge: vierduizend driehonderd twintig euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van

53 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 320,- aan materiële schade en

€ 4.000,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Benadeelde partij [bedrijf]

Bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong, voorzitter, mrs. L.W. Janssen en E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 december 2017.

Mr. Van Sloten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.