Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4839

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-12-2017
Datum publicatie
15-12-2017
Zaaknummer
18/850041-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen een taxichauffeur, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden,

terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van voorwaardelijk opzet op het gebruik van geweld.

De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek op, waarvan 120 dagen voorwaardelijk

en daaraan gekoppeld algemene en bijzondere voorwaarden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/850041-17

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

15 december 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de P.I. Leeuwarden te Leeuwarden, Holstmeerweg 7.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

19 september 2017 en 1 december 2017.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.P. Eckert, advocaat te Groningen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A. Hertogs.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 april 2017, in de gemeente Groningen, op de Zilverlaan, althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (taxi) (merk Audi), een telefoon en/of een portemonnee (met inhoud onder meer een hoeveelheid geld), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gebeld om een taxi en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om naar genoemde Zilverlaan, althans een door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) bepaalde locatie te gaan, en/of

- ( vervolgens) in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en/of

- ( derhalve) zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1] , waardoor er voor die

[slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en/of

- de autosleutel uit het contactslot van genoemde auto heeft/hebben gehaald, en/of

- ( vervolgens) een touw/draad/kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben aangetrokken, en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die

[slachtoffer 1] , en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en/of "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geduwd

en/of

hij op of omstreeks 26 april 2017, in de gemeente Groningen, op de Zilverlaan, althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een auto (taxi) (merk Audi), een telefoon en/of een portemonnee (met inhoud onder meer een hoeveelheid geld), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gebeld om een taxi en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om naar genoemde Zilverlaan, althans een door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) bepaalde locatie te gaan, en/of

- ( vervolgens) in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en/of

- ( derhalve) zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1] , waardoor er voor die

[slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en/of

- de autosleutel uit het contactslot van genoemde auto heeft/hebben gehaald, en/of

- ( vervolgens) een touw/draad/kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben aangetrokken, en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die

[slachtoffer 1] , en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en/of "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geduwd;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 26 april 2017, in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] , wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen, te weten het ondertekenen van een “onderpand ivm schuld”, althans een of meer geschriften, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) er uit, dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gebeld om een taxi en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om naar genoemde Zilverlaan, althans een door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) bepaalde locatie te gaan, en/of

- ( vervolgens) in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en/of

- ( derhalve) zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1] , waardoor er voor die

[slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en/of

- de autosleutel uit het contactslot van genoemde auto heeft/hebben gehaald, en/of

- ( vervolgens) een touw/draad/kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben aangetrokken, en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond aan en/of gericht op die

[slachtoffer 1] , en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en/of "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of geduwd.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het primair ten laste gelegde kan worden bewezen, met uitzondering van het leggen van de kabel om de nek van aangever en het slaan en duwen van aangever. Niet kan worden bewezen dat het medeplegen van verdachte ook op deze handelingen ziet, nu er vooraf was afgesproken dat er geen geweld zou worden gebruikt.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat het primair ten laste gelegde kan worden bewezen, met uitzondering van de laatste vier gedachtestreepjes. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte geen voorwaardelijk opzet heeft gehad op de geweldshandelingen. Er was juist van te voren afgesproken dat er geen geweld zou worden gebruikt. Verdachte heeft niet gezien dat één van zijn medeverdachten een mes bij zich had en dat mes in de taxi in zijn hand heeft gehouden. Tot slot blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte meteen heeft ingegrepen toen hij zag dat aangever geduwd werd. Diefstal met geweld kan niet worden bewezen. Hooguit kan worden bewezen dat er sprake was van diefstal voorafgegaan door een bedreigende situatie.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 26 april 2017, opgenomen op pagina 4 e.v. van het dossier met nummer 2017106274 d.d. 16 augustus 2017, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Op 26 april 2017 ben ik met geweld beroofd van mijn taxi van het merk Audi, geld en telefoon. Omstreeks 00:05 uur werd ik gebeld door een jongen voor een rit. De jongen vertelde dat hij opgepikt wilde worden bij sportcomplex Lycurgus aan de Zilverlaan in Groningen. Daar stapten twee jongens in de taxi. Ik zag dat ze handschoenen droegen. Meteen voelde ik dat er een touw of een draad over mijn hoofd werd gedaan. Mijn keel werd behoorlijk geknepen met het touw. Tevens werd meteen de autosleutel uit het contact gehaald en de telefoon werd van het dashboard gegrist. Vervolgens kwam er nog een derde persoon achterin zitten. Ik voelde dat het touw werd aangetrokken. Ik kon een beetje omkijken en zag dat de tweede persoon achterin een mes bij zich had. De jongen die het touw vasthield zei tegen mij dat er iemand was die met mij wilde praten. Vervolgens stapte [verdachte] achter in de taxi. Die zei tegen mij dat ik moest betalen, anders zou ik af worden gemaakt. Ik moest uitstappen en buiten werd ik geduwd en geslagen op het lichaam door de persoon met het touw. Ze reden met zijn vieren weg in mijn taxi.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van Politie Noord-Nederland d.d. 1 mei 2017, opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] :

Op het moment van de overval hoorde ik de persoon met het touw zeggen: "We weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood." [verdachte] zei daarop : "Reken maar."

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van sporenonderzoek van Politie Noord-Nederland d.d. 9 mei 2017 met bijbehorende foto's, opgenomen op pagina 12 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op 26 april 2017 onderzocht ik in het kader van het forensisch onderzoek het slachtoffer

[slachtoffer 1] . Ik zag aan de linkerzijde van de hals van het slachtoffer een rode striem.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 12 juli 2017, opgenomen op pagina 32 e.v. van de map BOB van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van verdachte:

Het was mijn idee om de taxichauffeur met een telefoontje naar de Zilverlaan te lokken. Ik heb gezegd dat we iemand zouden gaan bellen en dat we in zouden stappen. Een week eerder is het plan ontstaan om de taxichauffeur zijn taxi af te nemen. Ik heb de garagebox in bruikleen gehad van [medeverdachte 1] voor het stallen van de Audi. Ik heb € 320,- uit de portemonnee van aangever gehaald.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 20 juni 2017, opgenomen op pagina 76 e.v. van de map BOB van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] :

Ik werd opgehaald. Ik wist dat mijn zwager met de aangever had afgesproken. [verdachte] schoof naast mij de auto in. Hij was kwaad en riep "waar is het geld nou"? Iedere keer als de taxichauffeur een beweging maakte dan hield de jongen achter hem de taxichauffeur beet. Ik heb de man ook bij zijn schouder beetgepakt. Ik denk dat ik hem een of twee keer naar beneden heb geduwd. De buitenlandse jongen duwde de taxichauffeur. Hij kreeg ook een duw in de richting van [verdachte] . Daarna heeft [verdachte] in de Audi gereden.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 4 juli 2017, opgenomen op pagina 88 e.v. van de map BOB van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] :

Wij zouden meegaan om te laten zien dat het serieus was en dat die man zag dat hij geld moest betalen, nu er een paar jongens bij waren. Ik had een soort zakmesje in mijn rechterhand, het mes was opengeklapt en ik hield het mes voor mij in mijn hand. Het idee was dat we hem een beetje bang moesten maken. Dit was het idee van mijn zwager. Hij heeft mij eerder die dag gezegd dat ik iets mee moest nemen zodat die taxichauffeur bang zou worden. Ik zei toen tegen [verdachte] dat ik dit mesje wel mee zou nemen en ik liet het aan hem zien. Toen mijn zwager dit vooraf met mij besprak zei hij dat hij de auto dan mee zou nemen. Wij hebben met zijn vieren de auto in de garagebox gezet.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 19 juli 2017, opgenomen op pagina 115 e.v. van de map BOB van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :

[verdachte] heeft het er met mij over gehad om die taxi terug te krijgen. Mijn garagebox heb ik uitgeleend aan [verdachte] . Wij hebben de taxi meegenomen en die taxi is in mijn garagebox gezet. We hadden afgesproken dat ik de box ter beschikking zou stellen.

We hebben op de dag zelf afgesproken om dit te gaan doen. Ik zat achter de taxichauffeur. Ik heb hem uit de auto gepakt door hem bij de kleding vast te pakken en uit de taxi te trekken. Toen heb ik hem weggeduwd. Wij hebben de taxi gestolen van de taxichauffeur. Het was intimiderend: we waren met meerdere mensen. Ik had een kabel meegenomen. Ik wilde de man zonder de kabel wurgen, maar ik dacht: ik maak het mezelf makkelijker. Ik heb de kabel om zijn nek gedaan en toen een beetje aangetrokken.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 25 juli 2017, opgenomen op pagina 129 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 3] :

[verdachte] kwam ons ophalen. Toen heb ik de taxi gebeld. Toen [verdachte] ons op kwam halen werd er besproken wie wat ging doen. De rollen werden verdeeld. Ik moest instappen naast de taxichauffeur. Ik moest de auto in de P-stand zetten en de sleutel uit het contact halen. Ik moest zijn telefoon uitzetten. Vervolgens moest ik papieren aan [verdachte] geven.

Er werd geschreeuwd tegen de taxichauffeur. We zijn met zijn vieren weggereden met de taxi.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 27 juli 2017, opgenomen op pagina 141 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 3] :

Iedereen wist dat [medeverdachte 2] een mes bij zich had, dat had hij verteld. Ik had tie rips bij mij. Ik wist dat [medeverdachte 1] een kabel bij zich had. De telefoon van de taxichauffeur moest worden uitgezet, zodat niet achterhaald kon worden waar de auto heen ging.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Medeplegen geweld

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat er geweld is gebruikt tegen het slachtoffer. Weliswaar heeft verdachte zich niet schuldig gemaakt aan geweldshandelingen, maar voor de bewezenverklaring dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van de diefstal in vereniging met geweld, is niet noodzakelijk dat bewezen wordt dat verdachte ook zelf geweldshandelingen heeft verricht. Voor een dergelijke bewezenverklaring volstaat dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten, waarbij de bijdrage van verdachte aan deze diefstal van voldoende gewicht moet zijn geweest om te kunnen spreken van medeplegen. De verdediging heeft geen verweer gevoerd dat ziet op het medeplegen. Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte een voldoende wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de diefstal met geweld om te kunnen spreken van medeplegen. Het was het idee van verdachte om de taxichauffeur met een telefoontje naar de Zilverlaan te lokken. Verdachte heeft voorafgaand, ten tijde van en na het plegen van het strafbare feit een voldoende significante bijdrage aan het strafbare feit geleverd.

De rechtbank is verder van oordeel dat uit de bewijsmiddelen tevens kan worden afgeleid dat verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het gebruik van geweld.

Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig, indien verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

In dit geval is relevant dat verdachte het plan om de taxichauffeur te bellen heeft bedacht en zijn medeverdachten heeft gezegd zich voor te bereiden op het feit dat de taxichauffeur een vuurwapen bij zich zou hebben. Door onder deze omstandigheden een wezenlijke bijdrage te leveren aan de diefstal heeft verdachte zich blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat zijn medeverdachten de door hun meegebrachte wapens c.q. middelen om zich te verweren tegen aangever zouden gebruiken.

Nu uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat het niet ondenkbeeldig zou zijn dat er geweld tegen aangever zou gaan worden gebruikt, was verdachte zich ook bewust van die aanmerkelijke kans en heeft hij die aanmerkelijke kans ook welbewust aanvaard.

De rechtbank acht de primair ten laste gelegde diefstal in vereniging met geweld wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 26 april 2017, in de gemeente Groningen, op de Zilverlaan, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (taxi) (merk Audi), een telefoon en een portemonnee met een hoeveelheid geld,

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders:

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gebeld om een taxi en vervolgens die [slachtoffer 1] heeft/hebben gevraagd om naar genoemde Zilverlaan te gaan, en

- vervolgens in de auto (taxi) van die [slachtoffer 1] is/zijn gestapt, en

- derhalve zorgde(n) voor een getalsmatig overwicht op die [slachtoffer 1] , waardoor er voor die [slachtoffer 1] een intimiderende en/of bedreigende situatie ontstond, en

- de autosleutel uit het contactslot van genoemde auto heeft/hebben gehaald, en

- vervolgens een kabel om de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd en vervolgens heeft/hebben aangetrokken, en

- een mes heeft/hebben getoond aan [slachtoffer 1] en

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "je moet betalen anders word je afgemaakt" en "we weten je te vinden. Je hoeft niet naar de politie te gaan, anders schieten we je dood. Reken maar", en

- vervolgens die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf moeten de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden, inclusief een contactverbod met aangever.

Bij het bepalen van de eis heeft de officier van justitie onder andere rekening gehouden met de ernst van het feit, de gevolgen die het feit voor het slachtoffer heeft gehad en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de oriëntatiepunten van het LOVS voor straatroof als uitgangspunt bij de strafoplegging te nemen. Voorts heeft de raadsman de rechtbank verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zowel financieel als emotioneel een aantal moeilijke jaren achter de rug. De raadsman heeft verzocht om de onvoorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf gelijk te houden aan de tijd van het voorarrest. Mocht de rechtbank een langer onvoorwaardelijk deel opleggen, dan heeft de raadsman verzocht om dit in de vorm van een taakstraf te doen. Daarnaast kan een voorwaardelijke straf worden opgelegd met daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan diefstal met geweld van een taxi, een portemonnee met inhoud en een telefoon. Verdachte en zijn medeverdachten hebben daartoe aangever, die taxichauffeur is, rond middernacht naar een afgelegen plek in Groningen gelokt. Ze hebben aangever gebeld, terwijl één van hen zich als klant voordeed. Op de afgesproken plek stapten de drie medeverdachten eerst in de taxi. Een van de medeverdachten heeft de sleutel uit het contact gehaald en de auto in de parkeerstand gezet, waardoor aangever niet weg kon komen. Vervolgens heeft één van de medeverdachten, die achter aangever was gaan zitten, een kabel om de hals van aangever gedaan en deze flink aangetrokken. Op de achterbank zat voorts een medeverdachte met een mes in zijn hand. Ook werd, onder meer door verdachte, die naderhand instapte, hard tegen aangever geschreeuwd, waardoor er sprake was van een zeer bedreigende situatie voor aangever. Nadat aangever uit zijn taxi was gezet, is hij buiten nog geduwd. Verdachte en zijn medeverdachten zijn er uiteindelijk vandoor gegaan met de taxi, een telefoon en een portemonnee met geld.

Met hun handelen hebben verdachte en zijn medeverdachten niet alleen het eigendomsrecht van aangever aangetast, maar hem ook alles ontnomen wat hij voor zijn werk nodig had. Ook hebben zij het gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig aangetast.

Als dienstverleners die met name ook in de nachtelijke uren werkzaam zijn, vormen taxichauffeurs een kwetsbare groep. Juist zij moeten kunnen vertrouwen op de goede bedoelingen van degenen die zich bij hen als klant aanmelden. De ervaring leert dat een slachtoffer van dit soort berovingen meestal nog lange tijd gevoelens van angst houdt en daarvan veel hinder ondervindt in het dagelijks leven, vooral tijdens het werk.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben voor dit alles geen oog gehad. Het ging hen slechts om het financiële belang van één van hen.

Bij de bepaling van de zwaarte van de straf neemt de rechtbank tot uitgangspunt de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd, neergelegd in de door de Landelijke Commissie voor Straftoemeting opgestelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting (LOVS-oriëntatiepunten), die bij feiten als onderhavige uitgaan van een gevangenisstraf voor de duur van twee tot drie jaren.

Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van omstandigheden die tot strafvermindering of strafverzwaring ten opzichte van deze uitgangspunten aanleiding geven overweegt de rechtbank het volgende.

Als strafverzwarend neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte degene is geweest die het plan heeft bedacht om de taxi van aangever weg te nemen en dat hij voor eigen rechter heeft willen spelen. Aan dat laatste doet niet af dat hij meende aanspraak te kunnen maken op de auto. Hij heeft zijn medeverdachten benaderd om hem hierbij te helpen en heeft hen gevraagd voorzorgsmaatregelen te nemen in verband met het eventuele vuurwapen dat de taxichauffeur bij zich zou hebben.

Voorts is verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie eerder onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten.

Verder houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die naar voren komen uit het over hem opgemaakte reclasseringsrapport, waaruit onder meer valt af te leiden dat verdachte (grotendeels) alleen de zorg heeft voor twee inwonende kinderen en dat een langdurige detentie gevolgen kan hebben voor zijn - en hun - huisvesting.

Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen. Enerzijds doet de rechtbank dit om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Anderzijds kunnen aan dit voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden.

Om de ernst van het feit en de rol van verdachte uit te drukken zal de rechtbank daarnaast aan verdachte de maximaal op te leggen taakstraf opleggen.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 11.000,- ter zake van materiële schade en € 10.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
2. [bedrijf] (vertegenwoordiger: [slachtoffer 2] ) tot een bedrag van € 9.935,- ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de post 'portemonnee met inhoud' kan worden toegewezen. Voorts heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht om de geleden immateriële schade in redelijkheid en billijkheid vast te stellen op een bedrag van € 6.000,-.

De vordering kan daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 6.600,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en met toepassing van hoofdelijkheid.

In het overige deel van de vordering moet de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf] moet niet ontvankelijk worden verklaard, omdat er onvoldoende informatie is om de hoogte van de schade vast te kunnen stellen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de post

'portemonnee met inhoud'.

Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsman de rechtbank primair verzocht om de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren, gelet op een gebrek aan onderbouwing van die schade. Subsidiair heeft de raadsman de rechtbank verzocht om het gevorderde bedrag aanzienlijk te matigen.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf] moet niet ontvankelijk worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] de gestelde materiële schade met betrekking tot de post 'diefstal portemonnee met inhoud' tot een bedrag van € 320,- en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde.

Daarnaast is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde immateriële schade ten minste tot een bedrag van € 4.000,- heeft geleden en dat ook deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde.

De vordering zal daarom tot dit bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 april 2017.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door één of meer medeverdachten is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

Nu vaststaat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

De rechtbank beschikt over onvoldoende informatie om de overige door de benadeelde partij opgevoerde materiële en immateriële schade te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om hier nader onderzoek naar te (laten) doen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal dat deel van de vordering daarom niet ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Benadeelde partij [bedrijf]

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij [bedrijf] niet ontvankelijk moet worden verklaard.

De rechtbank beschikt over onvoldoende informatie om te kunnen vaststellen of de benadeelde partij schade heeft geleden die het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde, en de rechtbank beschikt evenmin over voldoende informatie om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij (de hoogte van) de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 36f, en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte groot 120 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaar, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen drie dagen na zijn detentie meldt bij de reclassering, Leonard Springerlaan 21 te Groningen. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde zich laat behandelen bij de Forensische Polikliniek te Groningen of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

3. dat de veroordeelde geen contact legt, zowel onmiddellijk als middellijk, met aangever

[slachtoffer 1] , tenzij dat gebeurt via professionele juridische dienstverleners. Daarnaast mag veroordeelde zich niet begeven naar of bevinden in de Boelemaheerd te Groningen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

4. dat de veroordeelde meewerkt aan budgetbeheer en het treffen van een schuldenregeling bij de Gemeentelijke Kredietbank, juridische en maatschappelijke begeleiding bij 'Wij Vinkhuizen' en zich houdt aan de afspraken met het Veiligheidshuis te Groningen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van

€ 4.320,- (zegge: vierduizend driehonderd twintig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2017, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededaders van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 4.320,- (zegge: vierduizend driehonderd twintig euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 53 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 320,- aan materiële schade en

€ 4.000,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Benadeelde partij [bedrijf]

Bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf] in haar vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil

Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong, voorzitter, mrs. L.W. Janssen en E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 december 2017.

Mr. Van Sloten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.