Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4706

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-11-2017
Datum publicatie
11-12-2017
Zaaknummer
C/19/120785 / JE RK 17-454
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ots toegewezen. Uhp afgewezen. De geuite zorgen zijn gebaseerd op het verleden. Er zijn op dit moment geen concrete aanwijzingen dat opvoedingssituatie onveilig is. Inbreuk family life. Geen zwaarwegende redenen. Wachtlijst opname de Stee rechtvaardigt geen dusdanige ingreep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

zaakgegevens : C/19/120785 / JE RK 17-454

datum uitspraak: 22 november 2017

beschikking ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing

in de zaak van

Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Groningen,

betreffende

het ongeboren kind van

[MK] , hierna te noemen de moeder,

en

[ME] , hierna te noemen de vader,

beiden wonende te Emmen.

De kinderrechter merkt als informant aan:

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI),

gevestigd te Amsterdam.

Het procesverloop


Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 27 oktober 2017, ingekomen bij de griffie op 30 oktober 2017;

- de door mr. G.H. Thasing, ter zitting overgelegde pleitnota met bijlagen;

- het gewijzigde verzoekschrift van de Raad van 27 oktober 2017, ingekomen bij de griffie op 20 november 2017.

Op 15 november 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder en de vader, bijgestaan door G.H. Thasing,

- mevrouw [S] , namens de Raad,

- de heer [J] , beoogd gezinsvoogd, namens de GI,

- mevrouw [W] , persoonlijk begeleider van vader, verbonden aan KingZorg.

De feiten

De moeder is momenteel zwanger van haar vierde kind. Zij was op 14 november 2017 uitgerekend. Het ouderlijk gezag over het ongeboren kind wordt na de geboorte uitgeoefend door de moeder.

Het verzoek


De Raad heeft de ondertoezichtstelling van het ongeboren kind verzocht voor de duur van twaalf maanden. Ter zitting heeft mevrouw [S] het verzoek in die zin uitgebreid dat ook verzocht wordt om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Op 20 november 2017 is het schriftelijk verzoek hiertoe ontvangen.

Het standpunt van verzoeker

De Raad verwijst voor een onderbouwing van het verzoek naar het raadsrapport van 20 oktober 2017. De Raad is van mening dat het kindje ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd wanneer zij na haar geboorte bij ouders zou verblijven en dat haar veiligheid dan onvoldoende kan worden gewaarborgd. Ondanks recente positieve ontwikkelingen bij ouders, is niet duidelijk of deze langdurig zijn en daarnaast blijven er veel zorgen op andere gebieden. Voldoende zicht ontbreekt om nu te kunnen beoordelen of ouders in staat zijn zelf (weliswaar m.b.v. hulpverlening) voor hun kindje te kunnen zorgen.

Bij beide ouders is sprake van langdurige persoonlijke problematiek. Ook hebben beide ouders een belast verleden. Door een combinatie van deze factoren ontstaat een risico op pedagogische, affectieve en lichamelijke verwaarlozing en onvoldoende veiligheid. Daarnaast hebben ouders een beperkte draagkracht en worden zij door verschillende personen en hulpverleners intensief ondersteund om hun leven op orde te houden.

Eerder is gebleken dat ouders niet voor de andere drie kinderen konden zorgen, wat geleid heeft tot een gezagsbeëindiging voor [Kind 1.] en [Kind 2.] en een verzoek voor gezagsbeëindiging voor [Kind 3.] .

Ruim twee jaar gelden zijn ouders door De Stee beoordeeld op "goed genoeg ouderschap" en is de conclusie getrokken dat ouders niet in staat bleken voor de kinderen te kunnen zorgen. Een van de zorgen van De Stee was dat de relatie van ouders niet stabiel was. Er zijn momenteel verbeteringen in de relatie en woonsituatie van ouders waar te nemen. Ouders hebben relatietherapie gevolgd en dat heeft geleid tot een verbetering in de communicatie en hoe ouders met elkaar omgaan.

De Raad acht een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar noodzakelijk om de veiligheid en de ontwikkeling van het (ongeboren) kind te kunnen waarborgen. De Raad verwacht dat langdurige begeleiding voor het kind en ouders noodzakelijk is.

Ter zitting heeft mevrouw [S] het verzoek nader toegelicht. Er zijn positieve ontwikkelingen. Ouders hebben relatietherapie gevolgd. Vader heeft meer zelfinzicht en laat zich corrigeren door moeder en hulpverlening. Ook op het woongebied is verbetering. Vader gebruikt geen medicatie en softdrugs. Er zijn wel zorgen, na de geboorte kan het stressniveau oplopen door een slaaptekort. Ouders zijn moeilijk leerbaar en hebben een beperkte draagkracht. De Raad vindt dat de ouders een kans moeten krijgen, maar het is van belang dat er zicht is op de baby en ouders. Nu er nog een ouderschapsbeoordeling komt, moet tot die tijd de veiligheid gewaarborgd worden. Daarom verzoekt de raad een ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing voor de duur van twaalf maanden en een intensieve omgang tussen de baby en ouders tot de opname.

Een baby is heel kwetsbaar en in het verleden heeft vader een baby geschud. Een opname in een moeder-kindhuis van Ambiq ziet de Raad liever niet omdat vader dan niet betrokken wordt.

Het standpunt van belanghebbenden

Het standpunt van de ouders

Mr. Thasing voert aan dat de door de WJS verstrekte informatie aan de Raad ziet op de situatie zoals deze was in 2015 en derhalve niet actueel is. Er is geen, althans onvoldoende, rekening gehouden met de positieve ontwikkelingen. De vraag van ouders is wanneer de ontwikkelingen van ouders dan wel voldoende zijn. De huidige begeleiders van de ouders hebben hun mening gegeven op basis van de dagelijkse contacten die zij hebben met de ouders. Zij zijn professionals en zijn van mening dat ouders, mits goed begeleid, de verzorging van het kind aankunnen. In het afgelopen jaar, ook tijdens de zwangerschap, zijn ouders leerbaar gebleken. De ouders zijn zich bewust van hun tekortkomingen maar hebben daar zo veel en goed mogelijk in voorzien door exogene expertise.

Mr. Thasing verwijst naar de uitspraak van de rechtbank Groningen waarin de rechter bepaalde dat het vierde kind niet uithuisgeplaatst zou worden, daarbij overwegende dat de ouders na gebleken positieve veranderingen in hun leefsituatie een kans behoorden te krijgen om het kind zelf op te voeden.

Voorts wijst mr. Thasing op artikel 8 EVRM. De overheid dient terughoudend te zijn bij inmenging in het gezins- en familieleven en alleen daartoe over te gaan wanneer dit noodzakelijk is.

Er zijn verschillende mensen betrokken rond dit gezin, allemaal met goede intenties, maar de ouders krijgen verschillende beelden. Ouders hebben leergeld betaald. Tegen een ondertoezichtstelling hebben ouders geen bezwaar. De plotselinge ruptuur die zal ontstaan door een uithuisplaatsing gaat te ver. Ouders dienen een optimale kans krijgen om te laten zien dat zij met behulp van begeleiding in staat zijn het kind op te voeden. Mr. Thasing bepleit dan ook een afwijzing van het verzoek tot de machtiging uithuisplaatsing.

Vadert merkt op dat hij heel erg is geschrokken. De Raad legt in een rapport vast dat hij drugsverslaafd is. Uit de bloed- en urinetest is gebleken dat vader schoon is. De communicatie tussen ouders gaat veel beter en ze willen meewerken aan een opname bij De Stee. Als de machtiging uithuisplaatsing wordt verleend, wordt, volgens vader, de hechtingsband uit zijn verband gerukt. De omgang mag dan door de Raad als intensief aangeraden worden maar met tweemaal omgang in de week kan geen hechting worden gecreëerd. Vader heeft een potje binnen zijn PGB gereserveerd voor extra begeleiding na de geboorte. Er kan twee tot drie keer per dag begeleiding komen en er is kraamzorg. Ouders willen zich graag bewijzen. Verder merkt vader op dat de communicatie tussen de GI Zwolle en de Raad veel stabieler is. Ouders hebben met beiden om tafel gezeten en goede afspraken gemaakt. Vader vindt het heel jammer dat dit niet met de WSJ en de Raad over de ongeboren baby kon.

Moeder vertelt dat tijdens de zwangerschap KingZorg vervangen moest worden door Promens Care. Dat heeft stabiliteit weggehaald. Ouders willen alles doen voor het kindje, ook al was het onder dwang. Ondertussen zijn KingZorg, Promens Care en kraamzorg betrokken. Als er nog iemand moet komen, dan staan ouders daar voor open, maar het moet wel passend in de situatie zijn. Er is weinig contact met Promens Care, want er is al veel begeleiding. Mocht extra begeleiding nodig zijn, dan kunnen ouders contact opnemen met de GGZ en wordt er dezelfde dag een gesprek gepland.

Het standpunt van de informanten

De heer [J] heeft ter zitting verklaard dat hij zich kan aansluiten bij de Raad. Ouders zijn enorm bezig zich te verbeteren. De heer [J] is betrokken bij de voogdij van de andere kinderen en daar is nooit gekeken naar terugplaatsing. De ontwikkeling van ouders gaat met ups en downs, maar ouders zijn wel van goede wil. De relatietherapie is afgerond en vanaf eind mei is er nieuwe hulpverlening betrokken, waar een klik mee is. De heer [J] vertelt dat hij vanaf 2015 betrokken is en veel hulpverleners heeft zien komen en gaan, en dat baart hem zorgen. Het is mooi dat ouders een kans krijgen, maar het rapport van de Stee was duidelijk. De Raad was positief over een opname bij de Stee. De heer [J] verwacht dat de intake in januari kan plaatsvinden, daarna volgen de samenwerkingsweken. Een opname in maart of april 2018 is heel optimistisch ingestoken.

Voorts verklaart de heer [J] dat de begeleiding vanuit KingZorg er is voor vader. Dit wordt uit het PGB van vader betaald. Er is contact geweest met de mentor, omdat de zorg wordt ingezet op moeder en dat mag niet. Van de mentor heeft de heer [J] begrepen dat er betalingsproblemen zijn. Het sparen wat is gebeurd, mag niet. De heer [J] stelt dat moeder drie kwart jaar geen eigen begeleiding heeft gehad. De indicatie voor KingZorg voor moeder is niet goed afgegeven, dat had Promens Care moeten zijn. Als KingZorg gaat doen wat ze zeggen, dan gaan er veel problemen ontstaan, heeft de heer [J] begrepen van de mentor. In het verslag van de relatietherapie staat niet dat het succesvol is afgerond. Ouders sturen het verslag ook niet mee. De dochter die het langst bij ouders heeft gewoond, daar hadden de pleegouders hun handen vol aan. Het is een heel beschadigd meisje. Er is een traject bij Ambiq ingezet om dingen te herstellen. De hechting komt voort uit de eerste levensfase. Volgens de heer [J] is het drugsgebruik van vader wisselend.

Het standpunt van King Zorg

Mevrouw [W] verklaart dat zij sinds eind mei drie tot vier keer per week bij ouders komt. Ook gaat zij mee naar de bezoeken van [Kind 3.] . Ze ziet hoe ouders voor de huisdieren zorgen en dat zegt haar ook veel. Mevrouw [W] staat achter het verzoek van ouders. Ze begrijpt de zorgen. Ouders zijn ook bereid om mee te werken aan de Stee. Dat is heel krachtig van ouders, en zo kunnen ze laten zien hoe ze veranderd zijn. Mevrouw [W] denkt dat ouders, met KingZorg op de achtergrond, tot de opname in de Stee, goed zelf voor het kind kunnen zorgen. KingZorg heeft het PGB opgevraagd. Er zijn een minimaal aantal dingen dat moet, en de rest van de uren is gereserveerd. Samen met twee collega's is KingZorg zeven dagen per week beschikbaar. Ouders kunnen bellen en er zijn vaste momenten dat de begeleiders komen. Ook kan Promens Care ingeschakeld worden. Er zou continue hulp aanwezig kunnen zijn, als dat nodig mocht zijn.

De door de heer [J] geplaatste opmerking dat er betalingsproblemen zouden zijn, is voor mevrouw [W] geheel nieuw. Het is allemaal goed bekeken en geregeld. Vanaf negen weken zwangerschap is de WSJ op de hoogte. Ouders hebben toen om hulp gevraagd, toen werd er gezegd dat het niet in de handen van de WSJ was. Moeder heeft op eigen initiatief hulp aangevraagd. KingZorg is opgestart en dat was volgens de WSJ niet goed en Promens Care moest komen. Nu hoort mevrouw [W] dat Promens Care niet voldoende is, waarom is er dan niet anders geïndiceerd. Mevrouw [W] roept de WSJ op om, aan te bieden wat KingZorg dan niet kan en er voor te zorgen dat het kindje thuis mag blijven.

De beoordeling


Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Gelet op alle zorgen en het verleden van ouders is de kinderrechter van oordeel dat er zicht dient te zijn en te blijven op de ongeboren baby en de situatie en ontwikkeling van de ouders. Bovendien hebben ouders geen duidelijk verweer gevoerd tegen het verzoek. De kinderrechter zal daarom het ongeboren kind onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

Op dit moment zijn de bedreigingen in de ontwikkeling van het ongeboren kind waaraan in ieder geval gewerkt moet worden:

- sociaal-emotionele ontwikkeling;

- mogelijk een onveilige, ongestructureerde opvoedingsomgeving;

- mogelijk gebrek aan pedagogische opvoedingsvaardigheden van ouders.

Voor wat betreft het verzoek tot de machtiging uithuisplaatsing overweegt de kinderrechter als volgt. Bij de eerste drie kinderen is het niet goed gegaan wat heeft geleid tot een uithuisplaatsing van de kinderen. Ook de Stee heeft de opvoedvaardigheden van de ouders in 2015 als onvoldoende beoordeeld. Deze feiten zijn niet bestreden.

Echter hebben ouders aan zichzelf gewerkt en zijn hiertoe nog steeds bereid. Ouders hebben relatietherapie gevolgd, de huisvesting is op orde en de babykamer is volledig ingericht. Vader heeft ter zitting verklaard dat de drugstesten negatief waren en dit is noch door de Raad noch door de GI ontkend. De door de GI aangedragen financiële problematiek bij de financiering van de hulp is niet schriftelijk onderbouwd en door KingZorg ter zitting gemotiveerd weersproken. Er is hulp en begeleiding vanuit Promens Care en KingZorg. Ouders ervaren een goede samenwerking met de hulpverlening. KingZorg is al een langere periode veel binnen het gezin aanwezig. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat zij een goed beeld kunnen geven van hoe ouders met elkaar en met de verschillende situaties omgaan. Er is een duidelijke stijgende lijn zichtbaar, die ook door de Raad en door de GI wordt erkend. De positieve ontwikkelingen zijn zelfs zo groot dat De Stee bereid is om ouders opnieuw een kans te bieden tot een opname.

Na de geboorte van het kindje kan de reeds aanwezige hulp en begeleiding, mocht dit nodig zijn, verder opgeschaald worden. Daarnaast is er kraamzorg in huis. Ouders hebben eveneens verklaard dat zij welwillend staan tegenover nog meer of andere hulpverlening en dat het GGZ ingeschakeld kan worden. Ouders zijn zich zeer bewust van de consequenties van de door hun in het verleden gemaakte keuzes. Ook beseffen zij dat zij onder een vergrootglas liggen.

De kinderrechter is van oordeel dat de geuite zorgen grotendeels gebaseerd zijn op het verleden en dat de zorgen die er op dit moment zijn, niet zodanig zijn dat er op voorhand een machtiging uithuisplaatsing verleend kan worden. Een uithuisplaatsing, zeker direct na de geboorte, is een zeer ingrijpende inbreuk op het family life, die alleen kan worden gerechtvaardigd als daarvoor zeer zwaarwegende redenen bestaan. Er zijn op dit moment geen concrete aanwijzingen dat de opvoedingssituatie bij ouders onveilig is voor het ongeboren kind. Dat een opname in de Stee door wachtlijsten zolang op zich laat wachten, rechtvaardigt niet een dusdanige ingreep in de persoonlijke levenssfeer van ouders en het ongeboren kind.

Alles overwegend is de kinderrechter dan ook van oordeel dat er niet voldaan is aan de vereisten genoemd in artikel 1:265b BW en zal het verzoek tot het verlenen van een machtiging uithuisplaatsing afwijzen.

De beslissing


De kinderrechter:

stelt het ongeboren kind [MK] en [ME], onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam met ingang van 22 november 2017 tot 22 november 2018;

wijst het verzoek tot het verlenen van machtiging tot uithuisplaatsing van het ongeboren kind in een voorziening voor pleegzorg af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.R. Eising, kinderrechter, in tegenwoordigheid van H. Bijkerk als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2017.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden