Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2017:4671

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
06-12-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
6506307 cv expl 17-11284
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

tijdelijke ontruiming huurwoning in verband met dringende werkzaamheden, vervangende verblijfsruimte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 6506307 \ CV EXPL 17-11284

vonnis van de kantonrechter ex art. 254 lid 5 Rv d.d. 6 december 2017

inzake

De stichting

STICHTING WONEN NOORDWEST FRIESLAND,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

gemachtigde: mr. B. Korvemaker,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna WNWF en [gedaagde] worden genoemd.

Procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

Motivering

De feiten

2.1

In deze procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan. [gedaagde] huurt met ingang van 1 februari 2005 een woning van WNWF aan de [adres] te [woonplaats] . De woning maakt deel uit van een appartementencomplex.

2.2.

De onderbuurman van [gedaagde] ondervindt wateroverlast in zijn woning. In zijn, onder de badkamer van [gedaagde] gelegen, slaapkamer stroomt water langs de muren. WNWF heeft onderzoek gedaan naar de lekkage en is, mede gelet op eerdere gelijksoortige problematiek in dit complex, tot de conclusie gekomen dat de wateroverlast afkomstig moet zijn van een lekkage in de waterleiding in de badkamervloer van [gedaagde] .

2.3.

Op 30 november 2017 is [gedaagde] bezocht door medewerkers van WNWF teneinde de werkzaamheden die volgens WNWF nodig zijn te bespreken. [gedaagde] heeft te kennen gegeven geen werklui in huis te willen hebben en geen werkzaamheden in haar woning te accepteren. Tijdens een tweede gesprek, eveneens op 30 november 2017, heeft WNWF [gedaagde] aangeboden om op kosten van WNWF gedurende drie weken te verblijven op recreatiepark Blomketerp te Franeker, waarbij [gedaagde] eveneens drie weken gratis openbaar vervoer per bus is aangeboden. [gedaagde] heeft dit aanbod afgeslagen, zij wenst gedurende de drie weken van de werkzaamheden een volpensioen verblijf in het WTC-hotel te Leeuwarden.

Het standpunt van WNWF

3.1

WNWF vordert veroordeling van [gedaagde] , bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

1. om te gedogen dat WNWF de door haar in alinea 4 van de dagvaarding genoemde werkzaamheden verricht (of laat verrichten);

2. om binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis de door haar gehuurde woning tijdelijk, voor de duur van 21 dagen, te verlaten en vervolgens verlaten te houden, en de woning in die periode van 21 dagen onder overgave van de sleutels ter vrije beschikking van WNWF te stellen, teneinde WNWF in de gelegenheid te stellen in haar woning de dringende werkzaamheden te (doen) verrichten als in alinea 4 van de dagvaarding omschreven;

3. tot betaling van de kosten van de procedure.

3.2.

Teneinde de problemen te kunnen verhelpen moet volgens WNWF de betonnen badkamervloer in de woning van [gedaagde] worden uitgekapt, de lekkage opgespoord en waterleiding en elektra moeten worden vervangen. Vervolgens moet de vloer opnieuw worden gestort, betegeld en gedroogd. Het toilet bevindt zich in de badkamer en moet ook worden verwijderd en opnieuw geplaatst. Ook moeten de (houtskelet)wanden van de badkamer, die nat zijn geworden, worden gesloopt en worden vernieuwd en betegeld. Voor deze werkzaamheden is een periode van 21 dagen nodig.

3.3.

WNWF stelt dat de werkzaamheden dringend nodig zijn om verdere schade aan het gebouw te voorkomen. Ingrijpen op korte termijn is van belang voor alle huurders en voor WNWF. Verder heeft de onderbuurman van [gedaagde] momenteel amper huurgenot door de waterlekkage in zijn slaapkamer.

WNWF heeft verder gesteld dat bij werkzaamheden als in dit geval huurders normaal gesproken de woning niet behoeven te verlaten en dat WNWF dan douchefaciliteiten elders regelt. In dit geval heeft WNWF, gelet op bij [gedaagde] spelende sociale problematiek, alternatieve huisvesting aangeboden. De eis van [gedaagde] gaat WNWF echter te ver.

Het standpunt van [gedaagde] .

4. [gedaagde] is ter zitting verschenen en heeft daarbij haar standpunt verklaard. Zij heeft daarbij weersproken dat er sprake is van een lekkage in de waterleiding en heeft gewezen op de afvoer van de douche.

De beoordeling

5.1.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Artikel 7:220 lid 1 Burgerlijke Wetboek (BW) bepaalt dat huurders gehouden zijn om de verhuurder de gelegenheid te geven om gedurende de huurtijd dringende werkzaamheden aan het gehuurde uit te voeren. Door WNWF is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat de wateroverlast het gevolg is van niet zichtbare gebreken aan de waterleiding in de badkamervloer van [gedaagde] . De door WNWF gestelde omstandigheden zijn naar het oordeel van de kantonrechter van zodanige aard dat dringend herstelwerkzaamheden nodig zijn, dit ter voorkoming van verdere schade aan het gebouw en ten behoeve van het oplossen van de overlast die de onderbuurman van [gedaagde] momenteel ondervindt als gevolg van de wateroverlast.

5.2.

Uit hetgeen [gedaagde] ter zitting heeft verklaard leidt de kantonrechter af dat het voor haar niet vaststaat dat er sprake is van een lekkage in de waterleiding in haar badkamer, dat zij het door WNWF gedane aanbod van tijdelijke, gemeubileerde vervangende woonruimte niet goed had begrepen, alsmede dat zij vragen heeft over het vervoer van haar spullen naar de tijdelijke woning en over noodzakelijk bezoek aan de apotheek in [woonplaats] .

5.3.

WNWF heeft ter zitting verklaard dat zij samen met [gedaagde] de beoogde tijdelijke woning zal bekijken en haar zal helpen en begeleiden bij het overbrengen van enige spullen naar de tijdelijke woning en, na de voltooiing van de werkzaamheden in de woning, het terugbrengen ervan. Verder handhaaft WNWF het aanbod voor een buskaart gedurende het verblijf in de tijdelijke woning. De kantonrechter acht het door WNWF gedane aanbod onder de gegeven omstandigheden adequaat en gaat ervan uit dat WNWF dit aanbod gestand zal doen.

5.4.

Gezien voorgaande is het door WNWF onder 1. van het petitum van de dagvaarding gevorderde gedogen door [gedaagde] toewijsbaar. Dit geldt, gelet op het bepaalde in artikel 558, aanhef en onder b, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) eveneens ten aanzien van de onder 2. van het petitum van de dagvaarding gevorderde tijdelijke ontruiming van de woning, zodat WNWF de hiervoor onder 3.2. genoemde werkzaamheden kan uitvoeren. De vordering zal worden toegewezen zoals hierna in het dictum zal worden vermeld.

5.5.

WNWF heeft ontruiming binnen twee dagen na betekening van het vonnis gevorderd. Volgens het bepaalde in artikel 555 Rv bedraagt de termijn tussen het bevel tot ontruiming en de ontruiming drie dagen. De kantonrechter kan deze termijn gelet op het van toepassing verklaarde artikel 502 lid 1 Rv echter verkorten indien daartoe gronden zijn. Gelet op de spoedeisendheid en op het gegeven dat indien de bedoelde termijn wordt verkort tot twee dagen WNWF de werkzaamheden op maandag 11 december 2017 zou kunnen aanvangen, zal de kantonrechter de termijn van ontruiming zoals is gevorderd stellen op twee dagen na betekening van dit vonnis.

5.6.

De kantonrechter ziet, alhoewel de vordering van WNWF zal worden toegewezen, aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat elk der partijen de eigen kosten zal dragen. Daartoe is redengevend dat het de kantonrechter ter zitting is gebleken dat [gedaagde] de Nederlandse taal matig tot slecht beheerst. De kantonrechter heeft voorts de stellige indruk gekregen dat [gedaagde] niet goed had begrepen wat er in de woning aan de hand is en wat de bedoeling was ten aanzien van de tijdelijke ontruiming van de woning. Niet is gebleken dat WNWF haar met behulp van een tolk heeft uitgelegd wat de bedoeling was en de kantonrechter acht het, gelet op de niet onwelwillende houding van [gedaagde] ter zitting, niet uitgesloten dat deze procedure niet nodig was geweest indien zij volledig doordrongen was geweest van de problemen met de waterleiding en het aanbod van WNWF met betrekking tot de vervangende woonruimte en de bereidheid van WNWF om haar daarbij te assisteren.

Beslissing

De kantonrechter:

Rechtdoende in kort geding

6.1.

veroordeelt [gedaagde] om te gedogen dat WNWF de hiervoor onder rechtsoverweging 3.2. omschreven dringende werkzaamheden verricht (of laat verrichten);

6.2.

veroordeelt [gedaagde] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de door haar gehuurde woning aan de [adres] te [woonplaats] tijdelijk, voor de duur van 21 dagen, te verlaten en vervolgens verlaten te houden, en de woning in die periode van 21 dagen onder overgave van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van WNWF te stellen, teneinde WNWF in de gelegenheid te stellen in de woning de dringende werkzaamheden als hiervoor omschreven onder rechtsoverweging 3.2. te (doen) verrichten;

6.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

compenseert de kosten van de procedure in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten zal dragen.

Aldus gewezen door mr. E.Th.M. Zwart-Sneek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 december 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 324